Archief van
Categorie: Broodje

Broodje Chinese varkens rib-eye

Broodje Chinese varkens rib-eye

Rib-eye, dat is toch van de koe? Dat dacht ik toen voor de vitrine stond met het luxere vlees. Ik neem ten minste aan dat het luxe vlees was, want de prijs lag aanzienlijk hoger dan van de rest van het vlees. Indicatie was ook wel dat het vlees per stuk was verpakt en niet per 4 of meer in een grote tray.

Maar er stond dus varkens rib-eye op de verpakking. En ik geef toe, het zag er smakelijk uit. Het had mijn blik getrokken. Nieuwsgierig pakte ik het op en zocht naar de prijs. Niet goedkoop. Niet erg, ik betaal graag voor kwaliteit. Nou ja, graag. Ik heb het er voor over.

Altijd gedaan. Niet van het onderste schap. Liever vers dan uit blik, en liever met duidelijke herkomst dan volgepompt met water en troep. En zoveel mogelijk lokaal. Helaas is vooral biologisch vlees duur. Zeker als je voor meerdere mensen moet koken. Ik doe het dus maar af en toe. Niet om mijn geweten te sussen, maar omdat het meer smaak heeft.

Hoewel prijzig, was dit geen biologisch vlees. Wel afkomstig uit Nederland. Maar wat is varkens rib-eye eigenlijk?

De rib-eye wordt gesneden uit het voorste deel van de rug (de lende) richting de nek, waar het vlees van nature iets vetter en smaakvoller is. Zeg maar richting de hals waar de procureur vandaan komt. En wie wel eens procureur eet, weet dat dit vlees mals is door de marmering. In tegenstelling tot varkensfilet droogt een rib-eye niet snel uit. Het blijft mals en is daardoor ook heel smakelijk.

Ik kocht het, maar wat zou ik er mee gaan maken. Zomaar een lapje vlees braden doe ik niet snel. Hooguit een sucadelapje, maar ook dat eet ik vooral in een stoofpotje. Het is bovendien warm weer. Het is dus broodjestijd.

Lees Meer Lees Meer

Een Engelse herinnering: gevlochten citroenbrood

Een Engelse herinnering: gevlochten citroenbrood

Gevlochten Engelse citroenbroodjes, gemaakt met lemon curd en roomkaas als vulling. Dit was de eerste keer dat ik ze zelf maakte en dan kan er weleens iets fout gaan. En dat gebeurde hier dan ook, meermalen zelfs. Zo werkt zelf kokkerellen. Op het eind van dit blogje alle verbetertips verzameld. Het was bovendien 28°C in de keuken. Dat vindt het daardoor slappe deeg over het algemeen niet fijn als het dun uitgerold en gemanipuleerd moet worden.

Waarom toch gemaakt? We hadden recent een Nederlandse high tea genuttigd, en dat bracht warme herinneringen naar boven aan de Engelse high tea. Bovendien hadden we gisteren een gedwongen vrije dag. Bedrijf gesloten. Vandaar.

Engelsen zijn zelf ook dol op hun eigen high tea. In Engelse detectives die heel Engeland maar wat graag op de, inderdaad prachtige, Cotswolds willen laten lijken, is high tea nuttigen in een rustiek country tea house een regelmatig terugkerend thema.

Engelsen zijn echt dol op hun eigen high tea. Tenminste, diegenen die het kunnen betalen. Want high tea in een theehuis of restaurantje nuttigen is niet bepaald goedkoop. Wij deden het daarom zeker niet regelmatig. Later wel elke keer als we op vakantie in Engeland waren, als een soort van dure guilty pleasure. 1 keer per vakantie moest kunnen.

Het kan natuurlijk alleen high tea heten als je thee hebt. Die thee werd naar verluidt door Nederlandse kooplieden vanuit het oosten naar Europa en ook Engeland gebracht via de Vereenigde Oostindische Compagnie (1602–1800). Thee werd in Engeland alleen niet meteen populair. Pas toen Catharina van Braganza in 1662 vanuit Portugal naar Engeland ging om te trouwen met King Charles II, werd thee drinken een gewoonte aan het hof.

Gosciny en Underzo hebben een heel andere en ook heel amusante kijk op de introductie van thee in Engeland. Dat zou al in oud Romeinse tijden zijn gebeurd. In de strip ‘Asterix en de Britten‘ serveert Asterix uit nood bladeren in heet water, in een grote ketel, zodat de Britten na het drinken ervan wel kunnen vechten. De drank wordt tea genoemd. Ze drinken het vervolgens punctueel om 5 uur ’s middags, met een wolkje melk. Zelfs gevechten in een oorlog worden er voor onderbroken op dat tijdstip. Een slim bedacht verhaal!

