Archief van
Auteur: BroeR

Nasi goreng als traktatie, vroeger en nu nog steeds

Nasi goreng als traktatie, vroeger en nu nog steeds

Het is al eens eerder hier opgeschreven. Gebakken rijst werd 1 keer per week gegeten in ons ouderlijk huis, vaak met gegrilde kippenpoten. Een traktatie.

De rijst werd gekocht bij een slagerij, die het onder de noemer nasi verkocht, gekookte rijst. Het was ook niets anders dan gekookte rijst met wat Oosterse kruiden. Dat we rijst kochten bij een slagerij vond ik toen raar. Slagerij is vlees, rijst is geen vlees. Pas later begreep ik dat het een gouden ei was voor de slager. Pure winst, want wij bleven het kopen, zo lekker was de nasi. Nog weer later kwam ik het begrip slagersmaaltijden tegen. Heel veel slagers verkochten niet alleen vlees, maar ook 1-pans gerechten.

Dat we de nasi bij die specifieke slagerij kochten was ook apart. Een andere slagerij was namelijk veel dichter bij. Wij leerden al vroeg dat er wel degelijk kwaliteitsverschillen zijn als je eten koopt. En dat we daar zelf kritisch op moesten zijn. Weer thuis hadden we dus al gekookte rijst met een kruidensmaak klaar liggen. Daar had de slager voor de show een klein beetje stukjes vlees in gedaan. Zo weinig, dat ons moeder er zelf kippenpoten bij te eten gaf. Kippenpoten uit de oven, al draaiend aan een spit. Dat kon je op je bord herkennen aan de gaten in de kippenpoot.

De gekookte rijst werd gebakken tot het weer warm was, en zie daar, nasi goreng. Oftewel, gekookte rijst gebakken, tegenwoordig afgekort tot gebakken rijst. Opgediend met stukjes zoetzure augurk, uit een potje, en soms een gebakken ei als de kippenpoot achterwege bleef. Toen we uit het ouderlijk huis vlogen, een tijdlang niet zelf gemaakt, die nasi goreng. Pas later weer helemaal terug op het menu.

Een volstrekt overbodig recept voor een modernere nasi goreng variant, omdat er al miljoenen van zijn. En dan ook nog een beetje vernederlandst.

Lees Meer Lees Meer

Helix pasta met pesto alla Trapanese

Helix pasta met pesto alla Trapanese

Pesto alla Trapanese komt uit Sicilië, dat eiland met die prachtige en fascinerende keuken.

Kijk je met een scheef oog naar een kaart van de Middellandse zee, dan ligt Sicilië ook heel centraal in de westelijke helft van die zee. Wil je vanuit Afrika niet omrijden/varen voor een oversteek naar Europa (of omgekeerd) via de Straat van Gibraltar, dan zijn Sardinië en Sicilië hele logische tussenstops om Italië te bereiken.

Beheers je Sicilië, dan kan je de baas zijn over een groot deel van de Middellandse Zee. En dat heeft het eiland geweten. Onder andere Feniciërs, Grieken, oud-Romeinen, Byzantijnen, Arabieren, Normandiërs, Noord-Italianen, Fransen, Spanjaarden, Zuid-Italianen, Oostenrijkers en uiteindelijk Italianen, ze waren allemaal 1 of meerdere perioden min of meer de baas. Je kunt aan de heersers van Sicilië een beetje aflezen wie in welke periode de macht in (een deel van) Europa had. Al die overheersers namen hun recepten mee.

Naar verluidt brachten de Noord-Italianen agliata mee van hun handel met het Oosten, een saus op basis van knoflook en al dan niet met walnoten. Ik vind het meer lijken op oud-Romeinse moretum met wat extra ingrediënten. Ze brachten zeker geen pesto alla Genovese mee zoals wij deze kennen, want de toevoeging van basilicumblaadjes gebeurde pas in het midden van de 19e eeuw. Het gebruik van basilicum staat voor het eerst op schrift in het boek La Cuciniera Genovese van Giovanni Battista Ratto, uit 1863. Zijn recept schrijft onder andere formaggio olandese voor, Nederlandse kaas!

