Archief van
Auteur: Damten

Phở gà – Vietnamese noedelsoep met kip

Phở gà – Vietnamese noedelsoep met kip

Ik ben verzot op met name Indiaas en Chinees eten. Je kunt mij er spreekwoordelijk ’s nachts voor wakker maken. In andere Aziatische landen ben ik minder goed thuis. Uit ervaring weet ik dat ik Koreaans eten vaak ook erg lekker vind, maar bijvoorbeeld eigenlijk te lui ben om kimchi te maken. Ik heb het overigens wel een paar keer gemaakt, prima gelukt ook, maar mijn voorkeur gaat doorgaans uit naar eten dat ik direct van kan genieten. Misschien ben ik niet lui, maar gewoon ongeduldig. Uiteindelijk doe ik met die andere keukens vaak aan cherry-picking, ik pik dat eruit wat mij lekker lijkt. Met Indiaas en Chinees heb ik dat probleem helemaal niet. Ik kan voor mijn gevoel elk willekeurig recept klaarmaken en ik vind het lekker. Noem het een straf.

De Indonesische keuken is ook zo’n keuken waar ik aan cherry-picking doen, maar dan wel heel ruim. Het was voor mij de kennismaking met de Aziatische keuken. De rode kip heeft zich hier intussen in het familierepertoire genesteld. Populair bij klein (intussen niet meer zo klein) en groot (intussen het nieuwe klein). Andere klassiekers zijn geroosterd buikspek en hete makreel. De Indonesische of beter de Indische keuken is ook niet meer weg te denken in Nederland. In Duitsland is deze keuken minder bekend, logisch ook, maar daar kennen ze dan weer vooral de Vietnamese keuken. Ten tijde van de DDR waren daar veel (Noord-)Vietnamese contractarbeiders aanwezig en die hielden vast aan hun eigen eetgewoonten. In West-Duitsland schijnen van oorsprong met name Zuid-Vietnamese restaurants te vinden zijn, wat mogelijk te verklaren is door de vele vluchtelingen in het verleden uit Vietnam. Intussen vinden we in heel Duitsland beiden.

In Nederland is de Vietnamese keuken minder bekend, dan reken ik gemakshalve het Vietnamese loempiastandje niet mee, als je het niet erg vindt. Want de echte Vietnamese loempia is natuurlijk iets veelzijdiger dan alleen een krokant omhulsel met wat rijstnoedels, ei, wortel en taugé als vulling. Bekend zijn wel de verse loempia’s (goi cuon), met een omhulsel van rijstvellen en een vulling van verse kruiden, groente en vlees of garnalen. Erg lekker, maar het vergt enige behendigheid om ze fatsoenlijk te maken. Mij in ieder geval. De smaak is niets mis mee, maar ze zijn meestal niet even presentabel. Overigens ben ik ook geïntrigeerd door de Vietnamese Banh Mi, oftewel een baquette met groenten en vlees. Daar wil ik nog eens een studie van maken. De invloed van de Fransen. En als liefhebber van soep kan ik natuurlijk niet heen om phở (uit te spreken als: fuh).

De oorsprong van phở is niet goed gedocumenteerd, maar lijkt in het noorden van Vietnam te zijn ontstaan. Er zijn twee belangrijke theorieën over het ontstaan. De eerste noemt Franse kolonisten bepalend voor het ontstaan van phở, maar die theorie lijkt vooral aangehangen te worden door Westerse bronnen. Waarschijnlijker lijkt het dat het gerecht zijn herkomst heeft in de Kantonese keuken; het woord phở is etymologisch te herleiden tot de Chinese koks die in het begin van de twintigste eeuw hun gerechten aan de Fransen aanprezen.

De versies binnen Vietnam verschillen uiteraard. De noordelijke Hanoi-variant (phở Bac) verschilt van de zuidelijke Saigon-variant (phở Sài Gòn) in de breedte van de noedels, de zoetheid van de bouillon en de keuze aan kruiden. In het zuiden van Vietnam werd phở pas populair nadat het land in 1954 opgedeeld werd en veel Noord-Vietnamezen vluchtten naar het zuiden. Het bekendste is de variant met rundvlees, dat voornamelijk gegeten werd door Fransen, terwijl de Vietnamezen van oorsprong vooral kip en varken eten. Ik koos voor de kipvariant: phở gà. Gebruik je kippendijen dan heet het phở gà đùi, gebruik je kipfilet dan heet het phở gà lườn. Ben je een liefhebber van bevruchte kippeneieren, dan kan dat ook (phở Trứng non), maar die laat ik vooralsnog aan mij voorbij gaan.

