BroeR

sep 142019
 

Sneetjes brood die zijn geweekt in melk en eieren, daarna gebakken en bedekt met zoetigheid, honing of suiker. Wij kennen het als wentelteefjes, de rest van de westerse wereld veelal als French toast. En de Fransen? Die noemen het pain perdu, verloren brood (brood dat over is), en bedekken dat brood dan regelmatig met fruit.

Maar de oorsprong van het moderne gerecht, op schrift wel te verstaan, kan worden gevonden bij de oud-Romeinen. In de compilatie van recepten van Apicius, vermoedelijk niet later verschenen dan het jaar 300, staat een recept dat niet veel verschilt van een basis recept voor French toast en wentelteefjes. Het verschil? De oud-Romeinen gebruikten geen eieren. In ieder geval niet op schrift.

Waarom noemen we het dan niet Romeinse toast? Het moet een gevolg zijn van wat vroeger de donkere eeuwen werden genoemd. Donker waren ze achteraf gezien niet, maar veel connecties met de klassieken gingen wel verloren. Pas veel later werden de klassieke werken weer bestudeerd. Apicius was waarschijnlijk een tijd lang vergeten en gerechten kregen een nieuwe naam.

Daarom nu eerherstel.

Romeinse toast als ontbijt geserveerd.

Continue reading »

sep 012019
 

Vorige week op de rand van de Eifel, in Duitsland, flammkuchen gegeten. Niet in zo’n modern restaurant, maar in een Duitser dan Duits aandoend café-restaurant. Er stonden traditioneel Duitse gerechten op de kaart, waaronder dus verschillende soorten flammkuchen. En daar sprong er 1 van uit, namelijk een flammkuchen zonder de traditioneel verplichte crème fraiche. Apart. En daarmee was de keuze gemaakt.

Flammkuchen met blauwschimmelkaas, peer en walnoot. Die besteld, maar toen bleek dat er wat mis was gegaan met de levering van de blauwschimmelkaas. Of we camembert als alternatief wilden proberen? Geen blauwschimmelkaas, maar witschimmelkaas. Totaal andere smaak, maar toch geprobeerd.

Resultaat: een superdunne flammkuchen met camembert, peer en walnoot, maar zonder crème fraiche. Goedgekeurd. Zonder crème fraiche zijn de onbedekte delen op de bovenkant van de flammkuchen krokant. Mooie variant van een flammkuchen met crème fraiche, die aan de onderkant krokant is en aan de bovenkant zacht.

Een 28 centimeter lange Flammkuchen op een pizzabord

Maar camembert is nog steeds geen blauwschimmelkaas. Daarom alsnog thuis gemaakt wat ik aan de rand van de Eifel had willen eten.

Continue reading »

aug 172019
 

Op de grens van de Vroegmoderne tijd en de Moderne tijd was er iets merkwaardigs gaande in Italië: de start van de overgang van een Europese keuken naar weer een eigen Italiaanse keuken. Gevoed door lokale en regionale keukens, maar sterk beïnvloed door in een populair kookboek vastgelegde Europese recepten, dat in Italië werd gepubliceerd in 1790, L’Apicio Moderno van de Romeinse chef Francesco Leonardi. Welke saus je bij pasta at, mocht je als lezer zelf bepalen. In 1839 werd het voorschrift dwingend: viermicielli co le pommadoro. Dat recept staat in het kookboek Cucina Teorico Pratica van de in Napels wonende hertog, kok en schrijver, Ippolito Cavalcanti. Het wordt gezien als het eerste ‘spaghetti’-met-tomaten recept.

Het recept is uit 1839, maar vermicelli is al veel ouder. De eerste vermelding is in (de titel van) een compilatie van recepten, De arte coquinaria per vermicelli e maccaroni siciliani (De kunst van het koken van Siciliaanse vermicelli en macaroni), dat vermoedelijk in 1450 verscheen. De auteur van het boek is de al in zijn tijd zeer beroemde culinair expert Martino da Como. Dat het boek over Siciliaans recepten ging, is geen toeval: de middeleeuwse Siciliaanse keuken wordt wel gezien als de eerste echte Italiaanse keuken. Het is daarmee een en al geschiedenis op je bord.

Maar ja, toen kwamen dus tomaten en aardappels. Op 31 oktober 1548 schrijft men in Italië dat tomaten – voor het eerst – veilig zijn gearriveerd, en wel in het huis van Cosimo de’ Medici. Italië moest zijn keuken opnieuw uitvinden, net als de rest van Europa.

