Archief van
Auteur: Damten

Party snacks: pin wheels met tonijn

Party snacks: pin wheels met tonijn

Ik mag graag voor het eten zorgen. Voor kleine en grote gezelschappen. Dat laatste is ook handig, want dan hoef ik niet al teveel sociaal verdrag te vertonen. Ik ben dan drukdrukdruk met het eten en doorgaans blijven de meeste mensen dan weg uit de keuken. Of dat door mij komt, of dat ze bang zijn dat ze moeten helpen, laat ik in het midden, maar iedereen schuift voor de maaltijd altijd maar al te graag aan tafel. En rolt na afloop naar de bank.

Volgens mij begon het al vroeg. Ik mocht vroeger graag pepernoten bakken, ook bij de buren. En in de zomer mocht ik af en toe huzarensalade maken. Het leukste waren de verjaardagen, want dan liet onze moeder mij vaak de hapjes maken. Zoals dat vroeger ging: blokjes kaas met een stukje augurk of een zilveruitjes, augurk en asperges uit blik in ham. En schijfjes komkommer. 

Feestjes doe ik intussen maar beperkt, maar etentjes des te meer. Toch zijn er genoeg gelegenheden om hapjes te verzorgen en graag doe ik dan iets wat ik nog niet eerder heb gedaan. Het internet is over het algemeen een dankbare bron voor inspiratie, maar ik mag ook graag de boekenkast met kookboeken induiken. Toch veel leuker dan al die foodblogs die vergeven zijn van advertenties. In de kast allerlei soorten boeken, met onder andere drie planken Aziatisch, maar ook wat meer obscure boeken. Wie ooit op het Boekenfestijn is geweest, weet wat ik bedoel. In een van die boeken vond ik onderstaand recept. In eerste instantie vond ik de combinatie van ingrediënten wat vreemd (vis mét kaas), maar de foto haalde me over. En de rest van de eters ook!

Lees Meer Lees Meer

Pittige babi ketjap met toemis paksoi

Pittige babi ketjap met toemis paksoi

Jaja, babi ketjap moet zoet zijn. Maar soms is een pittige variant ook lekker. Zoet én pittig.

Babi ketjap is een van de bekendste gerechten in Nederland uit Indonesië. Dat andere is babi pangang. Dat is op zich best grappig aangezien er nergens in de wereld zoveel moslims wonen als in Indonesië. Dat uitgerekend dan een tweetal gerechten met varkensvlees in Nederland typerend zijn geworden voor de Indische (niet de Indonesische) keuken mag opmerkelijk genoemd worden. Het zal dan ook niemand verbazen dat beide gerechten eigenlijk helemaal niet oorspronkelijk zijn voor Indonesië, maar door Chinese arbeiders in Indonesië zijn geïntroduceerd. Babi ketjap is door het gebruik van de typische zoete Indonesische ketjap wel een mooi voorbeeld van hoe keukens elkaar beïnvloeden, fusion noemt men dat in hippe restaurants.

Paksoi gebruik ik vooral als ik Chinese maaltijden maak, maar deze lekkere groente wordt natuurlijk ook elders gegeten. In Indonesië bijvoorbeeld en waarschijnlijk onder invloed van de Chinesen daar geïntroduceerd. Toemis (roergebakken) paksoi wordt zelfs op Chinese wijze bereid met sojasaus.

Lees Meer Lees Meer

Dürüm met falafel

Dürüm met falafel

Het was tijdens een trip naar Berlijn dat ik voor het eerst dürüm at, een opgerold rond platbrood (vergelijkbaar met een tarwetortilla) in dit geval gevuld met onder andere een salade van rode kool en köfte. Meestal wordt de dürüm echter gegeten met döner, dun gesneden gekruid vlees van het spit. Echt straatvoedsel dus.

