Damten

aug 182018
 

Paksoi, bijna iedereen kent die witte knapperige stukken groente wel van de Chinees. Paksoi – ook wel bok choy – is een koolsoort, maar wel een bladgroente. In de supermarkt liggen ze ook, lange witte stelen met een karig en meestal al verlept blad. Blijkbaar vindt de supermarkt dat paksoi er zo uit hoort te zien. De lekkerste (en mooiste) paksoi koop je echter bij de toko. Voor hetzelfde geld of waarschijnlijk goedkoper. Met nog een belangrijk verschil: de paksoi ziet er fris uit. En meestal vind je bij de toko kleinere stronkjes met meer blad. En dan ook nog in twee varianten, de gewone paksoi en de shanghai paksoi, waarbij ook de stelen groen zijn. Persoonlijk heeft die ook mijn voorkeur. Shanghai paksoi heeft grote sappige bladeren die heerlijk smaken in een frisse salade of die je grof gesneden roerbakt met wat knoflook en garnalen. Van beide varianten is ook de mini-variant geliefd, want je kunt ze in hun geheel eten. Zogenaamde baby-paksoi (op de foto) of baby shanghai-paksoi leent zich bovendien heel goed om te stomen. Het heeft maar een paar minuten nodig en binnen de bereidingstijd maak je heel eenvoudig en snel een passend sausje. Aangezien ik bijna wekelijks wel een toko binnenloop, eet ik dit gerecht ook bijna wekelijks. Ook als je namelijk druk bent en geen tijd of zin hebt om te koken, dan heb je nog snel een lekkere groente op tafel. Ook handig voor een uitgebreide maaltijd met gasten. In de laatste vijf minuten van je kooktijd kun je dit bereiden, zonder stress. Geen baby-paksoi voorradig bij de toko, neem dan de gewone variant en halveer de stronkjes in de lengte. Eventueel kan je ook de supermarktvariant gebruiken, maar mijn ervaring is dat die stronken te karig zijn en beter geschikt zijn om te roerbakken.

Gestoomde baby paksoi met een knoflook-oestersausje.

Gestoomde baby paksoi met een knoflook-oestersausje.

Continue reading »

aug 042018
 

Curry’s heb je in alle soorten en maten, van kleddernat tot heel droog. De natte curry’s lenen zich goed om met naan of ander zacht brood te eten. Een droge curry is lekker met rijst of chapatis. En met bijgerechten als sambar of rasam. Maar er zijn geen regels voor. Eet wat je praktisch lijkt en vooral wat je lekker vindt. Zoals bijvoorbeeld wortels. Alleen hebben wortels die je tegenwoordig in de supermarkt koopt nog maar weinig smaak, tenminste dat is mijn ervaring. Ze moeten blijkbaar vooral knapperig zijn, maar met het verder ontwikkelen van de wortels zijn ze vergeten de smaak mee te nemen. Uitzondering daarop zijn de winterwortels. Winterwortels doen het goed in stoofschotels, maar ook in soepjes. En als je ze julienne snijdt of raspt kun je ze ook goed gebruiken als vulling in verse (Thaise) loempia’s of anderszins. Of je maakt er een lekkere curry van.

Droge wortelcurry (met rasam)

Droge wortelcurry (met rasam)

Continue reading »

jul 212018
 

Het is nog steeds warm in de keuken, dus nog steeds de tijd van makkelijke maaltijden. En garnalen lenen zich daar bij uitstek voor. De wetenschappelijke achtergrond en verschillen tussen de verschillende soorten garnalen (wel of geen garnaal), is mij te lastig. Doorgaans worden alle kleine schaaldieren die als garnaal gezien worden, ook zo genoemd. Er zijn letterlijk duizenden soorten, veelal aangepast aan de plaatselijke omstandigheden. In Nederland kennen we vooral de Noordzeegarnaal, een klein beestje van nog geen twee cm groot. Zelden vers aangeboden, want het schijnt dat de meeste garnalen in Marokko worden gepeld. Doorgaans ook heel prijzig, daarom ook niet voor iedereen weggelegd. Populair zijn de grotere varianten, die we met name kennen uit de Aziatische keuken. In Azië worden garnalen massaal gekweekt, zowel de zoetwater- als de zoutwater-varianten. Overigens zijn deze garnalen nog steeds niet goedkoop, maar als je de beschikking hebt over een pasje van een groothandel, dan wil dat vaak veel schelen. Zowel de ‘verse’ variant als de ingevroren versie.

