Archief van
Auteur: Damten

Gobi masala – Bloemkool uit India

Gobi masala – Bloemkool uit India

Met enige regelmaat staat hier bloemkool op het menu. Niet gek, aangezien hier haast met dezelfde regelmaat Indiaas wordt gegeten. Al eerder schreef ik dat Indiase bloemkool niet helemaal hetzelfde is als onze bloemkool. Het is een variëteit die ze in India hebben doorontwikkeld om het bestendig te maken tegen het hete klimaat, maar het blijft natuurlijk bloemkool. Bloemkoolcurry is lekker en niet moeilijk te maken.

Een variant daarop is deze Gobi masala. ‘Gobi’ betekent bloemkool en ‘masala’ kruidenmengsel. Net zoals geen curry hetzelfde is, nat of droog, geldt dat ook voor gerechten met masala in de naam. Hoewel ik wel het idee heb dat masala’s over het algemeen nat zijn, maar dat zal ook haast wel niet. En geen kruidenmengsel is hetzelfde, lokaal en regionaal zullen er verschillende varianten zijn.

Het mooie van al die varianten is dat er geen vaste recepten zijn en dat je vrij kunt variëren met de hoeveelheden, mocht je dat zelf al niet standaard doen. Zelf maak ik recepten een eerste keer zoals ik het heb gelezen. Een volgende keer, als die er komt, kan ik variëren. Vaak blijven de hoeveelheden van meeste ingrediënten wel hetzelfde, maar ik varieer vooral makkelijk met ui, knoflook, gember en chilipepers. Ongeacht de keuken. En bij Indiase gerechten wil ik nog wel eens een schep extra yoghurt toevoegen voor een mooie volle saus.

Uiteindelijk gaat het er namelijk niet om wat het recept voorschrijft, maar wat jij lekker vindt. Het is uiteraard wel fijn als je weet hoe een gerecht ‘hoort’ te smaken, zeker als je het nog steeds onder die naam serveert. Het internet is er vol van, filmpjes en recepten die qua ingrediënten in de verste verten niet meer op het origineel lijken, maar wel onder die naam worden gepresenteerd. En ik ben wel een beetje traditioneel, dus Aziatische recepten die olijfolie gebruiken sla ik over. En doe geen gekke dingen als een kaassaus over je bloemkoolcurry gooien. Als je student bent mag dat, maar zo gauw je bent afgestudeerd, moet het uiteraard afgelopen zijn met zulke uitspattingen.

Een idee is overigens geboren, ik ga eens nadenken over een passende kaassaus voor een bloemkoolcurry. Indiërs eten voor zover ik weet vooral kaas in de vorm van paneer. Kaassauzen zoals wij ze kennen, ben ik in in Indiase recepten nog niet tegengekomen. Het gaat allemaal om de saus dus. Wordt vervolgd!

Terug naar de Gobi masala. De sauzen in de Indiase keuken zijn altijd bijzonder smakelijk. En bij sauzen denken mensen misschien aan vet en ongezond, maar daar is vaak helemaal geen sprake van. Niet alleen lekker met rijst, maar vaak ook gegeten met naan of chapatis. Indiase platbroden zijn overigens al een avontuur op zich. Lekker ook soppen in de verschillende sauzen.

…

Lees Meer Lees Meer

Aardappelcurry

Aardappelcurry

Het jaarlijkse pingpongtoernooi is weer achter de rug. Pfffffff. Twee dagen koken en dan een dag achter de bar en halverwege de middag beginnen met het voorbereiden van het buffet. Er is geen keuken in de sportzaal, dus moet alles met de magnetron worden warm gemaakt. Zelf ben ik principieel magnetronloos, dus ik begrijp die apparaten ook niet. Ik heb dan ook hulp voor de bediening. Ik coördineer en bekommer me om de rechauds en andere zaken. Intussen wordt de bar ook door ons bediend. Zitten is er op zo’n dag nauwelijks bij, ook omdat vanaf een uur of half elf de eerste broodjes worden besteld.