Op het oog is de dürüm het neefje van de lahcum en het verre achterneefje van de burrito. Ze lijken op elkaar, maar zijn toch heel verschillend. De overeenkomsten tussen dürüm en een burrito zitten vooral in de verpakking (een plat deegbrood van tarwemeel) en de wijze van verpakken (opgerold). Bonen bijvoorbeeld ontbreken dan weer volledig in de dürüm, dus qua inhoud gaat de vergelijking snel mank. De lahmacun en dürüm, beiden uit Turkije, verschillen qua smaak en inhoud net zoveel van elkaar als de dürüm en de burrito. De lahmacun bevat een laag pikant gekruid gehakt in een dunne tomatensaus, een soort van opgerolde pizza oneerbiedig gezegd. Dit wordt vaak bereid in een oven. Het wordt meestal ook opgerold, maar daar houdt de vergelijking wel zo’n beetje op.

Berlijnse durum
Berlijnse dürüm

Terug in Nederland besloot ik al snel zelf dürüm te maken. Het was duidelijk goed bevallen. De grote dürümvellen had ik al eens zien liggen bij de Marokkaanse super, maar ik besloot praktisch te beginnen met tortilla’s van 25 cm. De dürüm in Berlijn was enorm, een kleine versie leek bij een goed alternatief. En in plaats van köfte (of döner) koos ik voor falafel. Falafel, je weet wel, een niet door de commercie bedacht alternatief voor vlees. Lekker ook in een pitabroodje met saus.

Er zijn tal van recepten voor dürüm te vinden, maar ik probeerde vooral de versie in Berlijn te benaderen. Als saus was er een dunne scherpe saus, maar ik bedacht in plaats daarvan aci biber salçasi te gebruiken. In een dunne laag uitgesmeerd in een enkele baan in het midden van de tortilla. Aci biber salçasi lijkt weliswaar op tomatenpuree, maar is dat niet. Je kunt het dus ook prima onverhit eten. Sterker nog, bij sterk verhitten verliest het smaak.

Lees Meer Lees Meer

Sichuan eendenborst met pruimensaus

Sichuan eendenborst met pruimensaus

Elke keer als ik dit heb gegeten, denk ik: ik ga alleen nog maar eend eten! Het is elke keer weer te lang geleden dat ik het gemaakt heb, of zelfs gegeten in een restaurant. Het is een van mijn favoriete bereidingswijzen van eendenborst. Wat mij betreft kan er weinig tippen aan een perfect bereide eendenborst op Chinese wijze. Je kunt mij er spreekwoordelijk voor wakker maken. Een lijstje dat overigens langzamerhand wel wat lang aan het worden is…

Nee, voor mij geen sausje gebaseerd op rode wijn. Neem bijvoorbeeld de verrassend hartige pruimensaus. Soms zie je dit gerecht gemaakt met een saus van verse pruimen, maar dan mis je echt wat. Chinese pruimensaus wordt gemaakt van gezouten pruimen en bevat ook nog enkele andere smaakmakers, zoals gember en knoflook.

Eendenborst bereiden is een kwestie van geduld. Ga niet met het vlees lopen schuiven in de pan. Laat het rustig bakken en kijk toe. Eendenborst bakken is niet moeilijk, maar de meeste mensen gaan het vlees om en om keren. Niet doen. En heel belangrijk: laat het vlees nadat je het uit de pan gehaald hebt, nog een paar minuten rusten. Dat voorkomt dat het vlees ‘leegloopt’, net als bij biefstuk dat te snel wordt aangesneden.

Lees Meer Lees Meer

Eieren in pindasaus

Eieren in pindasaus

Pindasaus is mijn guilty pleasure. Ik durf wel te zeggen dat ik het redelijk onder controle heb, want ik maak het hooguit een keer in de maand. Maar dat maakt het elke keer wel weer zo lekker. Had ik maar vaker een dergelijke discipline…

Ik blijf ongetwijfeld in herhaling vallen, maar ik snap niet dat mensen een kant-en-klare saus bij de supermarkt kopen of zelfs een zakje poeder. Enkel een aantal merken bij de toko – zoals Ratu (Indisch) en Lekker-Bekkie (Surinaams) – halen het bij zelfgemaakte pindasaus (en zijn zelfs lekkerder). ‘Alleen aan te leggen met water’ staat er vaak op een emmer glimmende (!) pre-fab saus. Beste mensen, pindasaus glimt niet, echt niet. Soms hoef je de saus zelfs alleen maar op te warmen. Tja, dan kan je net zo goed pindakaas gebruiken natuurlijk. Je moest eens weten hoeveel pindasaus je kan maken met een pot pindakaas.

