Hmm. 2 keer Vialone Nano en tuinerwten door elkaar

Hmm. 2 keer Vialone Nano en tuinerwten door elkaar

Correct Nederlands lijkt hm, met 1 m. Het fameuze ‘Etymologisch Woordenboek’, onze versie is van 1994, bevat het woord hm echter niet. De ‘van Dale’, bij ons uit 1992, wel. In het Engels meldt Oxford English Dictionary het woord hmm, net als de Merriam-Webster voor het Amerikaans Engels. 2 m’s zijn daar nodig, niet 1.

Hm en hmm zijn woorden die buiten een zin staan. Oftewel, ze kunnen een zin op zich zelf vormen. Hm kan verschillende betekenissen hebben, zoals twijfeling, nadenkend, vragend en als verduidelijking. Ik betrap me erop dat ik meestal onbewust hmm schrijf in Nederlandse teksten en niet hm. Zie de titel, waar het bewust is blijven staan. In Engeland gewoond en beroepsmatig nog steeds in het Engels aan het schrijven. Dan krijg je dat.

Voeg je meer m-en toe dan krijg je bijvoorbeeld hmmmm. Vooral gebruikt om te duiden dat je iets lekker vind, hoewel het op social media inmiddels ook hmm lijkt te vervangen.

Passief met een half oog kookprogramma’s kijken. Hmm. Als in, wat moeten we daar nu van vinden. Het gebeurt, bij ons tenminste, ok, door mij. Ik zag een chef-kok doperwten gebruiken in een maaltijd. Ze bleven heel. Een andere chef-kok pureerde de doperwten allemaal, met kruiderij, tot een smeersel en legde dat op een groot stuk gebarbecued vlees. Nog een andere chef-kok stampte tuinerwten kapot, maar zo dat zeg de helft puree werd en de andere helft heel bleef. En dat werd gemengd door, in mijn herinnering, rijst. En die laatste chef-kok vond het fantastisch smaken.

Interessant. In slechts 45 minuten 3 keer verschillend gebruik van de textuur van groene erwten. Blijkbaar zijn groene erwten niet alleen populair bij ons, maar ook bij beroemde TV-chefs. En toen moest er weer wat anders worden gedaan dan passief met een half oog TV kijken.

Wij maken zelden een eenpansmaaltijd. Vooral omdat dan in principe elke hap precies hetzelfde smaakt. Zijn we niet allemaal fan van, alhier. Meestal lossen we dat op door sommige ingrediënten grof te snijden en zo te garen en te eten. Zodat op een lepel of vork toch verschillende texturen en daarmee toch ook verschillende smaken een rol spelen. A priori leek daarom de helft gepureerde erwten en de andere helft hele erwten interessant. Om het goed te praten noemden we het achteraf experimenten.

Daarom 2 keer Vialone Nano risotto en tuinerwten uit de diepvries, wel met andere extra ingrediënten. Want het eerste experiment werd niet door iedereen als optimaal ervaren. Oftewel, hoe ‘elke hap smaakt toch echt wel hetzelfde’, echt niet door iedereen wordt gewaardeerd. Dus niet veel later een 2e experiment uitgevoerd. Want, we houden nooit op met experimenteren!

We starten daarom met de helft gepureerde tuinerwten en de andere helft hele tuinerwten. Want tuinerwten uit de diepvries, daar zijn we echt dol op. Veel meer dan op doperwten uit glas. Hoe leuk zelf doperwten doppen bij onze grootouders in onze jeugd ook was! Want verse doperwten – eten op de plukdag – smaken echt heel anders en lekkerder dan doperwten uit glas of blik, meldt mijn geheugen.

…

Lees Meer Lees Meer

Gyozasoepje

Gyozasoepje

Vroeger. Kon je in de gemiddelde toko nog geen gyoza krijgen. Hooguit Siu Mai, gestoomde pasteitjes die van boven open zijn, gevuld met een mengsel van varkensgehakt en garnalen. Ik zette ze in 2011 al eens op Reutel. In een rundvlees variant. Want die toko’s hadden ook dimsumvelletjes in de vriezer liggen om zelf aan de slag te gaan. Chinees koken voor beginners.

In 2011 waren ze al een succes en dat zijn ze vandaag de dag nog steeds. Ontzettend gemakkelijk om te maken en een leuke manier om met kleine kinderen een maaltijd voor te bereiden. Een velletje in je handpalm, theelepel vleesmengsel erop en het deeg er een beetje omheen vouwen. Mislukken kan eigenlijk niet, je krijgt hooguit wat rare vormpjes. Maar dat zal de pret alleen maar vergroten. Misschien wel leuker ook, want kinderen herkennen trots hun eigen deeghapjes.