Voeg je aan agliata de lokale producten uit de omgeving van Trapani toe, zoals amandelen, tomaten en kaas, en laat je de broodkruimels en walnoten weg, dan krijg je pesto alla Trapanese. Nou ja, 1 van de soorten, want iedereen maakt natuurlijk zijn eigen versie op Sicilië. Traditioneel gegeten met busiati pasta. Busiati col pesto trapanese wordt in Italië officieel erkent als traditioneel gastronomisch product. De pasta ziet eruit als een strakke helix, alsof je een pasta lint schuin hebt opgerold, een beetje zoals DNA eruit ziet. In Nederland busiati pasta kopen in een niet-digitale winkel is lastig, maar vervangers zijn er genoeg. Geen pasta met een kern en allerlei uitsteeksels, het moet ‘hol’ zijn.

Ik kwam fusilli corti col buco tegen, een holle pasta in spiraal vorm. Fusilli is pasta die bijvoorbeeld via een staafje een bepaalde vorm krijgt, hier een kurketrekker of helix vorm. Corti betekent kort en buco betekent gat. Fusilli corti col buco, niet gemaakt van platte pasta zoals busiati, maar van ronde pasta.

Minder bekend dan pesto alla Genovese, maar dat kan veranderen: pesto alla Trapanese, met helix pasta. De pesto zie je niet, die heeft de weg gevonden naar holtes in de pasta. Je proeft het des te meer.

Lees Meer Lees Meer

Capellini in bouillon van Parmezaanse kaaskorst

Capellini in bouillon van Parmezaanse kaaskorst

Tegen de rand van een harde kaas zit veel smaak, een iets andere smaak ook. Dat kun je al zien bij wat oudere Nederlandse kazen. Aan de buitenrand is de kaas wat donkerder. Het kan nog beter. Parmigiano Reggiano, Parmezaanse kaas, waar het korstgedeelte heel duidelijk een andere samenstelling heeft, met een scherpe scheiding. Soms wel een centimeter breed stuk dat de meeste mensen naar verluidt gewoon weggooien. En dat is echt zonde. Zelfs uit het vuistje is het buitengewoon van smaak.

Korsten van Parmezaanse kaas kan je heel goed toevoegen aan een tomatensaus in wording die wat langer opstaat. De smaakvolle korst van Parmezaanse kaas is echter ook heel goed te gebruiken om een subtiele bouillon mee te maken. En in die bouillon gaat dan hele dunne pasta. Dunne pasta zodat we minder vocht nodig hebben. Het kost namelijk veel tijd om genoeg korst te verzamelen om de bouillon überhaupt te kunnen maken. Spaghetti is dan al te dik: koken duurt te lang. We gebruiken capellini (‘kleine haren’), een pasta in de vorm van lange staafjes met een diameter tussen (slechts) 0,85 en 0,92 millimeter. Het kan nog dunner, capelli d’angelo (engelenhaar) met een diameter tussen 0,78 en 0,88 millimeter. Deze soort wordt als een nestje pasta verkocht.

Capellini schijnt echt tot zijn recht te komen in een lichte bouillon of in lichte, simpele sauzen die niet al te sterk smaken. Ik wil ook dat de pure Parmezaanse kaassmaak in de pasta zelf trekt. En om die te blijven proeven moet er geen knoflook bij of sterke kruiden.

Capellini in een bouillon van de harde korsten van Parmezaanse kaas. Een perfect voorgerecht.

Lees Meer Lees Meer

Een Nederlandse beukennotencake

Een Nederlandse beukennotencake

Herfst. Het is weer tijd voor zelf geraapte bosvruchten.