Bijna 2 eeuwen nadat Catharina van Braganza thee ging drinken in Engeland, was de 7th Duchess of Bedford, Anna Maria Russell, rond 1840 hongerig, ergens in de afternoon, een benaming voor de tijd tussen 12.00 uur (noon) en de tijd erna (after) tot zeg 17.00 uur. Ze wilde iets eten bij de thee. Thee met dat afternoon eten werd waarschijnlijk eerst met brood gedaan en later met scones. Russell was bovendien een levenslange vriendin van Koningin Victoria. Russell’s gewoonte van een afternoon tea werd al snel door velen overgenomen. En ook met steeds meer verschillende lekkernijen.

Afternoon tea aan hoge tafels met dito stoelen, zoals je die nu ook nog ziet in Britse pubs. Dat zou dan de high tea variant zijn van de afternoon tea. Zat je in lage fauteuils je afternoon tea te nuttigen, dan zou dat de low tea variant zijn. Als het waar is klinkt het logisch. Anna Maria Russell zal vast een vorm van low tea hebben genuttigd. Tegenwoordig kan je overigens van high tea genieten zonder dat je er thee bij drinkt. Het is een ruim begrip geworden.

High tea is culinair wel degelijk interessant. Er bestaan verschillende versies en meestal kan je ook kiezen hoeveel hapjes je wilt per persoon. Of je laat je verrassen. Dan krijgt je op je tafeltje – het zijn altijd veel te kleine tafeltjes – een 3 of 4 verdiepingen hoog torentje met lekkernijen. Men ging altijd graag met mij mee om zo’n hoog torentje te bestellen. Zoetigheid is namelijk niet zo mijn ding, dus dat betekende altijd meer voor de metgezellen.

Het leuke is dat elke uitbater, vooral in dorpjes, andere hapjes verzint. Vaak heel creatief. Al zijn kleine scones met jam en clotted cream wel een soort van gemene deler, zeker in Zuidwest Engeland.

Ben je geïnteresseerd in zelf kokkerellen, dan krijg je – niet gratis – veel ideeën mee. Een aantal van die ideeën maken we nog steeds, niet in de vorm van een overvloedige high tea, maar vaak als klein dessert, voor na een lichte maaltijd. En dat maken we, lees maak ik, op verzoek.

In Engeland kregen we op de onderste verdieping van het torentje eens een heel klein stukje sponge cake met lime curd, wel met meer en dunnere laagjes lime curd dan wij hebben gemaakt. We kregen ook eens een dun plakje van een gevlochten citroenbrood, met een klein beetje lemon curd en cream cheese erin.

En die laatste, ooit genuttigd tijdens een high tea in een Engelse broodjeszaak, die gaan we hier namaken, op verzoek van 2 samenzwerende huisgenoten. Niet als plakjes van 1 grotere citroenbrood, maar als kleinere gevlochten broodjes. Gepriegel op de centimeter, maar geen one-bite broodjes.

Lees Meer Lees Meer

Broodje casselerrib

Broodje casselerrib

Ik had weer eens iets gekregen. Dit keer iets wat ik nog nooit gegeten had, behalve als vleeswaren en dat kon me nooit echt overtuigen: casselerrib.

Over wat de oorsprong is van de naam, in het Duits Kasseler of Kassler, verschillen de meningen. Sommigen zeggen dat het bedacht is door een negentiende-eeuwse Berlijnse slager genaamd Cassel. Anderen zeggen dat in het Berlijn van de negentiende eeuw al werd gesuggereerd dat het woord Kasseler afkomstig is uit Kassel in Hessen.

Een derde theorie zegt dat Kassel er is afgeleid van het Franse casserole, een gerecht dat met de Hugenoten naar Berlijn zou zijn gekomen in de achttiende eeuw. Destijds stamde zo’n 20% van de Berlijners van Hugenoten, Franse geloofsvluchtelingen die vanaf 1685 in groten getale richting Pruisen waren gevlucht. Maar deze theorie lijkt mij niet waarschijnlijk, aangezien casselerrib en casserole nauwelijks op elkaar lijken.

