jul 132019
 

Ik had wortels en broccoli in de koelkast. En omdat ik maar niks kon bedenken voor de broccoli, bedacht ik dat ik dan maar een Indiaas wortelsoepje ging maken. De afgelopen week was ik door drukte met werk wat minder geïnspireerd met eten. Meestal als ik bedacht dat ik nog wat moest eten, was het al na de klok van zeven. Veel broodmaaltijden deze week, met omelet, hamburgers of kaas. Weinig groente, anders dan rode paprika’s. Wel veel fruit, dat dan weer wel. Al was de laatste banaan door het warme weer bijna vloeibaar geworden, dus die heb ik maar laten gaan. Maar dat terzijde. Terug naar de broccoli. Vanmiddag om vijf over half vijf bedacht ik mij eindelijk wat ik met de broccoli ging doen: roerbakken met varkenshaas en eten met rijst. Soms kan het zo simpel zijn. De varkenshaas gemarineerd in oestersaus, sojasaus en shaoxing rijstwijn. En nog met een eenvoudig sausje. Kiddy-proof.

 

Broccoli met varkenshaas

Broccoli met varkenshaas

Continue reading »

jul 062019
 

In het weekend nemen we wat meer tijd voor het ontbijt dan doordeweeks. En een ei-gerechtje gaat er dan goed in.

Bakken we een eitje dan strooien we er regelmatig een lekker kaasje overheen. Kaas kan overal bij, niet waar. Dit keer het omgekeerde gedaan. Ei over gebakken kaas gegoten.

Een dunne laag gebakken kaas heet ook wel een kaaskletskop. De kaaskletskop ontstond vast toen iemand zag dat kaas, die naast de andere ingrediënten op de bodem belande, krokant werd. Het is dan een kleine stap om die andere ingrediënten een keertje weg te laten. En een volgende stap is om er toch weer iets bij te doen, een ei dit keer.

Kaaskletskop met spiegelei.

Continue reading »

jun 302019
 

Als ik een bucketlist had, dan had het er ongetwijfeld opgestaan: koken voor 28 man, met als extra handicap geen keuken op locatie. Sinds een paar jaar stort ik mij bij het jaarlijkse toernooi van mijn pingpongclub op de lunch en het avondeten. Het vrijwaart mij bovendien van een dag pingpongen in een doorgaans verzengende sporthal. De maaltijd is echter altijd een uitdaging op zich, aangezien de sporthal uit de jaren zeventig stamt en geen modern genot kent als een keukentje of iets dergelijks. Over het algemeen betekent het dat het eten van te voren bereid dient te worden en op locatie opgewarmd. Of… je gaat barbecueën, zoals we vorig jaar hebben gedaan. Nu heb ik geen verstand van fikkies stoken in de openbare ruimte, dus dat laat ik dan graag aan anderen over. Wel bemoei ik mij dan uiteraard graag met het eten zelf, zowel het vlees als de overige onderdelen. Van vlees van de barbecue ben ik niet per se een fan, maar ik mag graag een stukje vis stomen met wat knoflook of wat gemarineerde garnalen op het vuur schroeien. Helaas was de eigenaar van de barbecue daar niet van gediend, dus ik at zelf vooral eigengemaakte salades en dergelijke. Ik beloofde een oudere Mexicaanse dame dat ik een volgende keer een Mexicaans buffet zou verzorgen. Ze reageerde enthousiast in gebrekkig Nederlands, maar haar ogen fonkelden op. Een jaar later is de dame er helaas niet meer, maar ik hield mijn belofte.

De uitdaging was een aantal gerechten te selecteren die van te voren bereid konden worden en ter plekke opgewarmd. Dat was gelijk de volgende uitdaging: op locatie was er slecht één magnetron. Zelf had ik nog een klein inductieplaatje ter beschikking, wat normaal gesproken goed van pas komt als er soep opgewarmd moet worden of een lekkere pindasaus, dat laatste bijvoorbeeld bij de nieuwjaarsborrel. De lezer begrijpt intussen wel dat we bij de pingpong van lekker eten houden. Maar hoe dichter de datum van het toernooi naderde, hoe meer mensen zich aanmelden om na afloop mee te eten. Enkele weken voor het toernooi waren er zelfs meer eters dan spelers… Uiteindelijk zou het aantal oplopen tot 28 eters (en 36 pingpongers). Ik had dus enkele weken om te wennen aan het idee van zoveel eters, maar ik vroeg mij wel af hoe ik alles warm zou moeten krijgen. Met een aantal geleende chafing dishes én een magnetron zou het uiteindelijk lukken. Ik durf het wel een klein wonder te noemen. Volgend jaar ga ik voor broodjes kaas!

