Archief van
Categorie: Aardappel

Aardappelcurry

Aardappelcurry

Het jaarlijkse pingpongtoernooi is weer achter de rug. Pfffffff. Twee dagen koken en dan een dag achter de bar en halverwege de middag beginnen met het voorbereiden van het buffet. Er is geen keuken in de sportzaal, dus moet alles met de magnetron worden warm gemaakt. Zelf ben ik principieel magnetronloos, dus ik begrijp die apparaten ook niet. Ik heb dan ook hulp voor de bediening. Ik coördineer en bekommer me om de rechauds en andere zaken. Intussen wordt de bar ook door ons bediend. Zitten is er op zo’n dag nauwelijks bij, ook omdat vanaf een uur of half elf de eerste broodjes worden besteld.

Standaard bestaat de lunch uit Surinaamse puntjes. Dit jaar geen bakkeljauw, dit tot lichte teleurstelling van een aantal bezoekers. Dat had vooral een praktische oorzaak, ik had het gewoon niet slim gepland. Er was echter een prima alternatief en geheel in stijl: warme kip tandoori met een muntraita. Een groot succes, want de kip was als eerste op. Verder was er nog een warm broodje met kaas, gebakken chorizoworst, chipotlemayonaise en een beetje sla. Ook een succes. En voor wie dat allemaal niet lustte waren er broodjes ham-kaas met ijsbergsla en broodjes zelfgemaakte tonijnsalade. Praktisch alle broodjes zijn dan ook opgegaan.

Mensen die een hele dag sporten, storten zich daarna massaal op een buffet. Belangrijkste is dan dat iedereen genoeg te eten heeft en dat bijvoorbeeld niet het vlees al op is als de laatsten aanschuiven. Met beleid pingen heet dat.

Er was voor ieder wat wils. Van zoet tot pittig. De ananas curry was populair en smaakte voor veel mensen anders dan ze hadden verwacht, ook vanwege de pepers. En linzen vinden sommige mensen toch een beetje eng, maar veel die de dahl hebben gegeten, gingen voor een tweede portie. Verrast waren mensen door de champignoncurry, die ietwat zoetig smaakt en mooi contrast vormde met de andere gerechten. Ik geloof niet dat iemand wat tekort is gekomen.

Als je twee dagen boven de pannen hebt gehangen, dan heb ik nooit veel honger, maar wel heb ik wat van de aardappelcurry gegeten. Zo lekker namelijk.

Gerechten bereiden voor 26 man zorgt voor de nodige uitdagingen. Simpelweg alle hoeveelheden vermenigvuldigen werkt gek genoeg niet voor alle recepten en vanzelf ga je wat meer op gevoel koken. Met name met specerijen moet je oppassen dat niets overheerst.

De aardappelcurry eet ik vaker en heb ik gelukkig ook als normaal recept… Het makkelijkste is het om voorgeschilde aardappelen te gebruiken, die ook al zijn voorgekookt. Maak je een klein pannetje, dan schil je gewoon een paar vastkokende aardappelen, anders doe je net als ik en koop een paar zakken voorgekookte aardappelen.

Lees Meer Lees Meer

Zalm tikka met masala hutspot

Zalm tikka met masala hutspot

Hutspot, een typisch Nederlands gerecht, dat voor velen staat voor de eenvoud en volgens sommigen saaie Nederlandse keuken. Nu bestaat hutspot uit drie ingrediënten met daarbij vlees. Soms wordt laurier als smaakmaker toegevoegd. Hutspot is van oorsprong een vrij algemene naam voor een gemengde stamppot die bestond uit verschillende ingrediënten, maar kennen we tegenwoordig als een combinatie van aardappelen, uien en wortelen.

De bekendste hutspot uit de Nederlandse geschiedenis is de hutspot die de Spanjaarden zouden hebben achtergelaten nadat zij in 1574 het beleg van Leiden moesten opgeven. Dat gerecht was echter niet met aardappel, maar met pastinaak. De aardappel was toen nog maar net in Europa geïntroduceerd door de Spanjaarden, die deze knol hadden meegenomen uit de Amerika’s.

