Archief van
Categorie: Burger

Dubbele Big Reutel met 2 soorten chips

Dubbele Big Reutel met 2 soorten chips

We eten regelmatig een broodje hamburger, i.e. een vleesburger. Maar toen ik dat op Reutel opzocht – inspiratie zoekend voor het eten die avond, speurend in ons eigen werk – bleek dat er daar tot nu toe maar weinig vleesburgers op zijn gepubliceerd. Tot nu toe zelfs in totaal slechts 4 blogjes van ons beiden in bijna 15 jaar, de balkenbrij-burger buiten beschouwing gelaten. Dat is niet veel, toch. Dus die avond geen hamburger gegeten.

Dat aantal staat ook in geen verhouding tot de aantallen burger-variaties die wij thuis maken en nuttigen. Op Reutel is er blijkbaar wel aandacht voor bijvoorbeeld vegaburgers en visburgers. Maar voor vleesburgers veel minder.

Tijd voor een 5e vleesburger recept op Reutel. Losjes gebaseerd op eigen werk, dus toch nog gelukt die inspiratie. Namelijk op de isicia omentata burgers van de oud Romeinen en onze gehaktballen met chips.

Want al digitaal bladerend door ons eigen omvangrijke maaltijden en snacks kookarchief, wel zonder verhaaltjes, toen ook weer op zoek naar inspiratie, maar nu uit eigen niet gepubliceerd werk, vielen plotseling de foto’s van onze dubbele vleesburger met chips op, van jaren geleden.

Een foto van die dubbele vleesburger heeft een tijdje bij een ander burger-blogje van Reutel gestaan, als een soort van vreemde variatie. Het paste daar eigenlijk totaal niet en fouten moet je toe durven geven. En daarom die foto daar niet veel later ook weer verwijderd. In de grijze herinneringsopslag daarna de burger blijkbaar naar achteren weggedrukt – ok, vergeten – tot ik dus die foto’s weer zag. Hoogste tijd voor een eigen plek in een eigen blogje, een vleesburger met chips.

We gebruiken ook wel eens kruidenmengsels die anderen hebben gemaakt, droge kerriepoeder bijvoorbeeld, en nuttigen vaak kant-en-klare chipotle sauce, uit Mexico, en de inhoud van potjes ajvar, een werkelijk fantastisch groentemengsel uit de Balkan. Waarom zouden dan door derden gefrituurde dunne aardappel- en/of maisschijfjes, met kruiderij, niet mogen? De vraag stellen is hem beantwoorden.

Chips bij een warme maaltijd, waarom niet, zoals bijvoorbeeld in de nachos maaltijd. Chips in gehaktballen, ook heel lekker. Ook als lunch middels een wit bolletje met een plak smaakvolle kaas waar chips op ligt, samen tussen de 2 helften van dat bolletje. Ooit bedacht door de jongere huisgenoten, met wokkels als favoriete chips, die het toen ook succesvol bij hun grootouders introduceerden. Chips in maaltijden. Waarom niet.

Een dubbele Big Reutel met 3 lagen vlees en zelfs 2 soorten chips, dat is duidelijk te zien op de foto’s. Ketchup druipt er op de foto’s vanaf. En ze zaten in zachte, witte, grotere bollen. Maar wat gebruikten we toen verder aan kruiderij? Welke ingrediënten om het vlees bijeen te houden? Wat zat tussen die 2 burgers? Vragen, allemaal vragen.

Dat werd zoeken naar het goede schriftje om de ingrediënten en opmaak uit het verleden na te speuren. Die schriftelijke notities maak ik al een hele tijd, gestart in het pre-digitale tijdperk, volgens een eigen methode. En dat ben ik blijven doen. Heen en weer bladeren gaat fysiek nu eenmaal veel makkelijker dan digitaal.

De digitale foto bevatte informatie over de datum waarop de foto werd genomen. Dus dat schriftje was binnen 5 minuten teruggevonden, en daarmee waren de ingrediënten en maakmethode weer bekend. Opnieuw maken dus.

