Bolognese-achtige volkoren spaghetti maaltijd

Bolognese-achtige volkoren spaghetti maaltijd

Donkere volkoren spaghetti in combinatie een tomatensaus is bepaald niet zo fotogeniek als de versie met lichtgekleurde eierpasta, maar de smaak vergoedt alles.

Spaghetti bolognese, maar dan een beetje anders. Helemaal niet erg, want er is geen standaard tomatensaus voor de bolognese maaltijd. Hoewel de Accademia Italiana della Cucina daar heel anders over denkt. Bolognese refereert sowieso naar de saus, niet naar de pastasoort.

Een eerste recept voor een ragù (vleessaus) met pasta kennen we uit de late 18e eeuw. Opgeschreven door Alberto Alvisi in Imola, een kleine 40 kilometer van Bologna, in een manuscript met circa 50 recepten. Ragù met keuze aan vlees: rundvlees, kalfsschouder, varkenslende of ingewanden van gevogelte is mogelijk. Tomaten zijn nog geen ingrediënt. Terwijl er al zeker sinds 1692 tomaten recepten bestaan in Italië, opgeschreven door Antonio Latini, in Napels. Dat het recept uit de late 18e eeuw zonder tomaten is, is dan een bewuste keuze. Ragù alla napoletana, dat andere beroemde ragù recept uit Italië, bevatte namelijk al wel tomaten.

In 1891 publiceerde Pellegrino Artusi, die in Bologna verbleef, in zijn kookboek La scienza in cucina e l’arte di mangiar bene een recept voor maccheroni alla bolognese, met kalfsvlees en pancetta. Bologna en pasta waren in naam voor eeuwig aan elkaar verbonden. Als pasta wordt denti di cavallo genoemd, paardentanden. Kleine rigatoni wordt nu vaak als vervanger aangewezen. Tomaten zaten er echter nog steeds niet in. Ook wijn en melk (en ook room) zijn latere toevoegingen. Artusi suggereerde al wel Parmezaanse kaas om het af te maken. En ter verdere verbetering suggereerde hij kleine stukjes champignons.

In 1982 definieerde de Accademia Italiana della Cucina het definitieve recept, Ragù Classico Bolognese, met rundvlees en buikspek, en tomaten. Door de tomaten verschilt het minder dan oorspronkelijk van de Napolitaanse versie. Het verschil is nu meer of je het vlees fijn snijdt of in grotere stukken laat. Velen maken het nu in de geest van dit definitieve recept, maar in Italië leidt het zo te lezen nog steeds tot felle discussies. Zo zijn er nu ook versies met kippenlevertjes, zoals je al mocht kiezen van Alberto Alvisi, in het eerste recept. Geschiedenis herhaalt zich.

De Academia zit in Italië, wij niet. Deze keer het recept vaag gebaseerd op klassieke versies, bolognese alla pasta, met aanvullingen.

Lees Meer Lees Meer

Samosa rolletjes uit de oven

Samosa rolletjes uit de oven

De meeste mensen zullen ze wel kennen, die gefrituurde driehoekige deeghapjes van bloem met aardappel, wortel, een paar verdwaalde doperwten en kruiden. Samosa heet het en je kunt er van blijven eten. Te serveren met een chutney of frisse raita of gewoon zo.

Het wordt vooral veel gegeten in India, Pakistan en Bangladesh, maar ook in het Midden-Oosten en Afrika. En door de Indiase diaspora ook in Suriname en uiteraard Groot-Brittannië. Zeg maar gerust de hele wereld. En meestal dus gefrituurd.

Frituren, het hoeft echt niet in liters olie, doe ik zo weinig mogelijk. Wanneer het recept er echt om vraagt, wil ik het nog wel doen met een laagje olie van een centimeter. Maar liever zoek ik een alternatief in de oven. Dat betekent soms ook een creatieve aanpassing in het recept. Een hapje als samosa laat zich met het normale deeg niet goed bereiden in de oven, maar dat verandert als je filodeeg gaat gebruiken. “Ja, maar bladerdeeg dan?” Dat kan inderdaad, maar vind ik persoonlijk minder geslaagd dan de filodeeg-variant die veel knapperiger en luchtiger wordt.