Mexicaans buffet

Mexicaans buffet

Continue reading »

jun 222019
 

De laatste jaren krijg ik op Vaderdag (moet echt met een hoofdletter) meestal iets simpels, zoals een kaasje die we nog nooit in huis hebben gehad. Heel vroeger ging dat anders. Dan kreeg ik expressieve tekeningen, in elkaar geknutselde ware kunstwerkjes of grote kiezelstenen die enthousiast en kleurrijk waren geverfd. Die kiezels heb ik nog, in gebruik als presse-papier. De tekeningen en knutselwerkjes zijn op een steeds voller wordende vliering beland. In latere jaren werden boeken of tijdschriften gegeven, en nog later dus die kaasjes.

Dit keer ging het anders. Nu was ik sowieso vergeten dat het Vaderdag was – ik heb niet zoveel met vaststaande en verplichte cadeaudagen – dus de verrassing was deze keer echt. Ik kreeg dit keer iets origineels cadeau, de titel van een nieuw recept. Het koste hen wel wat tijd om die te vinden, want wij eten nogal gevarieerd. Alleen niet uit de frituur. Ze weten echter dat iets uit de frituur niet welkom is. Gefrituurd eten is lekker, maar wat moet ik doen met het vet. Bewaren, daarvoor zouden we te weinig frituren. En weggooien na 1 keer gebruiken is zonde. Maar ze vonden dus toch iets dat nieuw was. Ik mocht ook nog eens zelf uitzoeken hoe het te maken, want ze weten dat ik dat leuk vind. En daarmee eigenlijk 2 cadeautjes gekregen.

De gekregen titel was toasted pound cake. Gevonden vermoed ik, al dan niet bewust, door het eten van toast sandwich, een kleine maand geleden. En omdat ze cake lekker vinden, uiteraard.

Eerst de cake gemaakt. En dan het lastige. De cake minstens 2 dagen met rust laten. Niets opeten. Toasted pound cake is lekkerder als de cake wat ouder en daardoor droger is.

Lekker knapperig dessertje of tussendoortje, getoaste cake.

Continue reading »

jun 152019
 

We blijven nog even hangen in de Mexicaanse keuken. Sinds ik echte maistortilla’s kan vinden bij de plaatselijke supermarkt is het voor het moment de favoriete keuken in Huize Damten. Dat komt goed uit, want als ik refried beans of salsa maak, is dat meestal genoeg voor meerdere dagen. Salsa’s bestaan er in alle maten en soorten, van redelijk droog tot zeer vloeibaar. Vooral de laatste lenen zich voor grotere hoeveelheden die een paar dagen of langer bewaard kunnen worden. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat je het niet in kleine hoeveelheden kan maken.

Een aantal jaren geleden maakte ik voor het eerst canneloni: gevulde deegrolletjes uit Italië. Een vergelijkbaar gerecht kun je natuurlijk ook met tortilla’s maken. En dan heb je nog de keuze om dat met burrito’s (dichtgevouwen tortilla’s) of enchilada’s (open tortilla’s) te doen. De enchilada-variant lijkt nog met meest op de Italiaanse canneloni. Of het echt Mexicaans is of toch Tex-Mex is nog even de vraag trouwens. In Mexico kennen ze een vergelijkbaar recept in de regio Chihuahua met de naam enchiladas coloniales, wat duidt op een externe invloed. Het land kent echter een rumoerige geschiedenis, waarin naast Spaanse en Amerikaanse overheersers, zelfs Fransen en Britten een rol spelen. Nu zullen de Spanjaarden de grootste buitenlandse invloed hebben gehad op de Mexicaanse keuken, dus wellicht zit daar ergens een link. Ik ga in ieder geval niet zeggen dat Columbus zijn Italiaanse wortels liet gelden in Mexico…

Mexicaanse canneloni

Mexicaanse canneloni

Continue reading »

jun 082019
 

Italië heeft het imago dat het een knoflookland is. Dat iedereen ervan houdt. Maar schijn bedriegt. Door alle lagen van de bevolking zijn er mensen die knoflook haten. Nog zo recent als in 2007 was er zelfs een actie in Italië om knoflook compleet uit alle recepten te weren. Er zou een speciale kaart komen van Italië waar de niet-knoflook restaurants op zouden staan. Een soort van tweedeling van de restaurants. En een dergelijke tweedeling door knoflook is zeker niet de eerste keer in onze geschiedenis.

