Een 3-lagen boter-pecannoten cake

Een 3-lagen boter-pecannoten cake

Bij thuiskomst na een korte even-weg-vakantie wachtte een leuke verrassing op ons. Een 3-layer butter-pecan cake, helemaal zelf gemaakt door de thuisblijvers. Een cake die ook flink wat tijd kost om te maken, te bakken en af te koelen.

Het was het waard, want hun versie van 3-layer butter-pecan cake was superlekker. Dat bevestigde zelfs de medeblogger, die 2 dagen na onze thuiskomst weer eens lekker voor ons kookte. Hij ontkwam niet aan het nuttigen van een stukje cake.

Vorig jaar was er bij thuiskomst al een slagroom-cheesecake uit de koelkast, nu een zelfgemaakte laagjes cake met frosting. Verrassing bij thuiskomst voor het 2e jaar op rij. Dan is het in Nederland een traditie.

Ze hadden op internet gezocht met de woorden fancy cakes, en deze butter-pecan cake was 1 van resultaten. Nu onthouden zoekmachines wat je eerder hebt gezocht, dus bij mij kwam deze versie van een butter-pecan cake niet bovendrijven. Wel heel veel andere voorbeelden. Link niet gekregen van de huisgenoten – Alright then. Keep your secrets. – maar niet veel later kreeg ik toch hun versie van het recept toegestuurd.

Veel pecannoten en een ruime hoeveelheid roomboter, dat was na lezing meteen duidelijk. En heel erg veel suiker, dat ook.

Pecannoten zijn inheems in de VS en Noord-Mexico. De combinatie met boter is ontstaan in het zuidelijke deel van de VS. Dat het dan tegenwoordig veel pecannoten en boter is maakt het in mijn gedachten ook meteen Amerikaans. Dat veel op de borden werd nog eens bevestigd door vrienden die een reis door Amerika maakten.

Meestal wordt voor een gelaagde cake het biscuitgebak in 1 stuk gebakken en dan horizontaal doorgesneden. Hier gaat het anders. Het recept meldde dat de cake in 3 bakblikken tegelijkertijd moest worden gebakken. Dat probeerden de thuisblijvers dus ook. Alleen, we hebben maar 2 bakblikken met een diameter van 9 inch, de totale baktijd werd door de 3e cakelaag meteen 2 keer zo lang. Dat geeft wel tijd om de frosting te maken.

Ze waren zelf wel kritisch op hun eigen resultaat. Ze vonden de frosting-laag bovenop veel te dik en hard. En daardoor te zoet. Her overheerste de smaak van boter en pecannoten te veel. Hoe weet je hoeveel voor de buitenlaag over te houden als je de binnenlagen eerst moet doen? Bij poging 1 heb je die ervaring niet. Simpel.

Maar goed, wat simpele wiskunde had hen hier kunnen helpen, maar ze deden het op gevoel. Geen angst om iets fout te doen. Experimenteren en leren. Geweldig. De frosting-lagen binnenin de cake waren volgens hen precies goed, en die waren inderdaad heel lekker.

En ze verbaasden zich tijdens het maken over hoeveel poedersuiker roomboter wel niet kan opnemen.

Met hun toestemming, en met hun foto’s, hier de thuisblijvers versie van de 3-layer butter-pecan cake gepresenteerd.

Lees Meer Lees Meer

Broodje Chinese varkens rib-eye

Broodje Chinese varkens rib-eye

Rib-eye, dat is toch van de koe? Dat dacht ik toen voor de vitrine stond met het luxere vlees. Ik neem ten minste aan dat het luxe vlees was, want de prijs lag aanzienlijk hoger dan van de rest van het vlees. Indicatie was ook wel dat het vlees per stuk was verpakt en niet per 4 of meer in een grote tray.

Maar er stond dus varkens rib-eye op de verpakking. En ik geef toe, het zag er smakelijk uit. Het had mijn blik getrokken. Nieuwsgierig pakte ik het op en zocht naar de prijs. Niet goedkoop. Niet erg, ik betaal graag voor kwaliteit. Nou ja, graag. Ik heb het er voor over.

