aug 172019
 

Op de grens van de Vroegmoderne tijd en de Moderne tijd was er iets merkwaardigs gaande in Italië: de start van de overgang van een Europese keuken naar weer een eigen Italiaanse keuken. Gevoed door lokale en regionale keukens, maar sterk beïnvloed door in een populair kookboek vastgelegde Europese recepten, dat in Italië werd gepubliceerd in 1790, L’Apicio Moderno van de Romeinse chef Francesco Leonardi. Welke saus je bij pasta at, mocht je als lezer zelf bepalen. In 1839 werd het voorschrift dwingend: viermicielli co le pommadoro. Dat recept staat in het kookboek Cucina Teorico Pratica van de in Napels wonende hertog, kok en schrijver, Ippolito Cavalcanti. Het wordt gezien als het eerste ‘spaghetti’-met-tomaten recept.

Het recept is uit 1839, maar vermicelli is al veel ouder. De eerste vermelding is in (de titel van) een compilatie van recepten, De arte coquinaria per vermicelli e maccaroni siciliani (De kunst van het koken van Siciliaanse vermicelli en macaroni), dat vermoedelijk in 1450 verscheen. De auteur van het boek is de al in zijn tijd zeer beroemde culinair expert Martino da Como. Dat het boek over Siciliaans recepten ging, is geen toeval: de middeleeuwse Siciliaanse keuken wordt wel gezien als de eerste echte Italiaanse keuken. Het is daarmee een en al geschiedenis op je bord.

Maar ja, toen kwamen dus tomaten en aardappels. Op 31 oktober 1548 schrijft men in Italië dat tomaten – voor het eerst – veilig zijn gearriveerd, en wel in het huis van Cosimo de’ Medici. Italië moest zijn keuken opnieuw uitvinden, net als de rest van Europa.

Tomaten kenden wel een moeilijke start. Aanvankelijk dacht men namelijk dat tomaten giftig waren. Waarschijnlijk werd de plant toch geïmporteerd omdat hij zo decoratief werd gevonden. In de 2e helft van de 16e eeuw werd de tomaat door de Nederlandse plantkundige Dodoens gouden appel genoemd. Zijn werk werd vertaald naar het Frans door Clusius, die er de Griekse mythe van de gouden appelen van Hera bijhaalde. En mogelijk komt daar de gedachte vandaan dat de tomaat toch heel speciaal was. Hera’s gouden appels zijn namelijk onder andere gelinkt aan onsterfelijkheid. De tomaat werd echter toch maar heel langzaam populairder: ze bleven niet eens heel als je ze bakte. Het eerste recept staat zelfs pas 144 jaar na aankomst op schrift, in 1692. Geen wonder dat dit een tomatensaus recept is, salsa di pomadoro, alla spagnole, tomatensaus op z’n Spaans.

Pasta en tomaten maakten kennis in 1790. In 1839 lijken pasta en tomaten boezemvrienden te zijn geworden. En echte boezemvrienden hebben bijna niemand anders nodig, alleen nog wat zout en peper. Viermicielli co le pommadoro, pasta met saus van tomaten.

Continue reading »

jun 302019
 

Als ik een bucketlist had, dan had het er ongetwijfeld opgestaan: koken voor 28 man, met als extra handicap geen keuken op locatie. Sinds een paar jaar stort ik mij bij het jaarlijkse toernooi van mijn pingpongclub op de lunch en het avondeten. Het vrijwaart mij bovendien van een dag pingpongen in een doorgaans verzengende sporthal. De maaltijd is echter altijd een uitdaging op zich, aangezien de sporthal uit de jaren zeventig stamt en geen modern genot kent als een keukentje of iets dergelijks. Over het algemeen betekent het dat het eten van te voren bereid dient te worden en op locatie opgewarmd. Of… je gaat barbecueën, zoals we vorig jaar hebben gedaan. Nu heb ik geen verstand van fikkies stoken in de openbare ruimte, dus dat laat ik dan graag aan anderen over. Wel bemoei ik mij dan uiteraard graag met het eten zelf, zowel het vlees als de overige onderdelen. Van vlees van de barbecue ben ik niet per se een fan, maar ik mag graag een stukje vis stomen met wat knoflook of wat gemarineerde garnalen op het vuur schroeien. Helaas was de eigenaar van de barbecue daar niet van gediend, dus ik at zelf vooral eigengemaakte salades en dergelijke. Ik beloofde een oudere Mexicaanse dame dat ik een volgende keer een Mexicaans buffet zou verzorgen. Ze reageerde enthousiast in gebrekkig Nederlands, maar haar ogen fonkelden op. Een jaar later is de dame er helaas niet meer, maar ik hield mijn belofte.