In het schriftje leek bij de rundergehakt een 3 alleen wel veel op een snel geschreven 5. Dat nadeel heeft de digitale wereld dan weer niet ten opzichte van snelle met de hand geschreven hoeveelheden. Desalniettemin koester ik mijn schriftjes. Toch maar 300 gram gehakt genomen en niet 500 gram. 500 gram doen we eigenlijk alleen bij gehaktballen.

De schriftjes worden wel steeds dunner en zijn soms verworden tot een stapeltje losse velletjes. Want als het op Reutel is gepubliceerd, wel met een verhaaltje, wordt het recept uit het schriftje verwijderd. Nostalgie is leuk, maar we moeten we wel praktisch blijven. Geen doublures.

Lees Meer Lees Meer

Zwarte bonenburger met noten én whisky saus

Zwarte bonenburger met noten én whisky saus

Lekkere broodjes met iets ertussen. Of het nu hamburgers zijn of vega-burgers. Broodjes met iets ertussen zijn populair bij ons. Bijvoorbeeld als dat ertussen zwarte bonen als basis heeft. Met soms een whisky saus erop.

Net als bij ‘zwarte-bonen burger‘ kan je over ‘whisky saus’ en ‘whiskysaus’ een lange discussie starten over spellingsregels. Whisky is een woord dat buiten Nederland is bedacht. Daarmee was vroeger ‘whisky saus’ de correcte spelling. Tegenwoordig mag er veel meer en lijkt ‘whiskysaus’ de voorkeur te krijgen. Whisky blijkt inmiddels ingeburgerd te zijn in Nederland.

Door die whisky saus is het geen vegetarische maaltijd. Hoewel, je hebt vegetariërs en vegetariërs. Voeg je er kenmerken aan toe dan krijgen je al snel je eigen stempel. Veel gebruikte woorden zijn pescotariër, lactovegetariër, ovo-vegetariër, lacto-ovo vegetariër en pollotariër. En dan heb je nog de extremen flexitariër en veganist. Vertel wat je wel en niet eet, en de mensheid heeft er een stempel voor. Onze favoriet? Pescolactoövotariër.

In deze kant-en-klare whisky saus (of whisky cocktail, of whisky cocktailsaus) zit onder andere tomaat, mosterd, eigeel, ansjovis, worcestersaus (die zelf ook ansjovis bevat), paprika en melk. En die combinatie van ingrediënten klinkt gewoon goed. Makkelijk zelf te maken met wat eetlepels yoghurt en afgestreken theelepels van de rest van de ingrediënten. Maar ja, die fles staat dus altijd in onze koelkast.

Er zit ook nog een ruime hoeveelheid whisky in, wel 0,5%! (De hoeveelheid whisky verschilt per merk.) Het heet whisky saus, maar er zit nauwelijks whisky in. Zal juridisch wel kloppen.

Alcoholische dranken in eten vinden wij niet altijd even geslaagd. Tenzij de alcohol grotendeels verdampt, zoals bij risotto.  Dus garnalen in een cocktailsaus met sherry, brrr. Irish coffee, met Ierse whiskey, brrr. En dat terwijl een goede sherry en een goede whisk(e)y stand alone en op de goede temperatuur niet te versmaden zijn. Net als goed geprepareerde garnalen en een kop echte koffie. Het zijn maar meningen uiteraard. Ðé uitzondering is alcohol in cheesecakes. Heerlijk.

Hier zit dus erg weinig whisky in de saus, dat je die niet echt proeft, en toch ook, echt niet proeft. In authentieke Schotse whisky saus zijn de verhoudingen van de ingrediënten echt anders. Daar proef je de whisky wel, zeker als je het wel zelf maakt. Ook heerlijk.

Waar komt die whiskysaus oorspronkelijk vandaan? Iedereen denkt dan als eerste aan Schotland. Maar inmiddels wordt in zo’n beetje elk Europees land wel whisky gemaakt. Ook in Nederland zijn er veel distileerderijen die zich met whisky bezighouden. Nu zijn er meerdere soorten whisky, niet allemaal van dezelfde kwaliteit.

