Archief van
Categorie: Bijgerecht

Champignoncurry

Champignoncurry

Het jaarlijkse pingpongtoernooi nadert. En dat betekent dat ik weer een menu mag bedenken. En ook maken trouwens. Het is een jaarlijks terugkerende uitdaging die ik met veel plezier aanga. De voorbereiding is de grootste lol. Als ik twee dagen in de keuken sta om te koken voor 30 man vraag ik mij wel af waar ik aan begonnen ben. Elk jaar weer. Het is de voldoening achteraf die het harden werken het waard maakt. En de enthousiaste reacties uiteraard.

Uiteraard zijn er altijd wel een paar moeilijke eters of soms zelfs een echte hork, maar die laat ik de pret niet bederven. En het is soms een beetje begeleiden. Het is een buffet, dus iedereen schept zelf op. Maar toen er twee jaar geleden spareribs waren, heb ik ze uitgeserveerd. Je weet maar nooit…

Het eten zelf is nooit vlak van smaak, maar ook nooit echt pittig, op een enkel gerecht na. Daar zijn sambals en andere smaakmakers voor. Iedereen kan het dan zelf bepalen.

De afgelopen jaren verzorgde ik een barbecue met alles erop en eraan, kookte Indiaas, Mexicaans, Sichuan en Surinaams. Logischerwijs zou ik nu een keer Indisch of Koreaans moeten koken. Alleen is Koreaans voor sommige mensen misschien net een stap te ver. Je leert je eters kennen zeg maar. Indisch stond mijn hoofd niet naar.

De uitdaging dit jaar leek er te komen doordat iemand glutenvrij moet eten. Dan is de mogelijkheid om voor die persoon apart gerechten te maken, of we gaan volledig glutenvrij. Dat gaat makkelijker dan je denkt. Zeker als er Indiaas gekookt wordt! En daarmee was de keuze voor dit jaar gemaakt. Zonder naan of paratha is er geen enkele gluut in zicht. En die uitdaging zou ik wel hebben bij Surinaams of Chinees eten. Of Mexicaans. Indisch was dus ook nog even in overweging, maar parkeer ik voor een ander jaar. En de Chinese keuken biedt ook genoeg om daar nog eens een buffet mee te maken.

Maar dan het menu, het buffet. Indiaas eten is lekker, maar kan ook heel bewerkelijk zijn. De ervaring leert ook dat de gemiddelde pingponger geen fijnproever is, met het gevaar dat subtiliteiten al snel verloren gaan. Het gaat tenslotte om hongerige sporters. Gerechten die uren nodig hebben, zijn bovendien helemaal niet praktisch als je voor 30 man moet koken.

Ga ik van te voren zeggen dat het glutenvrij is? Zeker niet, want daar gaan sommige mensen over mopperen. Glutenvrij is voor hen net zo iets vreselijks al vegetarisch. Ik ga ze dus eens testen dit jaar, want op een enkel gerecht met kip is alles zonder vlees. Wel nog een eiergerecht.

Het menu dit jaar: ananas curry, Kerala masala eieren, zoetzure balti kip, saag paneer, wortelcurry,  aardappelcurry, gebakken rijst met uien en raita. Ik denk dat er nog wel een dal bijkomt. En in ieder geval deze superlekkere champignoncurry.

Lees Meer Lees Meer

Surinaamse huzarensalade

Surinaamse huzarensalade

Hoewel het af en toe met bakken uit de lucht komt, is de temperatuur nog aangenaam. We zijn aan het nazomeren. En daar hoort ook ontspannen eten bij, in ieder geval in het weekend. Eten alsof de zomer nooit overgaat en ontkennen dat de herfst nakende is. Zoals sommige mensen stug blijven barbecueën, maar zichzelf dan met een jas aan een saté zien eten. Het nazomeren doen wij binnen. Erkennend dat de echte zomer voorbij is, maar nog hunkerend naar de frisse zomerse maaltijden van salades, kaasjes, stokbrood en vers fruit. Huzarensalade hoort daar bij ons duidelijk ook bij. Maar je hebt huzarensalade en huzarensalade. En dan is er nog de Surinaamse variant.