De uitdaging was een aantal gerechten te selecteren die van te voren bereid konden worden en ter plekke opgewarmd. Dat was gelijk de volgende uitdaging: op locatie was er slecht één magnetron. Zelf had ik nog een klein inductieplaatje ter beschikking, wat normaal gesproken goed van pas komt als er soep opgewarmd moet worden of een lekkere pindasaus, dat laatste bijvoorbeeld bij de nieuwjaarsborrel. De lezer begrijpt intussen wel dat we bij de pingpong van lekker eten houden. Maar hoe dichter de datum van het toernooi naderde, hoe meer mensen zich aanmelden om na afloop mee te eten. Enkele weken voor het toernooi waren er zelfs meer eters dan spelers… Uiteindelijk zou het aantal oplopen tot 28 eters (en 36 pingpongers). Ik had dus enkele weken om te wennen aan het idee van zoveel eters, maar ik vroeg mij wel af hoe ik alles warm zou moeten krijgen. Met een aantal geleende chafing dishes én een magnetron zou het uiteindelijk lukken. Ik durf het wel een klein wonder te noemen. Volgend jaar ga ik voor broodjes kaas!

Mexicaans buffet

Mexicaans buffet

Continue reading »

sep 012018
 

Ik denk dat taugé zijn intrede deed op de Nederlandse borden via de Chinees-Indische restaurants die vanaf de jaren twintig van de vorige eeuw langzaam Nederland veroverden. Met name na de Tweede Wereldoorlog kwamen Indonesische restaurants en ‘de Chinees’ in opkomst. Want wie heeft er tenslotte nog nooit een loempia gegeten? Als kind vond ik vooral het knapperige, gefrituurde vel erg lekker, maar tegenwoordig gaat het mij toch echt om de taugé. De loempia bestaat wereldwijd in vele varianten, maar die wij kennen komt uit de Indonesische keuken, die hem weer heeft overgenomen uit de Chinese keuken. Tegenwoordig zijn vooral ook de kleinere varianten, als de Thaise loempia’s en de lenterollen in zwang. Deze bevatten vaak verschillende groenten, maar meestal geen taugé. Maar een loempia eet ik eigenlijk (helaas) nog maar zelden, wel eet ik af en toe taugé. Het is snel klaar te maken en smaakt geweldig bij opgebakken rijst. Ik heb twee verschillende recepten waar ik uit kies, beiden afkomstig uit de Chinese keuken.

Taugé kun je overigens rauw eten, maar dit wordt afgeraden vanwege de mogelijke aanwezigheid van allerlei vervelende bacteriën zoals dat bij kiemgroenten het geval kan zijn. Per abuis is mij ooit eens rauwe taugé voorgezet. De smaak is sterker en het heeft vanzelfsprekend meer bite, maar mijn voorkeur gaat toch uit naar de bereide variant. Taugé is niets anders dan een ontkiemde mungboon, die je gewoon kan kopen in de toko en thuis kan laten ontkiemen. Koop je verse taugé, eet het dan het liefst nog dezelfde dag. Als de taugé snotterig is (of aanvoelt), eet het dan niet meer. Ook te veel bruine puntjes en verkleurde vliesjes zijn geen goed teken. Taugé moet er fris, stevig en wit uitzien. Taugé is gaar als het licht transparant wordt.

Geroerbakte taugé met rode peper en lenteui

Geroerbakte taugé met rode peper en lenteui

Continue reading »

aug 112018
 

Het is nog steeds warm. Onze keuken doet daar ook aan mee. Dus staan we momenteel niet te lang in die keuken om een maaltijd te bereiden: we laten de oven het meeste werk doen.

Wij zijn dol op insalate caprese (salade Capri) en de vele varianties. Vooral in de zomer. Gebakken insalata caprese, in een omelet, of gewoon op brood zonder de oven te gebruiken. We maken het regelmatig.

Wat verder weg van het origineel is de bekende en op insalata caprese gebaseerde quiche.

Het deeg maak ik al ’s ochtends vroeg, als het nog wat koeler is. De vulling maken kost nauwelijks tijd, dat kan ’s avonds ook als het warm is.

Zomeravond insalata caprese quiche. Lekker buiten eten met een glas droge witte wijn erbij.
Continue reading »

aug 042018
 

Curry’s heb je in alle soorten en maten, van kleddernat tot heel droog. De natte curry’s lenen zich goed om met naan of ander zacht brood te eten. Een droge curry is lekker met rijst of chapatis. En met bijgerechten als sambar of rasam. Maar er zijn geen regels voor. Eet wat je praktisch lijkt en vooral wat je lekker vindt. Zoals bijvoorbeeld wortels. Alleen hebben wortels die je tegenwoordig in de supermarkt koopt nog maar weinig smaak, tenminste dat is mijn ervaring. Ze moeten blijkbaar vooral knapperig zijn, maar met het verder ontwikkelen van de wortels zijn ze vergeten de smaak mee te nemen. Uitzondering daarop zijn de winterwortels. Winterwortels doen het goed in stoofschotels, maar ook in soepjes. En als je ze julienne snijdt of raspt kun je ze ook goed gebruiken als vulling in verse (Thaise) loempia’s of anderszins. En in blokjes maak je er een lekkere curry van.