Lees Meer Lees Meer

Rogan josh van lamsnek

Rogan josh van lamsnek

Een gerecht dat klinkt als een Amerikaanse B-film acteur, maar een van de typische gerechten is uit de keuken van Kashmir, een regio grotendeels gelegen in India, maar deels ook in Pakistan. En wie op zoek gaat naar hét recept voor rogan josh komt al snel van een koude kermis thuis. Dat bestaat namelijk niet. Zelfs over de etymologie is er discussie, afhankelijk of je de Perzische lijn (Farsi) volgt met ‘gestoofd in ghee’ of de Hindo-variant (Urdu) met ‘rood vlees’. Het rode verwijst naar de gedroogde bloemen en wortel van de alkanetplant, ook wel ossentongwortel geheten, waarmee het gerecht soms gekleurd wordt. Anderen kleuren het gerecht met kashmiri-pepers, een milde variant rode peper. In de traditionele bereiding worden de gedroogde pepers geweekt en tot een pasta gewreven waarmee het vlees wordt ingesmeerd. Je kunt ook de gedroogde pepers fijnmalen en toevoegen tijdens de bereiding. En dan is er nog de discussie over wel of geen tomaten. Neen, zeggen de puristen, want tomaten zijn niet oorspronkelijk in India. Terwijl anderen zeggen dat het gerecht om vlees en tomaten draait. Weer anderen zeggen dat de toevoeging van tomaten een variant is uit de Punjabi-keuken, nog zo’n regio die over grenzen heengaat. Die regio wordt in India bewoond door Sikhs en Hindoes, terwijl de regio in Pakistan bevolkt wordt door moslims. De laatsten gebruiken dan weer geen yoghurt, terwijl de Hindoes dat wel doen. Niet gek dus dat de meningen over wat rogan josh nu daadwerkelijk is soms zo ver uit elkaar liggen.

Waar wel iedereen het over eens is dat het gerecht gemaakt wordt met lams- of schapenvlees. Nu eet ik wel vaker gerechten uit een van de keukens van het Indisch subcontinent, maar eigenlijk nooit met lamsvlees. Niet zozeer een principiële keuze als wel dat ik er niet makkelijk aan kan komen hier in mijn directe omgeving. Dacht ik. Turkse winkel op loopafstand blijkt. De eerste keer kocht ik lamsnek, in schijven. Ideaal om te stoven, want er komt dan veel smaak van het bot af. Beetje pulken op mijn bord ben ik bovendien niet vies van. Maar de keren daarna koos ik toch voor lamsnek zonder bot.

Rogan josh of rog(h)an ghosht is een aromatische curry, typisch voor de Indiase keuken. En voor de lekkerste curry’s neem je de tijd. Niet dat je in dit geval bijzonder veel moet doen, behalve wat plannen. Het beste resultaat krijg je als je het vlees een nachtje laat marineren.

Lees Meer Lees Meer

Hawaiian fish sandwich met tartaarsaus

Hawaiian fish sandwich met tartaarsaus

De vraag is vooral, hoe Hawaïaans is de Hawaiian fish sandwich en wat doet die tartaarsaus op Hawaï? Dat een sandwich allang niet meer beleg is tussen twee sneetjes brood, neem ik wel voor lief. We kunnen het net zo goed een visburger noemen, al suggereert dat een gepaneerde vis in de vorm van een burger. In Hawaï wordt de fish sandwich (op een semi-hard bolletje) gemaakt met mahi-mahi, wat betekent ‘heel sterk’. Ook wel ‘dolfijnvis’ genaamd, maar ook ‘lampuka’ of ‘dorado‘, niet te verwarren met de ons beter bekende ‘dorade’. De Nederlandse naam voor de mahi-mahi is goudmakreel en zijn Hawaïaanse naam heeft de vis mogelijk te danken aan het feit dat het beestje tot ruim 90 km/uur kan zwemmen.

