okt 052019
 

Vooropgesteld, ik was niet eens van plan dit te plaatsen. Maar het komt door een paar Belgen en een Brabander. Ik postte namelijk op één van de sociale media een foto van mijn avondeten: spruitjes met pindasaus. En ik zag een aantal mensen virtueel van hun stoel vallen. Alsof er een wereld voor hen open ging. Spruitjes met pindasaus?! Ik bekende eigenlijk niet beter te weten. Ja, spruitjes zonder pindasaus. Van vroeger. Maar dat was niet lekker. Spruitjes heb ik leren waarderen door de pindasaus. Niet van die grote spruiten, maar kleintjes ter grootte van een flinke knikker.

Pindasaus

Spruitjes, hét excuus voor pindasaus

Ik kan mij overigens niet aan de indruk onttrekken dat spruitjes zachter van smaak zijn dan vroeger het geval was. Maar mogelijk heeft dat ook te maken met de veranderingen in kooktijd die we hanteren vergeleken met een aantal decennia geleden. Oudere generaties kookten (en koken) alles door en door gaar, terwijl we tegenwoordig meer van beetgaar houden. Kook je spruitjes te lang, dan ontstaat die typische spruitjeslucht, zoals ook andere koolsoorten dat hebben, waarbij allerlei zwavelverbindingen vrijkomen. Kook je de spruitjes kort, of roerbak je ze, dan heb je ook geen last van de geur. Overigens bedenk ik mij plots dat de combi van spruitjes met pindasaus misschien uit mijn vegaperiode stamt, maar zeker weten doe ik het niet. Ik zal mijn vegavrienden eens raadplegen. In ieder geval gaven de (lichtelijk verbaasde) Belgen aan dat ze de spruitjes kort koken en daarna ‘stoven in volle boter met nootmuskaat’. De Brabander zei ‘kort koken en roerbakken in gekarameliseerde boter’. Beide methoden ken ik dan weer niet, sowieso ben ik geen grootverbruiker van boter. Bij voorkeur gebruik ik pindaolie.

Continue reading »

jan 282017
 

Op 24 januari is het nationale pindakaasdag. Tenminste in Amerika. Waarschijnlijk bedacht door de Amerikaanse National Peanut Board, een organisatie die meldt de ruim 7,000 pindaboeren te willen helpen. Er worden weinig succesvolle pogingen gewaagd om de dag ook in Nederland in te voeren. Maar we hoeven ook niet alle Amerikaanse bedenksels zomaar over te nemen. Die dag is in America zelf niet eens uniek. De National Peanut Board heeft nog 3 andere pindakaas gerelateerde nationale dagen vastgesteld. Daarnaast zijn er nog 2 andere nationale pindakaasdagen, zonder dat de oorsprong daarvan helder is. Zes speciaal aangewezen nationale dagen om pindakaas te eren. Een beetje te veel van het goede.

Maar goed, pindakaas dus, gemaakt van pinda’s. Alternatieve namen zijn aardnoot, grondnoot, olienoot of apennoot. Maar pinda’s zijn geen noten, het zijn peulvruchten. De bloem groeit bovengronds, maar de na de bestuiving resulterende vrucht groeit eerst richting aarde en groeit dan onder de grond uit tot één of meer pinda’s. Apart.

Pindakaas, daar zit ondanks de naam ook geen enkel stukje kaas in. In het Engels is het al niet veel beter. Peanut butter heet het dan, maar er zit geen streepje boter in. Het zal eerder vernoemd zijn naar de gelijkenis met de smeersels smeerkaas en (zachte) boter.

Rond 1900 werd pindakaas in Amerika ook wel gebruikt als vervanging van boter en andere soorten vet. Vanaf 1911 wordt pindakaas commercieel in potten verhandeld. Recepten met pinda’s erin worden dan gemeengoed. Zo ook koekjes met pindakaas. Ergens in de jaren dertig van de vorige eeuw ontstond in Amerika uiteindelijk een recept dat klassiek is gaan heten, met een kris-kras patroon op de bovenkant, gemaakt met een vork. Amerikaanse pindakaas is echter wel anders van textuur en consistentie dan de Nederlandse pindakaas.

Nederlandse pindakaas koekjes naar klassiek Amerikaans recept.

Continue reading »

sep 142011
 

Ik vond het maar raar, de eerste keer pindasoep. Vooral ook omdat het zo waterig was, waar ik blijkbaar een soort saté in een soepkom had verwacht. Waar je net als bij goeie erwtensoep de lepel rechtop in kon zetten. Wat beduusd liet ik de soep van mijn lepel weer in het bord vallen. “Hoort dat zo dun te zijn?” vroeg ik aarzelend. Verbaasde blikken vielen mij ten deel. “Joh, heb je nog nooit pindasoep gegeten?” Met schaamte in mijn stem moest ik bekennen dat ik dat inderdaad nog nooit had gedaan.

Nu jaren later maak ik het met enige onregelmaat zelf. En in onderstaand recept ben ik blijven hangen. Het zoutvlees is gesneuveld in de vega-jaren en is daarna ook niet teruggekeerd. Het belangrijkste wat ik nog wel eens wil veranderen is de sambal. Standaard met een paar lepels lekkere sambal badjak. Maar als je niet bang bent, is ook een lepel(tje) sambal setan lekker.

Continue reading »