Die whisky in de kant-en-klare saus zal niet een single malt whisky zijn. Lekker, maar ook heel erg duur, zeker na Brexit. En ook geen blend, daar zitten ook malt whiskies in. Ik vermoed eerder een grain whisky, een massaproduct die lang niet zo lang rijpt als malts en blends. En die toch bij bepaalde merken nog steeds pareltjes oplevert. Het whisky saus merk meldt er echter niets over op hun website zo te zien. Grain whisky?

We hebben een fan in ons huishouden, dus die whisky saus in een fles is altijd op voorraad. Whisky saus, een quilty pleasure. Dus de uitnodiging/uitdaging aangenomen om ook eens een keer whisky saus op een burger te draperen. De keuze viel op een zwarte bonenburger. Dus deze keer kant-en-klare whisky saus toegevoegd, als snelle en makkelijke variatie op een eigen verzinsel.

Zwarte bonenburger met noten en whisky saus, als variatie op onze andere zwarte bonenburgers. Met veel fijngemalen noten en niet met minder en grof gevijzelde noten. Meteen een totaal andere textuur.

Lees Meer Lees Meer

Kippendijburger met zwarte bonen, romaine en sticky saus

Kippendijburger met zwarte bonen, romaine en sticky saus

De vorige 3 dagen was het warm, heel warm. Tijdens het weekend zelfs boven de 30°C. Met zulke temperaturen kijken we anders tegen koken aan. Het moet simpeler dan anders én de tijd in de warme keuken moet zo kort mogelijk zijn. De maaltijden moeten bij voorkeur licht verteerbaar zijn. Geen zware winterse stoofpotten bijvoorbeeld. Dat is het idee.

We doen dan vaak ’s ochtend al het vele werk voor onze huzarensalade. Lekker, koud eten ’s avonds. Soms doen we een afbakbroodjes maaltijd met divers beleg. Geen probleem die afbakbroodjes, want onze oven staat in de bijkeuken, met een eigen deur naar buiten en een deur naar de keuken die hermetisch dicht kan.

Dat is zo gekomen omdat een makelaar ooit vroeg waar we precies naar op zoek waren. Een open keuken? We keken elkaar aan en zeiden beiden tegelijk “bijkeuken”. Dus wonen we nu in een huis waarbij de woonkamer de ene poot van een U is, en keuken / eetgedeelte de andere poot van de U, met daarnaast de bijkeuken. Koken zonder zicht op de woonkamer. Nooit spijt gehad van die keuzes, ondanks dat we nu wel een vrij kleine keuken hebben. Die bijkeuken, daar staan, op de koelkast na, alle keuken- en witgoedapparaten die lawaai kunnen maken, én hoge voorraadkasten, van vloer tot plafond. Rust in de woonkamer. (En het gat middenin de U? Dat is de entree naar binnen en naar boven.)

We hadden vorige week al eerder huzarensalade en een broodjesmaaltijd met gevarieerd koud beleg gegeten. Dus afgelopen vrijdag warme kabeljauwhaasjes op afgebakken ciabattina’s bereid, zonder sausjes dit keer. Slechts 10 minuten in de keuken, op afstand van het fornuis want vis moet je met rust laten, en voor de rest deed de oven in de bijkeuken het werk.

Zaterdag gewoon pizza’s en flammkuchenpizza gemaakt, want oven in de bijkeuken. Alleen de pizza’s ietwat laten afkoelen voordat we gingen eten, anders werd je toch nog warm.

En gisteren daalde richting de avond de temperatuur met een kleine 5°C, dus weer de oven gebruikt voor een afgebakken landbol, want, u kent inmiddels de drill, oven in de bijkeuken.

Kippendij en geen kipfilet, dat kent een stukje geschiedenis. Op zaterdagochtend 20 augustus 2016, om half 9, verscheen op NOS Nieuws het bericht ‘Kippendij verdringt kipfilet van tafel’. En daar deden wij graag aan mee, met die schijnbare omwenteling.

