jul 132019
 

Ik had wortels en broccoli in de koelkast. En omdat ik maar niks kon bedenken voor de broccoli, bedacht ik dat ik dan maar een Indiaas wortelsoepje ging maken. De afgelopen week was ik door drukte met werk wat minder geïnspireerd met eten. Meestal als ik bedacht dat ik nog wat moest eten, was het al na de klok van zeven. Veel broodmaaltijden deze week, met omelet, hamburgers of kaas. Weinig groente, anders dan rode paprika’s. Wel veel fruit, dat dan weer wel. Al was de laatste banaan door het warme weer bijna vloeibaar geworden, dus die heb ik maar laten gaan. Maar dat terzijde. Terug naar de broccoli. Vanmiddag om vijf over half vijf bedacht ik mij eindelijk wat ik met de broccoli ging doen: roerbakken met varkenshaas en eten met rijst. Soms kan het zo simpel zijn. De varkenshaas gemarineerd in oestersaus, sojasaus en shaoxing rijstwijn. En nog met een eenvoudig sausje. Kiddy-proof.

 

Broccoli met varkenshaas

Broccoli met varkenshaas

Continue reading »

jun 152019
 

We blijven nog even hangen in de Mexicaanse keuken. Sinds ik echte maistortilla’s kan vinden bij de plaatselijke supermarkt is het voor het moment de favoriete keuken in Huize Damten. Dat komt goed uit, want als ik refried beans of salsa maak, is dat meestal genoeg voor meerdere dagen. Salsa’s bestaan er in alle maten en soorten, van redelijk droog tot zeer vloeibaar. Vooral de laatste lenen zich voor grotere hoeveelheden die een paar dagen of langer bewaard kunnen worden. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat je het niet in kleine hoeveelheden kan maken.

Een aantal jaren geleden maakte ik voor het eerst canneloni: gevulde deegrolletjes uit Italië. Een vergelijkbaar gerecht kun je natuurlijk ook met tortilla’s maken. En dan heb je nog de keuze om dat met burrito’s (dichtgevouwen tortilla’s) of enchilada’s (open tortilla’s) te doen. De enchilada-variant lijkt nog met meest op de Italiaanse canneloni. Of het echt Mexicaans is of toch Tex-Mex is nog even de vraag trouwens. In Mexico kennen ze een vergelijkbaar recept in de regio Chihuahua met de naam enchiladas coloniales, wat duidt op een externe invloed. Het land kent echter een rumoerige geschiedenis, waarin naast Spaanse en Amerikaanse overheersers, zelfs Fransen en Britten een rol spelen. Nu zullen de Spanjaarden de grootste buitenlandse invloed hebben gehad op de Mexicaanse keuken, dus wellicht zit daar ergens een link. Ik ga in ieder geval niet zeggen dat Columbus zijn Italiaanse wortels liet gelden in Mexico…

Mexicaanse canneloni

Mexicaanse canneloni

Continue reading »

mei 182019
 

Zijn het gestapelde tortilla’s of is het een dubbele quesadilla, ook wel sincronizadas? Ik at het een paar weken geleden in een Mexicaans restaurant. Het was lekker en vooral veel. Bovendien dacht ik: waarom heb ik dit niet eerder bedacht? Het ziet er uit als comfortfood, maar als je een hele dag buiten hebt rond gelopen kun je wel wat energie gebruiken. Dat deed ik vandaag overigens niet, maar dat weerhield mij niet. In het restaurant waren de tortilla’s middelgroot, dus dat kon best een slagje kleiner. Achteraf was het nog best veel. Net te weinig voor twee personen, maar meer dan genoeg voor één persoon. Ik eet morgen het restant als lunch. Ik kan niet wachten!

Een veelgebruikt ingrediënt van quesadilla’s is refried beans, een typisch gerecht uit de Mexicaanse en Tex-Mex-keuken. Ik maak het bijvoorbeeld ook voor de molettes. Voor refried beans kun je bruine, zwarte of kievitsbonen gebruiken, naar gelang je voorkeur. Dit keer voegde ik een fijngesneden teentje knoflook toe op het moment dat de uien glazig werden. En ik gebruikte epazote, in Nederland bekend als welriekende ganzenvoet. Verder gebruikte ik zelfgemaakte salsa voor de gestapelde tortilla’s. Kijk voor het recept hier.

