Archief van
Auteur: Damten

Kabeljauw met Creoolse saus en aardappelpuree

Kabeljauw met Creoolse saus en aardappelpuree

Vis. Ik eet het eigenlijk niet vaak genoeg. Misschien omdat ik er niet echt mee ben opgegroeid. Thuis aten we hooguit een gebakken vis van de visboer of een haring. Zout voor de rest van de familie, zuur voor mij. Het eten van vis was niet heel gewoon in Salland, al kan ik mij herinneren dat mijn vader het wel eens had over stokvis. Maar dat was een andere generatie. Als er kermis was, aten we paling. Een echte traditie. Garnalen aten we al helemaal niet thuis. Die leerde ik pas kennen in mijn studententijd, bij de lokale Chinees. Nog weer later zorgde mijn kennismaking met de traditionele Chinese keuken ook voor het eten anders dan alleen een lekkerbekje of een zure haring. Gestoomde dorade en vis in heet-zure saus (uit Sichuan) zijn hier klassiekers geworden. Hete makreel uit Indonesië mag ik overigens niet vergeten. Superlekker bij witte rijst en geweldig op een Surinaams broodje.

Mijn directe kennismaking met de eclectische Surinaamse keuken zorgde ook voor een eerste kennismaking met de Creoolse keuken, een mengeling van Inheemse, Caraïbische, West-Afrikaanse en Europese (met name de Spaanse en Franse) invloeden. De Creoolse keuken is echter niet alleen in Suriname te vinden. Het komt voor in die regio’s waar de slavernij jarenlang een grote rol speelde: het zuiden van de Verenigde Staten, de Caraïbische eilanden en een aantal landen in het noorden van Zuid-Amerika, waaronder Suriname dus. Elke regio heeft zich op een eigen wijze ontwikkeld. Meest bekend is misschien wel de Creoolse keuken van Louisiana in de Verenigde Staten, bij uitstek te vinden in New Orleans. De invloed van de Franse keuken is daar het sterkste. De Creoolse keuken kenmerkt zich door rijke sauzen, het gebruik van lokale kruiden, tomaten en vis en schaal- en schelpdieren. Bekende Creoolse gerechten zijn gumbo, een stoofpot op basis van een roux met vaak zowel vlees als vis, en shrimp creole, garnalen in een rijke tomatensaus, ook wel bekend als Creoolse saus, ‘red gravy’ en sauce piquan.

Shrimp Creole
Shrimp Creole

De Creoolse keuken onderscheidt zich van de Cajunkeuken, onder meer door het veelvuldig gebruik van tomaten en tomatensauzen. De cajunkeuken bevat veel vleesgerechten, zoals het bekende jambalaya, een klassiek eenpansgerecht met rijst, worst en kip, en boudin, een kruidige worst met varkensvlees en rijst. Cajun is na 1755 ontstaan door de komst van de Fransen die door de Britten van Nova Scotia waren verjaagd.

De ‘Heilige Drie-eenheid’

De kern van de cajunkeuken en de Creoolse keuken van Louisiana bestaat uit ui, paprika en selderij in de verhouding 1:1:1.  Het is afgeleid van het Franse mirepoix, een mengsel van uien, wortel en bleekselderij, maar welke wel een andere verhouding heeft, nl. 2:1:1.  Het zou deels ook afgeleid zijn van het Spaanse sofrito, welke oorspronkelijk bestond uit ui en olijfolie, maar waar in de zestiende eeuw tomaat aan werd toegevoegd. De term ‘Heilige Drie-eenhuid’ kwam de vorige eeuw in het overwegend katholieke zuiden van de staat in zwang door de populaire Amerikaanse chefkok Paul Prudhomme.

Aan de basis worden meestal tal van andere ingrediënten toegevoegd als knoflook en gedroogde kruiden als tijm. In de Creoolse keuken van Louisiana worden normaal gesproken geen hele pepers gebruikt, maar gedroogde cayennepeper en hot sauce om de gerechten pittig te maken. De bekendste hot sauce is Tabasco, waarvan de enige fabriek ter wereld in Louisiana staat.