Casselerrib is een gezouten en licht gerookt varkensvlees en vooral populair in Duitsland. Ik kreeg het dan ook van iemand die met regelmaat in Duitsland boodschappen doet en er zelf verzot op is. En vooral verbaasd was dat ik het niet kende. Ja, als ribkarbonade. Liever eet ik schouderkarbonades, minder droog door het met vet geaderde vlees.

Wanneer de rib van het vlees wordt gehaald, wordt het casselerrib door het vlees te kruiden en te pekelen.  Daarna is het klaar voor verdere bereiding: langzaam roken of koken. Hierdoor wordt het vlees malser en langer houdbaar. Het wordt vooral gegeten in stoofgerechten of bij stamppotten. Al met al is het wel hetzelfde vlees als de ribkarbonade, maar toch iets heel anders.

Interessant allemaal, maar wat ging ik er mee doen? Stoofpotje? 0f bakken? Aangezien ik nog geen idee had hoe het gekruide en gerookte vlees zou smaken, besloot ik het stoofpotje voor een andere keer te bewaren. Nee, het werd weer eens tijd voor een nieuw broodje, een broodje Casseler. Een soort van blind eten: geen idee hebben hoe het gaat smaken wat je gaat eten.

Een eenvoudig broodje. Met wat frisse piccalilly om het gepekelde vlees te compenseren. Wat komkommer voor een bite. En een beetje geraspte oude kaas met wat rucola om het iets pit te geven.

Lees Meer Lees Meer

Kip ‘saté-salade’

Kip ‘saté-salade’

De meeste mensen zullen een guilty pleasure hebben als het gaat om eten. Voor opvallend veel vrouwen is dat chocolade heb ik mij laten vertellen. Mannen heb dat minder volgens mij. Of ze durven er niet voor uit te komen en zitten nog in de chocoladekast. Zelf ben ik niet zo’n liefhebber van chocolade. Eigenlijk ben ik nooit verder gekomen dan de chocoladeletter met Sinterklaas. Ik ben meer van de hartige dingen, zoals kaas en droge worst.

Sommigen doen alles voor een droge worst. En dan vooral die van lokale slagers en ze zijn dan ook niet beroerd om daar een stukje voor om te rijden. Ik heb zelfs adresjes. En sommigen kun je ’s nachts wakker maken voor een stukje kaas. Anderen doen weer alles voor een broodje bakkeljauw. Ieder heeft een favoriet. Misschien zelfs wel meer dan eentje. Ik kan er in ieder geval wel een paar bedenken voor mezelf. Eén daarvan is pindasaus. Guilty pleasure heet dat.

Vroeger kende ik pindasaus alleen van de saté bij de lokale Chinees. Toen vond ik dat ontzettend lekker. Lekkerder dan die stokjes met vlees eigenlijk. Later at ik eens bij Moluks klasgenootje en daar proefde ik echte pindasaus. Een verslaving was geboren. In mijn studententijd maakte ik voor het eerst gebakken rijst met pindasaus. Meer heeft een student toch niet nodig? In mijn vegajaren heb ik daarna opvallend vaak gado-gado gegeten. Groenten, dus gezond was de legitieme verantwoording. Ik hoorde ook nooit iemand klagen…

Weer later maakte ik kennis met pindasoep. Pindasaus om te drinken! En weer later leerde ik pindasoep in Suriname kennen. En petjel, een van oorsprong Indonesisch gerecht. Het smaakt in Suriname toch anders, en dan niet alleen omdat je in de euforie van het buitenlandse eten zit.

Nu eet je pindasaus doorgaans warm of lauw. Eigenlijk nooit koud. Tenzij je snoept uit de koelkast. Ik noem geen namen… Er is echter iets kouds te koop in de supermarkt dat om pindasaus draait: kipsaté-salade. Technisch gezien is het natuurlijk helemaal geen saté, maar die discussie laten we even voor wat is.

Jarenlang had die kipsaté-salade in de koeling een bepaalde aantrekkingskracht op mij, maar ik kocht het niet. Koude pindasaus en dat kipsaté noemen, dat kon toch niet. Ik weigerde het te kopen. Tot het moment dat het lichaam sterker was dan de geest…

De eerste keer viel een beetje tegen. Kleine blokjes kip in een overdadige saus. Heel veel meer saus dan kip zelfs. En het leek niet echt op pindasaus vond ik. Ik voelde mij enigszins bekocht. Ik liet het voor wat het was en het zou een tijd duren voordat ik een hernieuwde poging deed met een ander merk. Toen ik dat uiteindelijk deed was er weliswaar beduidend meer kip in die kipsaté-salade, maar ook weer blokjes kip. Dat moest toch beter kunnen. Net als de saus. Met alle middelen om de saus houdbaar en presentabel te houden, werd de smaak er niet beter op.

