Uit de oven: Berenklauw met pindasaus

Uit de oven: Berenklauw met pindasaus

Iedereen heeft wel een favoriete snack dieĀ  graag wordt gegeten bij een patatje uit de patatzaak. Voor de een is dat een frikandel, voor een ander een kroket of kaassouffle. Of gewoon een broodje hamburger. Uiteraard zijn er tegenwoordig nog 20 andere mogelijkheden, zoals een mexicano of een shoarmarol of wat nog niet meer. Eerlijk gezegd heb ik ze nooit gegeten die nieuwerwetse snacks. Ik ben al die jaren redelijk trouw gebleven aan de kroket, of soms een frikandel speciaal. Voor de goede verstaander, ik ben geen frequent snackbarbezoeker. Verre van dat zelfs. Maar hoe minder je gaat, hoe lekkerder het er is. En mensen die zeggen dat ze nooit een patatje eten geloof ik niet šŸ™‚

Van vroeger kan ik mij al die keuzemogelijkheden eigenlijk niet herinneren, doorgaans was de vitrine van de gemiddelde cafetaria ook wat kleiner dan de huidige toonbanken. Er stonden naast de gebruikelijke snacks slechts schaaltjes met slaatjes en een grote pot met gekookte eieren, dat weet ik nog. Met hooguit een goulashkroket naast de gewone kroket. En ik denk ook haast wel gewone gehaktballen.

We aten eerlijk gezegd ook weinig patat van de patatzaak, hooguit als we een dagje uit waren geweest. Onze moeder frituurde zelf af en toe en dan alleen patat. En alleen op een zaterdag in het voorjaar of de zomer, want de frituur stond buiten. Als ik al in de cafetaria kwam, dan was het om een ijsje te kopen.

Snacks aten we dus vroeger eigenijk niet, die luxe kwam pas in de studententijd. Ik woonde praktisch naast een cafetaria, waarvan de eigenaar elke dag ’s ochtends vroeg zijn patat vers sneed. Daar at ik ook voor het eerst een berenklauw. Met pindasaus uiteraard. Ik had die gehaktbal in schijven vroeger wel zien liggen in de vitrine, maar ik had geen idee. Dat veranderde dus toen ik voor mezelf moest gaan zorgen en de liefde voor pindasaus ontstond.

Maar wat voor mij een berenklauw is, heet voor veel anderen een berehap. In Limburg schijnt het een ‘spoetnik’ te heten en wordt het – heus – met currysaus gegeten.Ā  Ik vind dat maar raar. Niet in de laatste plaats omdat voor mij een ‘spoetnik’ een mix is van cola (of sinas) met koffiemelk en suiker(!). De frisdrank giet je in een smalle, hoge beker op de suiker en de koffiemelk en het schuimt zo sterk en stevig dat je het schuim vervolgens met een lepel opeet. Jeugdsentiment, het bestaat.

Het succes van een berenklauw met pindasaus is volgens mij de zachte gebakken zoetige ui in combinatie met de hartige saus. Naast een goeie gehaktbal uiteraard. De berenklauw onderscheidt zich overigens van de berenlul, door moeders een gehaktstaaf genoemd, doordat de gehaktbal met plakken ui wordt bereid. De afwisseling van gehaktschijf en ui zorgt voor de typerende naamgeving. Zowel de berenklauw als de berenlul wordt standaard met pindasaus gegeten.

Ik beschouw mijzelf niet als onhandig in de keuken, maar een fatsoenlijke, stevige gehaktbal gaat niet vanzelf. Die kleintjes gaan nog net, al noem ik dat ook geen gelukkige huwelijk, maar grote gehaktballen maken… ach en wee. Ik eet dus eigenlijk nooit meer gehaktballen, behalve als onze moeder ze maakt.

Toch wilde ik iemand verrassen met een ‘ordinaire’ berenklauw en dan niet uit de frituur. Wat te doen? Valsspelen! Ik ben niet de eerste blogger die dat doet. Het is ook niet een volwaardig recept te noemen, maar drukt dat de pret? Dacht het niet! Elke excuus om pindasaus te eten is bovendien legitiem.