Tomaten kenden wel een moeilijke start. Aanvankelijk dacht men namelijk dat tomaten giftig waren. Waarschijnlijk werd de plant toch geïmporteerd omdat hij zo decoratief werd gevonden. In de 2e helft van de 16e eeuw werd de tomaat door de Nederlandse plantkundige Dodoens gouden appel genoemd. Zijn werk werd vertaald naar het Frans door Clusius, die er de Griekse mythe van de gouden appelen van Hera bijhaalde. En mogelijk komt daar de gedachte vandaan dat de tomaat toch heel speciaal was. Hera’s gouden appels zijn namelijk onder andere gelinkt aan onsterfelijkheid. De tomaat werd echter toch maar heel langzaam populairder: ze bleven niet eens heel als je ze bakte. Het eerste recept staat zelfs pas 144 jaar na aankomst op schrift, in 1692. Geen wonder dat dit een tomatensaus recept is, salsa di pomadoro, alla spagnole, tomatensaus op z’n Spaans.

Pasta en tomaten maakten kennis in 1790. In 1839 lijken pasta en tomaten boezemvrienden te zijn geworden. En echte boezemvrienden hebben bijna niemand anders nodig, alleen nog wat zout en peper. Viermicielli co le pommadoro, pasta met saus van tomaten.

Continue reading »

aug 032019
 

Formeel, op schrift, in het 6 volumes tellende kookboek L’Apicio Moderno ossia l’arte di apprestare ogni sorta di vivande, ‘De Moderne Apicius en de kunst van het bereiden van soorten voedsel’, uit 1790 van de Romeinse chef Francesco Leonardi. Een beetje verstopt staat daar dan ineens als optie pasta met een tomatensaus. In volume 3 bijvoorbeeld staat petti di garganelle a diverse salsa, e ragù. En 1 van de ingrediënten die je volgens Leonardi het best kunt gebruiken in de salsa is pomidoro (tomaten met een i). Recepten voor tomatensaus staan in volume 1: culi di pomidoro en sugo di pomidoro. De tomatensaus werd op smaak gebracht met uien, selderij, knoflook, basilicum en peterselie, evenals met ricotta en Parmezaanse kaas. We doen nu nog hetzelfde. Leonardi gebruikte die tomatensauzen om gehaktballen in te braden.

Leonardi legde recepten vast uit minstens 6 landen; hij had tenslotte in vele Europese landen gewerkt. In totaal leverde dat meer dan 3000 recepten op. De invloed van het kookboek was enorm. Door het gebruik van de naam Apicius in de titel van het boek is duidelijk dat hij zichzelf zag als onderdeel van een lange recepten traditie. De 2e editie uit 1807 en 1808 heette simpelweg L’Apicio Moderno. Het is echter geen boek met Italiaanse recepten. Het lijkt er eerder op dat die Europese recepten van grote invloed zijn geweest op wat uiteindelijk die voortreffelijke Italiaanse keuken is geworden, in combinatie met de lokale keukens van Italië.

Informeel, niet op schrift, leerden pasta en tomatensaus elkaar natuurlijk al eerder kennen. Want het eerste op schrift staande recept voor tomatensaus is bijna 100 jaar ouder. Het is te vinden in het kookboek Lo Scalco alla Moderna uit 1692 van Antonio Latini, geschreven toen hij in Napels verbleef. Dat recept heet salsa di pomadoro, alla spagnole (tomaten met een a). Dat spagnole komt van het feit dat toendertijd tomaten via Spanje Italië binnenkwamen. Het recept is waarschijnlijk ook van Spaanse origine. De tomatensaus werd gebruikt als bijgerecht op de eettafel voor vleesgerechten. Tomatensaus en pasta zullen zichzelf in die 100 jaar vast wel eens tegelijkertijd op hetzelfde bord hebben teruggevonden. Maar niet op schrift dus.

Petti di garganelle. Wij schrijven nu garganelle al pettine. En pettine, wat kam betekent, maakt garganelle speciaal. Gegroefde pasta met een tomatensaus recept uit 1692, gemaakt met hedendaagse pomodori (tomaten met een o).

Continue reading »

jul 202019
 

Volgens de Ieren zelf dan. En dat maakt de jambon tot een ontbijtgerecht. Je vindt ze ook in benzinepompwinkels, buurtwinkels en kleine en grote supermarkten. En daardoor is het op het Ierse eiland ook zeer geschikt voor de trek rond 11.00 uur, elevenses, vooral als het de avond ervoor een beetje later is geworden. Bij ons is dat koffietijd, bij de Engelsen thee-met-koekjes tijd, bij Hobbits de tijd voor een maaltijd tussen het tweede ontbijt en de lunch, en in Amerika, in de eerste helft van de 19e eeuw, de tijd om aan de whiskey te beginnen.

