Archief van
Categorie: Brood

Een Engelse herinnering: gevlochten citroenbrood

Een Engelse herinnering: gevlochten citroenbrood

Gevlochten Engelse citroenbroodjes, gemaakt met lemon curd en roomkaas als vulling. Dit was de eerste keer dat ik ze zelf maakte en dan kan er weleens iets fout gaan. En dat gebeurde hier dan ook, meermalen zelfs. Zo werkt zelf kokkerellen. Op het eind van dit blogje alle verbetertips verzameld. Het was bovendien 28°C in de keuken. Dat vindt het daardoor slappe deeg over het algemeen niet fijn als het dun uitgerold en gemanipuleerd moet worden.

Waarom toch gemaakt? We hadden recent een Nederlandse high tea genuttigd, en dat bracht warme herinneringen naar boven aan de Engelse high tea. Bovendien hadden we gisteren een gedwongen vrije dag. Bedrijf gesloten. Vandaar.

Engelsen zijn zelf ook dol op hun eigen high tea. In Engelse detectives die heel Engeland maar wat graag op de, inderdaad prachtige, Cotswolds willen laten lijken, is high tea nuttigen in een rustiek country tea house een regelmatig terugkerend thema.

Engelsen zijn echt dol op hun eigen high tea. Tenminste, diegenen die het kunnen betalen. Want high tea in een theehuis of restaurantje nuttigen is niet bepaald goedkoop. Wij deden het daarom zeker niet regelmatig. Later wel elke keer als we op vakantie in Engeland waren, als een soort van dure guilty pleasure. 1 keer per vakantie moest kunnen.

Het kan natuurlijk alleen high tea heten als je thee hebt. Die thee werd naar verluidt door Nederlandse kooplieden vanuit het oosten naar Europa en ook Engeland gebracht via de Vereenigde Oostindische Compagnie (1602–1800). Thee werd in Engeland alleen niet meteen populair. Pas toen Catharina van Braganza in 1662 vanuit Portugal naar Engeland ging om te trouwen met King Charles II, werd thee drinken een gewoonte aan het hof.

Gosciny en Underzo hebben een heel andere en ook heel amusante kijk op de introductie van thee in Engeland. Dat zou al in oud Romeinse tijden zijn gebeurd. In de strip ‘Asterix en de Britten‘ serveert Asterix uit nood bladeren in heet water, in een grote ketel, zodat de Britten na het drinken ervan wel kunnen vechten. De drank wordt tea genoemd. Ze drinken het vervolgens punctueel om 5 uur ’s middags, met een wolkje melk. Zelfs gevechten in een oorlog worden er voor onderbroken op dat tijdstip. Een slim bedacht verhaal!

Bijna 2 eeuwen nadat Catharina van Braganza thee ging drinken in Engeland, was de 7th Duchess of Bedford, Anna Maria Russell, rond 1840 hongerig, ergens in de afternoon, een benaming voor de tijd tussen 12.00 uur (noon) en de tijd erna (after) tot zeg 17.00 uur. Ze wilde iets eten bij de thee. Thee met dat afternoon eten werd waarschijnlijk eerst met brood gedaan en later met scones. Russell was bovendien een levenslange vriendin van Koningin Victoria. Russell’s gewoonte van een afternoon tea werd al snel door velen overgenomen. En ook met steeds meer verschillende lekkernijen.

Afternoon tea aan hoge tafels met dito stoelen, zoals je die nu ook nog ziet in Britse pubs. Dat zou dan de high tea variant zijn van de afternoon tea. Zat je in lage fauteuils je afternoon tea te nuttigen, dan zou dat de low tea variant zijn. Als het waar is klinkt het logisch. Anna Maria Russell zal vast een vorm van low tea hebben genuttigd. Tegenwoordig kan je overigens van high tea genieten zonder dat je er thee bij drinkt. Het is een ruim begrip geworden.

