Portobello vol risotto, op een bedje van rucola

Portobello vol risotto, op een bedje van rucola

Kastanjechampignons zijn in supermarkten heel populair, gezien de hoeveelheid plastic bakjes gevuld met die champignons. In die bakjes zitten regelmatig grote exemplaren, met een diameter van zo’n 6 à 7 centimeter.

Portobello is een grote variant van de kastanjechampignon. Koop je portobello’s in de super, dan koop je er meestal 2 tegelijkertijd, ook al in plastic. Portobello’s starten daar met zo’n 7 centimeter diameter. Stiekem voor u gemeten in de door ons meest bezochte super. Na een paar keer meten, met uitleg aan diegene die verantwoordelijk was voor de groenteafdeling en even wilde weten wat ik daar deed, is de uitkomst: regelmatig 7 à 8 centimeter en soms 9 centimeter. Dat is niet echt veel verschil tussen grote kastanjechampignons en kleine portobello’s. Voor echt grote portobello’s gaan wij daarom naar de groenteboer. Dat levert portobello’s op met een diameter van ± 12 centimeter.

Portobello’s slinken niet veel tijdens het bakken, waardoor het kommetje met de kieuwen, aan de onderkant, mooi intact blijft. Ideaal om te vullen. En die kieuwen, die laten we echt wel zitten. Die leveren namelijk ook smaak. Haal je ze weg, dan wordt het kommetje wat dieper. Maar dat wordt het ook wel als je de vulling er stevig induwt. Kieuwen: laat ze zitten.

Portobello’s blijven net als kleine kastanjechampignons ook lang goed, tot wel 5 dagen in de groentela van de koelkast. Als je er voor zorgt dat er lucht bij kan komen, gek genoeg.

Zo kun je 5 dagen van te voren bedenken dat je over 5 dagen restjes paddenstoelen over hebt, die nog steeds mooi en stevig zijn. Dat lukt ons met bijvoorbeeld witte champignons nooit. De worden zeker vanaf dag 3 vaal en krijgen rare plekken. Vandaar dat we wel bijna altijd een variant van kastanjechampignons in voorraad hebben, maar bijna nooit witte champignons.

Portobello’s halen we in huis voor het visuele aspect van een maaltijd, als soort van versiering.  Of heel gelaten of in lange dikke plakken gesneden. Hier heel gelaten en gevuld met knoflook, risotto en ui.

Lees Meer Lees Meer

Radiatori met een gochujang-gehaktsaus

Radiatori met een gochujang-gehaktsaus

Korea meets Italy.

Ik geef toe, over het algemeen blijf ik trouw aan een bepaalde keuken en maak weinig overstapjes. Maar soms ligt het zo voor de hand, dat ik het niet kan laten. Pasta met gochujang bijvoorbeeld. In plaats van noedels kun je natuurlijk prima pasta gebruiken. En in plaats van saus op basis van tomaten, gebruik je gochujang, de Koreaanse peperpasta. Krijg je een mooie rode saus van en verras je iedereen aan tafel.

Radiatori, het was een pastavorm die ik nog niet eerder was tegengekomen. En iedereen die pasta eet die weet dat de ene pastavorm niet de andere is. Zo ben ik geen fan van compacte pastavormen als penne rigate of faralle, de vlinderpasta. Het is een persoonlijke voorkeur, ik weet het. Net zoals ik mijn pasta graag gaar heb, in plaats van beetgaar. Misschien dat ik daarom een voorkeur heb voor Aziatische noedels in plaats van Italiaanse pasta. Pasta wordt gemaakt van durumtarwe en is wat elastischer en steviger. Chinese noedels zijn ook van tarwe gemaakt, maar dan van gewone tarwe. Het gaat overigens mis als de noedels niet uit China komen, maar uit een Italiaanse pastafabriek, zoals tal van producten van zogenaamde A-merken. Met een beetje pech ook nog verkocht in een muffe kartonnen doos, hetgeen de smaak niet ten goede komt. Desondanks hoeft er natuurlijks niks mis te zien met pasta of als noedels vermomde pasta. Als het eten maar lekker is!

