Koken voor kinderen: aspergetips en tips

Koken voor kinderen: aspergetips en tips

Zonnig weer morgen. Eropuit! Zo is deze maaltijd ooit ontstaan.

Want aan het eind van zo’n eropuit-dag eten we meestal toch gewoon thuis. Fastfood heeft z’n charmes, zeker wel. Echter, in ‘echte’ restaurants eerst wachten tot je kunt bestellen, dan lang wachten tot het eten geserveerd wordt, dan pas eten, en dan nog door naar huis, dat vinden wij niet zo aantrekkelijk, qua tijd, na een dagje uit. Dus, als uitzondering op de regel, dan bedenken we dan wel de avond ervoor wat we de volgende dag ’s avonds gaan eten.

En dat werden groene aspergetips, gebakken rijst en kleine gehaktballetjes. Klein, zodat ze morgen snel kunnen worden gebakken. En ook nog ui en chipotle sauce. De rijst die avond al gekookt en in de koelkast gelegd. De gehaktballetjes gedraaid en ook in de koelkast gelegd. Na het dagje eropuit, eerst de rijst en gehaktballetjes op het aanrecht gelegd en toen pas gaan opschonen en omkleden. Kan het eten alvast een beetje op kamertemperatuur komen.

Met wat aanpassingen ook een geschikte maaltijd voor jonge kinderen, zo is gebleken.

Komen er kinderen mee-eten, dan doen we het iets anders qua logistiek. Zij mogen een uurtje voor het gaan eten de gehaktballetjes draaien. Vinden ze leuk. De rijst koken we nog steeds wel zelf de avond ervoor, want zonder een tijd in de koelkast geen gebakken rijst.

En de groene aspergetips? Tjsa, wij eten ze beetgaar. Koken voor maximaal 4 minuten in een laagje water. Maar beetgare groenten en jonge kinderen, dat ging niet samen. Dé truc. Kook de aspergetips 4 minuten, zet het vuur uit en laat de aspergetips nog 6 minuten in het water liggen. Boterzacht zijn ze dan.

Niet na die 4 minuten de nog beetgare aspergetips eruit halen voor de volwassenen als de kinderen nog in de keuken rondlopen. Als ze dat zien weten ze dat er iets verdachts met hun eten gaat gebeuren. Ook kinderen zijn slimme mensen.

Nog een truc? In de loop der tijd die laten-liggen-in-heet-water-minuten langzaamaan verminderen. Zo train je kinderen ongemerkt, zodat ze na een tijdje wel beetgare groenten eten.

Lees Meer Lees Meer

Pizza met een Italiaans saucijsje en salade

Pizza met een Italiaans saucijsje en salade

Eigenlijk liep ik de winkel in om een blikje tonijn te halen. Het was een lange warme dag en ik had het grootste deel van de dag buiten gewerkt. Normaal gesproken heb ik dan een maaltijd klaar, maar dit keer niet. Ja, ingevroren, maar daar schiet ik op zo’n moment weinig mee op. Een broodjesdag is dan een makkelijke oplossing, maar daar had ik dan weer net geen zin in. Dat krijg je dus als je de keuze van de maaltijd overlaat aan de grillen van de dag. Nee, het zou een koude pastasalade met tonijn worden! Lekker bij warm weer, snel te maken en toch redelijk verantwoord voor een snelle maaltijd.

Verheugd ging ik naar huis, legde de oude kaas om te raspen voor de salade in de koelkast en … toen viel mijn oog op de Italiaanse saucijsjes. Ze hoefden weliswaar nog niet op, maar ik bewaar vlees niet graag tot de houdbaarheidsdatum. Maar saucijsjes, daar hoort dan weer een volwaardige maaltijd bij. Sowieso gebruik ik saucijsjes liever in een stoofpotje dan dat ik ze braad en zo eet. Alleen dat stoofpotje klinkt dan weer niet als snelle maaltijd. Dat krijg je dus als je de keuze van de maaltijd overlaat aan de grillen van de dag.