Vroeger aten we hele kip en ouderwets grote kippenbouten en kippenpoten (alle inclusief de kippendij) en kipfilet. Frivole liflafjes als losse vleugeltjes en drumsticks, dat kwam het huis niet binnen. Wij aten daardoor altijd al kippendijen, en zijn dat gewoon meer gaan doen. Wat is afgevallen is de kipfilet. Nou ja, niet echt afgevallen natuurlijk. Minder vaak gegeten, dat is dichter bij de waarheid. Wij vinden kippendijen wel lekkerder dan kipfilets. Behalve als we sticky stukjes kip maken, zoals bij generaal Tso’s kip. De medeblogger heeft overigens al een volgende stap gemaakt. Hij eet tegenwoordig kippendijen met rugstuk.

Bij onze slager is de hoeveelheid kippendijen in de vitrines in evenwicht met de hoeveelheid kipfilets. Dat is in onze supers anders. Daar overheerst ondanks het bericht van de NOS, de kipfilet nog steeds, of weer.

Hele kippendijen zijn niet echt mooie stukjes vlees. Foto’s van kippendijfilets laten meestal de gladde buitenkant zien. Klap je een kippendij open en bekijk je de onderkant, dan is het allemaal wat rommeliger. Logisch, want daar zijn de botten weggesneden. Tenminste bij die van de slager. Gekocht in de supermarkt willen er nog wel eens botresten aanzitten. Dan altijd controleren!

Snij je ze niet in reepjes, dan kan je het uiterlijk van een kippendij toch verbergen, in een broodje. De kippendijburger, zwarte bonen en romaine zie je. Net als de tomaat en mais. Maar wat je niet ziet draagt ook bij aan de smaak. Een saus toch gebaseerd op die van Generaal Tso.

Lees Meer Lees Meer

Zwarte bonenburger in een Italiaanse bol

Zwarte bonenburger in een Italiaanse bol

Nederlands is en blijft een rare taal. Maak je van zwarte bonen een burger, dan heet het zwarte bonenburger. Een bonenburger die per definitie zwart is, dus. Maar in een paarse bonenburger hoeven helemaal geen paarse bonen te zitten. Logisch gevolg is dat er in een zwarte bonenburger geen zwarte bonen hoeven te zitten. Misschien is die burger zwart door gebruik van inktvisinkt. Van die dingen.

Bij het vernoemen van straatnamen komt het ook voor: zo is het wel Frans Halssingel en niet Frans Hals singel. Nog een voorbeeld: gerookte spekreepjes. Het zijn echter niet de reepjes die gerookt zijn, maar de speklap, die pas daarna in reepjes is gesneden. Gerookte spekreepjes zijn reepjes gerookte spek en eigenlijk geen gerookte spekreepjes. Ik blijf het raar vinden. En in andere talen is het niet beter. In het Engels is het een black bean burger, dan weet je niet wat bij elkaar hoort. En in het Duits is het eigenlijk ook zo: Schwarze Bohnen Burger of Schwarze Bohnen-Burger. Het zou eigenlijk zwarte-bonen burger moeten heten.

Maar goed. Zwarte bonenburger in een Italiaanse bol, dus. We eten het vooral op herfst- en winterdagen, als we eten bij lamplicht. Zwarte bonenburgers vullen namelijk goed, zeker als je er nog wat extraatjes bij doet. Te zwaar voor in de zomer, eigenlijk, hoewel je ze dan van minder bonen en/of met kleinere broodjes zou kunnen maken … .

Italiaanse bol, dat betekent dat er al Italiaanse kruiden in het broodje zitten. Dat hopen we dan maar, want niet zelfgemaakt maar kant en klaar bij de warme bakker gehaald. In en op deze burger daarom geen extra Italiaans kruiden en/of specerijen meer. Wat dan wel?