Veel mensen zijn dol op garnalen, maar sommige mensen vinden ze ook ietwat ‘eng’. Nu heb ik allerlei soorten eters in mijn omgeving. Van vegetariërs (vega’s) tot veganisten (vegans is de hippe benaming heb ik vandaag geleerd) en van vleeseters tot viseters en alles wat daar tussenin zit. Een mooie variant is iemand die geen dieren eet dat geen twee of vier poten heeft. Vis mag typisch genoeg dan weer wel, maar verder niets wat van de 2-of-4-poten-regel afwijkt. Schelp- en schaaldieren vallen dus af, maar ook inktvis en octopus. Ik heb de achtergrond van deze bijzondere selectiemethode nog niet weten te doorgronden. Geen garnalen dus. Kroepoek wordt dan weer wel gegeten, hoewel de meeste kroepoek tegenwoordig nog nooit een garnaal van dichtbij heeft gezien.

Gefrituurde garnalen met peper en zout

Gefrituurde garnalen met peper en zout

In mijn kookschriftje zitten verschillende garnalenrecepten, zoals de dronken garnalen (geheid een succes), maar ook deze gefrituurde garnalen met peper en zout, eveneens afkomstig uit de Chinese keuken. Echt niet moeilijk en bovendien lekker snel en geschikt om op een zomers avond met wat stokbrood en een soepje te eten. Met je handen uiteraard.

Continue reading »

jul 072018
 

Over het algemeen nodigt warm weer bij mij niet heel erg uit tot koken, zeker niet met een keuken onder het platte dak. Lekkere broodjes eten is hier dan het devies, niet zelden vergezeld van een soep. Al eerder schreef ik een post over sour-and-hotsoup, een verreutelde versie van een recept van Fuchsia Dunlop. Deze goed gevulde soep is favoriet op een winteravond. Dit is een andere variant, met het befaamde ‘vallend ei’. Iets minder zwaar, maar even zo goed toch ook vullend genoeg voor een zomerse dag. Zonder vlees, maar met gedroogde chinese champignons en wel de huāgū-variant. De hoed van de champignon lijkt iets gebarsten, waardoor er een bloemmotief is ontstaan. Deze champignons zijn doorgaans iets duurder dan de reguliere gedroogde champignons, maar het is de moeite waard. Gedroogde champignons staan bekend om de umami-smaak, veel meer dan van verse champignons. Doorgaans is drie kwartier wellen in heet water voldoende, langer mag ook en is zelfs beter. Heb je geduld en weet je vandaag al wat je morgen wilt gaan eten, dan laat je ze 24 uur staan in koud water. Dat schijnt de smaak nog meer ten goede te komen. Als je geduldig bent dus… Anders doe je het op de snelle manier en dan staat je soep met een uurtje op tafel.

Heet-zure soep

Heet-zure soep

Continue reading »

jun 232018
 

Voorop gesteld, ik bezit geen barbecue en ik barbecue dan ook niet vaak. Ik ben dus zeker ook niet iemand die op pseudowetenschappelijk wijze zijn hamburger gaart. Of weet welke stukken vlees nu hip zijn om op de barbecue te laten verbranden. Of in een heel duur groot groen ei. Het is in ieder geval grappig hoe sommigen het barbecueën benaderen, waarbij de barbecue soms bijna een heiligdom is geworden met voorschriften. Zo willen sommigen per se geen vis of garnalen in het apparaat. Eigenlijk is dat helemaal niet grappig, want niets zo lekker als een visje gestoomd met knoflook of een lekkere sambal. Om over knoflookgarnalen maar niet te spreken! Nee, ik vind barbecue vooral leuk vanwege de vele hapjes eromheen en daarmee de gezelligheid. Ik eet veel liever een eigengemaakte aardappelsalade of een gevulde portobello met geitenkaas, wat noten en honing dan de zoveelste hamburger of kipsaté. (Ja, beste lezer, ik weet het. Ik heb die van jou nooit geproefd.) Wel mag ik graag een barbecue organiseren voor grote gezelschappen. Het is wellicht de controlfreak in mij, ik weet nl. graag wat ik eet. Mijn record staat nog steeds op 65 man met daarbij allerlei eetwensen van mensen met verschillende overtuigingen en diëten. Het ruime budget wat ik destijds ter beschikking had, maakte het een waar eetfestijn. Deze week mocht ik voor een man of 25 een barbecue organiseren tegen een beperkt budget. Een herhaling van vorig jaar, na afloop van een toernooi als afsluiting van het seizoen. Dat kost uiteraard wat voorbereiding en is bovendien een excuus om niet van ’s ochtends 10 tot ’s middags 4 constant tegen een balletje aan te slaan. (Balletje? Jawel, want ik pingpong.) Uit ervaring weet ik dat de gasten voor deze barbecue na een dag sporten gewoon een snelle hap willen en niet te lang willen wachten tot hun vlees gaar is. Saté en shaslick werden groot ingeslagen bij de groothandel, evenals wat andere soorten vlees. Met uitzondering van de hamburgers, want uiteraard is er iemand die de hamburgers zelf gaat maken en bereiden :). Ik gun ieder zijn plezier en heb dan ook niets gezegd van het plakje nepcheddar dat op de pseudowetenschappelijk bereidde hamburger werd gelegd.