De Hawaiian fish sandwich lijkt vooral een uitvinding te zijn van Arby’s, een Amerikaanse fastfood sandwichketen. Maar dan wel met Alaska koolvis. Dat lijkt niet heel erg Hawaïaans, maar waarschijnlijk stukken goedkoper dan de mahi-mahi. De koolvis komt in grote delen van de Atlantische Oceaan voor. Volgens Noorse onderzoekers hebben ze ook de neiging om zich rond de netten van zalmkwekerijen op te houden, om daar het voer op te eten dat door de mazen van de kooien valt. Koolvis is makkelijk verkrijgbaar in de supermarkt, voornamelijk als blokken bevroren vis. Het doet mij denken aan de visburgers die ik vroeger bij de McD. at. Liefst met een plakje kaas. Kaas en vis, een ondergewaardeerde combinatie.

In plaats van koolvis kies ik voor de kabeljauw, uit dezelfde familie. Wel een stukje duurder helaas, maar een kabeljauwhaasje op een broodje is niet te versmaden. BroeR is het alvast met mij eens.

Sauzen heb je in vele soorten en smaken. Veel ‘witte’ sauzen zijn op basis van mayonaise, dus met een pot mayonaise in huis kun je veel sauzen zelf maken. Scheelt allerlei soorten die je waarschijnlijk zelden gebruikt. Een wandeling naar de supermarkt om een potje te halen, duurt bovendien langer. Ook mayonaise kun je uiteraard zelf maken, maar dat vind ik gek genoeg dan weer gedoe. Bovendien heb ik standaard een minder vette variant in huis en geen idee hoe ik die zou moeten maken. Blote mayo eet ik eigenlijk alleen bij frietjes of gebakken aardappelen en daarnaast vooral als basis voor knoflooksaus, maar soms voor tartaarsaus. Snel gemaakt in de hoeveelheid die je nodig hebt. Uiteraard kun je ook fritessaus gebruiken, maar hou er rekening mee dat deze vaak iets zoeter is.

De versie van Arby’s, de King’s Hawaiian® Fish Deluxe, bevat naast tartaarsaus, ijsbergsla, tomaten, cheddar, gepaneerde visfilet en een trademark-bun. Dat kan duidelijk beter denk ik dan. Allereerst kies ik voor vis zonder paneerlaagje, een beetje zonde van de kabeljauw namelijk. Geen tomaten, voor wie dit blog volgt weet mijn mening over blote tomaten. Geen kaas in dit geval en ook geen ijsbergsla, ook wel krakend water genaamd, maar in plaats daarvan een mengsel van verschillende slasoorten met rucola. Dat geeft een beetje pit en een bittertje mee aan het broodje.

Als broodje kun je kiezen voor een echt lekker zacht wit bakkerspuntje, maar ook lekker is een Surinaams of Marokkaanse puntje. Puntjes zijn sowieso handig als je kiest voor filet. Kies je de vierkante koolvisfilet uit de vriezer, dan is een bolletje weer handiger.

Lees Meer Lees Meer

Rijsttaart met lemoncurd

Rijsttaart met lemoncurd

Ik maak graag dingen ik niet ken. Maar één ding maak ik eigenlijk zelden: een taart, net zoals een cake. Voor alle Westerse zoete taarten en cakes op dit blog is BroeR verantwoordelijk. Niet dat ik het niet lust, maar noem het een gezonde zelfbeheersing. Net zoals ik geen koekjes bak of zelfs maar koop. Af en toe maak ik mijn tantes walnotenkoek, als de walnoten weer van de bomen vallen. Het is een oud recept, maar het doet het goed bij gezondheidsadepten, maar persoonlijk noem ik het een lekkere caloriebom.

Iets wat al lang op mijn te-maken-lijstje stond, was rijsttaart. Vooral omdat ik nu eenmaal verzot ben op rijst. Vervolgens was het kwestie van wachten op de juiste gelegenheid. En onlangs diende die zich aan, nl. de verjaardag van een 11-jarige. Waarmee zich een nog uitdaging aandiende: de taart mocht geen gluten bevatten. Met rijst is dat natuurlijk geen probleem, maar voor de bodem had ik in eerste instantie toch echt een dun biscuitdeeg in gedachten. Na even zoeken bleek een taart zonder deeg of zelfs bodem helemaal geen probleem te zijn.