Lees Meer Lees Meer

De eiburger I

De eiburger I

Wat is een gebakken spiegelei toch lekker! Het eiwit aan de onderzijde knapperig hard gebakken en het eigeel nog zacht. Perfect op verse toast of gewoon een boterham. Het is misschien wel mijn favoriete buiten-de-deur ontbijt en zeker mijn favoriete lunch, op korte afstand gevolgd door een witte boterham met kaas en een zacht gekookt ei. Oh, en een kroket met mosterd op witbrood. Maar een perfect spiegelei? Niets kan dat overtreffen.

Een ei, je kunt het op verschillende manieren eten. Ik weet dat BroeR het graag gepocheerd of als roerei eet. Elke vorm geeft een andere eetervaring. We hebben het dan over het ‘gewone’ kippenei. Chinezen bijvoorbeeld, eten vooral eendeneieren. In de toko kun je bijvoorbeeld gezouten eendeneieren kopen of duizendjarige eieren, een delicatesse op zich.

Terug naar het kippenei. De culinaire rel van het moment in Spanje schijnt het voorgebakken ei in de supermarkt te zijn. [1] Twee stuks voor 1,80 euro. Voor het vergelijk: 6 verse eieren in dezelfde winkel kosten minder. Voor iemand roept ‘dat zouden we in Nederland nooit doen’: sinds enige tijd brengt vleesfabrikant Stegeman omeletplakjes op de markt, in drie verschillende varianten. 80 gram voor een verkoopprijs van 1,99 euro. Een vergelijk zou een mooie wiskundesom op kunnen leveren: een large ei weegt tussen de 63-73 gram. De plakjes bevatten tussen de 63% en 70% ei. De marktprijs voor een scharrelei is gemiddeld 0,15 cent. [2] Etcetera … Maar, waar het natuurlijk om gaat: wie bedenkt er dat een voorgebakken ei of omelet nu lekkerder kan zijn dan een vers bereid ei? En wie koopt het? Geen wonder dat etenswaren gemiddeld duurder worden, er worden steeds meer kant-en-klare producten verkocht, tot pannenkoekenbeslag in een fles aan toe. Gemakkelijk misschien, ik betwijfel dat overigens en zeker niet gezonder. Je bent bovendien een dief van je eigen portemonnee als je het doet. Voor een habbekrats heb je over het algemeen de basisproducten in huis. Ik zeg: marineer zelf je vlees, maak zelf je pannenkoekenbeslag en bak zelf je ei.

En om je gebakken ei eens anders te presenteren, kun je een supermakkelijke ei-burger maken. Ideaal voor een ontspannen lunch.

Lees Meer Lees Meer

Beukennootjes delen met een Siberische eekhoorn

Beukennootjes delen met een Siberische eekhoorn

De eekhoorn at ze direct op of sloeg ze tijdelijk op in de wangzakken om ze later als wintervoorraad te begraven. De mijne gingen mee naar huis voor in een vegetarische zwarte bonenburger.

Er waren namelijk genoeg beukennoten: 2022 lijkt weer een mastjaar te worden. Dit in tegenstelling tot een op dat gebied teleurstellend 2021. Nu wel veel eikels en beukennoten. Dat zag er deze zomer niet naar uit, met die ruim boven de 30°C temperaturen. Toen vonden we al veel lege hulsjes onder de beukenbomen. Maar in de herfst is gelukkig alles anders gebleken; in de zomer zijn veel hulsjes toch gewoon aan de bomen blijven hangen om nu vol met nootjes naar beneden te vallen.

Gaan zoeken net na een nachtelijk windje. En in 5 minuten (!) al 4 handen vol. Zo veel, zo snel, dat betekent dat er genoeg voor de eekhoorns overblijft. Zonder schuldgevoel zelf geraapt voor een speciale burger.

Het was een Siberische grondeekhoorn waar de nootjes mee werden gedeeld. Een zogeheten invasieve uitheemse grondeekhoorn, want voornamelijk levend op de grond, wonend op een paar plekken in Nederland.