Droge wortelcurry (met rasam)

Droge wortelcurry (met rasam)

Continue reading »

jun 232018
 

Voorop gesteld, ik bezit geen barbecue en ik barbecue dan ook niet vaak. Ik ben dus zeker ook niet iemand die op pseudowetenschappelijk wijze zijn hamburger gaart. Of weet welke stukken vlees nu hip zijn om op de barbecue te laten verbranden. Of in een heel duur groot groen ei. Het is in ieder geval grappig hoe sommigen het barbecueën benaderen, waarbij de barbecue soms bijna een heiligdom is geworden met voorschriften. Zo willen sommigen per se geen vis of garnalen in het apparaat. Eigenlijk is dat helemaal niet grappig, want niets zo lekker als een visje gestoomd met knoflook of een lekkere sambal. Om over knoflookgarnalen maar niet te spreken! Nee, ik vind barbecue vooral leuk vanwege de vele hapjes eromheen en daarmee de gezelligheid. Ik eet veel liever een eigengemaakte aardappelsalade of een gevulde portobello met geitenkaas, wat noten en honing dan de zoveelste hamburger of kipsaté. (Ja, beste lezer, ik weet het. Ik heb die van jou nooit geproefd.) Wel mag ik graag een barbecue organiseren voor grote gezelschappen. Het is wellicht de controlfreak in mij, ik weet nl. graag wat ik eet. Mijn record staat nog steeds op 65 man met daarbij allerlei eetwensen van mensen met verschillende overtuigingen en diëten. Het ruime budget wat ik destijds ter beschikking had, maakte het een waar eetfestijn. Deze week mocht ik voor een man of 25 een barbecue organiseren tegen een beperkt budget. Een herhaling van vorig jaar, na afloop van een toernooi als afsluiting van het seizoen. Dat kost uiteraard wat voorbereiding en is bovendien een excuus om niet van ’s ochtends 10 tot ’s middags 4 constant tegen een balletje aan te slaan. (Balletje? Jawel, want ik pingpong.) Uit ervaring weet ik dat de gasten voor deze barbecue na een dag sporten gewoon een snelle hap willen en niet te lang willen wachten tot hun vlees gaar is. Saté en shaslick werden groot ingeslagen bij de groothandel, evenals wat andere soorten vlees. Met uitzondering van de hamburgers, want uiteraard is er iemand die de hamburgers zelf gaat maken en bereiden :). Ik gun ieder zijn plezier en heb dan ook niets gezegd van het plakje nepcheddar dat op de pseudowetenschappelijk bereidde hamburger werd gelegd.

Gedurende de dag moet er uiteraard ook voor de inwendige mens gezorgd worden en voor de lunch maakte ik dit jaar onder andere een eiersalade voor op een broodje. Zoveel lekkerder dan de meeste kant-en-klare eiersalades. En een soepje. Vorig jaar maakte ik een lekkere pindasoep, dit jaar maakte ik rasam oftewel peperwater. Voor de barbecue zou ik voor een kleiner gezelschap een eenvoudige huzarensalade hebben gemaakt, maar die kwam bij de groothandel vandaan dit jaar. Wel maakte ik onder andere een knoflookboter, een knoflooksaus en een pittige komkommersalade. Drie zaken die wat mij betreft niet bij een barbecue mogen ontbreken. De knoflookboter is overigens ook heel geschikt om met een vis te stomen op de barbecue. Als dat tenminste mag van de eigenaar…

Knoflookboter, knoflooksaus en 'smacked cucumbers'

Knoflookboter, knoflooksaus en ‘smacked cucumbers’

Continue reading »

jun 092018
 

Refried beans kennen we vooral uit de Mexicaanse en de Tex-Mex keuken, maar het wordt ook veel gegeten in tal van Latijns-Amerikaanse landen. Refried wil in dit geval zeggen gekookt en vervolgens gebakken en gepureerd. Op z’n Hollands: bonenpuree, soort van. En er zijn natuurlijk verschillende varianten. Vaak wordt het gemaakt met kievitsbonen, met name in de Tex-Mex-keuken, vanwege de lichte kleur en de smeuïge consistentie. De kievitsboon is bovendien een ietwat zoetige boon. Maar ook zwarte bonen en kidneybonen worden veel gebruikt, vooral in Mexico. Wanneer men de zwarte bonen als basis neemt, wordt vaak het kruid epazote toegevoegd. Dat heeft een menthol-oregano-achtige smaak. Het is echter lastig te verkrijgen in Nederland, zeker vers. Als vervanging wordt soms wat verse koriander gebruikt of je kunt Mexicaanse oregano gebruiken. Ook wellicht afhankelijk van het gerecht of de combinatie van gerechten. Ik gebruik gedroogde epazote, maar misschien vind ik het met Mexicaanse oregano nog wel lekkerder. Refried beans wordt veel gegeten als bijgerecht, maar je kunt er ook je taco’s mee vullen. Of geroosterd brood mee besmeren en bestrooien met kaas: molettes.

