Damten

okt 242016
 

In de reeks makkelijk-makkelijker-allermakkelijkste, mag ik van u de komkommer in zoetzuur? Zoooooo makkelijk. Ook maar een beetje werk, stelt echt weinig voor. Maar het resultaat is lekker. Op brood, vooral in combi met kaas uiteraard, maar ook bij een pittige oosterse of Surinaamse maaltijd. En een paar weken goed te houden als je tenminste schoon eetgerei gebruikt om de komkommer uit de pot te halen. Maar ik zou het sowieso eerst een weekje of anderhalf laten staan. Dat kan gerust buiten de koelkast, maar als je een pot eenmaal hebt open gemaakt, dan blijft de komkommer lekker fris en knapperig in de koelkast.

Komkommer in zoetzuur

Komkommer in zoetzuur

Continue reading »

okt 092016
 

Sinds enige jaren ben ik in de ban van de keuken van Sichuan met zijn geweldige smaken en relatief eenvoudige gerechten. Met dank aan ‘Sichuan Cookery’ van Fuchsia Dunlop, hier al vaker genoemd en geroemd. Er is over het algemeen weinig poespas aan deze boerenkeuken. Maar wel vol met complexe smaken. Vooral de eerste keer dat je bijvoorbeeld roodgestoofd rundvlees eet of fishfragrant aubergine (zonder vissmaak overigens) weet je niet wat je proeft.  En elke volgende keer blijft een smaaksensatie. Dit recept met knapperige lotuswortel, of beter gezegd de wagenwielen met rode fliebertjes, komt ook uit het boek van Dunlop. Dit gerecht, vol smaak door een badje van suikerwater met rijstazijn, dook vandaag weer op in een tweet over een twetentje van enige jaren geleden. In het chinees heet het gerecht shan hu xue lian, wat in het Engels is vertaald met coral-like snow lotus.  Alleen de naam is al prachtig. In mijn vriendenkring is dat dus verbasterd tot ‘wagenwielen met rode fliebertjes’. Minder poëtisch, maar toch in stijl zou ik zeggen.
Lotuswortel koop je vers bij de toko. Of in de diepvries bij de toko, alleen is daar wat mee gedaan, want lotuswortel is niet van zichzelf zo kristalwit… Ik koop dus verse lotuswortel.

Wagenwielen met rode fliebertjes

Wagenwielen met rode fliebertjes

Continue reading »

sep 252016
 

Piccalilly komt oorspronkelijk uit India. Wie het naar Europa heeft gebracht, de Engelsen of de Nederlanders, is onbekend, al waren de Portugezen zo’n 100 jaar eerder in India. India was een geliefd handelsgebied vanwege onder meer de zwarte peper en textiel. In een 17de eeuws Nederlands kookschrift komt al een verwijzing naar piccalilly voor in de vorm van Aathia Lily (overigens zijn er meer schrijfvormen). Het Aathia slaat op atjar of achar, een van oorsprong Perzisch woord dat is overgenomen door Indiase en Sri Lankaanse keuken. Wij kennen het vooral van de atjar van de Chinees om de hoek. Dat plastic zakje met zure kool dat je soms als bijgerecht krijgt. De kleur is afkomstig van geelwortel of kurkuma (India) of koenjit (Indonesië).
Het Lily lijkt te verwijzen naar het Indiase woord Lehya. Dat wordt gebruikt voor voedsel dat bedoeld is om op te likken. In een cultuur waarin met de hand gegeten wordt, natuurlijk niet heel vreemd.

De oudste recepten gebruiken mosterdmeel en gemalen kurkuma om de saus te binden, tegenwoordig gebruiken we bloem. Het mosterdmeel en kurkuma zijn echter ook smaakmakers, dus de piccalilly van vroeger zal door de verschillende hoeveelheden ook anders hebben gesmaakt dan de hedendaagse piccalilly. De groenten worden vanouds gepekeld, om ze fris en knapperig te houden. Je moet het een keer gedaan hebben, maar ik ben er geen fan van. Het hoeft ook niet, want de azijn voorkomt het bederf van de groenten. En zout voeg ik ook minimaal toe, aangezien ik augurk en zilveruitjes in zuur gebruik. Jawel, uit een pot. Een soort van vals spelen of een stukje afsnijden zou je kunnen zeggen.

