Archief van
Categorie: Fruit

Over oude appels, appel SQ159 en plaatkoek

Over oude appels, appel SQ159 en plaatkoek

Hoeveel Nederlandse broers hebben eigenlijk samen een foodblog waar ze recepten publiceren? Een vraag die zomaar ineens in me opkwam terwijl ik met totaal andere dingen bezig was. Het menselijk brein is en blijft een vreemd iets. Zo zijn er bijvoorbeeld wetenschappelijke publicaties die melden dat onze beslissingen al genomen zijn voordat we er ons bewust van worden. Geldt dat ook voor vragen stellen?

Google gebruikt als bron om te zoeken. Nou, dan komt Reutel in Nederland al snel bovendrijven. Er zijn ook 2 broers die samen barbecueën [1]. Nog 2 broers, die samen kookvideo’ s maken en boeken publiceren en zo te zien veel kijkers hebben [2]. Nu zijn de resultaten van je zoekopdracht bij Google behoorlijk gevoelig voor je eerdere zoekopdrachten, dus het kan best zo zijn dat er meer broers zijn die recepten publiceren.

In het Engels gezocht blijft het ook een magere oogst. Al snel begint Google ook bij die speurtocht websites van meisjes en vrouwen te tonen én websites van samen kokende zussen. Want daar zijn er wel heel veel van. Zijn de bloggers van Reutel echt onderdeel van de uitzondering? Terwijl we het al ruim 10 jaar doen?

Dat we beiden aandacht besteden aan ingrediënten en hoe een maaltijd is samengesteld is niet zo vreemd. We hadden namelijk een grootvader die fantastisch kon koken. Zo. Die grootvader van de echt vrij rond lopende kip.

Nu had die grootvader in onze jeugd wel een moestuin ter grootte van een klein tennisveld tot zijn beschikking. Dat hielp natuurlijk. Volgens de medeblogger was het dan ook een Moestuin.

Grote moestuinen waren ook heel normaal, vroeger. Selfsupporting! Tot kleine dorpen werden opgeslokt door steden of er gemeentelijke herindelingen optraden. Dan werd grond ineens veel duurder.

Eten moest niet alleen lekker smaken. De ingrediënten moesten ook aan grootvaders’ strikte kwaliteitseisen voldoen, die onze moeder later overnam. Nadeel van een moestuin waar je geen chemicaliën gebruikt? Je kunt niet op vakantie. Rupsen, slakken en vogels gaan ook niet op vakantie. Elke dag werd er controlerend door de moestuin gelopen.

In die moestuin was veel variatie. Zo stonden langs het looppad diverse soorten bessenstruiken, waaronder aalbessen (Ribes rubrum) en kruisbessen (Ribes uva-crispa). Daarnaast veel aardbeien. In het wat verder van het pad gelegen deel, daar groeiden verschillende soorten groenten, ongestoord en ver weg van de spelende kinderen. Groenten oogsten: schoenen uit en klompen aan!

Stokbonen, omhoog kronkelend langs touwtjes die bevestigd waren aan stevige bamboestokken. De kromme stokbonen werden gebruikt als bron voor snijbonen. Er werd niets weggegooid. Sperziebonen, de lager groeiende variant. En een bonensoort met paarse peulen. Koolsoorten zoals spitskool en rode kool. Rijen met andijvie en boerenkool. Slakroppen. En uiteraard aardappels. Zo hebben we echte krieltjes leren kennen. Echte krieltjes, we wisten niet beter. Hadden we aldaar meegegeten, dan gingen we naar huis met verse groenten en fruit. Eten naar de seizoenen.

Zo’n grote moestuin levert ook veel afval. Geen probleem. Elk voorjaar werd een klein varkentje aangeschaft, die groeide op van al dat afval. Ik denk niet dat ze zo’n biggetje veel hebben moeten bijvoeren. Varkens zijn alleseters, gemakkelijk.

In het najaar, waarschijnlijk echt in de slachtmaand november, werd dat varken geslacht. Een half jaar oud, net als nu de industrievarkens. Ik vermoed dat het varken in dat halve jaar veel aandacht kreeg en verwend werd. Maar logisch is het wel, dat slachten na een half jaar. In de winter komt er nauwelijks iets uit de moestuin. Een varken door de winter heen helpen kost geld. Het thuis slachten van datzelfde varken levert vlees, dat hielp het gezin juist mede de winter door!