Langzamerhand werd het aanbod groter bij de toko’s, maar voor een groter gezelschap bleef het ietwat kostbaar. Maar gelukkig boden de deegvelletjes uit de vriezer uitkomst. En zo begon ik na de Siu Mai met jiaozi, Chinese gevouwen deeghapjes die je stoomde of bakte of een combi van beide. Ook leuk om met kinderen te maken, maar het vouwen vraagt toch wat meer vaardigheid dan de eenvoudige Siu Mai, want in dit geval moet het deeghapje helemaal dichtgevouwen worden. Gebakken of gestoomd, een feestje om te eten. Met een eenvoudige dip van sojasaus light en chiliolie of, mijn favoriet, Chinese rijstazijn. Het liefst bak ik de jiaozi, totdat de bodem lichtbruin gebakken is, daarna een beetje water in de pan en de deksel erop. Stomen maar! En tot slot even hard aanbakken zonder deksel om het restje water te verdampen en de jiaozi een knapperig korstje te geven.

En dan denkt de lezer: hé, dat ken ik, dat doe ik met mijn gyoza. Ja, dat klopt. Tijden veranderen en dumplings en andere dimsum liggen in overvloed in de toko’s en groothandels. En jiaozi zelf ook in de supermarkt, alleen heet het dan gyoza. Hoe zit dat?

De Chinese jiaozi heeft nooit de supermarkt bereikt, maar het Japanse zusje, de gyoza, wel. Of beter gezegd, vooral het Koreaanse zusje, de mandu, alleen noemen ze die gyoza. In de basis zijn het drie vergelijkbare dumplings, met subtiele verschillen in de ingrediënten en de dikte van het deeg.

De Japanse gyoza en de Koreaanse mandu zijn gebaseerd op de Chinese jiaozi, zoals veel gerechten in de Japanse en Koreaanse keuken zijn gebaseerd op Chinese gerechten. Maar marketingtechnisch zal Chinees in Nederland niet zo goed scoren als Japans of Koreaans. Chinees wordt toch vaak geassocieerd met het geliefde afhaalrestaurant, terwijl Japans eten jarenlang heel exclusief was waarvoor je een goed gevulde portemonnee diende mee te nemen.

Uiteindelijk is de Japanse keuken ook ten prooi gevallen aan de all-you-can-eat-cultuur, terwijl de Koreaanse keuken en dan in het bijzonder kimchi een stormachtige ontwikkeling heeft doorgemaakt. Kimchi is hip and happening. En zo brengt een Koreaanse fabrikant gyoza in de supermarkt. En hebben supermarkten tegenwoordig gyoza van het huismerk. Maar eerlijk is eerlijk, je proeft het verschil wel.

Voor meer traditionele dim sum ga ik nog steeds naar de toko, maar een Koreaanse gyoza haal ik net zo makkelijk bij de supermarkt. Leuk als voorafje of als snelle maaltijd. Maar je kunt er ook een soepje mee opleuken. Hanteer als kooktijd de tijd die nodig is om het te stomen en je gyoza is perfect bereid. Laat het niet te lang koken, want dan wordt het deeg te zacht en valt de dumpling uit elkaar. …

Lees Meer Lees Meer

Snelle maaltijd na een 1000 Stemmen Zingen concert

Snelle maaltijd na een 1000 Stemmen Zingen concert

We gaan met enige regelmaat naar het Concertgebouw in Amsterdam, zeker als er bombastische klassieke muziek ten gehore wordt gebracht. Door het steeds veranderende OV-beleid én de nogal dure autoparkeergelegenheden in de stad zelf blijft het, wonend in een dorp zonder treinstation, altijd wel een avontuurlijke reis om te plannen. Vooral waar een gratis parkeerplek in de ommelanden te vinden met een snelle OV verbinding tot nabij het Concertgebouw. Bovendien moet je bij avondconcerten je avondmaaltijd goed plannen. Bij middagconcerten geldt dat ook nog eens voor de lunch. Allemaal oplosbare problemen, maar toch.

Zoals al eerder gemeld, ik ben niet zo’n fan van zangkoren. Op zich vreemd want beide ouders zongen in koren. Of misschien is dat ook wel de reden. Wie weet hoe peuters en jonge (pre)pubers hun blijvende keuzes maken.

Anyway, om koren dan toch speciaal te vinden zoek je het in de extremen, vanuit mijn muzieksmaak geredeneerd. De Carmina Burana bijvoorbeeld. Fantastisch. En natuurlijk Beethovens Symfonie nr. 9, naar verluidt de eerste symfonie waar een koor wordt gebruikt.