Ik besloot gegaarde gehaktballen te kopen bij de slager. Kant-en-klaar, je hoeft ze alleen maar op te warmen. En geen frituur nodig. Wil je zelf gehaktballen maken, dan kan dat natuurlijk ook. Zorg dan wel dat ze lekker compact zijn.

Lees Meer Lees Meer

Gewoon lekker Tsjechisch eten: katÅÆv Å”leh

Gewoon lekker Tsjechisch eten: katÅÆv Å”leh

En ook, lekker gewoon Tsjechisch eten: katÅÆv Å”leh.

Prachtig land, Tsjechiƫ. Buiten de toeristische steden, Praag(!), volop ruimte. Bergen, heuvels en smalle, bochtige wegen. Veel kleine dorpjes ook. Wil je wat eten dan ga je naar een restaurace. Want eten in Tsjechiƫ is naar onze begrippen spotgoedkoop. En aan kwaliteit wordt niets ingeboet. Hoe doen ze dat?

KatÅÆv Å”leh vind je in gewone restaurants. Makkelijk te maken met basis ingrediĆ«nten. KatÅÆv Å”leh laat zich vrij vertalen als beul slagen. Misschien een referentie naar de aromabommetjes die erin zitten? Want katÅÆv Å”leh hoort scherp van smaak te zijn.

Standaard ingrediĆ«nten zijn kippen- of varkensvlees, ui, chilipepers, paprika, augurken, tomatensaus of -puree en zwarte peper. In TsjechiĆ« kan je kant-en-klare lečo kopen, een vegetarisch groentestoofpotje. Dan wordt katÅÆv Å”leh maken wel heel makkelijk.

En dan zijn er natuurlijk heel veel variaties op dit thema. Op de een of andere manier is de toevoeging van Worcestershire sauce populair in Tsjechiƫ. Andere variaties zijn een enkel blaadje sla, een enkel schijfje komkommer en/of een stukje tomaat op je bord. Je krijgt het meestal met gebakken of gepofte aardappelen, friet, bolletjes rijst of knedlƭky, in plakken gesneden bleke dumplings gemaakt van bloem, gist, eieren, zout en melk. Kortom, alles mag.

Hier gekozen voor de variant van katÅÆv Å”leh die in TsjechiĆ« zelf is gegeten, toen ook met kreukel friet. KnedlĆ­ky is voor een andere keer.

Lees Meer Lees Meer

Puntpaprika gevuld met Sardijnse malloreddus en Il Delizioso di Pecora

Puntpaprika gevuld met Sardijnse malloreddus en Il Delizioso di Pecora

Ik kocht onlangs een stukjeĀ Il Delizioso diĀ Pecora, een zachte en halfgerijpte Italiaanse schapenkaas. In mijn onwetendheid dacht ik nog even dat de kaas afkomstig was uit het plaatsje Pecora… voor zover dus mijn kennis van de Italiaanse taal!

De groothandel heeft een enorm assortiment aan buitenlandse kazen en af en toe trakteer ik mijzelf op een kaas die ik nog niet ken. Vaak is dat een bergkaas of een schimmelkaas. Dit keer koos ik dus voor een schapenkaasje.

Il Delizioso diĀ Pecora is geen eeuwenoud product, maar werd volgens de producent ontwikkeld voor mensen die niet van stevige kazen houden. Weliswaar is het geen harde kaas, toch heeft de kaas een volle smaak die typisch is voor een schapenkaas. Best smakelijk moet ik zeggen, zo uit het vuistje.

Wat te doen? Na enig wikken en wegen besloot ik puntpaprika’s te vullen met een combinatie van een subtiele pasta, een bescheiden tomatensaus en de schapenkaas.

Malloreddus klinkt misschien niet heel erg Italiaans en wordt misschien om die reden soms ook gnocchetti sardi genoemd. Je zou dan misschien denken dat het net als gnocchi van aardappels is gemaakt, maar malloreddus wordt gewoon gemaakt van griesmeel. Het is een pasta die typisch is voor de Sardijnse keuken. Ze hebben de vorm van dunne geribbelde schelpen, ongeveer 2 cm lang, en worden meestal gegeten met sauzen.