Altijd gedaan. Niet van het onderste schap. Liever vers dan uit blik, en liever met duidelijke herkomst dan volgepompt met water en troep. En zoveel mogelijk lokaal. Helaas is vooral biologisch vlees duur. Zeker als je voor meerdere mensen moet koken. Ik doe het dus maar af en toe. Niet om mijn geweten te sussen, maar omdat het meer smaak heeft.

Hoewel prijzig, was dit geen biologisch vlees. Wel afkomstig uit Nederland. Maar wat is varkens rib-eye eigenlijk?

De rib-eye wordt gesneden uit het voorste deel van de rug (de lende) richting de nek, waar het vlees van nature iets vetter en smaakvoller is. Zeg maar richting de hals waar de procureur vandaan komt. En wie wel eens procureur eet, weet dat dit vlees mals is door de marmering. In tegenstelling tot varkensfilet droogt een rib-eye niet snel uit. Het blijft mals en is daardoor ook heel smakelijk.

Ik kocht het, maar wat zou ik er mee gaan maken. Zomaar een lapje vlees braden doe ik niet snel. Hooguit een sucadelapje, maar ook dat eet ik vooral in een stoofpotje. Het is bovendien warm weer. Het is dus broodjestijd.

Lees Meer Lees Meer

Kabeljauw op linguine met Gewurztraminersaus

Kabeljauw op linguine met Gewurztraminersaus

De Elzas is een speciaal gebied. Veel langer dan breed, je wordt haast wel gedwongen van noord naar zuid te reizen, en omgekeerd.

Op de terrasjes genieten van de wijnen uit de streek, bijvoorbeeld in het historische Grande Île in Strasbourg, dat op de werelderfgoedlijst van Unesco staat, Munster kaas eten en wandelen in de Vogezen. Afzakken langs de wijnroute en historische steden als Hunawihr, Riquewihr, Colmar en Mulhouse bezoeken. Niets mis mee. Alleen even een BOB aanwijzen.

Historisch gebied ook. De Elzas ligt aan de Rijn en dat betekent dat er altijd veel schepen langs zijn gevaren. Schepen betekent handel, wie wil het gebied dan niet bezitten? En dat heeft de Elzas geweten.

Julius Ceasar’s troepen versloegen in 58 BC de Tribokers. De Elzas werd onderdeel van de Romeinse provincie Germania Superior. Na het einde van het Romeinse rijk werden de Germaanse Alemannen de baas. In de 8e eeuw kwam de Elzas samen met Lotharingen in het Duitse Rijk terecht. Aan het eind van de middeleeuwen kwamen delen van Elzas regelmatig dan weer in Franse handen en dan weer in Duitse handen, tot het in 1945 definitief Frans grondgebied werd.

Die verscheidenheid aan bezitters vind je terug in de lokale keuken, die is divers met onverwachte combinaties. In de zomer zuurkool eten met veel verschillende vleessoorten op 1 en hetzelfde bord? In de Elzas heel gewoon met de Choucroute d’Alsace, sinds 2018 een beschermde naam in Europa.

De wijnen zijn ook heel herkenbaar, ook al worden ze ook in andere landen geproduceerd onder dezelfde naam. Een hele speciale wijn is Gewurztraminer, zonder ü geschreven in Frankrijk. Gewurztraminer is een krachtige, geurende wijn met een volle kruidige smaak. Gewürz betekent niet voor niets specerijen in het Duits.

Gewurztraminer is dominant en blijft ook in en bij kruidige maaltijden altijd wel overeind. Dat betekent dat als je de andere ingrediënten wilt blijven proeven je deze met een beetje zorg moet kiezen, of de hoeveelheid Gewurztraminer moet beperken. Dus knoflook gebruiken we hier niet, hoe lekker het ook is.

Gewurztraminersaus is heel populair in delen van de wereld voor over kreeft- en/of krabbenvlees. Het kan echter ook prima met witvis en met een smaakvolle pastamaaltijd.

Deze Gewurztraminersaus is niet bedoeld om los te proeven, maar over de kabeljauw en sijpelend tussen de linguine, daar is diezelfde saus ineens superlekker.

