Hogere keukenkunde is het niet, maar daarom niet minder leuk. Het begon allemaal bij een minder geslaagde poging om yoghurtijs te maken met sechuan buttons. Het ijs was lekker, maar het effect van de sechuan buttons werd teniet gedaan door het vet in de yoghurt.
Toen viel mijn oog op een set Rocket Pop Molds. Zelluf Raketjes maken stond hoog op het priolijstje, dus met de sechuan buttons in het achterhoofd was een eerste experiment geboren.
Neem hiervoor een stevig stuk kabeljauw, bijvoorbeeld een kabeljauwhaasje, per persoon zo’n 150 gram. En neem vooral verse vis, geen diepvries. Uiteindelijk is dat toch vaak minder stevig en valt het sneller in de pan in stukken uiteen.
Heb je de neiging om vis altijd te bakken, probeer dan dit eens. De vis krijgt veel smaak mee van de verschillende smaakmakers, niet in de laatste plaats de djeroek peroet. Het is bovendien zo klaar.
Tegenwoordig ben ik van het warme fruit. Dat is wel eens anders geweest. Een toetje van warm gestoomde mango en peer met een dressing van limoensiroop is echt superlekker. Fruit als onderdeel van de warme maaltijd kan ook verrassend lekker zijn. Zoals met deze ananas, die door de specerijen een hele warme en kruidige smaak krijgt. Warm vind ik dit het lekkerst, maar afgekoeld ook lekker, maar misschien dan wel als het buiten wat warmer is.
Als klein jongetje vond ik overigens komijn helemaal niks. Niet in de kaas (‘pitjeskaas’) en niet door het eten. Maar gelukkig ben ik goed opgedroogd
.
Tralalala! Jawel! In de week dat mijn supermarkt de Raketjes uit de verkoop haalde, kwamen ze binnen. Helemaal van de andere kant van de Grote Plas: Rocket Pop Molds! En qua vorm nog veel stoerder dan de gewone echte Raketjes. Nu alleen de inhoud nog. Maar dat zijn details.
De komende dagen moet ik dus iets uit mijn vriezer eten, want die zit sjokvol, wil ik ruimte hebben om raketjes te maken. Geen ruimte, geen raketjes. Als het ware.
Eigenlijk had ik ze pas over een paar weken verwacht, aangezien ik de goedkope verzendoptie had gekozen. Maar slecht komt het natuurlijk niet uit, aangezien ik ook nog een bakje Sechuan buttons heb liggen. Het probeersel met yoghurtijs werd een klein fiasco, omdat vet en buttons niet samen gaan. Maar met vruchtensap moet het lukken! Nu nog iets bedenken. Morgen boodschappen doen en dan ijsjes maken. Tralalala! Als een mens daar niet vrolijk van wordt, dan weet ik het ook niet meer.
Zes vormpjes. Zes dagen om een ijsje te eten en de Zevende dag om ijs te maken.
De vorige twee pogingen waren met gekookte pinda’s, met verrassend resultaat. Een totaal andere bite en verslavend lekker. Uitgetest vervolgens op een twetentje en als zeer geslaagd bevonden. Maar toch weer terug naar de gebrande pinda dit keer, een herhaling van 1b, maar dan nu wel met gember en de hele bereiding met wat meer beleid. Volgens een recept van Ken Hom.
Vorige keer klonterden de kruiden nogal, dus moest ik goed blijven roeren. En ook geleerd van de vorige keer om de temperatuur in de gaten te houden, niet blind een vuurtje stoken en olie in de wok. Dus dit keer een thermometer paraat. De temperatuur was ongeveer 180 graden. Maar waar het recept zegt 2 minuten in olie die lichtjes rookt, heb ik de pinda’s er na 1 1/2 minuut al uitgehaald. Ze werden mij toch te snel bruin. Ook al omdat ze volgens mij nog even door kleuren als ze uit de olie zijn gekomen.
Het resultaat was beter dan bij de vorige poging. De pinda’s zagen er beter uit en ze smaakten ook beter, maar ik vind de verschillende ingrediënten nog onvoldoende terugkomen, met name de sichuanpeper zie ik graag wat prominenter naar voren komen (zoals bij de gekookte pinda’s van poging 2).
En ze mogen toch ook nog wel wat minder lang in de olie denk ik.
Ja, ik weet het. Niet het meest spannende recept. Misschien eerder de registratie van een poging tot. Maar dus wel supersnel en handig in het geval van een sporadisch slecht gevulde koelkast. En voor de volgers: ja, ik heb weer een tomaat gegeten!
Het is eigenlijk een Indiase uitvoering van scrambled eggs, roereieren dus. Als ik het niet in de wok had gedaan, maar in een platte pan en niet had geroerd, was het een Indiaas omelet geweest. Weet niet of ze die daar zo kennen, ik heb in ieder geval nog nooit een omelet gegeten in een Indiaas restaurant.
Een gewoon gebakken ei leek mij in ieder geval wat saai naast de pompoencurry. En een gekookt ei is zooooooo ontzettend vorige week en met die ene tomaat in de koelkast moest ik toch ook nog wat doen. Op een spitskool na was ik ook wel door mijn groenten heen.