Een eerste keer maakte ik twee versies, een gewone en ééntje met gochugaru (Koreaans peperpoeder), die ik normaal voor mijn kimchi gebruik. Grappig genoeg was de versie met de gochugaru niet echt pittig te noemen, maar kreeg de piccalilly wel een mooie volle kruidige smaak. Dit keer maakte ik weer twee versies. Een gewone en ééntje waaraan jalapeños in het zuur zijn toegevoegd. India meets Mexico. Of noemen we het fusion? Het resultaat is verfrissend pittig.

Piccalilly

Piccalilly

Continue reading »

sep 042016
 

Over wat een quesadilla precies is, blijft ietwat onduidelijk. De één zegt dat een quesadilla twee opeen gevouwen tortilla’s zijn. De ander dat het een enkele gevouwen tortilla is en een dubbele een sincronizadas heet. Wellicht is het streekgebonden. Net zoals dat tortilla uit het zuiden van Mexico van maismeel zijn gemaakt en uit het noorden van tarwemeel. Als overeenkomst hebben ze de beide quesadilla in het geval het gebruik van kaas.
Je kunt ze bakken in de olie, maar dat vind ik veel te vet. De voorkeur heeft opwarmen in de koekenpan (zonder olie) of met een tosti-ijzer of grillijzer (voor hippe foodies: een paninimaker).

Mijn quesadillas ontstonden ooit spontaan, zonder nog te weten dat het quesadillas waren. Het brood was op, net zoals de crackers en afbakbroodjes voor noodgevallen. Zelfs toastjes had ik niet meer. Enkel een pak tortilla’s in de voorraadkast. En ik had een tosti-ijzer. En kaas en augurken. Need I say more. Het klinkt bijna als een studentenmaaltijd, ware het niet dat hele volksstammen het principe al eerder bedacht hadden. Ik ben er van overtuigd dat op een dergelijke manier de fusionkeuken is ontstaan. Niet door hippe koks, maar in een krap studentenkeukentje drie hoog met de restjes groenten van je huisgenoten, wat rijst van gisteren, een dopje tomatenpuree en een teentje knoflook. En een zwarte saus in een fles waarvan het etiket is afgeweekt. Van je laatste geld heb je een blikje spam gekocht. Voor de eiwitten zogenaamd. Een kok is geboren.

Tacosaus

Tacosaus

Continue reading »

aug 202016
 

De paprika’s waren in de reclame. En dan koop ik er eigenlijk altijd te veel. Het is sterker dan mij. Ik vind af en toe een stukje rauwe paprika best lekker, maar weken achter elkaar hou ik niet vol. Chinese paprika met zwarte boontjes is daarentegen erg lekker, goed voor een warme zomerdag ook, maar ook weer niet te vaak. Gevulde paprika is niet meer zo ‘mijn ding’ sinds ik mijn vega-jaren achter mij heb gelaten. Ik vulde ze overigens met name met rijst en paddenstoelen voor wie benieuwd is. Dan blijft over het lot wat vele groenten in Huize Damten beschoren is: soep. Volgens mij kunnen alle groenten in een soep, al twijfel ik bij andijvie. Paprikasoep is natuurlijk niets nieuws. Het leuke is om er wat mee te rommelen. De paprika komt, zoals zoveel groenten en vruchten, van oorsprong uit Amerika. Hierheen gebracht door de Spanjaarden, die naast het geroofde goud, dus ook veel eten meenamen naar de Oude Wereld. In Europa is paprika vooral bekend door het gebruik in de Hongaarse keuken in bijvoorbeeld goulash (Gulyás). Wat overigens eigenlijk een soep is, wat ik niet wist. Wij eten de sterk ingedikte variant (Pörkölt) en dat noemen we dan goulash. Er is zelfs een zeer pittige variant met vis. Dat vraagt natuurlijk om nader onderzoek. Dat is voor later, nu eerst de paprikasoep.