De hutspot met de aardappel werd pas populair in de negentiende eeuw, toen de voedzame aardappel aan een grote opmars begon als basisvoedsel. Langzamerhand ontstonden er ook steeds meer varianten.

Ik kan mij de hotspot uit mijn jeugd nog redelijk voor de geest halen. De hutspot was wat nattig, wat er op duidt dat onze moeder de uien en wortelen samen met de aardappelen kookte en vervolgens stampte. De lauriersmaak kan ik mij ook nog wel herinneren, zoals vaak ook wordt gebruikt in stoofgerechten. Als vlees aten we er meestal braadworst bij of een botermals sucadelapje, dat fleurde de wat flauwe hutspot enorm op. De rest van het gezin gebruikte ongetwijfeld jus, maar daar hield ik niet van, wat de reden waarschijnlijk ook was dat mijn hutspot wat flauw was. Ik was de moeilijke eter thuis, weet u nog?

Met een goeie stamppot is helemaal niks mis. Om de hutspot wat meer smaak mee te geven kun je Surinaamse masalakruiden gebruiken, want de combinatie van aardappel en masala is natuurlijk geweldig. Denk maar aan met masala doortrokken aardappelen in een roti maaltijd. Je traditionele hutspot krijgt hierdoor een heel warme smaak.

Als vlees wordt bij hutspot vaak klapstuk gegeten, een stuk goed doorregen rundvlees. Maar riblappen of sucade komt ook voor. En bij ons vroeger dus ook braadworst. Maar je kunt er natuurlijk ook gebakken vis bij eten. Bijvoorbeeld zalm. Niet meteen de goedkoopste vis, maar met een passende marinade wel een lekkere combinatie met masala hutspot. Een frisse raita maakt het dan helemaal af. De raita past bij de vis én bij de masalahutspot.

Lees Meer Lees Meer

Champignons in een beetje zoete, een beetje zure, een beetje hartige saus

Champignons in een beetje zoete, een beetje zure, een beetje hartige saus

‘Eet jij champignons?’ Na 30 jaar bleek mijn vroegere aversie tegen champignons zo’n indruk gemaakt te hebben, dat men oprecht verbaasd keek dat ik ze nu wel at. Ik geef toe, ik was waarschijnlijk de moeilijke eter thuis. Als we de prei-fobie van de medeblogger even buiten beschouwing laten. Ik hield niet van witlof (nog steeds niet trouwens), papperige andijvie (dat ging niet alleen over de smaak maar ook over de structuur), tomaten en tomatensaus (tomatensoep lustte ik wel) en natuurlijk champignons (ook weer smaak en structuur). Andijvie en witlof kwam ik echter niet onderuit, dat moest ik gewoon eten. Ondanks mijn pruillip keer op keer. Maar tomaten, tomatensaus en champignons bleven mij bespaard.

Met die andijvie en tomatensaus en is het gelukkig nog goed gekomen. En met die champignons ook. Al heeft dat zeker 20 jaar geduurd. Onder invloed van vrouwelijk schoon denk ik. Want er zijn momenten in een leven dat je je niet laat kennen natuurlijk. Waar je als kind mokkend en luid protesterend aan tafel zat als het je niet beviel, waren dat later momenten waarna je zei dat je erg lekker had gegeten. Zo ging het overigens ook met tomatensaus bedenk ik mij nu. Er werd voor mij gekookt, nota bene in mijn eigen keuken. Ik wist niet wat, maar toen ik de keuken in kwam lopen, werd er glimlachend in een grote pan pastasaus geroerd. Durf dan nog maar eens te zeggen dat je niet van tomatensaus houdt! De liefde van de man gaat door de maag…

Hoe ik toch champignons ben gaan eten, weet ik eigenlijk niet meer. Het zouden zomaar gefrituurde champignons met een knoflooksaus kunnen zijn. Die knoflooksaus, toen al zelfgemaakt, zal mij over de streep hebben getrokken. Ik ga van die gefrituurde champignons eens een recept opzoeken. Heb ik heel lang niet gegeten.

