Archief van
Auteur: BroeR

Door ‘nduja geïnspireerde pasta maaltijd

Door ‘nduja geïnspireerde pasta maaltijd

In Calabrië, in de voet van de laars van Italië, zijn ze wel gewend aan pepertjes. Dat komt doordat ze die zelf kweken. Sommige bolrond en zoetig, gevuld met roomkaas een delicatesse, anderen wat langgerekt van vorm en pittiger, ideaal voor in een ‘nduja worst, aldaar gemaakt.

‘Nduja is een smeerbare en pittige varkensworst met chilipepers; een salami. Opgehangen, gerookt en gedroogd, en toch smeerbaar meldt men. Lijkt meer op een dikke rode paté dan op een worst. Vrij uniek. Mooi rood van kleur. Die kleine rode stukjes, dan moeten wel de stukjes rode chilipeper zijn. Traditioneel wordt het gegeten met gegrild of geroosterd brood. Heerlijk, vooral als je het op locatie eet, in Calabrië, zoals eigenlijk altijd met specialiteiten.

Een paar jaar geleden was ‘nduja in Nederland even een hype, net als in een aantal andere West-Europese landen. Die hype is ook weer overgewaaid. Maar ‘nduja is hier en daar nog steeds wel te krijgen. Bij een groothandel of een delicatesse winkel bijvoorbeeld.

‘Nduja komt uit het gebied rond de stad Spilinga in de regio Calabrië. De naam komt echter uit Sicilië, die speelbal van overheersers, dat op iets meer dan 3 kilometer varen van het vaste land van Italië ligt. Oorspronkelijk komt de naam waarschijnlijk uit het Frans, als afleiding van andouille, een Franse worst.

Van Frans naar Zuid-Italiaans, of beter, naar Calabrees. Van andouille naar ‘nduja. De ’n komt van het weglaten van de eerste letter a, net als bij ons des ochtends tot ’s ochtends is verworden. Doui spreek je uit als du of doe. En in zuidelijke talen duidt dubbel l op een ‘j’ klank; ‘lj’ komt er dicht bij in het Nederlands. De ‘lle’ is dan ja geworden in de uitspraak. Dan hoef je het alleen nog maar zo op te schrijven: ‘nduja. In het dialect van Calabrië schijnen ze het uit te spreken als [Nd-oe-sja]. Waar die niet opgeschreven ‘s’ dan ineens vandaan komt?

Allemaal geschiedenis

De oorsprong van ‘nduja is ietwat in nevelen verhult. Sommigen melden dat het al in de 13e eeuw bekend was, maar dan als worst gemaakt van ingewanden. In de 13e eeuw was de Engels/Franse Angevijnen familie de baas in Sicilië. Nu vooral bekend omdat ze koningen van Engeland leverden. Maar in die tijd was het heel normaal dat families meerdere niet aaneengesloten gebieden bezaten. De Angevijnen bijvooorbeeld heersten over Engeland, delen van Ierland en Wales, en de helft van wat nu Frankrijk is. Hof hielden ze vooral in de steden Tours en Anger. In Engeland vindt men ze Engels, in Frankrijk Frans geloof ik. Hoe het ook zij, de naam Angevijn betekent van Anjou, de regio waar Anger in ligt.

Anderen melden dat ‘nduja is geïntroduceerd door Spanjaarden ergens in de 16e eeuw, toen die de baas waren. Mogelijk vanwege de gelijkenis met de smeerbare rode sobrassada worst, tegenwoordig gemaakt op de Balearen, de eilandengroep ten oosten van het Spaanse vasteland. De relatie met sobrassada is interessant, gezien de gelijkenissen tussen de worsten. Maar gezien de reislust, ook in die tijd, kan het ook gewoon zonder Spanjaarden al zijn gemaakt in Calabrië: gezien op reis, recept meegenomen, of uitgewisseld zelfs. Hoewel ook wel wordt gemeld dat sobrassada op Sicilië is ontstaan voordat het Mallorca bereikte. Dan heb je geen Spaanse bezetting nodig. De Spanjaarden zouden dan de worst juist mee hebben genomen naar Spanje.