Lees Meer Lees Meer

Pizza met chipotlesaus en Catalaanse worstjes

Pizza met chipotlesaus en Catalaanse worstjes

Ik had een tijdje geleden een potje diced chipotle peppers gekocht van La Morena. Bovenste schap, ik pakte het blind. Zette het thuis, ook weer blind, in de koelkast. De voorraad aanvullen. En ging verder met de dagelijks beslommeringen. Tot zover niks aan de hand.

Enkele weken later plande ik voor het jaarlijkse pingpongtoernooi de lunch. Ik had nog wat chorizoworstjes over en bedacht dat die wel aardig zouden smaken op een broodje met wat belegen kaas, krulsla en een subtiele chipotlemayo. De gerookte smaak van chipotlepeper kan een gerecht net dat extra’s geven. Maar wat bleek? Mijn potje in de koelkast was chipotlesaus, niks geen diced chipotle peppers! De proeftest bevestigde het, het smaakte anders. Zachter. Toch maar chipotlemayonaise gemaakt. Iedereen tevreden, behalve de kok.

Weken later was het weer eens tijd om pizza te maken. Nu is de medeblogger van ons twee de pizza-expert, ik mag wel zeggen pizzajunk, met wekelijks een zelfgemaakte pizza en nooit dezelfde. En hij gaat het experiment niet uit de weg, getuige zijn recepten met ingrediënten die een rechtgeaarde Italiaan niet op zijn pizza zou durven te doen zonder de toorn van zijn nonna te wekken.

Ik waag mij over het algemeen weinig aan pizza-experimenten. Ik gebruik kant-en-klaar deeg, soms flammkuchendeeg. Lekker dun. Meestal maak ik een tonno, soms een gorgonzola. En met sucuk en buffelmozzarella als ik eens gek wil doen. Maar… de chipotlesaus bestaat voor een deel uit tomatensaus… dus waarom niet een pizza er mee bedekken?

Gesprekken over wat er gegeten gaat worden vinden hier niet plaats, dus ik besloot dat Catalaanse worstjes wel een passend beleg zouden zijn. En om het toch nog een Italiaans tintje te geven, bestrooide ik de pizza met schilfers Parmigiano Reggiano DOP. Om nonna gerust te stellen.

Lees Meer Lees Meer

Schwäbische Spätzle met pesto alla Genovese

Schwäbische Spätzle met pesto alla Genovese

Pesto alla Genovese. Men noemt het de oorspronkelijke pesto, uit Genua in Noord-Italië. Of dat waar is? Naar verluidt stamt pesto af van het oud Romeinse smeersel moretum. Vanaf dat punt kun je in de tijd vele afslagen nemen. Bijvoorbeeld naar pesto alla Trapanese, met amandelen, uit Sicilië, en naar de rode pesto alla Calabrese uit Calabrië in Zuid-Italië, ook met amandelen.

Pesto all Genovese wordt authentiek gemaakt van basilicumblaadjes, pijnboompitten, knoflook, Parmezaanse kaas (hoewel ook Pecorino mag blijkbaar), olijfolie extra vierge en zout. Alles in een speciale volgorde vijzelen en mengen en je hebt pesto. Voor ons is basilicum essentieel in pesto. Geen frivoliteiten op dit gebied.

Basilicum, Ocimum basilicum. Dat moet je wel toevoegen want er zijn heeft veel planten die basilicum heten. Zoals Thaise basilicum, Ocimum basilicum var. thyrsifloradie, die de medeblogger graag gebruikt maar nog geen Reutel-recept aan heeft gewijd. Basilicum, lekker, zowel de verse blaadjes als de steeltjes. Raak je de blaadjes aan dan komt de lekkere geur vrij.

We gebruiken basilicum vaak. Losse blaadjes vooral op pizza’s, in pasta’s en door salades. Hele takjes laten we lang mee sudderen in tomatensauzen voordat we ze aan het eind weer verwijderen. Levert lekkere tomatensausen op. Maar we gebruiken basilicum uiteraard ook om zelf pesto te kunnen maken. In 10 minuten klaar. Alleen een reis naar de winkel duurt al langer, laat staan zoeken, afrekenen en terug reizen.