Een ander extreem op koorgebied is het 1000 Stemmen Zingen concert, ook al in het Concertgebouw in Amsterdam [1]. Meteen digitaal kaartjes gekocht en dan nog 7 maanden moeten wachten tot 4 oktober van dit jaar voordat het muziekspektakel bezocht kon worden.

Uitgevoerd door het Nederlandse Grootkoor, waar iedereen welkom is om mee te zingen, zonder eerst te moeten voorzingen. Geweldig.

Dit keer zongen er naar onze schatting zo’n 600 mensen in het 1000 Stemmen Zingen concert. We proefden een tegenstelling. Nu was het koor niet altijd aan het zingen, want men had een sopraan en een tenor gestrikt. Die waren goed, zeker, maar daar waren we niet voor gekomen. Beetje jammer wel.

Meestal zitten we schuin achter het orkest, en soms op het balkon. Die keuze is vooral ingegeven door waar we naar willen kijken, want qua akoestiek is elke plek goed. Maar dit keer zaten we in de zaal, want het koor zat op onze plek! We zaten bijna op de lengteas, ietwat achterin, zodat we de dirigent recht voor ons hadden en het koor goed konden zien. En dan zie je pas hoe mooi het concertgebouw wel niet is.

Tijdens het concert stonden er dus zelfs koorleden op de balkons en achter de dirigent. Met als gevolg dat er minder toehoorders in de Grote Zaal passen. Mogelijk daarom dat ook de zangers voor hun zitplaats moesten betalen, wel met korting, zo hoorden wij naderhand van een koorlid.

De maaltijd vóór de avondvoorstelling van de Carmina Burana moest snel omdat we ook nog reistijd naar het Concertgebouw hadden. En te laat komen kan niet. De avondmaaltijd na de middagvoorstelling van het 1000 Stemmen Zingen concert moest snel omdat we na de terug-reistijd vanaf het Concertgebouw zoals verwacht toch geen zin meer bleken te hebben om lang in de keuken te staan. Dus de daarom gisteren al gekookte rijst kwam goed van pas. We kennen onszelf.

Roerei, gemaakt in een eigen koekenpannetje en dan pas mengen door de rijst. Dan krijg je grotere brokjes ei in de rijst. Dat was het idee. Tot de opbouwende kritiek van de medeblogger ineens in mijn gedachten kwam, gekregen als een Whatsapp reactie op het roerei in de nasi maaltijd, in november 2020. Inderdaad al weer een tijdje geleden. Eens gek gedaan en zijn suggestie opgevolgd. Ei garen in de rijst zelf.

…

Lees Meer Lees Meer

Kidneybonensoep met braadworst

Kidneybonensoep met braadworst

Geïnspireerd op Antilliaanse sòpi di boonchi korá, kidneybonensoep. Die komt nog eens op het menu, als ik weer varkensstaart in huis heb.

Soms leer ik nog eens wat. Zo wist ik oprecht niet dat droge bonen giftig zijn en serieuze zogenaamde gastro-intestinale klachten kunnen veroorzaken vanwege de aanwezigheid van lectines. Met name rauwe kidneybonen. Begin 2026 waarschuwde de EFSA, de Europese voedselautoriteit, hier nog eens voor.

Bonen zijn in principe hartstikke gezond, laat daar geen misverstand over bestaan, maar ze bevatten ook een hoog gehalte aan lectines, een eiwit dat niet door mensen verteerd kan worden. Ze kunnen echter ongewenste reacties veroorzaken in onze darmen, met alle gevolgen van dien. Die lectines worden voor het grootste deel afgebroken als je gedroogde bonen lang genoeg laat weken en vervolgens ook nog eens lang genoeg kookt (minimaal 30 minuten) in vers water. Er blijft dan maar een klein percentage over, dat weinig kwaad meer kan in ons lichaam. In dit hele verhaal kom ik trouwens goed weg, want in het geval van peulvruchten ben ik een luie kok. Ik koop ze uitsluitend uit blik of glas. Gekookt en al dus.