Ten slotte wordt gemeld dat ‘nduja is ontstaan in de 19e eeuw. Naar verluidt was het Joachim Murat, door Napoleon tot koning van Napels benoemd, die de andouille worst in Calabrië introduceerde. Mogelijk waren de ingrediënten van een andouille worst niet in Calabrië voorhanden. In ieder geval werden de ingewanden die in een andouille worst gaan, vervangen door varkensvlees en chilipepers.

Maar mogelijk was ‘nduja er dus al veel eerder en is alleen de naam aangepast in de tijd van Napoleon. Je maakt een eigen worst en door de uitspraak denken de Franse overheersers dat er een Franse worstsoort wordt gemaakt.

Lees Meer Lees Meer

Dunne pizza met ham, 3 kazen, chipotle saus, …

Dunne pizza met ham, 3 kazen, chipotle saus, …

In de supers zie je mensen boodschappen doen voor wat eruit ziet als voor een hele week. Het hele jaar door, niet alleen in kersttijd en voor oud en nieuw. Dat werkt bij ons niet. Ons weekmenu ligt niet vast. We weten ’s ochtends vaak niet eens wat we ’s avonds gaan eten, laat staan de volgende dagen. Dat resulteert dan wel regelmatig in dagelijkse bezoekjes aan winkels en supers, als de voorraadkasten niet vol genoeg zijn of als er iets vers in huis moet komen. Het is niet anders. Als we helemaal niets kunnen bedenken voor een avondmaaltijd, dan pakken we ons dubbelzijdig A4-tje erbij. Met op dit moment 104 titels van maaltijden die wij lekker vinden. Dan hoef je het niets te bedenken, maar kan je kiezen. Andere state-of-mind.

Pizzadeeg komt bij ons in 3 vormen: veel tijd, minder tijd, en geen tijd om het deeg te maken. Als we bijvoorbeeld al wel zeker weten dat we de volgende dag pizza willen eten, dan hebben we veel tijd voor het maken van het deeg. Dan laten we het deeg rijzen volgens de la lievitazione in frigo methode, de trage rijs in de koelkast. Deeg de dag ervoor maken levert ook tijdwinst op de pizza-eet-dag zelf. En het deeg is lekkerder dan bij andere rijsmethoden.

Soms bedenken we echter op de dag zelf dat we toch dezelfde avond zin hebben in pizza. Dan hebben we minder tijd en maken we deeg dat alleen een eerste rijs beleefd. De tweede rijs, noodzakelijk bij brood maken, slaan we over omdat we niet zo houden van dikke pizzabodems met grote luchtbellen in het deeg. De dikke American pizza, die eten we niet. Luchtig dik deeg, dan kiezen we voor focaccia.

Zelf pizza maken levert ook vrijheid op: het kiezen en combineren van de ingrediënten is aan onszelf.

Lees Meer Lees Meer

Risotto met Chipotle Sauce en oesterzwammen

Risotto met Chipotle Sauce en oesterzwammen

Een chipotle wordt gemaakt door een middelgrootte, kegelvormige, rode jalapeño dagenlang te roken. In de taal die de oorspronkelijke bewoners van het huidige Mexico spraken, het Nahuatl, betekent chipotle ook gerookte chilipeper. Dat woord is dus gewoon overgenomen.

Een jalapeño waarvan chipotle wordt gemaakt, scoort naar verluidt tussen de 2.500 en de 8.000 op de Scovilleschaal. Andere jalapeño’s komen wel tot 50.000 op die schaal. Zeg je jalapeño dan weet je dus niet van te voren hoe pittig die is. De pittigheid komt van het molecuul capsaïcine en is eigenlijk niets anders dan een verdedigingsmiddel voor de plant. Op eenzelfde manier als bij de pijnmolecuul isithiocyanate van mosterdzaden. Niet opeten is de waarschuwing die de planten afgeven. Daar doet de mensheid dus niet aan mee.

Een chipotle heeft nog maar 10% van het gewicht van een rode jalapeño; de smaakmakers zijn geconcentreerd. Die smaak kan je weer minder pittig maken door het te verdunnen: Chipotle Sauce. Voeg er in Mexico zelf water, tomaat, azijn, sojaolie, bakkerszout, ui, knoflook en specerijen aan toe en je krijgt een mild pittige saus met milde rooksmaak. In glazen potjes stoppen en dan exporteren.