Maar wat is de herkomst van champignons eigenlijk? Dat lijkt Frankrijk te zijn, zoals de herkomst van het woord champignon. In het Frans het woord voor paddestoel, terwijl DE champignon daar champignon de Paris wordt genoemd. Rond 1670 begon de tuinman van koning Lodewijk XIV met de teelt van champignons in openluchtbedden in Versailles. Die werden zo populair, in eerste instantie uiteraard bij de hogere klassen, dat begin negentiende eeuw massaal champignons werden gekweekt in ondergrondse steengroeven ten zuiden van Parijs. Dat gebeurde daar om ze beter te beschermen tegen het barre weer. De eerste ideeën om de paddenstoelen te bevochtigen en te beluchten werden er geboren. En aan het eind van de negentiende eeuw waren er alleen al in Parijs honderden producenten.

In Nederland werden voor het eerst in 1825 in Haarlem champignons geteeld en vanaf 1900 in grotten in Valkenburg en Maastricht. Na de oorlog ontstonden de eerste bovengrondse kwekerijen. Tegenwoordig worden champignons in Nederland gekweekt op paardenmest, stro uit de tarweteelt en slachtkuikenmest. Het is dus geen slecht idee om ze even goed schoon te borstelen voordat je ze gaat eten. Dat het een serieuze industrie is, blijkt wel uit het feit dat Nederland na de Verenigde Staten, China en Polen op een vierde plaats in de wereld staat als het gaat om de productie van paddenstoelen.

Ik wilde de familie eens verrassen met champignons. Ten eerste omdat ze dat niet zouden verwachten, maar ook omdat champignons heel lekker kunnen zijn als bijgerecht. Vooral kleine champignons, kleine smaakbommetjes zou de medeblogger zeggen. De rest van de maaltijd had een Aziatisch thema, zoals vaker, dus een zoet-hartige saus voor de champignons zou goed passen.

Lees Meer Lees Meer

Sneeuw, wedges, partjes en saus

Sneeuw, wedges, partjes en saus

Echte sneeuw in de eerste week van 2026, ruim 15 centimeter hoog opgestapeld in onze directe omgeving. Alles weggeruimd zodat iedereen veilig kon lopen. Ligt er de volgende ochtend gewoon weer een hele dikke laag. Sneeuwballensneeuw ook nog eens. Auto sneeuwvrij aan het maken en dan halverwege uitgedaagd worden door de nog op de basisschool zittende jonge overburen. Geweldig. Auto was sneeuwvrij aan het einde van het gevecht. Die sneeuw lag nu aan de overkant van de straat.

Echt lange files ook in het begin van 2026, door de sneeuw. Rijden maar vooral stilstaan in een witte, soms gladde wereld. Minder fijn.

Sneeuw geeft inmiddels een echt ouderwets wintergevoel. Dat doet iets met je state-of-mind. Dan eten wij voor zeker echte winterrecepten. Iets met zuurkool, stoofpotten en/of ovengerechten. Van die dingen. Engadin maken en opeten. Wel fijn.

Op Reutel staan onder andere recepten voor aardappel waaiers (uit Zweden), opperdoezers met prei (uit Nederland), geplette aardappels (uit de vroegmoderne tijd), een aardappeltaartje met spek en kaas, en nog wel wat meer. Recepten met verschillende presentaties en bereidingen van de aardappel. Aardappels zijn heel veelzijdig. Aardappels zijn heel lekker.

Dit keer een regelmatig terugkerende maaltijd in ons huis. Met lekkere aardappels uit de oven. Want wij eten zeer regelmatig aardappels uit de oven. In een frequentie die veel hoger ligt dan de frequentie waarmee we op Reutel een recept met die aardappelen publiceren. Dat komt mede doordat die aardappel recepten veel op elkaar kunnen lijken.

Maar dus toch weer een keer een recept van aardappels uit de oven, dit keer in de vorm wedges, zoals ook veel Nederlandse kookblogs schrijven. Die vorm voldoet niet helemaal aan de definitie van het woord wedge in Engelse woordenboeken, want dan moet het recht zijn en taps toelopen in de lengte en niet de breedte geloof ik. Maar in relatie tot aardappels weten we meteen welke vorm we bedoelen. En ook met het Nederlandse woord partjes, nog beter.