Dat wonen in Nederland mag eigenlijk niet volgens de Europese wet [1]. Want die Siberische grondeekhoorn is niet inheems, zoals ook uit de officiële naam blijkt: Tamias sibiricus. Ze komen van nature voor in Siberië en Oost-Azië. De soort heeft meerdere namen, afhankelijk waar je bent in dat grote gebied. Ze verspreiden zich heel langzaam [2], waardoor ze in Nederland gedoogd worden. Ook al omdat de rode (gewone) eekhoorn voornamelijk in de bomen leeft.

Voor wat er kan gebeuren als je uitheemse dieren inheems laat worden, hoeven we voor wat betreft eekhoorns niet verder te kijken dan naar de Britse eilanden. Daar werd de Noord-Amerikaanse grijze eekhoorn tussen 1876 en 1921 geïntroduceerd, wat duidelijk ten koste is gegaan van de inheemse rode eekhoorn. Waar wij woonden was de rode eekhoorn al helemaal verdwenen uit het toch bosrijke gebied. Grijze eekhoorns, die zagen we wel, veel ook.

In het Tilburgse schrijven ze vooral dat ze alleen in het Tilburgse Stadsbos voorkomen. Maar dat is niet correct. Er blijken 2 populaties te zijn in Nederland [3]. Ten zuidoosten van Weert is de Siberische eekhoorn ook te vinden. Het is wel onduidelijk of die laatste populatie blijvend is. Verder zijn er af en toe individuele meldingen uit andere delen van Nederland.

Hoe komt die kleine bruin-grijs gestreepte Siberische eekhoorn nu in Nederland? Dat is in de basis heel simpel. Ze werden vroeger verhandeld en als (huis)dier gehouden. Voor Tilburg is er een andere verklaring.

Lees Meer Lees Meer

Murg Manpasand (gestoomde kipburger)

Murg Manpasand (gestoomde kipburger)

In India, het land van de heilige koe, zul je niet snel een hamburger tegenkomen. Terwijl er vele miljoenen mensen vlees eten in het land, is rundvlees niet overal verkrijgbaar en vaak een luxeproduct. Hoewel het woord burger vooral voor hamburgers (van rundvlees) wordt gebruikt, kennen ze in India wel burgers, alleen heten ze niet zo. Burgers worden ook in Nederland vooral geassocieerd met rundvlees, maar we kennen natuurlijk intussen ook visburgers, vegaburgers, kipburgers en ook burgers van alleen varkensvlees. Die van het Ibericovarken is overigens echt een aanrader. Die heeft verder niks nodig dan een lekker wit bolletje van de bakker. In India kennen ze ook platgeslagen ronde vleesburgers en ze noemen die patties. Alleen hoeft een patty dan weer niet van vlees te zijn gemaakt. Een patty zegt voornamelijk iets over de vorm en de bereiding, namelijk rond en gebakken. Een patty kan echter ook op een gevuld deeghapje slaan. Je moet het maar weten. De ene patty is de andere niet. En terwijl wij zo gewoon zijn om vlees te bakken, is het in India en andere Aziatische landen niet bijzonder om vlees te stomen en vervolgens even op te bakken. Kip is een vleessoort die makkelijk en snel te bereiden is en dus perfect voor streetfood als een patty.

Lees Meer Lees Meer

Pescolactoövotarisch broodje met ei-botersaus

Pescolactoövotarisch broodje met ei-botersaus

Hopelijk mag iedereen vanaf een bepaalde leeftijd zelf weten of men vlees, vis, schaaldieren, insecten, eieren en/of zuivelproducten eet. Ieder zijn ding. Door wat je wel of niet eet, word je wel automatisch in een hokje geduwd door derden. En uit wat ik lees, lijken sommigen dat heel erg fijn te vinden en anderen wat minder.

Tussen het vegetariër of vleeseter zijn, zit nog wel heel veel ruimte. Vegetariërs die wel vis eten, worden pescotariërs genoemd, of ook wel, een beetje denigrerend semi-vegetariërs. Eet je als vegetariër eieren, dan mag je jezelf ovotariër noemen. Eet je zuivelproducten, dan sta je bekend als lactotariër.

