jan 202018
 

Onze eigen cheesecake heeft een bodem van digestives. Die kan je kopen, maar ook zelf maken natuurlijk. Traditionele licht zoet en vaag bittere harde koekjes waar in een cirkelpatroon gaatjes in zijn geprikt.

Digestief betekent zoiets als een middel dat de spijsvertering bevordert. En het is één van die woorden waar Nederland en Engeland een andere afslag hebben genomen. In Engeland is het onlosmakelijk verbonden met digestive biscuits – koekjes dus, die je meestal overdag eet. In Nederland is het – eveneens onlosmakelijk – verbonden met een alcoholisch drankje na afloop van een avondmaaltijd. Als je het combineert kun je, als je het gelooft, minstens tweemaal per dag je spijsvertering bevorderen.

Het woord digestive is voor het eerst in de 14e eeuw gebruikt. De verbinding met koekjes wordt pas veel later in de 19e eeuw gemaakt. Zo is er een advertentie uit 1829 waar Abernethy digestive biscuits worden aangeprezen. Deze koekjes zijn in de 18e eeuw in London bedacht door John Abernethy. Al worden deze koekjes tegenwoordig meer geassocieerd met het Schotse dorp Abernethy dan met de persoon Abernethy.

Na 1829 was het hek van de dam. Er was geld te verdienen met spijsvertering bevorderende koekjes. Zelfs in Nederland worden nu nog digestives gemaakt onder de verkoopkreet ‘de enige echte originele Digestive van Nederland’. De ingrediënten per fabrikant, nu en in het verleden, kunnen ook nogal verschillen. Naast allerlei onnodige toevoegingen kan het koekje suiker, moutextract, olie, droge wei, melk, pijlwortel (arrowroot), siroop en havermout bevatten. Daardoor is er geen unieke digestive koekje aan te duiden. Ze zijn er bros of taai, hoog of laag, en met verschillende smaken.

reutelnl-digestive-biscuits-cookie-jar

Willen we wat authentieks, dan kan het beste eerst gekeken worden naar een recept voor Abernethy biscuits. En daarna bijvoorbeeld naar het boek van Robert Wells uit 1890 dat maar liefst drie verschillende recepten voor digestive biscuits bevat.

Continue reading »

jan 132018
 

Menigeen zal in zijn studententijd ’s nachts na een concert of een avond stappen een shoarmazaak zijn binnengestapt om de nachtelijke honger te stillen. De kwaliteit van de shoarma wilde nog wel eens verschillen, maar met een paar biertjes op was je minder kieskeurig. Bovendien was het toen vooral de knoflooksaus die belangrijk was. Mijn studententijd ligt ver achter mij, maar oude gewoontes zijn hardnekkig bleek onlangs. Verschil was wel dat ik bij een concert in Arnhem de BOB was en dat heb ik geweten ook. Het broodje was keihard, net zoals het karige portie shoarma en zelfs de slappe knoflooksaus kon het gebrek aan smaak niet verhullen. Toen de anderen voorstelden nog een broodje te eten, heb ik hard gelachen. Ik was zo onder de indruk van het slechte broodje dat ik een maand later bij mijn lokale (Griekse) snackbar nog eens in geuren en kleuren vertelde hoe slecht dat broodje shoarma wel niet was. Dat terwijl ik te wachten stond op mijn pita met zelfgemaakte gyros en eigen saus. De altijd vriendelijke eigenaar hoorde mij aan en vertelde dat hij trots was op zijn eigengemaakte gyros en saus en zich niet voor kon stellen dat mensen eten ver onder de maat serveerden. En eerlijk is eerlijk, de kwaliteit van zijn gyros proef je ook. Vroeger had ik wel eens een broodje gyros gehad, maar snapte eigenlijk nooit wat er zo bijzonder aan was. Waarschijnlijk ging het al mis bij de saus, dat weet ik niet meer. En het broodje was destijds zeker geen zacht Grieks pitabroodje dat je om het vlees heen vouwt. En het vlees heeft ook geen indruk gemaakt en zal waarschijnlijk vergelijkbaar zijn geweest met het shoarmavlees van die nacht in Arnhem. De details ben ik vergeten, maar gyros stond nooit hoog op mijn lijstje. Waarom ik dan toch weer voor een broodje gyros koos? Simpel. Zien eten, doet eten.

