Archief van
Auteur: BroeR

Kan/mag je een gekochte Margherita pizza opleuken?

Kan/mag je een gekochte Margherita pizza opleuken?

Feestje van de sportvereniging. Einde seizoen, vandaar. Toernooitje gedraaid, en daarna een beetje moe en veel trek.

Meestal is er dan als afsluiting nog een heerlijke barbecue. Met vegan, vegetarische, vis en vlees keuzes. Dat krijg je als je een barbecue fanaat en expert in je gelederen hebt. De maaltijden zijn trouwens niet zo overdadig als de na-de-sport-maaltijden van de medeblogger.

Maar dit keer zouden we pizza gaan eten, bleek toen alles werd klaar gezet. We hebben 2 spelers die beroepsmatig echte koks zijn. Dus we dachten, achteraf wat naïef, dat we dan zelfgemaakte pizza gingen eten. Maar nee dus. Want ook zij hadden gesport werd gemeld. Ook een beetje moe en veel trek.

Er was een flinke stapel Dr. Oetker La Margherita Classica pizza’s ingekocht. Meteen werd een flink aantal zonder doos op elkaar geperst opgeslagen in de 3 grote diepvriesladen in de verenigingskoelkast, de meeste gewoon in koelboxen. Gekocht zo werd gemeld omdat op de verpakking Dr. Oetker zelf al suggereert om er als extra topping nog Parmezaanse kaas, ham en rucola op te doen. Een klassieke pizza verkocht als een basis pizza. Je moet er maar op komen. Mag dat ook in Italië, en specifieker, mag dat ook in Napels?

Margherita pizza’s hebben een interessante ontstaansgeschiedenis. Een Margherita pizza bestaat normaal gesproken in essentie uit gegist deeg, tomaten, buffelmozzarella en basilicumblaadjes. Bij de super verkrijgbaar als een in een steenoven voorgebakken pizza, en ook nog in wat andere varianten.

Wat zit er eigenlijk aan ingrediënten in een Dr. Oetker La Margherita Classica? Dat zijn volgens de Dr. Oetker website tarwebloem, mozzarella kaas, gezeefde tomaten, water, tomatenconcentraat, raapzaadolie, zout, gist, tarwemoutmeel, olijfolie extra vierge, oregano, basilicum, en peper. Wat meteen opvalt is dat er staat ‘mozzarella’, en niet ‘buffelmozzarella’. Gek toch, voor een ‘classica’?

Laten we eens bekijken hoe die pizza eruitziet, net uit de vriezer.

Zeg nu eens eerlijk. Dat lijkt niet op in stukken gescheurde buffelmozzarella, toch. Als ik een Margherita pizza zelf maak, dan is de bovenkant rode tomatensaus met daarop brede platte stukken buffelmozzarella. Een heel andere aanblik dan op de bovenstaande foto is te zien. Als het geen buffelmozzarella is snap ik ook dat ze zelf al suggereren om er extra toppings op te doen. Want een Margherita met buffelmozzarella is lekker genoeg van zichzelf, zonder extra toppings!

Het ziet er eerder uit als geraspte lichtgele stevige Amerikaanse low-moist nepmozzarella. Naar verluidt bedacht, onder andere, voor gebruik op pizza’s. Allebei de kazen heten mozzarella, maar er is echt een wereld van verschil in textuur en smaak. Zacht, vochtig, wit en lekker tegenover hard, droog, geel en ietwat smakeloos. Dat verklaart waarschijnlijk ook de gele kleur op de foto van de gebakken pizza op de doos. Witte buffelmozzarella wordt niet geel in de oven.

Dr. Oetker heeft ook nog andere Margherita pizza’s, waaronder een Suprema Margherita met mozzarella en Grana Padano, en een Ristorante Margherita met mozzarella en Gouda kaas. Ze nemen nogal hun vrijheden in pizza ingrediënten bij een in naam klassieke pizza. En het moet gezegd, dat doen meer producenten van diepvries-pizza’s.

We waren initieel eigenlijk best wel enthousiast toen we de stapels diepvries pizza’s zagen. Want echte pizza Margherita is weliswaar heel simpel maar ook heel erg lekker. Op deze diepvries pizza zat echter tomatensaus, smakeloze mozzarella en niet te veel zichtbare basilicum. Het was ineens niet zo’n smakelijk vooruitzicht, deze pizza. Opleuken dus, maar waarmee? Gelukkig waren er opties.

We waren namelijk ook gevraagd om zelfgemaakte salades en/of ingrediënten voor salades mee te nemen. En dat hadden ook de andere sporters in ruime hoeveelheden gedaan. Die salade-ingrediënten gebruikt om wat extra ingrediënten op onze pizza’s te doen, na de nepmozzarella constatering.

Zwarte olijven leek ons wel wat op deze pizza. Maar niet gevonden op de tafel met salade-ingrediënten. En terug naar huis te lopen om ze op te halen is ook zo’n ding. Dan toch maar de door ons zelf meegenomen groene chalkidiki olijven gebruikt.