High tea is culinair wel degelijk interessant. Er bestaan verschillende versies en meestal kan je ook kiezen hoeveel hapjes je wilt per persoon. Of je laat je verrassen. Dan krijgt je op je tafeltje – het zijn altijd veel te kleine tafeltjes – een 3 of 4 verdiepingen hoog torentje met lekkernijen. Men ging altijd graag met mij mee om zo’n hoog torentje te bestellen. Zoetigheid is namelijk niet zo mijn ding, dus dat betekende altijd meer voor de metgezellen.

Het leuke is dat elke uitbater, vooral in dorpjes, andere hapjes verzint. Vaak heel creatief. Al zijn kleine scones met jam en clotted cream wel een soort van gemene deler, zeker in Zuidwest Engeland.

Ben je geïnteresseerd in zelf kokkerellen, dan krijg je – niet gratis – veel ideeën mee. Een aantal van die ideeën maken we nog steeds, niet in de vorm van een overvloedige high tea, maar vaak als klein dessert, voor na een lichte maaltijd. En dat maken we, lees maak ik, op verzoek.

In Engeland kregen we op de onderste verdieping van het torentje eens een heel klein stukje sponge cake met lime curd, wel met meer en dunnere laagjes lime curd dan wij hebben gemaakt. We kregen ook eens een dun plakje van een gevlochten citroenbrood, met een klein beetje lemon curd en cream cheese erin.

En die laatste, ooit genuttigd tijdens een high tea in een Engelse broodjeszaak, die gaan we hier namaken, op verzoek van 2 samenzwerende huisgenoten. Niet als plakjes van 1 grotere citroenbrood, maar als kleinere gevlochten broodjes. Gepriegel op de centimeter, maar geen one-bite broodjes.

Lees Meer Lees Meer

Koken voor kinderen: egg in a hole with a hat

Koken voor kinderen: egg in a hole with a hat

Er waren wat jongere mensen op bezoek. Tijd voor een leuk lunchgerechtje.

Een eenvoudig gerechtje met veel smaak dat er ook nog eens leuk uitziet: ei in een gat in een boterham, met een hoed.

Ik ken geen ander gerechtje dat met zoveel namen is vereerd. Ei in een gat, ei in een mandje en gebakken ei in een broodje zijn enkele voorbeelden van de namen.

Rooster je de weggenomen stukjes brood mee en leg je die daarna op het ei, dan heet het gerechtje ineens egg with a hat.

Egg with a hat wordt op internet vaak toegeschreven aan de beroemde kok Fannie Farmer, die het gerecht als eerste zou hebben opgeschreven. Het zou in haar fameuze kookboek Boston Cooking-School Cook Book uit 1896 staan. Het hele kookboek doorgespit en tevens digitaal doorzocht.

Egg with a hat, ik zie het er niet in staan. Ook niet onder een andere naam. Daarmee is de plek waar het voor de eerste keer is gepubliceerd mogelijk nog onbekend.

Wel een recept voor getoast brood waar pate de foie gras in het gat gaat, zonder dat gemeld wordt wat je met het ronde stukje brood moet doen. Ook een recept voor ronde Dresden Patties, waar je zelf mag weten wat er in het gat gaat. En een recept voor mooi vorm gegeven brood waar in het gat groenten, vis of vlees gaat.

Populair gerechtje ook om te maken in films en TV-series door de jaren heen. Daar kreeg het elke keer een andere naam. Na te lezen op onder andere Wikipedia.

Als acteurs en actrices het ‘on stage‘ kunnen maken, dan moet het wel een makkelijk te maken gerechtje zijn. Het mag natuurlijk niet mislukken op het scherm. Door die acterende mensen heet het gerechtje daarom ook wel Hollywood eggs.

Gewoon egg in a hole with a hat gemaakt, ei in een gat van een boterham met een hoed!