De Surinaamse keuken is werkelijk een multiculturele keuken met invloeden van alle bevolkingsgroepen die het land bevolken. Onder de haast ontelbare gerechten ook enkele die een Nederlandse invloed verraden zoals erwtensoep, macaronisalade, bruine bonen, zuurkool en huzarensalade. En aan elk van die gerechten zit uiteraard een Surinaamse draai. Dan kunnen de groenten zijn, het gezouten vlees of de onmiskenbare Madame Jeanette.

De Surinaamse variant van huzarensalade lijkt veel op de Nederlandse versie van een aardapppel-bietensalade, maar de toevoeging van de geplukte kip maakt het weer Surinaams. En eerlijk is eerlijk, het ziet er ook heel zomers uit zo’n mooi gekleurde salade.

Lees Meer Lees Meer

Koreaanse mais met kaas

Koreaanse mais met kaas

Bijna alle baby’s ter wereld worden geboren met het vermogen om lactose te verteren, het zit immers in moedermelk. Maar als de borstvoeding is gestopt, wordt de productie van het melkverterend enzym lactase gestopt en verdwijnt uiteindelijk bij tweederde van de volwassenen het vermogen om de natuurlijke melksuiker te verteren. Het grootste deel van de volwassen wereldbevolking is dan ook lactase-non-persistent, ook wel bekend als lactose-intolerant. Echter in een klein dorpje …

Het bijzondere is dat de bevolking van een groot deel van Noord-Europa echter lactosetolerant is, wat betekent dat de meeste bewoners daar lactase zijn blijven produceren toen ze volwassen werden en dus melk (en melkproducten) kunnen verteren. En dat terwijl dit 5000 jaar geleden dat nog niet het geval was. In relatief korte tijd is dit dus veranderd. Uit onderzoek blijkt dat mogelijk plagen en ziekten een genetische mutatie in de hand hebben gewerkt, waardoor mensen van Noord-Europese afkomst lactose-tolerant zijn. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld mensen in Azië. Al gebruikten en gebruiken zij soms ook sinds mensenheugenis melk of melkproducten, immers het is voedzaam en bevat waardevolle vetstoffen.

Het viel mij op dat in Zuid-Korea tal van moderne gerechten bijvoorbeeld kaas bevatten. Weliswaar is de gewone tteokbokki, al dan niet met gehakt, het populairst in Zuid-Korea, de versie met kaas als topping wordt steeds populairder. En dat in een land waarin nagenoeg iedereen lactose-intolerant is. Hoe kan dat?

Korea kent een zeer bewogen twintigste eeuw, In het begin van de twintigste eeuwse werd het Keizerrijk Korea geannexeerd door het Japanse Keizerrijk. De Japanners hielden flink huis in het land. Na de Tweede Wereldoorlog werd het noordelijk deel van het land bezet door Sovjet-troepen en het zuidelijk deel door de Verenigde Staten. Uiteindelijk leidde dit in 1950 tot de Korea-oorlog, die weliswaar met een wapenstilstand in 1953 tot stilstand kwam, maar die feitelijk voortduurt tot vandaag de dag. Al die oorlogen brachten het land aan de rand van de afgrond met grote armoe tot gevolg. In de jaren zeventig werd vanuit de V.S. kaas geïntroduceerd in Zuid-Korea. Vanwege de hoge voedingswaarde van kaas werd het snel razend populair en intussen maakt kaas, hoe gek dat ook mag klinken, onderdeel uit van de Zuid-Koreaanse keuken.

Een van de populaire (bij)gerechten is zoete maïs met kaas. En met Japanse mayonaise. Niet een gerecht dat je in Korea zou verwachten, maar eerder in de V.S.

Voor een verjaardag maakte ik een grote pan tteokbokki met als bijgerecht kimchi. De maïs met kaas leek mij een leuk probeersel om er naast te serveren.

Lees Meer Lees Meer

Likkepot maken

Likkepot maken

Lever, waarschijnlijk het enige orgaanvlees dat ik eet, al is het dan niet in pure vorm. Dan tellen we de spiermaag van de kip voor het gemak even niet mee.

Ik werd er door iemand op gewezen, al had ik het al eens bij de slager zien staan: likkepot. Op dat moment had ik nog geen idee wat het precies was, maar het was goedkoper dan Saksische leverworst, doorgaans de goedkoopste van de verschillende varianten vleeswaren met lever. Maar misschien moeten we daarmee beginnen, de lever.