Nu ben ik toch al slecht in kleuren en heb ik dus vaak niet door wat voor kleur iets is, maar deze zag ik aankomen. Zeker na de brinta-achtige kleurschakering van de bloemkoolsoep. Direct gevolg van het ruime gebruik van gemalen korianderzaad en komijn. Dus ik dacht: laat ik er eens kurkuma aan toevoegen, dat kleurt al weer wat vrolijker. Nu fotografeert dat met dat kunstlicht uiteindelijk ook niet fantastisch, maar volgens mij kan het qua kleur er mee door (zeg ik als halve kleurendove). En volgens mij gaat het uiteindelijk om de smaak. Schijnt. Heb ik wel eens gehoord.
Volgens mij had ik het al eens eerder ergens geroepen, maar ik heb de afgelopen maanden meer bloemkool gegeten dan in de 20 jaar hiervoor. Ik weet niet waar dat destijds is misgegaan. Feit is wel dat ik sinds weer vlees eet sinds twee jaar, gevarieerder eet dan daarvoor. Maar vooral ook aan groenten. Geen idee hoe dat komt. Terwijl ik toen ook best gevarieerd at. Blijkbaar ben ik tegenwoordig toch nog meer bezig met eten dan daarvoor. Raarrrrrr.
Maar bloemkool dus. Als soepje. Uit het smakelijke India.
Onlangs kocht ik ‘Korea Spicy Rice Cake Sticks‘. Geen idee wat het was, maar ik had het al vaker zien liggen, dus het moest er een keer van komen. Er zat een zakje bij met saus en een voorbeeldreceptje. Hoe moeilijk kon het zijn? Toevallig schreef Robin er enkele dagen later op Aziatische Ingredienten.nl een stukje over. Maar wat bleek dus: mijn ‘Korea Spicy Rice Cake Sticks’ was helemaal niet Koreaans, het was Chinees! Terwijl Robin zelf een sausje zou maken, leek het haar wel een goed idee als ik het zakje probeerde en haar vertelde wat ik er van vond
Omwille van de wetenschap offer ik mij natuurlijk maar al te graag op. Het groter belang staat tenslotte voorop!
Overigens ben ik nauwelijks bekend met de Koreaanse keuken, dus ik wist niet wat ik qua saus kon verwachten. En feitelijk nog steeds niet, want het spul is Chinees… Zo uit het zakje smaakte de saus als gewone gefermenteerde chilibonensaus, maar dan zonder de bonen. Ietwat zoetig. Zo op het bord, proef je meer de chili en blijft het wat zoetig. Niet heel erg spicy, maar best wel lekker. Beetje zoutig wellicht. En oh ja, de rijstcakes vond ik ook lekker. Compact en stevig, maar niet taai.
Voor de volledigheid nog even het receptje. Maar een volgende keer is het leuker en net zo makkelijk om zelf een sausje te maken. Dus daar kom ik nog op terug!
Volgens mij is dit één van mijn eerste vaste Indische recepten. In de tijd dat ik onder moeders vleugels vandaan ben getrokken om te gaan studeren in de grote stad, moest ik ook leren koken. Nu deed ik dat thuis nog maar weinig, maar als student moet je wel. Met moeite had ik een kamer gevonden bij een hospita in Zeist. Dagelijks fietste ik naar de binnenstad van Utrecht voor mijn colleges. Volgens mij zat daar de eerste kennismaking met de Aziatische keuken, de toko’s rond Hoog Catharijne. Op de een of andere manier ben ik toen begonnen met het uitproberen van verschillende dingen, allemaal nog wel heel bescheiden, maar internet was er ook nog niet, dus je was aangewezen op de behulpzaamheid van mensen in de winkel of op kookboekjes. Niemand in mijn omgeving was bezig met de Aziatische keuken, dus ik moest het wiel vaak zelf uitvinden. Als iemand er al mee bezig was, dan moest het zo heet mogelijk zijn, als ware het een sport. Voor een keertje wel grappig, maar als je je smaak nog moet leren ontwikkelen is dat niet leuk. Maar echt veel verder dan de Indische keuken kwam ik in die jaren nog niet. Ik bezocht vaak ook dezelfde toko, met Indische mensen, dat scheelt. En erg uitgebreid koken deed ik ook nog niet. Meestal maar een enkel gerecht, soms twee. De Piendang Telor heeft het altijd goed gedaan. Qua pittigheid is deze ook goed af te stemmen op je eigen smaak, gewoon een kwestie van een andere sambal. Vaak gebruik ik de wat zoete sambal badjak. Zoetig en kruidig, maar een andere sambal kan natuurlijk ook. Net waar je zin in hebt.
Binnenkort weer eens een rijsttafel maken, geheid dat dit er ook tussen staat
Binnenkort een Vega-Twetentje. Deze pompoencurry staat hoog op het lijstje. Ik zit er nl. aan te denken om dit keer eens India als thema te doen. De uitdaging zit ‘m nog wel in het menu. Ik heb de neiging veel curry’s te doen, is best lekker, maar je moet uitkijken dat het niet te zwaar wordt. Anders zeggen ze halverwege de derde gang al allemaal *plof*…
Zoals zo vaak met een curry is deze zacht van structuur en ook heel kruidig, vol en warm van smaak. Maak mij er maar wakker voor ‘s nachts!










Laatste reacties