Lees Meer Lees Meer

Bulgur pilavi met sucuk

Bulgur pilavi met sucuk

Bulgur is een van die dingen die in eerste instantie populair werd door de opkomst van de zogeheten groene winkels en andere natuurvoedingswinkels. Net zoals je de eerste bamboematjes en velletjes geroosterd zeewier daar aantrof en pas later gemeengoed werden in de toko’s. Ik was in mijn studententijd en enige jaren daarna vegetarisch. Mijn geluk was dat in het kleine dorp waar ik woonde – tegenover het enige studentenhuis dat het dorp kende – een natuurvoedingswinkel te vinden was. Ik kwam er graag, want ze hadden het vegetarisch alternatief voor saucijzenbroodjes: saitanbroodjes. Veel zogeheten natuurvoeding gebruikte ik overigens niet, ik ontdekte er wel de magie van het maken van sushi, maar een keer waagde ik mij aan bulgur. Niet wetende wat het was en zonder fatsoenlijk recept werd dat geen succes. Maar smaken ontwikkelen als je ouder wordt, net zoals je culinaire bagage. En jaren later, toen ik de ruime schappen met bulgur bij de Marokkaanse super niet meer kon negeren, werd het tijd voor een hernieuwde kennismaking.

Bulgur is een graanprodukt en wordt meestal gemaakt van durum (harde tarwe). Het wordt vooral gegeten in Turkije en de Levant, de oostelijke regio van de Middellandse Zee en is daarmee veel ouder dan de golf van gezondsheidsgoeroe’s die ons sinds de jaren zeventig proberen te overtuigen.  De tarwekorrels worden eerst voorgekookt of gestoomd en daarna vaak gebroken. Grove korrels worden vooral gebruikt voor bulgur pilavi, oftewel rijst van bulgur. In principe hoef je bulgur niet nog eens te koken, weken in heet water is voldoende. Toch kun je het gerust in een gerecht meekoken, zoals hier.

Bulgur pilavi is een heel makkelijk rechttoe-rechtaan recept. Je zet je spullen klaar en alles gaat in één pan. Nog net niet tegelijk.

Lees Meer Lees Meer

Krabbetjes, toen we nog geen spareribs kenden

Krabbetjes, toen we nog geen spareribs kenden

Veel mensen kennen krabbetjes niet, of zijn ze waarschijnlijk vergeten. Het wordt tegenwoordig soms nog aan erwtensoep toegevoegd, maar wij aten het vroeger bij de zuurkool. Gebakken of beter, langzaam gesudderd. Ik at het liever dan rookworst (maar het liefst natuurlijk allebei). In de supermarkt zie je tegenwoordig nauwelijks nog krabbetjes liggen, hooguit als onderdeel van een erwtensoeppakket. Daarom haal ik in de winter bij de groothandel altijd een aantal porties. Uiteraard kun je het ook in de zomer eten, maar net als rookworst horen krabbetjes voor mijn gevoel toch echt bij de winter.

Spareribs en krabbetjes zijn eigenlijk hetzelfde, maar toch niet helemaal. Wanneer de ribbetjes van de lende van het varken worden gesneden, noemen we ze spareribs. Het vlees is mager en mals. In de V.S. worden deze baby back ribs genoemd. De lager gelegen spareribs, ter hoogte van de buik, zijn al wat vetter. Als je nog dichter bij het borstbeen komt, worden de kleine ribbetjes echte ribben, ‘krabbetjes’ genaamd. Er zit meer vlees aan de ribben, wat bovendien stugger is, maar ook wat meer vet. Echte krabbetjes hebben nog een stukje kraakbeen aan het uiteinde, ‘knars’ noemden wij het thuis. Iets wat vroeger gewoon werd opgegeten. Het is gek dat deze varkensribben tegenwoordig niet meer veel gegeten worden, terwijl de variant van de koe, de ‘short rib’, ontzettend populair is, met name bij de liefhebbers van de barbecue. Wonderlijk bovendien, want krabbetjes zijn spotgoedkoop. En dat terwijl je voor short ribs vaak de spreekwoordelijke rib uit je lijf betaalt.

Krabbetjes hebben een langere bereidingstijd nodig dan spareribs en worden gekookt of gestoofd gegeten. Onze moeder stoofde ze vroeger, moddergaar, totdat het vlees bijna van het bot viel. Oh, zo lekker. Maar je kunt ze natuurlijk ook behandelen als het grote broertje van spareribs. Meestal stoom ik mijn spareribs, maar ik twijfel of dat met het dikke vlees van krabbetjes handig is. In de braadplan dus. Wel gemarineerd.