Lees Meer Lees Meer

Een oud Romein eet speltbrood op vakantie in Egypte

Een oud Romein eet speltbrood op vakantie in Egypte

Of je ver weg gaat op vakantie hangt er onder andere vanaf of er vervoer beschikbaar is, hoeveel geld het kost, en of je bereid bent om dat geld daaraan uit te gegeven. Dat was bij de oud Romeinen niet veel anders.

Ik geloof niet dat onze grootouders ooit op vakantie gingen, of dat die überhaupt veel vakantiedagen hadden. Bovendien hadden ze van beide kanten een moestuin ter grootte van een tennisveld, die aandacht vergde. Ze konden niet eens weg. Onze ouders begonnen met vakanties in de omgeving, daarna naar België en Luxemburg en nog wat later naar Oostenrijk. Toen deze 2 bloggers jong waren, weer op vakantie in Nederland, naar Zeeland. Strandvakanties, voor ons plezier. En toen deze 2 bloggers volwassen waren, gingen ze met een vliegtuig naar Engeland. Ook niet te ver weg. Van fiets naar trein naar auto naar vliegtuig. Ze gingen wel met de tijd mee.

Die korte afstanden, daar lachen jongvolwassenen nu om. Want al die mensen willen naar de andere kant van de wereld, exotische oorden zien. En soms heeft iemand een deel van de wereld als werkterrein; Nederland, Italië, India én Suriname bijvoorbeeld.

Toerisme bestaat al heel lang. Maar ook voor bijvoorbeeld de oud Romeinen waren vervoer, kosten en uitgaven al belangrijk. Varen op de Middellandse Zee was niet altijd veilig, door conflicten en piraten. Maar de oud Romeinen gingen wel. Naar Griekenland, Egypte en de Levant. Op bezoek bij dingen die oud en anders waren. Aangezien ze veel van de Griekse keuken hebben overgenomen, waren daar waarschijnlijk geen tot weinig culinaire verrassingen voor een oud Romein. Vooral Egypte fascineerde ze enorm; zo anders in architectuur en geschrift, exotisch en mysterieus tegelijkertijd. Er ontstonden nieuwe tradities. Net als Julius Ceasar en Cleopatra op de Nijl varen.

Die verre reizen waren wel alleen weggelegd voor de rijkste oud Romeinen. De minder rijken uit dichter bij gelegen provincies gingen naar Rome zelf. En de armen, die bleven waarschijnlijk thuis, of gingen als bedienden met de rijken mee. Ook toen was er al kritiek op al dat gereis. Plinius de Jongere schreef in zijn Epistulae, in de 1e eeuw, bijvoorbeeld al dat er nog heel veel in de eigen stad was wat de mensen niet van wisten of nooit gezien hadden. Terwijl men wel van dingen in Griekenland en Egypte alles wist, over gelezen had en had bezocht. Klinkt bekend, ook in onze tijd, nietwaar?

De rijkste bewoners van Rome hadden ook nog eens 2 vakantiehuizen. Het liefst 1 aan de kust in het nu deels verzonken Baiae, aan de Golf van Napels. Voor in de lente. Horatius schreef in zijn Epistulae, in de 1e eeuw BC, dat geen baai in de wereld kon concurreren met het mooie Baiae. De allerrijksten hadden toen smaak. Een 2e woning had men in de bergen, voor als het aan de kust in de zomer veel te heet was. En de echt rijken hadden vaak nog meer huizen.

Net als wij nu: ben je op een andere plek van de wereld, dan neem je een souvenir mee naar huis. En dat deed ook een andere klasse van inwoners van het Romeinse rijk; de militairen. Hooggeplaatste militairen bleven een paar jaar op een plek om dan ergens te worden gestationeerd. Dat deden ze overal, ook in Engeland.