Aanbevolen door La Morena voor gebruik in burrito’s, enchilada’s en als ingrediënt in dipsauzen of soepen. Nou, dat gaat mooi niet door. Risotto, we gaan er een mild-pittige risotto mee maken met een mooie nasmaak. Aan romige risotto voegen we graag wat stevigs toe, als contrast. Soms rode ui, soms gebakken wortels, en soms komt de stevigheid van stukjes vlees, zoals gebakken speklap, of kip. Deze keer oesterzwammen.

Oesterzwammen kenmerkt men wel als vlezig van structuur. Bij ons regelmatig op tafel. Naast de lekkere smaak is het voordeel van oesterzwammen dat ze relatief weinig water bevatten. Tijdens het bakken blijven ze even groot en stevig van structuur. Teminste, als je ze niet te lang bakt, want dan worden ze slap.

Risotto met Chipotle Sauce, geroosterde hazelnoten, gebakken oesterzwammen, pittige Nederlandse kaas, bruin gebakken hamreepjes en warme tomaatjes. Allemaal smaakmakers, en je proeft ze ook allemaal.

Lees Meer Lees Meer

Lemon bars en het oudst bekende recept

Lemon bars en het oudst bekende recept

Lemon bars = boterkoek + lemon curd.

Boterkoek is al een paar eeuwen bekend in Nederland. De Britse variant heet buttery shortbread, zandkoekjes met wat meer boter. Shortbread is uitgevonden in Schotland, met een in 1736 opgeschreven recept en daardoor ook daar al een tijdje bekend. In Brittannië waren lemon curd (achtige) recepten vermoedelijk al tegen het einde van de 18e eeuw, maar zeker vanaf het midden van de 19e eeuw bekend. Je zou denken dat de combinatie dan ook al lang bekend is. Dat valt echter een beetje tegen, in ieder geval op schrift.

Het lijkt erop dat in het begin de eieren in de bodem gingen en niet in de vulling. Er zat ook nauwelijks citroen in. Het heette toen ook nog niet lemon bars maar crunchy lemon squares, bijvoorbeeld in 1958 in een recept van Mary Meade, verschenen in de Chicago Daily Tribune, 15 augustus, 1958. Noten zorgden voor de crunch. Vrij kort daarna ging er meer citroensap in de vulling.

Het oudste bekende recept zoals we nu lemon bars maken is echter relatief recent. Het is een inzending van Mrs. Eleanore Mickelson uit Milwaukee, in de krant Chicago Daily Tribune van 27 augustus 1962, in deel 3 op bladzijde 12. Het verscheen in de rubriek Today’s $5 Favorite Recipe. Op diezelfde bladzijde staat een volledig en uitgebreid dagmenu – ontbijt, lunch en diner – door, weer, Mary Meade.

Mary Meade was het pseudoniem dat de 5 voedselredacteuren van de Chicago Daily Tribune gebruikten van 1936 tot 1974. In 1964 verscheen het boek Mary Meade’s Country Cookbook. Volgens het voorwoord een boek over goede, eenvoudige Amerikaanse gerechten van de traditionele soort. Wat wij nu een ouderwetse keuken zouden noemen, of ook wel, een beetje denigrerend, Oma’s of Grootmoeders Kookboek. Mickelson’s recept is bijna iedereen vergeten. Dat komt omdat In 1963 Betty Crocker in Betty Crocker’s Cooky Book een recept publiceerde dat wel heel erg leek op het recept uit 1962. En wie kent in Amerika Betty Crocker nu niet.

Betty Crocker is echter ook een bedacht persoon, in 1921, de naam achter een slimme reclamecampagne. In 1950 verscheen de eerste uitgave van Betty Crocker’s Picture Cook Book in een oplage van 950.000 exemplaren. Sindsdien zijn er meer dan 75 miljoen exemplaren van versies van het rode Betty Crocker Cookbook gekocht. Slim adverteren loont. Inmiddels bevat het boek ruim 1500 recepten. Wie heeft er meer nodig? Mogelijk daardoor schrijft de ogenschijnlijke meerderheid van het internet dat 1963 het geboortejaar is van lemon bars. Het recept van Mickelson verscheen toch echt een jaartje eerder.