Tijd om zelf aan de slag te gaan. Onderstaand recept is het resultaat van proberen en verbeteren. Een beetje met vallen en opstaan, maar vanaf de eerste versie in ieder geval zonder vierkante blokjes kip.

Er is overigens een probleem met koude pindasaus. Die gaat namelijk schiften. En dat maakt het niet aantrekkelijk om naar te kijken. Iedereen die pindasaus laat afkoelen, kent het probleem: de olie komt boven drijven. Om dat te voorkomen moet je een stof toevoegen die dat tegengaat. Een slimme oplossing is om een bestaande emulsie toe te voegen, een mengel van olie en water dat normaal gesproken niet bindt. Veel mensen hebben zo’n emulsie standaard in huis, namelijk in de vorm van mayonaise.

Lees Meer Lees Meer

Broodje kip kerrie masala

Broodje kip kerrie masala

Ik kreeg plots de opmerking via de app dat ik al in geen jaar een gevuld broodje op Reutel had gepost. Niets meer, maar er sprak enige verwondering uit. Hoe dat toch mogelijk was. Ik geef toe, voor de hoeveelheid broodjes die ik maak, is er afgelopen jaar opvallend weinig gepubliceerd. Dat komt deels ook omdat ik afgelopen vooral in de ban was van Surinaamse broodjes, dat wil zeggen bakkeljauw, kip masala, kip ketjap en masala-eieren. Afgewisseld met wat varianten daarop, zoals de ajam smoor met kippenmaagjes. Van variatie gaat een mens eten tenslotte. Bovendien, never change a winning broodje.

Maar speciaal voor mijn medeblogger wilde ik graag een nieuw broodjes recept. Maar wat? Mijn favoriete salades op een broodje zijn een eenvoudige eiersalade of een tonijnsalade. Met name de tonijnsalade is zo gemaakt. Nu heb je in de winkel tegenwoordig allerlei vreemde salades, zoals een ‘gevuld eitje salade’. Als het geen gevuld ei is, maar volledig geprakt is het toch geen gevuld eitje salade? Of ligt dat aan mij? Er is ook een Vlam!salade, gebaseerd op de bekende Vlammetjes, maar dan zonder Vlammetjes… En Oude Kaas salade.  Ik denk dan neem gewoon een plak kaas en als je dan per se een vette hap wil, smeer er dan een kledder mayo overheen. Wel minder aantrekkelijk voor een toastje, dat geef ik toe. Maar de kaassalade heb ik een keer geproefd (niet gekocht, ben niet gek), maar dat is dus echt niks voor mij. Het is dan wel kaas wat er in zit (tussen de 27 en 29% zie ik bij de verschillende merken), maar het is niet mijn keus voor een smakelijk broodje. Wat te denken van een kip samba-salade? Geen idee hoe dat moet smaken, maar de kleur staat mij al niet aan.

Gelukkig bestaat er nog wel iets als een (ik zou bijna zeggen ouderwetse) kip-kerrie salade. Nu vind ik die op zich niet bijzonder, maar ik kan er wel een smakelijke twist aan geven! In plaats van kerrie gebruik ik Surinaamse masalakruiden. Dat betekent in ieder geval dat je de masala moet bakken, waar je dat met gewone kerrie niet hoeft te doen. En ik vind gesneden blokjes kip in een salade stom, dat smeert toch helemaal niet lekker. Dus dat wordt kip pocheren en dan in reepjes scheuren.

Dus, speciaal voor de medeblogger: Surinaamse kip kerrie masala-salade.

Lees Meer Lees Meer

Ciabattina’s, gehaktballen, emmentaler, gele tomaten en ricotta

Ciabattina’s, gehaktballen, emmentaler, gele tomaten en ricotta

En nee, dat broodje aan de rechterkant heeft geen zwarte binnenkant op het uiteinde. Daar zie je het gat in de snijplank, in de schaduw liggend, dus donker.

Dit is zo’n maaltijd die bij ons in verschillende varianten wordt opgediend. Andere soorten gehakt, andere kruiden, andere broodjes, et cetera. Maar toch hebben we 1 absolute favoriet.