Samosa hoort eigenlijk driehoekig te zijn, het woord samosa is namelijk afgeleid van het Perzische sanbosag  (سنبوسگ‎), hetgeen driehoekig gebakje betekent. Hoewel je met filodeeg natuurlijk mooie driehoekige hapjes kunt maken, zijn de rolletjes net iets makkelijker te maken met het fragiele filodeeg. Als je toch trouw wilt blijven aan de driehoekjes, dan kun je bladerdeeg gebruiken.

Lees Meer Lees Meer

Aardappelwafels met zalm, feta en gepocheerd ei

Aardappelwafels met zalm, feta en gepocheerd ei

Wafel, een woord met een interessante etymologie. Vooral ook omdat er al een woord was voor iets dat gegaard werd tussen 2 metalen platen. Dat woord is oblie. Een oud leenwoord want de Grieken maakten obelios, vaak ronde platte koeken of crackers. Voornamelijk gemaakt van meel en water, en geroosterd tussen 2 metalen platen. In de loop van de tijd werden er patronen in de metalen platen gemaakt, die dan in het platte voedsel terugkwamen.

De patronen in de ijzers werden dieper. Ergens in de tijd werden vierkanten als patroon de norm voor de dikke oublies en werden ze met een rechthoekig ijzer gemaakt, zoals te zien is op het schilderij ‘De strijd tussen Vasten en Vastenavond’, van Pieter Bruegel de Oude uit 1559. Waarschijnlijk werd in de 14e of 15e eeuw de noodzaak gevoeld om de ronde dunne oblie en de rechthoekige dikke oblie definitief van elkaar te onderscheiden. Een nieuwe naam was nodig. Het gekozen woord werd wafel, verwant aan het Hoogduitse wabe en het Oudfrans walfre, dat beiden honingraat betekent.

Dat daarna de wafel helemaal was ingeburgerd in de Nederlanden blijkt ook uit de recepten in het in 1593 verschenen ‘Eenen seer schoonen ende excellenten Cocboeck’ van Carolus Battus (Karel Baten). Geboren in de Zuidelijke Nederlanden en later stadsgeneesheer in Dordrecht, waar het kookboek verscheen als toevoegsel bij zijn ‘Med’cynboec’. In het kookboek staan 3 recepten voor ‘dikke wafelen’. En dan is er nog een recept ‘om dunne wafelen te maken oft oblyen’. In plaats van dikke en dunne oblies zijn er nu dikke en dunne wafels. Voor dunne crackers mag nog zowel wafel en oblie gebruikt worden. De taalrollen zijn omgedraaid. En dat is zo gebleven gezien onze keuze om stroopwafels zo te noemen. Wat dik zijn die stroopwafels niet. Een oublie is nu zelfs verworden tot een ronde wafel, ook met vierkant patroon erop, en soms opgerold tot een ijshoorntje.

Een wafel is dus iets eetbaars dat uit een wafelijzer komt. De ingrediënten zijn vrij. Hier wafels gemaakt op de snellere manier: geen gist, maar bakpoeder gebruikt. Ook gemaakt omdat alle ingrediënten in huis waren: 2 grote aardappelen, restant van een eergisteren nog volle zak, zalm over van de gisteren gegeten zalm-in-cheesecake, en nog een half pakje Griekse feta in de koelkast. Rucola hebben we altijd op voorraad. Plus de gedane belofte dat ik wafels zou maken.

Onvermijdelijk: aardappelwafels met zalm, feta en gepocheerd ei.

Lees Meer Lees Meer

Zelf saté maken

Zelf saté maken

Niet dat het internet zit te wachten op nóg een tweetal recepten voor kipsaté (ajam) en varkenssaté (babi). Desondanks valt er nog wel wat te vertellen. Bijvoorbeeld dat je je zorgvuldig bereide saté van varkenshaas niet overgiet met pindasaus, hoe lekker pindasaus ook is. Een beetje zonde is dat namelijk wel van het vlees. Saus wordt vaak gebruikt om te verdoezelen dat het vlees te droog is, dus ik ben altijd op mijn hoede als vlees mét saus geserveerd wordt in plaats van apart. Neem voor de pindasaus gewoon een stuk Turks brood en doop die in de saus. Voor je saté neem je een lekkere ketjapsaus of gewoon géén saus.

Ik mocht saté bereiden voor een kleine barbecue met vrienden. Een eerste bijeenkomst na alle corona-beperkingen van afgelopen jaar. Na het geplande menu te hebben doorgestuurd, kreeg ik de volgende dag een berichtje terug: ‘Of ik de satésaus niet wilde vergeten!’ Ik antwoordde: ‘Klopt, die vergeet ik niet.’

