mrt 082019
 

De stap van saucijzenbroodjes naar kaasbroodjes is natuurlijk niet zo heel groot, ze behoren tot dezelfde categorie snacks. Het is mij niet duidelijk of het echt een lange traditie heeft, het lijkt mij typisch iets wat aan een decadent Frans hof is ontstaan. Pruiken met wit gepoederde gezichten die een luchtig bladerdeeg hapje oppeuzelen. Waarschijnlijk is bladerdeeg een West-Europese variant op filodeeg dat al in de elfde eeuw in Turkije gebruikt werd. Bladerdeeg was aanvankelijk vooral een luxeproduct, dat typisch welvaartsvoedsel is geworden. Wat het kaasbroodje overigens niet minder lekker maakt. Mits… Het is net zoals met saucijzenbroodjes: er zijn er veel die ze maken, er zijn er weinig die smaken. De makkelijkste manier om ze te maken is blokjes kaas snijden en er een plakje bladerdeeg omheen vouwen. Maar persoonlijk lijkt mij dat niet wat. Lekkerder is het natuurlijk als je ze maakt met een goed gevulde kaasragout. De kaas moet een sterke smaak hebben, zoals bijvoorbeeld oude kaas of Comté van 6 of 12 maanden oud. Je voegt eventueel een flinke schep mosterd naar keuze toe en wat vers gemalen zwarte peper.

Kaasbroodjes

Kaasbroodjes

Allereerst maak je een roux, vervolgens maak je door toevoegen van melk een stevige ragout. Dan de smaakmakers toevoegen en laten afkoelen. Bladerdeeg vullen en klaar. De volgende keer ga ik ze met gorgonzola maken. Ik hou wel van kaas die een beetje pijn doet. Continue reading »

feb 232019
 

Veel makkelijker wordt het volgens mij niet: saucijzenbroodjes. BroeR eet overigens liever een geen-saucijzenbroodje, wat ik overigens prima snap. Zelf maken is makkelijk, mits je voorverpakte bladerdeeg uit de vriezer of de koeling gebruikt. Wil je zelf bladerdeeg maken, dan wordt het een iets complexer verhaal.

Mijn eerste saucijzenbroodje at ik waarschijnlijk in Deventer. Als ik met mijn moeder in de stad boodschappen aan het doen was en we langs de HEMA liepen, vroeg ze of ik een saucijzenbroodje wilde. Welke puber zegt daar nee tegen? In mijn vega-jaren at ik overigens seitanbroodjes, te verkrijgen bij de groene winkel in het dorp waar ik woonde. Seitan is een Japanse uitvinding en feitelijk niets anders dan een bonk gluten, op smaak gebracht in een bouillon van sojasaus, kombu en gember. En perfect als vervanger van vlees in de saucijzenbroodjes. Ook toen ik weer vlees begon te eten, at ik nog wel eens een seitanbroodje. Intussen kom ik er niet meer in de buurt en eet ik een paar keer per jaar een saucijzenbroodje. Wees gerust, saucijzenbroodjes zijn nooit deel uit gaan maken van mijn schijf van vijf. Maar af en toe is het best lekker, vooral als je in de voorjaarskou buiten aan het werk bent en behoefte hebt aan iets warms en hartigs. Probleem is alleen dat veel saucijzenbroodjes helemaal niet lekker zijn. Zompig en klef of droog en flauw. De saucijzenbroodjes die tegenwoordig in de bakken liggen bij de meeste supermarkten laat ik graag links liggen. De lekkerste broodjes haal je, denk ik, bij de bakker, al zit daar uiteraard ook wel verschil tussen. Zelf maken is makkelijk en helemaal als je de vierkante plakjes diepvriesbladerdeeg gebruikt. Het leuke is natuurlijk dat je kan variëren met je gehakt en vooral met je smaakmakers. Ik ben zelf overigens wel benieuwd hoe de broodjes zouden smaken met bonenpuree of refried beans, eventueel met wat kaas…

