Damten

mrt 192017
 

De pinda’s hadden al even wat minder aandacht gehad op Reutel, dus tijd voor een update van Project P(inda). Wat maakt iets typisch Surinaams? Als gerecht noem je dan al snel roti, pom en pindasoep, hoewel ik de Javaanse bami goreng met toebehoren ook wel zo noem. Heb je het over ingrediënten dan kom je waarschijnlijk snel uit bij zoutvlees en de gele madame jeanette-peper. Die overigens vaak een adjuma-peper blijkt te zijn. De aromatische madame jeanette is iets smaller en langwerpiger, terwijl de adjuma meer gedrongen is. Beiden zijn ietwat grillig van vorm, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de gewone rode peper die heel glad is. En beiden zijn akelig heet. Bij het bereiden kan het geen kwaad een handschoen te dragen. Of gewoon hééééééél voorzichtig zijn en niet in je ogen wrijven of aan je neus krabben voordat je je handen grondig hebt gewassen. Pas ook vooral op met wondjes. ‘Het is maar een tip’, zei de ervaringsdeskundige.
Een simpel bijgerechtje of als snack bedoeld. Makkelijk als je het maar ruim van te voren begint.

Surinaamse pinda's

Surinaamse pinda’s

Continue reading »

mrt 052017
 

Je kunt het Surinaamse bami goreng noemen, maar veel mensen in Suriname noemen het Javaanse bami. Wat het feitelijk ook is. In twee weken tijd heb ik het drie keer gegeten, allemaal even lekker. Bij een eettentje (‘Kasan’) buiten Paramaribo, op weg naar de Jodensavanne, kreeg ik de lekkerste sambalsaus. Pittig, licht brandend op de lippen, maar niet schroeiend heet. Ik had desondanks genoeg aan de sambal bij het gerecht, onze chauffeur haalde er nog een bakje bij. De kip was overigens ook helemaal goed. Helaas was er weinig tijd om lokaal echt boodschappen te doen, maar op het vliegveld van Paramaribo vond ik gelukkig nog een flesje ‘Inke’s Peper Sambel – Voor uw bamie en nasie’.

Hoewel in veel Surinaamse recepten zoutvlees, zoutvis of de maggi-blokjes worden gebruikt, is daar hier geen sprake van. Maar het zout zit ditmaal in de ketjap. Je kunt zoete ketjap gebruiken of gekruide ketjap, maar de echte hitte komt van de ‘Peper Sambel’. Ik ben nu al verslaafd aan het spul, maar het probleem is dat ik maar één flesje heb meegenomen. Nu dus kijken of ik een adresje hiervoor kan vinden.

Javaanse bami

Javaanse bami

Continue reading »

jan 222017
 

Ik vroeg mij altijd af wat je met die kleine garnaaltjes kon doen die bij de toko in de koeling of de vriezer liggen. Net zoals die kleine visjes. Alleen die visjes gaf ik aan mijn kat, die ze smakelijk verorberde. Totdat ik een keer een recept tegenkwam voor aantrekkelijk gekleurde gestoomde Chinese pompoencake. Die bleek er niet alleen fraai uit te zien, maar smaakte ook heerlijk. De eerste poging begon ik met een kleine dosis garnaaltjes, maar na een tijdje gebruikte ik het normale gewicht aan garnaaltjes. En intussen kwam ik in een restaurant als voorafje de gestoomde rettichcake tegen, ook met garnaaltjes. En lekker… Je moet er wel wat voor doen, maar het is geheid een succes. Qua receptuur heeft het bovendien veel weg van de pompoencake, alleen de structuur is wezenlijk anders. Eet het opgebakken met een dipsausje, bijvoorbeeld chili-olie met sojasaus. Of met zoete zwarte rijstazijn.

Rettichcake

Rettichcake

Continue reading »

jan 092017
 

Wanneer ik bij Sansan eet in Rotterdam, dan bestel ik steevast de sichuan eggplant. Die gaat geheid op, zeker als mijn tafelgenoten het ook proeven. De aubergine is zijdezacht en de saus is onnavolgbaar. Fishfragrant eggplant heet het recept ook wel, de saus zelf Yushiang, wat een mengsel is van rijstwijn (shaoxing), zwarte rijstazijn (Chinkiang), chilibonenpasta (toban jiang), sojasaus en gemalen sichuanpepertjesHet geheim van de zijdezachte aubergine is dat deze in de olie gebakken is. Heel veel olie. Hoe lekker ook, die zonde bewaar ik graag voor mijn bezoekjes aan Sansan. Ook met een minder calorierijke bereiding is het recept door de saus nog steeds overheerlijk. Normaal gesproken maak je het gerecht met gehakt, maar je kunt het ook prima met kip maken, zoals in onderstaand recept, dat een afgeleide is van die van Fuchsia Dunlop.  En een vegetarische versie is helemaal eenvoudig. Neem bij voorkeur chinese aubergines, maar heb je die niet bij de hand, dan kun je die dikke aubergines ook gebruiken.