Lees Meer Lees Meer

Koken zonder kinderen: lasagne met veel wortels

Koken zonder kinderen: lasagne met veel wortels

Selectieve eters, dat zijn de meeste kinderen. Volwassenen niet, die eten gewoon alleen wat ze lekker vinden.

Een voedselcategorie die kinderen vaak tijdelijk even overslaan is groente. Niet doperwten, dat gaat er nog wel in, maar andere groentesoorten willen nog wel eens een probleem zijn. Bij ons was die eet-ik-niet lijst in het begin vrij lang en bevatte ook oranje wortels. Ze bliefden ze niet. Niet rauw, niet gekookt, niet geroosterd, niet geblancheerd. Toch aten ze wortels, wat we pas later aan ze hebben verteld, toen ze wel weer allerlei groenten aten. Mischief managed.

Pasta, dat lustten ze wel, in alle kleuren en vormen. Pasta in de vorm van lasagne, met een gehaktsaus en soms ook met een bechamel-kaassaus bood daardoor uitkomst. Met wortels werd de lasagne gewoon een stukje hoger. Koken zonder dat de kinderen mogen toekijken of helpen. Anders werd de truc duidelijk.

Dat de lasagne wat oranje van kleur was kwam duidelijk door de saus. En zoals altijd als je de waarheid geweld aan doet, terug naar lasagne zonder wortels konden we niet. Dan was de oranje kleur weg. Gelukkig vroegen ze nooit waarom er alleen bij de lasagne maaltijd geen groenten werden geserveerd.

Lasagne met gepureerde wortelen. Ze eten het nu met de wortel voorkennis wel, maar alleen door een compromis. Extra pasta moet erin; pasta vinden ze echt lekker. En zo maken wij restjes pasta op: in de lasagne.

We eten het nog steeds regelmatig zo. Nu wel met meer kruiderij dan vroeger.

Lees Meer Lees Meer

Lamsbout – India style

Lamsbout – India style

Tringggggg. De deurbel. Ik drukte op de intercom. “Het lammetje.” Even later lag er een flinke lamsbout op het aanrecht. “Wat ga je maken?” “Geen idee. Iets Indiaas?” “Jaaaah!”, klonk een jeugdig stemmetje achter mij. We lachten. “Dat is duidelijk. India it is.”

Ik heb eerlijk gezegd geen lam of schaap gezien in India. Geiten daarentegen wel, je struikelde er letterlijk over. En het mag een wonder heten dat we er geen onder de auto kregen op de binnenwegen. Aan de chauffeur lag het in ieder geval niet…

Een lamsbout is eigenlijk een kwestie van lang genoeg marineren en een paar uur in de oven. Kan niet zo heel veel mee misgaan eigenlijk. En je kunt er een paar dagen van eten. Of een klein weeshuis mee voeden.

Onderstaand recept is voor een lamsbout van ruim 2 kilo, ontdaan van vliezen en vet. Ik marineer voor Indiase gerechten graag vlees in yoghurt, dat voegt niet alleen smaak toe, maar maakt het vlees ook heel mals. In dit gerecht marineer je het vlees in twee fases, waarvan de tweede fase met yoghurt. Je voegt dan bovendien honing toe, om het zure van de yoghurt een beetje tegen te gaan.

Lees Meer Lees Meer

Een welvaartsbroodje: schaamteloos rijke brioche

Een welvaartsbroodje: schaamteloos rijke brioche

Brioche broodjes maak je van goede meel met gist, eieren en roomboter. Daarmee zijn ze rijker dan gewoon brood. Ook duurder dan gewoon brood. Brioche is luxe. Schaamteloze luxe, door de eeuwen heen. Brioche komt in vele vormen, net als gewoon brood. De mooiste vind je op Sicilië, brioscia cû tuppu, en in Frankrijk, brioche à tête (ook wel brioche parisienne genoemd). Bolle brioches met een klein extra bolletje erbovenop. Op Sicilië los gebakken, in Parijs in een kleine ronde bakvorm, in een muffinblik kan ook. In Parijs gemaakt met nog meer eieren en boter, nog rijker dan de Siciliaanse variant.