Het internet is verdeeld over de oorsprong van radiatori, een grillige pastavorm. De pasta ontleent zijn naam aan de vorm die doet denken aan een radiator. Sommigen zeggen dat radiatori is ontstaan in de periode tussen de beide wereldoorlogen in. Andere zeggen dat het in de jaren zestig is bedacht.

Deze pasta wordt soms vergeleken met rotini, oftewel de wokkel onder de pasta’smaar de radiatori is veel ingenieuzer van vorm. De radiatori zien eruit als kleine holle cilinders met gekartelde randen, waardoor ze sauzen heel goed vasthouden. Radiatori is dan ook minder compact dan rotini of fusilli. De laatste eet ik overigens graag in mijn tonijnsalade met pasta.

Het kan prima zonder, maar als je toevallig een stuk Parmezaanse kaas hebt liggen … Haal het over de rasp en de radiatori met gehaktsaus smaakt nóg lekkerder.

Lees Meer Lees Meer

Italiaanse risotto, vlees, kaas en wijn, met salade

Italiaanse risotto, vlees, kaas en wijn, met salade

Is de Italiaanse keuken gevarieerd? Het antwoord kan ja luiden. De Italiaanse keuken is namelijk eigenlijk de som van de vele regionale keukens. Italië kent nogal wat regio’s, ook al door de geschiedenis van het land. En al die keukens zijn mede daardoor allemaal net iets anders, door gebruik van de lokale producten en verse ingrediënten.

Bovendien is die Italiaanse keuken een thuis-kook keuken, ook wel ietwat denigrerend de arme-mensen-keuken genoemd. In Italië is de mama nog steeds de bewaarster van de klassieke gerechten.

Niet voor niets is het kookboek La Scienza in cucina e l’Arte di mangiar bene (de wetenschap in de keuken en de kunst van goed eten), uit 1891 van de hand van Pellegrino Artusi, naar verluidt nog steeds het meest gelezen kookboek. Omdat het de nadruk legt op het gebruik van verse producten door gewone mensen, voor die arme-mensen-keuken.

Is de Italiaanse keuken gevarieerd? Het antwoord kan ook nee luiden. Er zijn dan wel veel verschillende gerechten, maar o wee als je daar iets aan veranderd. Zeker als die gerechten een eigen naam hebben, kan je in Italië zelf beter geen risico nemen. De kookkunsten van de mama’s, daar kun je uit respect natuurlijk ook niets meer aan veranderen of verbeteren. Onze Italiaanse vrienden bevestigden; iets nieuws verzinnen, dat kan en dan wordt er meteen over gediscussieerd, iets bestaands veranderen, nee. En als een kookboek uit 1891 nog steeds het meest gelezen kookboek is, dan zegt dat ook wat over vernieuwingen in de keuken.

De naar Amerika geëmigreerde Italianen, die bedachten wel nieuwe variaties op bestaande recepten. Mogelijk omdat de mama’s in Italië bleven? Het gevolg is dat veel recepten die in populaire tijdschriften staan en Italiaans genoemd worden, feitelijk recepten zijn die in de V.S. zijn ontstaan, wel vaak in keukens waar Italiaans werd gesproken. Een voorbeeld is de Amerikaans-Italiaanse stromboli, de opgerolde pizza zonder tomaat.

Heb je De Zilveren Lepel in je boekenkast staan, net zoals wij, uit de tijd dat we nog wel kookboeken kochten, dan heb je meteen een groot deel van de Italiaanse keuken in bezit. De Zilveren Lepel wordt wel de klassieker onder de klassieke kookboeken genoemd. De oorspronkelijk Italiaanse titel is Il Cucchiao d′Argento. De Zilveren Lepel is opgedeeld in gangen, en per gang zijn er hoofdstukken. Bij de gerechten staat duidelijke uitleg en de foto’s zijn prachtig.