Maar bij (een deel van) de Ieren blijkbaar ook de tijd voor een antikaterhapje. Jambon is natuurlijk gewoon Frans voor ham, maar dat is maar 1 van de ingrediënten. De anderen zijn bladerdeeg, kaas en ei. Wij hebben jambon in onze Engelse jaren nooit gezien in de Engelse winkels. Maar het is wel een van de populairste hartige snacks op het Ierse eiland, die jambon. Er is zelf een Iers liedje over deze snack, op de melodie van Jammin’ van Bob Marley & The Wailers. Maar ik kan niet schrijven dat het van dezelfde kwaliteit is.

Je krijgt een Dubliner jambon als je Dubliner cheese gebruikt. Dan denk je dat je kaas koopt die is gemaakt in Dublin, in de Republiek Ierland, een stad die vrijwel halverwege aan de oostkust van het Ierse eiland ligt. Maar Dubliner kaas wordt verrassend genoeg gemaakt in Cork, in het diepe zuiden van de Republiek Ierland. De Britse en Ierse Eilanden, je krijgt er geen vat op. Zij zelf ook niet, gezien de Brexit perikelen. Gelukkig houden lekkere gerechten geen rekening met internationale grenzen.

Irish Jambon uit de oven.

Continue reading »

jul 062019
 

In het weekend nemen we wat meer tijd voor het ontbijt dan doordeweeks. En een ei-gerechtje gaat er dan goed in.

Bakken we een eitje dan strooien we er regelmatig een lekker kaasje overheen. Kaas kan overal bij, niet waar. Dit keer het omgekeerde gedaan. Ei over gebakken kaas gegoten.

Een dunne laag gebakken kaas heet ook wel een kaaskletskop. De kaaskletskop ontstond vast toen iemand zag dat kaas, die naast de andere ingrediënten op de bodem belande, krokant werd. Het is dan een kleine stap om die andere ingrediënten een keertje weg te laten. En een volgende stap is om er toch weer iets bij te doen, een ei dit keer.

Kaaskletskop met spiegelei.

Continue reading »

jun 222019
 

De laatste jaren krijg ik op Vaderdag (moet echt met een hoofdletter) meestal iets simpels, zoals een kaasje die we nog nooit in huis hebben gehad. Heel vroeger ging dat anders. Dan kreeg ik expressieve tekeningen, in elkaar geknutselde ware kunstwerkjes of grote kiezelstenen die enthousiast en kleurrijk waren geverfd. Die kiezels heb ik nog, in gebruik als presse-papier. De tekeningen en knutselwerkjes zijn op een steeds voller wordende vliering beland. In latere jaren werden boeken of tijdschriften gegeven, en nog later dus die kaasjes.

Dit keer ging het anders. Nu was ik sowieso vergeten dat het Vaderdag was – ik heb niet zoveel met vaststaande en verplichte cadeaudagen – dus de verrassing was deze keer echt. Ik kreeg dit keer iets origineels cadeau, de titel van een nieuw recept. Het koste hen wel wat tijd om die te vinden, want wij eten nogal gevarieerd. Alleen niet uit de frituur. Ze weten echter dat iets uit de frituur niet welkom is. Gefrituurd eten is lekker, maar wat moet ik doen met het vet. Bewaren, daarvoor zouden we te weinig frituren. En weggooien na 1 keer gebruiken is zonde. Maar ze vonden dus toch iets dat nieuw was. Ik mocht ook nog eens zelf uitzoeken hoe het te maken, want ze weten dat ik dat leuk vind. En daarmee eigenlijk 2 cadeautjes gekregen.

De gekregen titel was toasted pound cake. Gevonden vermoed ik, al dan niet bewust, door het eten van toast sandwich, een kleine maand geleden. En omdat ze cake lekker vinden, uiteraard.

Eerst de cake gemaakt. En dan het lastige. De cake minstens 2 dagen met rust laten. Niets opeten. Toasted pound cake is lekkerder als de cake wat ouder en daardoor droger is.

Lekker knapperig dessertje of tussendoortje, getoaste cake.