Standaard bestaat de lunch uit Surinaamse puntjes. Dit jaar geen bakkeljauw, dit tot lichte teleurstelling van een aantal bezoekers. Dat had vooral een praktische oorzaak, ik had het gewoon niet slim gepland. Er was echter een prima alternatief en geheel in stijl: warme kip tandoori met een muntraita. Een groot succes, want de kip was als eerste op. Verder was er nog een warm broodje met kaas, gebakken chorizoworst, chipotlemayonaise en een beetje sla. Ook een succes. En voor wie dat allemaal niet lustte waren er broodjes ham-kaas met ijsbergsla en broodjes zelfgemaakte tonijnsalade. Praktisch alle broodjes zijn dan ook opgegaan.

Mensen die een hele dag sporten, storten zich daarna massaal op een buffet. Belangrijkste is dan dat iedereen genoeg te eten heeft en dat bijvoorbeeld niet het vlees al op is als de laatsten aanschuiven. Met beleid pingen heet dat.

Er was voor ieder wat wils. Van zoet tot pittig. De ananas curry was populair en smaakte voor veel mensen anders dan ze hadden verwacht, ook vanwege de pepers. En linzen vinden sommige mensen toch een beetje eng, maar veel die de dahl hebben gegeten, gingen voor een tweede portie. Verrast waren mensen door de champignoncurry, die ietwat zoetig smaakt en mooi contrast vormde met de andere gerechten. Ik geloof niet dat iemand wat tekort is gekomen.

Als je twee dagen boven de pannen hebt gehangen, dan heb ik nooit veel honger, maar wel heb ik wat van de aardappelcurry gegeten. Zo lekker namelijk.

Gerechten bereiden voor 26 man zorgt voor de nodige uitdagingen. Simpelweg alle hoeveelheden vermenigvuldigen werkt gek genoeg niet voor alle recepten en vanzelf ga je wat meer op gevoel koken. Met name met specerijen moet je oppassen dat niets overheerst.

De aardappelcurry eet ik vaker en heb ik gelukkig ook als normaal recept… Het makkelijkste is het om voorgeschilde aardappelen te gebruiken, die ook al zijn voorgekookt. Maak je een klein pannetje, dan schil je gewoon een paar vastkokende aardappelen, anders doe je net als ik en koop een paar zakken voorgekookte aardappelen.

…

Lees Meer Lees Meer

Gebakken rijst met snijbonen en omelet

Gebakken rijst met snijbonen en omelet

De terugkerende lezer op Reutel heeft allang door dat ik met Reutel in het reine probeer te komen met de groenten en gerechten uit mijn jeugd. De voorbeelden zijn legio: spruitjes, tomaten, hutspot, champignons, bloemkool, andijvie en niet te vergeten: snijbonen. Over de vele maaltijden slabonen hoorde je mij echter nooit klagen. Nog steeds zijn slabonen een van mijn favoriete groenten.

Wie nu denkt dat mijn jeugd kommer en kwel was als het gaat om eten, slaat de plank volledig mis. Ik heb geweldige herinneringen aan zuurkool met rookworst of krabbetjes, stampot rauwe andijvie, de zondagse maaltijden met nasi van de slager en een kippenpoot of de zaterdagse pannenkoeken, balkenbrij of zelfgebakken patat. De sucadelapjes, zo mals, of de gehaktballen. Zelfgemaakte erwtensoep en groentesoep. Bietjes en rode kool at ik ook graag. En zo zijn nog genoeg dingen te verzinnen die ik met veel plezier at.

Met snijbonen was er echter iets wonderlijks aan de hand. Want, wie kent het niet, de gietijzeren snijmachine die aan de keukentafel werd bevestigd, waarna de snijbonen in dunne reepjes werden gesneden. Elke keer weer een leuk klusje waar ik regelmatig mee mocht helpen. En dan een uur later de teleurstelling als diezelfde snijbonen op mijn bord lagen. Hoe een kinderbrein werkt. Van extase naar diepe teleurstelling in een zucht. Ik hield namelijk helemaal niet van snijbonen. Vooral het mondgevoel vond ik vreselijk en daarmee smaakten die boontjes natuurlijk ook niet lekker.

Maar een volgende keer stond ik weer met het grootste plezier die snijbonen te snijden. Nietsvermoedend.

Vanaf mijn studietijd heb ik snijbonen heel lang links laten liggen. Dankzij Fuchsia Dunlop ben ik weer begonnen met het eten van snijbonen, roergebakken uiteraard. Ik zal het recept nog eens plaatsen. Onderstaand recept bedacht ik in coronatijd, toen boodschappen doen lang niet altijd vanzelfsprekend was.