Bij de Sumeriërs (2600–2100 BC) en ook bij de Babyloniërs (1800-539 BC) werd knoflook als basisvoedingsmiddel en om de medicinale eigenschappen zeer gewaardeerd. Bij de oud‑Egyptenaren (3300-332 BC) stond knoflook in het begin in hoog aanzien, ook voor de medicinale eigenschappen. Toenemende handel leidde tot de import van sterke kruiden vanuit het Oosten. Het gevolg was dat knoflook meer werd gebruikt als voedsel en medicijn voor de armen. Rook je naar knoflook dan kwam je naar verluidt de heiligdommen niet binnen. De heersende klassen namen knoflook hooguit voor de aan knoflook toegeschreven medicinale werking. De lagere klassen aten het in hun dagelijkse leven, om te overleven. Een tweedeling die zich doorzet bij de Grieken (500–146 BC) en later bij de Romeinen (753 BC – 476 AD). Zo maakt de oud-Romeinse boer Simulus, in een gedicht uit de 1e eeuw BC, ’s ochtends moretum, dat bol staat van de knoflook. Arbeiders aten knoflook. Het oud-Romeinse receptenboek Apicius, met recepten voor de hogere klassen, geeft een vergelijkbaar recept voor moretaria, maar daar zit geen knoflook in. De hogere klassen bliefden het niet in hun maaltijden.

2. Dat is het aantal keren dat het Latijnse woord voor knoflook voorkomt in Apicius. In slechts 2 van de in totaal 467 recepten, dat is ruim minder dan een ½ procent. Er is ook een kleinere verzameling recepten, toegewezen aan Vinidarius, de Apici excerpta a Vinidario, uit de 5e eeuw. We weten niet of Vinidarius een echt persoon is geweest, maar van de 33 recepten die hij meldt bevat er geen een een referentie naar knoflook. In de lijst van droge etenswaren die je in huis moet hebben staat het wel, als aliu, algemeen vertaald als knoflook. Het is ook onduidelijk of Vinidarius echt een uittreksel van de recepten in Apicius geeft, zoals de titel suggereert. Ze lijken erop qua stijl, maar de overlap is klein. Wetenschappers zijn het op dit punt ook niet echt met elkaar eens. Samen geven Apicius en Vinidarius wel een goed beeld van wat mensen aten die tot de hogere klassen in hun samenleving behoorden, en daar hoorde knoflook dus niet echt bij.

Koude en voedzame sala caccabia, met knoflook, en zuiverende posca

Knoflook splijt naties. En dat maakt die 2 recepten met knoflook in Apicius extra speciaal.

Continue reading »

jun 012019
 

Na twee dagen hotelmaaltijden en iets te voedzame lunches had ik vandaag vooral behoefte aan veel groente. Mijn hoofd zei tomatensaus. De koelkast bood aubergines en rundergehakt. Het bleek een dag voor nieuwe dingen. Ik maakte als lunchmaaltijd voor het eerst aspergesoep (wat een makkie) en als avondmaaltijd een lasagne van aubergine, gehakt en tomatensaus. Dus zonder vellen deeg.

Veel mensen associëren de aubergine met Italië, maar de groente komt oorspronkelijk uit India. Dat er een link is tussen India en Italië weten de liefhebbers van Asterix en Obelix natuurlijk allang. Het Romeinse rijk dreef eeuwenlang handel met het Indisch subcontinent. De aubergine is overigens razend populair in Zuidoost-Azië, maar dan vooral de dunne variant, beter bekend als Chinese aubergine of Japanse aubergine. De kleine ronde aubergines kennen we dan weer als Thaise aubergine. Die variant is mij net te bitter. De Chinese aubergines zijn juist minder bitter. De bekende aubergines in de supermarkt hebben daarentegen wat meer pitjes – dat wat de aubergine bitter maakt – maar volgens mij is die bitterheid de laatste jaren er wel uit gekweekt.