Ik kan mij als kind de geur van gebakken lever in de keuken nog herinneren. Het was geen prettige geur. De rest van het gezin liet het zich smaken. Ik vond het niks. Dat zullen veel kinderen hebben gehad. Toch, als we naar de slager gingen, en als kind ging ik graag mee, dan kreeg ik een plakje leverworst, de reden ook waarom ik zo graag meeging. Prima klantenbinding ook van die slager natuurlijk. Dat plakje leverworst, vaak zacht en smeuïg, lustte ik wel. Die gebakken lever, die ging er niet in. En eigenlijk nog steeds niet. Al heb ik in de loop der jaren wel donkere leverworsten leren eten. Donker, omdat deze worsten meer lever bevatten dan lichte worsten. Als kind vond ik  de leverworst met ‘harde stukjes’, de lever, eigenlijk lekkerder dan de zachte leverworst. Grove leverworst kennen we als boerenleverworst. Leverworsten verschillen nogal, zeker als we die goedkope supermarkt worsten even buiten beschouwing laten. Zelf vind ik de Groninger leverworst met kruidnagel erg lekker.

Sommige leverworst hoor je te bakken, zoals de Utrechtse Vockingworst. Persoonlijk vind ik zo’n gebakken Vockingworst niet lekker. Ongebakken vind ik die worst met of zonder een lik mosterd een stuk smakelijker. De Overijsselse versie, de Saksische bakleverworst, vind ik dan gebakken wel weer heel geslaagd. Juist dan krijgt de worst smaak, terwijl de ongebakken worst toch wat flauw aandoet. Die Saksische bakleverworst wisselt in regio’s in het oosten overigens de balkenbrij af. Tegenwoordig worden ze soms naast elkaar verkocht, dat was vroeger wel anders.

Intussen had ik de likkepot geproefd en ik was positief verrast. De likkepot had wel wat weg van paté, maar was fris van smaak en bevatte in ieder geval gesnipperde ui. De toevoegingen zorgden ervoor dat de smaak van lever wat naar de achtergrond werd gedrukt. Het leek mij bovendien niet al te moeilijk om zelf te maken, als je tenminste begint met leverworst of paté.

Saksische leverworst wordt van oudsher gemaakt van fijngemalen vlees en lever en het vet van een varken, aangevuld met bouillon en specerijen. Hoe lichter de worst, hoe minder lever de worst bevat. Tegenwoordig bevatten veel goedkope leverworsten (rijst)bloem, een vulmiddel dus en de reden dat ze zo goedkoop zijn, naast het feit dat ze vaak een minimale hoeveelheid vlees en lever bevatten. Dat goedkope is precies de reden waarom ik altijd twijfelde bij likkepot.

Nu kreeg ik van een van de neefjes uit zijn kerstpakket een stukje paté. Paté heeft vergelijkbare ingrediënten als leverworst, vaak met een hoger percentage lever, met als belangrijkste verschil daarnaast de vorm waarin het gemaakt wordt. Die paté leende zich bij uitstek om eens te experimenteren met likkepot.

Lees Meer Lees Meer

Low-tech kippenvleugels uit de oven

Low-tech kippenvleugels uit de oven

Kip uit de oven. Wie is er niet groot mee geworden. Wij in ieder geval wel. De gegrilde kippenpoot uit de oven was een heuse zondagse traktatie, niet in de laatste plaats door het knapperige vel.  Kippenvleugels en drumsticks lenen zich als kleinere delen goed voor snacks of als bijgerecht. Bereiden is slechts een kwestie van marineren en bakken/roosteren in de oven. De marinades zijn geschikt voor hele kip en kippenpoten, maar dus ook voor drumsticks en kippenvleugels. En de geroosterde kip is zowel warm als koud lekker.

Als je voor een groot gezelschap een snack moet verzorgen is het leuk om wat variatie te hebben, van zoet tot hartig of heet. Of een combinatie daarvan. Een drietal varianten kippenvleugels, allemaal eenvoudig te bereiden: sriracha, honing en ketjap.

Sriracha

Ik maak deze variant al jaren en het is altijd een groot succes. ‘Het recept is geheim’ als er naar gevraagd wordt, maar het enige wat je nodig hebt is een fles sriracha (rooster). Meestal neem ik de versie met gember of met extra knoflook, maar de gewone versie smaakt ook prima.