Saucijzenbroodjes

Saucijzenbroodjes

Continue reading »

feb 092019
 

Uiensoep. Zou dat het meest gegeten soepje zijn? Populair in bedrijfsrestaurants en in reguliere lunchgelegenheden. Bij de laatste geserveerd met een soppend stukje stokbrood met kaas, ook wel Franse uiensoep geheten. Niet zelden iets te zout en met nog vers knisperende uien. Toch is een lekkere uiensoep niet moeilijk te maken, wel kost het wat tijd. De basis van onderstaande soep wordt gevormd door gekaramelliseerde uien en pastinaak. Over gekaramelliseerde uien heeft BroeR al uitgebreid geschreven, dus daar verwijs ik dan ook graag naar. De pastinaak is hier door de Romeinen geïntroduceerd. En de geslachtsnaam Pastinaca is afgeleid van het Latijnse pastinum: hak of eenvoudige ploeg, omdat de wortel voor voedseldoeleinden als hakvrucht verbouwd werd. In de achttiende eeuw was de pastinaak verdrongen door de nauwe verwante peen en werd nauwelijks nog als cultuurgewas verbouwd. De komst van de aardappel uit de America’s zal ook niet mee hebben geholpen. Tegenwoordig wordt de pastinaak aan de man gebracht als ‘vergeten groente’. De pastinaak is iets zoeter dan de peen en ook smaakvoller. Het bevat iets meer zetmeel, wat helpt bij het maken van een stevige soep. Een verbastering van pastinaak is overigens – via pastinakel – het fraaie pinksternakel, wat overigens niets te maken heeft met Pinksteren.

Uiensoep met pastinaak

Uiensoep met pastinaak

Continue reading »

feb 022019
 

Sommige mensen vinden niets zo rustgevend als wroeten in tuinaarde zodat de plantjes goed blijven groeien. Ik heb dat met deeg maken. Brooddeeg, quiche-deeg en ook koekjesdeeg. Dat van die losse ingrediënten een vaste deegbal kan worden gemaakt heeft elke keer iets magisch. En na even in de koelkast te hebben gelegen, mag je zelfs nog een keer kneden. Geweldig.

Koekjes eten is niet echt mijn ding. Koekjes maken, dat is wel leuk. Met voldoende mensen in huis die ze wel lekker vinden, is het weer een excuus om deeg te maken.

Naast het Canadese 1-2-3-4 cake recept is er ook een 1-2-3 koekjes recept. Of beter, koekjes volgens het klassieke “1-2-3 en een ei” recept. De 1-2-3 slaat op de verhoudingen van de ingrediënten, bijvoorbeeld 100 gram suiker, 200 gram boter en 300 gram bloem. Het resulterende deeg is onder verschillende namen bekend. De Fransen noemen het pâte sablée (zandgebak). Op de Nederlandse ik-leer-voor-kok scholen heet het Harde Wener. De resulterende koekjes worden vaak zandkoekjes genoemd. Met de kleur van droog strandzand: strandzandkoekjes.

reutelnl-1-2-3-met-ei

Jonge mensen vinden vaak dinosauriërs heel interessant. Kan ik die gekregen vormpjes ook weer eens gebruiken.

Continue reading »

jan 262019
 

Ik speel graag met eten, maar na al die jaren kan één ding mij nog steeds niet bekoren, nl. deeg maken. BroeR daarentegen doet volgens mij niets liever. Dus voor wie graag een eigen deeg maakt voor deze spinazietaart, verwijs ik met alle plezier door naar bijvoorbeeld één van zijn quiches. Qua deeg kies ik vaak de makkelijkste weg, nl. diepvriesplakjes of eventueel een (semi-)verse rol deeg. ‘Een recept voor spinazietaart?’, hoor ik je zeggen. Inderdaad. Het internet met z’n ontelbare foodblogs is er al van vergeven, waarom dan nog eentje. Eerlijk gezegd was ik op zoek naar een makkelijk recept. Ik had van alles in huis, maar bijvoorbeeld slechts één ei en geen melk, room of crème fraîche. En aangezien ik net boodschappen had gedaan, peinsde ik er niet over om de zaterdagsupermarkt nog eens binnen te gaan. Bovendien wil ik helemaal geen room of crème fraîche in mijn taart. En zeker geen drie of vier eieren. Uit mijn studententijd weet ik nog wel dat de meeste hartige taarten eigenlijk verkapte omeletten waren met een deegkorst. Dus, nee, dank je. Ik besloot mijn spinaziehapje als basis te nemen voor de taart. Al enige tijd eet ik twee keer per week dit snelle, lekkere en semi-gezonde groentehapje vooraf aan de maaltijd. Vind je de taart niks, stop dan na stap 4 en geniet van de spinazie en de rest van je maaltijd. Wil je een makkelijke maaltijd, haal dan de plakken deeg maar vast uit de vriezer.