Ik bedacht mij dat de medeblogger in het verleden mij wel eens een foto van een pizza met worst had toegestuurd. Pizza, dat moest het worden! Alleen geen kant-en-klaar deeg in huis. Zelf maken is geen optie en dus toog ik, alsof ik nog niet genoeg gelopen had die dag, naar de dichtstbijzijnde supermarkt. Op slechts 600 meter, dus dat is dan weer snel gedaan.

De saus voor de pizza is ook snel gemaakt. Ik gebruik daarvoor meestal tomatenstukjes in blik of passata. Voeg wat fijngehakte knoflook toe en oregano, even laten pruttelen en klaar is je saus.

En dan het saucijsje, dat ontdoe je van het velletje en breek je in stukjes. Heb je twee saucijsjes, doe daar hetzelfde mee, maar hou het apart voor de salade. Salade? Ja, ik bedacht mij dat er toch iets van groente bij de pizza hoorde. Nu ben ik geen fervent salade-eter, maar wat gemengde jonge bladsla mag best.

En op pizza hoort natuurlijk buffelmozzarella. Tegenwoordig overal te verkrijgen.

Lees Meer Lees Meer

Tarte tatin met witlof, ui, pecannoten en rucola

Tarte tatin met witlof, ui, pecannoten en rucola

Toen tarte tatin ineens echt populair werd in Nederland, waarschijnlijk in de jaren 70 van de vorige eeuw, verschenen ook recepten met andere ingrediënten dan appels en peren. Die al gebruikt werden, volgens de overlevering, in 1889 in het restaurant van de zusters Caroline and Stephanie Tatin. Een beruchte versie is die met kersen in de gaten van ananasringen.

Groentes mochten ineens ook. En witlof kwam al snel bovendrijven. Toen nog behoorlijk bitter, vandaar waarschijnlijk de toevoeging van suiker in oude recepten. Zoals die we recent weer tegenkwamen, in de oude doos, pre-internet tijd. Teruggevonden toen we een tijdlang het huis eigenlijk niet uit mochten. Zo te zien geknipt uit een vintage Allerhande. Een bruin geworden en vrij fragiel stuk papier met daarop een klassieke versie van het recept.

De wereld eet zo te zien nog steeds veel witlof tarte tatin. Populair zelfs. In groten getale te vinden met walnoten, Parmezaanse kaas en (riet)suiker.

Witlof in een taartje, we eten het vaker. Zoals met peer en blauwe kaas. De tarte tatin met witlof en noten is ook altijd gebleven. Inmiddels maken wij het meer op gevoel, en op basis van wat we in huis hebben, dan volgens dat klassieke recept. Dat geschreven hebbende, zoveel hebben we er ook weer niet aan veranderd. De hoeveelheden zijn vrijwel hetzelfde gebleven. Klassiek was dus al helemaal goed.

Maar de suiker laten we er uit. Witlof is zoveel milder geworden van smaak, dat extra zoetheid toevoegen niet meer nodig is.

Witlof tarte tatin, wat oorspronkelijk een bijgerecht was voor zeg 4 tot 6 personen. Wij houden het op 4. Wij eten het ook wel eens als hoofdgerecht voor 2 personen. Het kan verkeren. Maar hier waren we met z’n 4en. Bijgerecht it is.

Lees Meer Lees Meer

Roodbaars met udon

Roodbaars met udon

Udon is een type noedel uit de Japanse keuken, gemaakt van tarwebloem, zout en water. Meest bekend is de dikke, elastische variant die hier vooral kant-en-klaar wordt verkocht in toko’s en intussen ook supermarkten. Een gedroogde variant die ook verkrijgbaar is in de meeste supermarkten is weliswaar heel smakelijk, met een mooie structuur, maar lijkt qua vorm meer op de bami van de Chinees. De kant-en-klare udon is veel ronder en ook bleker. En in het geval van udon geldt hoe dikker, hoe lekkerder. Lang vond ik het maar niks, kant-en-klare noedels, maar ik ben al een tijdje helemaal om.