Misschien dat de naam gnocchetti sardi is te herleiden tot de bereidingswijze die aan die van gnocchi doet denken. Bij het bereiden worden deegblokjes tegen het uiteinde van een rieten mand gedrukt om ze gestreept te krijgen. Om ze glad te krijgen was het voldoende om ze tegen een houten basis te drukken. Het resultaat was een dikbuikig product die aan gnocchi doet denken. Zeg ik met mijn pasta-lekenverstand.

Lees Meer Lees Meer

Kaneel-noten-laos broodjes van Zeeuwse bloem

Kaneel-noten-laos broodjes van Zeeuwse bloem

Zeeuwse bloem, totaal ongeschikt om broodjes mee te bakken meldt iedereen, inclusief producenten. Dus wat deden we die dag? Kruidige, opgerolde broodjes bakken van Zeeuwse bloem en noten.

De oorzaak? Ten tijde van een crisis in de wereld koopt heel Nederland altijd alle tarwemeel en tarwe- en patentbloem op. Hamsteren. Omdat wij daar niet aan meededen hadden we ineens een bloemtekort; lege schappen in de winkel. Niet zo handig als je zelf veel brood bakt. Zeeuwse bloem, daar waren nog wel genoeg pakken van in de schappen. Die dus maar meegenomen.

Brood maak je het liefst van bloem of meel die voldoende eiwitten bevat. 12 gram eiwitten per 100 gram bloem of meel is wel zoā€™n beetje een ondergrens. Van eiwit maak je tijdens het kneden en rijzen lange glutenketens. Sterke moleculen, waardoor eenmaal ontstane luchtgaten in stand kunnen blijven en je luchtig brood kan eten. Die luchtgaten ontstaan door de vrijgave van CO2 gas door gist, die de suikers opeten die zijn ontstaan door zetmeel te beschadigen, geholpen door enzymen en water.

Zetmeel wordt beschadigd tijdens het maken van de bloem of meel. Zetmeel is niets anders de energievoorraad voor de groei van de kiem. Eiwit en zetmeel, ze zijn beide nodig om brood te maken. Als je op tijd stopt met brood laten rijzen, dan is er nog genoeg aan suikers over voor geur, smaak en een bruine korst.

Zeeuwse bloem bevat minder eiwit. Afhankelijk van de producent zit het meestal tussen de 10 en 11 gram in 100 gram bloem. Nu is dat ook niet overdreven veel minder. Zeeuwse bloem wordt gemaakt van zachte tarwe. Die zachte tarwe groeit het liefst vlak bij zee. Zeeland kent veel vruchtbare grond en heeft een zeeklimaat. Die zachte tarwe groeit in Zeeland: Zeeuwse bloem. Voor zelf brood maken kochten we in Engeland altijd de very strong flour variant, regelmatig met 14 gram eiwit per 100 gram bloem. Zoiets kennen ze in Nederland niet, of niet wijd verbreid.

Zeeuwse bloem smaakt ook iets anders dan bloem van hardere tarwesoorten. Testen dus, in deze kruidige noten broodjes.

Lees Meer Lees Meer

Aardappeltaartje met spek en kaas

Aardappeltaartje met spek en kaas

Ik kwam er laat achter dat ik aardappels eigenlijk best lekker vind. Vroeger daarentegen vond ik ze niks, behalve als er Nieuwe aardappelen waren. Ik at aardappelen verder het liefst gebakken in schijfjes. Partjes bestonden gewoon nog niet. Patat wel, dat aten we hooguit eens per maand op zaterdag. Een voor een mochten we aanschuiven als onze moeder patat frituurde. Dat was echt veel lekkerder dan de patat van de patatzaak. En standaard met sla, tomaat, ei en slasaus. Die tomaat mikte ik overigens zorgvuldig van mijn bord.

Verder aten we denk ik vijf of zes dagen per week aardappels, meestal gekookt en in de winter in stampotvorm. Toen ik op mijn achttiende ging studeren, werden de aardappels als eerste afgeschaft. Rijst werd mijn nieuwe dagelijkse maaltijd. En af en toe aardappelballetjes: aardappelpuree in een krokant jasje. Een fenomeen dat een huisgenoot introduceerde.