In de basis maken we nog steeds lemon bars volgens het recept van Mickelson en daarmee ook die van Crocker. Mickelson gebruikte al poedersuiker en (wel wat meer) kristalsuiker. Ook bakpoeder, dat niet in onze boterkoek zit. We doen er tegenwoordig standaard wel (veel) meer eieren in en soms ook nog wat wat maizena als bindmiddel. Dat laatste kan handig zijn want de bodem is anders heel bros.

Lees Meer Lees Meer

15 minuten maaltijd met orzo, passata en kruiderij

15 minuten maaltijd met orzo, passata en kruiderij

Toen ik de grammatica en het gebruik van leestekens in de Nederlandse taal moest leren, kwamen ook de taalgrapjes en -puzzeltjes. Van al die leraren die maar bleven denken dat ze leuk moesten zijn. Maar goed, eentje die me altijd is bijgebleven is toentomatentomatentomatentovrat. Tom en vooral To waren duidelijk liefhebber van tomaten, dat is bij mij pas veel later gekomen.

Wij gebruiken nu nogal veel tomaten. Er liggen vele soorten smakelijke tomaten in de winkels en, vaak op een andere plek, ook vele soorten tomaten in blik, glas of karton. Van al die verpakte soorten kopen wij eigenlijk vooral tomatenpuree en pure passata. In Italië heet het passata di pomodoro en dat mag alleen zo heten als er niets aan is toegevoegd, zelfs geen water. Dat is in Nederland anders. De naam passata is hier niet beschermd en dat zie je terug in onze winkels. Ook als er kruiden ingaan blijft het passata heten. Italiaanse merken laten dan het woord passata los.

Op 9 december 2021 berichtte de Consumentenbond dat potjes en zakjes met kant-en-klare droge kruidenmixen vaak nauwelijks of weinig kruiden en specerijen bevatten. De mixen zouden vooral bestaan uit zout, (paneer)meel, suikers en/of groente. Percentages van 67% en 8o% (paneer)meel werden genoemd in bepaalde mixen. En erg veel zout. Kan niet echt een verrassing zijn als je ook maar een klein beetje geïnteresseerd bent en de informatie op de potjes en zakjes leest. Lees wat je eet. Meer motivatie om zelf wat potjes met al dan niet gedroogde kruiden in huis te hebben lijkt me niet nodig.

Dat minimale aan kruiderij gaat ook op voor gekruide passatamengsels. Bovendien is er met passata zelf prijstechnisch ook iets merkwaardigs aan de hand. Pure passata is goedkoop. Dat verandert echter als er andere dingen zoals kruiden in zitten. En dan hebben we het echt maar over kleine hoeveelheden kruiderij waardoor de prijs ineens fors omhoogschiet. Als er bijvoorbeeld uienpoeder, basilicum, oregano, peterselie, tijm en knoflookpuree in zit, dan wordt de prijs ruim 2 keer zo hoog, rekening houdend met de volumes. Dat klinkt als veel kruiden, maar dat is het niet. Reclame wint weer eens.

Lees Meer Lees Meer

Stonehenge en neolithische mince pies?

Stonehenge en neolithische mince pies?

In Nederland lees je bij hoge uitzondering iets nieuws over Stonehenge. In Engeland daarentegen leeft het enorm, als onderdeel van de geschiedenis. Er worden ook nog steeds opgravingen gedaan en metingen verricht, zowel bij Stonehenge zelf als in de rijke historische omgeving. En zodra er iets nieuws gevonden is, maakt de BBC daar een populair wetenschappelijke uitzending over. En die kan je in Nederland gewoon bekijken, voordat je de wetenschappelijk bron opzoekt.

Het was op 1 december 2021 dat er alweer een nieuwtje over Stonehenge op de site van English Heritage verscheen [1]. Een dag later had zo’n beetje elke Engelse krant – en daar zijn er nogal veel van – het bericht overgenomen. Zowel serieuze kranten als tabloids: Stonehenge blijft mateloos populair bij het Engelse publiek. En ook bij ons.