Een rijsttaart zonder deeg bestaat uit eieren, vanille, saffraan, boter, suiker, melk en natuurlijk rijst. Maar wat voor rijst? Dessertrijst? Dat lijkt mij geen rijstsoort, maar een commerciële benaming. Dessertrijst wordt ook gebruikt voor rijstepap, waarin de structuur van rijst niet echt herkenbaar meer is. Maar dessertrijst viel af, ook omdat ik geen rijst koop in een muffe kartonnen verpakking. Ketanrijst (kleefrijst) of risottorijst leken mij een prima alternatief.

Ik koos voor Arborio rijst, een licht klevende rijst uit Italië met grote, bijna ronde, korrels die veel vocht opnemen, maar van binnen wel een beetje stevig blijven. Ik had ook kunnen kiezen voor Carnaroli, met iets grotere en langere korrels, maar ook een wat natter resultaat. Voor een rijsttaart leek mij dat minder geschikt, in ieder geval voor een eerste poging, want dan zou meer bindmiddel (ei) nodig zijn om te voorkomen dat mijn rijsttaart niet stevig genoeg zou worden. Een experiment.

Lees Meer Lees Meer

Oyakodon – een feestje in een kom

Oyakodon – een feestje in een kom

Na een periode van traditionele wintergerechten is een iets lichter gerecht ook weer erg lekker. De Japanse keuken leent zich daar over het algemeen goed voor.

Donburi (letterlijk ‘kom’, ook afgekort tot ‘-don’ als achtervoegsel) is een Japanse ‘rijstkomschotel’ bestaande uit vis, vlees, groenten of andere ingrediënten die samen worden gestoofd in een bouillon en geserveerd over rijst. Donburi is ontstaan begin negentiende eeuw, dus nog voor de openstelling van het land. Donburi maaltijden worden meestal geserveerd in oversized rijstkommen, die ook donburi worden genoemd.  De saus varieert afhankelijk van het seizoen, de ingrediënten, de regio en de smaak. Een typische saus kan bestaan ​​uit dashi (bouillon) op smaak gebracht met sojasaus en mirin (rijstwijn). De verhoudingen variëren, maar er is normaal gesproken drie tot vier keer zoveel dashi als sojasaus en mirin.

Een bekend donburi gerecht is oyakodon, ook wel oyako donburiOyakodon bestaat uit kip gesudderd in dashi, waar ei aan toe wordt gevoegd met lenteui en shichimi togarashi, een mengsel van zeven specerijen, als topping. Oyako betekent ‘moeder en kind’, wat verwijst naar de kip en het ei. Het gerecht werd in 1891 bedacht door de kok van restaurant Tamahide in Tokio. Het restaurant bestaat nog steeds en is intussen meer dan 250 jaar oud.

Een versie zonder kip bestaat ook: tamagodon. Met roerei, al wordt soms het eigeel heel gelaten. Donburi is niet echt onderdeel van de strikte Japanse keuken, het luistert allemaal wat minder nauw. Het lijkt in die zin ook meer op de Chinese keuken.

Lees Meer Lees Meer

Pasulj, Servische bonensoep

Pasulj, Servische bonensoep

In Engeland zegt met easy as pie om aan te geven hoe makkelijk een recept (of iets anders) is. Het Nederlandse equivalent is ‘dat is een eitje’. Onduidelijk is wat precies de herkomst is van die uitdrukking, maar het lijkt niet te maken te hebben met de makkelijke bereidingswijze van het koken of het bakken van een ei. In Servië zegt men prosto kao pasulj, zo makkelijk als pasulj. Pasulj is een bonensoep die in verschillende varianten op de Balkan wordt gegeten. Meestal worden witte bonen gebruikt of kievitsbonen. Als vlees wordt gerookt spek en worst toegevoegd, soms varkenspoot. En zoals de meeste typische wintersoepen gaan er wortels en uien in.