Pas toen ik later in mijn studententijd de keuken van India leerde kennen ben ik weer aardappels gaan eten. Voorzichtig.

Intussen eet ik ze op Surinaamse (roti kip masala), Chinese (gestoofde sukade met aardappelen) en Spaanse wijze (tortilla). Ik maakte onlangs zelfs de ultieme kaas-aardappel-combinatie: de Franse aligot. En nog recenter voegde ik daar Italiƫ aan toe met de rafanata, een fritata met aardappel en mierikswortel. En betrap ik mij erop dat een zak aardappelen soms leeg is voordat er uitlopers aan komen. Het kan verkeren.

Sterker nog, ik word zelfs een beetje creatief met aardappels. Die knollen zijn namelijk heel veelzijdig, aangezien ze erg goed smaken kunnen opnemen. En met gestampte aardappelen kun je alle kanten op, van grof tot puree.

Lees Meer Lees Meer

Wie is voer voor psychologen en pizza met ananas

Wie is voer voor psychologen en pizza met ananas

Psychologen zijn hard nodig, voor het helpen van mensen met echte mentale problemen. Als er (veel) meer mensen tot psycholoog zijn opgeleid dan er banen zijn, dan heb je echter wel meteen een probleem als maatschappij.

Voor kunstenaars zonder inkomen was er De Beeldende Kunstenaars Regeling (BKR), van 1956 tot 1987. Kon je gemaakt werk inleveren en kreeg je in ruil geld. Kunst waar niemand op zat te wachten, anders hadden die kunstenaars wel een inkomen gehad. Psychologen hebben een andere oplossing bedacht. Het aanbieden van cursussen aan het bedrijfsleven en ambtenaren over issues die eigenlijk geen issues zijn. Geen gedragswetenschappers maar gedragscursusleiders. En daar is het brood op de plank. Best slim.

In de loop der jaren zelf ook van vele cursussen mogen genieten, of ik nu wilde of niet. Soms zelfs na jaren verplicht op herhaling, met nieuwe collega’s. Cursussen zonder uitzondering gegeven door mensen die een opleiding psychologie hadden doorlopen. De Roos van Leary, het Piramidemodel van Miller, Mindfulness(!), een leven lang in een flow, de 80/20 regel, het Kleurenmodel, de Zwakste Schakel, … , de lijst gaat nog wel even door. Tuurlijk heb ik van elke cursus wel wat opgestoken. Je leert als het goed is sowieso elke dag wat nieuws.

Vaak waren die cursussen meerdaags, en bijna altijd in een tot hotel/zalencentrum omgebouwd landhuis. Veelal op de Veluwe of in de bossen ten oosten van Hilversum, soms langs de Vecht. Voordelen waren de boswandelingen, de verse broodjes bij ontbijt en lunch en de keuzes voor het avondeten. Daar regelmatig wild gegeten.

Wild eten, daar kon ik de hele dag naar uitkijken. Met familie in de wildernis van Friesland waren we wel gewend aan wild eten. In het seizoen kregen we wel eens fazant mee. Het restant aan wildernis moet namelijk goed beheerd worden. Fazant, superlekker, echt wel. Volledig gegaard, maar wel op je bord met de hagel er nog in. Heb ik wel aan moeten wennen.

Nadelen hebben de cursussen natuurlijk ook. Elk voordeel heeft zijn nadeel. Meestal verwerden meerdaagse cursussen tot langdurig naar 1 plaatje kijken, die daarna in 100 verschillende varianten werd besproken en vooral geoefend. 2 of zelfs 3 dagen achter elkaar hetzelfde doen? Je werd er gewoon amateur-acteur van. Ben Tiggelaar begreep dat beter met zijn ‘MBA in Ć©Ć©n dag’.

Waar ik veel gebruik van maak kwam via een Duitse collega langs, daar is geen psycholoog aan te pas gekomen. DELLE, Durch Einfach Liegen Lassen Erledigt. Eisenhower heeft er veel aan gehad, aan het denken in 4 kwadranten. DELLE en emails afhandelen, werkt ook goed samen. Kan je vast ook cursussen in volgen, in DELLE.