Lees Meer Lees Meer

Hartig gevulde broodpudding, en Vermeer

Hartig gevulde broodpudding, en Vermeer

Als je interesse hebt in kookgeschiedenis, dan kun je niet meer normaal langs schilderijen uit vorige eeuwen lopen. Want we hebben wel een hoop kookboeken uit vorige eeuwen, maar (uiteraard) geen begeleidende foto’s uit die oude tijden. We staan daarom altijd net even wat langer stil bij schilderijen met voedsel erop. Dit keer bij Het Melkmeisje van Johannes Vermeer in het Rijksmuseum [1], geschilderd circa 1660.

Het kleine schilderijtje Het Melkmeisje is van het Rijksmuseum zelf en maar 45,5 bij 41 centimeter groot. Vreemde naam overigens. Bij melkmeisje denk ik zelf aan een meisje dat een koe of een geit melkt, geschiedkundigen denken dan weer aan iemand die melk langs de deuren brengt, en niet aan een hulp in de keuken die uit een kan melk in een kom giet, om er daarna iets mee te doen. In 1696 werd het naar verluidt ‘Een Meyd die Melk uytgiet’ genoemd. Veel beter. Als het een ochtendscène is, dan ligt het maken van zoete broodpap of broodpudding voor de hand. Er liggen namelijk ook broden op de tafel.

Lees Meer Lees Meer

Catillus ornatus is een laganum in repen

Catillus ornatus is een laganum in repen

In het boek Deipnosophistae van Athenaeus [1], gedateerd op de 3e eeuw, staan niet alleen cheesecake recepten. Er staat ook een recept in voor wat de Romeinen catillus ornatus noemen. De ingrediënten worden gegeven, maar over de vorm waarin het geserveerd moet worden laat het recept niets los. De naam helpt ook niet echt. Catillus betekent niets anders dan houder van voedsel zoals een bord of kom, en ornatus betekent zoiets als versierd, opgesmukt. Catillus ornatus wordt wel aan laganum gelinkt. Maar wat is dan laganum?

Het Romeinse Rijk heeft ruim 1200 jaar bestaan, maar informatie over laganum is zeer schaars [2]. In de 2e eeuw BC schrijft Cato [3] helemaal niets over laganum. Pas in de 1e eeuw BC kunnen we iets over laganum lezen. Cicero meldt dan dat hij dol is op laganum. Horatius noemt in diezelfde eeuw laganum juist alledaags voedsel en refereert naar een gerecht met laganum, porrum (prei) en cicer (kikkererwten). Het boek Deipnosophistae meldt dat het een licht maar weinig voedzaam brood is, dat werd gebakken. In Apicius staat hoe je laganum gebruikt [4]. Er staat echter geen recept. Isidorus Hispalensis (ook bekend als Isidore van Sevilla) meldt dat laganum eerst werd gekookt (pasta?!) en dan werd gebakken in olie.

We hebben wel een etymologische hint. Laganum komt van het Griekse woord laganon. En dat refereert naar een ongerezen platbrood die werd gebakken op een hete plaat, of brede stroken deeg die in olie werden gebakken. Het werd in ieder geval van stevig deeg gemaakt. Dat lijkt een andere moderne vertaling van laganum als een soort pannenkoeken, zoals door bijvoorbeeld Joseph Dommers Vehling in 1936 [5] en Patrick Faas in 2003 [6] is gedaan, uit te sluiten. Pannenkoeken worden van nat beslag gebakken. Het meest aannemelijk is echter dat in de loop van die 1200 jaar laganum verschillende betekenissen heeft gehad, en meer algemeen duidde op een dunne deeglap die werd gebakken.

Laganum werd niet alleen door keizers gegeten, maar ook door het arme deel van de bevolking. Suggesties voor de ingrediënten voor laganum variëren: meel, bloem, water, wijn, peper, melk, olijfolie en vet zijn mogelijkheden. Een minimalistische aanpak lijkt het meest logisch om mee te beginnen.