Voor pasulj wordt vaak een pittige worst gebruikt, maar je kunt ook gewoon verse worst gebruiken of zelfs rookworst. Ik koos voor sucuk, een droge gefermenteerde Turkse worst die veel op de Balkan wordt gegeten. Doorgaans wordt sucuk van rundvlees gemaakt, maar in sommige regio’s wordt paardenvlees gebruikt. De meeste sucuk die je in Nederland kan kopen (en soms ook wordt gemaakt) bevat rundvlees. De worst wordt tijdens de bereiding meerdere malen gemalen en krijgt hierdoor een typische structuur die niet vergelijkbaar is met de droge worsten zoals wij die in Nederland kennen, die bovendien meestal van varkensvlees zijn gemaakt. Sucuk wordt niet rauw gegeten, maar gebakken, bijvoorbeeld met ei als ontbijt. Eerder gebruikte ik als sucuk voor de bulgur pilavi. De worst is sterk van smaak, dus overdrijf niet.

Pasulj is een goed gevulde winterse soep, verwarmend en vol met groenten. Doet zelfs een beetje aan onze erwtensoep denken, ook zonder rookworst.

Lees Meer Lees Meer

Surinaamse BB met R

Surinaamse BB met R

Bruine bonen zou je misschien niet direct verwachten in Suriname. Toch is het niet vreemd gezien de lange relatie met Nederland. Gedroogde bonen gingen standaard als voedsel mee op de lange zeereizen van de WIC (het Atlantische broertje van de VOC), zo ook naar Suriname. Het grappige is dat de bruine boon een variëteit is van de gewone boon (Phaseolus vulgaris), die afkomstig is uit Midden-Amerika. Zo vreemd is het dus eigenlijk niet om in Suriname bonen te eten. Naast bonen ging ook gepekeld vlees mee op de zeereizen. Door het vlees te zouten werd de bacteriegroei gestopt en bleef het vlees in tonnen lang houdbaar op de schepen. Gepekeld vlees en bruine bonen vinden elkaar in BB met R, bruine bonen met rijst.

Het zoutvlees, zoals gepekeld vlees in Suriname heet, is mogelijk een combinatie van het pekelvlees uit de Joodse keuken en gepekelde vlees zoals de zeelieden dat meenamen op hun reizen.  Al is de Joodse link niet vanzelfsprekend. Het bekendste Joodse gepekelde vlees is pastrami, populair in New York, waar het in de negentiende eeuw door Roemeense immigranten werd geïntroduceerd. De Roemenen pekelen het vlees niet alleen, ze kruiden het ook. Het zoutvlees in Suriname is doorgaans echter alleen gezouten en niet gekruid. Dat is ook niet logisch, want om het zoutvlees te gebruiken, moet het eerst ontzout worden. Toch is er mogelijk wel een Joodse link: de eerste Surinaamse Joden waren gevluchte Sefardische Joden uit het zuiden van Europa, maar niet lang daarna kwamen ook armere Asjkenazische Joden hun geluk beproeven in Suriname en deze Asjkenazische Joden kwamen oorspronkelijk uit Oost-Europa. Het gebruik van gepekeld vlees zal hen niet vreemd zijn geweest.

Veel Surinaamse gerechten gebruiken meerdere bouillonblokjes en daarmee ook veel zout. Dat kan best wat minder. Gebruik eventueel een bouillonblokje of wat bouillonpoeder en breng het op smaak met zwarte peper en nootmuskaat. Eventueel voeg je een laurierblaadje toe. Je kunt het bouillonblokje ook weglaten. Eerlijk gezegd vond ik de toevoeging van extra zout niet nodig.

Zoutvlees moet je dus eerst ontzouten om het te kunnen bereiden. Snij het vlees in stukken en laat het een kwartiertje zachtjes koken in een bodempje water. Vervang het water en laat het nog eens een kwartiertje zachtjes koken. Vervolgens kun je het verder bereiden. Naast zoutvlees bevat BB met R vaak keukenham, een gepekelde ham die je ook eerst moet ontzouten, stukken kip of… een Hollandsche rookworst.