Het is eenvoudig en heel smaakvol. …

Lees Meer Lees Meer

Champignoncurry

Champignoncurry

Het jaarlijkse pingpongtoernooi nadert. En dat betekent dat ik weer een menu mag bedenken. En ook maken trouwens. Het is een jaarlijks terugkerende uitdaging die ik met veel plezier aanga. De voorbereiding is de grootste lol. Als ik twee dagen in de keuken sta om te koken voor 30 man vraag ik mij wel af waar ik aan begonnen ben. Elk jaar weer. Het is de voldoening achteraf die het harden werken het waard maakt. En de enthousiaste reacties uiteraard.

Uiteraard zijn er altijd wel een paar moeilijke eters of soms zelfs een echte hork, maar die laat ik de pret niet bederven. En het is soms een beetje begeleiden. Het is een buffet, dus iedereen schept zelf op. Maar toen er twee jaar geleden spareribs waren, heb ik ze uitgeserveerd. Je weet maar nooit…

Het eten zelf is nooit vlak van smaak, maar ook nooit echt pittig, op een enkel gerecht na. Daar zijn sambals en andere smaakmakers voor. Iedereen kan het dan zelf bepalen.

De afgelopen jaren verzorgde ik een barbecue met alles erop en eraan, kookte Indiaas, Mexicaans, Sichuan en Surinaams. Logischerwijs zou ik nu een keer Indisch of Koreaans moeten koken. Alleen is Koreaans voor sommige mensen misschien net een stap te ver. Je leert je eters kennen zeg maar. Indisch stond mijn hoofd niet naar.

De uitdaging dit jaar leek er te komen doordat iemand glutenvrij moet eten. Dan is de mogelijkheid om voor die persoon apart gerechten te maken, of we gaan volledig glutenvrij. Dat gaat makkelijker dan je denkt. Zeker als er Indiaas gekookt wordt! En daarmee was de keuze voor dit jaar gemaakt. Zonder naan of paratha is er geen enkele gluut in zicht. En die uitdaging zou ik wel hebben bij Surinaams of Chinees eten. Of Mexicaans. Indisch was dus ook nog even in overweging, maar parkeer ik voor een ander jaar. En de Chinese keuken biedt ook genoeg om daar nog eens een buffet mee te maken.

Maar dan het menu, het buffet. Indiaas eten is lekker, maar kan ook heel bewerkelijk zijn. De ervaring leert ook dat de gemiddelde pingponger geen fijnproever is, met het gevaar dat subtiliteiten al snel verloren gaan. Het gaat tenslotte om hongerige sporters. Gerechten die uren nodig hebben, zijn bovendien helemaal niet praktisch als je voor 30 man moet koken.

Ga ik van te voren zeggen dat het glutenvrij is? Zeker niet, want daar gaan sommige mensen over mopperen. Glutenvrij is voor hen net zo iets vreselijks al vegetarisch. Ik ga ze dus eens testen dit jaar, want op een enkel gerecht met kip is alles zonder vlees. Wel nog een eiergerecht.

Het menu dit jaar: ananas curry, Kerala masala eieren, zoetzure balti kip, saag paneer, wortelcurry,  aardappelcurry, gebakken rijst met uien en raita. Ik denk dat er nog wel een dal bijkomt. En in ieder geval deze superlekkere champignoncurry.

…

Lees Meer Lees Meer

Manti met spinazie en zalm tikka

Manti met spinazie en zalm tikka

Af en toe is het wel lastig hoor, eten met je geweten. Met groente en fruit heb ik daar niet zo’n moeite mee, gewoon de seizoenen volgen en je eten bij voorkeur niet met een vliegtuig of boot laten overkomen. Al mag je daar voor jezelf wel een oogje dicht knijpen, in alle redelijkheid uiteraard, want anders moeten we afscheid nemen van bijvoorbeeld bananen.

Voor vlees en vis wordt het al wat lastiger. Biologisch vlees is over het algemeen een stuk duurder en voor vis wordt het ook niet makkelijker. Afgezien van hoge prijzen door brandstofproblemen, wordt veel vis overbevist, met alle nodige problemen tot gevolg. En wie denkt dat de Atlantische zalm via de reguliere visvangst wordt gevangen, komt ook bedrogen uit. De meeste zalm die wij eten komen uit reusachtige visnetten die in de fjorden bij Noorwegen in zee hangen. Daar wordt gekweekte vis verder opgekweekt. Heel natuurlijk doet het niet aan wie de beelden wel eens heeft gezien. Wie echte gevangen zalm wil eten, moet Wilde zalm kopen. Ietsje duurder dan ook weer. Dus ik hou het maar bij gekweekte zalm als alternatief. Mijn geweten schuif ik een dagje vooruit. Ik doe mijn best.