Puristen maken pindasaus vanaf nul, met zelf gebrande pinda’s. Daar zal ik nog eens een recept voor plaatsen, maar doorgaans maak ik het met pindakaas. Daar zit wel nogal wat verschil tussen. De meeste pindakaas bevat naast een beetje zout ook een of meerdere oliën, waaronder het vaak bekritiseerde palmolie. Dat is vooral om de smeuïgheid te garanderen. Hoe smeuïger, hoe makkelijker smeerbaar tenslotte. Sommige pindakaas bevat zelfs suiker, wat puur een smaakmaker is. Eigenlijk overbodig voor de standaard pindakaas bedoeld voor op brood. De meest zuivere pindakaas zijn over het algemeen de biologische merken. Die bevatten doorgaans alleen pinda’s en een snufje zout. Uiteindelijk geldt natuurlijk dat je vooral de pindakaas moet nemen die je lekker vindt. Maar voor een zelfgemaakte pindasaus ga voor een pindakaas met zo min mogelijk toevoegingen en smaakmakers. Die kun je namelijk het beste gewoon zelf toevoegen naar voorkeur.

Lees Meer Lees Meer

Party snacks: varken in een dekentje – de kindersnack voor volwassenen

Party snacks: varken in een dekentje – de kindersnack voor volwassenen

Voor een Risk-afspraak maakte ik enige tijd geleden de hapjes.  Net zoals mijn maaltijden zijn die doorgaans gekruid en soms aan de pittige kant. De dankbare Riskgenoten weten dat en verheugen zich er ook op.

De uitdaging zat dit keer in een paar kleuters die in de middag ook langs zouden komen. Terwijl wij in de opmaat naar een lange zit de vorige Risk-avond nog eens doornamen – en elkaar al dan niet valselijk beschuldigden van potgedrag en gebrek aan aanvalsdrang – speelde het jonge grut met houten treintjes.

Bij zoveel gezelligheid horen kleine hapjes. Voor de kleinsten onder ons leek mij pigs in a blanket wel een goed idee. Knakworstjes doen het vrijwel altijd goed bij kinderen en bladerdeeg ook. Bovendien eenvoudig te maken.

In Engeland bestaat pigs in a blanket uit een dun varkensworstje gewikkeld in ontbijtspek/bacon. In de VS is pigs in a blanket echter een hotdog of knakworst gewikkeld in deeg, meestal croissantdeeg.

Een worstje verpakt in deeg is ook in andere landen een bekend fenomeen. In Duitsland heet het Würstchen im Schlafrock (‘worstje in een pyjama’) en is het worstje gewikkeld in bladerdeeg. Soms met kaas en ontbijtspek. En heel soms wordt het worstje in een pannenkoek gerold. Dat laatste lijkt mij dan overigens geen luchtig hapje meer.

In Israël is Moshe Ba’Teiva (‘Mozes in de mand’) een kindergerecht dat bestaat uit een koosjere hotdog gerold in een vel bladerdeeg.

Oftewel een worstje eenvoudig opgerold in deeg of anderszins doet men in veel landen (en met soms prachtige benamingen). Veel eenvoudiger wordt het ook niet.

Het is vooral ook een leuke snack voor kinderen en bovendien ook leuk om samen met kinderen te maken. En met snel resultaat!

Lees Meer Lees Meer

Spinazie met ei, maar dan anders.

Spinazie met ei, maar dan anders.

Spinazie met ei, ik at het als kind al graag. Al gebruikte onze moeder beschuit om het vocht wat te binden. Spinazie a la crème aten we gelukkig niet. Vaak kwam de spinazie rechtstreeks van het land, van familie.