Sriracha is een chilisaus die zijn herkomst heeft in Thailand. Het is gemaakt van chilipepers, azijn, knoflook, suiker en zout. Sinds 1980 wordt het in Amerika geproduceerd en bestaat het als merk met als beeldmerk een haan waardoor het bekend staat als ‘rooster-sauce’. De eigenaar, een Chinese immigrant uit Vietnam, is namelijk geboren in het jaar van de haan. Later zijn er ook andere merken bijgekomen, waaronder zelfs Nederlandse merken. Zelf blijf ik trouw aan de ‘rooster’. Het gaat tenslotte niet alleen om hoe heet een saus is, maar ook hoe deze smaakt. Bovendien proef ik graag ook nog de rest van het eten. Sriracha is niet loeiheet, maar zorgt voor een aangenaam pitje. Wil je serieus heel hete kip, neem dan Surinaamse sambal (lees: raketbrandstof), bij voorkeur een verse thuisgemaakte. Die zijn het meest gevaarlijk…

Er zitten geen kleurstoffen in de saus, dus de kleur is niet even constant. Vroeg in het seizoen zijn de chili’s groener waardoor de saus iets lichter wordt dan in het najaar als chilipepers rood zijn en de saus felrood wordt.

De hoeveelheden zijn naar eigen voorkeur, maar hanteer een flinke eetlepel sriracha per 250 gram kip. Uiteraard kun je meer gebruiken als je het pittiger van smaak wilt.

Laat minimaal 12 uur marineren en verhit de kip 30 minuten in een voorverwarmde oven van 175 graden.

Kippenvleugels met sriracha.

Lees Meer Lees Meer

Ajam smoor met kippenmaagjes

Ajam smoor met kippenmaagjes

Eens per jaar ga ik mij te buiten aan een flink diner en bijbehorende lunch. Dat wil zeggen het bereiden, niet het eten. Elk jaar is er bij mijn sportclub een toernooi met tientallen deelnemers, vaak komend van ver. Aanvankelijk verzamelden na afloop van alle wedstrijden de liefhebbers zich bij de plaatselijke Chinees, tot ik het idee lanceerde om zelf iets te organiseren.

Bij gebrek aan een keuken werd dat het eerste jaar een barbecue, met naast de standaard vleeskeuzes (van de eigenaar van de barbecue mocht er geen vis of garnalen op bereid worden) verschillende salades. Ik kan mij niet veel herinneren van die eerste keer, behalve uiteraard dat diverse mannen zich deskundig naast de barbecue hadden opgesteld om te bespreken op welk moment die hamburger nou wel of niet omgedraaid mocht worden. De ‘wetenschap’ van het barbecuen is aan mij niet besteed. Wat ik mij wel herinner is dat de komkommersalade helemaal op ging. De tijgersalade met vooral veel koriander vond ook gretig aftrek.

Die barbecue was leuk, maar in mijn ogen wat saai en weinig uitdagend. Zo organiseerde ik de jaren daarna onder andere een buffet met verschillende Indiase curries, een Mexicaans buffet met veel verschillende bonen- en kipgerechten en ondermeer een lekkere frisse uiensalade en een buffet met allerlei Sichuan gerechten. Het eten wordt dusdanig op prijs gesteld dat sommigen zich al niet meer inschrijven voor het toernooi, maar enkel voor de maaltijd. En dat pleziert de kok uiteraard.

Dit jaar was het thema Suriname, met onder andere geroosterd varkensvlees, vijfkruidenkip, petjil, tjap tjoy en Tjauw Min. Voor de lunch waren er diverse Surinaamse puntjes: bakkeljauw, tonijnsalade, massala-eieren en ajam smoor. Allemaal met de optionele peper en zuur uiteraard.

Voor de ajam smoor koos ik dit keer niet voor de standaard kippendijen, maar voor kippenmaagjes. Hoewel het ingewanden zijn, zijn kippenmaagjes niets anders dan spiervlees. Dat betekent dat je ze lekker lang moet stoven om ze boterzacht te krijgen. Dat ik kippenmaagjes heb gebruikt, vertelde ik er niet bij, want wat een boer niet kent, dat vreettie niet. Zo heb ik de gemiddelde eter intussen wel leren kennen. Vertel je niet wat ze gaan eten, dan vinden ze het bijna allemaal lekker is mijn ervaring. Vertel je wat ze gaan eten en kennen ze het niet, dan haken ze echter vaak af en kiezen voor iets anders. Zo was de bakkeljauw vooral populair bij de kenners en een paar durfallen, maar vloog de gesmoorde kip de deur uit. Het was zelfs als eerste op. Ik moest meerdere mensen teleurstellen, maar die schakelden vervolgens over op de masala-eieren, toen ze erachter kwamen dat dit gewoon kerrie-eieren waren. Wat een boer niet kent in de praktijk gebracht én gelogenstraft!