Fish-fragrant aubergines met kip

Fish-fragrant aubergines met kip

Continue reading »

dec 102016
 

Ik zag ze staan in de folder en ik wist het meteen, die moest ik hebben! Tamarillo’s. Ook wel boomtomaat genoemd. Vooral ook omdat ik zeker wist dat ze niet naar tomaat smaakten, stond ik nog geen uur later voor het schap met exotisch fruit. De vrucht komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika, maar kwam via Azië terecht in Nieuw-Zeeland. Daar kreeg het in 1967 de naam Tamarillo, omdat de oude naam ‘boomtomaat’ voor teveel verwarring zorgde. Er zijn gele en rode varianten. En de naam zou komen van ‘Tama’, wat in de Maori-taal leiderschap betekent en ‘amarillo’ wat geel betekent in het Spaans. Niets geen idyllisch Zuid-Amerikaanse vruchtje, gewoon platte commercie. Wel lekker, dat dan weer wel.

Home-made burger met tamarillo-salsa

Home-made burger met tamarillo-salsa

Continue reading »

nov 282016
 

Eens niet uit Sichuan, maar uit het belendende Hunan. Een Chinese provincie die ongeveer 5 keer zo groot is als Nederland. En geboorteplek van Mao Zedong. Volgens Dictators’ Dinners – A bad taste guide tot entertaining tyrants was ‘Hong shao rou’ zijn favoriete gerecht. Het oorspronkelijke gerecht waarvan mijn versie van dubbelbereid spek een eigen interpretatie is. Mao at het gerecht twee keer per maand omdat hij er van overtuigd was dat het zijn cognitieve vermogens versterkte. Bij hem moest het vlees wel afkomstig zijn van het Ningxiang-varken, een ras van meer dan 1000 jaar oud.

Waar de keuken van Sichuan wordt gekenmerkt door de pittigheid die ‘verdovend heet’ wordt genoemd, staat de eenvoudige keuken van Hunan bekend als ‘droog heet’. Ik geloof dat ze elkaar maar watjes vinden. Beiden kunnen in ieder geval schroeiend heet zijn. Maar ook heel verwarmend zonder dat alles verschroeit. Tijdens en na het eten.
Eén van de gerechten die je zo pittig kunt maken als je zelf wilt, is ‘Tu dou wei niu rou’, gestoofd rundvlees met aardappelen. Een echte maaltijd voor de winter. En Mao zal het ongetwijfeld gegeten hebben. De aardappelen nemen alle smaken in zich op en smaken daardoor geweldig. Ik gebruik meestal sucade, omdat ik dat nu eenmaal erg lekker vind, maar ander rundvlees dat geschikt is om te stoven kan ook.

Tu dou wei niu rou

Tu dou wei niu rou

Continue reading »

nov 062016
 

China meets spruitjes. Op een gegeven moment ga je toch je eigen mix van gerechten maken. Simpelweg omdat je niet altijd de juiste ingrediënten in huis hebt. Wat ik al eerder opmerkte, dat begint in het studentenhuis. En dan komt vanzelf de dag dat je spruitjes eet met dubbelbereid spek. Deze manier van bereiden is een Chinese manier om er voor te zorgen dat de taaiheid van het vet verdwijnt. Zo maakte ik ooit eens een gerecht waarbij het zwoerd van het spek volledig van textuur veranderde en het vet bijna de textuur kreeg van gelei. Verrassend vanaf de eerste hap. Dat soort texturen zijn we niet gewend. Het spekvet in dit gerecht verdwijnt voor een groot deel bij de bereiding, vooral in de tweede stap, dus wees niet te benauwd over de hoeveelheid vet. Door deze manier van bereiden blijft het vlees soepel en zacht.

