jan 052019
 

Er is een recept overgebleven in het Nederlandse taalgebied dat vernoemd is naar de hoeveelheden van de ingrediënten: vier-vierde cake. Het is in zekere zin de simpelste cake die er is en daardoor vaak extra lekker als je een tijdje lang recepten met veel ingrediënten hebt gemaakt.

Het vierde deel in de titel komt van het getal 250, als in 250 gram bloem, 250 gram suiker en 250 gram boter. En 250 gram is nu eenmaal één vierde deel van een kilo. De titel klopt daarmee alleen als de 4 eieren samen 250 gram wegen, oftewel, gemiddeld weegt elk ei 62,5 gram. Wij betrekken onze eieren via de kaasboer van een lokale kippenboer. Laten die eieren nu tussen de 62 en 63 gram wegen. Vier-vierde, het klopt aardig. Neem je grotere of kleinere eieren, dan eet je vier-drie-vierde cake.

Dat Nederlandstalige gebied kunnen we overigens rustig vervangen door Vlaanderen. En de term vier-vierde komt waarschijnlijk ook nog eens van het Franse quatre-quarts, vier-kwarten. We raken Nederland steeds verder uit het zicht. In Nederland heet het simpelweg cake, of voor de verkooptruc, oma’s of grootmoeders cake, waarbij dan weer niet altijd aan de 250 gram en 4 eieren wordt vastgehouden.

Maar net als bij de Canadese 1-2-3-4 cake de smaak toch wat spannender gemaakt. Vier-vierde cake met koek- en speculaaskruiden omdat het wintertijd is. En soms, als afwisseling, ook nog met vanille.

Continue reading »

dec 082018
 

Virgilius’ De Aeneis is een heldendicht over de daden van Aeneas. Het beschrijft de deels verzonnen oorsprong van de Romeinse beschaving en bestaat uit twaalf boeken met in totaal ongeveer 10.000 verzen.

Nou en.

Nou, in de vertaling uit 1513 door de Schotse dichter Gavin Douglas staat in het aan-tafel-eten-gedeelte in boek 7 de allereerste gedrukte versie van het woord scone, geschreven als flowr sconnys. Die kleine broodjes waar we in ons huis een beetje gek op zijn.

En het leuke is dat de Britten nu scone zeggen omdat de Schotten in het begin van de 16e eeuw waarschijnlijk het Middelnederlandse woord schoon(broot) – fijn brood – verbasterden. Het Middelnederlandsch Woordenboek geeft als varianten van schoonbroot zelfs de woorden scoonbroot en scoenbroot. Dat is dus duidelijk.

Scones, het is misschien wel Nederlands! Dat laat onverlet dat de Britten ermee vandoor gingen.

Scoonbroot: 8 aan elkaar zittende gevulde scones

Mrs. Wilson had al vroeg in de 20e eeuw het idee om scones te vullen, met krenten of met rozijnen en specerijen, en diepe inkepingen in het deeg te maken. Dat noemde ze Scotch scones. En inderdaad zijn ze zo nog steeds te krijgen in Schotland, hoewel in een iets andere vorm dan zij beschrijft. Door de inkepingen lijkt het op een viertal aan elkaar zittende broodjes.

Dat idee van vullen kun je nog veel verder doorvoeren. Net als dat idee van diepe inkepingen. In plaats van een high-tea hapje het gevulde zoete scone idee uitgewerkt tot een iets meer reguliere hartige maaltijd.

Continue reading »

sep 162018
 

Met groenten probeer ik zo goed als het kan de seizoenen te volgen en bij voorkeur lokaal geproduceerd voedsel. Vanzelfsprekend ben ik niet zonder zonde, maar met een beetje logisch nadenken weet je dat aardbeien in december of haricots verts uit Kenia niet helemaal koosjer zijn qua milieubelasting. Plus het feit dat ik liever een lokale boer ondersteun dan een multinational. Liever niet, maar dan toch een paar centen meer als het dan nodig is. Is het niet nodig, dan wacht ik gewoon tot het seizoen daar is. Bovendien, als je groenten in het seizoen koopt, ben je zeker niet duurder uit. De maaltijden die ik maak, hebben daarentegen wel vaak een Aziatische achtergrond, maar dat mag over het algemeen geen beletsel zijn om iets lekkers te maken met lokale producten.