We weten het niet meer, maar eeuwenlang werd in Nederland zalm gegeten die hier gevangen werd. De Zuiderzee, nu het IJsselmeer, was lang het overgangsgebied tussen het zoete rivierwater en het zoute zeewater, ideaal voor de Atlantische zalm. Al in de dertiende eeuw is er sprake van visrechten voor de zalm. Aanvankelijk werden de zalmen gevangen in fuiken, maar in de zestiende eeuw werden lange drijfnetten achter de boten geïntroduceerd. En ook toen was zalm al een luxe vis die duurder was dan de gewone haring.

De handel was verdeeld in vier categorieën van zalm die in verschillende perioden van het jaar gevangen werden.. De Sint-Jacobszalm, die werd gevangen rond 25 juli, Sint-Jacobsdag. Het betrof voornamelijk 1-jarige zeezalm van 2 tot 2,5 kg. De Kleine zomerzalmen betroffen zowel mannetjes als vrouwtjes en hadden 2 zeejaren achter de rug en wogen tot zo’n 7,5 kg. De Winterzalmen waren alle vrouwtjes met 3 of meer zeejaren. Deze zalm was zeer vet en woog gemiddeld 10 tot 11 kg, maar grotere en dus zwaardere vissen kwamen ook voor. De Grote Zomerzalmen waren ook alleen vrouwtjes van 3 of meer zeejaren en wogen ook 10 tot 11 kg. [1]

Verzilting van de Zuiderzee en in de negentiende eeuw de komst van sluizen, stuwen en watermolens in de Gelderse IJssel bemoeilijkten de migratie van de zalm. Met uiteindelijk het einde van de ‘Nederlandse’ zalm. Een variant op de manti met kip. …

Lees Meer Lees Meer

Freestyle bonenmaaltijd (II)

Freestyle bonenmaaltijd (II)

Bonen, met dank aan de Schijf van Vijf weer in de aandacht. De Schijf van Vijf legt de aandacht op wat gezond is met een focus op duurzaamheid. Ik heb het op de dag van de presentatie de hele dag op de radio aangehoord.

Niks mis natuurlijk met gezond eten en aandacht voor duurzaamheid. Ik probeer mij daar zelfs een beetje aan te houden. Een beetje, want ik eet graag vlees. Niet eens elke dag, maar maximaal 300 gr vlees per week haal ik niet. Ruim niet, durf ik te bekennen.

Dat komt ook omdat ik vleeswaren als broodbeleg eet. Naast kaas eigenlijk mijn enige broodbeleg. Zoetigheid op brood is niet aan mij besteed. Lastig dus. Nog even los van de suikerdiscussie. Keer op keer werd herhaald dat de Schijf van Vijf bedoeld is als richtlijn en geen verplichting is. Dat is maar goed ook, want anders wordt het wel heel lastig om mensen te overtuigen. En geef toe, het is gek als je haricots verts uit Kenia komen. Neem gewoon Nederlandse sperziebonen. Eet lokaal, dat is al een goed begin voor de duurzaamheid.

Zelf had ik wat moeite met de herhaalde betogen te kiezen voor vleesvervangers. Vleesvervangers zijn namelijk niet per se gezond, afgezien van het feit dat ik de meeste simpelweg niet lekker vind. Ze bevatten ten eerste vaak veel zout, maar zijn ook een goed voorbeeld van bewerkt voedsel. En daarvan weten we ook dat het niet gezond is. Het botst dus een beetje. En dat hoorde je tussen de regels door. En ook dat snap ik. Hoewel dagelijks een portie vlees pas een paar generaties gewoon is voor de meeste mensen, wil niemand iets inleveren. Dat past ook wel een beetje bij de tijdsgeest volgens mij. We zijn zo gewend aan alle luxe die vorige generaties voor ons voor elkaar hebben gekregen, dat we maar moeilijk een stapje terug kunnen doen. We moeten en zullen dat stukje vlees eten. Alsof het een verworven recht is. En dat is het natuurlijk niet.