Toch is het een uitermate onhandig boek. Zwaar, groot en lijvig: in onze boekenkast ligt een exemplaar met 1503 bladzijden. Zoiets leg je niet op een aanrecht of neem je mee als je ergens anders gaat/moet koken. Gelukkig kan je tegenwoordig met je mobieltjes foto’s maken van de recepten, voor later gebruik in een keuken. De Zilveren Lepel, eigenlijk is het geen kookboek, maar veel meer een naslagwerk, een encyclopedie. Als je 1 recept per dag zou maken, dan eet je ongeveer 5,5 jaar lang elke dag iets anders.

Onderstaande recept is niet uit De Zilveren Lepel gehaald. De inspiratie wel, door de keuze van de ingrediënten. Italiaanse ingrediënten, makkelijk te krijgen in Nederland, aangevuld met Nederlandse roomboter en groentebouillon.

De keuze van de wijn, daar ging mijn wederhelft over. Er zijn veel te veel wijnen om uit te kiezen. Dat laat ik daarom graag over aan de expert in ons huishouden. Ik hoef alleen maar te vertellen welke smaak en nasmaak ik wil beleven. En ik krijg een wijnnaam terug.

Lees Meer Lees Meer

Curry van kippenmaagjes

Curry van kippenmaagjes

De slager was even weg naar achteren in de Turkse super en de vrouw die normaal bij de kassa staat, hielp me dit keer. Ze is altijd heel spraakzaam. Ik vind het altijd leuk als de verkoper een geïnteresseerd praatje maakt en dan niet over het weer. Of het nu de boekhandelaar is, bij de toko of de groenteboer. Of in dit geval bij de Turkse winkel. Het is niet alleen klantenbinding, maar geeft ook rust in wat tegenwoordig toch een vaak een jachtig winkelleven is: snel boodschappen doen, afrekenen en weer naar huis. Het is leuk om tips te krijgen voor recepten of uitleg waar je dat ene ingrediënt nu voor gebruikt, of in de boekhandel een levendig gesprek over een nieuw boek.

Eerder gaf ze me de tip om lamskoteletjes niet heel kort te bakken, maar een uurtje te stoven. Dit keer was haar huiverige blik naar de kippenmaagjes niet te missen. Ik zei dat wel duidelijk was dat ze die niet zou eten. Ze knikte, net als levertjes zei ze en wees op de bak ernaast. Maar niertjes at ze dan weer wel, met kerrie-masala en heel veel ui vertelde ze. Dat laatste klonk weliswaar aantrekkelijk, maar niertjes zijn dan weer niet aan mij besteedt. Ik at ze eens en daar ga ik het ook bij houden.

Ik gaf aan dat de maagjes niet zo eng zijn en gewoon uit spierweefsel bestaan. Ze keek nog eens goed en moest bevestigen dat het er gewoon uitzag als vlees. En niet als ingewanden zal ze hebben bedoeld. De meeste vrienden gruwen als ik zeg dat ik kippenmaagjes heb gegeten. Het is weliswaar een ingewand, maar feitelijk een dikke spier. Het heet ook niet voor niets de spiermaag, dit in tegenstelling tot de kliermaag. In de spiermaag wordt hard voedsel met steentjes fijngemalen. Het bestaat uit spierweefsel, net als bijvoorbeeld wangetjes dat na lang stoven supermals is wordt.

Maagjes, ik eet ze vaker. Spotgoedkoop en ideaal voor een stoofmaaltijd. Laten we er dus eens een curry mee maken.

Lees Meer Lees Meer

Authentieke Flammkuchen uit de Elzas

Authentieke Flammkuchen uit de Elzas

De titel is helemaal fout, maar dat had u natuurlijk meteen al opgemerkt. En toch weet u direct waar we het over hebben.