Pittige spitskoolsoep met koriander

Pittige spitskoolsoep met koriander

Spitskool is zo’n groente die bijna het hele jaar verkrijgbaar is, al zal het in de wintermaanden uit de kassen komen vermoed ik. Met name in de zomermaanden is het aanbod groot en daarom ook niet duur. Spitskool is rauw lekker in een salade, maar ook geschikt voor een onvervalste gado-gado, het gerecht waarbij je zondigt met de pindasaus, maar tegelijkertijd compenseert met allerlei verse groenten. Lekker om te roerbakken, maar ook geschikt als soepje. Belangrijk is het om koolsoorten niet te lang te laten koken, want dan ontstaan zwavelverbindingen en is kool een stuk zwaarder te verteren. Lang koken is bovendien helemaal niet nodig, met een paar minuten is de groente beetgaar. Een makkelijk recept dat binnen een kwartier op tafel staat. Continue reading »

sep 082018
 

Als je een rare snijboon wordt genoemd dan ben je een zonderling, een wonderlijk persoon die afwijkt van wat men de norm vindt.

Wij aten vroeger uit de moestuin van mijn grootouders veel rare snijbonen. Stoksnijbonen, want de planten vonden de weg omhoog via rijen van (bamboe)stokken. Koop je de groente in de winkel dan zijn ze mooi groen en vrij recht. Uit de moestuin van mijn grootouders werden ook de kromme, gebogen en gedraaide snijbonen gegeten. En terecht. Wij vonden en vinden rare snijbonen heel normaal.

Bovendien verdwijnt het verschil tussen kromme en rechte snijbonen als ze in plakjes worden gesneden met een molen, de snijbonenmolen. Niet vaatwasmachinebestendig zoals nu verkrijgbaar, maar toen een massief en zwaar geheel dat aan de keukentafel vast moest worden geklemd. En zo werden kinderen aan het werk gezet. Geen kinderarbeid want het was leuk om te doen – spelen met gevaarlijke snijvlakken – maar toch kinderen aan de arbeid.

Anders dan vroeger echter komen snijbonen van de supermarkt nu vooral uit een aantal Noord-Afrikaanse landen. En ze zijn recht, de kromme worden eruit gehaald. Maar dat snijbonenmolen gebeuren, dat kan je nog steeds zelf doen.

Op de markt kun je soms nog wel rare snijbonen vinden, uit een lokale kwekerij. Voor in een maaltijd met rijst, chilivlokken en pijnboompitten.

Continue reading »

jul 222017
 

Er komt vanmiddag enigszins onverwacht bezoek. En ze schijnen erg van cake te houden. Cakebeslag maken kost een kwartiertje en dan moet de cake nog ruim een uur bakken in de oven. Daarna nog helemaal laten afkoelen anders is het niet te snijden. Als ik nu begin is de cake net op tijd klaar. Een rondje door de voorraadkast laat een halfvol zakje stroopwafels zien. Gisteren gehaald, bijna vers. Stroopwafelcake gaat het dus worden.

De stroopwafel behoeft geen verdere introductie als je in Nederland woont. Maar wacht. Wat is je antwoord op de volgende vragen? Bak je twee wafels en plak je ze met karamelsiroop aan elkaar? Of bak je één wafel, snij je die doormidden, smeer je er karamelstroop op en druk je daarna de twee helften weer tegen elkaar?