Roodbaars is een mooie stevige vis die ook als je de filet in stukjes snijdt goed bij elkaar blijft. De smaak is zacht en zou licht smaken naar garnalen, wat verklaard wordt door het dieet van de vis. Filets kun je goed als geheel snel bakken of in stukjes pocheren, zoals in dit recept. Het is ook een heel geschikte vis voor de barbecue. Doe de filet samen met wat fijngehakte knoflook en een veeg sambal in aluminiumfolie en vervolgens een minuut of 10 boven de hete kolen. Een lekker alternatief voor de gedoodverfde hamburger of saté.

Is het barbecue-seizoen nog niet begonnen, dan is dit recept geschikt. Bovendien ook snel te bereiden. Paprika en winterwortel heb ik meestal wel in huis, beiden doen het namelijk goed in roerbakmaaltijden met noedels.

Lees Meer Lees Meer

Pizza Rossa: bedacht in Italië of Amerika?

Pizza Rossa: bedacht in Italië of Amerika?

Op 27 maart 2023 was er al een artikel over het onderwerp verschenen in La Repubblica [1], maar rond 18 april 2024 drong het pas echt door tot het Italiaanse publiek en mensen in andere landen [2]. Pizza met tomatensaus, Pizza Rossa, zou een Amerikaanse uitvinding zijn en geen Italiaanse, zo stond in het net verschenen boek [3]. Stond de hele laars op z’n achterste benen? Dat viel wel mee. Net als toen er werd beweerd dat lasagne in Engeland is ontstaan.

In Italië verdelen ze de pizza-wereld in 2 categorieën. Pizza zonder tomatensaus, Pizza Bianca, en pizza met tomatensaus, Pizza Rossa. Voor de purist is een Pizza Rossa alleen maar deeg en tomatensaus. De rest van de wereld mag er ook een veelheid aan toppings op doen.

Maar wanneer werden in Italië tomaten voor het eerst op een pizza gedaan? Tomaten zijn namelijk al behoorlijk lang in gebruik in Italië. Alle tijd van de wereld om een keer Pizza Rossa te maken.

Het oudste op schrift staande Italiaanse tomatensaus recept, Spaans van origine, is salsa di pomadoro, alla spagnole. Te vinden in het kookboek Lo Scalco alla Moderna uit 1692 van Antonio Latini. De eerste authentiek Italiaanse recepten met tomaten verschenen in het kookboek Il Cuoco Galante, De Galante Kok, van Vincenzo Corrado, uit 1793. Verstopt in een kookboek was er daarvoor al een korte kennismaking van pasta en tomaten in 1790, die echte boezemvrienden werden in 1839. Tomaten in Italiaanse recepten, het was al vroeg gemeengoed.

Maar wanneer voor het eerst op een pizza? Dan worden jaartallen belangrijk.

De Italianen zelf houden het meestal op het jaartal 1889, het jaar dat Pizza Margherita werd uitgevonden in Napels. Of beter geschreven, waar een pizza met tomaat, mozzarella en basilicum, een eigen (nieuwe?) naam kreeg.

Margherita, de adelijke vrouw, kwam uit de Savoy. Een gebied dat door de voorgenomen unificatie van Italië in 1858 werd opgedeeld in een Frans deel en een Italiaans deel. In 1868 trouwde ze met Umberto I, waardoor ze in Napels gingen wonen. In 1871 was de unificatie van Italië afgerond en Rome werd de hoofdstad, ze gingen er meteen wonen. Ze werd koningin van Italië in 1878.

In 1889 werd een bezoek gebracht aan Napels en Margaretha wilde een lokale specialiteit eten. Die werd verzorgd door Raffaele Esposito, eigenaar van Pizzeria Brandi. Of van Pizzeria di Pietro. Elke echte legende hoort verschillende versies van hetzelfde verhaal te hebben. Het verhaal gaat ook dat hij voor de koningin een nieuwe topping bedacht van tomaat, mozzarella en basilicum: het rood, wit en groen van de Italiaanse. Een andere versie meldt dat zijn vrouw de toevoeging van groene basilicum bedacht, zodat de pizza inderdaad de kleuren van de Italiaanse vlag vertoonde.