In de titel gebruiken we de Duitse naam van dit gerechtje. In de Elzas zelf heet het flammekueche. Foutje 1.

En het is niet alleen de Elzas maar het grotere Elzas-Lotharingen gebied. Foutje 2. In het Frans bekend als Alsace-Lorraine. Die laatste deelregio is ook bekend om die lekkere quiche. In het zuidelijk deel van Lotharingen bestelden we tarte flambée. Een soglosse, een soort van taalgrens, midden door Lotharingen? Best mogelijk, gezien de historisch afwisselende Franse en Duitse verboden en verplichtingen in taalonderwijs in die regio.

In de Elzas zelf vinden ze dat Duitse boerinnen Flammkuchen hebben uitgevonden [1]. Waar precies melden ze er niet bij. Gezien de Elzas (en ook Lotharingen) een aantal keren van eigenaar is verwisseld, kan dat toch zomaar in de Elzas zijn, toen het Duits bezit was. Of is het uitgevonden in een deel van Duitsland vlakbij de Elzas, in Baden en/of Pfalz? Daar is Flammkuchen ook nu heel populair. Onopgelost dispuut 1.

Vaak wordt gemeld dat flammkuchen is ontstaan door de temperatuur van de oven met wat deeg te testen vóórdat men ging bakken. In Frankrijk melden ze dat het juist is ontstaan door de restwarmte van de oven juist ná het brood bakken te gebruiken, met overgebleven deeg [1]. Onopgelost dispuut 2.

Er zijn 2 scholen voor het deeg: met en zonder gist. Het splitst in een flammkuchen discussie de wereld in 2en zo te lezen. Dispuut 3. Als flammkuchen is ontstaan om de temperatuur van de oven te testen om brood te bakken, dan lijkt gist een logisch ingrediënt (behalve in Ierland). Je gaat geen 2 soorten deeg maken toch. Als het werd gebruikt om restdeeg af te bakken, dan lijkt de aanwezigheid van gist ook logisch in het geval van brood. Kortom, wanneer heeft flammekueche gist als ingrediënt verloren?

Ik gok toen pizza populair werd buiten Italië. Ergens in de 2e helft van de 20e eeuw. Ciabatta is ook redelijk recent in Italië ontstaan, als tegenhanger van de aldaar steeds populair wordende Franse baguette.

We hebben het in de titel over authentiek, maar er zijn een aantal authentieke toppings die met flammkuchen wordt geassocieerd. Welke bedoelen we als we het woord authentiek gebruiken?

Een Franse basisversie heeft nu een topping van room, dunne slierten rode ui en spek. Regelmatig authentiek genoemd op het internet. Andere ‘authentieke’ versies zijn een gratin versie met Gruyère, een versie met paddenstoelen (een forestière) en een versie met Munster kaas. Er zijn zelfs zoete versies, bijvoorbeeld met appels en kaneel. Flamberen met zoete likeur, ook te bestellen. We hebben ook wel eens in de Elzas in een flammekueche-restaurant gegeten met een menukaart die je in een pizzeria verwacht. Flammekueche met tomatensaus! En met rijk belegde toppings.

En welke soort spek wordt gebruikt in een authentieke versie? En zijn het spekreepjes of spekblokjes? Dat kun je simpelweg oplossen net zoals Tante Fanny dat deed. Je publiceert gewoon een recept voor ‘Elzasser flammkuchen met spek, crème fraîche en ui’, waarna je in het recept spekreepjes als ingrediënt voorschrijft en op de begeleidende foto spekblokjes toont [2]. Dispuut 4.