Geïnspireerd op pinolata, een Italiaanse pijnboompittencake (pino betekent pijnboom), en Nederlandse beukennootjes. Een faggiolata? (Want faggio betekent beuk.) Beukennotencake. Over 1 ding zijn de oud-Romein Plinius en ik het namelijk helemaal eens: beukennoten zijn heel erg lekker.

Zoals eerder geschreven, beukennoten zijn in mijn omgeving niet te vinden. Geen nood, bij familie staan ze om de hoek. Maar toen we een keer terugreden van boven het IJ, via de A9 dit keer, hebben we een tussenstop gemaakt in het Amsterdamse Bos. Even een stuk wandelen. En dat bos staat tjokvol met beuken, naast vele andere boomsoorten. (Maar helaas is de tamme kastanje nauwelijks aanwezig anders hadden we die vruchten meteen meegenomen – zie onder.)

Het Amsterdamse Bos is een aangelegd bos. Tussen 1934 en 1940 werkten naar verluidt 20.000 mensen aan de aanleg. Niet helemaal vrijwillig, want in die jaren van grote werkloosheid werd de aanleg van het bos aangewezen als werkverschaffingsproject. Was je werkloos, dat had je toch ineens werk. Met als betaling een uitkering, dat wel. Het Amsterdamse bos is niet alleen bos. Er is ook veel water en grasland. Gevarieerd aangelegde vrije natuur, om in te recreëren.

Genoeg parkeerplaatsen aan de randen. Veel auto’s, maar het bos is zo groot dat je andere mensen in de herfst nauwelijks tegenkomt. Eenmaal in het park zie je terug dat het is ontworpen met de Engelse landschapsstijl in het achterhoofd. Door het vele water blijf je over bruggen lopen. Daarvan zijn er 67 van de hand van architect Piet Kramer. De bruggen zijn allemaal verschillend. Voor een deel zelf te ontdekken door de zogeheten bruggenroute te lopen. Daar is meer tijd voor nodig dan een tussenstop langs de A9 oplevert.

Grote trekpleisters zijn de Schotse Hooglanders. Wisten we niet, maar we kwamen ze wel tegen. Toch nog maar een stukje omgelopen naar de parkeerplaats.

In het Amsterdamse Bos staan zowel jonge als oudere beukenbomen. Ze kunnen wel meer dan 200 jaar oud worden. Dat is handig want beukennoten krijgen ze pas als ze ongeveer 50 jaar (of ouder) zijn. Beukennoten zoeken doe je daarmee onder hoge bomen met een dikkere stam. Sinds de aanleg van het Amsterdamse Bos zijn ruim 80 jaar voorbij gegaan: er zijn beukennoten bij de vleet, vooral in mastjaren.

Lees Meer Lees Meer

Hartig taartje met witlof,
peer en blauwe kaas

Hartig taartje met witlof,
peer en blauwe kaas

Een nieuwe loot aan de Reutel reeks ‘klein hartig taartje‘. Met witlof.

Witlof is uitgevonden in Frankrijk. Al in de 17e eeuw was men daar bezig om winterse groenten in het donker te kweken. Zonder licht geen groen chlorofyl. In 1850 ontstond zo witte loof, witlof.

Witlof is een goedkope groente. Die aten we vroeger dan ook regelmatig. Dat vonden wij als kinderen niet echt geweldig. Witlof was vroeger namelijk veel bitterder dan nu. Om dat enigszins te verbloemen aten we witlof uit de oven, omwikkeld met plakken ham en bedekt met kaas. Die ham en kaas waren wel lekker … .

We aten zelfs – met tegenzin – rauwe witlof salade, met stukjes appel en een saus gebaseerd op mayonaise of slasaus. Ook al bedoeld om de bittere smaak te verbloemen. Hoe die salade ons huis is binnen gekomen? Ik geef de schuld aan de Tip.

Bitter is 1 van de 5 basissmaken die we kunnen proeven. En als je ouder wordt gaan de meeste mensen een bittere smaak meer waarderen. En dus ga je vanzelf ook weer witlof eten, ook al is die witlof door de teelt dus veel minder bitter gekweekt.