Gedurende de dag moet er uiteraard ook voor de inwendige mens gezorgd worden en voor de lunch maakte ik dit jaar onder andere een eiersalade voor op een broodje. Zoveel lekkerder dan de meeste kant-en-klare eiersalades. En een soepje. Vorig jaar maakte ik een lekkere pindasoep, dit jaar maakte ik rasam oftewel peperwater. Voor de barbecue zou ik voor een kleiner gezelschap een eenvoudige huzarensalade hebben gemaakt, maar die kwam bij de groothandel vandaan dit jaar. Wel maakte ik onder andere een knoflookboter, een knoflooksaus en een pittige komkommersalade. Drie zaken die wat mij betreft niet bij een barbecue mogen ontbreken. De knoflookboter is overigens ook heel geschikt om met een vis te stomen op de barbecue. Als dat tenminste mag van de eigenaar…

Knoflookboter, knoflooksaus en 'smacked cucumbers'

Knoflookboter, knoflooksaus en ‘smacked cucumbers’

Continue reading »

jun 092018
 

Refried beans kennen we vooral uit de Mexicaanse en de Tex-Mex keuken, maar worden ook veel gegeten in tal van Latijns-Amerikaanse landen. Refried wil in dit geval zeggen gekookt en vervolgens gebakken en gepureerd. Op z’n Hollands: bonenpuree, soort van. En er zijn natuurlijk verschillende varianten. Vaak wordt het gemaakt met kievitsbonen, met name in de Tex-Mex-keuken, vanwege de lichte kleur en de smeuïge consistentie. De kievitsboon is bovendien een ietwat zoetige boon. Maar ook zwarte bonen en kidneybonen worden veel gebruikt, vooral in Mexico. Wanneer men de zwarte bonen als basis neemt, wordt vaak het kruid epazote toegevoegd. Dat heeft een menthol-oregano-achtige smaak. Het is echter lastig te verkrijgen in Nederland, zeker vers. Als vervanging wordt soms wat verse koriander gebruikt of je kunt Mexicaanse oregano gebruiken. Ook wellicht afhankelijk van het gerecht of de combinatie van gerechten. Ik gebruik gedroogde epazote, maar misschien vind ik het met Mexicaanse oregano nog wel lekkerder. Refried beans wordt veel gegeten als bijgerecht, maar je kunt er ook je taco’s mee vullen. Of geroosterd brood mee besmeren en bestrooien met kaas: molettes.

Molettes - Bonenpuree met kaas en salsa op toast

Molettes – Bonenpuree met kaas en salsa op toast

Continue reading »

mei 262018
 

In Livorno at ik meestal scampi en geen gamberi. In Italië betekent scampi (enkelvoud: scampo) langoustines, oftewel de Noorse kreeft, een kleine kreeftachtige met een rozig pantser en twee scharen. Wij Nederlanders gebruiken scampi meestal om diepzeegarnalen mee aan te geven. Als de kop er nog aan zit, wordt het gamba genoemd. Zonder kop scampi. Grappig wordt het als aan scampi door Nederlandse restauranthouders nog een -s wordt toegevoegd, scampi’s. De meervoudsvorm van een meervoudsvorm als het ware. Het enkelvoud scampo wordt in Nederland echter niet gebruikt, dus de verwarring is niet vreemd.