De stroopwafel zoals we die nu kennen is in Gouda ontstaan. Een kandidaat voor wie de eerste wafels maakte is bakkerij van Kamphuisen. De nazaten melden nu dat als introductiejaar 1810 wordt aangehouden. Daar wordt verder geen bewijs voor gegeven. Een logischer jaartal is 1853 of later. In 1853 werd de eerste gasfabriek in Gouda geopend. Het echte jaartal is echter onbekend. Nog steeds worden de meeste stroopwafels aangeprezen als Goudse stroopwafels. ‘Goudse’ verwijst dan vooral naar de vulling van karamel en niet naar de plek waar ze worden gemaakt. Vers gemaakt (op de markt) en ter plekke opgegeten zijn ze het lekkerst.

Buiten Nederland waren stroopwafels lang onbekend. Maar tegenwoordig zijn er (Nederlandse) ondernemers die ze in het buitenland maken. Niet altijd onder de naam stroopwafel want dat is onuitspreekbaar Nederlands. Varianten van Dutch waffle, Dutch syrup waffle of caramel cookie waffle worden vaak gebruikt.

reutelnl-dutch-stroopwafel-cake-plak

Stroopwafels met karamel in een cake. Best Nederlands. Continue reading »

apr 082017
 

Nederlandse eierballen worden vaak genoemd in Engelstalige artikelen over Schotse eieren. Het gaat dan over de mogelijke verwantschap tussen de verschillende manieren om gekookte eieren te verpakken in een eetbaar omhulsel.

Het begon allemaal met de Nargisi Kofta uit de oude Mughlai keuken, nu bekend uit India en Pakistan. Nargisi Kofta wordt vaak gemaakt van lamsvlees en met veel verschillende specerijen, vaak ook specerijen waaruit kerrie bestaat. In Groot-Brittannië is later een variant van de Nargisi Kofta ontstaan, Scotch egg. Eerst met mildere kruiden in gehakt en later met een krokant korstje van losgeklopt ei en broodkruimels. Zo’n ei met simpel gehakt vlees eromheen heet bij ons en in Vlaanderen ook wel vogelnestje.

Na de Tweede Wereldoorlog werd het eten in Nederland ineens verrijkt via Indonesische restaurants. Veel kruidige gerechten werden geïntroduceerd. Onder andere met kerrie. Na de Tweede Wereldoorlog verhuist tevens de kroket van de eettafel naar de snackbar. Vooral de vleeskroket werd populair. Vlees in een dikke ragout, een salpicon. Een met bouillon gebonden roux met daarin stukjes vlees en soms wat sporen van groenten.

Waarschijnlijk is in die snackbars het idee ontstaan om van een klassiek vogelnestje of Scotch egg een moderne eierbal met ragout te maken. Briljant natuurlijk als uitvinding. En toen dat kerrieragout werd waren de Groningse eierbal en het Venloos friet-ei geboren. Kerrie als specerij om een ei. We zijn bijna terug bij de Nargisi Kofta. Bijna, want Nargisi Kofta is veel pittiger.

Aaierbaal: de variant uit de oven

Maar er is toch een schoen die een beetje wringt. Groningen claimt de eierbal en Venlo claimt het friet-ei. Maar als je de recepten vergelijkt zijn eierballen en friet-eieren eigenlijk hetzelfde. Waar is het als eerste bedacht?

Continue reading »

mrt 252017
 

In de oude internet blurbs voor het alleraardigste ‘Deventer Kookboek’ dat eind 2014 verscheen staat een melding van klassieke appeltaarten van de studentes van de Rijkslandbouwhuishoudschool Nieuw-Rollecate in Deventer. Maar het recept van die klassieker staat niet in het boek. Is er geen recept? Bestaat er wel een Deventer appeltaart?

De titel ‘Deventer Kookboek’ moet je ook wat ruim interpreteren. In het boek staat bijvoorbeeld een recept uit het kookboek De Re Coquinaria uit de eerste eeuw van de oud-Romein Apicius. Deventer is weliswaar een van de vijf oudste steden van Nederland, maar pas vanaf de 8e eeuw wordt de plek waar Deventer ligt bewoond. Het boek bevat ook een recept voor erwtensoep met als motivatie dat deze in de Middeleeuwen zeker ook in Deventer werd gegeten. Liever had ik meer recepten gezien uit het kookschrift van de familie Kronenberg uit 1880, dat naar verluidt bijna 200 recepten bevat en is gearchiveerd in de Deventer Athenaeumbibliotheek.