Jammer voor die verhalen is dat er al een pizza met tomaat, mozzarella en basilicum werd genoemd in 1830, door Riccio in het book ‘Napoli, Contorni e Dintorni’; ‘Napels, Contouren en Omgeving’. De versie van Esposito kreeg naar verluidt ook pas zijn naam nadat hij een bedankbrief van Margherita had ontvangen. Een kopie van die brief kan je nog zien in pizzeria Brandi, in Napels. Anderen meldden dan weer dat Margherita verschillende soorten pizza’s kreeg aangeleverd.

Verhalen vol met onduidelijkheden en verschillen,  zoals het hoort. En 2 Italianen gooiden er nog een schepje bovenop.

Wat beweren nu de auteurs van het boek [3]? Het komt erop neer dat Italiaanse emigranten de rode pizza zouden hebben ontdekt in de VS tussen, naar verluidt, 1880 en 1920, en daarna zouden hebben geïntroduceerd in Italië. Dit wordt onderbouwd met het feit dat in WO2, de Amerikaanse tropen die landden in Italië weinig pizzeria’s zagen in dat land.

Margherita at een rode pizza in 1889. Een boek uit 1830 beschrijft een rode pizza. Ik denk zomaar dat het boek [3] niet in onze boekenkast zal belanden. Wel hebben ze in de VS een veel ruimere collectie aan verschillende pizza-vormen. Maar de plek van het ontstaan van Pizza Rossa lijkt me toch gewoon in Italië te liggen, en wel in Napels.

Hier een Pizza Rossa ++ gemaakt. Bewust heel veel tomatensaus op een kleine pizza. En naast tomaten er nog wat extra ingrediënten erbovenop gelegd.

Maak je een pizza dan doe je er normaal gesproken wat tomatensaus op, tenzij je een pizza bianca maakt. Niet zo veel tomatensaus. Een dun laagje slechts dat drooggebakken de oven uitkomt.

Hier het dus anders gedaan, want de tomatensaus komt nog steeds vochtig de oven uit. Net als de los geserveerde marinara-saus bij opgerolde stromboli krijg je een dan een warme, dikke tomatensaus. En dat geeft een totaal andere smaak en textuur dan bij een reguliere pizza.

Rauwe ui op een pizza is 1 van onze favoriete toppings. Bak je de ui eerst krijg je een totaal andere textuur en smaak. Veel rauwe ui dus, hier een in stukken gesneden grote rode ui die de pizza deels bedekt.

Om het af te maken filet d’Ardenne, die smaakvolle vetarme ham uit de Ardennen, Danablu als blauwschimmel kaas en een belegen en vette Goudse kaas om de ham te beschermen tegen uitdroging in de oven.

Lees Meer Lees Meer

Bonen met kielbasa

Bonen met kielbasa

Af en toe krijg ik van anderen iets  toegeschoven. Meestal betreft het vlees, dat dan weer wel. Soms een lamsbout, een andere keer een worst. Met het verzoek er iets lekkers mee te maken. Dat sla ik nooit af. Vroeger mocht ik het niet, nu doe ik het gewoon: spelen met eten. Niets zo leuk om nieuwe smaken uit te proberen. Dit keer kreeg ik na een buitenlandse reis een kiełbasa een Poolse worst. Let in de Poolse spelling op het subtiele streepje door de letter l, de rest van de wereld schrijft gewoon kielbasa.

Gerookte kielbasa kan koud, warm, gekookt, gebakken of gegrild worden geserveerd. In Polen wordt het gebruikt in soepen zoals żurek (een zure roggesoep), kapuśniak  (koolsoep) of grochówka (erwtensoep), of  gebakken met zuurkool, of toegevoegd aan bonengerechten en stoofschotels zoals bigos. Kielbasa kun je echter ook goed koud eten, met een lekkere mosterd bijvoorbeeld. Poolse erwtensoep lijkt overigens behoorlijk op onze erwtensoep, al gebruikt men misschien wat meer aardappel. Kielbasa heeft op het eerste gezicht misschien wel wat weg van onze rookworst, maar de structuur is anders en de rookworst is echter net wat vetter dan kielbasa. Heb je geen kielbasa, dan zou je dit gerecht natuurlijk prima met een lekkere rookworst van de slager kunnen maken.