Al met al zijn de gesmoorde kippenmaagjes heel makkelijk te maken. Maak ook gewoon een flinke pan en vries een aantal porties in. Lekker ook als je een keer een rijsttafel wilt maken.

Intussen broed ik al op het thema voor volgend jaar. Wordt het Indisch, Koreaans of misschien wel Japans? Ik heb nog 11 maanden voorpret …

Lees Meer Lees Meer

Mayak en Gamja-Jorim – Koreaans gemarineerde eieren met gestoofde aardappeltjes

Mayak en Gamja-Jorim – Koreaans gemarineerde eieren met gestoofde aardappeltjes

Gekookte eieren. Een regelmatig terugkerend onderwerp op Reutel. Mijn voorliefde voor gekookte eieren begon ongetwijfeld bij het paasontbijt vroeger. De tijd dat je nog onbeperkt eieren mocht eten. Hoewel gelukkig tegenwoordig de tendens is dat je wel vaker dan eens per week een eitje mag tikken. Gekookte eieren, ook lekker bij een hotelontbijt. Helaas hebben ze dan zelden een zachte dooier. Begrijpelijk natuurlijk met de grote hoeveelheid eieren die ze in een hotel moeten koken. Maar een zachte dooier maakt een gekookt ei nóg lekkerder. Zeg ik. Niet verrassend dus dat toen ik ooit een plaatje zag van Koreaanse gemarineerde eieren, ik gelijk verkocht was: die wilde ik!

Mayak eet je echter niet bij je ontbijt, maar als lunchgerechtje of als bijgerecht. Lekker als je een keer geen vlees wilt eten. De truc is om de eieren na het koken direct terug te koelen in een ijswaterbad. Het stopt het kookproces en voorkomt dat de dooier hard wordt. Door ze vervolgens een dagje te marineren krijgen de eieren een geweldige smaak. De Koreaanse keuken is dan wel minder bekend in Nederland, met uitzondering van kimchi natuurlijk, maar deze keuken kent tal van eenvoudige en ontzettend lekkere gerechten. Het lastige is soms om de juiste ingrediënten te vinden, al zijn er soms makkelijk alternatieven voor handen. Zo kun je Koreaanse sojasauzen prima vervangen door de Chinese varianten light en dark. En is er geen Koreaanse afdeling in je toko, vervang dan maissiroop gerust door honing.

Ik at de eieren dit keer met gestoofde aardappeltjes. Krieltjes. Probeer ze maar eens te kopen. Aardappeltjes niet groter dan een centimeter of twee. BroeR hield er al eens een betoog over. De biologische krieltjes in mijn supermarkt zijn best aardig, maar feitelijk nog steeds te groot. Ik snij de grote exemplaren door de helft, maar dat heeft wel invloed op het resultaat. De aardappel zal dan niet meer stomen in zijn schil en krijgt daardoor niet de kenmerkende gerimpelde schil. Dat schilletje wat een krieltje extra lekker maakt.

Gamja-Jorim, ik maakte deze aardappeltjes jaren geleden eens voor vrienden. Verrast als ze waren dat er geen rijst of noedels op tafel kwam, blijkbaar was ik toch minder voorspelbaar dan gedacht, ze keken nog veel verbaasder toen ze een hap hadden genomen. Ze keken elkaar aan en zagen gelijk de oplossing voor zich om hun twee kleuters aan de aardappel te krijgen. Want wat ze ook probeerden, gekookt, gebakken of gepureerd. Er ging geen aardappel in. Zelfs geen patat. Intussen worden daar de Koreaanse aardappels regelmatig opgeleukt met paprika of wortel. Ik hou het bij de wat meer traditionele versie, die al heel smakelijk van zichzelf is.