Lees Meer Lees Meer

Kadayif – Turkse deegslierten met custard

Kadayif – Turkse deegslierten met custard

Mijn ogen bepalen regelmatig wat ik ga eten. Als ik dingen zie die ik niet ken, dan is de kans groot dat ik het even later afreken bij de kassa. Thuis zoek ik dan wel uit wat ik er mee kan maken. Een tactiek die tot verrassende resultaten kan leiden. En eerlijk is eerlijk, ook niet altijd goed uitpakt. Vooral in een Chinese toko is het aan te raden om toch eerst even uit te zoeken waar het voor bedoeld is, aangezien niet alles is om te eten of gewoon niet mijn smaak is. Zo vind ik bittermeloen er echt geweldig uitzien, maar jammer genoeg vind ik het echt niet lekker. Ook Chinese kruiden zijn niet altijd bedoeld om te eten, maar hebben soms een (semi-)medicinaal doeleinde. Door schade en schande wordt men wijs heet dat.

Met deegwaren is het echter vaak wel duidelijk wat de bedoeling, alleen is het nog wel even uitzoeken wat je er allemaal mee kan doen. In de winkel bedacht ik gelijk al wat ik met taze kadayif wilde maken, namelijk taartjes in mijn muffin-bakvorm.

Kadayif wordt vooral gebruikt om künefe of kanafeh te maken, een dessert van deeg gevuld met kaas, overgoten met siroop en bestrooid met stukjes pistachenoot. Ik besloot daarentegen mijn vormpjes te vullen met custard. Het experiment kon beginnen.

Lees Meer Lees Meer

Tantes kipkerrieragout

Tantes kipkerrieragout

De jaren zeventig. Het meest exotische in onze keuken was in mijn herinnering de oregano uit een kruidenrekje met nog vijf potjes. De oregano werd (met paprikapoeder) over het gebakken ei gestrooid.

Op zaterdag aten we bij de zelfgebakken patat verse sla van het land met ei en slasaus, de rest van de familie ook nog met tomaat. Andere zaterdagen aten we pannenkoeken (kaas of spek met stroop) of rijst met ragout uit blik en in de winter balkenbrij, hachee, zuurkool of zelfgemaakte erwtensoep. Bij ons thuis werd niet uit pakjes gegeten, op de pudding van BourBon op zondag na dan. Onze moeder kookte elke dag. En naast alle typische Hollandsche maaltijden, was daar plots de kipkerrieragout van die ene tante die zo van koken hield.

Een recept is niet overgeleverd en toen ik in mijn studententijd leerde koken, heb ik wel wat varianten geprobeerd, waaronder met gebakken kip. Een lekkere kipkerrieragout maak je echter met in bouillon gepocheerde kip die je vervolgens plukt. Zoals mijn tante het maakte.

Lees Meer Lees Meer

Chicken fingers uit de pan of de oven, that’s the question.

Chicken fingers uit de pan of de oven, that’s the question.

Voor de goede orde, chicken fingers worden normaal gesproken gefrituurd. Zoals Amerikaans fastfood betaamt, zou ik haast zeggen. En ik heb het nog nooit gegeten. Het wordt blijkbaar bij voorkeur gemaakt van het zogeheten ‘kiphaasje’, dat smalle strookje vlees aan de achterkant van de kipfilet. Het meest smakelijk stukje kip zeggen handige supermarkten om schalen vol te verkopen tegen een aanzienlijke meerprijs. Is dat ook zo? Volgens mij zit het vooral in beleving en ik kan mij niet voorstellen dat in Amerika alleen het kiphaasje wordt gebruikt, een kip telt immers maar twee kiphaasjes. Nee, de kunst van malse kipfilet zit ‘m in de bereiding. De Chinezen beheersen dat kunstje als geen ander; kleine stukjes kipfilet worden ingekapseld in eiwit en vervolgens kort gefrituurd of gepocheerd. De sappen blijven in het vlees en daardoor behoudt het haar malsheid. In India wordt vlees vaak gemarineerd in yoghurt, waarvan het zuur het bindweefsel in het vlees afbreekt waardoor het malser wordt. Italianen gebruiken wijn of tomaten om dat effect te bereiken. Zo voegen veel ingrediënten niet alleen smaak toe, maar hebben ze vooral ook een functie.