En dan te bedenken dat het lang geleden bij toeval is begonnen. Want nadat we ontelbare jaren vakanties in het VK doorbrachten, gingen we voor het eerst voor een korte vakantie naar Duitsland, in de Eifel. En daar zag ik iemand naar wat later bleek een best wel grote gehaktbal half verstopt in een kaiserbrötchen eten. Inspiratie 1!

Beide zachte binnenkanten van het doormidden gesneden broodje waren namelijk ingedrukt, van te voren al of later. Je zag de gehaktbal nauwelijks. Dus dat werd vragen aan de rondlopende ober wat het precies was. We hadden al besteld, maar vragen is vrij. Nee heb je, ja kun je krijgen. Altijd een goed uitgangspunt bij nieuwsgierigheid.

Weer thuis niet meteen gemaakt overigens. Of beter, jarenlang niet gemaakt. We hadden al verschillende recepten voor aangeklede hamburgers op broodjes. Toen stuurde een student plotseling een foto van een broodje met heel veel soepballetjes. Kant-en-klare kleine soepballetjes, gebakken en dan op een pistolet gelegd. Inspiratie 2!

Idee geboren: een langwerpige broodje combineren met kleinere gehaktballen dan in de Eifel, maar wel groter dan de soepballetjes.

Uiteindelijk uitgekomen op balletjes ter grootte van pingpongballetjes, door onze spinaziegehaktballen. En op ciabattina’s, sowieso 1 van onze favoriete broodjessoorten. Knapperige korst met een zeer luchtige binnenkant.

Op 1 ciabattina passen precies 3 balletjes. Zo eten we ze het vaakst.

Tijd voor een bekentenis. Gehakt. We gebruiken altijd 300 gram als we het gehakt rullen. Maar als we gehaktballen of -balletjes maken, gebruiken we opeens altijd 500 gram. Niet te doorgronden, wel een huisregel. Keuzes. Het leven zit vol met bewuste keuzes.

Lees Meer Lees Meer

2 experimenten, voor Pão de Queijo

2 experimenten, voor Pão de Queijo

Warm, heet, zwoel. Zomaar wat kreten die ik kort na elkaar mocht horen toen het deze week een aantal dagen (ruim) boven de 30°C was. Hittegolf. Overdag is dat doordeweeks geen probleem, want airco op het werk. En toen werd het doordeweeks ineens wel een probleem, want de airco op het werk deed het niet. En dan wordt het in een oud gebouw binnen ineens net zo warm als buiten, boven de 30°C. Onze woning is van een jongere datum, dus besloten om thuis te werken. Nog steeds warm, maar niet zo warm als op het werk. Thuiswerken, dat geeft de tijd om de oven te gebruiken, ondanks de hitte. Want de oven staat in de bijkeuken.

Pão de queijo, letterlijk vertaald kaasbroodje, is een Braziliaans kaasbolletje gemaakt van tapiocameel, kazen, plantaardige olie, ei, melk en water (meestal). Ik kreeg een recept op 15 juni dit jaar als vaderdag cadeau, sinds 2019 een traditie bij ons. Want wat geef je iemand die al een ruime hoeveelheid boeken heeft en veel kastenvullers in de keuken?

Thuiswerken, dat geeft de tijd om pão de queijo te maken. Een gegeven paard kijk je niet in de bek, dus het gekregen authentieke Braziliaanse recept gewoon gemaakt. Dat ging uiteindelijk niet helemaal goed. Achteraf is het als experiment 1 bestempeld. Zo kun je je eigen fouten goed praten. Een paar dagen daarna nog eens Braziliaanse kaasbolletjes gemaakt, experiment 2, met iets andere keuzes.

Het recept voor pão de queijo kwam uit Brazilië, maar ook andere Zuid-Amerikaanse landen kennen pão de queijo. Wat lekker is reist gewoon rond. Pão de queijo wordt gemaakt met veel kaas, en regelmatig met heel erg veel kaas.

Oorspronkelijk met queijo meia cura en/of canastra, beiden van koeienmelk gemaakte kazen uit de Minas Gerais regio van Brazilië. En daarom wordt wel verondersteld dat in die regio pão de queijo is ontstaan.

Tegenwoordig worden halfharde gele mozzarella en Parmezaanse kaas vaak gebruikt, veelal in combinatie. Maar ook provolone en cheddar komen voor.