In 1404 komt het woord brioche naar verluidt voor het eerst voor, in Frankrijk volgens de Le Trésor de la Langue Française informatis. Daarin wordt het gelinkt aan de plaats Rouen. In 1611 verschijnt in Engeland van de hand van de lexicograaf Randle Cotgrave, A Dictionarie of the French and English Tongues. Daarin staat Brioche: f. A breake for hempe; also, a rowle, or bunne, of spiced bread: Norm. 2 betekenissen: brioche heeft iets te maken met het breken van hennep, om de houtdelen te splitsen van de vezels, en een rol of klein bolletje gekruid brood. Het woord brioche zoals we het nu gebruiken komt waarschijnlijk van het Normandische brier, gekneed brood waar je stukken vanaf breekt. Dat komt goed uit met de al genoemde plaats Rouen, want die ligt in Normandië. En dat afbreken dat doen we nog steeds. Het kleine bolletje bovenop moet als eerste afgescheurd worden.

Er wordt wel eens beweerd dat Marie Antoinette, de Oostenrijkse vrouw van de Franse koning Louis XVI, heeft gezegd “Qu’ils mangent de la brioche“, te vertalen als ‘laat ze brioche eten’. Gezegd ten tijde van 1 van de hongersnoden, voor het gewone volk dan wel te verstaan. Dat zij dat heeft gezegd is hoogst onwaarschijnlijk. Maar het feit dat iemand bedenkt dat als er geen gewoon brood is men luxe brioche’s kan eten zegt wel iets over de beleving binnen de koninklijke kringen. Echt contact met de burgers was er niet. Genoeg kiemen in 1789 voor de Franse revolutie. De frase heeft de tand des tijds wel overleeft, maar dan in de Angelsaksische vorm: “let them eat cake“.

Bij de oude Romeinen hadden ze dat beter in de smiezen. Geef ze panem et circenses, brood en spelen, schreef de dichter Juvenalis al in het begin van de 2e eeuw. Een verwijzing naar het graan dat gratis werd uitgedeeld aan Romeinse burgers vanaf het jaar 123 BC en tevens naar de vele gladiatorengevechten. Geen brood – geen eten – is vragen om moeilijkheden als machthebber(s). Elke generatie vergeet wat de generaties daarvoor hebben geleerd.

Ook in de moderne tijd heeft brioche zijn waarde. Duitsland bijvoorbeeld, is een land dat bekend staat ook om zijn zure brood en ingemaakte zure ingrediënten. Als je vroeger in de Duitse campingwinkel stond, geen zuur brood lustte en toch wilde ontbijten, dan was je blij als er de zoetere brioches waren. Dan werd je vanzelf fan van dat zoetere broodje. Al was dat na 2 weken ook wel weer over zijn glans heen.

Dat je gewoon luxe brioches kan maken, dat is ook een verworvenheid van onze tijd. Het brood hebben we daarmee al. Waar blijven de spelen?

Lees Meer Lees Meer

Spaghetti-taart

Spaghetti-taart

Ik kwam een kaart tegen van de Verenigde Staten, verdeeld in regio’s. Met voor elke regio de populairste taart. Of misschien was het wel een Google overzicht van meest gezochte taart voor die regio. Ik weet het niet meer. Maar in een van die gebieden stond ‘spaghetti pie’. Alleen in Amerika, dacht ik. Dat bleek een vergissing, waarover later meer.

Het is leuk Amerikaanse eetprogramma’s te kijken. Kookprogramma’s zijn het vaak niet echt. Er wordt weliswaar soms wel gekookt, maar er wordt vooral gegeten. Over het algemeen minder geschikt ook voor vegetarische kijkers en mensen met vetvrees. Maar uitermate vermakelijk, soms om de verkeerde reden, maar het kan je op ideeën brengen. Dat gevoel had ik ook bij de kaart met taarten. Ik zag een vuistdikke spaghetti taart voor me. Zacht van binnen en knisperend van buiten. Dat wilde ik!

BroeR had al eens een spaghetti-taart gemaakt, maar daar speelde de spaghetti de rol van deeg, zoals bij een hartige taart, met in het midden de vulling. Ik wilde gewoon een complete spaghetti-experience.