Feedback geven over eten, daar geven de Italianen hoog van op. Het zit in hun cultuur. In de loop der tijd heeft dat veel lekkere gerechten opgeleverd. Ik denk wel dat de mama’s in de familie uitgesloten zijn als personen om feedback aan te geven. De maaltijden van mama’s vinden ze zo te lezen altijd geweldig. Italianen, die voelen aan wanneer ze wel of geen feedback moet geven over eten. Daar zal respect ook een factor in zijn. Tijdens de cursus leerde dat je dat iedereen feedback mag geven aan iedereen. Was goed voor iedereen! Respect? Not today.

Geen idee of de Italiaanse eetcultuur de inspiratie was. Er is wel altijd behoefte om nieuwe invalshoeken te creƫren. Ineens was daar de cursus feedback geven. Nieuw brood op de plank.

Lees Meer Lees Meer

Surinaamse Masala-eieren

Surinaamse Masala-eieren

Deze eieren kwamen terloops al eens ter sprake bij de masala kip. Als onderdeel van de bekende roti-maaltijd zeg maar. Masala-eieren zijn ook lekker als losse snack of op een wit puntje. Zo maakte ik het vorig jaar als onderdeel van de lunch tijdens een pingpongtoernooi. Naast bolletjes met Surinaamse pindakaas en een eigen variant op het legendarische ‘broodje Mario’, wereldberoemd in Utrecht. Maar dat terzijde.

Masala-eieren maken gaat volgens een makkelijk en snel recept. En wat je overhoudt, eet je de volgende dagen op.

Surinaamse eieren worden net zo, als Thaise eieren na het koken gebakken (of gefrituurd), zodat ze een knapperig korstje krijgen. Masala-eieren kun je ook prima een dag van te voren maken. Even opwarmen in de saus en klaar. Natuurlijk kun je de eieren ook koud eten op een puntje met wat komkommer in het zuur en een veeg Surinaamse sambal. Wie durft tenminste…

Voor de duiding, altijd leuk, masala-eieren zijn in Suriname geĆÆntroduceerd door Hindoestaanse contractarbeiders die in de negentiende eeuw het werk op de plantages gingen doen waar tot dan toe tot slaafgemaakten voor werden gebruikt. De omstandigheden zullen voor de contractarbeiders aanvankelijk niet veel beter zijn geweest. Maar met de komst van deze contractarbeiders deed ook de keuken van India haar intrede in Suriname, wat zou leiden tot een van de meest bekende gerechten uit de Surinaamse keuken, de roti met kip, aardappelen en kousenband.

Ik at een vergelijkbaar eiergerecht in India, als lunch. Niet in een restaurant, maar door omstandigheden waren we gebonden aan ons verblijf. De vrouw van de conciƫrge had een eenvoudige lunch voor ons klaargemaakt. Het ei was echter niet gefrituurd en de saus was meer een heel dunne bouillon en smaakte net iets anders. De conciƫrge sprak echter geen Engels en een poging om met gebaren de ingrediƫnten te achterhalen heb ik achterwege gelaten. Maar zo zie je maar dat een gerecht als masala-eieren zich in een ander land, Suriname in dit geval, zich net iets anders kan ontwikkelen.

Terug naar de smakelijke eieren. Die zijn op zichzelf al lekker, maar helemaal op een broodje. Lekker ook om het brood nog wat te soppen in de saus. En een goed excuus om met Pasen niet alleen eieren bij het ontbijt te eten!

Lees Meer Lees Meer

Paradoxale Gooische Pikante in een risotto maaltijd

Paradoxale Gooische Pikante in een risotto maaltijd

Vooropgesteld, Gooische Pikante is een lekker kaasje. Maar … .

Gooische Pikante is een Goudse kaas die sinds 2015 te koop is. Reclames melden dat het een kaas met een verhaal is, maar dat verhaal heb ik nergens kunnen vinden. En dat het met een nieuwe bereidingsmethode en een volledig vernieuwde receptuur wordt gemaakt [1]. Die beiden ook niet worden uitgelegd. Verkooptaal dus.