We gaan de aardappels niet eerst 5 à 10 minuten voorkoken, zoals je kan doen bij grotere stukken aardappels in de oven. De partjes zijn vrij dun. De warmte komt snel overal.

En dit keer ook een sausje gemaakt voor op de groenten. Met kwark of dikke yoghurt voor een zuurtje, chipotle sauce voor wat pit, en tomatenketchup vooral voor de kleur.

Aardappelen uitgekozen die ongeveer even lang zijn, zeer weinig ogen hebben en een gladde schil. Het werden daarom rode aardappelen.

Sinds de studententijd is de combinatie van bloemkool en broccoli een vast gegeven. De groenten zijn daarmee gekozen.

Lees Meer Lees Meer

Wintermaaltijd extravaganza: boerenkoolstampot met chorizoworstjes

Wintermaaltijd extravaganza: boerenkoolstampot met chorizoworstjes

Geschokt was ik. En voorgelogen heb ik jullie, lezers van Reutel.  Want wat blijkt? De Duitse curryworst met saus en kenmerkende kerriepoeder blijkt geen Duits bedenksel, maar geïntroduceerd te zijn door een Nederlander, Peter Hildebrand, een slagerszoon uit Oss. Weliswaar woonde hij al enige jaren in Duitsland, een immigrant dus, maar van Nederlands bloed. Niks niet bedacht door Herta Heuwer in het naoorlogse Berlijn, maar in 1936 door een Nederlandse migrant in Duisburg. Het bewijs is een factuur van een Hamburger kruidenhandelaar die de kerrie leverde.

De eetzaal van Peter Hildebrand bestaat nog steeds, ‘Peter Pomm’s Pusztetten-Stube’, en wordt tegenwoordig geleid door zijn kleindochters. Het recept van het gerecht is weliswaar niet helemaal hetzelfde als de Berlijnse curryworst, maar over de oorsprong mag geen twijfel meer zijn. De worst in het oorspronkelijke recept wordt niet gebakken, maar gekookt in een tomatensaus en daarin geserveerd en vervolgens bestrooid met kerriepoeder.

De worst is nog wel met enige geheimzinnigheid omgeven, want werd in de hoogtijdagen van het nazisme door Hildebrand alleen geserveerd aan de medewerkers van een vleesfabriek. Omdat Hildebrand een immigrant was, werd hem door de Nazis enige tijd zelfs verboden om zijn eethuis te bestieren. Pas na de oorlog nam het gerecht een heuse vlucht

Intussen is onlangs door de Duisburgse burgemeester een plaquette onthuld aan de gevel van het eethuis. Op de plaquette staat dat Hildebrand, ‘Peter Pomm’, in 1936 de curryworst heeft bedacht.

Lees Meer Lees Meer

Katův šleh van/met puntpaprika’s en kippendij

Katův šleh van/met puntpaprika’s en kippendij

Herfst. Het is weer herfst. Zowel meteorologisch als astronomisch. Het is ook al weer een stuk koeler buiten. Dan wordt het binnen weer tijd voor stoofschotels!

Stoofschotels zijn meestal niet de meest fotogenieke maaltijden doordat een groot deel van de ingrediënten vaak in 1 pan gaart en een vrij uniforme kleur kan aannemen. De smaak en textuur zijn echter regelmatig fantastisch.

Katův šleh is bij toeval ontdekt door 1 van de huisgenoten gedurende een studentenvakantie in Tsjechië. Al etend in de goedkopere restaurants in kleine dorpjes. Want studenten, dus weinig centen. Maar ondertussen wel bewust speurend naar nieuwigheden op eetgebied in den vreemde.

Daar werd van die katův šleh maaltijd toen meteen een foto via WhatsApp naar ons gestuurd, vanuit het restaurant. Met daarna een bericht met geïdentificeerde ingrediënten.

Katův šleh is, toch enigszins verrassend, sindsdien een ongekend populaire gerecht bij ons. Zelfs bij hen die normaal gesproken geen prei lusten!

Katův šleh is namelijk een eenvoudig gerecht uit de volkskeuken van Tsjechië. Een stoofgerecht, en dat verklaart mogelijk die populariteit. Want stoofgerechten met suddervlees, daar zijn we dol op.