Flammekueche is omgeven door vele onopgeloste vragen, discussies en onduidelijkheden. Maar het is wel ongekend lekker. De titel had dus beter kunnen luiden: ‘Een op een basisversie van flammekueche lijkende flammkuchen met inspiratie uit Elzas-Lotharingen en/of Baden en/of Pfalz … ‘. Vandaar de kortere titel. Maar ook dat had u natuurlijk meteen al door. En een wijsneus in ons huis meldde tussen neus en lippen dat een aan het eind toegevoegde ‘?’ ook had volstaan. Wijsneus.

Mocht die basisversie inderdaad authentiek zijn, dan is onderstaande versie dat nog steeds niet. Geen Duitse Schmand of Franse room, maar Nederlandse crème fraîche. Geen flinterdunne sliertjes ui, maar dikke uienringen. Een te lage oventemperatuur. Geen spek maar ham.

Overigens aten we aan de rand van de Eifel dan weer een flammkuchen zonder Schmand, room of crème fraîche. Apart, en daarom toen meteen besteld.

Met ham is het trouwens altijd even opletten. Sinds de uitzending van Keuringsdienst van Waarde, in 2018, kan iedereen weten dat er soms water in hammen wordt gespoten [3]. Dat vergroot het gewicht en daar betaal je voor. Water komt bij ons het huis binnen via kranen en flessen, niet in een ham.

Hoe het ook zij: tegenwoordig moet flammkuchen snel en daarmee echt zonder gist. Met gist is het gewoon een dunne pizza, ook met een traditionele flammkuchen topping. Dan is het gewoon een pizza bianca.

Dat Tante Fanny’s flammkuchendeeg gist bevat [4], en daardoor(?) ook die van een aantal supers, is gewoonweg jammer te noemen. En als je de ingrediënten van AH’s flammkuchendeeg [5] vergelijkt met die van AH’s pizzadeeg [6], dan zijn die ingrediënten precies gelijk, evenals de voedingswaarden, tot de hoeveelheid zout aan toe. Smaken ze anders of wordt het deeg in rechthoeken als flammkuchendeeg verkocht en in rondjes als pizzadeeg? Dispuut 5?

Lees Meer Lees Meer

Gevulde bara met masala kip

Gevulde bara met masala kip

Het is al jaren het gebruik dat wanneer er gelegenheid is te lunchen in een Surinaamse eethuisje die kans met beide handen wordt aangegrepen. Nu is dat in de Randstad goed te doen overigens, maar daarbuiten is het soms even zoeken en goed plannen.

Meestal bestaat de lunch dan uit 1 of 2 broodjes. Op een koude dag soms een pasteitje of een saté. Een beetje afhankelijk van het menu uiteraard. Een enkele keer kies ik een bara. Bara’s worden wel eens met donuts vergeleken, maar die vergelijking slaat eigenlijk nergens op. Beiden worden in olie gebakken, maar daar houdt de vergelijking eigenlijk wel mee op. Of het moet zijn voor het gat in het midden van de bara. Dat gat is uiteraard niet voor de sier, maar hierdoor gaart de bara gelijkmatig.

De bara is een Surinaamse versie van de Indiaanse vada, een snack op basis van peulvruchten met allerlei specerijen en vaak geserveerd met sambar. Ik at het in India als veilige lunch in verschillende eethuisjes langs de weg. En een enkele keer bij het ontbijt, al waren die vada’s wel veel kleiner dan de bara’s die wij uit Suriname kennen.

Bara’s worden gemaakt van mungbonen of mungbonenmeel, bloem, specerijen en bevatten meestal fijngesneden tayerblad of spinazie.

Door de toevoeging van baksoda worden de bara’s extra luchtig, terwijl ze wel een knapperige korst hebben. Een goede bara lijkt dan wel groot en stevig, maar is verrassend luchtig.

Een bara eet je warm, net zoals je een oliebol het beste warm eet. En de bara wordt meestal gegeten met een pittige chutney of een andere, doorgaans loeihete saus. Maar je kunt ze natuurlijk ook vullen. Bijvoorbeeld met kip masala met kousenband. Geen stukken kip, maar geplukte kip.