Op de website van Gooische Pikante staat dat deze kaas prijzen heeft gewonnen als zijnde de lekkerste oude kaas van Nederland [1]. Gooische Pikante is daarmee logischerwijs een oude kaas. Op de website van de verkoper (en ook maker?) van de kaas, kaasgroothandel De Groot-Verburg, staat dat de kaas 40 weken rijpt [2]. Sommige kaasverkopende winkels melden dat de kaas zelfs 52 weken oud is. Ook het artikel in het Kaas magazine [3] meldt een ouderdom van 12 maanden.

Kijk, en dan wordt het interessant: 2 schijnbare paradoxen? Kaas mag namelijk alleen oud heten als deze tussen de 10 en 12 maanden is gerijpt. Bij 12 maanden of meer heet de kaas overjarig. 52 weken is nog steeds 12 maanden. Al die kaasverkopende zaken zouden dan de kaas als overjarig moeten bestempelen in plaats van oud? Of een foutje in de vermelde rijpingstijd van 52 weken?

Dus zal de maker van de kaas het wel goed hebben zou je denken; 40 weken gerijpte kaas dus. Maar 40 weken gerijpte kaas is alleen oud als we denken in kaasmaanden van 4 weken; 40 : 4 = 10, nietwaar. Denken we in echte kalendermaanden dan zit je 40 weken na 1 januari nog maar in de eerste volle week van oktober. Dat is nog best ver weg van 1 november, de echte 10 maanden streep.

Hoe los je kaas-paradoxen op? Je vraagt het aan je favoriete kaasboer. We hebben er 2; de ene heeft een kaaswinkel, de andere een marktkraam. Die op de markt meldde iets interessants. Hij mag het al jarenlang niet verkopen als oude kaas, omdat Gooische Pikante daarvoor niet lang genoeg gerijpt is. Dat is dus duidelijk. De 40 weken melding zal kloppen: Gooische Pikante is dan per definitie geen oude kaas. Die 40 weken levert meteen een verklaring waarom Gooische Pikante zo goed snijdbaar en helemaal niet brokkelig is. Het is gewoon een wat langer gerijpte extra belegen Goudse kaas. Niets mis mee, maar geen oude kaas, dus.

Dan blijven alleen de volgende vragen over. Als de 40 weken rijpingstijd melding op de website van de makers klopt, deed Gooische Pikante dan ten onrechte mee in de categorie oude kaas bij de Hollandse Kaaskeuring wedstrijd? De kaas had eigenlijk niet mogen winnen, of beter, niet mogen deelnemen in die categorie?

Lees Meer Lees Meer

Rafanata – Mierikswortel frittata

Rafanata – Mierikswortel frittata

Vaak zit perfectie in de eenvoud. Dat geldt ook voor sommige gerechten. Er zijn mensen die gaan voor het perfect gepocheerde ei. Een ei en verder niets.

De rafanata heeft net wat meer om het lijf, maar is ook zo’n gerecht dat uitblinkt in eenvoud. Het is een variant op de haast eindeloze reeks frittata’s. Het is een typisch gerecht uit de Basilicata-regio in ItaliĆ«. Oorspronkelijk een min of meer gegrild gerecht, tegenwoordig gebakken in de oven of zelfs gewoon in een koekenpan. Het houdt het tussen een omelet en een frittata.

Het sleutel-ingrediĆ«nt van rafanata is mierikswortel, in Basilicata ook bekend als “u tartuf ‘d’i povr’ Ć²mm”, oftewel “de truffel van de armen”. De wortel heeft een pittige smaak en werd door boeren en herders gegeten omdat het goedkoop en voedzaam was.

Mierikswortel wordt al eeuwen gebruikt in de keuken van de Griekenland en later ook Italiƫ. De plant is zelfs te zien op een muurschildering in Pompeii. Tegenwoordig is de mierikswortel een geliefd ingrediƫnt in de keukens van Midden-Europese landen. En populair als nepversie van het Japanse wasabi.

Als de wortel wordt geraspt, komt allylisothiocyanaat vrij, dat door de scherpe smaak aan mosterd doet denken. Feitelijk is het een zelfverdedigingsmechanisme van de plant tegen planteneters.