De planten kopen we tegenwoordig wel bij onze supers, in een pot met aarde. En daar zijn we niet alleen in. The Guardian meldde op 15 juni 2024 dat bij navraag bij de grote Engelse supermarkten dat zowel Tesco, Asda, Sainsbury’s als Ocado verklaarden dat basilicum het meest verkocht werd van alle kruiden. Gezien het aantal basilicumplanten in onze supers zal dat in Nederland niet anders zijn.

Dat kopen bij supers brengt wel een aantal uitdagingen met zich mee. Basilicumplanten zijn vast in de kas omhoog getrokken; een snelle geforceerde groei, zodat ze zo snel mogelijk verkocht kunnen worden. Geen natuurlijk gedrag. De term plofplant wordt wel gebruikt in relatie tot basilicumplanten uit de supermarkt. In de potten zitten vast veel plantjes met maar 1 stengel.

We hebben vrienden en kennissen die de blaadjes meteen beginnen op te eten, waardoor ze na een korte tijd alweer een basilicum plant moeten kopen. Vast precies wat de commerciële supermarkten willen. Wij doen het anders.

Wij laten de gekochte plant eerst met rust. We zetten het op een plek voor een raam met halfopen luxaflex. Vrij constante temperatuur en geen wind of vocht. Uit de volle zon ook. Koeler dan de tropische en subtropische gebieden waar de plant in de natuur voorkomt, maar bij ons werkt het. Want na even bijkomen van de gedwongen groeispurt, begint de plant langzaam te groeien. We hebben er zelfs af en toe bloemetjes in!

Een bijna 50 centimeter hoge basilicumplant. In de winkel worden ze verkocht als ze zeg 20 centimeter hoog zijn. Je hoeft ze niet eens te verpotten om ze in leven te houden. En als de plant(en) zo’n 50 centimeter hoog is (zijn) gaan we delen van de takjes gebruiken in gerechten.

En we kopen op tijd een nieuwe basilicum plant, die ook eerst weer mag bijkomen. Zo hebben wij altijd verse basilicum in huis. We kunnen daardoor altijd zelf pesto maken, want eigengemaakte pesto die je op de dag zelf gebruikt is echt veel lekkerder dan die uit potjes uit de winkel.

Neem je pesto uit een potje, dan moet je wel even op de lijst met ingrediënten kijken. Want er zijn nogal wat verschillende potjes pesto te koop die niet helemaal aan de authentieke ingrediëntenlijst voldoen, ook niet al we ons beperken tot waar pesto alla Genovese op het potje staat. Oftewel, helemaal niet.

Zonnebloemolie in plaats van olijfolie extra vierge is populair. Soms zit er Grana Padano in, geen Parmezaanse kaas, en geen Pecorino. Cashewnoten of amandelen komt ook vaak voor. Maar er is ook wel een bijna pareltje die Basilico Genovese BOB gebruikt, maar toch naast olijfolie extra vierge en pijnboompitten ook nog zonnebloemolie en cashewnoten bevat. Om de prijs te drukken?

Maak je zelf pesto, begin daar dan mee tijdens het bereiden van de maaltijd en tel 10 minuten bij de maaktijd op.

Lees Meer Lees Meer

Gehaktballetjes met snelle pindasaus

Gehaktballetjes met snelle pindasaus

Kippendijen bestonden vroeger niet volgens mij. We aten kippenpoten of kipfilet. En kippenvleugels als traktatie. Oh ja, en drumsticks. Kippendijen kan ik mij niet herinneren. Kipkarbonade wel, dat was de kippendij met rugstuk. En standaard met vel volgens mij.

Maar kip was niet het enige vlees dat we aten. Schouderkarbonade, speklapjes en verse worst kan ik mij goed herinneren. En soms rundvlees als er in de familie een koe was geslacht. Of in de winter als hachee. Biefstuk aten we volgens mij niet, waarschijnlijk omdat het duur was. Ik lustte het bovendien niet. Die bloederige toestand was niks voor mij.

Wat ik heel graag at, waren onze moeders gehaktballen. Ik mocht ze soms helpen maken. En dan een beetje snoepen van het rauwe gehakt. Dat mocht toen nog. Ze werden gebraden in de boter in een niet al te grote rode gietijzeren pan. Zo’n pan die een hele generatie meegaat.