Reutel is niet bepaald een vegetarisch receptenblog. Ook wij zijn flexitariër en eten met enige regelmaat geen vlees of vis, maar ik let er dan niet op dat we in dat gerecht de boter vervangen door een plantenolie en er tevens geen eieren of kaas in gebruiken.

Als ik gedwongen zou worden om landvlees te laten staan, dan zou ik een pescolactoövotariër zijn. Pesco voor de vis, lacto voor de zuivel, en ovo voor de eieren. Lijkt mij een semi-vegetariër.

Omdat schelvis zo gemakkelijk uiteenvalt, is het minder geschikt om als moot op te dienen dan bijvoorbeeld kabeljauw. De naam schelvis komt ook van het zachte vlees dat in plakjes uiteenvalt, de schellen. Schellen is een Oudnederlands woord dat nu gerelateerd is aan hoe een geluid klinkt, maar vroeger ook wel schillen of vliezen betekende. Vandaar het gezegde.

Gevormd naar het broodje en door de manier van maken superzacht, met melk, boter en eieren. Een pescolactoövotarisch broodje.

Lees Meer Lees Meer

Broodje kabeljauw met een bijna tzaziki saus

Broodje kabeljauw met een bijna tzaziki saus

Kabeljauw is al vele eeuwen lang een populaire vis die wordt gevangen in de Atlantische Oceaan en de Noordzee. En al vanaf de 18e en 19e eeuw zijn er internationale regels voor de vangst. Een paar decennia geleden liep het toch helemaal uit de hand en deden vangstquota hun intrede. Hopelijk gaat dat uiteindelijk weer leiden tot de terugkeer van de grote kabeljauw want hoe dikker de kabeljauw, hoe sappiger het vlees. Die tijden lijken echter voorbij, we vangen eigenlijk nog steeds te veel vis. Maar ook de iets kleinere kabeljauw blijft een lekkere vis die beter verdient dan verstopt te worden onder een beslaglaag en in een frituur te worden gegaard.

Gevangen vis moet verhandeld worden. En daar werden al vroeg afspraken over gemaakt. Zo werden in Deventer eeuwen geleden al veel stokvissen opgekocht en weer verkocht. Stokvis is gedroogde vis en die meestal werd gemaakt van kabeljauw. Stokvis was volksvoedsel, goedkoop en voedzaam. Deventer was in de middeleeuwen lid van de Hanze, een samenwerkingsverband van handelaren en steden. Die stokvis kwam dan ook van een andere Hanzestad, het Noorse Bergen.

Een broodje stokvis is echter wat wat taai. En om de stokvis weer zacht te maken door erop te slaan en de vis vervolgens 1,5 dag te laten weken in telkens ververst water is ook zo wat. En dan moet de stokvis nog worden gekookt en fijngemaakt om uiteindelijk opgediend te worden (vaak) met botersaus en aardappelen.

Daarom een mooie moot kabeljauwfilet gebruikt, in een hard kaiserbroodje.

Lees Meer Lees Meer

Home-made burger met tamarillo-salsa

Home-made burger met tamarillo-salsa

Ik zag ze staan in de folder en ik wist het meteen, die moest ik hebben! Tamarillo’s. Ook wel boomtomaat genoemd. Vooral ook omdat ik zeker wist dat ze niet naar tomaat smaakten, stond ik nog geen uur later voor het schap met exotisch fruit. De vrucht komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika, maar kwam via Azië terecht in Nieuw-Zeeland. Daar kreeg het in 1967 de naam Tamarillo, omdat de oude naam ‘boomtomaat’ voor teveel verwarring zorgde. Er zijn gele en rode varianten. En de naam zou komen van ‘Tama’, wat in de Maori-taal leiderschap betekent en ‘amarillo’ wat geel betekent in het Spaans. Niets geen idyllisch Zuid-Amerikaanse vruchtje, gewoon platte commercie. Wel lekker, dat dan weer wel.

Lees Meer Lees Meer