Net zoals bij mosterd loopt de smaak snel terug omdat het stofje zo vluchtig is, tenzij je het stabiliseert door toevoeging van een zuur zoals azijn. Mierikswortel als wortel is echter lastig te vinden, maar gelukkig is het wel geraspt beschikbaar in een potje.

Van oorsprong wordt rafanata gegeten tijdens het carnaval. Het traditionele recept bestaat uit eieren, geraspte pecorino, verse mierikswortel en reuzel.

Bij gebrek aan een houtoven werden sintels uit het vuur boven en onder een terracotta pan geplaats, waardoor de rafanata gelijkmatig gaarde. De moderne oven is een mooi alternatief hiervoor. Echter, in een koekenpan werkt het ook prima!

Van rafanata bestaan uiteraard verschillende varianten. Vaak worden gekookte aardappelen en aardappelpuree toegevoegd. Soms zie je dat in plaats van aardappel of in combinatie met aardappel paneermeel wordt gebruikt. In een andere variant wordt dan weer worst gebruikt.

Lees Meer Lees Meer

Een lembas recept hoort erbij

Een lembas recept hoort erbij

Het boek The Lord of the Rings van J.R.R. Tolkien, verschenen in 3 delen in de jaren 50 van de vorige eeuw, werd in 1997 in Engeland verkozen tot het beste fictie boek van de 20e eeuw, door klanten van boekhandel Waterstones en kijkers van Channel 4. Tot wanhoop van een aantal literaire deskundigen. Die houden dan mogelijk juist weer van simpelere verhaallijnen en dunnere boeken. Want The Lord of the Rings heeft diepgang onder andere door de vele doorkijkjes naar het verleden (o.a. verteld in The Silmarillion, verschenen in 1977) en is complex door de vele verhaallijnen, die regelmatig uiteengaan en soms ook weer samenkomen. En ja, het is ook dik, maar ook na herlezing kan de enige juiste conclusie alleen maar zijn dat het eigenlijk niet dik genoeg is. Gelukkig is er de 12-delige boekenreeks History of Middle-earth.

Prachtig boek, inmiddels in ons huis door iedereen (meerdere keren) in het Engels gelezen. Met de Nederlandse vertaling door Max Schuchart naar ‘In de Ban van de Ring’ (verschenen in 1957) is overigens niets mis. En ook nog eens de allereerste vertaling van The Lord of the Rings ter wereld. Conclusie na de eerste lezing door de jongere huisgenoten: “Heel speciaal, toch wel anders dan de films.” De enige vraag die nog beter moet worden beantwoord dan tot nu toe is gedaan in boeken en op het internet, is waarom de adelaars de ring niet simpelweg in Mount Doom wierpen. Een ander antwoord graag dan als ze dat hadden gedaan bestond het boek niet.

De reisgenoten legden in The Lord of the Rings te voet grote afstanden af. In LothlĆ³rien, een Elven-domein, kregen ze voor hun vertrek dunne brood/cake/koekjes mee als voedsel voor onderweg. Tolkien omschrijft ze in het boek als very thin cakes en meldt dat de Elven het lembas of waybread noemden. De cakes, ingepakt in bladeren van de mallorn boom, bleven vele dagen zoet en knapperig. 1 stuk was voldoende voor een mens om een hele dag te lopen.

Britten noemen onze Nederlandse rechthoekige zoete cake ook cake, maar cake heeft in de Engelse taal nog wel meer betekenissen. 1 daarvan is dat cake een broodachtig voedsel is, gemaakt van deeg, vaak zonder gist, en gebakken in kleine platte vormen. Tolkien noemde corn als ingrediƫnt, en daarom maken mensen in de VS wel lembas van mais. Maar dat is niet correct. Corn refereert in het Engels naar die graansoort die dominant is in een bepaalde regio. In Engeland is dat tarwe. Tolkien was een Engelsman, tarwe it is. Tolkien schreef dat lembas van buiten lichtbruin gekleurd was en van binnen roomkleurig.

Lembas duidt daarmee op een cake-bread, brood zonder gist, hier in een platte koekjes vorm, gemaakt van tarwe en zodanig gebakken dat het ze knapperig zijn. Ze zijn ook zoet volgens de Elfen; er moet wel iets als suiker of honing in zitten.

Lees Meer Lees Meer