Een kleine quiche, niet met appel, maar met peer. En een blauwschimmelkaas die in de oven overeind blijft qua smaak.

Lees Meer Lees Meer

De beste broodbakkers kwamen uit Cappadocia

De beste broodbakkers kwamen uit Cappadocia

De oud-Romein Cato schreef in zijn De Agri Cultura (gedateerd op ongeveer 160 BC) niets over gist, hoewel zijn mustacei wel degelijk luchtige broodjes waren. De oud-Romein Plinius schreef in 77 al veel uitgebreider over luchtig brood in zijn Naturalis Historia. Hij dacht dat broden luchtig werden bijvoorbeeld door deeg zuur te laten worden, door het deeg een dag te laten staan. De in Egypte wonende Griek Athenaeus schrijft in de 3e eeuw in zijn boek Δειπνοσοφιστών (Deipnosophistae, vrij vertaald ‘De Banket Experts‘) juist over verschillende soorten deeg en rijsmiddelen en welk effect dit had op het uiteindelijke brood. In die 4 eeuwen nam de kennis van luchtig brood maken wel degelijk toe. Maar gist bleef onbekend. Gist werd pas voor het eerst bekeken in 1680, toen Antoni van Leeuwenhoek met zelf gemaakte microscopen gistcellen observeerde tijdens zijn waarnemingen van bier tijdens het gistingsproces.

Athenaeus laat optekenen dat de beste broodbakkers uit de provincie Cappadocia kwamen, wij schrijven Cappadocië. Cappadocië ligt in het huidige Turkije en heeft schitterende rotsformaties en prachtige natuur. Cappadocië, dat is waar de Hettieten hun rijk begonnen. Het staat niet voor niets op de werelderfgoedlijst van UNESCO. In de Romeinse tijd was Cappadocië lang een zelfstandig vorstendom. Pas in het jaar 17 werd Cappadocië een provincie van het Romeinse Rijk. In de tijd van Athenaeus was Cappadocië een leverancier van granen – tarwe en gerst – en van een aantal metalen.

Athenaeus citeert volgens eigen schrijven uit een werk van Aristophanes, Acharnensians genaamd, die weer schrijft over een boek van Chrysippus van Tyana, ‘De Kunst van het Brood Maken’. Helaas voor ons is dit boek verloren gegaan. Tyana lag in Cappadocië. Chrysippus van Tyana zat daarmee op de goede plek om over brood te schrijven. Athenaeus citeert Aristophanes die schrijft dat de Grieken een zacht brood maakten van een soepel deeg, met daarin een beetje melk, olie en zout. Ze noemden het cappadocian, omdat zacht brood voornamelijk werd gemaakt in Cappadocia. En hij schrijft dat dit brood in Syrië lakhma heet. Volgens Aristophanes zag cappadocian eruit als een bloem.

Net als in de oudheid, waar het zachte cappadocian brood in Griekenland werd vernoemd naar Cappadocië, noemen wij in Nederland een rond zacht brood een Turks brood. Dit terwijl Turkije toch echt heel veel andere lekkere broden kent.

Een recreatie van het zachte brood van Chrysippus van Tyana.

Een zacht brood gemaakt met de ingrediënten die Chrysippus van Tyana opschreef en dat er, nog heel, uit ziet als een bloem.

Lees Meer Lees Meer

Speciale soep, door de
Opperdoezer Ronde

Speciale soep, door de
Opperdoezer Ronde

Wij eten gekookte aardappelen eigenlijk alleen in warme winterse stamppotten en in koude zomerse huzarensalade. Het aardappel gebruik neemt wel flink toe als we de gekookte aardappels nog een keer gaan bewerken of als we ze juist niet koken. Voorbeelden zijn tattie scones, gnocci, scones, op z’n zweeds, pizza, geroosterd en gepoft. De variatie mogelijkheden zijn werkelijk eindeloos. 1 van de mogelijkheden is soep, aardappelsoep. En dan kiezen we het liefst voor een heel bijzondere aardappel: de Opperdoezer Ronde.