Uit de andere meegenomen salade-ingrediënten uiteindelijk gekozen voor gele Cheddar, witte feta en extra groene basilicumblaadjes, om nog een beetje in buurt te blijven van de kleuren van een pizza Margherita. Gek genoeg ontbraken een peper- en/of pimentmolen, ook in onze bijdragen. Het werd pizza zonder extra scherpte.

2 mensen hadden hun elektrische pizza-oventje meegenomen, voor op de camping. Al snel werd ons voorbeeld gevolgd door anderen die ook extra ingrediënten op de pizza’s deden. Er lag door het eettempo in no-time een stapeltje lege dozen naast de 2 pizza-oventjes. Iedereen had veel trek na de middag sporten.

Nog een keer thuis nagemaakt op verzoek van de toen thuisblijvers. Wel 4 maanden na het sportfeestje. 99% van de door ons thuis genuttigde pizza’s maken we namelijk zelf. Er was dus wel degelijk enige aarzeling om een kant-en-klare diepvries pizza van een super te kopen, zonder dat we een beetje moe waren en veel trek hadden. Pas na enig aandringen overstag gegaan.

…

Lees Meer Lees Meer

Sperziebonen met casarecce en hamreepjes

Sperziebonen met casarecce en hamreepjes

De speciaal uitgezochte aardappels stonden al op het aanrecht. Te wachten tot ze ’s avonds zouden worden gebakken in olijfolie samen met sperziebonen. Voor een variant van de Griekse fasolakia lathera maaltijd.

Dat had ik blijkbaar al verteld, want toen ik in de keuken terugkwam om alles klaar te zetten voor het bakken waren de aardappels verdwenen en stond er een volle zak casarecce pasta voor in de plaats. Inspraak zonder woorden. Wel overtuigend.

Nou vooruit. Geen Griekse maar Italiaanse inspiratie. Het wordt dan een variant van pasta met fagiolini. Een bekende combinatie in Italië, regelmatig ook zonder vlees geserveerd. Geen olijfolie maar roomboter. Ook goed. Bakken werd bakken én koken.

Wij vinden sperziebonen met casarecce (ook wel casareccia, afhankelijk van het merk) echt super. Casarecce zijn gedraaide pasta-velletjes. Gedraaid tot twee open en tegen elkaar liggende buisjes zodat de uiteinden lijken op een S vorm. Oorspronkelijk afkomstig uit Sicilië. Het is een dun velletje, maar door de draaingen heeft het een fantastische bite. Perfecte pasta om een tomatensaus vast te houden.

Het idee is simpel. De uiteindjes van de sperziebonen afsnijden en dan de bonen doormidden breken of snijden levert helften op die ongeveer even lang zijn als de pasta. En dat doet wonderen voor het mondgevoel.

Wel vlees erbij, dan levert de vraag ‘welk vlees dan’ altijd wel een discussie op. Het moeten reepjes zijn, natuurlijk, langer dan breder. Al gesneden spekreepjes uit de super dient het gemak maar die slinken nogal bij het bakken. Zelf reepjes afsnijden van gebakken speklappen vinden wij een betere keuze.

Vandaag werd echter door een democratische meerderheid reepjes al gekookte ham gekozen, omdat we die nog in de vriezer hadden. Wel een beetje late keuze. Wij moesten de reepjes daarom eerst nog langzaam ontdooien op laag vuur, voor het echte bakken kon beginnen.

Kruiderij erbij en met of zonder vlees heb je een zeer smakelijke maaltijd met een mooie textuur binnen een half uur op tafel. Wat wil je nog meer op een doordeweekse avond? Ok, dat meer weet ik ook wel. maar deze keer is het this is it.

…

Lees Meer Lees Meer

12 platte koekjes met roomkaas en vanille-extract

12 platte koekjes met roomkaas en vanille-extract

We gaan 12 koekjes 12 minuten lang bakken in de oven, en dat 2 keer. U denkt er vast niet elke dag aan, maar 12 is best een opvallend getal. Zowel in de wetenschap als in diverse culturen op deze planeet.

12, daar heeft een groot deel van de mensheid wat mee. Maar niet iedereen! Bijvoorbeeld de mensen van de Pirahã stam in het Amazone gebied kennen het getal 12 niet. Sterker nog, ze hebben wel woorden voor 1 en 2, maar voor hoeveelheden groter dan 2 gebruiken ze een woord dat ‘veel of ‘meer’ betekent. Jammer voor wiskundigen, maar tellen is niet nodig om te overleven in de jungle. Hoe de Pirahã weten hoeveel, als in aantallen, eten ze moeten pakken voor een groep van zeg 15 mensen is mij niet bekend. Hun besef van hoeveelheden is complex [1].