Wel, ik gebruikte garnalen, dus gamberi, in plaats van langoustines, scampi. Het is mijn poging om een wonderlijke salade die ik at in een restaurantje in een steegje achteraf na te bootsen. Ik eet nauwelijks salades. Wellicht omdat ik er de finesse nooit van begrijp, maar ook omdat ik liever een substantiële hap groente eet, dan een paar blaadjes groen. Maar er is voor alles een uitzondering. Ik koos het omdat ik at in een traditioneel restaurant, zonder poespas. Geen toerist te bekennen, maar behalve een paar Nederlanders met hun begeleider dus. Het was een grote huiskamer, waarbij vissenkoppen uit muur kwamen zetten. Een grote zwaardvis keek mij dreigend aan gedurende de avond. Ik zou dan ook geen zwaardvis eten. Ik koos vooraf een eenvoudige salade met rucola, scampi en pomodori. Jawel, tomaten. Ik had mijzelf beloofd minimaal één keer tomaten te eten, rauw dus. Ongekookt, ongegrild, ongebakken etc. Wie mij kent, weet dat ik lang geen tomaten bliefde anders dan in de soep of in een fles ketchup. Toen er thuis vroeger pasta met tomatensaus werd gegeten, was er voor mij een apart pannetje zonder saus. Ik gebruikte gewoon ketchup om mijn pasta met gehakt en ui verder op smaak te brengen. Ik was een gelukkig jongetje, terwijl BroeR ongetwijfeld genoot van zijn pasta met tomatensaus. Hoe dan ook, na al die jaren tomaatloos door het leven te zijn gegaan, kansloze pogingen in de tussenliggende jaren ten spijt, wilde ik in Italië toch echt een salade met tomaten proberen. En toegegeven, ik huiverde even toen het bord werd geserveerd. Een dun laagje rucola met daaroverheen wat scampi en grof gesneden kleine tomaatjes. En met een lichte dressing.

Insalata di gamberi

Insalata di gamberi

Continue reading »

mei 122018
 

Voor alles een eerste keer, zo ook een bezoek aan Italië. En wat doe je als je een paar dagen in een havenstad verblijft? Inderdaad, veel vis eten. Toegegeven, de eerste avond at ik een pizza. Ook lekker. De andere dagen at ik zowel met lunch als avondeten elke keer wel iets dat uit de zee kwam. Van rauwe langoustines tot gegrilde zwaardvis en verschillende schelpdieren. Ik heb mij prima vermaakt, met dank aan de verschillende begeleiders die ons naar authentieke restaurantjes meenemen, soms in steegjes waar je je als toerist niet zo snel in zou wagen. Geen studenten in de bediening, maar oudere (en soms oude) mannen en vrouwen die de lunch en diner een extra dimensie geven. Zo anders dan ik in Nederland gewend ben, waar vaak nog even nagevraagd moet worden in de keuken waaruit een gerecht precies bestaat.

Eten in een ander land is vaak een feest weet ik intussen. Zeker als je je laat leiden door een lokaal iemand. Zo ook in Italië dus. Nu ben ik, in tegenstelling tot vroeger waarschijnlijk, geen moeilijke eter, maar toch heb ik mijn eigenaardigheden volgens sommigen. Zo eet ik geen blote tomaten of olijven. Had ook nog nooit een rauwe oester gegeten. Die zaken kunnen dus van de roemruchte bucketlist. Tomaten (en olijven) had ik uiteraard wel eens gegeten, maar waren slecht bevallen. Nu is de ene tomaat de andere ook niet, maar doorgaans blief ik ze niet. Tenzij in de vorm van (zelfgemaakte) soep. Ook in Italië proefde ik verschillende tomaten en degene die mij het meest kon bekoren, was waarschijnlijk een mini pomodori. Hier natuurlijk niet te krijgen, maar het lag daar met bakken in de supermarkt. Maar dit verhaaltje gaat niet over tomaten, maar over zwarte risotto met inktvis. Overigens had ik dat in Nederland al wel eens gegeten, maar ik wilde het heel graag een keer zo vers mogelijk eten. En waar kon het verser dan in een restaurant dat aan de haven lag, met de vissersboten voor de deur.

Risotto nero con le seppie

Risotto nero con le seppie

De risotto krijgt zijn kleur doordat de inkt van de inktvis meegekookt wordt met het gerecht. De inkt is bijna zwart van kleur en werd vroeger door kunstenaars gebruikt. Het wordt met name gebruikt in de Siciliaanse keuken, maar wordt in de Toscaanse keuken vooral gebruikt in de risotto met inktvis. Typisch genoeg wordt het gerecht soms geserveerd met Parmigiano Reggiano oftewel Parmezaanse kaas. Dat dit niet heel gewoon is, bleek wel uit verschillende adviezen die ik kreeg nadat de ober het schaaltje met geraspte kaas naast mijn bord met risotto zette. Er waren wat verwarde blikken om mij heen en van de andere kant van de rij tafels stond een Italiaanse op om te komen zeggen (via de  tolk) dat ik het toch vooral zonder kaas moest eten. De combinatie leek mij ook wat vreemd en ik heb de kaas dan ook laten staan. Toen ik echter de volgende dag bij een oudere Italiaan in de auto zat, vroeg hij mij in gebrekkig Engels hoe de risotto had gesmaakt. Ik antwoordde dat ik het erg lekker vond, waarop hij zei dat hij hoopte dat ik het met kaas had gegeten. Het kan verkeren dus. De risotto was in ieder geweldig, onovertroffen zou ik zeggen.