Terug naar de bonen. Die worden aanbevolen als alternatief voor vlees. Want bonen bevatten eiwitten, net als vlees. Of moet ik proteïne zeggen, dat is het toverwoord tegenwoordig. Glutenvrij is blijkbaar uitgewerkt als marktmodel, havermelk heb ik (gelukkig) ook al een tijdje niet meer gehoord, dus we gaan nu massaal voor producten met proteïne, want eiwitten verkopen blijkbaar niet.

Het is wonderlijk hoe mensen zich soms laten verleiden door reclames. Proteïne rijke melk, blikjes vis met proteïne waarvan het percentage alleen maar hoger is omdat er minder water in zit dan bij de gewone versie, proteïne rijke snacks (snacks, het woord zegt het al, lekker, maar niet gezond) en ga zo maar door. Terwijl je maar zo’n 60-80 gr goede eiwitten per dag nodig hebt. Extra eiwitten zijn niet per se schadelijk, maar je hebt er weinig aan. Je betaalt er echter wel voor.

Maar nadenken over eten doen mensen steeds minder blijkt wel. Getuige ook de toenemende schapruimte in de supermarkt voor verse kant-en-klaar maaltijden. Gemak dient de mens. Het is makkelijker als andere mensen voor je bepalen hoe je eten smaakt. Of niet?

Genoeg geklaag! Tijd voor een bonenmaaltijd. Met vlees. Omdat ik er zin in had. Makkelijk te maken bovendien. Ik gebruik graag chorizo-worstjes, maar je kunt ook gewone chorizo gebruiken of eventueel verse worst. In dat laatste geval zou ik een theelepel witte peper toevoegen.

…

Lees Meer Lees Meer

Curry van prei

Curry van prei

Prei, ik at het vooral als roerbakgroente. Lekker met gebakken rijst. Vroeger aten we het thuis als op zichzelf staand groentegerecht, maar daar heb ik niet veel herinneringen aan, behalve dat het nattig was en dat ik er niet kapot van was. Jaja, moeilijke eter. Ik denk dat we ze gekookt aten. De medeblogger heeft er een levenslange aversie aan over gehouden. En dat is toch jammer, want ik denk dat hij een prasopita, de Griekse preitaart, zeker kan waarderen.

Prei behoorde 4.000 jaar geleden al tot het Egyptische dieet en ook in Mesopotamië werd prei verbouwd. Rauwe prei zou de favoriete groente zijn geweest van een van de meest wrede Romeinse keizers, Nero, die het at in zijn soep of in de olie. Nero dacht dat het eten van prei zijn stem ten goede kwam. Zijn consumptie van de groen-witte stengels was blijkbaar dusdanig dat het hem een bijnaam opleverde: Porrophagus oftwel ‘prei-eter’.

Feit is dat prei veelzijdiger is dan alleen de functie van groen sliertje in de bami van de lokale Chinees.

Prei leent zich bijvoorbeeld ook heel goed voor een makkelijke en smakelijke curry. Kruidig en zoetig. …

Lees Meer Lees Meer

Tuinerwtensoep India-stijl

Tuinerwtensoep India-stijl

Plots ben ik weer in de ban van Indiaas eten. Kruidig door tal voor geurende specerijen en warm van smaak. Of je nu vegetarisch bent of een volhardende vleeseter, de rijke Indiase keuken heeft genoeg te bieden.

Indiase recepten hebben vaak een lange lijst met ingrediënten, maar laat dat vooral niemand tegenhouden. De bereiding is in veel gevallen eenvoudig, misschien met een paar extra stappen, maar vraagt niet vaak om lastige kooktechnieken. Af en toe heb je misschien wat ingrediënten nodig waar je toch echt even een toko voor moet bezoeken, maar dat lijkt mij geen straf.