Zelf vind ik 2 ook een mooi getal. Onoverkomelijk, zelfs in het binaire talstelsel waar computers op gebaseerd zijn. Zelfs, of juist, als je rekent met alleen 0 en 1, heb je 2 getallen. Begin je met 0 en 1, krijg je 2 er gratis bij. Bovendien is 2 het enige even priemgetal. Maar de getallen 0, 1 en 2 zeggen nog niets over relaties tussen deze getallen. Dat 1+1=2 echt waar is, is formeel voor het eerst bewezen in de Principia Mathematica (1910-1913), van Bertrand Russell en Alfred North Whitehead. Het is een lijvig document omdat ze eerst wiskundig definieerden wat bijvoorbeeld 0 en 1 zijn in termen van verzamelingen. (Een uitleg is te vinden in [2].)

12 is een belangrijk getal voor de mensheid. We komen het echt overal tegen. Er zijn 12 maanden in een jaar, met meestal 12 volle manen, soms 13. De cyclus begon en begint opnieuw als de sterren op dezelfde plek staan als een jaar eerder. Astronomie was al vroeg belangrijk voor homo sapiens, daar kon je kalenders mee maken. En met kalenders kan je het zaaien en oogsten plannen.

Babyloniërs en Oud Egyptenaren telden tot 12 op 1 hand. Elke vinger is door 2 gewrichten verdeeld in 3 delen. De 4 vingers leveren dan dat je tot 12 kunt tellen. In de bijbel komt het getal 12 veel voor, zo zijn er 12 apostelen. Ook in het boeddhisme en hindoeïsme is het getal 12 belangrijk.

In zowel de Chinese als de westerse astrologie komen 12 tekens voor. En in de Griekse mythologie moet Hercules 12 beproevingen ondergaan, en op z’n zachts gezegd waren dat uitdagende opdrachten.

De Zwitserse psychiater en psycholoog Carl Gustav Jung beschreef de volgens hem 12 persoonlijkheidstypen van mensen. En afgestuurde psychologen die aan het werk zijn gegaan als cursusbedenkers gaan ook regelmatig uit van 12 eigenschappen [3]. En er zijn nog heel veel meer voorbeelden van de menselijke voorkeur voor het getal 12. Ga je spirituele betekenissen aan getallen toekennen dan begeef je je in de esoterische leer van de numerologie. Verder van de wiskunde af kan je niet komen lijkt me.

12, dat komt ook terug in 1 van de meest mysterieuze fysieke objecten die de oud Romeinen ons hebben nagelaten: dodecaëders. Een dodecaëder is 1 van Plato’s 5 (meer zijn er niet) regelmatige veelvlakken in 3 dimensies [4]. Een kubus is zo’n regelmatig veelvlak, met 6 zijvlakken die allemaal een vierkant zijn. Regelmaat dus.

Een dodecaëder is een regelmatig twaalfvlak, met 12 regelmatige vijfhoeken als zijvlakken. Een oud Romeinse dodecaëder is een hol object van brons, met kleine bolletjes op de hoeken. Elk vlak heeft een ronde opening, van verschillende groottes. Er zijn er al ruim 130 gevonden, onder meer in Nederland [5] en België, maar de ware functie blijft tot op de dag van vandaag onbekend. Archeologen en historici tasten nog altijd in het duister over het doel van deze objecten. Dan komen amateurs graag helpen. Er zijn in de loop der tijd verschillende theorieën geopperd, maar geen enkele is bewezen [6]. Mysterieus, op z’n minst. 12, best een opvallend getal, het houdt maar niet op.

We gaan daarom maar eens 12 koekjes 12 minuten lang bakken in de oven. Wel koekjes uit de oude doos: wie wat bewaard heeft wat. Op een vergeeld stuk papier waar de foto ooit goudkleurige ietwat bolle koekjes liet zien met een donker randje. Gemaakt met onder andere de roomkaas MonChou. Ik vermoed dat het recept uit de eind jaren 70 of begin jaren 80 van de vorige eeuw komt. Waarschijnlijk uit de Tip.

We wilden platte koekjes, dus de bakpoeder weggelaten. En als roomkaas ‘Philadelphia original’ gekozen, want daar was nog wat van over in de koelkast. De roomkaas MonChou daarom niet gebruikt, ondanks dat het in het recept stond.

…

Lees Meer Lees Meer

Duitse ‘Bandnudeln’ met oesterzwammen

Duitse ‘Bandnudeln’ met oesterzwammen

Vorig jaar waren we in de zomervakantie achtereenvolgens in Zuid-Beieren, Noord-Oostenrijk en Noord-Zwitserland. Een soort van zelf bedachte oost-west route om de noordkant van de Alpen te beleven. En natuurlijk tijdens die vakantie gedroogde ‘pasta’-soorten gescoord, die donker bewaard heel lang goed blijven.

1 van die deeg-soorten was Bandnudeln. Een soort die we in Nederland nog nooit hadden gezien, dus meteen een paar zakken gekocht.