Pita Gyros met tatziki

Pita Gyros met tatziki

Continue reading »

jan 062018
 

In de winkels die ik bezoek soms te koop in de maanden november, december en januari. Romanesco. Ze zijn er ook lang niet altijd, maar als ze er zijn dan kopen we ze. Wel altijd lastig om een ongehavend exemplaar te vinden want ze zijn kwetsbaar. De top en een aantal mini-torentjes zijn er vaak al af.

Prachtig geel-groen gekleurde romanesco. De naam komt van een beschrijving in het Italië van de zestiende eeuw: broccolo romanesco – broccoli uit Rome. Romanesco is inderdaad een koolsoort, die inderdaad verwant is aan broccoli. Maar meer nog aan bloemkool.

Torentjesbloemkool is een treffende Nederlandse naam. Romanesco wordt dan ook gewoon in Nederland gekweekt.

Torentjesbloemkool kan je op dezelfde manier bereiden als bloemkool en broccoli. Maar het mooiste is als je de torentjes nog zichtbaar op je bord hebt. De presentatie verdient daarom net even wat meer aandacht in een maaltijd dan die van broccoli en bloemkool.

Allemaal mooi en aardig, maar een torentjesbloemkool heeft nog veel meer mooie eigenschappen. En daardoor zou je bijna vergeten dat je er een prima quiche mee kan maken.

Continue reading »

dec 302017
 

Kadhi is een Indiaas gerecht en bestaat uit een dikke saus of soep die is gebaseerd op kikkererwtenmeel en yoghurt. In Punjab, in het noorden van India, wordt er vaak pakora, in beslag gefrituurde groente, aan toegevoegd. In Gujarat, in het westen, wordt het meestal gegeten met roti, paratha of rijst. In het zuiden wordt de soep op een andere wijze ingedikt door gepureerde chana dal (splitkikkererwten) een nacht te weken met hele koriander zaadjes en gedroogde peper. En de soep wordt er meestal op smaak gebracht met asafoetida en fenegriek. Yoghurt geeft het gerecht een zure smaak, de reden waarom er soms suiker wordt toegevoegd. Er zijn veel variaties van dik tot dun en met verschillende specerijen. Zo kun je ook een beetje kaneel en kruidnagel toevoegen. En is je yoghurt niet zuur genoeg van smaak, dan voeg je wat amchurpoeder (gedroogd mangopoeder) toe tijdens het kookproces. Kadhi is vrij eenvoudig te maken en je kan de smaken makkelijk aanpassen aan de eters. Als voorafje alleen als soep, met een beetje rijst als voedzaam ontbijt of wat meer als frisse lunch en gevuld met pakora als een goed vullende avondmaaltijd.

Kadhi (yoghurtsoep)

Kadhi (yoghurtsoep)

Continue reading »

dec 232017
 

Kalamata olijven mogen alleen afkomstig zijn uit de Kalamata regio rond de havenstad met dezelfde naam, in het zuiden van Griekenland. Kalamata olijven groeien aan Koroneiki olijfbomen. Dezelfde olijven uit andere gebieden mogen geen kalamata heten, kalamon is dan een veel gebruikte naam voor die olijven.

Prachtige diep paars gekleurde olijven. Met de hand geplukt zodat de huid onbeschadigd en strak om de olijf blijft zitten. Een olijf met stevig vruchtvlees en een sterke smaak.

Los gegeten zijn kalamata’s erg lekker, maar helaas lust niet iedereen olijven. Wat nu. Gewoon gemaakt en toen verteld dat de smaak totaal niet op die van groene en zwarte olijven lijkt (ok, niet helemaal waar). Er zijn er die het verpakte hapje toch hebben geprobeerd – kudos – maar de conclusie blijft dezelfde. Meer voor de anderen dus.

reutelnl-olives-cheddar-dough

Kalamata olijven verpakt in een krokant jasje met kaas. Een hapje voor op tafel.