Stonehenge is, als speciale plek voor mensen, ongeveer 5000 jaar geleden ontstaan. De unieke stenen cirkels werden ongeveer 500 jaar later gebouwd, in de late neolithische periode, ongeveer 4500 jaar geleden. Zodra we in de buurt waren, reden we graag een stukje om en stopten we even om het indrukwekkende monument te bekijken. Al rijdend via de A303. Of even stoppen op de weg die er pal naast lag. Dan was je op een kleine 50 meter afstand van het monument. Die weg is nu verdwenen. Je moet nu via het ruim 2 kilometer verder weg liggende bezoekerscentrum naar Stonehenge. Dichter dan 11 meter kan je sowieso niet bij de stenen komen. Eromheen lopen en weer dezelfde foto’s maken hebben we inmiddels 3 keer gedaan in de loop der jaren. Met een English Heritage lidmaatschap was dat bezoek kosteloos.

Stonehenge is ook wiskundig interessant, onder andere vanwege de vele symmetriën. Soms zijn die overigens niet zo moeilijk om te maken. Bevestig een lang touw bovenop een paal en loop rond. Zo krijg je een grote cirkel. Trek dan wat rechte lijnen op regelmatige afstand van elkaar in de cirkel. De plekken van de grote stenen en kleinere stenen, en de locaties van de vele weer met aarde gevulde gaten in de grond bij Stonehenge laten zich vervolgens al deels verklaren [2].

Stonehenge is gebouwd door mensen; die moeten eten. En daar ging het nieuwtje over. Het is wel een beetje als je begeven op glad ijs, en dat geven ze bij English Heritage ook wel toe. Toch deden ze de suggestie. Waarschijnlijk expres vlak voor de kersttijd. Het ging namelijk om een vermeende connectie van mince pies met wat de bouwers/bezoekers van Stonehenge aten. Want er was bewijs gevonden dat die mensen mogelijk noten en fruit kookten.

Lees Meer Lees Meer

Pasta alla Norma met ricotta al forno dura

Pasta alla Norma met ricotta al forno dura

Eigenlijk zou, voor een foodblog, de titel ‘pasta alla Norma met aubergine’ moeten zijn. Maar dat is een soort pleonasme; aubergine zit altijd in pasta alla Norma. Het speciale hier is de ricotta al forno dura. En toch, voor mij, ook de aubergine. Een mooie peervormige en donkerpaarse vruchtgroente, dat zeker. Ook wel bekend als eierplant, naar de Engelse naam eggplant. De jonge vrucht ziet er inderdaad uit als een groot en erg wit ei.

Pasta alla Norma is ontstaan op Sicilië. Vernoemd in het begin van de vorige eeuw naar de opera Norma, in 1831 gecomponeerd door de Siciliaan Catania Vincenzo Bellini. Daarvoor heette het gerecht waarschijnlijk gewoon pasta con le melanzane, pasta met aubergine. Niets bijzonders eigenlijk.

Er staan op dit blog al flink wat gerechten met aubergine, maar die zijn niet van mij. De medeblogger meldde veel eerder al dat hij zelf liefhebber is, maar dat hij diverse mensen kent die aubergine maar niets vinden. Daar ben ik er 1 van. Het mondgevoel is helemaal verkeerd. Die mening wordt bevestigd door een marktonderzoek uit 2012. Consumenten meldden toen ook nog als associatie met aubergine onder andere ‘bah, niet lekker/vies’ [1]. Gekookt of gestoomd blijven het dingen met een nare textuur en neutrale smaak. Niet voor niets wordt aubergine veelal gemarineerd, om smaak toe te voegen. Maar dat helpt niet echt voor de textuur. Bakken levert al een beter verteerbaar resultaat op, vaak door de plakken of reepjes eerst in bloem of paneer te dompelen, maar het is nog steeds niet super.

Pasta alla Norma is beroemd. De daarin gebruikte aubergines worden vaak gebakken, maar kunnen ook worden gefrituurd. Nu eten we nooit aubergines en frituren we ook niet. Maar in de wiskunde is -1 x -1 gewoon een positieve 1. Gewoon proberen dus, als experiment. Kijken of 2 negatieve dingen toch tot 1 positief gerecht kan leiden.

Het experiment in ieder geval al vast positief en met vertrouwen ingestoken. Een van de medeblogger gekregen ricotta al forno dura gebruikt, in de oven gebakken ricotta. Die is lang niet overal te koop, dus dat geschenk moeten we wel koesteren en goed gebruiken.

De heel speciale ricotta al forno dura:
een 8e deel van een ronde ricotta wei-kaas uit de oven.