Heel moeilijk is het niet om lasagne te maken, maar het gaat wel in een paar stappen die bij elkaar opgeteld wat tijd kosten. Het resultaat maakt dat echter ruimschoots goed. En zonder bechamelsaus, wat overigens meer een niet-Italiaans gebruik schijnt te zijn.

Lasagne van aubergine

Lasagne van aubergine

Continue reading »

mei 252019
 

Toast sandwich of toasted sandwich, een wereld van verschil.

De sandwich is een Engelse uitvinding. Het verhaal gaat dat John Montagu, 4e Earl of Sandwich, in de achttiende eeuw graag vlees wilde eten, maar ook wilde blijven kaarten zonder zijn handen vies te maken of een vork te moeten gebruiken. Zijn kok bedacht twee sneden brood, niets anders dan verpakkingsmateriaal, met ‘iets’ ertussen. In John Monutagu’s geval is dat ‘iets’ vlees. En zijn adellijke kaartvrienden zouden hebben geroepen ‘hetzelfde als Sandwich’. Hadden wij zulke adel gehad, dan had de sandwich een Nederlandse naam gehad. Onze belegde boterham, nu bekend in de wereld als een open sandwich, bestond namelijk al in de zeventiende eeuw, maar was onbekend in Engeland.

Ook toast sandwich is een echte sandwich. Toast sandwich staat voor het eerst op schrift in 1861, in Mrs Beeton’s Book of Household Management. Het boek kende vele herdrukken en was razend populair. Al in 1868 waren er bijna 2 miljoen exemplaren van verkocht. En dat allemaal in de Victoriaanse tijd, waarin vele nieuwe dingen ontstonden, waaronder de industriële revolutie en (als tegenstroming) een conservatieve ietwat serieuze levenshouding. Engeland was toen een wereldmacht en eigen baas ook ver buiten de eigen eilanden. Daar denken velen tegenwoordig blijkbaar met weemoed aan terug, gezien de Brexit bewegingen. Hopelijk blijven ze straks wel hun kazen en mint sauce betaalbaar exporteren.

Veel recepten uit Mrs. Beeton’s boek kwamen alleen wel uit allerlei andere kookboeken. Minstens zes kookboeken zijn als bron geïdentificeerd. Het recept voor toast sandwich kent geen eerdere bron. En dat is ook niet zo gek, want het is een minimalistisch en een beetje vreemd recept. Het wordt wel het goedkoopste lunch recept van Engeland genoemd. Mogelijk dat Mrs. Beeton dit zelf heeft bedacht.

Toast sandwich, waarbij het ‘iets’ een geroosterde boterham is

Het lijkt een typisch recept voor het arme deel van de bevolking, want in de Victoriaanse tijd ontstond dan wel een middenklasse, de armen hadden het nog steeds moeilijk. Maar Mrs. Beeton voegt bij het recept toe dat het ook met vleessnippers of dunne sneden koud vlees op de toast nog steeds heel verleidelijk is voor de eetlust van een invalid. Dit lijkt een merkwaardige toevoeging tot je je realiseert dat in het Victoriaanse tijdperk invalidism een stroming was, en een vreemde, waarbij welgestelde vrouwen uit eigen wil onder andere een zandloperfiguur nastreefden, soms met extreem smalle tailles, en bewust lichamelijk zwak werden. Corsetten hielpen, maar het eten van toast sandwich blijkbaar ook.

Continue reading »

mei 182019
 

Zijn het gestapelde tortilla’s of is het een dubbele quesadilla, ook wel sincronizadas? Ik at het een paar weken geleden in een Mexicaans restaurant. Het was lekker en vooral veel. Bovendien dacht ik: waarom heb ik dit niet eerder bedacht? Het ziet er uit als comfortfood, maar als je een hele dag buiten hebt rond gelopen kun je wel wat energie gebruiken. Dat deed ik vandaag overigens niet, maar dat weerhield mij niet. In het restaurant waren de tortilla’s middelgroot, dus dat kon best een slagje kleiner. Achteraf was het nog best veel. Net te weinig voor twee personen, maar meer dan genoeg voor één persoon. Ik eet morgen het restant als lunch. Ik kan niet wachten!