Rode kidneybonen zijn, goed gekookt, een gezonde keuze, aangezien ze een hoog eiwit- en vezelgehalte hebben. De koolhydraten (suikers) in de bonen worden bovendien langzaam aan het bloed afgegeven, zodat je bloedsuikerspiegel niet piekt, wat beter is. De bonen bevatten ook nog eens belangrijke vitamines en mineralen. In het algemeen zijn kidneybonen goed voor de darmflora, een voordeel dat veel bonen hebben. Hoewel dat soms wel voor geluidsoverlast zorgt…

Maar ik vind kidneybonen lekker. Ik mag ze dus graag eten. Meestal in de chili con carne, of in een bonenmaaltijd. Ook als er andere bonen staan voorgeschreven in een recept, er gaat altijd wel een blik kidneybonen bij. In tegenstelling tot bruine bonen hebben kidneybonen een wat steviger bite, zodat ze beter heel blijven tijdens de bereiding.

Soep met braadworst. Ik krijg altijd nostalgische gevoelens bij braadworst. Van bij de stamppotten vroeger en door opa koud in stukjes geserveerd als hij jarig was.

…

Lees Meer Lees Meer

Kan/mag je een gekochte Margherita pizza opleuken?

Kan/mag je een gekochte Margherita pizza opleuken?

Feestje van de sportvereniging. Einde seizoen, vandaar. Toernooitje gedraaid, en daarna een beetje moe en veel trek.

Meestal is er dan als afsluiting nog een heerlijke barbecue. Met vegan, vegetarische, vis en vlees keuzes. Dat krijg je als je een barbecue fanaat en expert in je gelederen hebt. De maaltijden zijn trouwens niet zo overdadig als de na-de-sport-maaltijden van de medeblogger.

Maar dit keer zouden we pizza gaan eten, bleek toen alles werd klaar gezet. We hebben 2 spelers die beroepsmatig echte koks zijn. Dus we dachten, achteraf wat naïef, dat we dan zelfgemaakte pizza gingen eten. Maar nee dus. Want ook zij hadden gesport werd gemeld. Ook een beetje moe en veel trek.

Er was een flinke stapel Dr. Oetker La Margherita Classica pizza’s ingekocht. Meteen werd een flink aantal zonder doos op elkaar geperst opgeslagen in de 3 grote diepvriesladen in de verenigingskoelkast, de meeste gewoon in koelboxen. Gekocht zo werd gemeld omdat op de verpakking Dr. Oetker zelf al suggereert om er als extra topping nog Parmezaanse kaas, ham en rucola op te doen. Een klassieke pizza verkocht als een basis pizza. Je moet er maar op komen. Mag dat ook in Italië, en specifieker, mag dat ook in Napels?

Margherita pizza’s hebben een interessante ontstaansgeschiedenis. Een Margherita pizza bestaat normaal gesproken in essentie uit gegist deeg, tomaten, buffelmozzarella en basilicumblaadjes. Bij de super verkrijgbaar als een in een steenoven voorgebakken pizza, en ook nog in wat andere varianten.

Wat zit er eigenlijk aan ingrediënten in een Dr. Oetker La Margherita Classica? Dat zijn volgens de Dr. Oetker website tarwebloem, mozzarella kaas, gezeefde tomaten, water, tomatenconcentraat, raapzaadolie, zout, gist, tarwemoutmeel, olijfolie extra vierge, oregano, basilicum, en peper. Wat meteen opvalt is dat er staat ‘mozzarella’, en niet ‘buffelmozzarella’. Gek toch, voor een ‘classica’?

Laten we eens bekijken hoe die pizza eruitziet, net uit de vriezer.

Zeg nu eens eerlijk. Dat lijkt niet op in stukken gescheurde buffelmozzarella, toch. Als ik een Margherita pizza zelf maak, dan is de bovenkant rode tomatensaus met daarop brede platte stukken buffelmozzarella. Een heel andere aanblik dan op de bovenstaande foto is te zien. Als het geen buffelmozzarella is snap ik ook dat ze zelf al suggereren om er extra toppings op te doen. Want een Margherita met buffelmozzarella is lekker genoeg van zichzelf, zonder extra toppings!

Het ziet er eerder uit als geraspte lichtgele stevige Amerikaanse low-moist nepmozzarella. Naar verluidt bedacht, onder andere, voor gebruik op pizza’s. Allebei de kazen heten mozzarella, maar er is echt een wereld van verschil in textuur en smaak. Zacht, vochtig, wit en lekker tegenover hard, droog, geel en ietwat smakeloos. Dat verklaart waarschijnlijk ook de gele kleur op de foto van de gebakken pizza op de doos. Witte buffelmozzarella wordt niet geel in de oven.

Dr. Oetker heeft ook nog andere Margherita pizza’s, waaronder een Suprema Margherita met mozzarella en Grana Padano, en een Ristorante Margherita met mozzarella en Gouda kaas. Ze nemen nogal hun vrijheden in pizza ingrediënten bij een in naam klassieke pizza. En het moet gezegd, dat doen meer producenten van diepvries-pizza’s.