Continue reading »

dec 162017
 

Ik vertelde al eerder over sambar, een multifunctioneel gerechtje dat ik in India bij verschillende gelegenheden at. Nog zo’n lekker gerechtje is rasam, dat net als de sambar bij een thali wordt geserveerd. Nu worden er in India bij veel gerechten chillies geserveerd, maar als ook het gerecht zelf vuurrood is, ben je voorzichtig. Een behoedzame eter telt in den vreemde voor twee, zeg maar. En niet geheel ten onrechte, rasam noemt men namelijk ook wel ‘pepper-water’. In Tamil te herleiden tot millagai / milagu thanni, en vooral in Engeland bekend in de versie die mulligatawny genoemd wordt. Het gerecht stamt uit het zuiden van India en kent vele varianten. De Engelsen voegden er vlees aan toe, maar van oorsprong is het gerecht zonder vlees. De Engelse Mulligatawnysoep is behoorlijk geëvolueerd de afgelopen eeuwen en lijkt niet echt meer op de oorspronkelijke rasam.

Rasam (peperwater)

Rasam (peperwater)

Rasam eet je als klein bijgerecht bij rijst (waarbij je het zoals bij een thali over de rijst giet en met je hand mengt), maar is door de verwarmende eigenschappen ook heel geschikt als winters tussendoortje als je een uur in de Nederlandse kou hebt rondgelopen. Gewoon als soepje. En je kunt natuurlijk variëren in de sterkte van de pepers. Kasmiripepers zijn milde pepers, maar geven toch nog een lekker kick. Continue reading »

dec 092017
 

Tjsa, met de rare collegetijden van tegenwoordig heb je wel eens een dag vrij als student. Ondanks dat colleges tegenwoordig door het hele land worden gegeven in plaats van allemaal op de universiteit waar de student voor gekozen heeft. Die student reist daarom heel wat af door het land in al dan niet vertraagde treinen. Maar of dat nu de juiste manier is om de binding met de wetenschap te bevorderen en nieuwe kennis op te doen …? Ik geloof er niets van.

Een dag vrij betekent wel genoeg tijd over om een lunch te maken. Een studentenlunch. Niet veel werk en met makkelijke ingrediënten, uiteraard. Afgekeken van 9gag.com, een soort van grappige social-media site met een miljoenen publiek, wordt een bol broodje ineens een gevuld bootje. Gevuld vooral met ei, vlees en kaas.

Een Italiaanse bol, sowieso een favoriet bolletje brood, dit keer naast de smaak ook gekozen om zijn stevige korst. Een stevig eierbroodboot is het resultaat.

Continue reading »

dec 032017
 

Een mens moet pindasaus eten (tenzij je allergisch bent natuurlijk). Pindasaus is niet per se gezond, maar wel erg lekker. Favoriet bij spruitjes, maar ook bij Thai-style noodles of petjil, een van oorsprong Javaanse groentesalade met pindasaus, ook populair in Suriname. De Thai-style noodles zijn bij mij geliefd, ook omdat het snel te maken is. Maar soms varieer ik met de pindasaus, want de ene pindasaus is de andere niet. Heb je bovendien wat meer tijd, dan kun je de pindasaus van pinda’s maken i.p.v. pindakaas. Geeft net iets meer voldoening zeg maar.

Noodles met pindasaus

Noodles met pindasaus

Continue reading »

nov 252017
 

De in Duitsland bekende auteur Erich Kästner schijnt in de vorige eeuw te hebben gezegd “Die Eierschecke ist eine Kuchensorte, die zum Schaden der Menschheit auf dem Rest des Globus unbekannt geblieben ist“. Oftewel. Eierschecke is een soort cake die tot schade van de mensheid op de rest van de globe onbekend is gebleven. De rest is dan alles buiten de deelstaten Saksen, met daarin de steden Leipzig en Dresden, en Thüringen, met daarin de steden Erfurt en Weimar. Beide deelstaten zijn ruim 40 jaar onderdeel geweest van de voormalige DDR. En misschien ligt daar de oorzaak van de huidige onbekendheid elders in de wereld, want aan de smaak kan het niet liggen.