Gehaktballen, dat was nooit een straf. De harde stukjes van de bodem van de pan schrapen was een extra beloning. Ketchup lijkt voor de gehaktbal gemaakt bovendien. Maar ondanks dat ik er vroeger met mijn neus bovenop zat, wat ik later ook probeerde, ik kreeg met geen mogelijkheid zo’n gehaktbal als onze moeder ze maakte. Kleine gehaktballetjes zijn daarentegen makkelijker te maken.

Gehaktballetjes en pindasaus. Twee dingen die je kant en klaar in de supermarkt kan kopen, maar je eigenlijk net zo goed zelf kan maken. Je weet bovendien wat er in zit en je kan het helemaal naar je eigen smaak aanpassen.

Als warm borrelhapje zijn kleine gehaktballetjes erg lekker met pindasaus. En in de tijd dat je naar de winkel gaat om kant-en-klare pindasaus te halen, maak je je eigen saus. Echt.

Gebruik liever geen mager gehakt, dan worden je ballen snel te droog en vallen je ballen sneller uit elkaar, ei ten spijt.

Lees Meer Lees Meer

Kaneelcake met koffie en gember, en vanille-ijs

Kaneelcake met koffie en gember, en vanille-ijs

Naar verluidt kan je tijdens een hittegolf beter hete thee drinken dan koud ijs eten, om af te koelen via transpireren. Maar ja, ijs is wel erg lekker bij warm weer. Raketjes!

Roomijs en cake is bij ons een traditionele combinatie. Roomijs uit de vriezer, dat hadden we. De cake moest nog wel worden gemaakt. Onze oven staat in de bijkeuken. Die hitte kon meteen naar buiten, zonder de rest van het huis nog verder op te warmen, ook tijdens een hittegolf.

Cake dus. Echter, geen vanille-stokje of vanille-extract in huis. En dat is toch vervelend als je net hebt bedacht dat je een kaneelcake met vanille erin wilt maken. Dan maar iets anders eraan toevoegen. Maar wat?

Het was nog redelijk vroeg in de ochtend. De koffie was net vers gezet. Ochtend koffie, dus sterk. En sinds we het recept voor koffie in de spaghettisaus van Sainsbury’s hebben getest, gebruiken we af en toe koffie als ingrediënt in maaltijden. Af en toe, want ruim voor het avondeten is de koffie echt al op. Daarom meteen een beetje koffie uit de thermoskan geschonken en laten afkoelen tot kamertemperatuur. Zodat het later koud met de eieren kan worden vermengd.

Koffie. Er moet ooit iemand hebben gedacht, laat ik die rode en/of gele koffiebessen nu eens lang in de zon laten drogen. En daarna de 2 bonen per bes lang en langzaam laten branden, vervolgens stuk malen en er heet water opgieten. Om het op te drinken. Best gek toch. Die iemand moet heel veel vrije tijd hebben gehad.

Arabica en Robusta zijn de soorten koffiebonen die het meest gebruikt worden om koffie van te maken. De experts melden dat Arabica milde en fruitige smaken en aroma’s heeft. Robusta bonen leveren een stevige bittere smaak en sterke aroma’s. Omdat gemalen koffie meestal mixen zijn van de Arabica en Robusta soorten, smaakt koffie van iedere fabrikant anders, maar in ieder geval tinten bitter, zoet en soms ook nog wat nootachtig. En net als wijnliefhebbers, proeven echte koffiekenners er nog een hele trits aan andere smaken in.

Wij gebruiken sterke koffie vooral in hartige maaltijden. Het voegt dan iets toe. Koffie als een extra specerij. Maar koffie kan ook in een dessert. Denk aan tiramisu. Of zoals hier, in een cake.

Wat nog meer toevoegen? Kaneelcake was al besloten. Dunne plakjes verse gember, dat gebruiken we regelmatig in verse thee, met kaneelstokjes. De combi werkt gewoon. Daarom die combi, maar nu in poedervorm, gebruikt in een cake.

Daarom, kaneelcake met koffie en gember, en vanille-ijs.