Van dat varken ging alles op. Want lever en niertjes eten was toen nog heel normaal. Maar ook hoofdkaas, bloedworst en balkenbrij werd gemaakt. Persoonlijk vind ik balkenbrij de lekkerste van de 3, maar ja, da’s persoonlijk. De gustibus non disputandum est.

Maar het meest spannend voor mij was toch de grote appelboom, groeiend tussen moestuin aan de zij- en achterkant en het gras en de bloementuin aan de zij- en voorkant. Een 8 meter hoge appelboom. Als je jong bent, dan is 8 meter heel hoog. De appelboom had dikke krom gegroeide takken.  Takken waar een schommel aan hing. En regelmatig een lange houten ladder tegenaan stond.

…

Lees Meer Lees Meer

Garibaldi koekjes met rozijnen en cranberry’s

Garibaldi koekjes met rozijnen en cranberry’s

Garibaldi koekjes zijn platte rechthoekige koekjes met, oorspronkelijk, geplette krenten tussen 2 dunne lagen boterrijk koekjesdeeg.

Garibaldi koekjes. Wij zouden er naar kunnen refereren als een soort van dunne sultana’s. Maar sultana is een merknaam, begonnen in 1942 met een hartige biscuit met rozijnen.

Succes loont voor de naamsbekendheid. Net zoals we in elke internet-zoekmachine googlen. En in elke bar of elk restaurant Spa rood bestellen als we water met bubbeltjes willen. Die bubbels krijg je, maar ik schat in dat in ruim de meerderheid van de gevulde glazen geen Spa rood zit, en soms zelf kraanwater met ingespoten CO2.

Volgens sommigen begint het verhaal van de Garibaldi koekjes in 1854 in het Verenigd Koninkrijk. Dat kan je best met een korreltje zout nemen. Want al in de middeleeuwen waren er Eccles cakes. Platte koekjes met daarin rozijnen en krenten, die van de buitenkant zichtbaar horen te zijn. Druk je ze nog wat platter dan gaan ze meteen lijken op Garibaldi koekjes.

Wat is er zo speciaal aan het jaartal 1854? Wel nu, de Italiaanse unificatie was nog in volle gang, en 1 van de belangrijke mensen achter die unificatie was Giuseppe Garibaldi. En die bekende persoon bracht in 1854 een bezoek aan het Verenigd Koninkrijk, op weg naar New York. Tijdens zijn bezoek zou Garibaldi bovenop 2 koekjes hebben gezeten. Die zijn daarna platter en tot 1 koekje zijn geworden. Een Garibaldi koekje. Beetje merkwaardig verhaal, maar daarom is het een legende.

Het volgende jaartal dat opkomt is 1861. In 1861 is de unificatie van Italië voltooid met de verovering van Sicilië en Napels én werd Italië een koninkrijk. Breed uitgemeten door kranten over de hele wereld. Giuseppe Garibaldi werd er wereldberoemd door. De Garibaldi koekjes zouden in 1861 dan worden uitgevonden of hernoemd door Jonathan Dodgson Carr voor het bedrijf Peek Freans. Omdat de persoon zo bekend was werden de koekjes dat automatisch ook. Dat zal het idee zijn geweest. Marketing.

Als laatste jaartal wordt 1864 genoemd. Een jaar waarin Giuseppe Garibaldi als beroemdheid een bezoek aan Engeland bracht. In deze versie van het verhaal worden de Garibaldi koekjes op de markt gebracht door het bedrijf Huntley & Palmer.

Mogelijk zijn al die verhalen waar en brachten verschillende koekjesmakers in de loop der tijd Garibaldi koekjes op de markt. Net zoals er nu van heel veel merken digestives koekjes te koop zijn.

Garibaldi koekjes: de oorsprong blijft een beetje onbekend, maar dat maakt ze niet minder lekker!

…

Lees Meer Lees Meer

Livar-balkenbrij met appel, ui en tomaatjes

Livar-balkenbrij met appel, ui en tomaatjes

Livar-balkenbrij is een speciale balkenbrij uit Limburg. Ik kreeg het in mijn handen gedrukt door de medeblogger toen hij bij ons kwam koken. (Onder andere door hem zelf gemaakte pindasoep en char siu varkenshaas gegeten.) Als je lokale werkterrein heel Nederland is, dan kan je namelijk vrij eenvoudig streekgebonden ingrediënten mee terug naar huis nemen die je elders in Nederland niet kunt krijgen. En balkenbrij is zo’n streekgebonden gerecht.