De naam duidt op een lange historie van de cake. In de 14e eeuw droegen mannen een kledingstuk dat in de Duitse regionen Schecke werd genoemd. Het bestond uit een tuniek en werd gewoonlijk gedragen met een riem rond de taille. Zo ontstond een drievoudige aanblik: bovenkant, riem, onderkant. Naar verluidt is de Eierschecke hiernaar vernoemd. De cake heeft een gele toplaag van custard, de eierlaag verantwoordelijk voor het eerste gedeelte van de Eierschecke naam. Onder de custard ligt een met vanille op smaak gebrachte witte kwarklaag. En dat alles op een bodem van gistdeeg.

Vanille werd rond 1520 in Europa geïntroduceerd. Een prijzig goedje, maar daarmee niet onmogelijk dat vanille al vroeg in de cake werd opgenomen. Na het midden van de 19e eeuw lijkt echter logischer, toen ontdekt werd hoe de vanillebloem met de hand bestoven kon worden. De vanilleplant werd daarna door de mens verder verspreid over de wereld. Recent zelfs tot in het Nederlandse Bleiswijk, waar een experiment loopt om te kijken of vanillestokjes in kassen is te oogsten.

Dresdner Eierschecke. Voor het eerst zelf gegeten in het Alte Meister Café & Restaurant in het prachtige Der Zwinger in Dresden. Met naar keuze – als er stoelen vrij zijn – uitzicht op de grote binnenplaats van Der Zwinger of het kleinere Nymphenbad.

Oorspronkelijk in een vierkante of rechthoekige vorm gebakken en dan in rechthoeken geserveerd. Maar in het restaurant in Der Zwinger werd het in een grote ronde vorm gemaakt. Die dus nagemaakt.

Continue reading »

nov 182017
 

Manchego kaas wordt al meer dan 2000 jaar gemaakt van rauwe melk van Manchego schapen in de La Mancha regio in de binnenlanden van Spanje. La Mancha ligt op een hoogplateau en kent mede daardoor koude winters en hete zomers. Grote delen zijn kaal en droog. Schapen gedijen er goed.

De kaas smaakt heel kenmerkend. Pittig, nootachtig en een beetje zoet. Manchego kent een Europese D.O.P. bescherming – een product mag alleen uit een specifieke regio komen – maar over de naamgeving in relatie tot de leeftijd van de kaas zijn de Spaanse producenten het niet helemaal eens. Dat geldt zeker voor de viejo (oude) en añejo (als in nog ouder). Vaak is een viejo tussen de 8 en 12 maanden uit en een añejo tussen de 12 en 24 maanden. Maar helemaal waterdicht is het niet. En of er kazen zijn die ouder zijn dan 2 jaar en wat er dan met die kazen gebeurd is mij onbekend. Viejo en añejo, perfect voor een kaasplankje.

De semi-curado (jong belegen), vaak tussen de 2 en 3 maanden gerijpt, en de curado (belegen), meestal tussen de 4 maanden en 6 maanden jaar gerijpt, passen heel goed in een pasta- of rijstschotel. De versie die veel minder dan 2 maanden is gerijpt, de fresco (hele jonge kaas), die vind je eigenlijk alleen in Spanje zelf.

Manchego kaas wordt in een cilindervorm geperst met een maximale hoogte van 12 centimeter en een maximale diameter van 22 centimeter. Maar net als Blue Stilton wordt het regelmatig in veel kleinere hoeveelheden aangeboden, vaak in dunne schijven van rond de 150 tot 200 gram. En Manchego is geen kaas die je achteloos achteraf aan een maaltijd toevoegt. Gebruik je Manchego, dan kies je de andere ingrediënten er met een beetje zorg bij.

reutelnl-manchego-orzo-chorizo-lemon

Manchego kaas in een pastamaaltijd met een milde kick van chorizo pamplona uit het noorden van Spanje. Chorizo pamplona is een mildere chorizo met fijner gesneden of vermalen vlees en is daardoor minder dominant dan een andere chorizo. Zo blijf je de Manchego goed proeven.

Continue reading »