sep 012018
 

Ik denk dat taugé zijn intrede deed op de Nederlandse borden via de Chinees-Indische restaurants die vanaf de jaren twintig van de vorige eeuw langzaam Nederland veroverden. Met name na de Tweede Wereldoorlog kwamen Indonesische restaurants en ‘de Chinees’ in opkomst. Want wie heeft er tenslotte nog nooit een loempia gegeten? Als kind vond ik vooral het knapperige, gefrituurde vel erg lekker, maar tegenwoordig gaat het mij toch echt om de taugé. De loempia bestaat wereldwijd in vele varianten, maar die wij kennen komt uit de Indonesische keuken, die hem weer heeft overgenomen uit de Chinese keuken. Tegenwoordig zijn vooral ook de kleinere varianten, als de Thaise loempia’s en de lenterollen in zwang. Deze bevatten vaak verschillende groenten, maar meestal geen taugé. Maar een loempia eet ik eigenlijk (helaas) nog maar zelden, wel eet ik af en toe taugé. Het is snel klaar te maken en smaakt geweldig bij opgebakken rijst. Ik heb twee verschillende recepten waar ik uit kies, beiden afkomstig uit de Chinese keuken.

Taugé kun je overigens rauw eten, maar dit wordt afgeraden vanwege de mogelijke aanwezigheid van allerlei vervelende bacteriën zoals dat bij kiemgroenten het geval kan zijn. Per abuis is mij ooit eens rauwe taugé voorgezet. De smaak is sterker en het heeft vanzelfsprekend meer bite, maar mijn voorkeur gaat toch uit naar de bereide variant. Taugé is niets anders dan een ontkiemde mungboon, die je gewoon kan kopen in de toko en thuis kan laten ontkiemen. Koop je verse taugé, eet het dan het liefst nog dezelfde dag. Als de taugé snotterig is (of aanvoelt), eet het dan niet meer. Ook te veel bruine puntjes en verkleurde vliesjes zijn geen goed teken. Taugé moet er fris, stevig en wit uitzien. Taugé is gaar als het licht transparant wordt.

Geroerbakte taugé met rode peper en lenteui

Geroerbakte taugé met rode peper en lenteui

Continue reading »

sep 142011
 

Ik vond het maar raar, de eerste keer pindasoep. Vooral ook omdat het zo waterig was, waar ik blijkbaar een soort saté in een soepkom had verwacht. Waar je net als bij goeie erwtensoep de lepel rechtop in kon zetten. Wat beduusd liet ik de soep van mijn lepel weer in het bord vallen. “Hoort dat zo dun te zijn?” vroeg ik aarzelend. Verbaasde blikken vielen mij ten deel. “Joh, heb je nog nooit pindasoep gegeten?” Met schaamte in mijn stem moest ik bekennen dat ik dat inderdaad nog nooit had gedaan.

Nu jaren later maak ik het met enige onregelmaat zelf. En in onderstaand recept ben ik blijven hangen. Het zoutvlees is gesneuveld in de vega-jaren en is daarna ook niet teruggekeerd. Het belangrijkste wat ik nog wel eens wil veranderen is de sambal. Standaard met een paar lepels lekkere sambal badjak. Maar als je niet bang bent, is ook een lepel(tje) sambal setan lekker.

Continue reading »