Gelukkig bevat het boek voldoende recepten en historische informatie die wel een duidelijke verbinding hebben met Hanzestad Deventer, Dèmpter volgens het lokale dialect. Onder andere de kruidenthee en de gevulde piepkuikens die Erasmus nuttigde, de stokvis die verantwoordelijk is voor de bijnaam van Deventenaren, en ook kruudmoes, knieperkes, balkenbrij, én de beroemde Deventer Koek worden besproken.

reutelnl-deventer-koek-appeltaart-whole

Deventer Koek is een kruidkoek, gemaakt van roggemeel, honing, water, gekonfijte sinaasappelschil, en kruiden en specerijen. Waarschijnlijk kruiden en specerijen zoals kaneel, gember, nootmuskaat, kruidnagel en kardemom. ‘Waarschijnlijk’ omdat het recept nog steeds geheim is. Kruiden die wel goed passen in een appeltaart.

Een Deventer appeltaart?

Continue reading »

aug 272016
 

Surimi is een aparte keuze, we eten altijd herkenbare vis. Surimi is nog nooit in onze keuken geweest. En juist daarom gekocht, werd mij verteld.

Echte surimi is vis klaargemaakt volgens een eeuwenoude Japanse methode. De populaire in plastic verpakte surimi van de supermarkten is van recentere datum. Die is in Japan uitgevonden in 1975. Vaak beschimpt omdat het ook wel bekend staat als nep krab. Maar surimi bevat hooguit 10% krabbenvlees en nog vaker alleen maar krabaroma. Het smaakt ook helemaal niet naar krab. Wil je krab proeven moet je krab kopen. Surimi koop je om de surimi smaak, visachtig en zoetig. Heel anders dan bijvoorbeeld de vers gemaakte surimi in een Japans restaurant.

De supermarkt surimi wordt vaak gemaakt van soorten witvis die zelf niet uitblinken in smaak. Alle niet witte delen van een witvis worden verwijderd en het witte vlees wordt vervolgens fijn gemaakt – surimi betekent fijngehakt vlees. Met vermalen is op zich niets mis mee: gehakt is vermalen vlees. Maar het visvlees wordt vervolgens nog een paar keer gewassen tot alle smaak er echt uit is verdwenen. Daarna wordt het met zetmeel, krab(aroma) en andere toevoegingen in staafjes geperst die door moeten gaan voor imitatie krabpoten. Vervolgens worden de staafjes een paar minuten gekookt en ziedaar, surimi, verkocht als visproduct met krabsmaak.

reutelnl-surimi

Orzo, ook wel verkocht onder de namen risoni of riso, is pasta in de vorm van een rijstkorrel. Traditioneel bedoeld voor in de soep, maar daar heeft een student natuurlijk geen boodschap aan. Na het koken wordt het dit keer nagebakken in een koekenpan. Uiteraard met een voorgesneden groente, snijbonen dit keer.

Continue reading »

jun 182016
 

Bij tijd en wijle verandert mijn keuken in een klein mosterdfabriekje. Zelf mosterd maken is namelijk ontzettend leuk, maar daarover later meer. Naast allerlei eigen probeersels koop ik ook veel mosterd, vooral als deze lokaal geproduceerd is. Zo was ik laatst in Eenrum bij Abrahams Mosterdmakerij waar ambachtelijke, biologische mosterd gemaakt wordt. Uiteraard verliet ik het pand met verschillende varianten Groninger mosterd. En een heerlijke biologische mosterdkaas, maar dat ter zijde. Resultaat van al dat geproduceer en gekoop is dat ik meer mosterd in huis heb dan een gemiddeld huishouden waarschijnlijk in een jaar verbruikt. De eigen geproduceerde mosterd is natuurlijk een prima ruilmiddel tegen andere home-made producties, de gekochte mosterd gebruik ik vooral om te proeven. Bevalt de mosterd dan gebruik ik hem zelf, maar als het niks is, doneer ik het potje. Maar eigenlijk gebeurt dat alleen met fabrieksmosterd.