Band is in culinaire context te vertalen als lint. Het is inderdaad een lint, maar wel een heel kort lintje. Slechts zo’n 4 centimeter lang en 1,5 centimeter breed, met een lichte draai en/of kromming. Hele dunne linten ook.

Gemaakt door de firma Bernbacher, uit, jawel, Beieren. Die op hun web-site nogal pro-Beieren is, met een trotse uitstraling. Ze resideren zelf in het dorp Hohenbrunn, zuidoostelijk van het grote München. Die Bandnudeln zijn naar verluidt de eerste deegvormen die de firma ooit maakte, inmiddels een eeuw geleden.

Deegvormen die ze maken die al bestaan in Italië verkopen ze als pasta. Andere vormen verkopen ze zo te zien als nudeln. Zo ook de Die Guten Band fiene Frischei-Nudeln. Oftewel deegwaren in lintvorm gemaakt met verse eieren. Met een ei-gehalte van 10%.

10% eieren betekent dat 500 gram nudeln 50 gram ei bevat. Dat is niet veel. Dat is bij ons het gewicht van een ei zonder schaal. Bij pasta is het vrij normaal om 1 ei per 100 gram bloem te gebruiken.  Van het totaal gewicht van 150 gram is dan 50 gram ei. Dan zit er 33% ei in het deeg. Toch flink veel meer dan 10%. Het is geen zachte eierpasta. Daarom meldt de firma dat de linten een unnachahmlichen Biss hebben, een onnavolgbare beet.

Naar verluidt speelt water uit het Voralpenland ook een rol in de productie. En daar weten we sinds onze regenvakantie vorig jaar veel van. De enige reden ook waarom we weer thuis een cake met gentiaanlikeur konden maken. Dat was bij een mooi weer vakantie nooit gelukt.

Dunne linten, dus snel klaar. 7 minuten staat op de verpakking. En dat klopte.

Een korte wat-eten-we-sessie leverde op dat we de Bandnudeln zouden gaan eten met tuinerwten uit de diepvries – we zijn er dol op – met een wat dikkere tomatensaus en in reepjes gescheurde en vervolgens in boter gebakken oesterzwammen.

Een pasta/noedel maaltijd zonder kaas bovendien, moet kunnen.

…

Lees Meer Lees Meer

Sloppy Spaanse paella-rijst met Mexicaanse tinten

Sloppy Spaanse paella-rijst met Mexicaanse tinten

Veelkleurige maaltijd, maar verder niet helemaal een genot voor het oog. Wel voor de mond en neus. Zo eten wij ook wel eens. Zeker als we op vakantie zelf moeten koken na een dag vol inspanningen.

Want zo is deze maaltijd ooit ook begonnen, op vakantie zelf kokend. De foto laat ook een typisch voorbeeld zien van een lekkere maaltijd die, door de presentatie, het nooit zal redden tot de tafels van (sterren)restaurants. Een typische op vakantie- en thuismaaltijd. Zo’n maaltijd die je alleen aan de buitenwereld laat zien omdat je nu eenmaal deelneemt aan een foodblog, omdat die maaltijd echt heel lekker is.

Veelkleurige maaltijd, maar een foto in hard en direct zonlicht vereist speciale kunde en camera. In ieder geval een modernere digitale camera dan die wij nog steeds gebruiken. Want die werd al weer ruim 20 jaar geleden gekocht in Taunton, Engeland, toen onze oerdegelijke Oost-Duitse spiegelreflex camera uit Dresden na vele jaren trouwe dienst er plotseling mee ophield. Die in Engeland gekochte camera is still going strong. Maar hé, we zijn een foodblog en nog niet op zoek naar een plekje aan de muur in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam.

Taunton, de stad met een prachtig beeld van een draak aan de muur van de bibliotheek [1]. Je komt op weg ernaartoe langs Stonehenge. Altijd stoppen voor een bezoekje! Verveelt nooit. Draken kom je niet alleen tegen in Wales. Ook Somerset kent ze. En wel de ‘Somerset Dragon’ [2], what’s in a name. Volgens de overlevering een nogal agressieve draak, die het vooral zou hebben gemunt op melkmeisjes. Uiteindelijk door een bisschop onthoofd met een zwaard. Zoek je pratende draken, dan moet je bij J.J.R. Tolkien zijn.

Wie houdt er nu niet van draken? Wij hebben in ieder geval al ruim 20 jaar een wakende groene draak in de tuin. Inmiddels wat verweerd door weer en wind. Maar met 20 kilo aan de haak waait die niet weg. Gekocht in IJmuiden en gemaakt in, jawel, Somerset. Kleine wereld.

Maar goed, een tijdje terug was er op een Engelse zender een serie over wat chef-koks thuis aten. Dat viel regelmatig in dezelfde categorie als deze maaltijd: snel, makkelijk en lekker. Want ook chef-koks hebben soms jonge kinderen of thuis een hele kleine keuken. Er werd gezegd, ‘uitgebreid koken doe ik elke dag al in het restaurant, dan ga ik dat thuis toch niet nog eens doen’. Klinkt logisch.