Livar-balkenbrij wordt gemaakt van livarvarkens. Die naam komt van LImburgs VARken. Bedacht in 1999 nadat 5 boeren in Spanje bij kleinschalige varkensboeren op bezoek gingen. Ze wilden iets anders dan op grote schaal vleesvarkens produceren en tegelijkertijd meer smaak aan het varkensvlees geven. Ze vonden in Spanje kleinschalige boerderijen met speciale varkensrassen, met krulstaart, die ook nog eens lekkerder smaakten.

De monniken van Abdij Lilbosch in Echt beheren al heel lang een eigen landbouwbedrijf. Die bestaat hoofdzakelijk uit akkerbouw met ook een kleine varkenshouderij. Die scharrelvarkens worden volgens de waarden van de monniken gehouden. Toen bleek dat het steeds moelijker werd om varkens op die manier te houden, vond de abdij in het jaar 2000 aansluiting bij het bedrijf Livar. Een nieuwe wens van 5 boeren en een bestaande locatie werden met elkaar verbonden.

Livar heeft het concept en de waarden van de Abdij overgenomen en verwaarding en marketing toegevoegd, zo meldt men op de Livar-website. De varkenshouderij op de Abdij bleef behouden en sinds 2007 heeft de Abdij de taak om toezicht te houden op de “ethische, morele en maatschappelijke aspecten” van de Livar-varkenshouderij. Klink allemaal mooi. In ieder geval hebben de livarvleesvarkens een beter leven dan varkens uit megastellen, en hebben ze ook nog eens hun krulstaart behouden.

Verwaarding betekent ook geld verdienen. Het terrein op de varkenshouderij werd te klein, binnen de afspraken over het fokken van livarvarkens. Nieuwe boerderijen werden gezocht en gevonden om meer livarvarkens te kunnen produceren. Net als de abdij allemaal in Noord-Limburg, ten noorden van het smalste stukje Nederland tussen België en Duitsland, dat ter hoogte van Susteren ligt. Verwaarding betekent ook dat op een gegeven moment de vleesvarkens worden geslacht voor de verkoop van het vlees. Bij het livarvarken gebeurt dat als ze na ongeveer 8-10 maanden een gewicht bereiken van ongeveer 140 kg. Daarin verschillen ze gemiddeld niet van de vleesvarkens uit megastallen.

Marketing betekent ook de nadruk leggen op dingen. Het staat allemaal eerlijk op de website, maar de details staan wel op verschillende pagina’s. Want wat is eigenlijk kleinschalig? Zelf meldt men dat er op een Livar-boerderij maximaal ongeveer 300 zeugen en ongeveer 1500 vleesvarkens aanwezig zijn. Dat is inderdaad geen mega-stal, maar onze tuin is zeker te klein voor die hoeveelheid varkens.

Binnen in de stallen ligt vers stro en er is vers stromend water. Men meldt ook dat op elke boerderij de varkens buiten kunnen lopen. Op de Livar-website staan foto’s van varkens in het gras. Maar op de foto’s van de betrokken boerderijen staat, heel eerlijk, meestal gewoon een stal waar de varkens zelf kunnen kiezen of ze op een zo te zien hard en kaal stukje buitenterrein willen lopen. Elders op de website staat dat de zeugen altijd toegang hebben tot weilanden (als de biggen uitgespeend zijn?), en dat de situatie van de vleesvarkens afhankelijk is van het weer en de toestand van het gras. Klinkt logisch, maar deze info is wel even zoeken.

Met welke varkensrassen het livarvarken is gefokt is geheim. Maar de varkens die al bij de Abdij aanwezig waren zullen ongetwijfeld een grote rol hebben gespeeld. Aangezien een zeug gemiddeld 2 keer per jaar 12 tot 15 biggen kan krijgen, kan je sowieso vrij snel een nieuw ras fokken. Als leek heeft het voor mij wel wat weg van een Spaanse Ibérico-varken. Zouden die 5 boeren rond 1999 varkens uit Spanje hebben geïmporteerd om te fokken met de varkens op de abdij?

Terug naar de livar-balkenbrij. Livarvarkensvlees schijnt heel sappig te zijn, door het grotere vetgehalte en de marmering. Daar heb je natuurlijk weinig aan als je krokant gebakken balkenbrij wilt. Die balkenbrij bestaat volgens 1 website uit livarvarkensvlees (33%), livarvarkensbloed (15%) en boekweitmeel, zout en specerijen. En is anders dan de eerder genoten Limburgse balkenbrij. Die bevatte heel fijn gesneden vlees. De livar-balkenbrij deed ons aan de Sallandse variant denken, door de duidelijk zichtbare stukjes witte spek.