Je kunt goed variëren in dit gerecht. Als vlees gebruikte ik kippendijen, maar je kunt natuurlijk ook gehakt nemen. Ik zou de vleeslaag dan beleggen met gekarameliseerde uienringen. Ik gebruikte jonge maiskolfjes, maar je kunt ook paprika gebruiken. Om maar wat voorbeelden te noemen. De volgende keer maak ik een driepersoonsversie met grote tortilla’s en misschien wel een laag groente extra…

Normaal gesproken eet ik het liefst maistortilla’s, maar die zijn net iets te klein. Wel handig als je een soepje vooraf hebt en voor twee personen kookt. Dit keer gebruikte ik mais-tarwe tortilla’s (medium).

Gestapelde tortilla's

Gestapelde tortilla’s

Continue reading »

mei 042019
 

Indiaas eten. Wie lust dat nu niet? Ik werd er groot mee gedurende mijn vega-jaren. En werd het levende bewijs dat je van Indiaas eten niet per se afvalt… Jaja, veel groenten… Toen ik na een jaar of twaalf weer vlees begon te eten, bleef ik uiteraard met regelmaat Indiaas eten, al verschoof mijn focus wel meer naar de traditioneel Chinese keuken, in het bijzonder die van Sichuan. Mijn ogen over de rijkdom en veelzijdigheid van de Indiase keuken gingen echter weer volledig open toen ik een paar jaar geleden in India was. Slechts voor een week was het, maar ik buitte elke maaltijd uit. Elk ontbijt, lunch en avondeten werd een avontuur. Ik wilde zoveel mogelijk proberen. Dat lukte natuurlijk maar beperkt, want hoeveel kun je eten in een week. Maar het buffet in het continentale hotel waar we drie dagen verbleven was veelzijdig genoeg en van hoge kwaliteit. En de twee dagen in het Indiase hotel waren ook geweldig. In de bar/eetzaal kon je alleen gekoeld water krijgen, maar het eten was er onvergetelijk. Evenals de ‘salty lassi’. Met dank aan onze lokale gids.

Peperkip met wortelcurry

Peperkip met wortelcurry

Onnozel als ik was, dacht ik dat er in India maar beperkt vlees gegeten werd, maar dat hangt er dus vanaf waar je bent. In Madras was er volop keuze, maar in de plaatsen waar er nauwelijks westerlingen komen, zul je in ieder geval geen koe op het menu vinden. Hooguit kip of vis. Op verschillende van die plekken waren we een bezienswaardigheid en wilden verschillende mensen ons aanraken. Met name in de sloppenwijk in Nagapattinam waar we moesten zijn. Geen plek waar normaal gesproken westerlingen komen. Het was een bijzondere ervaring. Aanvankelijk ongemakkelijk, maar dat werd snel tenietgedaan door de stralende blik waar de mensen je mee aankeken.

Continue reading »

apr 202019
 

Buikspek klaarmaken zoals bij de ‘Chinees’ is helemaal niet moeilijk. Een kwestie van goed kruiden en laten marineren en vervolgens in de oven roosteren. Af en toe even kijken, maar veel werk heb je er niet aan. Het resultaat daarentegen, dat mag er zijn! In plakken snijden en vervolgens kort opbakken in een koekenpan. Lekker bij rijst, maar ook passend op een gestoomd broodje. En met de kruiden kun je er je eigen draai aan geven. Je kan het uiteraard prima zonder saus eten, maar met kan het als geheel toch nog lekkerder worden. En ik gebruik bij voorkeur buikspek met zwoerd voor dit gerecht. Voor mijn gevoel blijft het vlees daardoor wat sappiger.