Als eerste laganum als ongerezen platbrood gemaakt, zoals het mogelijk ooit begon, als nagemaakte Griekse laganon. Daarna de catillus ornatus, gemaakt: een laganum in repen. De oude Grieken bakten repen laganon ook al in olijfolie. De afwijkende naam van de oud Romeinen kan duiden op andere ingrediënten voor catillus ornatus ten opzichte van die voor laganon.

Lees Meer Lees Meer

Cricket sandwich: wit brood met komkommer

Cricket sandwich: wit brood met komkommer

Woon je in Engeland in een dorp dan speel je minstens 1 keer in je leven cricket, ook als je een tijdelijke import bewoner bent. Je wordt namelijk gewoon uitgenodigd om een keer mee te doen. Cricket is een eeuwenoud spel voor 22 spelers en is waarschijnlijk ontstaan in Zuidoost-Engeland. Mogelijk stamt het woord af van het Middelnederlandse cricke, dat stok of staaf betekent. Er zijn wel meer woorden uit de Nederlanden geïmporteerd in Zuidoost-Engeland, door de handel.

Cricket is natuurlijk een heel simpel spelletje. Iemand, de bowler, laat van een afstand een bal stuiteren met de bedoeling 3 vlak naast elkaar staande staven te raken. Bovenop die staven liggen 2 versierde latjes. Los, zodat duidelijk is dat de staven zijn geraakt, hoe miniem ook. De combinatie staven en latjes heet wicket. Voor die wicket staat alleen wel iemand, de batter, met een slaghout, de bat, om de staven te verdedigen en de bal weg te slaan. Die slagman moet heen en weer lopen tussen de wickets om punten te halen. De bal kan worden opgevangen door andere spelers, die vrij ver weg staan. En de meeste tijd ook niets te doen hebben. Dat leek me wel een mooie plek op het cricketveld.

Maar goed, iedereen kan aan de beurt komen om te slaan, zeker als je gastspeler bent in een vriendschappelijke wedstrijd. De bowler probeert zo veel mogelijk effect aan de bal te geven, maar aangezien die na de stuit altijd richting die 3 staven moet gaan leek de bal raken met het brede slaghout a priori heel makkelijk. Dat viel in de praktijk wat tegen. Wat minder goede bowlers missen de richting nog al eens door de afstand van ruim 20 meter – de beenbeschermers deden goed hun werk – en goede bowlers zijn ook meteen echt goed.

Uiteraard ook verder weg in het veld gestaan om de bal op te vangen. Op die oorspronkelijk begeerde plek, daar slaat helaas de verveling toe. Niet veel ballen kwamen mijn kant op. Een gemiddelde cricket wedstrijd kan ook zomaar 8 uur duren. Wij speelden met aangepaste regels, geen idee welke. De wedstrijd duurde alsnog 4 uur. Dat vonden de Engelsen fantastisch. En ik moet zeggen, je speelt ook geen 4 uur achter elkaar. Er zijn pauzes. Pauzes om te eten en te drinken. Daar ingewijd in een deel van de cricket geschiedenis. Gehoord dat het woord hattrick, bekend uit het voetbal, van oorsprong uit cricket komt. Gooide een bowler 3 wickets met 3 opeenvolgende ballen, dan kreeg de bowler een hoed voor deze truc: hat en trick werd hattrick.

Komkommer sandwiches bij de hete thee. Zeker als de zon schijnt een welkome afwisseling als je cricket speelt. In Nederland lekker als lunch bij semi-tropische temperaturen.

Lees Meer Lees Meer

Panis focacius wordt focaccia quattro stagioni

Panis focacius wordt focaccia quattro stagioni

Pizza quattro stagioni is in 4 delen opgedeeld, waarbij elke deel een seizoen van het jaar representeert. Klassieke toppings zijn artisjokken voor de lente, tomaten en/of basilicum voor de zomer, paddenstoelen voor de herfst en ham en/of olijven voor de winter. Maar regelmatig zie je – zeker buiten Italië – ook gewoon 4 verschillende toppings op een pizza die dan ook quattro stagioni heet, zonder dat er rekening is gehouden met de seizoenen.