Het meest makkelijk zijn doorgaans de natte curry’s. Eten dat zich als het ware bijna zelf bereidt. Toen ik India was viel mij op dat curry’s daar vaak geen curry worden genoemd. Het was kip met ‘gravy’ of ‘vegs with gravy’. Als ik vroeg wat iets was, kreeg ik meestal als antwoord het ingrediënt met de toevoeging ‘with gravy’. Gevolgd door ‘it’s very nice, taste it’. Dat laatste klopte trouwens, want ik heb niks gegeten wat niet lekker was. Terwijl ik, zeker met de groenten, lang niet altijd wist wat het precies was. Vlees of vis was vaak maar een klein onderdeel van de gerechten, tenzij je in een op toeristen gericht restaurant of hotel zat. Maar ook dan waren het nog niet de hoeveelheden die we in het westen intussen gewend zijn. Intussen, want tot een jaar of tachtig geleden at het merendeel van de bevolking in Nederland vaak alleen op zondag vlees. En vis op vrijdag. Tenzij er kippen of varkens gehouden werden, dan wat vaker. Maar het begrip barbecue, waar vlees bijna op borden gestapeld wordt, moest nog uitgevonden worden. Ik geef toe, ik vind vlees best lekker. Maar betrap mezelf er af en toe op dat het soms ook wel wat minder kan. Een blik op andere eetculturen kan daarbij helpen.

Typisch voor de Indiase keuken is het gebruik van komijnzaad, mosterdzaad, curryblaadjes en kurkuma. Gebruik je deze ingrediënten, dan ben je al goed op weg. Doe daarbij ui, knoflook en gember, dan kan je bijna niet meer mis. Net als garam masala, een mengsel van specerijen. Overigens bevatten sommige Indiase gerechten asafoetida (of hing poeder), de bewerkte hars die wordt afgescheiden door de wortelstok van een lid van de schermbloemenfamilie. En in die recepten zal ui en knoflook ontbreken. Dat heeft te maken dat bepaalde religieuze groepen in India geen wortels eten of knoflook beschouwen als een verboden afrodisiacum. De fameuze Nederlandse naam voor asafoetida is overigens Duivelsdrek, wat iets zegt over de sterke geur…

De tomaat en peper, beiden niet oorspronkelijk, hebben de Indiase keuken overigens ook behoorlijk beïnvloed. Beiden vind je veelvuldig terug in tal van recepten. Tomaat doet het bijvoorbeeld goed in natte curry’s. In het eindresultaat totaal onherkenbaar, maar vaak bevatten curries de nodige groenten. Vandaag geen curry, maar een soep. Ik wilde al langer eens een soep maken van tuinerwten. Ertwensoep of ‘pea soup’ wordt doorgaans gemaakt met spliterwten. Maar waarom niet een versie met verse erwten? En die moest dan wel Indiaas naar mijn idee.

Tuinerwten, het oudere broertje van de doperwt. De suikers zijn omgezet in zetmeel met als resultaat een iets minder zoete erwt die wat steviger is.

…

Lees Meer Lees Meer

Koolvisfilet in zoetzure saus

Koolvisfilet in zoetzure saus

Het was weer tijd om een glutenvrije maaltijd te bedenken. Op zich niet moeilijk, maar het is altijd goed de ingrediënten te checken bij een recept. Op de een of andere manier kwam ik niet tot iets naar mijn zin, totdat ik bedacht dat de vriendin in kwestie dol was op vis, maar dat niet zo vaak eet als ze zou willen.

Een van mijn favoriete visgerechten is Sichuan vis in heetzure saus. Helaas bevat de chilibonenpasta tarwe. Hoewel ik al eens een alternatief bedacht voor in de hotpot. Maar die had ik nog niet voor mezelf uitgeprobeerd met vis. Dat eerst maar eens doen. Maar het bracht me wel op een idee: vis in zoetzure saus.

Vis is echter niet goedkoop. Zeker anno 2026 niet. Dat heeft verschillende oorzaken. Deels door schaarste of dreigende schaarste. Een gevolg van overbevissing en ook van het veranderende klimaat. De zee wordt warmer en sommige vissen worden plots bedreigd door vissen uit meer zuidelijke wateren. En daarnaast zijn er stijgende brandstofkosten als gevolg van onzinnige oorlogen. Sommige vissersboten varen al niet meer uit omdat de kosten niet meer opwegen tegen de baten.

Er zijn misschien goedkopere alternatieven voor de traditionele witvis als kabeljauw die we graag eten, zoals tilapia en pangasius. Maar dit zijn kweekvissen waarvan we lang niet altijd goed weten onder welke omstandigheden deze vissen worden gekweekt, maar wel weten dat de kweekmethoden een zware belasting leggen op het milieu.