Lees Meer Lees Meer

Snelle noedels met prei, puntpaprika en gehakt

Snelle noedels met prei, puntpaprika en gehakt

Jawel, het is waar. Hoe ouder je wordt, hoe meer je over vroeger gaat praten. En dus moeten we het ook over prei hebben. Er valt niet aan te ontkomen. Velen met ons zullen vroeger schrik hebben gehad als ze prei op het aanrecht zagen liggen. Want dat kon maar één ding betekenen: gekookte prei. En dat was nog niet alles, het was prei met een papje. De horror!

Nee, ik geloof niet dat iemand daar positieve herinneringen aan kan hebben. Het was gewoon vies. Nu ik er over schrijf, proef ik de gekookte prei weer. Brrr.

Ik kan mijn medeblogger nog steeds geen prei voorschotelen. Na een bami-maaltijd sieren sliertjes prei de rand van het bord. Toch smaakt roergebakken prei wezenlijk anders dan gekookte prei. Het heeft bovendien niet de akelige structuur van gekookte prei.

Ik durf te zeggen: prei is lekker. Het is geurig en ietwat scherp, zeker rauw. En als curry smaakt prei helemaal geweldig. Een aanrader voor iedereen.

In een bami-maaltijd zit vaak maar een beperkte hoeveelheid prei. Dat mag best wat meer.

Lees Meer Lees Meer

Mierzoete Griekse portokalópita, of toch niet?

Mierzoete Griekse portokalópita, of toch niet?

Zo af en toe krijg ik van huisgenoten een foto toegestuurd van een gerecht of een papier overhandigd met een recept. Soms vergezeld door de vraag of ik het alsjeblieft een keer wil maken, soms ohne worte. Maar in beide gevallen is de bedoeling duidelijk. Jij maakt het, wij eten het op. Nu vind ik niet alle gekregen recepten even interessant om te maken. Sommige blijven daardoor liggen.

En zo eten we dingen die ik zelf waarschijnlijk nooit zou hebben uitgezocht. Smaken verschillen, en dat kan zeer nuttig zijn. Je krijgt zo veel meer eet-variatie in huis. Het zijn wel regelmatig recepten voor cakes en desserts. Nu houd ik niet zo van zoet. 1 van de redenen dat ik in zelfgemaakte koekjes en cakes zo min mogelijk suiker probeer te verwerken. Aan kleine stukjes, om te proeven, heb ik vaak al genoeg. Daar denken de medebewoners heel anders over. Dus alles komt elke keer weer helemaal op.

Een manier om een gegeven recept altijd te laten maken is het als vaderdagcadeau te geven. Dan is er een soort van morele plicht om een gegeven paard niet in de bek te kijken en het recept te maken. Dat hebben ze inmiddels goed door. Het worden steeds vaker heel bewerkelijke recepten die worden gegeven. Dan sta je zo lang in de keuken dat het op een vrije dag of in het weekend moet gebeuren.

Dat bewerkelijke op Vaderdag gekregen recept was dit keer voor een Griekse sinaasappelcake; portokalópita. Best goed gekozen naam want het Griekse portokali + pita = sinaasappel + taart in het Nederlands. Taart dan wel in de ruimste zin van het woord. 1 van de gevers had het in Cyprus gegeten met aardbeien erin. Die was mierzoet en heette vast anders. Mijn wederhelft heeft het ooit in Griekenland gegeten, tijdens een interrail tocht. Kortom, via hun herinnering hadden ze een voorsprong want de andere 2 bewoners hadden het nooit gegeten. Maar het zelf maken werd aan mij gegund.

Het is wel een beetje merkwaardige cake. Want er gaan gedroogde filodeeg-linten in. Wie bedenkt nou zoiets denk ik dan meteen. Geboren als een geintje in een oude Griekse taverne, in een kapēleion? De overlevering zegt iets anders. Het zou teruggaan tot Byzantijnse tijden, omdat toen sinaasappelen werden aangeplant op Kreta. Dat er filodeeg inzit en geen bloem of tarwe zou dan komen omdat de (thuis)koks het deeg dat overbleef van het maken van panakopita, een spinazietaart, of tiropita, een kaastaart niet wegwilden gooien. Mooi verhaal, ook al omdat wij ook proberen geen eten weg te gooien: restjes! Maar niet erg geloofwaardig gezien de hoeveelheid filodeeg die nodig is. Een beetje ervaren kok weet toch wel hoeveel deeg er voor een panakopita of een tiropita moet worden gemaakt?