Pizza wordt idealiter gebakken op een steen in de oven. Bij de oude Romeinen was die kook/bak plek een centrale plek in huis, met als naam focus. Een woord waar wij nu een bredere betekenis aan geven. Die focus, die was aanleiding tot een speciaal platbrood, de panis focacius, brood gebakken op de focus. Het waarschijnlijkst is dat de oude Romeinen dat hebben afgekeken van de Etrusken en/of oude Grieken. Op hun beurt hebben de oude Romeinen het weer doorgegeven aan de Italianen, als focaccia.

Afgezien dat het een lekker brood is, heeft een focaccia vaak weinig ingrediënten op het brood. Concentratie op een enkele smaak. En daarom is quattro stagioni een goed idee: verschillende smaken op je bord zodat niet elke hap hetzelfde smaakt. In Nederland kennen we vooral 1 soort focaccia. Een rechthoekig luchtig brood met gaten erin, en rozemarijn, tijm en/of olijven erop. Nog een scheut kwaliteitsolijfolie erover en dan warm serveren. In Italië zijn er meer varianten, waaronder 1 met kaas, focaccia di Recco.

Hier het idee van pizza quattro stagioni toegepast: focaccia quattro stagioni.

Lees Meer Lees Meer

Linguine met ansjovis, knoflook en broodkruim

Linguine met ansjovis, knoflook en broodkruim

Ik had wat ansjovisjes over na het maken van een ander gerecht – zo veel smaak dus weinig van nodig – en die ansjovisjes moet je daarna wel binnen een bepaalde tijd opeten. Daarvoor een lekkere maaltijd uitgekozen, uiteraard. En wel een hartstikke bekend Siciliaans gerecht. Een variant van pasta con le sarde, pasta met sardientjes.

Vaak wordt gerefereerd naar de ansjovis (en/of sardientjes) als het over deze maaltijd gaat. Maar juist de geroosterde broodkruimels – muddìca atturrata – voegen nog een aparte smaak en crunch toe. Vroeger waren die geroosterde broodkruimels een vervanger van dure kaas, om toch veel smaak aan je eten mee te geven. Die geroosterde broodkruimels vind je in veel meer gerechten uit Sicilië.

Het gebruik van broodkruimels is ook al oud. Ook in de 1e Italiaanse tomatenrecepten werden al ansjovisjes in combinatie met geroosterde broodkruimels gebruikt. En het kookboek waar dat voor het eerst instaat, Il Cuoco Galante uit 1773, was ook voor mensen die zich wel kaas konden veroorloven. Dus die muddìca atturrata, die ging er in voor de eigen smaak, niet als vervanger.

Pasta. Met geroosterde broodkruimels en ansjovis, gewoon lekker.

Lees Meer Lees Meer

De beste broodbakkers kwamen uit Cappadocia

De beste broodbakkers kwamen uit Cappadocia

De oud-Romein Cato schreef in zijn De Agri Cultura (gedateerd op ongeveer 160 BC) niets over gist, hoewel zijn mustacei wel degelijk luchtige broodjes waren. De oud-Romein Plinius schreef in 77 al veel uitgebreider over luchtig brood in zijn Naturalis Historia. Hij dacht dat broden luchtig werden bijvoorbeeld door deeg zuur te laten worden, door het deeg een dag te laten staan. De in Egypte wonende Griek Athenaeus schrijft in de 3e eeuw in zijn boek Δειπνοσοφιστών (Deipnosophistae, vrij vertaald ‘De Banket Experts‘) juist over verschillende soorten deeg en rijsmiddelen en welk effect dit had op het uiteindelijke brood. In die 4 eeuwen nam de kennis van luchtig brood maken wel degelijk toe. Maar gist bleef onbekend. Gist werd pas voor het eerst bekeken in 1680, toen Antoni van Leeuwenhoek met zelf gemaakte microscopen gistcellen observeerde tijdens zijn waarnemingen van bier tijdens het gistingsproces.