Lees Meer Lees Meer

Kabeljauw met Creoolse saus en aardappelpuree

Kabeljauw met Creoolse saus en aardappelpuree

Vis. Ik eet het eigenlijk niet vaak genoeg. Misschien omdat ik er niet echt mee ben opgegroeid. Thuis aten we hooguit een gebakken vis van de visboer of een haring. Zout voor de rest van de familie, zuur voor mij. Het eten van vis was niet heel gewoon in Salland, al kan ik mij herinneren dat mijn vader het wel eens had over stokvis. Maar dat was een andere generatie. Als er kermis was, aten we paling. Een echte traditie. Garnalen aten we al helemaal niet thuis. Die leerde ik pas kennen in mijn studententijd, bij de lokale Chinees. Nog weer later zorgde mijn kennismaking met de traditionele Chinese keuken ook voor het eten anders dan alleen een lekkerbekje of een zure haring. Gestoomde dorade en vis in heet-zure saus (uit Sichuan) zijn hier klassiekers geworden. Hete makreel uit Indonesië mag ik overigens niet vergeten. Superlekker bij witte rijst en geweldig op een Surinaams broodje.

Mijn directe kennismaking met de eclectische Surinaamse keuken zorgde ook voor een eerste kennismaking met de Creoolse keuken, een mengeling van Inheemse, Caraïbische, West-Afrikaanse en Europese (met name de Spaanse en Franse) invloeden. De Creoolse keuken is echter niet alleen in Suriname te vinden. Het komt voor in die regio’s waar de slavernij jarenlang een grote rol speelde: het zuiden van de Verenigde Staten, de Caraïbische eilanden en een aantal landen in het noorden van Zuid-Amerika, waaronder Suriname dus. Elke regio heeft zich op een eigen wijze ontwikkeld. Meest bekend is misschien wel de Creoolse keuken van Louisiana in de Verenigde Staten, bij uitstek te vinden in New Orleans. De invloed van de Franse keuken is daar het sterkste. De Creoolse keuken kenmerkt zich door rijke sauzen, het gebruik van lokale kruiden, tomaten en vis en schaal- en schelpdieren. Bekende Creoolse gerechten zijn gumbo, een stoofpot op basis van een roux met vaak zowel vlees als vis, en shrimp creole, garnalen in een rijke tomatensaus, ook wel bekend als Creoolse saus, ‘red gravy’ en sauce piquan.

Shrimp Creole
Shrimp Creole

De Creoolse keuken onderscheidt zich van de Cajunkeuken, onder meer door het veelvuldig gebruik van tomaten en tomatensauzen. De cajunkeuken bevat veel vleesgerechten, zoals het bekende jambalaya, een klassiek eenpansgerecht met rijst, worst en kip, en boudin, een kruidige worst met varkensvlees en rijst. Cajun is na 1755 ontstaan door de komst van de Fransen die door de Britten van Nova Scotia waren verjaagd.

De ‘Heilige Drie-eenheid’

De kern van de cajunkeuken en de Creoolse keuken van Louisiana bestaat uit ui, paprika en selderij in de verhouding 1:1:1.  Het is afgeleid van het Franse mirepoix, een mengsel van uien, wortel en bleekselderij, maar welke wel een andere verhouding heeft, nl. 2:1:1.  Het zou deels ook afgeleid zijn van het Spaanse sofrito, welke oorspronkelijk bestond uit ui en olijfolie, maar waar in de zestiende eeuw tomaat aan werd toegevoegd. De term ‘Heilige Drie-eenhuid’ kwam de vorige eeuw in het overwegend katholieke zuiden van de staat in zwang door de populaire Amerikaanse chefkok Paul Prudhomme.

Aan de basis worden meestal tal van andere ingrediënten toegevoegd als knoflook en gedroogde kruiden als tijm. In de Creoolse keuken van Louisiana worden normaal gesproken geen hele pepers gebruikt, maar gedroogde cayennepeper en hot sauce om de gerechten pittig te maken. De bekendste hot sauce is Tabasco, waarvan de enige fabriek ter wereld in Louisiana staat.