Met de gift kwam de melding dat het mierzoet was. Net als bij Turkse baklava en Mrs Pettigrew’s citroen cake gaat er, meteen nadat de taart heet uit de oven komt, warme siroop overheen. Hier een siroop met sinaasappelsmaak, uiteraard.

Ook even rondgekeken op het internet, en inderdaad, er gaat veel suiker in, echt heel veel suiker. De meeste recepten gaan voor 600 en 700 gram suiker, met een enkeling die er ‘maar’ 400 gram suiker in doet, en uitschieters tot wel 800 gram suiker. We gaan hier een waarschijnlijk nieuw laagterecord neerzetten. ‘Slechts’ 200 gram suiker in totaal. 100 gram gaat in de taart en 100 gram gaat in de siroop. Eens kijken of het dan nog mierzoet is. Hopelijk niet!

Lees Meer Lees Meer

Gobi masala – Bloemkool uit India

Gobi masala – Bloemkool uit India

Met enige regelmaat staat hier bloemkool op het menu. Niet gek, aangezien hier haast met dezelfde regelmaat Indiaas wordt gegeten. Al eerder schreef ik dat Indiase bloemkool niet helemaal hetzelfde is als onze bloemkool. Het is een variëteit die ze in India hebben doorontwikkeld om het bestendig te maken tegen het hete klimaat, maar het blijft natuurlijk bloemkool. Bloemkoolcurry is lekker en niet moeilijk te maken.

Een variant daarop is deze Gobi masala. ‘Gobi’ betekent bloemkool en ‘masala’ kruidenmengsel. Net zoals geen curry hetzelfde is, nat of droog, geldt dat ook voor gerechten met masala in de naam. Hoewel ik wel het idee heb dat masala’s over het algemeen nat zijn, maar dat zal ook haast wel niet. En geen kruidenmengsel is hetzelfde, lokaal en regionaal zullen er verschillende varianten zijn.

Het mooie van al die varianten is dat er geen vaste recepten zijn en dat je vrij kunt variëren met de hoeveelheden, mocht je dat zelf al niet standaard doen. Zelf maak ik recepten een eerste keer zoals ik het heb gelezen. Een volgende keer, als die er komt, kan ik variëren. Vaak blijven de hoeveelheden van meeste ingrediënten wel hetzelfde, maar ik varieer vooral makkelijk met ui, knoflook, gember en chilipepers. Ongeacht de keuken. En bij Indiase gerechten wil ik nog wel eens een schep extra yoghurt toevoegen voor een mooie volle saus.

Uiteindelijk gaat het er namelijk niet om wat het recept voorschrijft, maar wat jij lekker vindt. Het is uiteraard wel fijn als je weet hoe een gerecht ‘hoort’ te smaken, zeker als je het nog steeds onder die naam serveert. Het internet is er vol van, filmpjes en recepten die qua ingrediënten in de verste verten niet meer op het origineel lijken, maar wel onder die naam worden gepresenteerd. En ik ben wel een beetje traditioneel, dus Aziatische recepten die olijfolie gebruiken sla ik over. En doe geen gekke dingen als een kaassaus over je bloemkoolcurry gooien. Als je student bent mag dat, maar zo gauw je bent afgestudeerd, moet het uiteraard afgelopen zijn met zulke uitspattingen.

Een idee is overigens geboren, ik ga eens nadenken over een passende kaassaus voor een bloemkoolcurry. Indiërs eten voor zover ik weet vooral kaas in de vorm van paneer. Kaassauzen zoals wij ze kennen, ben ik in in Indiase recepten nog niet tegengekomen. Het gaat allemaal om de saus dus. Wordt vervolgd!

Terug naar de Gobi masala. De sauzen in de Indiase keuken zijn altijd bijzonder smakelijk. En bij sauzen denken mensen misschien aan vet en ongezond, maar daar is vaak helemaal geen sprake van. Niet alleen lekker met rijst, maar vaak ook gegeten met naan of chapatis. Indiase platbroden zijn overigens al een avontuur op zich. Lekker ook soppen in de verschillende sauzen.

Lees Meer Lees Meer