Zwoerd is niets anders dan de huid van het varken. Normaal gesproken is het al schoongemaakt en onthaard, al zul je vast en zeker nog haren tegenkomen. Speklapjes met zwoerd zie je volgens mij tegenwoordig nauwelijks meer in de winkels liggen, terwijl ik het in de jaren zeventig nog regelmatig at. Zo’n hard korstje waar je dan lekker aan kon knagen. Buikspek daarentegen is verkrijgbaar mét en zónder zwoerd.

Geroosterde buikspek kun je prima een dag van te voren maken of invriezen voor later. Punt is wel dat als je er eenmaal aan begint, de kans klein is dat je er iets van over houdt…

Geroosterde buikspek met tuinboontjes

Geroosterde buikspek met tuinboontjes

Continue reading »

dec 012018
 

Het is een feit, restjes zijn vaak de volgende dag nog lekkerder dan het oorspronkelijke gerecht. Alleen al omdat alle smaken met het benodigde vocht tot in de poriën van het gerecht hebben kunnen doordringen. En dat wordt vaak nog eens versterkt als je een gerecht opbakt. Met name in combinatie met rijst kan dat heerlijke knapperige korstjes opleveren. Soms zou je willen dat je het oorspronkelijke gerecht in zijn geheel had bewaard, zodat je een paar dagen restjes had kunnen eten. Babi ketjap is zo’n gerecht.

Opgebakken babi ketjap met rijst

Opgebakken babi ketjap met rijst

Babi ketjap kennen de meesten van ‘de Chinees’, vaak een combinatie van de Chinese en Indische keuken. Ik schreef eerder al eens over de stroperige babi ketjap van de Chinees in Bunnik, maar dat ging over een gerecht van ruim 20 jaar geleden. Hoewel in een groot deel van Indonesië de islam de belangrijkste religie is en er dus geen varkensvlees wordt gegeten, zijn er ook regio’s en eilanden als bijvoorbeeld Bali waar wel varkensvlees wordt gegeten. Daarnaast wonen er veel Chinezen in Indonesië en mogelijk hebben Chinezen afkomstig uit het zuidoosten van China het gerecht geïntroduceerd in Indonesië. Maar door in plaats van de Chinese sojasaus de Indonesische kecap te gebruiken, heeft het gerecht een heel nieuwe wending gekregen. De bekendste kecap of ketjap is de ketjap manis, een dikke sojasaus, aangezoet met palmsuiker. Daarnaast is er ketjap asin, de zoute variant (overigens bevat de zoete variant ook veel zout). Deze is afgeleid van het Japanse shoyu, maar iets meer geconcentreerd en dus sterker van smaak. Het is enigszins vergelijkbaar met de Chinese lichte sojasaus. Naast deze twee versies is er nog een variant die tussen beiden inzit, de ketjap manis sedang. Voor babi ketjap gebruik je de ketjap manis, de zoete variant. En, smaken verschillen, maar de kwaliteit van de verschillende merken ketjaps die verkrijgbaar zijn in de Nederlandse supermarkten en toko’s ook. Persoonlijk ben ik fan van ABC Sweet Soy Sauce Kecap Manis, een dikke stroperige saus.

Continue reading »

nov 102018
 

Het was een ongeïnspireerde week van rauwkost, broodjes kaas en soepjes. Druk in het hoofd en wat betreft het eten vallen we dan terug op routines. Ik schreef al eens over het ontstaan van de taco al pastor, de Mexicaanse variant van een Libanese versie van de Turkse döner. En hoe de teleurstelling van een broodje shoarma mij bij de Griekse variant bracht: de gyros. Allemaal ‘valse’ versies, want ik heb natuurlijk geen staand spit. Afgelopen week moest ik toch weer aan de shoarma denken, ook een variant van de döner. Waarschijnlijk omdat ik een foto van mijn teamgenoten voorbij zag komen die zich na een competitieavond ontfermden over een broodje shoarma. Ik stelde mij het al voor: een broodje dat het alleen maar redt dankzij de knoflooksaus. Ik was dan ook niet jaloers, maar toen ik mij gisteren aan een recept wilde wijden, bedacht ik dat ik gewoon shoarma ging maken. Geen kant-en-klare shoarma van de supermarkt (te zout) of van de slager (niets op aan te merken, want niet zout en goed mager vlees), maar zelluf gemaakt. Het is dan ook niet moeilijk. (Een goede foto maken van een broodje shoarma daarentegen wel blijkt of wellicht was mijn trek groter dan mijn geduld, dat is ook niet onwaarschijnlijk. Maar zij die zonder slechte foto’s zijn, werpe de eerste steen.)