Terug naar de chicken fingers. Frituren op de juiste temperatuur levert niet per se een vet product op, maar goed frituren is soms lastiger dan je denkt en bovendien is het ook wel een beetje een gedoe met opruimen en schoonmaken. De frituurpan staat hier al jaren in de kast. Als ik frituur, doe ik dat in een laagje in de koekenpan. Soms kan een alternatief minstens zo smakelijk zijn. In een van de vele kookboeken verspreid door het huis, vond ik een recept waarvan met name de foto mij aansprak. De receptuur voor de marinade was zo afwijkend, dat ik mij afvroeg hoe je zoiets bedenkt. Yoghurt en kerrie snap ik nog, maar de combi met teriyakisaus en chilisaus leek mij vreemd. India meets Japan meets Thailand. Wellicht dat er een keukenkastje moest worden opgeruimd? Gefermenteerde sojasaus wordt in veel Aziatische landen als smaakmaker gebruikt, maar bij mijn weten niet in India. Het is misschien zoals chicken fingers zelf, een nieuwerwetse uitvinding. En dan heb ik het nog niet gehad over de kaas…

De chicken finger zou zijn herkomst hebben in de Pizza Galley & Saloon in het Amerikaanse stadje Thomaston, Georgia, waar het in 1976 werd bedacht van de restjes van een kipfilet die op een broodje moest passen. Vaak worden chicken fingers met broodkruim gemaakt, maar ook wel met een beslagje. En in plaats van kipfilet kan ook fijngemalen restvlees worden gebruikt; een soort van langwerpige chicken nugget, nog zo’n naoorlogs Amerikaans bedenksel, al is dat meer een uitvinding. Maar dat is voor een andere keer.

Het experiment is mij niet vreemd, dus ik kocht een flesje teriyakisaus. En cornflakes.

Lees Meer Lees Meer

Spanakopita of hoe je spinazie nog lekkerder maakt

Spanakopita of hoe je spinazie nog lekkerder maakt

Zo simpel dat het bijna niet meer leuk is. Maar wel heel erg lekker. Ken je dat? Spanakopita is zo’n gerecht. De naam is moeilijker dan de bereiding. Eerlijk is eerlijk, het is wel even een werkje. Maar niet moeilijk! Kleine kinderen in huis? Laat ze het filodeeg bekwasten, ze zullen het geweldig vinden.

Spanakopita is een Griekse variant van börek (boureki), een gerecht uit de keuken van onder meer Turkije en de Balkan, waarbij filodeeg wordt gevuld met vlees, kaas en/of groente. Börek kan worden gezien als verre nazaat van het oud-Romeinse Placenta en kent vele varianten, waar ik binnenkort nog op terug zal komen, want met filodeeg zijn heel lekkere dingen te maken…

Zoals veel hartige taarten is ook deze Griekse spinazietaart relatief eenvoudig. Met een paar ingrediënten heb je een heel smakelijk resultaat. Ik haal filodeeg uit de koeling bij de Marokkaanse supermarkt, dus geen gedoe met ontdooien.

Lees Meer Lees Meer

Pörkölt – zoals de Hongaren goulash maken

Pörkölt – zoals de Hongaren goulash maken

Wat goulash is voor ons, heet in Hongarije pörkölt. Bestel je in Hongarije goulash, dat krijg je soep! Wel met ongeveer dezelfde ingrediënten als onze goulash, maar waarschijnlijk nog een paar meer. Pörkölt daarentegen is een stoofgerecht met als basis vlees, uien en (Hongaars) paprikapoeder. De uien worden goudgeel gebakken in reuzel, waarna het vlees in blokjes wordt toegevoegd en even aangebakken. Vervolgens wordt de pan van het vuur gehaald en een paar eetlepels zoet Hongaars paprikapoeder toegevoegd en door het ui-vlees-mengsel geroerd. Vervolgens wordt een beetje vocht in de vorm van bouillon toegevoegd en wordt de pan weer op het vuur gezet om een paar uur te stoven. Het veel in Nederlandse goulash toegevoegde karwijzaad zal je niet snel in een pörkölt vinden, maar wel in de soepvariant! Ook laurierblad vind je in Hongarije eerder in de soep dan in het stoofgerecht, net zoals aardappels.

Uiteraard bestaan er tal varianten van de pörkölt. Niet alleen wordt het gemaakt met rundvlees (marhapörkölt), maar ook met lam, varkensvlees, kip of pens. In sommige varianten worden tomaten toegevoegd of groene peper, majoraan en knoflook. Ook internationaal zijn er verschillen ontstaan, zoals in de V.S. waar goulash (niet de soep) soms met spek of bacon wordt bereid.

De oorsprong van het gerecht zou overigens in de negende eeuw liggen. Hetgeen ietwat vreemd is, aangezien paprika pas rond 1500 door de Spanjaarden uit de Nieuwe Wereld werd meegebracht. Zonder paprika is het gewoon stoofvlees met uien. Hetgeen overigens ook lekker kan zijn, maar als gerecht niet uniek voor Hongarije.