Spaanse paella met Mexicaanse tinten is zo’n snelle en lekkere vakantie- en thuismaaltijd. De medeblogger heeft de Mexicaanse keuken volop omarmd, gezien zijn vele recepten op Reutel. En die keuken is ook heel interessant. Zeker als je van scherpe pepertjes en koriander houdt. En laten dat nu net ingrediënten zijn die in ons huishouden juist niet unaniem omarmd worden.

Geen nood. De Mexicaanse keuken komt voort uit die van de Maya’s en Azteken, met ook nog eens veel Spaanse invloeden. Dan heb je recepten en ingrediënten genoeg om uit te kiezen. Hier mais, paprika en limoen. En in plaats van kidneybonen, naar verluidt heel populair in Mexico, zwarte bonen gebruikt. Simpelweg omdat wij die in gebakken vorm lekkerder vinden.

Op vakantie alles gekocht in het dorpswinkeltje, om ’s avonds een maaltijd mee te maken. In plaats van Mexicaanse arroz rojo (rode rijst) daarom dit keer net als toen paella rijst gebruikt.

…

Lees Meer Lees Meer

Een 3-lagen boter-pecannoten cake

Een 3-lagen boter-pecannoten cake

Bij thuiskomst na een korte even-weg-vakantie wachtte een leuke verrassing op ons. Een 3-layer butter-pecan cake, helemaal zelf gemaakt door de thuisblijvers. Een cake die ook flink wat tijd kost om te maken, te bakken en af te koelen.

Het was het waard, want hun versie van 3-layer butter-pecan cake was superlekker. Dat bevestigde zelfs de medeblogger, die 2 dagen na onze thuiskomst weer eens lekker voor ons kookte. Hij ontkwam niet aan het nuttigen van een stukje cake.

Vorig jaar was er bij thuiskomst al een slagroom-cheesecake uit de koelkast, nu een zelfgemaakte laagjes cake met frosting. Verrassing bij thuiskomst voor het 2e jaar op rij. Dan is het in Nederland een traditie.

Ze hadden op internet gezocht met de woorden fancy cakes, en deze butter-pecan cake was 1 van resultaten. Nu onthouden zoekmachines wat je eerder hebt gezocht, dus bij mij kwam deze versie van een butter-pecan cake niet bovendrijven. Wel heel veel andere voorbeelden. Link niet gekregen van de huisgenoten – Alright then. Keep your secrets. – maar niet veel later kreeg ik toch hun versie van het recept toegestuurd.

Veel pecannoten en een ruime hoeveelheid roomboter, dat was na lezing meteen duidelijk. En heel erg veel suiker, dat ook.

Pecannoten zijn inheems in de VS en Noord-Mexico. De combinatie met boter is ontstaan in het zuidelijke deel van de VS. Dat het dan tegenwoordig veel pecannoten en boter is maakt het in mijn gedachten ook meteen Amerikaans. Dat veel op de borden werd nog eens bevestigd door vrienden die een reis door Amerika maakten.

Meestal wordt voor een gelaagde cake het biscuitgebak in 1 stuk gebakken en dan horizontaal doorgesneden. Hier gaat het anders. Het recept meldde dat de cake in 3 bakblikken tegelijkertijd moest worden gebakken. Dat probeerden de thuisblijvers dus ook. Alleen, we hebben maar 2 bakblikken met een diameter van 9 inch, de totale baktijd werd door de 3e cakelaag meteen 2 keer zo lang. Dat geeft wel tijd om de frosting te maken.

Ze waren zelf wel kritisch op hun eigen resultaat. Ze vonden de frosting-laag bovenop veel te dik en hard. En daardoor te zoet. Het overheerste de smaak van boter en pecannoten te veel. Hoe weet je hoeveel voor de buitenlaag over te houden als je de binnenlagen eerst moet doen? Bij poging 1 heb je die ervaring niet. Simpel.

Maar goed, wat simpele wiskunde had hen hier kunnen helpen, maar ze deden het op gevoel. Geen angst om iets fout te doen. Experimenteren en leren. Geweldig. De frosting-lagen binnenin de cake waren volgens hen precies goed, en die waren inderdaad heel lekker.

En ze verbaasden zich tijdens het maken over hoeveel poedersuiker roomboter wel niet kan opnemen.

Met hun toestemming, en met hun foto’s, hier de thuisblijvers versie van de 3-layer butter-pecan cake gepresenteerd.

…

Lees Meer Lees Meer

Kabeljauw op linguine met Gewurztraminersaus

Kabeljauw op linguine met Gewurztraminersaus

De Elzas is een speciaal gebied. Veel langer dan breed, je wordt haast wel gedwongen van noord naar zuid te reizen, en omgekeerd.