Shoarma van kip

Shoarma van kip

De broodjes zijn er in verschillende varianten. De pitabroodjes van de super scheuren nogal makkelijk is mijn ervaring (ondanks het besprenkelen van de gortdroge broodjes), meestal neem ik ze van de groothandel of van de bakker. BroeR zou ze uiteraard zelf maken, maar ik ben nog steeds niet zo van het kneden. Gemak dient de mens bovendien. Een pitabroodje valt ook weinig eer aan te behalen voor mijn gevoel. Ik maakte al eens broodjes voor de gyros (zie aldaar). Maar die snij je niet open, die beleg je feitelijk. Continue reading »

okt 272018
 

Voor onze ouders was het vroeger gewoon dat er jaarlijks een varken werd geslacht en dat er thuis worst werd gemaakt, maar ook bijvoorbeeld hoofdkaas en balkenbrij. Ook de kinderen in het gezin werden daarbij betrokken. Ik zie de twinkeling in de ogen van onze moeder als ze er over vertelt. De balkenbrij staat nog steeds op de gezamenlijke planning van BroeR en mij, maar een generatie en ruim 70 jaar later maakte ik onlangs voor het eerst zelf worst met een vriend. Het vlees was afkomstig van een zelf geslachte koe (niet door ons uiteraard) en de darmen waren afkomstig van een vriendelijke slager bij de groothandel. Toen hij hoorde dat we voor het eerst worst gingen maken, kregen we van hem een varkensdarm mee. Zomaar, gewoon om te proberen. Die man weet in ieder geval wat klantenbinding is. En in het kader om zoveel mogelijk van een geslacht dier te gebruiken, sprak mij het gebruik van varkensdarm in plaats van kunstdarm wel aan.

Zelfgemaakte worst

Zelfgemaakte worst

Geheel tegen mijn natuur gingen we aan de slag zonder ons fatsoenlijk ingelezen te hebben. Dat ging vanzelfsprekend gepaard met veel discussie en getheoretiseer, zowel in de groothandel als in de auto als tijdens het bestuderen van de darmen in een bakje lauwwarm water. Na, wat wij dachten, alle opties te hebben afgewogen, moest het gaan gebeuren. Allereerst werd de darm dus voorzichtig schoongespoeld. Hierdoor wordt het zout verwijderd dat gebruikt is voor de conservering van de darm. Hou je darm over, dan kun je deze in principe weer met zout conserveren. Maar weet wel dat de darm een goede voedingsbodem is voor allerlei bacteriën op het moment dat het ontzout. Beter is het om eventueel de darm voor het ontzouten door midden te knippen en de rest te bewaren. Wij besloten enkele uren later in al onze amateurwijsheid geen risico te lopen en van de ontzoute darm het restant weg te gooien. Les 1.

Continue reading »

sep 292018
 

De Chinees-Indische restaurants zoals we die kennen, staan onder druk, evenals de meer traditionele Indische restaurants. Met name de Indische restaurants vertegenwoordigen een bijzondere keuken, die van Nederlanders in het toenmalig Nederlands-Indië. Niet dat de Nederlanders zelf kookten, maar in ieder geval is de keuken echt een mengeling van culturen. Dat zijn ook de Chinese restaurants zoals we kennen vanaf met name de oorlog. Er is al veel geschreven over de herkomst van babi pangang en ook over de schrijfwijze (met één of twee g’s). Zo zou babi pangang een uitvinding zijn van Chinese koks in Nederland. Het gerecht komt echter heus via de Chinezen vanuit Indonesië naar Nederland. Geroosterd varkensvlees is geen onbekende in de traditionele Chinese keuken. Het meest bekende is wellicht ‘char siu’, roodgeroosterd varkensvlees en is afkomstig uit de Kantonese keuken. Denk je de rode gember-knoflooksaus bij ‘onze’ babi pangang weg, dan ligt een vergelijking voor de hand. Een ander gerecht dat populair is bij Chinees-Indische restaurants is zoet-zuur varkensvlees in deeg: koe-lo-yuk. Vooral populair bij kinderen vanwege het ruime jasje van deeg waarin een klein stukje varkensvlees ligt verborgen. Meestal is de verhouding deeg-vlees volledig zoek. Ook dit gerecht is afkomstig uit de Kantonese keuken, al betwijfel ik ten zeerste of ze daar ook zo veel deeg gebruiken. De stukjes ananas zijn mogelijk een typisch westerse toevoeging.