Bonenschotels zijn perfecte stoofmaaltijden voor een frisse voorjaarsdag. En natuurlijk de volgende dag nog lekkerder. Maak het een dag van tevoren en je hebt een geweldig maal na een dagje buiten.

Lees Meer Lees Meer

Farfalle, portobello, hamreepjes, passata en bimi

Farfalle, portobello, hamreepjes, passata en bimi

Op 5 april 2024 waren er ineens 2 uitgesproken meningen op Reutel te lezen, bij het recept met radiatori pasta. Farfalle werd namelijk door 2 mensen afgewezen als lekkere pastasoort. Ik moest het echt even 2 keer lezen. De een meldde geen fan te zijn van compacte pasta-soorten zoals penne rigate en farfalle, de ander vond het harde stukje in het midden van vlinderpasta niet lekker. Textuur dingetjes dus. Gewoon nog 2 minuten langer koken dan de niet al dente kooktijd? Wordt pasta niet echt lekkerder van overigens.

Op zulke uitspraken is maar 1 reactie mogelijk. Een maaltijd met farfalle. Want wij vinden juist al dente gekookte pasta vele malen lekkerder dan volledig gegaarde zachte pasta. En dat is inclusief het compactere middenstukje van farfalle.

Farfalle is Italiaans voor vlinders. Ze hebben eigenlijk meer weg van de vlinderstrikjes die je bij een smoking moet dragen dan van vlinders. Het lijf van een vlinder staat loodrecht tussen de vleugels. Die van vlinderstrikjes en farfalle meestal niet. Maar goed, ook in het woord vlinderstrikjes zit het woord vlinder.

In het Nederlandse spraakgebruik blijft het gewoon vlinderpasta. In het Italiaans zou het dan papillon pasta heten, vlinderdas, maar zo heet het daar niet. In Engeland wordt het in de winkels verkocht onder de naam farfalle, maar heet het in recepten meestal bow tie pasta, of te wel vlinderdas pasta. What’s in a name.

De oorsprong van farfalle ligt ergens in Noord-Italië. Want de regio Emilia-Romagna, als ook de regio Lombardije, en ook nog eens een onbenoemde regio vlakbij Emilia-Romagna en Lombardije worden genoemd als waar deze pastavorm is ontstaan. Anderen melden dan weer dat het voor het eerst gemaakt is in het begin van de 16e eeuw in beide, aan elkaar grenzende, regio’s Emilia-Romagna en Lombardije. Kortom, daar ergens dus, in Noord-Italië.

Over de naamgeving is in Italië zelf ook wat verwarring. Strichetti is ook een pasta in vlindervorm, naar verluidt uit de regio Emilia-Romagna. Maar ja, als je de foto’s vanuit Nederland bekijkt dan ziet het er wel zo ongeveer hetzelfde uit als farfalle. Farfalle heeft zo te zien altijd gekartelde uiteinden. Bij strichetti is er meer variatie in de diepte van de kartels, tot zelfs het ontbreken van inkepingen aan toe. Blijkbaar mag je daar meer soorten deegwieltjes voor gebruiken in Emilia-Romagna.

Farfalle is typisch 4 centimeter breed en aan beide uiteinden 3 centimeter hoog. Maar net als met bijna alle Italiaanse pastasoorten geldt dat als je de grootte en/of de dikte veranderd, de pasta in Italië zelf een andere naam krijgt. Een grotere variant van farfalle heet daar farfalloni, een kleinere variant farfaline. Ziet farfalloni er nog uit als vlinderpasta, bij farfaline moet je best nog wat verbeeldingskracht hebben om daar nog steeds een vlinder in te zien.