Spruitjes met tweemaal bereid spek

Spruitjes met tweemaal bereid spek

Continue reading »

okt 242016
 

In de reeks makkelijk-makkelijker-allermakkelijkste, mag ik van u de komkommer in zoetzuur? Zoooooo makkelijk. Ook maar een beetje werk, stelt echt weinig voor. Maar het resultaat is lekker. Op brood, vooral in combi met kaas uiteraard, maar ook bij een pittige oosterse of Surinaamse maaltijd. En een paar weken goed te houden als je tenminste schoon eetgerei gebruikt om de komkommer uit de pot te halen. Maar ik zou het sowieso eerst een weekje of anderhalf laten staan. Dat kan gerust buiten de koelkast, maar als je een pot eenmaal hebt open gemaakt, dan blijft de komkommer lekker fris en knapperig in de koelkast.

Komkommer in zoetzuur

Komkommer in zoetzuur

Continue reading »

okt 092016
 

Sinds enige jaren ben ik in de ban van de keuken van Sichuan met zijn geweldige smaken en relatief eenvoudige gerechten. Met dank aan ‘Sichuan Cookery’ van Fuchsia Dunlop, hier al vaker genoemd en geroemd. Er is over het algemeen weinig poespas aan deze boerenkeuken. Maar wel vol met complexe smaken. Vooral de eerste keer dat je bijvoorbeeld roodgestoofd rundvlees eet of fishfragrant aubergine (zonder vissmaak overigens) weet je niet wat je proeft.  En elke volgende keer blijft een smaaksensatie. Dit recept met knapperige lotuswortel, of beter gezegd de wagenwielen met rode fliebertjes, komt ook uit het boek van Dunlop. Dit gerecht, vol smaak door een badje van suikerwater met rijstazijn, dook vandaag weer op in een tweet over een twetentje van enige jaren geleden. In het chinees heet het gerecht shan hu xue lian, wat in het Engels is vertaald met coral-like snow lotus.  Alleen de naam is al prachtig. In mijn vriendenkring is dat dus verbasterd tot ‘wagenwielen met rode fliebertjes’. Minder poëtisch, maar toch in stijl zou ik zeggen.
Lotuswortel koop je vers bij de toko. Of in de diepvries bij de toko, alleen is daar wat mee gedaan, want lotuswortel is niet van zichzelf zo kristalwit… Ik koop dus verse lotuswortel.

Wagenwielen met rode fliebertjes

Wagenwielen met rode fliebertjes

Continue reading »

sep 252016
 

Piccalilly komt oorspronkelijk uit India. Wie het naar Europa heeft gebracht, de Engelsen of de Nederlanders, is onbekend, al waren de Portugezen zo’n 100 jaar eerder in India. India was een geliefd handelsgebied vanwege onder meer de zwarte peper en textiel. In een 17de eeuws Nederlands kookschrift komt al een verwijzing naar piccalilly voor in de vorm van Aathia Lily (overigens zijn er meer schrijfvormen). Het Aathia slaat op atjar of achar, een van oorsprong Perzisch woord dat is overgenomen door Indiase en Sri Lankaanse keuken. Wij kennen het vooral van de atjar van de Chinees om de hoek. Dat plastic zakje met zure kool dat je soms als bijgerecht krijgt. De kleur is afkomstig van geelwortel of kurkuma (India) of koenjit (Indonesië).
Het Lily lijkt te verwijzen naar het Indiase woord Lehya. Dat wordt gebruikt voor voedsel dat bedoeld is om op te likken. In een cultuur waarin met de hand gegeten wordt, natuurlijk niet heel vreemd.

De oudste recepten gebruiken mosterdmeel en gemalen kurkuma om de saus te binden, tegenwoordig gebruiken we bloem. Het mosterdmeel en kurkuma zijn echter ook smaakmakers, dus de piccalilly van vroeger zal door de verschillende hoeveelheden ook anders hebben gesmaakt dan de hedendaagse piccalilly. De groenten worden vanouds gepekeld, om ze fris en knapperig te houden. Je moet het een keer gedaan hebben, maar ik ben er geen fan van. Het hoeft ook niet, want de azijn voorkomt het bederf van de groenten. En zout voeg ik ook minimaal toe, aangezien ik augurk en zilveruitjes in zuur gebruik. Jawel, uit een pot. Een soort van vals spelen of een stukje afsnijden zou je kunnen zeggen.

Een eerste keer maakte ik twee versies, een gewone en ééntje met gochugaru (Koreaans peperpoeder), die ik normaal voor mijn kimchi gebruik. Grappig genoeg was de versie met de gochugaru niet echt pittig te noemen, maar kreeg de piccalilly wel een mooie volle kruidige smaak. Dit keer maakte ik weer twee versies. Een gewone en ééntje waaraan jalapeños in het zuur zijn toegevoegd. India meets Mexico. Of noemen we het fusion? Het resultaat is verfrissend pittig.

Piccalilly

Piccalilly

Continue reading »