Lees Meer Lees Meer

In de oven gebakken Opperdoezer Ronde

In de oven gebakken Opperdoezer Ronde

Aardappels in de oven roosteren of bakken, dat is 1 van die recepten waar je heel weinig werk aan hebt. Behalve als je ze maakt met Opperdoezer Ronde. Opperdoezer Ronde is een delicatesse, met een unieke smaak. Voor de liefhebber zegt iedereen. Een aardappel met een ronde vorm, diepe en veel ogen en een dunne schil. Door dat laatste worden ze met de hand geoogst. Ook in de keuken heb je ze in de handen. Door die vele diepe ogen ben je wel even bezig om een kilootje Opperdoezer Ronde te ontpitten. Je moet inderdaad liefhebber zijn.

De EU heeft de aanvraag op 9 november 1995 ontvangen [1]. Uit die aanvraag voor de Europese Oorsprongsbenaming (BOB), via Verordenering (EEG) Nr. 2081/92, nationaal nummer 001/94, blijkt dat het geografisch gebied een totaal oppervlak heeft van circa 1600 ha, waarvan circa 1100 ha bouwland [2]. De Opperdoezer Ronde groeit echter op maar 1,1 km2, een 10e van het beschikbare bouwland, al was dat ooit meer. Dat komt omdat er ook andere gewassen worden verbouwd. Gewasrotatie moet. Echter, zowel het aantal telers van als de hoeveelheid grond waarop Opperdoezer Ronde wordt verbouwd lijken steeds minder te worden. Jammer. En niet alle grond schijnt in handen te zijn van de telers van de Opperdoezer Ronde.

In het productdossier staat ook een korte geschiedenis. Vanaf 1860 worden bij Opperdoes zogeheten negenwekers verbouwd. Er zat maar 9 weken tussen zaaien en oogsten. Snelgroeiende aardappelen. Het verhaal vertelt dat tuinder Sluis op een dag tussen de negenwekers een plant met grof blad en ronde knollen aantrof. Natuurlijke veredeling of toch door mensen gestuurd, zo een ander verhaal wil? Uit die plant zou het Opperdoezer Ronde ras zijn voortgekomen. In 1979 wordt de Coöpera­tieve Pootaardappelteeltvereniging “De Opperdoezer Ronde” opgericht. Deze vereniging diende de BOB aanvraag in, die in 1996 werd toegekend.

In welk gebieden de Opperdoezer Ronde mag groeien, dat staat ook beschreven in het productdossier. Het zijn er namelijk 2. Het leest een beetje als een speurtocht/toertocht:

Voor het “Oude land”: Oosterdijk vanaf kruising met Wijmersweg; Noorderkoggen zeedijk, Noorderweg dorpsweg Twisk, Zuiderweg tot een punt van ongeveer éénhonderd vijftig meter ten zuiden van de Noorder Wijmers in een rechte lijn naar de «droge Wijmers» en verlengde Wijmersweg tot aan de Oosterdijk.

Dat “Oude land”, dat wordt altijd aangehaald in PR rond de Opperdoezer Ronde. Er is ook een beschrijving opgenomen voor een 2e gebied, waar je bijna nooit over leest: bouwland in de Wieringermeer, land voor Opperdoezer tuinders als compensatie voor land dat zij in het omschreven gebied niet meer kunnen gebruiken. De vermelde bijgesloten plattegrond zit er helaas niet bij. Maar met Google Maps kom je een heel eind. Alleen in de 100 hectare zavelgrond (zand/klei) rond de kerk van Opperdoes klinkt specialer, maar het moet wat breder worden geïnterpreteerd?

Lees Meer Lees Meer

Thaise eieren met tamarindesaus

Thaise eieren met tamarindesaus

Kai Look Keuy, ook wel son-in-law eggs. De oorsprong van de bijnaam is niet duidelijk, maar de verklaring die het meest populair is dat van een vrouw die dit gerecht aan haar schoonzoon serveerde met de waarschuwing beter voor haar dochter te zorgen…

Hardgekookte eieren worden nog lekkerder als ze vervolgens goudbruin gebakken of gefrituurd worden. Ongepaneerd wel te verstaan. De buitenkant wordt dan licht krokant en een beetje chewy, wat het ei een aangename textuur meegeeft. (Voor gepaneerde eieren zie dit recept.)

Deze Thaise eieren worden geserveerd met een zoet-zure saus. Voor een grote hoeveelheid eters een leuk bijgerecht, maar ook heel goed geschikt als hoofdgerecht. Reken in het laatste geval op twee grote eieren (of drie kleintjes) per persoon. In Thailand is het gerecht vooral bij kinderen populair. Voor ouders is het snel en makkelijk te maken.

Lees Meer Lees Meer