Farfalle en paddenstoelen gaan heel goed samen. Zoals portobello’s. Portobello’s laten we altijd heel, tenzij ze niet perfect rond zijn en we ze een beetje gehavend tegenkomen bij de groenteboer. Zogenaamd misvormde exemplaren. Dat doet aan de smaak echter helemaal niets af. Gewoon kopen en dan wel in plakken, reepjes en/of stukjes snijden. Perfect om daar dan smaakvolle duxelles mee te maken. Hier echter in smalle reepjes gesneden om te bakken, een tussenvorm tussen in plakjes gebakken paddenstoelen en fijngesneden duxelles paddenstoelen.

Een makkelijke maaltijd, die zich bijna automatisch samenstelde. Voor wat pit, nog een klein beetje chipotle sauce toegevoegd.

Lees Meer Lees Meer

Haemul-pajeon – Koreaanse pannenkoek met lenteui, inktvis en garnalen

Haemul-pajeon – Koreaanse pannenkoek met lenteui, inktvis en garnalen

Zeevruchten, een bijna poëtische benaming voor wat in het Engels ordinair sea food heet. Het Italiaanse is nog lyrischer, frutti di mare. Het Duits, dat net als het Nederlands normaal gesproken niet uitblinkt met fraaie klanken, kent Meeresfrüchte. Gaat de Engelse term feitelijk over alles wat voor de mens eetbaar is en in de zee leeft, zowel plantaardig als dierlijk, de andere benamingen slaan vooral op schaaldieren en schelpdieren. Het woord ‘vrucht’ is misschien een beetje een eufemisme, maar duidt vooral op iets wat smaakvol is en misschien wel luxueus. Zo wordt het tenminste nu ervaren, terwijl voedsel uit de zee al sinds mensenheugenis wordt gegeten en niet per se uit luxe.

Zeevruchten kan dus uit van alles bestaan. Van coquilles en mosselen tot garnalen en inktvisringen. Van duur tot goedkoop. In de meeste bevroren zeevruchten uit de supermarkt vind je naast een verdwaalde garnaal en wat mosselen voornamelijk inktvis. Misschien nog een schelpdier, maar zeker geen coquilles. Kook je wat groter, dan loont het om zelf je combinatie van zeevruchten samen te stellen.

Ik denk dat de meeste mensen zeevruchten als zodanig eten als ze paella eten. Zo’n gerecht dat ik nog nooit gemaakt heb en misschien zelfs nooit gegeten heb. Terwijl ik toch zo liefhebber ben van rijstmaaltijden. Wie weet komt het er nog eens van.

Het maken van paella vraagt tijd, maar zeevruchten zijn heel geschikt om een snelle maaltijd mee te maken. Zelfs bevroren zeevruchten kun je snel gebruiken door ze te ontdooien onder stromend water. Iets wat bij niet te dikke vis overigens ook goed werkt.

De pajeon is een van de verschillende soorten pannenkoeken die in Korea wordt gegeten. Jeon staat voor pannenkoek en pa betekent groene ui. Bij jeon wordt het beslag doorgaans over de ingrediënten in de pan gegoten, terwijl bij het neefje buchimgae alle ingrediënten worden gemengd en vervolgens in de pan gedaan.

En oh ja, een pajeon eet je met stokjes.

Lees Meer Lees Meer

Portobello vol risotto, op een bedje van rucola

Portobello vol risotto, op een bedje van rucola

Kastanjechampignons zijn in supermarkten heel populair, gezien de hoeveelheid plastic bakjes gevuld met die champignons. In die bakjes zitten regelmatig grote exemplaren, met een diameter van zo’n 6 à 7 centimeter.

Portobello is een grote variant van de kastanjechampignon. Koop je portobello’s in de super, dan koop je er meestal 2 tegelijkertijd, ook al in plastic. Portobello’s starten daar met zo’n 7 centimeter diameter. Stiekem voor u gemeten in de door ons meest bezochte super. Na een paar keer meten, met uitleg aan diegene die verantwoordelijk was voor de groenteafdeling en even wilde weten wat ik daar deed, is de uitkomst: regelmatig 7 à 8 centimeter en soms 9 centimeter. Dat is niet echt veel verschil tussen grote kastanjechampignons en kleine portobello’s. Voor echt grote portobello’s gaan wij daarom naar de groenteboer. Dat levert portobello’s op met een diameter van ± 12 centimeter.