Aardappelen zijn niet oorspronkelijk voor Korea, ze komen immers van het Amerikaanse continent. De Koreanen waren overigens al bekend met knolgewassen zoals yam en taro, maar granen vormden een veel belangrijker bestanddeel van het dagelijkse eten. Aardappelen werden pas in de negentiende eeuw geïntroduceerd in Korea, enkele tientallen jaren na de introductie van de zoete aardappel (geen familie). Wanneer de zoete aardappel daadwerkelijk bekend werd in Korea is voer voor Koreaanse academici. Maar men houdt het op late achttiende eeuw. De bedoeling was om de enorme voedselschaarste in het land het hoofd te bieden, maar dat zou niet het geval blijken. De gewone aardappel kwam waarschijnlijk via China het land binnen en verdrong op sommige plekken al snel de productie van zoete aardappelen. Het werd zelfs verboden de gewone aardappel te kweken, maar zonder al te veel succes. Overigens zijn er ook claims die beweren dat de aardappel is geïntroduceerd door Engelsen of door Duitse missionarissen. Maar die data liggen na die van de introductie via China. Mogelijk poten de Engelsen en Duitsers de aardappels destijds om in hun eigen behoefte te voorzien.

Gamja-Jorim is een voorbeeld van de eenvoudige gerechten die de Koreaanse keuken rijk is. Je hebt er overigens niet per se krieltjes voor nodig, maar in stukken gesneden gewone aardappelen met een ui kunnen ook. Het heet dan Gamjachae-bokkeum, roergebakken aardappelen.

Lees Meer Lees Meer

Pastasalade met tonijn of bacon

Pastasalade met tonijn of bacon

Het is warm en het is hectisch. Ingrijpend tandartsbezoek maakt het er niet makkelijker op. De medeblogger attendeerde mij al op een tandartsproofrecept, maar dat leek mij vanwege de tomaten toch net iets buiten mijn comfortzone. Hoewel ik geen groot pastaliefhebber ben (behalve in Aziatische varianten), leek mij met het warme weer een salade wel een smakelijke keuze. En ik denk dan al snel aan tonijn uit blik. Of bacon. Nu nog op zoek naar een smakelijk recept.

Wie pasta zegt, denkt natuurlijk meteen aan Italië. Volgens de Engelse wiki zouden mogelijk Joden in het Romeinse Rijk de bedenkers van pastasalade zijn, aangezien er op de Sabbath niet gekookt mag worden. Anderen beweren dat de Phoeniciers de bedenkers zijn van pastasalade. Het onderzoeken van die theorieën laat ik graag aan mij Italofiele medeblogger die beter thuis is in de oude Romeinse geschriften.

Maar pastasalades zijn vaak helemaal niet afkomstig uit de Italiaanse keuken, maar uit de Amerikaanse keuken. Weliswaar met overduidelijke invloeden door Italiaanse immigranten, maar Amerikaanse pastasalades onderscheiden zich over het algemeen van de Italiaanse versies door het overdadig gebruik van kaas en vaak vette sauzen. Dit terwijl de Italiaanse versies meestal wat eenvoudiger zijn en meer in balans. De ene salade verfrist, de ander is comfortfood in optima forma. Calorietellers kunnen het dus over het algemeen beter bij de Italiaanse versies houden.

Amerikaanse pastasalade is in tegenstelling tot de Italiaanse variant ook geen 2000 jaar oud. Over het algemeen wordt aangenomen dat het in het begin van de twintigste eeuw door Italiaanse immigranten werd geïntroduceerd en gedurende de Grote Depressie in de twintiger jaren een goedkoop en makkelijk verkrijgbaar alternatief werd voor aardappelsalade. Stemmen zeggen dat in de macaronisalade uit die jaren de Italiaanse en Duitse keuken elkaar ontmoeten. De toevoeging van mayonaise aan gerechten wordt echter toch wel vaak als een Amerikaans bedenksel gezien. Hoewel niet vies van mayonaise trekt mij dat toch niet in een pastasalade. Ik besloot freestyle te gaan.