Op de terrasjes genieten van de wijnen uit de streek, bijvoorbeeld in het historische Grande Île in Strasbourg, dat op de werelderfgoedlijst van Unesco staat, Munster kaas eten en wandelen in de Vogezen. Afzakken langs de wijnroute en historische steden als Hunawihr, Riquewihr, Colmar en Mulhouse bezoeken. Niets mis mee. Alleen even een BOB aanwijzen.

Historisch gebied ook. De Elzas ligt aan de Rijn en dat betekent dat er altijd veel schepen langs zijn gevaren. Schepen betekent handel, wie wil het gebied dan niet bezitten? En dat heeft de Elzas geweten.

Julius Ceasar’s troepen versloegen in 58 BC de Tribokers. De Elzas werd onderdeel van de Romeinse provincie Germania Superior. Na het einde van het Romeinse rijk werden de Germaanse Alemannen de baas. In de 8e eeuw kwam de Elzas samen met Lotharingen in het Duitse Rijk terecht. Aan het eind van de middeleeuwen kwamen delen van Elzas regelmatig dan weer in Franse handen en dan weer in Duitse handen, tot het in 1945 definitief Frans grondgebied werd.

Die verscheidenheid aan bezitters vind je terug in de lokale keuken, die is divers met onverwachte combinaties. In de zomer zuurkool eten met veel verschillende vleessoorten op 1 en hetzelfde bord? In de Elzas heel gewoon met de Choucroute d’Alsace, sinds 2018 een beschermde naam in Europa.

De wijnen zijn ook heel herkenbaar, ook al worden ze ook in andere landen geproduceerd onder dezelfde naam. Een hele speciale wijn is Gewurztraminer, zonder ü geschreven in Frankrijk. Gewurztraminer is een krachtige, geurende wijn met een volle kruidige smaak. Gewürz betekent niet voor niets specerijen in het Duits.

Gewurztraminer is dominant en blijft ook in en bij kruidige maaltijden altijd wel overeind. Dat betekent dat als je de andere ingrediënten wilt blijven proeven je deze met een beetje zorg moet kiezen, of de hoeveelheid Gewurztraminer moet beperken. Dus knoflook gebruiken we hier niet, hoe lekker het ook is.

Gewurztraminersaus is heel populair in delen van de wereld voor over kreeft- en/of krabbenvlees. Het kan echter ook prima met witvis en met een smaakvolle pastamaaltijd.

Deze Gewurztraminersaus is niet bedoeld om los te proeven, maar over de kabeljauw en sijpelend tussen de linguine, daar is diezelfde saus ineens superlekker.

…

Lees Meer Lees Meer

Schwäbische Spätzle met pesto alla Genovese

Schwäbische Spätzle met pesto alla Genovese

Pesto alla Genovese. Men noemt het de oorspronkelijke pesto, uit Genua in Noord-Italië. Of dat waar is? Naar verluidt stamt pesto af van het oud Romeinse smeersel moretum. Vanaf dat punt kun je in de tijd vele afslagen nemen. Bijvoorbeeld naar pesto alla Trapanese, met amandelen, uit Sicilië, en naar de rode pesto alla Calabrese uit Calabrië in Zuid-Italië, ook met amandelen.

Pesto all Genovese wordt authentiek gemaakt van basilicumblaadjes, pijnboompitten, knoflook, Parmezaanse kaas (hoewel ook Pecorino mag blijkbaar), olijfolie extra vierge en zout. Alles in een speciale volgorde vijzelen en mengen en je hebt pesto. Voor ons is basilicum essentieel in pesto. Geen frivoliteiten op dit gebied.

Basilicum, Ocimum basilicum. Dat moet je wel toevoegen want er zijn heeft veel planten die basilicum heten. Zoals Thaise basilicum, Ocimum basilicum var. thyrsifloradie, die de medeblogger graag gebruikt maar nog geen Reutel-recept aan heeft gewijd. Basilicum, lekker, zowel de verse blaadjes als de steeltjes. Raak je de blaadjes aan dan komt de lekkere geur vrij.

We gebruiken basilicum vaak. Losse blaadjes vooral op pizza’s, in pasta’s en door salades. Hele takjes laten we lang mee sudderen in tomatensauzen voordat we ze aan het eind weer verwijderen. Levert lekkere tomatensausen op. Maar we gebruiken basilicum uiteraard ook om zelf pesto te kunnen maken. In 10 minuten klaar. Alleen een reis naar de winkel duurt al langer, laat staan zoeken, afrekenen en terug reizen.

De planten kopen we tegenwoordig wel bij onze supers, in een pot met aarde. En daar zijn we niet alleen in. The Guardian meldde op 15 juni 2024 dat bij navraag bij de grote Engelse supermarkten dat zowel Tesco, Asda, Sainsbury’s als Ocado verklaarden dat basilicum het meest verkocht werd van alle kruiden. Gezien het aantal basilicumplanten in onze supers zal dat in Nederland niet anders zijn.