En nogmaals, dat iets dat er niet aanlokkelijk uitziet zo ontzettend lekker kan zijn. Hier een blok van 5 cm x 6,5 cm x 13,5 cm ≈ 439 cm3 aan balkenbrij. Met een gewicht van 522 gram. Dat levert normaal gesproken 4 à 5 porties op.

De Livar versie is wel donkerder dan de Sallandse, door het toegevoegde bloed, zoals het hoort in Limburg.

…

Lees Meer Lees Meer

Fruitreep met haver, cranberry’s en pistachenoten

Fruitreep met haver, cranberry’s en pistachenoten

Een kleine 2 maanden geleden zeiden we tegen elkaar ‘morgen naar de Frans Hals tentoonstelling in het Rijksmuseum’. Om 48 schilderijen te bekijken van de circa 220 doeken die bekend zijn van deze 17e eeuwse schilder. 48 schilderijen, waarvan er veel eigendom zijn van buitenlandse musea. Een unieke mogelijkheid om ze een keer van dichtbij te zien.

Kaartjes bestellen ging een stuk soepeler dan tijdens de Vermeer tentoonstelling. Mogelijk omdat de Frans Hals tentoonstelling op 3 verschillende plaatsen is te zien in 3 verschillende landen; in totaal meer dan een jaar lang. Van 30 september 2023 tot 21 januari 2024 in The National Gallery in Londen, van 16 februari tot 9 juni 2024 in het Rijksmuseum in Amsterdam, en van 12 juli tot 3 november 2024 in de Gemäldegalerie in Berlijn. Daarna gaan de schilderijen terug naar de eigenaren.

Vaste entree-tijd, dat wil zeggen dat er een tijdslot van precies 15 minuten is aangeduid waarin je naar binnen mag, dus de reis moet goed gepland worden. Dan moet er natuurlijk ook wat lekkers mee, voor onderweg en voor de tussentijdse trek. Men wilde wel een fruitreep. Dus die gemaakt. Wel een wat kleinere versie dan die in de winkels te koop zijn.

Aangekomen bij het museum bleken we weer eens niet de enigen te zijn. Net als bij Vermeer lange rijen. Sommigen buitenlanders hadden toen pas door dat de tickets al eerder on-line moesten worden aangeschaft. Het tijdslot zou door de lange rijen sowieso niet gehaald worden. Om ons heen stonden buitenlanders uit andere continenten die met de minuut zenuwachtiger werden en ons bezorgd vroegen of ze door die lange rij wel in hun time-slot bij de ingang zouden zijn. Gemeld: You’re in The Netherlands. We are Dutch. Relax. You will be fine. En zo was het ook, 15 minuten na het einde van ons gezamenljke time-slot mochten we gewoon naar binnen.

En anders dan bij de Vermeer tentoonstelling was hier de eerste zaal meteen een grote zaal. De massa kon zich meteen verspreiden. Het Rijksmuseum had blijkbaar iets geleerd van de bomvolle eerste veel te kleine zaal, met Het Melkmeisje, tijdens de Vermeer tentoonstelling.

Oude schilderijen geven een unieke inkijk op eten in vorige eeuwen, van voor de fotografie. Dus naast de schilderijen zelf bewonderen, ook op zoek naar weergaven van eten op de schilderijen. Dat was lastig, bij Frans Hals kom je er namelijk bekaaid van af op dat gebied. Eten is wel te zien op bijvoorbeeld het ‘Feestmaal van de officieren van de St. Jorisschutterij’ uit 1616, straks weer te zien in het Frans Hals Museum. Maar daar speelt eten duidelijk niet de hoofdrol. De mensen moesten als welgestelde groep geportretteerd worden. Het eten is misschien daarom ook niet altijd goed herkenbaar.

Dat is anders op het schilderij ‘Vastenavondvierders’, uit 1616 of 1617. Eigendom van The Metropolitan Museum of Art in New York. Links op het schilderij is een man te zien, Peeckelhaering. Om zijn nek hangen 2 haringen. Verder hangen worsten, groene peulen, een mossel (of toch een oester?), eieren en een varkenspoot aan een koord. Op de tafel staat onder andere een schaal met vissen (palingen?) en een half brood.