Spinazietaartje

Spinazietaartje

Continue reading »

jan 052019
 

Er is een recept overgebleven in het Nederlandse taalgebied dat vernoemd is naar de hoeveelheden van de ingrediënten: vier-vierde cake. Het is in zekere zin de simpelste cake die er is en daardoor vaak extra lekker als je een tijdje lang recepten met veel ingrediënten hebt gemaakt.

Het vierde deel in de titel komt van het getal 250, als in 250 gram bloem, 250 gram suiker en 250 gram boter. En 250 gram is nu eenmaal één vierde deel van een kilo. De titel klopt daarmee alleen als de 4 eieren samen 250 gram wegen, oftewel, gemiddeld weegt elk ei 62,5 gram. Wij betrekken onze eieren via de kaasboer van een lokale kippenboer. Laten die eieren nu tussen de 62 en 63 gram wegen. Vier-vierde, het klopt aardig. Neem je grotere of kleinere eieren, dan eet je vier-drie-vierde cake.

Dat Nederlandstalige gebied kunnen we overigens rustig vervangen door Vlaanderen. En de term vier-vierde komt waarschijnlijk ook nog eens van het Franse quatre-quarts, vier-kwarten. We raken Nederland steeds verder uit het zicht. In Nederland heet het simpelweg cake, of voor de verkooptruc, oma’s of grootmoeders cake, waarbij dan weer niet altijd aan de 250 gram en 4 eieren wordt vastgehouden.

Maar net als bij de Canadese 1-2-3-4 cake de smaak toch wat spannender gemaakt. Vier-vierde cake met koek- en speculaaskruiden omdat het wintertijd is. En soms, als afwisseling, ook nog met vanille.

Continue reading »

dec 082018
 

Virgilius’ De Aeneis is een heldendicht over de daden van Aeneas. Het beschrijft de deels verzonnen oorsprong van de Romeinse beschaving en bestaat uit twaalf boeken met in totaal ongeveer 10.000 verzen.

Nou en.

Nou, in de vertaling uit 1513 door de Schotse dichter Gavin Douglas staat in het aan-tafel-eten-gedeelte in boek 7 de allereerste gedrukte versie van het woord scone, geschreven als flowr sconnys. Die kleine broodjes waar we in ons huis een beetje gek op zijn.

En het leuke is dat de Britten nu scone zeggen omdat de Schotten in het begin van de 16e eeuw waarschijnlijk het Middelnederlandse woord schoon(broot) – fijn brood – verbasterden. Het Middelnederlandsch Woordenboek geeft als varianten van schoonbroot zelfs de woorden scoonbroot en scoenbroot. Dat is dus duidelijk.

Scones, het is misschien wel Nederlands! Dat laat onverlet dat de Britten ermee vandoor gingen.

Scoonbroot: 8 aan elkaar zittende gevulde scones

Mrs. Wilson had al vroeg in de 20e eeuw het idee om scones te vullen, met krenten of met rozijnen en specerijen, en diepe inkepingen in het deeg te maken. Dat noemde ze Scotch scones. En inderdaad zijn ze zo nog steeds te krijgen in Schotland, hoewel in een iets andere vorm dan zij beschrijft. Door de inkepingen lijkt het op een viertal aan elkaar zittende broodjes.

Dat idee van vullen kun je nog veel verder doorvoeren. Net als dat idee van diepe inkepingen. In plaats van een high-tea hapje het gevulde zoete scone idee uitgewerkt tot een iets meer reguliere hartige maaltijd.

Continue reading »

sep 162018
 

Met groenten probeer ik zo goed als het kan de seizoenen te volgen en bij voorkeur lokaal geproduceerd voedsel. Vanzelfsprekend ben ik niet zonder zonde, maar met een beetje logisch nadenken weet je dat aardbeien in december of haricots verts uit Kenia niet helemaal koosjer zijn qua milieubelasting. Plus het feit dat ik liever een lokale boer ondersteun dan een multinational. Liever niet, maar dan toch een paar centen meer als het dan nodig is. Is het niet nodig, dan wacht ik gewoon tot het seizoen daar is. Bovendien, als je groenten in het seizoen koopt, ben je zeker niet duurder uit. De maaltijden die ik maak, hebben daarentegen wel vaak een Aziatische achtergrond, maar dat mag over het algemeen geen beletsel zijn om iets lekkers te maken met lokale producten.