We waren initieel eigenlijk best wel enthousiast toen we de stapels diepvries pizza’s zagen. Want echte pizza Margherita is weliswaar heel simpel maar ook heel erg lekker. Op deze diepvries pizza zat echter tomatensaus, smakeloze mozzarella en niet te veel zichtbare basilicum. Het was ineens niet zo’n smakelijk vooruitzicht, deze pizza. Opleuken dus, maar waarmee? Gelukkig waren er opties.

We waren namelijk ook gevraagd om zelfgemaakte salades en/of ingrediënten voor salades mee te nemen. En dat hadden ook de andere sporters in ruime hoeveelheden gedaan. Die salade-ingrediënten gebruikt om wat extra ingrediënten op onze pizza’s te doen, na de nepmozzarella constatering.

Zwarte olijven leek ons wel wat op deze pizza. Maar niet gevonden op de tafel met salade-ingrediënten. En terug naar huis te lopen om ze op te halen is ook zo’n ding. Dan toch maar de door ons zelf meegenomen groene chalkidiki olijven gebruikt.

Uit de andere meegenomen salade-ingrediënten uiteindelijk gekozen voor gele Cheddar, witte feta en extra groene basilicumblaadjes, om nog een beetje in buurt te blijven van de kleuren van een pizza Margherita. Gek genoeg ontbraken een peper- en/of pimentmolen, ook in onze bijdragen. Het werd pizza zonder extra scherpte.

2 mensen hadden hun elektrische pizza-oventje meegenomen, voor op de camping. Al snel werd ons voorbeeld gevolgd door anderen die ook extra ingrediënten op de pizza’s deden. Er lag door het eettempo in no-time een stapeltje lege dozen naast de 2 pizza-oventjes. Iedereen had veel trek na de middag sporten.

Nog een keer thuis nagemaakt op verzoek van de toen thuisblijvers. Wel 4 maanden na het sportfeestje. 99% van de door ons thuis genuttigde pizza’s maken we namelijk zelf. Er was dus wel degelijk enige aarzeling om een kant-en-klare diepvries pizza van een super te kopen, zonder dat we een beetje moe waren en veel trek hadden. Pas na enig aandringen overstag gegaan.

…

Lees Meer Lees Meer

Gestoomde kip met broccoli

Gestoomde kip met broccoli

Ik mag graag Chinees eten. Het liefst dan bij eentje met traditionele gerechten op de kaart. Ik probeer dat vooral als ik ergens op locatie ben. Maar meestal beland ik bij het bekende Chinees-Indische restaurant. Daar ben ik overigens niet vies van. Sommige restaurants die ik tegenkom zijn echt geweldig. Andere wat minder.

Mijn stad telde lang twee Chinees-Indische restaurants en een afhaal-Chinees. Ik bezocht het dichtstbijzijnde restaurant. Om af te halen altijd, dat wel. Ik haalde er graag een loempia. Niet van die dikke deegvellen, maar krokante loempiavellen. Vol met taugé. Ik kwam er niet vaak, getuige het feit dat ik er op een gegeven moment achter kwam dat het restaurant al maanden gesloten was. Ik heb het vast al eens eerder verteld.

Het gemis heb ik lang weten te onderdrukken en te compenseren met restaurantbezoeken op locatie. Totdat het mij onlangs te veel werd, nadat ik al maanden geen Chinees van dichtbij had gezien. Ik overwoog even een bekende Chinees in een naburig dorp op de route naar huis, maar dat zou te gek zijn. Ik besloot na enkele jaren eindelijk een van de lokale Chinese restaurants te testen en wel de afhaal-Chinees. Living on the edge.

Eigenlijk stonden er geen echte specialiteiten op de lijst. Ik koos daarom voor een babi pangang, een beetje uit nostalgie en toch altijd een goeie test, en een tjap-tjoy. Met nasi en bami. De babi pangang was redelijk, maar de tjap-tjoy was veel te zout. Net als de nasi overigens. De bami werd pas later geproefd, want die ging rechtstreeks de vriezer in. Maar bleek goed van smaak te zijn. Al met al een twijfelgeval deze Chinees.

Enkele maanden later had ik een lange dag gehad aan de andere kant van het land en ik besloot de afhaal-Chinees een herkansing te geven. Dit keer een Chinese champignonsoep (bij gebrek aan mijn favoriete heetzure soep), een loempia (!), geroosterde eend en broccoli met ossenhaas. De bami verdween weer rechtstreeks in de vriezer.