Aardappels staan bekend om een hoog zetmeel gehalte, maar een Opperdoezer Ronde heeft juist een lager zetmeelgehalte. Dat maakt de soort meteen al apart. De Opperdoezer Ronde groeit in de buurt van het Noord-Hollandse dorp Opperdoes. Alleen dan mag het namelijk ‘Opperdoezer Ronde’ heten, een sinds 1996 beschermde Europese Oorsprongsbenaming. De aardappel groeit op zavelgronden, zandgrond met daarin kleideeltjes, maar wel maximaal 25%. In de aardappelen zitten veel vitamines en hoogwaardige eiwitten. Nog een reden om ze te eten.

Heeft de Opperdoezer Ronde nadelen? Jazeker. Het zijn seizoen aardappelen en daarom beperkt beschikbaar, van mei tot en met september. De schil is zo dun dat hij alleen met de hand gerooid kan worden. En dat merk je meestal in de prijs, hoewel ook deze aardappelen nog steeds goedkoop zijn.

Jammer genoeg bevatten de Opperdoezer Ronde aardappelen vaak ogen. Voor de teelt goed, want uit die ogen groeien de spruiten waarmee de aardappel nog meer aardappels gaat produceren. Voor de eter is het wat minder. De ogen moet je uitsteken. Je verliest daardoor iets meer aan aardappelgewicht dan bij gladde soorten.

Is het leefgebied van de Opperdoezer Ronde nu groot of klein? In Nederland wordt ongeveer 165.000 hectare grond gebruikt voor aardappels [1]. Dat is ruim minder dan voor de grasteelt wordt gebruikt: ruim 9.800.000 hectare. We houden duidelijk meer van vlees en zuivelproducten. Die 165.000 hectare wordt gebruikt voor de blijkbaar 550 soorten aardappelen die we in Nederland verbouwen. Zou het eerlijk zijn verdeeld dan is per aardappelsoort 300 hectare beschikbaar, 3 vierkante kilometer. Volgens [2] is er echter maar 100 hectare beschikbaar rondom Opperdoes. Dat is 1 vierkante kilometer. Volgens [3] was het eerder meer, 136 ha en 160 ha worden genoemd. De Opperdoezer Ronde heeft echt een klein leefgebied. Het is te hopen dat de gemeente Medemblik tot in lengte van dagen de gronden beschermd waar de Opperdoezer Ronde op mag worden gebouwd.

Geen nood: er schijnt jaarlijks zeker 1 miljoen (in 2020) tot 4 miljoen kilo aan Opperdoezer Ronde aardappelen te worden geleverd. We doen ook even niet aan local produce, eten wat dichtbij is verbouwd. Blijven exporteren die aardappelen uit Noord-Holland-Noord naar andere regio’s in Nederland zou ik willen zeggen.

Want Opperdoezer Ronde aardappelen nemen we altijd met voorpret uit de winkel mee naar huis. Bijvoorbeeld voor een romige en goed gevulde, stevige aardappelsoep.

Lees Meer Lees Meer

Cheesecake met gerookte zalm in een waterbad

Cheesecake met gerookte zalm in een waterbad

Schotland is best wel speciaal. Bijvoorbeeld Isle of Skye, het grootste en meest noordelijke van de grotere eilanden van de Binnen-Hebriden, in het westen van Schotland. Schitterend eiland met hoge, scherpe pieken op de bergen. Toen wij er waren prachtige zonnige dagen beleefd. Wij overnachtten er in een tent, op een camping vlakbij Portee. Je moest goed opletten hoe je de tent neerzette, want de grasvelden lagen tegen heuvels en liepen toen ietwat schuin af. De dikke mist kwam soms ’s ochtends al golvend de heuvel af om de tenten op te slokken. Schotland kent meerdere manieren van vochtig weer, afhankelijk van de plek waar je verblijft.