Die vrij smakeloze halfharde mozzarella heeft niets te maken met buffelmozzarella. De Amerikaanse variant heet low-moisture mozzarella. Die kaas smelt goed, maar komt ons huis niet in. Parmezaanse kaas lang meebakken doen wij niet. Wij vinden dat de lekkere smaak van die kaas dan te veel achteruitgaat.

Tapiocameel wordt gemaakt van gedroogde cassavewortel. De cassave is in Zuid-Amerika een oud gewas, dat naar verluidt al zeker 24 eeuwen wordt gekweekt en gegeten. Via Portugezen belandde de cassave in Afrika en Azië. Cassave bevat linamarine. Via chemische reacties kan na het eten van rauwe cassave cyanide ontstaan. Je moet het eerst verhitten. Dat kennen we ook van beukennoten, met fagine. Niets nieuws onder de zon.

Tapiocameel is merkwaardig spul. Van zichzelf is het vrij smakeloos. Het is wel zetmeelrijk en glutenvrij. Het wordt vaak als bindmiddel gebruikt bij het koken, net als maizena. Het ziet er ook hetzelfde uit. Stort het in een kom en het lijkt een helder wit en heel fijn poeder.

Gebakken geeft tapiocameel een knapperige korst en een elastische structuur. Entreé het Braziliaanse kaasbroodje pão de queij. Ze horen knapperig van buiten te zijn en zacht en elastisch van binnen. Met tarwebloem lukt het niet om pão de queij te maken. Geen tarwe, wel tapiocameel. En dat maakt pao de queijo speciaal.

Lees Meer Lees Meer

Kippendijburger met zwarte bonen, romaine en sticky saus

Kippendijburger met zwarte bonen, romaine en sticky saus

De vorige 3 dagen was het warm, heel warm. Tijdens het weekend zelfs boven de 30°C. Met zulke temperaturen kijken we anders tegen koken aan. Het moet simpeler dan anders én de tijd in de warme keuken moet zo kort mogelijk zijn. De maaltijden moeten bij voorkeur licht verteerbaar zijn. Geen zware winterse stoofpotten bijvoorbeeld. Dat is het idee.

We doen dan vaak ’s ochtend al het vele werk voor onze huzarensalade. Lekker, koud eten ’s avonds. Soms doen we een afbakbroodjes maaltijd met divers beleg. Geen probleem die afbakbroodjes, want onze oven staat in de bijkeuken, met een eigen deur naar buiten en een deur naar de keuken die hermetisch dicht kan.

Dat is zo gekomen omdat een makelaar ooit vroeg waar we precies naar op zoek waren. Een open keuken? We keken elkaar aan en zeiden beiden tegelijk “bijkeuken”. Dus wonen we nu in een huis waarbij de woonkamer de ene poot van een U is, en keuken / eetgedeelte de andere poot van de U, met daarnaast de bijkeuken. Koken zonder zicht op de woonkamer. Nooit spijt gehad van die keuzes, ondanks dat we nu wel een vrij kleine keuken hebben. Die bijkeuken, daar staan, op de koelkast na, alle keuken- en witgoedapparaten die lawaai kunnen maken, én hoge voorraadkasten, van vloer tot plafond. Rust in de woonkamer. (En het gat middenin de U? Dat is de entree naar binnen en naar boven.)

We hadden vorige week al eerder huzarensalade en een broodjesmaaltijd met gevarieerd koud beleg gegeten. Dus afgelopen vrijdag warme kabeljauwhaasjes op afgebakken ciabattina’s bereid, zonder sausjes dit keer. Slechts 10 minuten in de keuken, op afstand van het fornuis want vis moet je met rust laten, en voor de rest deed de oven in de bijkeuken het werk.

Zaterdag gewoon pizza’s en flammkuchenpizza gemaakt, want oven in de bijkeuken. Alleen de pizza’s ietwat laten afkoelen voordat we gingen eten, anders werd je toch nog warm.

En gisteren daalde richting de avond de temperatuur met een kleine 5°C, dus weer de oven gebruikt voor een afgebakken landbol, want, u kent inmiddels de drill, oven in de bijkeuken.

Kippendij en geen kipfilet, dat kent een stukje geschiedenis. Op zaterdagochtend 20 augustus 2016, om half 9, verscheen op NOS Nieuws het bericht ‘Kippendij verdringt kipfilet van tafel’. En daar deden wij graag aan mee, met die schijnbare omwenteling.