Ricotta, een wei-kaas, gebruiken we vooral als verbindingsmiddel in quiches of hartige taartjes. Ricotta al forno is van een heel andere orde. Een fenomenaal kaasje. Subtiel van smaak; op een kaasplankje een start kaasje. Ricotta al forno is een schapen ricotta uit Sicilië, die wordt gedroogd, met zout bestrooid en daarna lang in de oven wordt gebakken. De toevoeging dura zal slaan op een nog langere tijd in de oven dan anders, waarschijnlijk bij lagere temperaturen. De bruine korst heeft een wat sterkere smaak. Gebakken ricotta is totaal anders van smaak en textuur dan de zachte verse ricotta, en bovendien wel te raspen. Die rasp gaat over deze maaltijd.

Lees Meer Lees Meer

Parker House rolls: aparte hotelbroodjes uit Boston

Parker House rolls: aparte hotelbroodjes uit Boston

Parker Hotel, gestart in 1855, is vernoemd naar de oprichter Harvey D. Parker. Door een truc is het hotel het oudste continu in bedrijf zijnde hotel van de U.S.A. Tijdens een grote verbouwing en uitbreiding bleef een klein deel van het oude hotel open. Dat ging pas dicht toen het nieuwe hotel open ging. Et voilà.

Parker Hotel was het eerste hotel met warm en koud stromend water (in Boston). Het was ook het eerste hotel met een lift. De noviteiten stopten daar niet. Het woord scrod is er bedacht, Boston scrod, jonge witvis, het beste visvlees van de dag. Een mogelijke oorsprong van dat nieuwe woord scrod is het Middelnederlandse woord schrode, later schrood, wat zoiets als stukken eraf gesneden betekent. Bij ons overleefde het als schroot, metaalafval. Meteen al in 1855 ontstond er volgens het hotel de Boston Cream Pie, een biscuit cake gebakken in een pie pan. Het is een gele boter-cake, gevuld met custard of room en met een topping van glanzende chocolade.

De aparte broodjes, de Parker House rolls, werden naar verluidt bedacht door de Duitse kok Ward He in het midden van de jaren 1870, toen John Bonello chef van de keuken was. Het broodje kreeg naam en faam, ook al door de tal van beroemdheden in het hotel verbleven. Al snel verschenen recepten voor de broodjes in kookboeken. Ook Amerika’s beroemste kok in die tijd, Fannie Farmer, schreef een recept op in haar fameuze kookboek Boston Cooking-School Cook Book uit 1896. Apart kookboek ook, want in het voorwoord meldt ze dat het niet alleen een compilatie van beproefde recepten is, maar dat het mogelijk een interesse opwekt door de ‘gecondenseerde wetenschappelijke kennis die kan leiden tot diepere gedachten en een bredere studie van wat te eten’.

Parker House rolls is daarmee in 1896 al een beproefd recept. Dat zou Farmer dan zelf gededuceerd moeten hebben, want het hotel gaf het recept pas vrij in 1933. Het lijkt erop dat ze de aparte vorm heel goed kende, maar een gewoon broodjes recept gebruikte. Farmer gebruikt wel melk maar geen eieren. Het hotel gebruikt(e) naar verluidt geen melk maar kraanwater. Na het dubbelvouwen van het deeg smeerde Fannie Farmer alleen de zijkanten van de onderste helft van het deeg in met boter. Het hotel meldt, alle deeg insmeren. Subtiele verschillen, wat niets afdoet aan de speciale vorm.

Dubbelgevouwen deeg dat is ingesmeerd met gesmolten boter levert broodjes op die knapperig zijn van buiten en zacht van binnen: Parker House rolls.

Lees Meer Lees Meer

Carnaroli risotto met gebakken wortels en kipfilet

Carnaroli risotto met gebakken wortels en kipfilet

Het is herfst en de wintertijd heerst op de klok. Al tijdens het avondeten leven we bij kunstlicht. En dat is te zien op de foto’s.

Carnaroli wordt wel de koning van de risotto-rijsten genoemd. Daar kan je natuurlijk over twisten, maar dat deze risotto soort lekker is staat buiten twijfel. Naar verluidt behoudt Carnaroli zijn vorm beter dan andere risotto soorten tijdens het kookproces, en wel omdat het meer amylose bevat, een polymeer van honderden tot duizenden glucosemoleculen. Het zal zo zijn, maar eigenlijk hebben we bij andere risottosoorten niet gemerkt dat die uiteenvallen. Wij kiezen risotto toch meer om de smaak. Ze worden allemaal smeuïg, een beetje minder strakke vorm is geen probleem. We hebben deze koning altijd in huis, dat dan weer wel.