Veel gezien op Skye, maar toch 1 ding gemist: het familierestaurant Garden of Skye Smokehouse vlakbij Tarskavaig. Maar of ik op dat moment cheesecake met gerookte zalm had besteld? Ik denk het niet. Als we in de Schotse Hooglanden in een dorp gingen eten, keken we in een restaurant gewoon op de menukaart wat we op dat moment lekker vonden. Daardoor wel vaak vis van de dag gegeten, meestal zalm of forel. Ook regelmatig niet, als er niets vers was gevangen in de naastgelegen rivier. Snel stromende rivieren, soms zo ondiep en vol stenen dat je dacht, hoe kan forel hier overleven. Voor zalm is het makkelijk, die eten naar verluidt veel minder op weg naar de paaigronden. In de buurt van een loch was er altijd wel verse vis. Maar zalm in cheesecake, nee.

Over lochs gesproken. Het beroemdste loch ter wereld moet wel Loch Ness zijn. Het is een diep zoetwater loch met een lengte van ongeveer 37 kilometer. Op het breedste punt is het 2,7 kilometer breed. Lang en smal, relatief gezien. Het diepste punt is 230 meter onder het oppervlak en toch zie je niets. Het is donker water, tegen het zwart aan, met dank aan turf. Toch zwemmen er ruim 10 vissoorten in het loch.

Ook wij hebben een paar keer een uurtje naar het oppervlak van Loch Ness staan staren. Als je in de Highlands reist is de weg van Fort William naar Inverness namelijk bijna onvermijdelijk. Fort William kent door zijn ligging veel regen waardoor wij in al die keren nooit de top van Ben Nevis hebben gezien, de hoogste berg van de Britse eilanden. Is ook niet zo gek. Die top is maar heel weinig dagen per jaar te zien. De top zien staat nog steeds op ons lijstje. Richting Inverness komt je eerst langs Loch Lochy (what’s in name, nou, ook Loch Loch bestaat), daarna langs Loch Ness. Wel veel rimpels in het water van Loch Ness gezien, door de wind en varende boten, maar geen monster. The Loch Ness Centre & Exhibition in Drumnadrochit heeft veel informatie over de geologie van Loch Ness and over het vermeende monster. Knap is dat als je het museum weer verlaat, je nog steeds zelf moet beslissen of je in het bestaan van het monster gelooft of niet. Science rules.

Onze interesse in Schotland is blijvend. Jaren geleden las ik over het bezoek van Michael Portillo aan het familierestaurant op Skye (en daarom gekeken) tijdens een aflevering van Great British Railway Journeys en sindsdien bleef het toch een dingetje in mijn achterhoofd, die cheesecake met gerookte zalm.

Heel lang uitgesteld, zonder reden. Uiteindelijk toch maar eens gemaakt. En daar heb ik geen spijt van.

Lees Meer Lees Meer

Turkse baklava
met pistache en ijs

Turkse baklava
met pistache en ijs

Tuurlijk kennen we baklava, het zoete dessert met filodeeg, noten, honing en/of siroop. Omdat slechts 1 persoon in ons huishouden in het verleden in de Balkan is geweest, en alleen in Griekenland om precies te zijn, eten we thuis alleen een Griekse versie met walnoten, amandelen, honing en met de kruiderijen kaneel en gemalen kruidnagel. Onwaarschijnlijk lekker en altijd jammer dat je maar een klein vierkantje of driehoekje krijgt.

In deze tijd van reisbeperkingen zit een trip naar de Balkan er niet in. Maar er zijn natuurlijk genoeg landenrestaurants in Nederland anders dan de Chinees of Indonees. Openbaar vervoer is ook even niet aan de orde. Dat sluit een bezoek aan zo’n beetje alle binnensteden uit. Een belangrijke voorwaarde was ook dat we er met de auto makkelijk konden komen en bij het restaurant zelf konden parkeren. Een stukje rijden was geen probleem: uit eten gaan hebben we gemist. Nu liggen in Nederland de steden zo dicht op elkaar dat je nooit echt lang hoeft te rijden als je naar een restaurant wilt gaan. Het is alleen niet echt meer spontaan uit eten gaan, met die lang-van-te-voren-reserveren verplichting.