Continue reading »

jun 082019
 

Italië heeft het imago dat het een knoflookland is. Dat iedereen ervan houdt. Maar schijn bedriegt. Door alle lagen van de bevolking zijn er mensen die knoflook haten. Nog zo recent als in 2007 was er zelfs een actie in Italië om knoflook compleet uit alle recepten te weren. Er zou een speciale kaart komen van Italië waar de niet-knoflook restaurants op zouden staan. Een soort van tweedeling van de restaurants. En een dergelijke tweedeling door knoflook is zeker niet de eerste keer in onze geschiedenis.

Bij de Sumeriërs (2600–2100 BC) en ook bij de Babyloniërs (1800-539 BC) werd knoflook als basisvoedingsmiddel en om de medicinale eigenschappen zeer gewaardeerd. Bij de oud‑Egyptenaren (3300-332 BC) stond knoflook in het begin in hoog aanzien, ook voor de medicinale eigenschappen. Toenemende handel leidde tot de import van sterke kruiden vanuit het Oosten. Het gevolg was dat knoflook meer werd gebruikt als voedsel en medicijn voor de armen. Rook je naar knoflook dan kwam je naar verluidt de heiligdommen niet binnen. De heersende klassen namen knoflook hooguit voor de aan knoflook toegeschreven medicinale werking. De lagere klassen aten het in hun dagelijkse leven, om te overleven. Een tweedeling die zich doorzet bij de Grieken (500–146 BC) en later bij de Romeinen (753 BC – 476 AD). Zo maakt de oud-Romeinse boer Simulus, in een gedicht uit de 1e eeuw BC, ’s ochtends moretum, dat bol staat van de knoflook. Arbeiders aten knoflook. Het oud-Romeinse receptenboek Apicius, met recepten voor de hogere klassen, geeft een vergelijkbaar recept voor moretaria, maar daar zit geen knoflook in. De hogere klassen bliefden het niet in hun maaltijden.

2. Dat is het aantal keren dat het Latijnse woord voor knoflook voorkomt in Apicius. In slechts 2 van de in totaal 467 recepten, dat is ruim minder dan een ½ procent. Er is ook een kleinere verzameling recepten, toegewezen aan Vinidarius, de Apici excerpta a Vinidario, uit de 5e eeuw. We weten niet of Vinidarius een echt persoon is geweest, maar van de 33 recepten die hij meldt bevat er geen een een referentie naar knoflook. In de lijst van droge etenswaren die je in huis moet hebben staat het wel, als aliu, algemeen vertaald als knoflook. Het is ook onduidelijk of Vinidarius echt een uittreksel van de recepten in Apicius geeft, zoals de titel suggereert. Ze lijken erop qua stijl, maar de overlap is klein. Wetenschappers zijn het op dit punt ook niet echt met elkaar eens. Samen geven Apicius en Vinidarius wel een goed beeld van wat mensen aten die tot de hogere klassen in hun samenleving behoorden, en daar hoorde knoflook dus niet echt bij.

Koude en voedzame sala caccabia, met knoflook, en zuiverende posca

Knoflook splijt naties. En dat maakt die 2 recepten met knoflook in Apicius extra speciaal.

Continue reading »

mei 252019
 

Toast sandwich of toasted sandwich, een wereld van verschil.

De sandwich is een Engelse uitvinding. Het verhaal gaat dat John Montagu, 4e Earl of Sandwich, in de achttiende eeuw graag vlees wilde eten, maar ook wilde blijven kaarten zonder zijn handen vies te maken of een vork te moeten gebruiken. Zijn kok bedacht twee sneden brood, niets anders dan verpakkingsmateriaal, met ‘iets’ ertussen. In John Monutagu’s geval is dat ‘iets’ vlees. En zijn adellijke kaartvrienden zouden hebben geroepen ‘hetzelfde als Sandwich’. Hadden wij zulke adel gehad, dan had de sandwich een Nederlandse naam gehad. Onze belegde boterham, nu bekend in de wereld als een open sandwich, bestond namelijk al in de zeventiende eeuw, maar was onbekend in Engeland.

Ook toast sandwich is een echte sandwich. Toast sandwich staat voor het eerst op schrift in 1861, in Mrs Beeton’s Book of Household Management. Het boek kende vele herdrukken en was razend populair. Al in 1868 waren er bijna 2 miljoen exemplaren van verkocht. En dat allemaal in de Victoriaanse tijd, waarin vele nieuwe dingen ontstonden, waaronder de industriële revolutie en (als tegenstroming) een conservatieve ietwat serieuze levenshouding. Engeland was toen een wereldmacht en eigen baas ook ver buiten de eigen eilanden. Daar denken velen tegenwoordig blijkbaar met weemoed aan terug, gezien de Brexit bewegingen. Hopelijk blijven ze straks wel hun kazen en mint sauce betaalbaar exporteren.