Lees Meer Lees Meer

Vietnamese kip op een stokje

Vietnamese kip op een stokje

De eerste keer dat ik Vietnamees eten at, was ergens in het Ruhrgebied. Ik weet niet meer precies waar, maar het viel me tegen. Het deed vooral aan onze Indonesisch-Chinese restaurants denken, de smaak vooral aangepast aan de West-Europese smaak. Pas later begreep ik dat er een groot verschil is tussen de Vietnamese restaurants in het voormalige West-Duitsland en die in het voormalige Oost-Duitsland. In het westen woonden vooral de vluchtelingen en in het oosten de arbeiders die in de communistische tijd als gastarbeiders werkten. De Vietnamezen in het oosten vormden hechte gemeenschappen die in hun keuken behielden. Dat kon ik uitgebreid testen tijdens een bezoek aan Berlijn vorig jaar, waar ik ook nog eens verbleef in het voormalige Oost-Berlijn, waar ik tientallen Vietnamese restaurants telde. Enkele daarvan ook daadwerkelijk bezocht. Tja, als foodblogger is research natuurlijk onvermijdelijk …

Zo kreeg ik, zonder zelf in Vietnam te zijn geweest, tenminste een aardig beeld van de Vietnamese keuken.

Zo heb ik intussen een aardig idee hoe Pho ga hoort te smaken. Niet dat het mij al goed lukt om dat te reproduceren, maar dat is een andere verhaallijn. Tijdens een van de lunches at ik een saté van kip. Zo ontzettend mals.

Die saté schoot door mijn hoofd toen ik onlangs stond te staren naar een kipfilet bij de slager. Nu rooster je saté traditioneel op kooltjes. Daar doe ik niet aan, vooral om praktische redenen. Al eerder roosterde ik een saté in de oven. Met een heel aardig resultaat, al zeg ik het zelf. Het was echter 30+ buiten en binnen niet veel lager. De oven ging dus niet aan. Kun je saté benaderen in de koekenpan? Strikt genomen heet het dan geen saté meer, immers saté betekent geroosterd vlees. Kip op een stokje dan. Niet geroosterd, maar door de wijze van bereiden heel mals. Het ziet er bovendien net zo smakelijk uit als de geroosterde variant. Experiment geslaagd en voor herhaling vatbaar. Het geeft de maaltijd een feestelijke tintje.

Lees Meer Lees Meer

Koolsalade of coleslaw?

Koolsalade of coleslaw?

Terwijl menigeen zegt zelden een koolsalade te eten, laat staan te maken, presenteren de meeste barbecuers vaak vol trots hun eigen gemaakte coleslaw, ‘die je echt een keer gegeten’ moet hebben en dan gewoon uit een barbecuebijbel blijkt te komen. Dat kan natuurlijk, maar laten we wel wezen, een koolsalade, sorry, coleslaw, is geen rocket science. Wel verrassend lekker vind ik altijd zelf. Mits de dressing niet overheerst. Een frisse koolsalade heeft een lekker bite, is niet droog, maar ook zeker niet te nat.

Coleslaw zoals we kennen, komt uit de VS. En dat is vooral dankzij de uitvinding van mayonaise. Daarvoor bestond coleslaw natuurlijk ook al, maar dan met een dressing op basis van olie en azijn. En grappig genoeg werd die coleslaw door Nederlanders in het zogenoemde Nieuw-Nederland geïntroduceerd als gewone koolsalade. Kool was namelijk makkelijk te telen op de oevers van de Hudson waar de Nederlanders zich hadden gevestigd. Voor sommige Amerikanen zijn Nederlanders dan ook de bedenkers van de coleslaw. Dat een recept voor koolsalade te vinden is in het kookboek De Verstandige Kock uit 1770 helpt wel mee die mythe in stand te houden.

Koolsalade is in het oude Europa natuurlijk heus niet aan alleen Nederland voorbehouden. In Duitsland en de Oost-Europese keuken is koolsalade in verschillende vormen bekend. En dan hebben we het nog niet eens gehad over gefermenteerde kool zoals zuurkool oftewel sauerkraut. Nee, koolsalade is net zo Nederlands als coleslaw Amerikaans is. Maar wat van ver komt, moet wel lekker smaken!

De constante factor in koolsalade is het gebruik van rauwe witte kool, maar is ook niet heilig, want soms wordt spitskool of rode kool gebruikt. De rest van de ingrediënten varieert enorm, van wortel en ui tot appel, rozijnen en ananas aan toe. Je kan er dus alle kanten mee uit. Hier mijn variant, met ingrediënten die ik vaak wel in huis heb.

Aan de ene kant overgewaardeerd, aan de andere kant te weinig gewaardeerd. Eet het vooral eens buiten die barbecue. Lekker als tussendoortje of bij een zomerse broodmaaltijd.

Lees Meer Lees Meer