Dat kopen bij supers brengt wel een aantal uitdagingen met zich mee. Basilicumplanten zijn vast in de kas omhoog getrokken; een snelle geforceerde groei, zodat ze zo snel mogelijk verkocht kunnen worden. Geen natuurlijk gedrag. De term plofplant wordt wel gebruikt in relatie tot basilicumplanten uit de supermarkt. In de potten zitten vast veel plantjes met maar 1 stengel.

We hebben vrienden en kennissen die de blaadjes meteen beginnen op te eten, waardoor ze na een korte tijd alweer een basilicum plant moeten kopen. Vast precies wat de commerciële supermarkten willen. Wij doen het anders.

Wij laten de gekochte plant eerst met rust. We zetten het op een plek voor een raam met halfopen luxaflex. Vrij constante temperatuur en geen wind of vocht. Uit de volle zon ook. Koeler dan de tropische en subtropische gebieden waar de plant in de natuur voorkomt, maar bij ons werkt het. Want na even bijkomen van de gedwongen groeispurt, begint de plant langzaam te groeien. We hebben er zelfs af en toe bloemetjes in!

Een bijna 50 centimeter hoge basilicumplant. In de winkel worden ze verkocht als ze zeg 20 centimeter hoog zijn. Je hoeft ze niet eens te verpotten om ze in leven te houden. En als de plant(en) zo’n 50 centimeter hoog is (zijn) gaan we delen van de takjes gebruiken in gerechten.

En we kopen op tijd een nieuwe basilicum plant, die ook eerst weer mag bijkomen. Zo hebben wij altijd verse basilicum in huis. We kunnen daardoor altijd zelf pesto maken, want eigengemaakte pesto die je op de dag zelf gebruikt is echt veel lekkerder dan die uit potjes uit de winkel.

Neem je pesto uit een potje, dan moet je wel even op de lijst met ingrediënten kijken. Want er zijn nogal wat verschillende potjes pesto te koop die niet helemaal aan de authentieke ingrediëntenlijst voldoen, ook niet al we ons beperken tot waar pesto alla Genovese op het potje staat. Oftewel, helemaal niet.

Zonnebloemolie in plaats van olijfolie extra vierge is populair. Soms zit er Grana Padano in, geen Parmezaanse kaas, en geen Pecorino. Cashewnoten of amandelen komt ook vaak voor. Maar er is ook wel een bijna pareltje die Basilico Genovese BOB gebruikt, maar toch naast olijfolie extra vierge en pijnboompitten ook nog zonnebloemolie en cashewnoten bevat. Om de prijs te drukken?

Maak je zelf pesto, begin daar dan mee tijdens het bereiden van de maaltijd en tel 10 minuten bij de maaktijd op.

…

Lees Meer Lees Meer

Kaneelcake met koffie en gember, en vanille-ijs

Kaneelcake met koffie en gember, en vanille-ijs

Naar verluidt kan je tijdens een hittegolf beter hete thee drinken dan koud ijs eten, om af te koelen via transpireren. Maar ja, ijs is wel erg lekker bij warm weer. Raketjes!

Roomijs en cake is bij ons een traditionele combinatie. Roomijs uit de vriezer, dat hadden we. De cake moest nog wel worden gemaakt. Onze oven staat in de bijkeuken. Die hitte kon meteen naar buiten, zonder de rest van het huis nog verder op te warmen, ook tijdens een hittegolf.

Cake dus. Echter, geen vanille-stokje of vanille-extract in huis. En dat is toch vervelend als je net hebt bedacht dat je een kaneelcake met vanille erin wilt maken. Dan maar iets anders eraan toevoegen. Maar wat?

Het was nog redelijk vroeg in de ochtend. De koffie was net vers gezet. Ochtend koffie, dus sterk. En sinds we het recept voor koffie in de spaghettisaus van Sainsbury’s hebben getest, gebruiken we af en toe koffie als ingrediënt in maaltijden. Af en toe, want ruim voor het avondeten is de koffie echt al op. Daarom meteen een beetje koffie uit de thermoskan geschonken en laten afkoelen tot kamertemperatuur. Zodat het later koud met de eieren kan worden vermengd.

Koffie. Er moet ooit iemand hebben gedacht, laat ik die rode en/of gele koffiebessen nu eens lang in de zon laten drogen. En daarna de 2 bonen per bes lang en langzaam laten branden, vervolgens stuk malen en er heet water opgieten. Om het op te drinken. Best gek toch. Die iemand moet heel veel vrije tijd hebben gehad.

Arabica en Robusta zijn de soorten koffiebonen die het meest gebruikt worden om koffie van te maken. De experts melden dat Arabica milde en fruitige smaken en aroma’s heeft. Robusta bonen leveren een stevige bittere smaak en sterke aroma’s. Omdat gemalen koffie meestal mixen zijn van de Arabica en Robusta soorten, smaakt koffie van iedere fabrikant anders, maar in ieder geval tinten bitter, zoet en soms ook nog wat nootachtig. En net als wijnliefhebbers, proeven echte koffiekenners er nog een hele trits aan andere smaken in.