De kunst met stoven is dat je onder de 100 graden moet blijven, anders wordt het vlees taai. Zeker bij rund- en varkensvlees is dat het geval. Een enkele ‘blub’ is prima, maar het mag zeker niet pruttelen. Ik gebruik een gietijzeren braadpan, zodat de temperatuur mooi gelijk is over de hele pan. Nadeel is wel dat wanneer je temperatuur te hoog is, je deze eigenlijk niet meer naar beneden krijgt. Om dat te voorkomen gebruik ik een sudderplaatje onder de pan. Een echte pörkölt is redelijk droog, dus voeg niet teveel vocht toe. Als je tomaten uit blik toevoegt, is extra vocht niet nodig.

Lees Meer Lees Meer

Knoflook-boter kipfilet uit de oven

Knoflook-boter kipfilet uit de oven

Kipfilet uit de oven, altijd een beetje tricky wanneer je het niet goed aanpakt en de kip heel droog wordt. Toch is kipfilet in dit geval een prima keuze. Kippendijen kunnen ook, maar neem ze dan wel met vel en bot. Kipfilet is echter magerder en zeker niet minder smaakvol. Door de kipfilet van te voren eerst aan te bakken in de koekenpan, zorg je dat het vlees niet te veel vocht verliest. En door tussendoor nog wat boter over de kip te lepelen, zorg je bovendien voor meer smaak. Zelf doe ik de kip in een grote ovenschaal, zodat ook aardappelpartjes meebakken in de oven en alle smaken in zich opnemen.

De belangrijkste smaakmaker is in dit gerecht knoflook. De meeste knoflook wordt in China geproduceerd (80% van de wereldproductie) en er zit veel kwaliteitsverschil tussen. Zo is de gedroogde knoflook die je in de supermarkt kan vinden, vaak veel te droog en soms zelfs beschimmeld. De lekkerste knoflook vind ik persoonlijk Lautrec, afkomstig uit de gelijknamige Franse plaats, met een ietwat zoete smaak. Om de kwaliteitsaanduiding ‘Label Rouge’ te krijgen moeten de bollen Lautrec na de oogst drie weken aan de lucht worden gerijpt, voordat ze op de markt komen. Lautrec kun je los kopen of per streng. Omdat de knoflook schaars is, is deze ook een stuk duurder en alleen in het seizoen verkrijgbaar. Voordeel is wel dat je Lautrec-knoflook een stuk langer kunt bewaren en de tenen lang sappig blijven. Niet alle roze knoflook is overigens afkomstig uit Lautrec, vaak wordt ook roze knoflook uit Argentinië verkocht.

Is Lautrec niet verkrijgbaar of echt heel duur, dan geef ik tegenwoordig de voorkeur aan een pot gehakte knoflook van Lee Kum Kee boven de droge bollen van de supermarkt. Zolang je een schoon lepeltje gebruikt, is zo’n potje lang houdbaar. Al maakt knoflook hier onderdeel uit van de dagelijkse keuken, dus met een paar weken is zo’n pot wel leeg.

Lees Meer Lees Meer

Kip van de jager

Kip van de jager

Stoofgerechten, wie houdt er niet van? Het doet vooral aan de herfst en winter denken. En aan ‘vroeger’. Nu de regen weer regelmatig tegen het raam tikt, is het ook de tijd om pannen langer op het vuur te laten staan. Het heeft iets huiselijks, zo’n geurend stoofpotje op het vuur. En dan zo van je thuiswerkplek aan tafel schuiven. Wat wil je nog meer.

Cacciatora is een bekend Italiaans stoofgerecht. Het betekent ‘jager’ in het Italiaans. Ik zie hem al zitten op Toscaanse heuvel, onder een boom, met zijn zojuist geschoten konijn op het vuur. Geen pasta uiteraard, maar met een stuk brood. Cacciatora wordt echter ook veel met kip (pollo alla cacciatora) gegeten worden, die zal dan niet geschoten zijn. ‘Kip van de jager’ bestaat ook in andere landen, maar de versies verschillen vaak sterk van elkaar, behalve dan dat ze kip als gemeenschappelijk ingrediënt hebben. Ook in Italië zijn er onderling verschillenden. In het zuiden voegt men vaak een glas rode wijn toe en in Noord-Italië witte wijn. Soms worden (kastanje)champignons toegevoegd. Een ideaal gerecht dus ook om er een eigen draai aan te geven. Hier in huis in ieder geval zonder wijn.

Lees Meer Lees Meer