We vonden ons op aanraden van een vriend terug in een Turks restaurant. Het was niet gezellig druk, wel veel lege ruimte en weinig tafels. Dan maar concentreren op het eten. Heerlijk gegeten. Als toetje baklava gekozen en die was anders dan de Griekse thuis versie. Elk land op de Balkan is uiteraard net zo anders als elk land in West-Europa, zo ook de keukens, en zo ook een gerechtje met toch dezelfde naam. De baklava kwam in een lange punt en er zat ijs in. En alleen maar pistache als noten keuze. Hoe lekker is dat? Nou, ook heel lekker.

Hopelijk alles goed geproefd wat er aan ingrediënten inzat, want in het restaurant al besloten om zelf deze Turkse versie van baklava aan ons menu toe te voegen. En dan moet je wel weten wat er inzat.

Lees Meer Lees Meer

Koken met kinderen:
nachos van de bakplaat

Koken met kinderen:
nachos van de bakplaat

Wat is er nu leuker dan samen met kleine kinderen die op bezoek zijn een maaltijd maken? Nou om eerlijk te zijn, er zijn heel veel dingen leuker. Maar goed, toch wel handig dat ze leren koken natuurlijk, zodat ze het ook een keer voor ons kunnen doen. Bijvoorbeeld wanneer je dagen achtereen je nieuwe blokhut in de tuin staat te impregneren en beitsen. (Nee echt mevrouw, meneer, 3 tot 4 keer beitsen is toch echt wel het minimum.)

Voorzichtig beginnen met een makkelijke maaltijd, met een ingrediënt dat vrijwel iedereen lust: chips. Nacho cheese tortilla chips dit keer. Makkelijk zelf te maken door kleine mais-tortilla’s in 6en te snijden, ze te frituren of in de oven knapperig te laten worden, en dan met kaas te bedekken. Gekocht in de winkel is de kaas-smaak (en niet de kaas) al in de tortilla chips verwerkt.

Het gerechtje wordt toegeschreven aan Ignacio Anaya (bijnaam ‘Nacho’) uit Noord-Mexico. Hij zou het hebben bedacht rond 1943 door gefrituurde stukken mais-tortillas te bedekken met gesmolten cheddar kaas en schijfjes jalapeño pepers. We zouden eigenlijk Nacho’s moeten schrijven in plaats van nachos. Volgens Anaya heette het gerecht namelijk Nacho’s especiales. Maar tegenwoordig is de apostrophe verdwenen en de hoofdletter N ook. Ook andere ingrediënten mogen er tegenwoordig bij. Het blijft gewoon nachos heten zolang je de chips maar gebruikt.

Eten uit de hand met stevige nacho chips: tray baked nachos. Dat eten met de hand voegt iets toe aan onze maaltijdbeleving. Charles Spence (Oxford) heeft dat heel wetenschappelijk onderzocht [1]. Kleuren (zien), smaak en zachte en knapperige stukjes eten (mond), geuren (neus) en tast (handen) zorgen voor wat hij een multi-sensor eetervaring noemt. Wetenschappelijk bewezen wat we eigenlijk allemaal al wisten.

De kinderen zien dat de bakplaat uit de oven komt en denken dat die heet is. Het is hooguit warm, maar toch even waarschuwen voor de hete bakplaat (vinden ze spannend), dan zonder borden eten (vinden ze leuk) en met de handen (en je kunt niet meer stuk). En als je zelf die warme bakplaat een te spannend voorbeeld vindt, het bakpapier van de bakplaat trekken en zo op tafel leggen.

Lees Meer Lees Meer