Nu kent de Chinese keuken vele keukens, die onderling net zoveel kunnen verschillen als de Nederlandse en de Italiaanse keuken. Zoals op Reutel wel duidelijk is, heb ik een voorkeur voor de keuken van Sichuan, een boerenkeuken. Geen liflafjes, maar vaak stevige en goedgevulde gerechten, waarbij niet zelden veel pepers worden gebruikt. Ook de keuken van Sichuan kent zoet-zuur varkensvlees (tang cu li ji) en dat is toch wel heel anders dan de versie die wij vaak kennen. Hier gebaseerd op een recept van Fuchsia Dunlop.

Zoet-zuur varkensvlees (Sichuan)

Zoet-zuur varkensvlees (Sichuan) met smacked cucumbers

Continue reading »

apr 292018
 

De Surinaamse keuken is een mengelmoes, maar dat wil niet zeggen zonder eigen identiteit. De Surinaamse keuken is ontstaan uit de verschillende culturen die vanaf de zeventiende eeuw het land zijn gaan bevolken. Voor die tijd woonden er overigens al kleine groepen Inheemsen, meest geconcentreerd langs de kust. Vanaf het begin van de zeventiende eeuw vochten Nederlanders, Engelsen, Fransen en Spanjaarden om de beste plekjes langs de kust en aan rivieren voor hun handelsposten. Na wat schermutselingen over en weer wisten de Nederlanders zich de kolonie toe te eigenen. Intussen woonden er al honderden Europeanen, waaronder Engelsen en Nederlanders. Een deel van de nieuwe bewoners had een Joodse achtergrond. Daarnaast waren er slaven, waarvan de meeste afkomstig zullen zijn geweest uit (West-)Afrika. In de zeventiende eeuw ontstond daarmee de basis voor de Surinaamse keuken. In hoeverre de Afrikaanse invloeden zich op dat moment al konden doen gelden buiten de eigen omgeving is nog maar de vraag, maar gaandeweg zijn Afrikaanse elementen middels de slaven zeker in de Surinaamse keuken terechtgekomen. Uit de slaven ontwikkelden zich in Suriname twee culturen, de Creolen en de Marrons. Creolen zijn nakomelingen van vrijgelaten, vrijgekochte of vrijgemaakte slaven. Marrons zijn nakomelingen van weggelopen slaven. Een bekend voorbeeld van een typisch Afrikaanse gerecht is de okrasoep. De okra wordt al in 1686 in Suriname wordt genoemd.

In de tweede helft van de negentiende eeuw kwamen na aanleiding van de afschaffing van de slavernij in 1863 meer bevolkingsgroepen naar Suriname. In de aanloop daarvan arriveerden in 1853 de eerste Chinezen in Suriname, in eerste instantie vanuit het toenmalige Nederlands-Indië, later vanuit China. Na de Chinezen kwamen de Hindostanen en in de twintigste eeuw ook grote aantallen Javanen naar het land. Het is dan ook niet vreemd dat de Surinaamse keuken uit al die culturen een eigen karakter ontwikkelde. Verschillende gerechten zijn ook te herleiden tot die culturen, maar hebben vaak wel een Surinaamse draai gekregen. Bekende Surinaamse gerechten zijn pindasoep, Javaanse bami, roti met kip en kousenband en natuurlijk pom.

Pom

Pom

Continue reading »