Ondanks of dankzij die volkse herkomst is katův šleh een werkelijk fantastisch concept. Dat in Tsjechië zelf al vele variaties kent, die wij zelf ook graag (na)maken. U kunt meegenieten, ook al is het voor een deel in details een heerlijke herhaling.

Ook deze keer daarom toch weer wat wijzigingen aangebracht. De verhouding ui : paprika omgedraaid. Van 2 uien en 1 paprika naar 1 ui en 2 paprika’s. En dan geen rode blokpaprika, maar rode puntpaprika’s. Experiment.

Die puntpaprika mogelijkheid kwam door het op vakantie gaan van familieleden. In hun voorraad zat een zak met puntpaprika’s. 5 grote, dikke rode puntpaprika’s. Langer en dikker dan de soorten die bij onze supers zijn te krijgen. Of wij die wilden hebben? Ja natuurlijk. Meteen kwam de gedachte op om ze te gebruiken in een variant van een katův šleh maaltijd. Bij deze dus.

En we maken het deze keer met kippendijen. Kip is geen suddervlees, dus we maken deze versie van katův šleh op een iets andere manier dan die met dat stoofvlees. Namelijk als een groentestoof waar pas op het laatst het gare vlees doorheen gaat.

Omdat we de kippendijen apart bakken, zou je de zoet/zure augurk weg kunnen laten. Want geen zuurtje nodig om het vet aan te pakken van stoofvlees. Weglaten doen we echter niet. Warme augurken, lekker.

Worcestershire sauce laten we voor een keer wel weg. De donkere sojasaus juist niet. Daar wordt de katův šleh wel donkerder en minder kleurrijk van op de borden.

Als laatste zelf rustieke friet gemaakt in plaats een zak diepvries patat te gebruiken. Friet van de geweldige gourmandine aardappel.

Lees Meer Lees Meer

Surinaamse huzarensalade

Surinaamse huzarensalade

Hoewel het af en toe met bakken uit de lucht komt, is de temperatuur nog aangenaam. We zijn aan het nazomeren. En daar hoort ook ontspannen eten bij, in ieder geval in het weekend. Eten alsof de zomer nooit overgaat en ontkennen dat de herfst nakende is. Zoals sommige mensen stug blijven barbecueën, maar zichzelf dan met een jas aan een saté zien eten. Het nazomeren doen wij binnen. Erkennend dat de echte zomer voorbij is, maar nog hunkerend naar de frisse zomerse maaltijden van salades, kaasjes, stokbrood en vers fruit. Huzarensalade hoort daar bij ons duidelijk ook bij. Maar je hebt huzarensalade en huzarensalade. En dan is er nog de Surinaamse variant.

De Surinaamse keuken is werkelijk een multiculturele keuken met invloeden van alle bevolkingsgroepen die het land bevolken. Onder de haast ontelbare gerechten ook enkele die een Nederlandse invloed verraden zoals erwtensoep, macaronisalade, bruine bonen, zuurkool en huzarensalade. En aan elk van die gerechten zit uiteraard een Surinaamse draai. Dan kunnen de groenten zijn, het gezouten vlees of de onmiskenbare Madame Jeanette.

De Surinaamse variant van huzarensalade lijkt veel op de Nederlandse versie van een aardapppel-bietensalade, maar de toevoeging van de geplukte kip maakt het weer Surinaams. En eerlijk is eerlijk, het ziet er ook heel zomers uit zo’n mooi gekleurde salade.

Lees Meer Lees Meer

Roti kip zonder roti

Roti kip zonder roti

Ik heb er best lang over gedaan om roti kip tot mijn favorieten te rekenen. Het heeft eerlijk gezegd ook wel lang geduurd voordat ik tevreden was met de smaken. De kunst volgens mij: niet te zuinig met de masala, géén kruimelige aardappelen, kip met bot en lang genoeg laten stoven.

Roti is een erfenis van de Hindoestaanse gemeenschap van Suriname, waarvan de wortels in India liggen. Over de geschiedenis van de Hindostanen schreef ik al eerder. Intussen heb ik dat recept voor de masala kip wat aangepast naar het onderstaande.