Van oudsher is kabeljauw in Nederland de meest gegeten witvis, maar vanwege de kosten is koolvis al jaren een alternatief. Werd vroeger kibbeling standaard van kabeljauw gemaakt, tegenwoordig is dat vaker een andere witvis als koolvis. Koolvis is vergelijkbaar met kabeljauw, misschien iets zachter van smaak, maar ook stevig. De vis valt niet zo snel uit elkaar. Koolvis is vooral bekend van de blokken vis, per vier verpakt, of als de vis in vissticks. Of in de kibbeling bij de visboer. Ook als filet is het tegenwoordig vaker te verkrijgen. En betaalbaar, wat fijn is als je vis lekker vindt en af en toe wilt eten. Het is bovendien een magere vis. Dus ook gezond. Al zijn sommige vette vissoorten op hun beurt ook gezond. Maar sommige daarvan, zoals de makreel, hebben het zwaar en een vangstverbod dreigt als er geen maatregelen worden genomen. Sommige supermarkten verkopen om die reden al geen makreel meer. Jammer, want hete makreel uit de Indonesische keuken is een van mijn favoriete beleggen voor broodjes.

Maar koolvis is dus een prima alternatief voor wie af en toe vis wil eten, zonder zijn portemonnee meteen om te hoeven keren. …

Lees Meer Lees Meer

Manti met pittige kip, spinazie en een yoghurtsausje

Manti met pittige kip, spinazie en een yoghurtsausje

Manti is een dumpling, een gevouwen deeghapje met een vulling van vlees, groente of een combinatie. Het laat zich raden dat er vele varianten bestaan, ook in naam, langs de oude Zijderoute tussen China en de regio rond Turkije, waar manti wordt gegeten. Waar de oorsprong ligt is onduidelijk, maar over het algemeen neigt men naar China. China, het land van de dumplings, kent ook weer verschillende varianten. Wat ze gemeen hebben is dat die dumplings over het algemeen groot en dus flink gevuld zijn. In tegenstelling tot de Turkse manti die kleiner is. En in Turkije is de manti vaak gevuld met lamsvlees.

Kenmerkend voor de Turkse regio lijkt ook het gebruik van een yoghurtsausje te zijn. Dat kennen ze in landen als India en Pakistan weliswaar ook, denk maar aan raita, maar dat lijkt dan weer een Perzische oorsprong te hebben. Daarover een andere keer meer. India zelf kent behalve de samosa geen dumplings, maar ze eten er graag momos, afkomstig uit Tibet en Nepal, die dan weer verdacht veel op Chinese dumplings lijken. Samosa lijkt daar dan weer niet op, vooral omdat die gebakken of gefrituurd wordt, terwijl de manti gekookt of gestoomd wordt. Het is om het even zou je misschien zeggen, maar het levert wel een compleet andere dumpling op.

Het schijnt een heidens karwei te zijn om de Turkse manti te maken. Dat heeft ook te maken met de vorm. Want hoewel ze ook Turkse ravioli worden genoemd, volgens het alwetende internet, is de Italiaanse tegenhanger relatief makkelijk te maken. Een lap deeg, kleine hoopjes met vulling, een tweede deellaag erop en vervolgens snijden. Klaar. Manti, in bijna elke vorm vraagt meer werk, aangezien elke dumping, van klein tot groot handmatig zijn vorm krijgt. Ik zie voor me hoe Turkse oma’s eindeloos kleine manti vouwen. Zoals Italiaanse nonna’s met eindeloos geduld tortellini maken. Want tortellini heeft meer overeenkomsten met manti dan ravioli lijkt me.

Nu kent de Turkse manti een bijzondere variant, namelijk de boş mantı, oftewel een lege manti. Een dumpling zonder vulling! En ineens lijkt het op Italiaanse pasta. Behalve dat Italiaanse pasta gemaakt wordt van durumtarwe, een harde tarwe, die de Italiaanse pasta zijn kenmerkende stevige bite geeft. Dit in tegenstelling tot de Turkse manti, die een veel zachtere bite heeft, ook de gedroogde versie na het koken. Misschien ligt daar ook wel mijn persoonlijke voorkeur voor Aziatische noedels in plaats van Italiaanse pasta. Nog afgezien van het grote verschil in kruiden, specerijen en alle andere smaakmakers. Pasta en manti, allebei gemaakt van tarwe, maar met twee verschillende eetervaringen.

…

Lees Meer Lees Meer