De soep was redelijk, niet te zout, maar gewoon een soepje. De loempia was zoals ik van vroeger een loempia herinnerde. Geef mij toch maar zo’n krokante loempia. Goed gevuld besloot ik toch nog wat van de rest te proeven. De nasi was dit keer beter op smaak, maar de broccoli met ossenhaas viel tegen. Voor mijn gevoel verschilde deze niet veel van smaak met de tjap-tjoy van de vorige keer. Bovendien zaten er veel verschillende groenten in en maar beperkt broccoli. Bij groentegerechten verwachte ik een lichte bouillon. De eend was dan weer prima, al smaakte de ondergelegen kool wat vreemd. Al met al niet heel overtuigend. Een volgende keer probeer ik het echte restaurant uit. Om af te halen.

Maar bovenstaande laat wel een beetje mijn ervaring zien bij de standaard gerechten. 13 in een dozijn. Iets wat overigens niet alleen geldt voor Chinees-Indische restaurants. Ik kwam begin dit jaar zelfs een hotelrestaurant tegen waarbij elk gerecht patat als bijgerecht had. Elk gerecht, behalve de pastaschotel.

Maar terug naar de Chinees. Veel gerechten hebben een overdaad aan zout en of sojasaus. Wat overigens ook in reguliere restaurants wel het geval is. En soms een teveel aan oestersaus. Het gevolg van snel veel eten produceren denk ik. Ik kies daarom vaak geroosterde gerechten of als het kan, een specialiteit. Daarmee kan een kok zich onderscheiden. En doet dat vaak ook. Een reden om terug te komen. Maar ook mijn lokale afhaal-Chinees valt bij genoeg mensen in de smaak, want de zaak zit er al zeker een jaar of vijftien. Smaken verschillen nu eenmaal.

Nee, ik zeg heus niet dat ik lekkerder kook dan de gemiddelde Chinees, maar het is wel makkelijk om zelf een eenvoudig en smaakvol gerecht te maken dat goed in balans is. Naar mijn smaak in ieder geval.

Het voordeel van kip stomen is niet alleen dat het vlees niet uitdroogt, maar ook dat je er een geweldige bouillon aan over houdt, die je vervolgens weer kunt gebruiken bij de verdere bereiding.

…

Lees Meer Lees Meer

Sperziebonen met casarecce en hamreepjes

Sperziebonen met casarecce en hamreepjes

De speciaal uitgezochte aardappels stonden al op het aanrecht. Te wachten tot ze ’s avonds zouden worden gebakken in olijfolie samen met sperziebonen. Voor een variant van de Griekse fasolakia lathera maaltijd.

Dat had ik blijkbaar al verteld, want toen ik in de keuken terugkwam om alles klaar te zetten voor het bakken waren de aardappels verdwenen en stond er een volle zak casarecce pasta voor in de plaats. Inspraak zonder woorden. Wel overtuigend.

Nou vooruit. Geen Griekse maar Italiaanse inspiratie. Het wordt dan een variant van pasta met fagiolini. Een bekende combinatie in Italië, regelmatig ook zonder vlees geserveerd. Geen olijfolie maar roomboter. Ook goed. Bakken werd bakken én koken.

Wij vinden sperziebonen met casarecce (ook wel casareccia, afhankelijk van het merk) echt super. Casarecce zijn gedraaide pasta-velletjes. Gedraaid tot twee open en tegen elkaar liggende buisjes zodat de uiteinden lijken op een S vorm. Oorspronkelijk afkomstig uit Sicilië. Het is een dun velletje, maar door de draaingen heeft het een fantastische bite. Perfecte pasta om een tomatensaus vast te houden.

Het idee is simpel. De uiteindjes van de sperziebonen afsnijden en dan de bonen doormidden breken of snijden levert helften op die ongeveer even lang zijn als de pasta. En dat doet wonderen voor het mondgevoel.

Wel vlees erbij, dan levert de vraag ‘welk vlees dan’ altijd wel een discussie op. Het moeten reepjes zijn, natuurlijk, langer dan breder. Al gesneden spekreepjes uit de super dient het gemak maar die slinken nogal bij het bakken. Zelf reepjes afsnijden van gebakken speklappen vinden wij een betere keuze.

Vandaag werd echter door een democratische meerderheid reepjes al gekookte ham gekozen, omdat we die nog in de vriezer hadden. Wel een beetje late keuze. Wij moesten de reepjes daarom eerst nog langzaam ontdooien op laag vuur, voor het echte bakken kon beginnen.