Athenaeus laat optekenen dat de beste broodbakkers uit de provincie Cappadocia kwamen, wij schrijven Cappadocië. Cappadocië ligt in het huidige Turkije en heeft schitterende rotsformaties en prachtige natuur. Cappadocië, dat is waar de Hettieten hun rijk begonnen. Het staat niet voor niets op de werelderfgoedlijst van UNESCO. In de Romeinse tijd was Cappadocië lang een zelfstandig vorstendom. Pas in het jaar 17 werd Cappadocië een provincie van het Romeinse Rijk. In de tijd van Athenaeus was Cappadocië een leverancier van granen – tarwe en gerst – en van een aantal metalen.

Athenaeus citeert volgens eigen schrijven uit een werk van Aristophanes, Acharnensians genaamd, die weer schrijft over een boek van Chrysippus van Tyana, ‘De Kunst van het Brood Maken’. Helaas voor ons is dit boek verloren gegaan. Tyana lag in Cappadocië. Chrysippus van Tyana zat daarmee op de goede plek om over brood te schrijven. Athenaeus citeert Aristophanes die schrijft dat de Grieken een zacht brood maakten van een soepel deeg, met daarin een beetje melk, olie en zout. Ze noemden het cappadocian, omdat zacht brood voornamelijk werd gemaakt in Cappadocia. En hij schrijft dat dit brood in Syrië lakhma heet. Volgens Aristophanes zag cappadocian eruit als een bloem.

Net als in de oudheid, waar het zachte cappadocian brood in Griekenland werd vernoemd naar Cappadocië, noemen wij in Nederland een rond zacht brood een Turks brood. Dit terwijl Turkije toch echt heel veel andere lekkere broden kent.

Een recreatie van het zachte brood van Chrysippus van Tyana.

Een zacht brood gemaakt met de ingrediënten die Chrysippus van Tyana opschreef en dat er, nog heel, uit ziet als een bloem.

Lees Meer Lees Meer

Schotse bannock van havermout

Schotse bannock van havermout

Bannock is een oude, platte broodsoort. Al voor het jaar 1000 bekend. Het werd vroeger voornamelijk gemaakt in wat nu Schotland, Ierland en Noord-Engeland heet. Van haver en gerst, dat groeit in Schotland veel gemakkelijker dan tarwe. In Schotland oorspronkelijk gebakken op een bannock stane, een platte wat rond stuk zandsteen die direct in het vuur werd gelegd. Later werden ze gebakken op een griddle, een platte ijzeren pot die boven een open vuur werd geplaatst. Tegenwoordig is een pan of oven standaard.

Vroeger werden er tijdens de overgangen van de verschillende jaargetijden verschillende soorten bannocks gemaakt. Het is ook goed mogelijk dat bannocks werden gebruikt als broodbord; een stevig en eetbaar bord van brood. Op dat broodbord lag dan de rest van je maaltijd. Bij armere mensen werd het broodbord opgegeten. Bij rijke mensen werd het na de maaltijd als veevoer gebruikt of aan de armen gegeven. Pizza is een voorbeeld van een broodbord in moderne tijden. Ook rijke mensen eten tegenwoordig hun broodbord op.

Tegenwoordig wordt bannock veel gemaakt met bloem en een rijsmiddel. Met baking soda en karnemelk lijkt het dan heel erg veel op Ierse soda brood, alleen platter. Met bakpoeder is het meer een platte ronde scone die eenmaal uit de oven in stukken wordt gesneden. Er zijn nu ook veel speciale versies met lokale variaties. Bijvoorbeeld in Selkirk, Schotland, wordt een versie gemaakt met rozijnen, de Selkirk bannock.

Terug naar de bron. Ongerezen bannock brood. Bannocks van havermout.

Lees Meer Lees Meer