Wij gebruiken sterke koffie vooral in hartige maaltijden. Het voegt dan iets toe. Koffie als een extra specerij. Maar koffie kan ook in een dessert. Denk aan tiramisu. Of zoals hier, in een cake.

Wat nog meer toevoegen? Kaneelcake was al besloten. Dunne plakjes verse gember, dat gebruiken we regelmatig in verse thee, met kaneelstokjes. De combi werkt gewoon. Daarom die combi, maar nu in poedervorm, gebruikt in een cake.

Daarom, kaneelcake met koffie en gember, en vanille-ijs.

…

Lees Meer Lees Meer

Mierzoete Griekse portokalópita, of toch niet?

Mierzoete Griekse portokalópita, of toch niet?

Zo af en toe krijg ik van huisgenoten een foto toegestuurd van een gerecht of een papier overhandigd met een recept. Soms vergezeld door de vraag of ik het alsjeblieft een keer wil maken, soms ohne worte. Maar in beide gevallen is de bedoeling duidelijk. Jij maakt het, wij eten het op. Nu vind ik niet alle gekregen recepten even interessant om te maken. Sommige blijven daardoor liggen.

En zo eten we dingen die ik zelf waarschijnlijk nooit zou hebben uitgezocht. Smaken verschillen, en dat kan zeer nuttig zijn. Je krijgt zo veel meer eet-variatie in huis. Het zijn wel regelmatig recepten voor cakes en desserts. Nu houd ik niet zo van zoet. 1 van de redenen dat ik in zelfgemaakte koekjes en cakes zo min mogelijk suiker probeer te verwerken. Aan kleine stukjes, om te proeven, heb ik vaak al genoeg. Daar denken de medebewoners heel anders over. Dus alles komt elke keer weer helemaal op.

Een manier om een gegeven recept altijd te laten maken is het als vaderdagcadeau te geven. Dan is er een soort van morele plicht om een gegeven paard niet in de bek te kijken en het recept te maken. Dat hebben ze inmiddels goed door. Het worden steeds vaker heel bewerkelijke recepten die worden gegeven. Dan sta je zo lang in de keuken dat het op een vrije dag of in het weekend moet gebeuren.

Dat bewerkelijke op Vaderdag gekregen recept was dit keer voor een Griekse sinaasappelcake; portokalópita. Best goed gekozen naam want het Griekse portokali + pita = sinaasappel + taart in het Nederlands. Taart dan wel in de ruimste zin van het woord. 1 van de gevers had het in Cyprus gegeten met aardbeien erin. Die was mierzoet en heette vast anders. Mijn wederhelft heeft het ooit in Griekenland gegeten, tijdens een interrail tocht. Kortom, via hun herinnering hadden ze een voorsprong want de andere 2 bewoners hadden het nooit gegeten. Maar het zelf maken werd aan mij gegund.

Het is wel een beetje merkwaardige cake. Want er gaan gedroogde filodeeg-linten in. Wie bedenkt nou zoiets denk ik dan meteen. Geboren als een geintje in een oude Griekse taverne, in een kapēleion? De overlevering zegt iets anders. Het zou teruggaan tot Byzantijnse tijden, omdat toen sinaasappelen werden aangeplant op Kreta. Dat er filodeeg inzit en geen bloem of tarwe zou dan komen omdat de (thuis)koks het deeg dat overbleef van het maken van panakopita, een spinazietaart, of tiropita, een kaastaart niet wegwilden gooien. Mooi verhaal, ook al omdat wij ook proberen geen eten weg te gooien: restjes! Maar niet erg geloofwaardig gezien de hoeveelheid filodeeg die nodig is. Een beetje ervaren kok weet toch wel hoeveel deeg er voor een panakopita of een tiropita moet worden gemaakt?

Met de gift kwam de melding dat het mierzoet was. Net als bij Turkse baklava en Mrs Pettigrew’s citroen cake gaat er, meteen nadat de taart heet uit de oven komt, warme siroop overheen. Hier een siroop met sinaasappelsmaak, uiteraard.

Ook even rondgekeken op het internet, en inderdaad, er gaat veel suiker in, echt heel veel suiker. De meeste recepten gaan voor 600 en 700 gram suiker, met een enkeling die er ‘maar’ 400 gram suiker in doet, en uitschieters tot wel 800 gram suiker. We gaan hier een waarschijnlijk nieuw laagterecord neerzetten. ‘Slechts’ 200 gram suiker in totaal. 100 gram gaat in de taart en 100 gram gaat in de siroop. Eens kijken of het dan nog mierzoet is. Hopelijk niet!

…

Lees Meer Lees Meer