Pittige spitskoolsoep met koriander

Pittige spitskoolsoep met koriander

Spitskool is zo’n groente die bijna het hele jaar verkrijgbaar is, al zal het in de wintermaanden uit de kassen komen vermoed ik. Met name in de zomermaanden is het aanbod groot en daarom ook niet duur. Spitskool is rauw lekker in een salade, maar ook geschikt voor een onvervalste gado-gado, het gerecht waarbij je zondigt met de pindasaus, maar tegelijkertijd compenseert met allerlei verse groenten. Lekker om te roerbakken, maar ook geschikt als soepje. Belangrijk is het om koolsoorten niet te lang te laten koken, want dan ontstaan zwavelverbindingen en is kool een stuk zwaarder te verteren. Lang koken is bovendien helemaal niet nodig, met een paar minuten is de groente beetgaar. Een makkelijk recept dat binnen een kwartier op tafel staat. Continue reading »

sep 082018
 

Als je een rare snijboon wordt genoemd dan ben je een zonderling, een wonderlijk persoon die afwijkt van wat men de norm vindt.

Wij aten vroeger uit de moestuin van mijn grootouders veel rare snijbonen. Stoksnijbonen, want de planten vonden de weg omhoog via rijen van (bamboe)stokken. Koop je de groente in de winkel dan zijn ze mooi groen en vrij recht. Uit de moestuin van mijn grootouders werden ook de kromme, gebogen en gedraaide snijbonen gegeten. En terecht. Wij vonden en vinden rare snijbonen heel normaal.

Bovendien verdwijnt het verschil tussen kromme en rechte snijbonen als ze in plakjes worden gesneden met een molen, de snijbonenmolen. Niet vaatwasmachinebestendig zoals nu verkrijgbaar, maar toen een massief en zwaar geheel dat aan de keukentafel vast moest worden geklemd. En zo werden kinderen aan het werk gezet. Geen kinderarbeid want het was leuk om te doen – spelen met gevaarlijke snijvlakken – maar toch kinderen aan de arbeid.

Anders dan vroeger echter komen snijbonen van de supermarkt nu vooral uit een aantal Noord-Afrikaanse landen. En ze zijn recht, de kromme worden eruit gehaald. Maar dat snijbonenmolen gebeuren, dat kan je nog steeds zelf doen.

Op de markt kun je soms nog wel rare snijbonen vinden, uit een lokale kwekerij. Voor in een maaltijd met rijst, chilivlokken en pijnboompitten.

Continue reading »

jul 222017
 

Er komt vanmiddag enigszins onverwacht bezoek. En ze schijnen erg van cake te houden. Cakebeslag maken kost een kwartiertje en dan moet de cake nog ruim een uur bakken in de oven. Daarna nog helemaal laten afkoelen anders is het niet te snijden. Als ik nu begin is de cake net op tijd klaar. Een rondje door de voorraadkast laat een halfvol zakje stroopwafels zien. Gisteren gehaald, bijna vers. Stroopwafelcake gaat het dus worden.

De stroopwafel behoeft geen verdere introductie als je in Nederland woont. Maar wacht. Wat is je antwoord op de volgende vragen? Bak je twee wafels en plak je ze met karamelsiroop aan elkaar? Of bak je één wafel, snij je die doormidden, smeer je er karamelstroop op en druk je daarna de twee helften weer tegen elkaar?

De stroopwafel zoals we die nu kennen is in Gouda ontstaan. Een kandidaat voor wie de eerste wafels maakte is bakkerij van Kamphuisen. De nazaten melden nu dat als introductiejaar 1810 wordt aangehouden. Daar wordt verder geen bewijs voor gegeven. Een logischer jaartal is 1853 of later. In 1853 werd de eerste gasfabriek in Gouda geopend. Het echte jaartal is echter onbekend. Nog steeds worden de meeste stroopwafels aangeprezen als Goudse stroopwafels. ‘Goudse’ verwijst dan vooral naar de vulling van karamel en niet naar de plek waar ze worden gemaakt. Vers gemaakt (op de markt) en ter plekke opgegeten zijn ze het lekkerst.

Buiten Nederland waren stroopwafels lang onbekend. Maar tegenwoordig zijn er (Nederlandse) ondernemers die ze in het buitenland maken. Niet altijd onder de naam stroopwafel want dat is onuitspreekbaar Nederlands. Varianten van Dutch waffle, Dutch syrup waffle of caramel cookie waffle worden vaak gebruikt.

reutelnl-dutch-stroopwafel-cake-plak

Stroopwafels met karamel in een cake. Best Nederlands. Continue reading »