Kruiderij erbij en met of zonder vlees heb je een zeer smakelijke maaltijd met een mooie textuur binnen een half uur op tafel. Wat wil je nog meer op een doordeweekse avond? Ok, dat meer weet ik ook wel. maar deze keer is het this is it.

…

Lees Meer Lees Meer

Chinees runderstoofpotje met Koreaanse rijstcakes

Chinees runderstoofpotje met Koreaanse rijstcakes

Regen. Ik hoefde niet eens naar buiten te kijken. Striemende regen zelfs. Dat was even geleden. ‘Stoofvlees!’, riep ik. Altijd lekker als het buiten koud en nat is. Er was echter één nadeel: ik moest er wel voor naar buiten. Tussen de buien door dan maar.

Stoofvlees haal ik bij voorkeur bij de slager of bij de groothandel. Een beetje afhankelijk van de hoeveelheid. Sukade is wel favoriet. In de vorm van lapjes zijn we er mee opgegroeid. Botergaar. Maar ander stoofvlees wordt ook gerust gegeten, zoals riblappen die wat vetter zijn dan runderlappen. De laatste worden snel droog en kun je het beste in een saus eten, zoals hachee. Riblappen zijn perfect als ‘draadjesvlees’. Voor sommigen blijkbaar een verschrikking, maar niet hier.

Stoofvlees en aardappelen is een gouden combinatie, vooral als je ze samen bereidt. Een van mijn favoriete gerechten met stoofvlees is Chinees gestoofde sucade met aardappelen, uit de oven. Superlekker. Kan ik iedereen aanraden. Heel eenvoudig te maken ook.

Ik besloot er een variant op te maken. En dan niet met aardappels, maar met Koreaanse rijstcakes. Die passen goed in een stoofpotje. Eigenlijk eet ik ze vooral in de tteokbokki. Koreaans streetfood en troosteten tegelijk. Ik kan een pan vol maken, maar het gaat helemaal op. Het is verslavend lekker. Voor de meesten ook de eerste kennismaking met rijstcakes. Voor sommigen wat onwennig vanwege de chewy structuur, maar dat maakt uiteindelijk het gerecht.

Nog voordat de herfst nadert, zitten we hier aan het stoofvlees. Helemaal niks mis mee zou ik zeggen.

…

Lees Meer Lees Meer

12 platte koekjes met roomkaas en vanille-extract

12 platte koekjes met roomkaas en vanille-extract

We gaan 12 koekjes 12 minuten lang bakken in de oven, en dat 2 keer. U denkt er vast niet elke dag aan, maar 12 is best een opvallend getal. Zowel in de wetenschap als in diverse culturen op deze planeet.

12, daar heeft een groot deel van de mensheid wat mee. Maar niet iedereen! Bijvoorbeeld de mensen van de Pirahã stam in het Amazone gebied kennen het getal 12 niet. Sterker nog, ze hebben wel woorden voor 1 en 2, maar voor hoeveelheden groter dan 2 gebruiken ze een woord dat ‘veel of ‘meer’ betekent. Jammer voor wiskundigen, maar tellen is niet nodig om te overleven in de jungle. Hoe de Pirahã weten hoeveel, als in aantallen, eten ze moeten pakken voor een groep van zeg 15 mensen is mij niet bekend. Hun besef van hoeveelheden is complex [1].

Zelf vind ik 2 ook een mooi getal. Onoverkomelijk, zelfs in het binaire talstelsel waar computers op gebaseerd zijn. Zelfs, of juist, als je rekent met alleen 0 en 1, heb je 2 getallen. Begin je met 0 en 1, krijg je 2 er gratis bij. Bovendien is 2 het enige even priemgetal. Maar de getallen 0, 1 en 2 zeggen nog niets over relaties tussen deze getallen. Dat 1+1=2 echt waar is, is formeel voor het eerst bewezen in de Principia Mathematica (1910-1913), van Bertrand Russell en Alfred North Whitehead. Het is een lijvig document omdat ze eerst wiskundig definieerden wat bijvoorbeeld 0 en 1 zijn in termen van verzamelingen. (Een uitleg is te vinden in [2].)

12 is een belangrijk getal voor de mensheid. We komen het echt overal tegen. Er zijn 12 maanden in een jaar, met meestal 12 volle manen, soms 13. De cyclus begon en begint opnieuw als de sterren op dezelfde plek staan als een jaar eerder. Astronomie was al vroeg belangrijk voor homo sapiens, daar kon je kalenders mee maken. En met kalenders kan je het zaaien en oogsten plannen.