Pittige paprikasoep

Pittige paprikasoep

Continue reading »

aug 062016
 

Of het echt Thais is, geen idee. Maar zo doet het wel aan. Simpelweg ontstaan door het ‘wat heb ik eigenlijk nog liggen en wat moet op’-principe. De aubergine moest op. Veel meer aan verse ingrediënten had ik eigenlijk ook niet in huis. En dat terwijl ik eigenlijk zin had in pindasaus. Je hebt tenslotte van die dagen… Alleen had ik ook geen vlees in huis en buiten kwam het met bakken naar beneden. Dan maar wat in elkaar flansen dus. Het werd na wat proberen uiteindelijk dit recept. Intussen beproefd en meerdere gasten hebben er uitbuikend op de bank hun goedkeuring aan gegeven. Het is dan ook geen lichte maaltijd. En vlees, dat mis je niet.

Thai-style noodles

Thai-style noodles

Continue reading »

jul 172016
 

Zelf een curry pasta maken is niet heel moeilijk. De verschillende ingrediënten in een blender en klaar is kees. Bewaren in een pot voor een maand of in porties invriezen. Zo kreeg ik onlangs van een vriend een zak met porties groene curry. Af en toen haal ik er 1 of 2 uit en maak een lekkere aardappelcurry met bloemkool. Curry pasta uit een potje kan natuurlijk ook. Ze zijn niet allemaal even lekker of smaken verschillen, zo kan je het ook zeggen. Het verschil tussen rode en groene currypasta is mij niet altijd even duidelijk. De groene is vaak iets frisser van smaak en de rode wat scherper. Dat wil niet zeggen dat groene curry’s niet heet zijn…

Thaise vissoep

Thaise vissoep

Een rode curry pasta bestaat doorgaans uit verschillende kruiden en specerijen als citroengras, laos, korianderzaad en komijnzaad, aangevuld met de onvermijdelijk (gedroogde) rode pepers, sjalot en knoflook. Essentieel voor een curry is de toevoeging van vissaus en limoensap. Vaak wordt ook nog bruine suiker toegevoegd. Voor een stoofpot wordt vaak kokosmelk toegevoegd. Uiteraard kun je ook wat kokosmelk bij een soep toevoegen, waardoor het een wat ‘romiger’ geheel wordt. Ik vind het bij deze soep geen gemis. Continue reading »

jul 022016
 

Het oorspronkelijke recept is van een tante en die noemt het taart. Traditioneel gemaakt met walnoten uit de tuin van diezelfde tante. En die zijn lekker. Nu niet allemaal naar de tuin van mijn tante, maar op zoek naar lekkere walnoten. Over het algemeen vind je die bij biologische winkels. Bij verse walnoten zorgt het velletje om de walnoot voor een licht bittere smaak. Bij gedroogde noten is dat stukken minder en overheerst de zoetige smaak van de noot zelf. Eventueel kun je de velletjes verwijderen door de gepelde walnoten 20-30 seconden in kokend water te doen en daarna gelijk af te spoelen met koud water. Met behulp van een mesje laten de velletjes zich dan makkelijk verwijderen. Maar als de walnoten niet bitter smaken, kun je je deze exercitie besparen.

Er zijn verschillende soorten walnotenbomen. In Nederland kom je met name verschillende soorten Juglans Regia tegen. De naamgeving is afgeleid van het Latijnse ‘Joris Glans’, wat ‘noot of eikel van Jupiter’ betekent. Regia komt van ‘Rex’ en betekent koninklijk. Walnoten zijn voor mij altijd verbonden met de roman ‘Ivoren Wachters’ van Simon Vestdijk, waarin de hoofdpersoon okkernoten oftewel walnoten met zijn tanden kraakt. Het laat zich raden dat de jongeman een slecht gebit heeft en hij koopt een zoveelste tandartsbezoek af met een sonnet waarvan de beginregel luidt Ivoren wachters van het maagdarmkanaal. Het loopt overigens slecht met hem af, maar niet door de walnoten!

Walnotenkoek

Walnotenkoek

Continue reading »

jun 182016
 

Bij tijd en wijle verandert mijn keuken in een klein mosterdfabriekje. Zelf mosterd maken is namelijk ontzettend leuk, maar daarover later meer. Naast allerlei eigen probeersels koop ik ook veel mosterd, vooral als deze lokaal geproduceerd is. Zo was ik laatst in Eenrum bij Abrahams Mosterdmakerij waar ambachtelijke, biologische mosterd gemaakt wordt. Uiteraard verliet ik het pand met verschillende varianten Groninger mosterd. En een heerlijke biologische mosterdkaas, maar dat ter zijde. Resultaat van al dat geproduceer en gekoop is dat ik meer mosterd in huis heb dan een gemiddeld huishouden waarschijnlijk in een jaar verbruikt. De eigen geproduceerde mosterd is natuurlijk een prima ruilmiddel tegen andere home-made producties, de gekochte mosterd gebruik ik vooral om te proeven. Bevalt de mosterd dan gebruik ik hem zelf, maar als het niks is, doneer ik het potje. Maar eigenlijk gebeurt dat alleen met fabrieksmosterd.