Portobello’s slinken niet veel tijdens het bakken, waardoor het kommetje met de kieuwen, aan de onderkant, mooi intact blijft. Ideaal om te vullen. En die kieuwen, die laten we echt wel zitten. Die leveren namelijk ook smaak. Haal je ze weg, dan wordt het kommetje wat dieper. Maar dat wordt het ook wel als je de vulling er stevig induwt. Kieuwen: laat ze zitten.

Portobello’s blijven net als kleine kastanjechampignons ook lang goed, tot wel 5 dagen in de groentela van de koelkast. Als je er voor zorgt dat er lucht bij kan komen, gek genoeg.

Zo kun je 5 dagen van te voren bedenken dat je over 5 dagen restjes paddenstoelen over hebt, die nog steeds mooi en stevig zijn. Dat lukt ons met bijvoorbeeld witte champignons nooit. De worden zeker vanaf dag 3 vaal en krijgen rare plekken. Vandaar dat we wel bijna altijd een variant van kastanjechampignons in voorraad hebben, maar bijna nooit witte champignons.

Portobello’s halen we in huis voor het visuele aspect van een maaltijd, als soort van versiering.  Of heel gelaten of in lange dikke plakken gesneden. Hier heel gelaten en gevuld met knoflook, risotto en ui.

Lees Meer Lees Meer

Radiatori met een gochujang-gehaktsaus

Radiatori met een gochujang-gehaktsaus

Korea meets Italy.

Ik geef toe, over het algemeen blijf ik trouw aan een bepaalde keuken en maak weinig overstapjes. Maar soms ligt het zo voor de hand, dat ik het niet kan laten. Pasta met gochujang bijvoorbeeld. In plaats van noedels kun je natuurlijk prima pasta gebruiken. En in plaats van saus op basis van tomaten, gebruik je gochujang, de Koreaanse peperpasta. Krijg je een mooie rode saus van en verras je iedereen aan tafel.

Radiatori, het was een pastavorm die ik nog niet eerder was tegengekomen. En iedereen die pasta eet die weet dat de ene pastavorm niet de andere is. Zo ben ik geen fan van compacte pastavormen als penne rigate of faralle, de vlinderpasta. Het is een persoonlijke voorkeur, ik weet het. Net zoals ik mijn pasta graag gaar heb, in plaats van beetgaar. Misschien dat ik daarom een voorkeur heb voor Aziatische noedels in plaats van Italiaanse pasta. Pasta wordt gemaakt van durumtarwe en is wat elastischer en steviger. Chinese noedels zijn ook van tarwe gemaakt, maar dan van gewone tarwe. Het gaat overigens mis als de noedels niet uit China komen, maar uit een Italiaanse pastafabriek, zoals tal van producten van zogenaamde A-merken. Met een beetje pech ook nog verkocht in een muffe kartonnen doos, hetgeen de smaak niet ten goede komt. Desondanks hoeft er natuurlijks niks mis te zien met pasta of als noedels vermomde pasta. Als het eten maar lekker is!

Het internet is verdeeld over de oorsprong van radiatori, een grillige pastavorm. De pasta ontleent zijn naam aan de vorm die doet denken aan een radiator. Sommigen zeggen dat radiatori is ontstaan in de periode tussen de beide wereldoorlogen in. Andere zeggen dat het in de jaren zestig is bedacht.

Deze pasta wordt soms vergeleken met rotini, oftewel de wokkel onder de pasta’smaar de radiatori is veel ingenieuzer van vorm. De radiatori zien eruit als kleine holle cilinders met gekartelde randen, waardoor ze sauzen heel goed vasthouden. Radiatori is dan ook minder compact dan rotini of fusilli. De laatste eet ik overigens graag in mijn tonijnsalade met pasta.

Het kan prima zonder, maar als je toevallig een stuk Parmezaanse kaas hebt liggen … Haal het over de rasp en de radiatori met gehaktsaus smaakt nóg lekkerder.

Lees Meer Lees Meer