Het maken van bara’s bewaar ik voor een volgende keer. Ik kocht een paar verse bara’s. Je kunt ze gerust invriezen en later opwarmen. Doe dat alleen niet in een magnetron, dat gaat niet goedkomen. Doe dat in een oven of, wat mij voorkeur heeft, in een koekenpan zonder olie. Zie het recept hieronder.

Lees Meer Lees Meer

Als kikkerdij naar kip smaakt, neem dan kippendij

Als kikkerdij naar kip smaakt, neem dan kippendij

Lang geleden, toen we veel meer aan sport deden dan tegenwoordig, en ook veel meer soorten sport beoefenden, keken we vooral uit naar het eten, na dat sporten, in 1 specifiek sportrestaurant. Ik kan het woord sportkantine niet gebruiken, want daarvoor had de kok veel te veel ambitie.

Daar dus regelmatig slakken gegeten en ook 1 keer kikkerbilletjes. Die slakken hadden wel een dikke knoflooksaus nodig om echt lekker te zijn. Maar goed, wel regelmatig besteld dus.

Die kikkerbillen waren heel snel weer van het menu af. Het smaakte ongeveer als kip, en als je blind proeft roep je ook direct, kip. Al snel had iemand de keuken ingelicht over de gebruikte slachtmethode van die uit Frankrijk geïmporteerde kikkerbilletjes. Sindsdien hebben wij geen kikkerbilletjes meer gegeten, ook niet in Frankrijk.

Cuisses de grenouilles staat op de Franse verpakking, kikkerbilletjes. Maar cuisses betekent ook dijen in het Frans. Je eet dus eigenlijk de kikkerdijen op, en niet puur de billen, tenminste als je wat minder scrupuleus bent en nu nog steeds delen van kikkers opeet. In het restaurant werden de kikkerbillen al snel vervangen door drumsticks, van kippen.

Kikkers en padden hebben het wereldwijd moeilijk. Wij hebben zowel padden als kikkers in onze tuin. En wel de gewone pad (van de toad in the hole) en de groene kikker, what’s in a name. We laten ze met rust, ook al kwaken sommige mannetjes tijdens de paartijd vrij hard, indringend en lang.

Maar goed, vegetariër zijn we niet, flexitariër wel, vlees eten we met enige regelmaat. Maar dan wel vlees van dieren waar er wel genoeg van zijn. In dit geval kippen. Alle kippen die productie-eieren leggen, leven in Nederland binnen met velen op weinig ruimte.

Je hebt scharrelkippen, die binnen blijven, vrije uitloop kippen, die binnen iets meer ruimte hebben en naar buiten mogen, en biologische kippen, die nog wat meer ruimte hebben en ook nog op stok mogen. Toch hebben ze alle 3 flink minder ruimte dan die kippen bij de kippenboer van mijn grootouders. We kiezen daarom vaak biologische eieren, al loont het wel degelijk om even na te gaan welke winkel ze het goedkoopst heeft terwijl de eieren toch lekker zijn. Het prijsverschil en het smaakverschil is namelijk nogal groot.

Lees Meer Lees Meer

Pindasoep met tomtom

Pindasoep met tomtom

Pindasoep heb je in allerlei varianten, uit verschillende landen bovendien. Het meest bekend in Nederland is de Surinaamse pindasoep. Ik maak het ongeveer eens per maand.

Een meer traditionele Surinaamse pindasoep bevat zoutvlees en soms ook nog varkensstaart. En je maakt het af door aan het eind een Madame Jeannette mee laten pruttelen. Toch is een pindasoep doorgaans niet bijzonder heet, want de peper geeft vooral smaak af en geen hitte. Dat is anders als je een sneetje in de peper maakt of de peper per ongeluk stuk kookt, dan smaakt de soep plots een heel stuk pittiger. Wie niet bekend is met een Madame Jeanette, doet er er verstandig aan er voorzichtig mee op te gaan. Het is niet wat een reisgenoot ooit zei: “oh kijk, wat grappig, een kleine paprika!” We hebben haar er maar voor gewaarschuwd.