Vroeger aten we hele kip en ouderwets grote kippenbouten en kippenpoten (alle inclusief de kippendij) en kipfilet. Frivole liflafjes als losse vleugeltjes en drumsticks, dat kwam het huis niet binnen. Wij aten daardoor altijd al kippendijen, en zijn dat gewoon meer gaan doen. Wat is afgevallen is de kipfilet. Nou ja, niet echt afgevallen natuurlijk. Minder vaak gegeten, dat is dichter bij de waarheid. Wij vinden kippendijen wel lekkerder dan kipfilets. Behalve als we sticky stukjes kip maken, zoals bij generaal Tso’s kip. De medeblogger heeft overigens al een volgende stap gemaakt. Hij eet tegenwoordig kippendijen met rugstuk.

Bij onze slager is de hoeveelheid kippendijen in de vitrines in evenwicht met de hoeveelheid kipfilets. Dat is in onze supers anders. Daar overheerst ondanks het bericht van de NOS, de kipfilet nog steeds, of weer.

Hele kippendijen zijn niet echt mooie stukjes vlees. Foto’s van kippendijfilets laten meestal de gladde buitenkant zien. Klap je een kippendij open en bekijk je de onderkant, dan is het allemaal wat rommeliger. Logisch, want daar zijn de botten weggesneden. Tenminste bij die van de slager. Gekocht in de supermarkt willen er nog wel eens botresten aanzitten. Dan altijd controleren!

Snij je ze niet in reepjes, dan kan je het uiterlijk van een kippendij toch verbergen, in een broodje. De kippendijburger, zwarte bonen en romaine zie je. Net als de tomaat en mais. Maar wat je niet ziet draagt ook bij aan de smaak. Een saus toch gebaseerd op die van Generaal Tso.

Lees Meer Lees Meer

Broodje warme spicy kip met kaas en ui

Broodje warme spicy kip met kaas en ui

Vroeger lunchten we nooit buiten de deur. Hooguit werd er tijdens de vakantie een keer een patatje gegeten of wanneer aan de kust of op de eilanden een gebakken vis. Zo was het voor mij lang gewoon om zelf brood mee te nemen als ik een dag buiten op locatie moest werken. Nu haal ik er ook wel lol uit om lekkere broodjes te maken en anderen daarmee te verrassen. Maar wanneer het heel warm of juist heel koud, dan kies ik er tegenwoordig voor om ergens te lunchen.

Dat is vooral praktisch van aard. Als het heel warm is, levert het bewaren van etenswaren in een warme auto allerlei problemen op. Daar helpt soms zelfs geen koelbox tegen. Het is dan beter een lunchgelegenheid op te zoeken. Een beetje schaduw is overigens vaak ook zeer welkom op een warme dag. Op een koude dag is het prettig om juist binnen even op te warmen met een twaalfuurtje, doorgaans een kom soep, brood met een kroket en een spiegelei. Met een beetje geluk krijg je een zelfgemaakt soepje van het huis.

Nu heb ik de afgelopen jaren menig lunchgelegenheid bezocht en het valt mij op dat het aanbod regelmatig onder de maat is. En dan met name in steden. Afgelopen week was het weer zover. De collega bestelde een boerenomelet met kaas en ik tuna melt. Maar ik had er gelijk spijt van toen de Italiaanse bol werd geserveerd. Niet alleen was de bol aan de kleine kant, er lag een plak nepkaas bovenop de tonijnsalade. Tot overmaat van ramp smaakte de tonijnsalade nergens naar. Het was een verloren lunch en twee uur bleek mijn honger onvoldoende gestild. Het kan verkeren.

Dat de tonijnsalade niet zelf gemaakt bleek, had mij niet mogen verrassen. Veel lunchgelegenheden trekken helaas blikken en potten open om daarmee zonder enige creativiteit broodjes te beleggen. Zo is de kans dat je een bolletje huisgemaakte huzarensalade aantreft op je bord bij een twaalfuurtje uitermate klein. Vaker kiest men overigens voor een paar blaadjes krulsla, een plak tomaat en een schijfje komkommer gedrapeerd met een vage dressing en wat verdwaalde maïskorrels.