Mosterdsoep

Mosterdsoep

Een soepje is altijd wel lekker. Als lunch of als voorafje. Vaak makkelijk om te maken en bovendien leuk om te maken als je verse ingrediënten gebruikt. Een soep uit een zakje sla ik liever over, over het algemeen zijn die veel te zout. Soep uit blik is volgens mij soep uit een zakje aangelegd met water, in blik. En eigenlijk gebruik ik ook geen bouillonblokjes met allerlei kruiden of andere smaakjes. Ik maak regelmatig zelf een groentebouillon of laat een kippenpoot met wat gember en lenteui even trekken. Beiden kun je goed invriezen. Helemaal onschuldig ben ik uiteraard niet, soms gebruik ik kippenbouillon in korrelvorm of granulaat. Dat geeft een heldere bouillon vol van smaak. Een blik uit de toko staat standaard in de kast. Inderdaad met zout, maar als je het met beleid gebruikt valt dat mee. Afhankelijk van de soep kun je er ook voor kiezen om gewoon water te gebruiken in plaats van bouillon, bijvoorbeeld als er in de soep al voldoende smaakmakers zitten. Met een beetje zout en eventueel vers gemalen peper breng je dan het geheel op smaak. Je zou dat met dit recept bijvoorbeeld kunnen doen. De mosterd heeft zoveel karakter dat een subtiele bouillon wegvalt qua smaak. Dat is uiteraard een beetje afhankelijk welke mosterd je gebruikt. In dit geval gebruikte ik Abraham’s grove Groninger mosterd. Een mooie kruidige en krachtige mosterd.

Continue reading »

feb 202016
 

Met de introductie van Tip: Vakblad voor Thuis in januari 1977 veranderde culinair Nederland, in ieder geval in ons huis. Wij aten ineens met veel meer variatie en met heel veel nieuwe ingrediënten. Paprika’s, knoflook en olijfolie bijvoorbeeld kochten we omdat Tip het in de recepten voorschreef. Recepten met duidelijke stap-voor-stap instructies, begeleid door foto’s van het eindresultaat en informatie over bereidingstijden en calorieën. Er was alleen nog wel heel veel ruimte voor ‘dames-rubrieken’. De doelgroep was daarmee duidelijk: de Tip was niet voor mij bedoeld.

reutelnl-broccoli-bloemkool-taart-rookworst-stuk

Toch heb ik veel geleerd van de recepten uit de Tip. Bijvoorbeeld dat je gewoon zelf bepaalt wat je in een hartige taart stopt.

Al in 1982 waren er genoeg Tip recepten om drie boekjes te laten verschijnen, met pagina grote foto’s van het eten: 85 Goedkope Hoofdgerechten, 80 Hartige Taarten en 70 Feestelijke Hoofdgerechten. In 80 Hartige Taarten vind je recepten voor gehakt- en spektaarten, pizza’s, pannekoektaarten (nog zonder meervoud-n), ragouttaarten, vistaarten en maar liefst 21 recepten voor vegetarische taarten. De recepten zelf worden gegeven in korte, bijna telegram-achtige zakelijke zinnen zonder enige frivoliteiten.

Ingrediënten voor de Tip recepten komen nog wel veel uit pakjes uit de winkel: diepvries bladerdeeg, pak witbroodmix, pak instant pizza, pak pannekoekmix, potje kersen op sap, zakje instant aardappelpuree. Avontuurlijk koken is mooi, maar het moet in die jaren nog wel (gedeeltelijk) uit pakjes komen.

Croissantdeeg zelf maken kost veel tijd, dus deze keer deeg uit een pak, in de traditie van de Tip. Verdere ingrediënten zijn bepaald door wat we in huis hadden, op de rookworst na.

Continue reading »