Niet voor iedereen is zoutvlees en met name varkensstaart even makkelijk verkrijgbaar. Een Madame Jeannette is tegenwoordig niet moeilijk te vinden, hoewel in veel gevallen de adjuma-peper als madame Jeannette wordt verkocht. Qua smaak en hitte ontlopen ze elkaar echter niets (100.000 tot 400.000 op de Scoville-schaal voor de adjuma versus 125.000 tot 325.000 voor de madame Jeanette). Dat verschil proef je letterlijk niet meer. Een Madame Jeanette is wat smaller dan de adjuma-peper.

Je kunt zonder zoutvlees en varkensstaart een heel smakelijke versie van pindasoep maken met een kippenpoot en een beetje sambal. Een beetje heet is namelijk best lekker. Een typisch Surinaamse toevoeging is tomtom, oftewel balletjes bakbanaan. Veel supermarkten verkopen tegenwoordig ook bakbanaan. In ieder geval bij mij in de buurt. Neem een groen-gele bakbanaan voor een wat neutraler smaak en een zwarte bakbanaan voor heel zoete balletjes. Dat contrast tussen zoet en zout is wel heel erg lekker.

En laat je de kip weg, dan heb je een smakelijke vegetarische variant.

Freestyle SU-pindasoep.

Lees Meer Lees Meer

Peanut butter cookies, again

Peanut butter cookies, again

Een gezinslid was jarig en die wilde ’s avonds de spinazie-gehaktballen maaltijd en na het ochtend-gebak, ’s middags wel pindakaaskoekjes. Een ander was later jarig en die wilde ook wel pindakaaskoekjes, en ’s avonds een pasta met spek-en-room maaltijd. Zo gaat dat als je van lekker eten houdt en jarig bent.

Al eens eerder over geschreven, pindakaaskoekjes. Gemaakt op de klassieke manier, met een recept uit de VS, die wel uitliepen, én gemaakt op een andere manier, die niet uitliepen. Dat was toen een beetje onbevredigend, ondanks dat beide soorten koekjes wel degelijk als lekker werden bestempeld.

Amerikaanse pindakaas is anders dan de Nederlandse. Nog smeerbaarder en wat lichter van kleur. Er wordt daar ook nog suiker aan toegevoegd. Die Amerikaanse kun je zelf proberen, want naast de Calvé pindakaas zijn er veel meer potjes pindakaas te koop in de supers. En daar staat soms ook het Amerikaanse merk Jif tussen. Andere merken die in de VS boven komen drijven in smaaktesten zijn Teddie, Skippie en Santa Cruz Organic. Waar Jif de minste hoeveelheid aan toegevoegde suiker schijnt te hebben. Aan het oermerk Calvé Pindakaas wordt geen suiker toegevoegd.

En heb je aan al die verschillende pindakaasmerken en -soorten niet genoeg? Dan kun je altijd nog een winkel van De Pindakaaswinkel bezoeken. Inmiddels in 8 steden te vinden, waarbij Amsterdam met de 3 vestigingen koploper is, gevolgd door 2 vestigingen in Rotterdam. Zelfgemaakte pindakaas naturel of met allerlei smaakmakers erdoorheen. Zo heb je nog veel meer keuzes aan pindakaas.

Dus nog een keer pindakoekjes gemaakt, op een andere en zelfverzonnen manier. Ingrediënten en hoeveelheden tijdens het maken bedacht. En dan maar afwachten hoe het uitpakt. Met daardoor uiteindelijk een iets andere lijst en hoeveelheden van ingrediënten dan de vorige 2 recepten.