Babyloniërs en Oud Egyptenaren telden tot 12 op 1 hand. Elke vinger is door 2 gewrichten verdeeld in 3 delen. De 4 vingers leveren dan dat je tot 12 kunt tellen. In de bijbel komt het getal 12 veel voor, zo zijn er 12 apostelen. Ook in het boeddhisme en hindoeïsme is het getal 12 belangrijk.

In zowel de Chinese als de westerse astrologie komen 12 tekens voor. En in de Griekse mythologie moet Hercules 12 beproevingen ondergaan, en op z’n zachts gezegd waren dat uitdagende opdrachten.

De Zwitserse psychiater en psycholoog Carl Gustav Jung beschreef de volgens hem 12 persoonlijkheidstypen van mensen. En afgestuurde psychologen die aan het werk zijn gegaan als cursusbedenkers gaan ook regelmatig uit van 12 eigenschappen [3]. En er zijn nog heel veel meer voorbeelden van de menselijke voorkeur voor het getal 12. Ga je spirituele betekenissen aan getallen toekennen dan begeef je je in de esoterische leer van de numerologie. Verder van de wiskunde af kan je niet komen lijkt me.

12, dat komt ook terug in 1 van de meest mysterieuze fysieke objecten die de oud Romeinen ons hebben nagelaten: dodecaëders. Een dodecaëder is 1 van Plato’s 5 (meer zijn er niet) regelmatige veelvlakken in 3 dimensies [4]. Een kubus is zo’n regelmatig veelvlak, met 6 zijvlakken die allemaal een vierkant zijn. Regelmaat dus.

Een dodecaëder is een regelmatig twaalfvlak, met 12 regelmatige vijfhoeken als zijvlakken. Een oud Romeinse dodecaëder is een hol object van brons, met kleine bolletjes op de hoeken. Elk vlak heeft een ronde opening, van verschillende groottes. Er zijn er al ruim 130 gevonden, onder meer in Nederland [5] en België, maar de ware functie blijft tot op de dag van vandaag onbekend. Archeologen en historici tasten nog altijd in het duister over het doel van deze objecten. Dan komen amateurs graag helpen. Er zijn in de loop der tijd verschillende theorieën geopperd, maar geen enkele is bewezen [6]. Mysterieus, op z’n minst. 12, best een opvallend getal, het houdt maar niet op.

We gaan daarom maar eens 12 koekjes 12 minuten lang bakken in de oven. Wel koekjes uit de oude doos: wie wat bewaard heeft wat. Op een vergeeld stuk papier waar de foto ooit goudkleurige ietwat bolle koekjes liet zien met een donker randje. Gemaakt met onder andere de roomkaas MonChou. Ik vermoed dat het recept uit de eind jaren 70 of begin jaren 80 van de vorige eeuw komt. Waarschijnlijk uit de Tip.

We wilden platte koekjes, dus de bakpoeder weggelaten. En als roomkaas ‘Philadelphia original’ gekozen, want daar was nog wat van over in de koelkast. De roomkaas MonChou daarom niet gebruikt, ondanks dat het in het recept stond.

…

Lees Meer Lees Meer

Manti met een adobo-gehaktsaus

Manti met een adobo-gehaktsaus

Sinds enige tijd is manti, dat wil zeggen de gedroogde en ongevulde versie, een van mijn favoriete deeggerechten geworden. Pasta is het niet echt, want pasta, Italiaanse pasta, wordt gemaakt van durum tarwe, harde tarwe, dat zorgt voor de typische beetgare bite van Italiaanse pasta.

Manti is gemaakt van zachte tarwe, net als de meeste deeggerechten uit Azië. Niet gek, want de herkomst van manti wordt door de meesten in Azië gezocht. Manti is dus een stuk soepeler dan de Italiaanse pasta’s. Het doet me denken aan de macaroni van vroeger, die ook gewoon van zachte tarwe was gemaakt. Nog voordat Nederland echte Italiaanse pasta ontdekte. En ondanks dat manti een dikkere vorm heeft, is het boterzacht als het gaar is.

Gevulde manti wordt in Turkije met een yoghurtsaus gegeten. Ik maakte al eens een Indiase variant daarop. De yogurtsaus maakt het gelijk een hele feestelijke maaltijd overigens.

Ik eet de gedroogde en ongevulde versie vaak met een tomaten-vleessaus. Je kunt daar natuurlijk eindeloos mee variëren. Dit keer een Mexicaanse twist met chipotle in adobosaus. Altijd fijn om in huis te hebben. Het geeft gerechten een heerlijk gerookte smaak, zonder dat het heel pittig wordt.

…

Lees Meer Lees Meer