Continue reading »

apr 292018
 

De Surinaamse keuken is een mengelmoes, maar dat wil niet zeggen zonder eigen identiteit. De Surinaamse keuken is ontstaan uit de verschillende culturen die vanaf de zeventiende eeuw het land zijn gaan bevolken. Voor die tijd woonden er overigens al kleine groepen Inheemsen, meest geconcentreerd langs de kust. Vanaf het begin van de zeventiende eeuw vochten Nederlanders, Engelsen, Fransen en Spanjaarden om de beste plekjes langs de kust en aan rivieren voor hun handelsposten. Na wat schermutselingen over en weer wisten de Nederlanders zich de kolonie toe te eigenen. Intussen woonden er al honderden Europeanen, waaronder Engelsen en Nederlanders. Een deel van de nieuwe bewoners had een Joodse achtergrond. Daarnaast waren er slaven, waarvan de meeste afkomstig zullen zijn geweest uit (West-)Afrika. In de zeventiende eeuw ontstond daarmee de basis voor de Surinaamse keuken. In hoeverre de Afrikaanse invloeden zich op dat moment al konden doen gelden buiten de eigen omgeving is nog maar de vraag, maar gaandeweg zijn Afrikaanse elementen middels de slaven zeker in de Surinaamse keuken terechtgekomen. Uit de slaven ontwikkelden zich in Suriname twee culturen, de Creolen en de Marrons. Creolen zijn nakomelingen van vrijgelaten, vrijgekochte of vrijgemaakte slaven. Marrons zijn nakomelingen van weggelopen slaven. Een bekend voorbeeld van een typisch Afrikaanse gerecht is de okrasoep. De okra wordt al in 1686 in Suriname wordt genoemd.

In de tweede helft van de negentiende eeuw kwamen na aanleiding van de afschaffing van de slavernij in 1863 meer bevolkingsgroepen naar Suriname. In de aanloop daarvan arriveerden in 1853 de eerste Chinezen in Suriname, in eerste instantie vanuit het toenmalige Nederlands-Indië, later vanuit China. Na de Chinezen kwamen de Hindostanen en in de twintigste eeuw ook grote aantallen Javanen naar het land. Het is dan ook niet vreemd dat de Surinaamse keuken uit al die culturen een eigen karakter ontwikkelde. Verschillende gerechten zijn ook te herleiden tot die culturen, maar hebben vaak wel een Surinaamse draai gekregen. Bekende Surinaamse gerechten zijn pindasoep, Javaanse bami, roti met kip en kousenband en natuurlijk pom.

Pom

Pom

Continue reading »

apr 152018
 

De komkommer. Vooral bekend als frisse toevoeging aan een salade of een boterham met kaas. Lekker in het zuur ook. En natuurlijk onmisbaar in de tatziki. In de Aziatische keuken wordt de komkommer ook gerust warm geserveerd, iets waar menig gast hier tafel in eerste instantie licht huiverig van opkeek. Superlekker is de sweet, sour and spicy squid met komkommer, maar daar is de komkommer nog subtiel. En zoals je een courgette kunt vullen, kun je dat ook met komkommer. Een Chinees recept.

Komkommers komen oorspronkelijk uit Zuid Azië, maar worden tegenwoordig over de hele wereld gekweekt in tal van variëteiten. Zoveel dat ik het overzicht een beetje kwijt ben geraakt tijdens het bestuderen. Er zijn zogenaamde snijkomkommers, komkommers voor zuur (zoals augurken) en pitloze (‘burpless’) komkommers. Komkommers zijn meestal groen, soms geel of oranje als ze rijp zijn. Sommige hebben een gladde huid, anderen zijn ruwer en onregelmatiger. De komkommers die ik doorgaans in de winkel zie liggen, zijn ook vaak verschillend van uiterlijk en kleur (van lichtgroen tot donkergroen), kortom duidelijk verschillende variëteiten, maar steevast aangeduid met ‘komkommer’. En dat is soms best lastig, want de ene komkommer is de ander niet. Vooral komkommers met grote zaadlijsten zijn heel waterig en als je de zaadlijsten wegsnijdt, dan blijft er soms weinig komkommer over. Met name dan zijn komkommers geschikt om ze te vullen en te bakken.

Gevulde en gebakken komkommer

Gevulde en gebakken komkommer (met spruitjes en gebakken aardappelen)

Continue reading »