Spinazie en kaas is ook een gouden combinatie. De ultieme combinatie moet dan wel spinazie met ei én kaas zijn. Die ontdekte ik overigens pas later, in mijn studententijd. Feta doe het goed, maar ook een sterke blauwschimmelkaas als Roquefort of Gorgonzola. Maar ook, gefermenteerde tofu, een Chinese versie als het ware. Eén of twee fijngeprakte blokjes door de spinazie hebben een vergelijkbare smaaksensatie als een scherpe blauwschimmelkaas.

Spinazie wordt gegeten in verschillende varianten in tal van culturen. In China eten ze Poi Choi, Kangkung (waterspinazie) of Hin Choy (klaroen). Poi Choi en waterspinazie staan hier regelmatig op tafel. Snel te bereiden en bovenal lekker. Klaroen heb ik bij mijn weten nog niet gegeten, maar ik kan mij vergissen. Turkse spinazie komt oorspronkelijk uit Perzië en lijkt verdacht veel op Poi Choi. Eventuele verschillen proef ik ook niet. Daarnaast heb je nog Wilde spinazie, met grovere bladen die minder slinken. Meer afkomstig uit de Zuid-Europese landen. Hoe dan ook, om spinazie kan je niet heen. Zou ik ook niet doen, want het is een hartstikke lekkere groente.

Onderstaand recept is met feta, maar je kunt deze dus gerust vervangen door blauwschimmelkaas of gefermenteerde tofu. Je zult niet teleurgesteld zijn!

Lees Meer Lees Meer

Geplette krieltjes uit de oven met een spinazie-geitenkaas-frittata

Geplette krieltjes uit de oven met een spinazie-geitenkaas-frittata

Op dezelfde dag, onafhankelijk van elkaar, bedachten de beide bloggers dat ze smashed potatoes gingen maken. Wij houden namelijk wel van een beetje geweld in de keuken. Getuige ook mijn voorliefde voor smacked cucumbers. Volgens goed gebruik hebben we overlegd wie er een blog over gaat schrijven. Ik ‘won’ dit keer, niet in de laatste plaats omdat ik mijn conceptversie net een paar uur eerder had aangemaakt onder een enigszins misleidende titel. En daarnaast omdat ik het diezelfde dag nog ging maken, want ik had een restje krieltjes liggen. Zo werkt dat vaak bij mij. Bedenken en gelijk maken. Iets met ongeduld en zo.

Neem bij voorkeur kleine aardappelen, bijvoorbeeld krieltjes, echte dus, met schil. De andere blogger heeft er eens een vlammend betoog over geschreven. Hoe groter de verhouding schil:aardappel, hoe smakelijker de aardappels worden. Dat werkt uiteraard het beste als de schil van de aardappelen heel dun is, bijvoorbeeld bij krieltjes of roseval.

Een normaal mens zou zeggen, maar op aardappels alleen kun je niet leven. Klopt, tenzij… die aardappels krieltjes zijn. Desalniettemin koos ik voor een iets uitgebreider diner en serveerde er een frittata bij.

Voor de smashed potatoes koos ik een eenvoudige versie, zonder mij ook te verdiepen in dit gerechtje: aardappeltjes koken, mengen met arachideolie en geperste knoflook, pletten en hup de oven in. Bij serveren nog een snufje zout over de aardappelen en klaar. Voor meer diepgang verwijs ik graag alvast naar het toekomstige recept van BroeR.

De frittata was wat spannender, want die maak ik niet vaak. Heus. Wel deed ik al iets eerder, namelijk de rafanata, een frittata met mierikswortel. Traditioneel wordt een frittata deels in de oven bereid, maar die was vandaag al bezet, dus gewoon in de koekenpan, met een deksel.

Volgens de Italiaanse kookbijbel, De Zilveren Lepel, is de frittata-familie heel groot en bevat zelfs flensjes en omeletten. Terwijl ik frittata vooral zie als het Italiaanse broertje van de Spaanse tortilla. Maar dan zonder aardappel. Alhoewel, je kunt frittata ook maken met aardappel, zoals bijvoorbeeld de raffanata. Eigenlijk kun je van alles toevoegen, maar een klassieke frittata bevat niets meer dan eieren, zout en misschien wat peper. En je bakt de eieren dan uiteraard in olijfolie. Meestal bak je de frittata aan beide zijden goudbruin. Kenmerk van een frittata is ook dat deze heel luchtig is, dus dat betekent flink kloppen! De kunst is ook dat de binnenkant van de frittata na het bakken zacht blijft. Een frittata moet dus niet te lang bakken, maar ook zeker niet te kort. Je wilt tenslotte wel het ei garen.