Lees Meer Lees Meer

Bulgur pilavi met sucuk

Bulgur pilavi met sucuk

Bulgur is een van die dingen die in eerste instantie populair werd door de opkomst van de zogeheten groene winkels en andere natuurvoedingswinkels. Net zoals je de eerste bamboematjes en velletjes geroosterd zeewier daar aantrof en pas later gemeengoed werden in de toko’s. Ik was in mijn studententijd en enige jaren daarna vegetarisch. Mijn geluk was dat in het kleine dorp waar ik woonde – tegenover het enige studentenhuis dat het dorp kende – een natuurvoedingswinkel te vinden was. Ik kwam er graag, want ze hadden het vegetarisch alternatief voor saucijzenbroodjes: saitanbroodjes. Veel zogeheten natuurvoeding gebruikte ik overigens niet, ik ontdekte er wel de magie van het maken van sushi, maar een keer waagde ik mij aan bulgur. Niet wetende wat het was en zonder fatsoenlijk recept werd dat geen succes. Maar smaken ontwikkelen als je ouder wordt, net zoals je culinaire bagage. En jaren later, toen ik de ruime schappen met bulgur bij de Marokkaanse super niet meer kon negeren, werd het tijd voor een hernieuwde kennismaking.

Bulgur is een graanprodukt en wordt meestal gemaakt van durum (harde tarwe). Het wordt vooral gegeten in Turkije en de Levant, de oostelijke regio van de Middellandse Zee en is daarmee veel ouder dan de golf van gezondsheidsgoeroe’s die ons sinds de jaren zeventig proberen te overtuigen.  De tarwekorrels worden eerst voorgekookt of gestoomd en daarna vaak gebroken. Grove korrels worden vooral gebruikt voor bulgur pilavi, oftewel rijst van bulgur. In principe hoef je bulgur niet nog eens te koken, weken in heet water is voldoende. Toch kun je het gerust in een gerecht meekoken, zoals hier.

Bulgur pilavi is een heel makkelijk rechttoe-rechtaan recept. Je zet je spullen klaar en alles gaat in één pan. Nog net niet tegelijk.

Lees Meer Lees Meer

Krabbetjes, toen we nog geen spareribs kenden

Krabbetjes, toen we nog geen spareribs kenden

Veel mensen kennen krabbetjes niet, of zijn ze waarschijnlijk vergeten. Het wordt tegenwoordig soms nog aan erwtensoep toegevoegd, maar wij aten het vroeger bij de zuurkool. Gebakken of beter, langzaam gesudderd. Ik at het liever dan rookworst (maar het liefst natuurlijk allebei). In de supermarkt zie je tegenwoordig nauwelijks nog krabbetjes liggen, hooguit als onderdeel van een erwtensoeppakket. Daarom haal ik in de winter bij de groothandel altijd een aantal porties. Uiteraard kun je het ook in de zomer eten, maar net als rookworst horen krabbetjes voor mijn gevoel toch echt bij de winter.

Spareribs en krabbetjes zijn eigenlijk hetzelfde, maar toch niet helemaal. Wanneer de ribbetjes van de lende van het varken worden gesneden, noemen we ze spareribs. Het vlees is mager en mals. In de V.S. worden deze baby back ribs genoemd. De lager gelegen spareribs, ter hoogte van de buik, zijn al wat vetter. Als je nog dichter bij het borstbeen komt, worden de kleine ribbetjes echte ribben, ‘krabbetjes’ genaamd. Er zit meer vlees aan de ribben, wat bovendien stugger is, maar ook wat meer vet. Echte krabbetjes hebben nog een stukje kraakbeen aan het uiteinde, ‘knars’ noemden wij het thuis. Iets wat vroeger gewoon werd opgegeten. Het is gek dat deze varkensribben tegenwoordig niet meer veel gegeten worden, terwijl de variant van de koe, de ‘short rib’, ontzettend populair is, met name bij de liefhebbers van de barbecue. Wonderlijk bovendien, want krabbetjes zijn spotgoedkoop. En dat terwijl je voor short ribs vaak de spreekwoordelijke rib uit je lijf betaalt.

Krabbetjes hebben een langere bereidingstijd nodig dan spareribs en worden gekookt of gestoofd gegeten. Onze moeder stoofde ze vroeger, moddergaar, totdat het vlees bijna van het bot viel. Oh, zo lekker. Maar je kunt ze natuurlijk ook behandelen als het grote broertje van spareribs. Meestal stoom ik mijn spareribs, maar ik twijfel of dat met het dikke vlees van krabbetjes handig is. In de braadplan dus. Wel gemarineerd.

Lees Meer Lees Meer