Roti is de Surinaamse versie van chapatis, een Indiaas platbrood. De Surinaamse roti plaat heb ik in India nooit gegeten, wel chapatis, dat over het algemeen dunner en kleiner is. Wellicht is het streekgebonden, de keukens van India zijn bijna niet te tellen. Ik moet mij daar eens in verdiepen. Je kunt het uiteraard zelf maken, maar als ik roti eet, dan koop ik mijn roti platen bij de toko. Soms vers, soms uit de vriezer.

Roti eet ik dus maar af en toe en dat komt vooral omdat een roti best groot is en als deze gevuld is met aardappel of met dahl, het wel erg machtig wordt. Daarentegen kun je roti kip ook prima zonder roti eten! Sterker nog dus, ik eet het vaker zonder dan mét.

En koos ik eerder vaker voor kipfilet, tegenwoordig eet ik het meestal met kippendijen met rugstuk. Je zou ook drumsticks kunnen gebruiken of zelfs drumettes, hoewel ik de laatste daarvoor ietwat te ielig vindt. Ik laat de kippendijen met rugstuk heel, eventueel kun je wat inkepingen in het vlees maken. Maar als je het vlees goed laat stoven, zal je aan smaak niets tekort komen.

Lees Meer Lees Meer

Het loempia-pastei experiment – SU-stijl

Het loempia-pastei experiment – SU-stijl

Elk gerecht is al eens gemaakt. Door een professionele kok, een hobbykok of waarschijnlijker door een van de vele miljoenen die dagelijks een maaltijd voor hun gezin verzorgen. Of anders is er ergens wel een student die van de nood een deugd heeft gemaakt. Nee, illusies dat ik iets nieuws heb bedacht, heb ik niet.

Het leuke aan de mobiele telefoon is dat de foto-app mij vrijwel dagelijks foto-herinneringen stuurt. Niet alleen van eten overigens, maar regelmatig zie ik een gerecht of complete maaltijd uit het verleden voorbij komen. Zo raakte ik geïnspireerd door de foto’s van de verschillende pasteitjes die ik in Suriname heb gegeten. Soms gevuld met vlees, dan weer vis (verrassend bij het ontbijt) of aardappel met groente. En laat ik nog twee grote aardappels hebben liggen waar ik iets mee had willen maken waar ik uiteindelijk geen zin in had. En ze begonnen al te overwegen om uit te gaan lopen. Het bewijs overigens dat te lang van te voren bedenken wat ik ga eten bij mij niet werkt.

Pasteitjes worden normaal gesproken gemaakt met bladerdeeg. Dat had ik niet in huis, maar wel had ik nog loempiavellen liggen van de laatste keer dat ik martabak telor maakte. Een idee was geboren, aardappel met kousenband en pinda sambel. Een pasteitje in loempiavorm. Soort van. Dus ik besloot er ook nog taugé aan toe te voegen. Geen loempia zonder taugé tenslotte.

Je kunt zelf een smakelijke pindasaus maken, maar als je de hand weet te leggen op echte Surinaamse pinda sambel kan ik dat echt aanraden. Het is een gekruide Surinaamse pindasaus, met onder andere tamarinde, kentjoer, knoflook en vaak peper. De pindasaus is grover dan de standaard pindasaus en door de specerijen kruidiger en vol van geur. Je ziet en ruikt het verschil al voordat je het hebt geproefd. Echte Surinaamse pinda sambel is soms wel wat lastiger te verkrijgen. Gelukkig had ik een grote koffer bij me…

Lees Meer Lees Meer

Iets goedkopere klassieke witte aspergemaaltijd

Iets goedkopere klassieke witte aspergemaaltijd

Witte asperges liggen, tijdens het korte seizoen, voor Nederlandse asperges van februari uit eind juni, pontificaal in grote aantallen bij de ingang van onze favoriete supermarkt. Echt niet te missen.

En al kort na het begin van het seizoen zijn ze te krijgen in 2 varianten. Hagelwitte net geoogste asperges liggen naast niet meer helemaal witte asperges die morgen of vandaag hun ’ten minste houdbaar tot’ datum bereiken. En die laatste zijn regelmatig veel goedkoper, overdag al zo’n 25%, de laatste avond in de winkel is er vast nog meer korting.