Wortels zijn wel een dingetje in ons huishouden. Gekookt is een deel er geen liefhebber van. Een maaltijd met wortels leidt daarom altijd tot verschillen: een deel eet ze rauw en een deel eet ze gekookt. Een mooie middenweg is ze bakken in roomboter. De wortels blijven een beet houden (à la rauw) en zijn toch gaar (à la gekookt), maar ze zijn toch anders van smaak. Lekker door de risotto.

Deze keer dus gekozen voor wat volgens velen de beste rijst ter wereld is, met wortels en kip, en wat smaakmakers.

Lees Meer Lees Meer

Balkenbrij met rode ui, halloumi en tattie scones

Balkenbrij met rode ui, halloumi en tattie scones

Balkenbrij wordt traditioneel gemaakt van slachtafval van het varken van (kop, organen), boekweitmeel, bouillon en het speciale rommelkruid. Zoals de naam al zegt, rommelkruid is een rommelige mix van waarschijnlijk overgebleven kruiden. Er kunnen 5 ingrediënten zijn gebruikt, maar er zijn ook samenstellingen met een kleine 20 ingrediënten. Rommelkruid is wel naar een bepaalde samenstelling geëvolueerd in het geval van het gebruik in balkenbrij. Voeg je er nog als extra het rode sandelhoutpoeder aan toe dan kan je met rommelkruid Rotterdamse kruidbroodjes maken.

Orgaanvlees eten was vroeger normaal. Ook wij zijn opgevoed met kippenlevertjes en echte darmen om worsten. Niertjes was niet onze favoriet. Ons oude schoolhoofd at schapenhersenen, die stap hebben wij nooit hoeven maken. Wel rundertong, heel af en toe kalfszwezerik en veel vaker varkensbloedworst. Die laatste maakte onze grootmoeder ook zelf, in november na de slacht van een varken. En daarmee stond ook hoofdkaas op het menu. Onze wat verder weg slagerij had het allemaal ook gewoon in de winkel.

In onze Engelse tijd stond Schotse haggis met enige regelmaat op tafel: schapenmaag gevuld met vermalen hart, long en lever, gemengd met niervet en havermout. Ongekend lekker. In Nederland wordt orgaanvlees verwerkt in balkenbrij. Ook ongekend lekker. Orgaanvlees, we groeiden ermee op en eten het nog steeds.

Maar echt lyrisch zijn we dus over balkenbrij. En dan met name de varianten uit Salland en het noordwestelijk deel van De Achterhoek. Balkenbrij is streek- en seizoensgebonden. Traditioneel gekoppeld aan de slachtmaand november. Tegenwoordig kun je de maanden ervoor en erna ook balkenbrij kopen. Na februari is het wel zoeken als naar een speld in een hooiberg.

Niet iedereen is overigens net zo lyrisch over echte balkenbrij, gek genoeg. In de Zweedse stad Malmö was van eind 2018 tot en met begin 2019 een tijdelijk museum geopend: het Disgusting Food Museum, waar bezoekers onsmakelijk eten konden zien en proeven. Naar verluidt mochten ook Nederlanders namen van gerechtjes inzenden. Balkenbrij en kruudmoes waren daarbij. De inzending van balkenbrij is natuurlijk onbegrijpelijk. De inzending van kruudmoes, een mengsel van gort, karnemelk, spek, rookworst, rozijnen en verse kruiden, ondersteun ik echter van harte. Zoals eerder geschreven, kruudmoes heb ik slechts één keer gegeten en daarna uit eigen keuze nooit meer.

Als we in de buurt van Salland zijn in het laatste kwartaal van het jaar, dan kan er balkenbrij gekocht worden. Diepvriestas mee met een bevroren koelelement erin, zodat op de terugweg de gekochte balkenbrij koud blijft. Rest alleen nog een maaltijd voor de volgende dag te bedenken.

Dit keer de balkenbrij laten vergezellen door rode ui, halloumi en tattie scones.

Lees Meer Lees Meer