Mosterdsoep

Mosterdsoep

Een soepje is altijd wel lekker. Als lunch of als voorafje. Vaak makkelijk om te maken en bovendien leuk om te maken als je verse ingrediënten gebruikt. Een soep uit een zakje sla ik liever over, over het algemeen zijn die veel te zout. Soep uit blik is volgens mij soep uit een zakje aangelegd met water, in blik. En eigenlijk gebruik ik ook geen bouillonblokjes met allerlei kruiden of andere smaakjes. Ik maak regelmatig zelf een groentebouillon of laat een kippenpoot met wat gember en lenteui even trekken. Beiden kun je goed invriezen. Helemaal onschuldig ben ik uiteraard niet, soms gebruik ik kippenbouillon in korrelvorm of granulaat. Dat geeft een heldere bouillon vol van smaak. Een blik uit de toko staat standaard in de kast. Inderdaad met zout, maar als je het met beleid gebruikt valt dat mee. Afhankelijk van de soep kun je er ook voor kiezen om gewoon water te gebruiken in plaats van bouillon, bijvoorbeeld als er in de soep al voldoende smaakmakers zitten. Met een beetje zout en eventueel vers gemalen peper breng je dan het geheel op smaak. Je zou dat met dit recept bijvoorbeeld kunnen doen. De mosterd heeft zoveel karakter dat een subtiele bouillon wegvalt qua smaak. Dat is uiteraard een beetje afhankelijk welke mosterd je gebruikt. In dit geval gebruikte ik Abraham’s grove Groninger mosterd. Een mooie kruidige en krachtige mosterd.

Continue reading »

jun 052016
 

‘Mam, aten jullie vroeger wel eens varkenswangetjes? Jullie hadden toch varkens thuis?’
‘Dat weet ik eigenlijk niet meer. Kan het mij niet herinneren. Misschien in de hoofdkaas die oma maakte.’
‘Hoofdkaas? Maakte oma die zelf?’
‘Ja, want we verspilden niets. Ik denk dat daar de varkenswangetjes ook in gingen.’

Ik had gehoopt op een verhaal over typisch Sallandse of Achterhoekse gestoofde varkenswangetjes, maar kreeg een verhaal over hoofdkaas. Hoewel intrigerend, zie ik mijzelf dat toch niet zo snel maken, al is het maar op de praktische reden dat ik geen pan heb die groot genoeg is voor een varkenskop. Het toeval wil dat ik een weekend later in Vaals bij een ambachtelijke slager een heerlijke hoofdkaas vond. Voorlopig hou ik het maar bij de versie van de experts. Wel jammer dat deze zover weg woont. Intussen probeer ik een list te verzinnen om nog eens bij deze slager langs te rijden.

Gestoofde varkenswangetjes zijn bijzonder smakelijk. En heb je geluk en heb je wangetjes van het Iberico-varken, dan is het dubbel smullen. Werkelijk.
Het vlees van de wang is sterk dooraderd met zenuwen en pezen die veel collageen bevatten. Als je het vlees gaat stoven, wordt het collageen omgezet in gelatine, wat het vlees heel zacht maakt. Eet je het vlees koud, dan is het vlees weer een stuk stugger, maar als je het lauw of warm serveert, dan krijgt het vlees zijn malsheid weer terug. En daarmee is het gelijk een stuk smaakvoller.
Roodgestoofde wangetjes, kunnen als elk ander stoofvlees, heel goed met bijvoorbeeld aardappelpuree. Maar het is natuurlijk ook leuk en vooral lekker om er eens wat anders mee te doen. Overigens vinden kinderen het vaak ook heerlijk vlees, ik heb het al liefkozend ‘snoepvlees’ horen noemen, mede dankzij de steranijs natuurlijk.

Roodgestoofde varkenswangetjes

Roodgestoofde varkenswangetjes

Continue reading »