Toegegeven, het is dan nog steeds geen goedkope groente.

En kakelvers zien ze er ook niet meer uit. Maar dat geeft helemaal niets, zolang ze nog maar stevig zijn en niet slap.

Witte asperges moet je in tegenstelling tot groene asperges schillen. Daarmee verdwijnen de ietwat gele plekken aan de buitenkant vanzelf. Eventuele gele streepjes in de kern verdwijnen tijdens het garen. Kleiner budget en toch een keer witte asperges eten? Koop ze op de ’ten minste houdbaar tot’ datum!

In onze jeugd aten we geen witte asperges, laat staan groene asperges. Vast omdat het toen ook al geen goedkope groente was. Maar vast ook omdat we boven de grote rivieren woonden. Het leefgebied van witte asperges was juist ver beneden de grote rivieren. Andere tijden: nog geen global economy in Nederland.

De allereerste keer dat ik witte asperges at was in een deftig en duur Nederlands restaurant in Amsterdam. Net begonnen met werken, na de studie, en moest/mocht meteen meedoen aan een serieus zakendiner. Stropdas en net pak waren toen nog verplicht in de zakenwereld.

Het was middenin het witte aspergeseizoen en de bovenbaas van ons gezelschap bestelde voor iedereen witte asperges. Dan weet je meteen wat hiërarchie betekende, toen. En ook, wie betaald bepaald.

Op de warme borden werden die lange witte asperges begeleid door een hamsoort, een aardappelsoort, een hard gekookt ei in plakjes, een onbekend wit sausje met kruiderij, en een klein beetje geraspte kaas, ook niet nader aangeduid welke soort. Wat vers gemalen nootmuskaat maakte het af. Een klassieke combinatie van ingrediënten.

Omdat het lekker was, thuis die maaltijd nagemaakt en daarna nooit meer in een restaurant witte asperges gegeten. Het bleek namelijk heel makkelijk om zelf een smakelijke witte aspergemaaltijd thuis te maken. In een restaurant eten we normaal gesproken alleen iets dat we zelf niet kunnen of willen maken.

Waren we bij vrienden in Zuidoost-Nederland, dan kochten we de witte asperges rechtstreeks van een boer. Verser kon niet. Feestje op zich.

Toen we in Engeland witte asperges wilden eten kwamen we bedrogen uit. Vreselijk grote supermarkten en toch geen witte asperges te zien. Engeland houdt van groene asperges.

Toch kwamen ook in Engeland langzaamaan witte asperges in zicht. Naar verluidt via weer thuiskomende en wat welgestelde vakantiegangers die de asperges in Noord-Europa hadden gegeten en ze in de betere restaurants in Engeland graag op het menu wilden zien.

Daardoor later, weer in Nederland wonend en alleen nog op vakantie op het eiland, toch 2 keer witte asperges kunnen eten. De 1e keer in Stratford-upon-Avon. Dat was zo bijzonder dat we gevraagd hebben waar ze vandaan kwamen: dat bleek Evesham Vale te zijn. De 2e keer was op vakantie in Schotland. Dat bleek import te zijn.

Pas vanaf mei 2013 lag het witte goud in de Engelse supermarkten van Tesco en Morrisons. Zij werden van witte asperges voorzien door Cobrey Farm, in de Wye Valley, Herefordshire. Relatief dichtbij Evesham Vale. De commerciële teelt op het eiland van witte asperges was begonnen.

In Nederland telen we groene asperges sinds de eind jaren tachtig van de vorige eeuw. Sindsdien is Nederland ook om en liggen groene asperges ook in Nederland tussen de groenten. Niet in dezelfde hoeveelheden als de witte asperges. Dat dan weer niet. Wel het hele jaar door, want buiten het Nederlandse seizoen halen we ze gewoon en vooral uit Peru.

Witte asperges hebben we in Nederland leren eten en groene asperges in Engeland. Tegenwoordig eten we het hele jaar door asperges!

Lees Meer Lees Meer