Lees Meer Lees Meer

15 minuten maaltijd: Choy sum met garnalen

15 minuten maaltijd: Choy sum met garnalen

Choy sum is een smakelijke groente die veelvuldig in de Chinese keuken wordt gebruikt. Familie van de paksoi en net zo snel te bereiden. Allebei lekker ook in combinatie met garnalen. Bij mij in de keuken in ieder geval een veel gemaakte combi. Ideaal voor een gezonde maaltijd als je rijst overhebt van de vorige dag.

Choy sum is verkrijgbaar met korte of lange stelen. Waarbij de lange stelen wat meer aan paksoi doen dingen en de korte vaak wat steviger zijn. Qua smaak verschillen ze eigenlijk niet. En net zoals bij paksoi roerbak je de stelen eerst om daarna razendsnel de bladen te laten slinken. Spinazie is er niets bij.

Hoewel garnalen van zichzelf al lekker zijn, doen ze het goed met knoflook. Ook vind ik het lekker om ze een licht pitje mee te geven. Dat levert namelijk een mooi contrast op met de zoet-ziltige smaak van de garnalen; vooral als je grote garnalen gebruikt, die voor een lekkere bite zorgen. Vaak bak ik de garnalen met wat gember, knoflook en een sambal. Die laatste varieer ik regelmatig, beetje afhankelijk van mijn bui. Kies de sambal die je lekker vindt. En als je je sambal altijd bij de supermarkt koopt, loop dan eens een toko binnen. Je zult versteld staan van de keuze.

Lees Meer Lees Meer

Prasopita – Griekse preitaart met kaas

Prasopita – Griekse preitaart met kaas

Verrassend lekker. Preitaart. Ik was wat huiverig vanwege de wijze waarop de prei wordt bereid, maar het leverde uiteindelijk geen eetstress op. In plaats daarvan heb ik een nieuwe taart toegevoegd aan het repertoire. En nog wel eentje waarin wijn een ingrediënt is. Het moet niet gekker worden. Eten er kleine kinderen mee, dan zou ik de wijn gewoon weglaten.

Prei, ik at het vooral als roerbakgroente. Lekker met gebakken rijst. Vroeger aten we het als groente, maar daar heb ik niet veel herinneringen aan. Ik denk dat we ze gekookt aten. De medeblogger heeft er een levenslange aversie aan over gehouden, al betrapte ik hem onlangs op een Tsjechisch recept met prei. Ik denk dat hij een prasopita, de Griekse preitaart, zeker kan waarderen.

Prei behoorde 4000 jaar geleden al tot het Egyptische dieet en ook in Mesopotamië werd prei verbouwd. Rauwe prei zou de favoriete groente zijn geweest van een van de meest wrede Romeinse keizers, Nero, die het at in zijn soep of in de olie. Het verhaal gaat dat Nero dacht dat het eten van prei zijn stem ten goede kwam. Zijn consumptie van de groen-witte stengels was blijkbaar dusdanig dat het hem een bijnaam opleverde: Porrophagus oftwel ‘prei-eter’. Een leuk uitstapje is dan snel gemaakt naar de sarcofaag, oftewel de vlees-eter. Al is dat dan niet als verwijzing naar de menselijke consumptie. Indirect dan wel weer… Etymologie, misschien wel het leukste onderdeel van de taalkunde. Woorden zijn meestal niet zomaar een rijtje letters. In het Grieks práso (Πράσο) prei en píta (πίτα)taart. Prasopita is dus prei-taart.

Feit is dat prei veelzijdiger is dan alleen de functie van groen sliertje in de bami van de lokale Chinees.

Lees Meer Lees Meer