Veel recepten uit Mrs. Beeton’s boek kwamen alleen wel uit allerlei andere kookboeken. Minstens zes kookboeken zijn als bron geïdentificeerd. Het recept voor toast sandwich kent geen eerdere bron. En dat is ook niet zo gek, want het is een minimalistisch en een beetje vreemd recept. Het wordt wel het goedkoopste lunch recept van Engeland genoemd. Mogelijk dat Mrs. Beeton dit zelf heeft bedacht.

Toast sandwich, waarbij het ‘iets’ een geroosterde boterham is

Het lijkt een typisch recept voor het arme deel van de bevolking, want in de Victoriaanse tijd ontstond dan wel een middenklasse, de armen hadden het nog steeds moeilijk. Maar Mrs. Beeton voegt bij het recept toe dat het ook met vleessnippers of dunne sneden koud vlees op de toast nog steeds heel verleidelijk is voor de eetlust van een invalid. Dit lijkt een merkwaardige toevoeging tot je je realiseert dat in het Victoriaanse tijdperk invalidism een stroming was, en een vreemde, waarbij welgestelde vrouwen uit eigen wil onder andere een zandloperfiguur nastreefden, soms met extreem smalle tailles, en bewust lichamelijk zwak werden. Corsetten hielpen, maar het eten van toast sandwich blijkbaar ook.

Continue reading »

mei 112019
 

Hoe de (meeste) Fransen vroeger over de Engelse kookkunsten dachten en misschien ook nog nu nog wel denken, kan je prachtig lezen in het stripalbum ‘Asterix chez les Breton’, bij ons verschenen onder de ietwat vrij vertaalde titel ‘Asterix en de Britten’. In dat verhaal laten René Goscinny en Albert Uderzo zich op vele plekken duidelijk uit over het Engelse eten. Meestal refereren ze daarbij aan warm bier, met ijs gekoelde rode wijn, gekookt vlees en sauce à la menthe – muntsaus. Nu stoven, pocheren of bakken de Engelsen hun vlees vaker dan dat ze het koken. En zelf vind ik Engelse mint sauce overheerlijk. Maar goed, het punt is gemaakt. De Engelse keuken is het niet helemaal voor de Fransen.

Zo heeft ook Obelix medelijden met het stuk vlees van een wild zwijn dat op zijn bord ligt, omdat het is gekookt en wordt geserveerd met muntsaus. En een Romeinse officier heeft medelijden met de leeuwen als hij te horen krijgt dat hij mogelijk gekookt en met muntsaus aan die leeuwen wordt gevoerd. Het album is ook in het Engels verschenen met als titel ‘Asterix in Britain‘ (met weer een subtiele wijziging in de titel). In die versie komen de eetgrappen nog beter tot hun recht.

Het gekookte vlees in het stripalbum refereert mogelijk aan de Schotse haggis. Haggis is een hartige maaltijd van schapenvlees en -organen, ui, havermout, niervet, kruiden en zout, traditioneel gekookt in een schapenmaag. Klinkt a priori niet erg aantrekkelijk. Wij zijn echter een keer in Schotland uitgenodigd om deel te nemen aan een besloten Burns Supper. Dat is een traditioneel diner ter herdenking van de nationale dichter van Schotland, Robert Burns. Het wordt gevierd met een doedelzak en in Schotse kledij, en met haggis en whisky, waar wij waren veel whisky. En de haggis was door de sfeer en mogelijk ook door de drank superlekker.

In de middeleeuwen waren sauzen met munt talrijker in de Franse keuken dan in de Engelse keuken. Dat is nu andersom en naar mijn mening hebben de Fransen hiermee iets verloren en de Engelsen iets gewonnen.

In de Romeinse tijd werd in Italië een aan munt verwante plant gebruikt. Waarschijnlijk Calamintha, wat wij steentijm noemen. In Rome wordt steentijm nog steeds gebruikt, bijvoorbeeld in Carciofi alla Romana, artisjokken op de Romeinse manier. Als de Italianen zich graag presenteren als de uitvinders van pasta én als ze vroeger veel muntsmaak tot zich namen, dan is een maaltijd gebaseerd op spaghetti en muntsaus gewoon toegestaan. Bij dezen.

Continue reading »