Amerikaanse pindakaas is geen Nederlandse pindakaas, dus echt namaken kan sowieso niet als je het verzoek krijgt om Nederlandse pindakaas van het oermerk te gebruiken. Het blijven daarmee Nederlandse pindakaaskoekjes. Want koekjes maken, daar kan niets fout gaan. Het kan wel anders uitpakken dan a priori bedacht, maar niets fouts.

Lees Meer Lees Meer

Winterse rundercurry met wortel

Winterse rundercurry met wortel

De koe is voor veel mensen in India heilig. De dieren loop los rond in de stad en over de snelweg. Als een koe midden op de weg besluit te gaan liggen, dan heb je er maar omheen te rijden. Een vreemde gewaarwording voor ons westerlingen. Het zet je in ieder geval aan het denken.

De koe is echter alleen heilig voor de hindoes, die met ruim 72% wel de meerderheid vormen van de bijna 1,5 miljard zielen tellende bevolking. In het land wonen ook ongeveer 200 miljoen moslims, voor een groot deel in het noorden van het land, en nog eens 30 miljoen christenen. De macht ligt wel bij de hindoes. Het land is echter zo groot dat verschillende eetculturen naast elkaar kunnen bestaan. Dat neemt niet weg dat je in het grootste deel van het land geen rundvlees kan eten als je dat zou willen. In lokale hotels zul je in veel gevallen zelfs helemaal geen vlees kunnen eten, hooguit vis in de buurt van de kust. Afgezien dat vanuit de religie geen vlees wordt gegeten, is het voor veel mensen ook nog eens een luxeproduct.

Desondanks heb ik in India een keer rundvlees kunnen eten. Ik deed het omdat ik vooral nieuwsgierig was, zoals ik dat eigenlijk constant was in India en niet alleen naar het eten. Het leven staat daar zover af van de wijze waarop wij hier leven.

Het was in een hotel in Chennai dat zich deels richtte op Westerse gasten waar ik rundvlees at. Het hotel had een heel uitgebreid buffet waar gerechten uit alle uithoeken van India te vinden waren. Dat bleek vooral later, nadat ik in verschillende lokale hotels elders in Tamil Nadu en Kerala had gegeten. En ook plaatselijke restaurants in het zuiden van India hadden geen rundvlees. Wel waren we regelmatig bekijks, vooral voor kinderen die blijkbaar niet veel westerlingen zagen. Maar in Chennai at ik dus eens een rundercurry. Lekker ook, maar dat zal niemand verbazen.

Curries zijn er in allerlei variaties, van snel tot tot je-moet-wel-even-geduld-hebben. Er zijn geen vaste regels en het verschilt ook per regio of je bijvoorbeeld ghee gebruikt of olie. Of dat het pittig is of dat het tomaten bevat. Of met specifieke specerijen. De regio rond Kerala is bijvoorbeeld bekend vanwege de hoge kwaliteit zwarte peper. Dat was voor de VOC ook een reden om daar zo’n 400 jaar geleden zich te vestigen. Ik kon natuurlijk niet achterblijven en nam ruim een pond mee terug naar Nederland. Of het waar is of niet, maar ik hou mezelf voor dat deze peper geuriger is dan de standaard zwarte peper. Geen idee waar die overigens vandaan komt, waarschijnlijk ergens in Zuidoost-Azië. 4 jaar later is het wel bijna op trouwens.

Je kunt makkelijk zelf een curry bedenken door een aantal specerijen te gebruiken die je in veel curries terug kan vinden, namelijk komijn- en korianderzaad, naast knoflook en gember. Met kaneel, pepers en cardamom kom je al aardig in de buurt van een smakelijke curry.

Naast tomaten voeg ik regelmaat winterwortels toe aan een stoofgerecht of een curry. De zoete wortels vormen een prettig contrast met de specerijen. Door de groente hoef je alleen nog maar rijst toe te voegen. Of eet het met naan.

Lees Meer Lees Meer