Een veelgebruikt ingrediënt van quesadilla’s is refried beans, een typisch gerecht uit de Mexicaanse en Tex-Mex-keuken. Ik maak het bijvoorbeeld ook voor de molettes. Voor refried beans kun je bruine, zwarte of kievitsbonen gebruiken, naar gelang je voorkeur. Dit keer voegde ik een fijngesneden teentje knoflook toe op het moment dat de uien glazig werden. En ik gebruikte epazote, in Nederland bekend als welriekende ganzenvoet. Verder gebruikte ik zelfgemaakte salsa voor de gestapelde tortilla’s. Kijk voor het recept hier.

Je kunt goed variëren in dit gerecht. Als vlees gebruikte ik kippendijen, maar je kunt natuurlijk ook gehakt nemen. Ik zou de vleeslaag dan beleggen met gekarameliseerde uienringen. Ik gebruikte jonge maiskolfjes, maar je kunt ook paprika gebruiken. Om maar wat voorbeelden te noemen. De volgende keer maak ik een driepersoonsversie met grote tortilla’s en misschien wel een laag groente extra…

Normaal gesproken eet ik het liefst maistortilla’s, maar die zijn net iets te klein. Wel handig als je een soepje vooraf hebt en voor twee personen kookt. Dit keer gebruikte ik mais-tarwe tortilla’s (medium).

Gestapelde tortilla's

Gestapelde tortilla’s

Continue reading »

mei 112019
 

Hoe de (meeste) Fransen vroeger over de Engelse kookkunsten dachten en misschien ook nog nu nog wel denken, kan je prachtig lezen in het stripalbum ‘Asterix chez les Breton’, bij ons verschenen onder de ietwat vrij vertaalde titel ‘Asterix en de Britten’. In dat verhaal laten René Goscinny en Albert Uderzo zich op vele plekken duidelijk uit over het Engelse eten. Meestal refereren ze daarbij aan warm bier, met ijs gekoelde rode wijn, gekookt vlees en sauce à la menthe – muntsaus. Nu stoven, pocheren of bakken de Engelsen hun vlees vaker dan dat ze het koken. En zelf vind ik Engelse mint sauce overheerlijk. Maar goed, het punt is gemaakt. De Engelse keuken is het niet helemaal voor de Fransen.

Zo heeft ook Obelix medelijden met het stuk vlees van een wild zwijn dat op zijn bord ligt, omdat het is gekookt en wordt geserveerd met muntsaus. En een Romeinse officier heeft medelijden met de leeuwen als hij te horen krijgt dat hij mogelijk gekookt en met muntsaus aan die leeuwen wordt gevoerd. Het album is ook in het Engels verschenen met als titel ‘Asterix in Britain‘ (met weer een subtiele wijziging in de titel). In die versie komen de eetgrappen nog beter tot hun recht.

Het gekookte vlees in het stripalbum refereert mogelijk aan de Schotse haggis. Haggis is een hartige maaltijd van schapenvlees en -organen, ui, havermout, niervet, kruiden en zout, traditioneel gekookt in een schapenmaag. Klinkt a priori niet erg aantrekkelijk. Wij zijn echter een keer in Schotland uitgenodigd om deel te nemen aan een besloten Burns Supper. Dat is een traditioneel diner ter herdenking van de nationale dichter van Schotland, Robert Burns. Het wordt gevierd met een doedelzak en in Schotse kledij, en met haggis en whisky, waar wij waren veel whisky. En de haggis was door de sfeer en mogelijk ook door de drank superlekker.

In de middeleeuwen waren sauzen met munt talrijker in de Franse keuken dan in de Engelse keuken. Dat is nu andersom en naar mijn mening hebben de Fransen hiermee iets verloren en de Engelsen iets gewonnen.

In de Romeinse tijd werd in Italië een aan munt verwante plant gebruikt. Waarschijnlijk Calamintha, wat wij steentijm noemen. In Rome wordt steentijm nog steeds gebruikt, bijvoorbeeld in Carciofi alla Romana, artisjokken op de Romeinse manier. Als de Italianen zich graag presenteren als de uitvinders van pasta én als ze vroeger veel muntsmaak tot zich namen, dan is een maaltijd gebaseerd op spaghetti en muntsaus gewoon toegestaan. Bij dezen.

Continue reading »