Tosties zijn er soms wel in een aantal varianten. Maar bij de laatste gelegenheid kostten ze 8,50 euro, dat vond ik wat veel voor twee sneetjes witbrood. Bruinbrood kon ook, tegen een meerprijs van 1 euro. Ik zag een tosti voorbij komen toen ik de menukaart bestudeerde. Gewoon twee laffe sneetjes brood. Nee, daar trap ik niet in. Om verrassingen te voorkomen zoek ik vantevoren vaak een restaurant uit, maar soms is niet te voorspellen waar we met de lunch zijn. Ben je op het platteland, dat zit het vaak wel goed met de lunch. Weliswaar is de keuze meestal niet zo uitgebreid, maar als je een omelet bestelt, weet je ook zeker dat die je zal smaken. Onlangs werd ik verrast door een tosti brie de luxe. Twee dikke bruine boterhammen met brie, uitgebakken spekjes en een beetje honing. Zoet, zout en hartig. Top was het.

Warm weer nodigt uit om brood te eten. Hoe lekker is het dan om warme kip op een broodje te serveren. Je kunt kiezen voor kipfilet, kippendijen of zoals ik een kippenpoot. De filet en de dijen kun je in de koekepan bereiden, maar ook in de oven op een rooster, met daaronder een beetje water om het vlees mals te houden. Snij de filet eventueel een beetje in op het dikste deel.

Lees Meer Lees Meer

Broodje bakkeljauw

Broodje bakkeljauw

Een lauwwarm broodje bakkeljauw. Op de lange lijst met gerechten waar je me wakker voor kunt maken.

Soms kijken mensen raar op als ze bakkeljauw op het menu zien staan. Bakkeljauw is niets anders dan kabeljauw die is geconserveerd door drogen na het zouten. Kabeljauw die is gedroogd zonder toevoeging van zout heet stokvis, ook wel klipvis. Beide benamingen verwijzen naar de methode van drogen, hangend aan stokken op de hoge klippen aan de Noorse kust. Stokvis was in de middeleeuwen voor de Hanzestad Deventer belangrijke handelswaar. Die vis, afkomstig uit Noorwegen, werd verder verhandeld met andere Hanzesteden. In carnavalstijd heet Deventer tegenwoordig om die reden Stokvissengat, maar dat geheel terzijde.

Maar waarom bakkeljauw in plaats van kabeljauw? Bakkeljauw komt weer van het Portugese bacalhau, gedroogde en gezouten kabeljauw.

Er gaan meerdere verhalen over de oorsprong van de Portugese variant. Het ene zegt dat de Portugezen de methode hebben overgenomen van de oorspronkelijke bewoners van de Noord-Amerikaanse kust. De andere variant verhaalt over de invloed van de Vikingen die het gebruik in Portugal zouden hebben geïntroduceerd. Van de Vikingen gaat echter weer het verhaal dat ze methode van het drogen van vis hebben afgekeken van de kustbewoners van … Noord-Amerika.

Dat het gerecht in Suriname bakkeljauw is gaan heten lijkt daar op een Joodse oorsprong te wijzen, of beter gezegd van Portugese Joden die uit Brazilië zijn gevlucht voor de Portugezen en zich in Suriname vestigden. Nog voordat de Nederlanders daar de macht kregen door de Engelsen het land uit te jagen. En de Fransen en de Spanjaarden.

Toen de trans-Atlantische handel op gang kwam, maakte gezouten kabeljauw daar een belangrijke onderdeel van. Gezouten vis is namelijk heel lang goed te houden, langer dan een jaar zelfs. Los van de overduidelijke Europese link met de Joden zullen ook de tot slaaf gemaakten die uit Afrika naar Suriname werden overgebracht bekend zijn geweest met gedroogde vis. Tenminste, dat mogen we toch wel aannemen.

In de Surinaamse keuken wordt bakkeljauw gegeten bij de heri-heri, bij de telo (gebakken cassave) en op een broodje. Het is heel belangrijk om de bakkeljauw goed te spoelen om het zoutgehalte naar beneden te brengen. Toch heeft iedereen zijn of haar eigen voorkeur. Persoonlijk hou ik niet van heel erg zout. In Suriname viel me op dat de bereide bakkeljauw wat minder zout was dan hier bij een aantal broodjeszaken. Reden dat ik het in Nederland niet snel bestel bij een broodjeszaak die ik nog niet ken. Wanneer je het echter zelf maakt, heb je het helemaal in eigen hand.

bakkeljauw

Bakkeljauw maak je snel en kun je gerust een paar dagen in de koelkast bewaren. Je zou het zelfs kunnen invriezen. Daar komt het hier in huis niet van. Ik maak het meestal als vrienden komen lunchen en dan gaat het toch vrij snel op …

Lees Meer Lees Meer