Molettes - Bonenpuree met kaas en salsa op toast

Molettes – Bonenpuree met kaas en salsa op toast

Continue reading »

feb 172018
 

Blooming onions zijn een bekend verschijnsel in een aantal Amerikaanse restaurants, en sommigen zijn ware kunstwerken om te zien. Volgens de overlevering bedacht in de jaren 70 van de vorige eeuw in New Jersey.

Een blooming onion is niets anders dan een veelvuldig ingekerfde ui met een laagje bloem die vervolgens is gefrituurd. En dat is natuurlijk hartstikke lekker. En toegegeven, ze zien er dan veel mooier uit dan eenzelfde bloeiende ui uit de oven. Door dat frituren wordt alles krokant bruin. Op de calorieën wordt trouwens niet zo gelet. In het midden van de open ui wordt een klein kommetje met dipsaus neergezet, vaak nadat het centrale stukje van de ui is verwijderd.

Een bloeiende ui met een diameter van 18 centimeter.

Dit keer de nadruk op de ui zelf, en niet op de dipsaus of het frituurvet. Bloeiende uien uit de oven.

Simpel te maken en leuk om te zien op tafel. Alleen een hele grote ui scoren, dat is niet altijd makkelijk.

Continue reading »

dec 302017
 

Kadhi is een Indiaas gerecht en bestaat uit een dikke saus of soep die is gebaseerd op kikkererwtenmeel en yoghurt. In Punjab, in het noorden van India, wordt er vaak pakora, in beslag gefrituurde groente, aan toegevoegd. In Gujarat, in het westen, wordt het meestal gegeten met roti, paratha of rijst. In het zuiden wordt de soep op een andere wijze ingedikt door gepureerde chana dal (splitkikkererwten) een nacht te weken met hele koriander zaadjes en gedroogde peper. En de soep wordt er meestal op smaak gebracht met asafoetida en fenegriek. Yoghurt geeft het gerecht een zure smaak, de reden waarom er soms suiker wordt toegevoegd. Er zijn veel variaties van dik tot dun en met verschillende specerijen. Zo kun je ook een beetje kaneel en kruidnagel toevoegen. En is je yoghurt niet zuur genoeg van smaak, dan voeg je wat amchurpoeder (gedroogd mangopoeder) toe tijdens het kookproces. Kadhi is vrij eenvoudig te maken en je kan de smaken makkelijk aanpassen aan de eters. Als voorafje alleen als soep, met een beetje rijst als voedzaam ontbijt of wat meer als frisse lunch en gevuld met pakora als een goed vullende avondmaaltijd.

Kadhi (yoghurtsoep)

Kadhi (yoghurtsoep)

Continue reading »

dec 162017
 

Ik vertelde al eerder over sambar, een multifunctioneel gerechtje dat ik in India bij verschillende gelegenheden at. Nog zo’n lekker gerechtje is rasam, dat net als de sambar bij een thali wordt geserveerd. Nu worden er in India bij veel gerechten chillies geserveerd, maar als ook het gerecht zelf vuurrood is, ben je voorzichtig. Een behoedzame eter telt in den vreemde voor twee, zeg maar. En niet geheel ten onrechte, rasam noemt men namelijk ook wel ‘pepper-water’. In Tamil te herleiden tot millagai / milagu thanni, en vooral in Engeland bekend in de versie die mulligatawny genoemd wordt. Het gerecht stamt uit het zuiden van India en kent vele varianten. De Engelsen voegden er vlees aan toe, maar van oorsprong is het gerecht zonder vlees. De Engelse Mulligatawnysoep is behoorlijk geëvolueerd de afgelopen eeuwen en lijkt niet echt meer op de oorspronkelijke rasam.

Rasam (peperwater)

Rasam (peperwater)

Rasam eet je als klein bijgerecht bij rijst (waarbij je het zoals bij een thali over de rijst giet en met je hand mengt), maar is door de verwarmende eigenschappen ook heel geschikt als winters tussendoortje als je een uur in de Nederlandse kou hebt rondgelopen. Gewoon als soepje. En je kunt natuurlijk variëren in de sterkte van de pepers. Kasmiripepers zijn milde pepers, maar geven toch nog een lekker kick. Continue reading »