Dat eten ligt er niet omdat het eten is. Het ligt er voor de symboliek. Voor het verhaal van het schilderij. Ook de 17e eeuw stonden schilderijen bol van de symboliek. De eerste hint krijgen ook wij doordat de man aan de rechterkant van het schilderij een oeroud seksueel getint gebaar maakt naar de vrouw. De worsten en bonen zijn een symbool van de mannelijke geslachtsorganen. De mossel is een symbool van de vrouwelijke geslachtsorganen. De eieren staan voor mannelijkheid. Gebroken eieren wijzen op een gebrek aan mannelijke lust. Haringen staan symbool voor onder andere het beschamen van mensen middels een scherpe opmerking. De varkenspoot belichaamt gulzigheid. Wist jij niet van die symboliek, dan kijk je vanaf nu nooit meer op dezelfde manier naar oude schilderijen.

Toch is het niet altijd zo dat eten ontbreekt. Het schilderij ‘Jonge vrouw die groenten en fruit verkoopt’, circa 1630, barst van de vruchten en het fruit. En als je dichterbij staat kan het je opvallen dat het ongelooflijk fijn is geschilderd. Heel anders dan andere Frans Hals schilderijen. Het bordje met uitleg op een andere muur gaf de oplossing. Blijkbaar wist Frans Hals zelf echt wel waar hij minder goed in was, want het groenten en fruit gedeelte is geschilderd door Claes van Heussen. Die daar in die tijd al heel beroemd om was, ook bij zijn collega-schilders, blijkt.

Worsten, eieren, vissen, groenten en vooral fruit. We kregen er trek door. Tijd voor de stukken fruitreep die we in een locker achter hadden moeten laten.
…

Lees Meer Lees Meer

Eccles cakes met rozijnen en cranberry’s

Eccles cakes met rozijnen en cranberry’s

Eccles cake. Het Engelse woord cake werd vroeger ook gebruikt om een stuk brood met extra ingrediënten aan te duiden. Die betekenis heeft het in Engeland in Eccles cake behouden.

Hier Eccles cake geserveerd op een handgeschilderd ovaal bord uit de jaren 70 van de vorige eeuw, met daarop Haddon Hall in Derbyshire, gemaakt door English Ironstone Tableware uit Staffordshire. Klassieke cakejes op een klassiek blauw-wit bord. Zoiets als Delfts Blauw, maar dan anders.

Een pasteitje met de naam Eccles cake is al heel oud, waarschijnlijk al bekend in de middeleeuwen, uit het plaatsje Eccles. Eccles cakes werden vooral veel gegeten op religieuze feestdagen. Volgens de legende verbood in 1650 de puriteinse Oliver Cromwell toen hij aan de macht was, of het parlement, het eten van onder andere luxueuze krenten pasteitjes, en daarmee het eten van Eccles cakes, juist door die religieuze connectie. Eccles cakes werden weer populair aan het eind van de 18e eeuw toen James Birch ze begon te verkopen in zijn winkel in Eccles.

Eccles cakes hebben geen beschermde status, iedereen mag ze overal maken en verkopen onder de naam Eccles cakes. En omdat ze heel populair zijn, wordt dat in Groot-Brittannië ook gedaan. Het gevolg? Er zijn heel veel recepten, waar ook veel verschillende ingrediënten inzitten. Er zijn er die helemaal geen rozijnen gebruiken, maar alleen krenten als gedroogd fruit. Er zijn er die andere gedroogde fruitsoorten toevoegen, of schillen van citroen en/of sinaasappelen, en kruiden zoals kaneel, nootmuskaat en/of piment. Die ingrediënten lezen veel meer als de inhoud van een zoete mincemeat pie, een pasteitje zonder vlees. Maar een Eccles cake is juist geen variant van een mincemeat pie.

Tijd om een virtueel bezoek te brengen aan de fabriek ‘Lancashire Eccles Cakes’. Niet in Eccles gevestigd maar in Manchester. Die fabrieksnaam is wel apart en verwijst naar het verleden. Want Manchester ligt niet (meer) in wat nu Lancashire heet. Lancashire beperkt zich sinds 1974 tot een niet stedelijk gebied noordwestelijk van Manchester. Als Eccles cake ooit een D.O.P. status krijgt moet de fabriek ruim 8 kilometer naar het westen verhuizen, naar Eccles.

In die fabriek maken ze naar verluidt 600.000 cakes per week, met de hand, in kleine vormen aan een lopende band. En daar zegt men toch echt dat de vulling uit maar 4 ingrediënten bestaat: rozijnen, Vostizza krenten (uit Griekenland), suiker (korrelig en licht bruin van kleur) en boter.

Geen mince pie, maar Eccles cake. Met rozijnen voor de zoete smaak en cranberry’s voor de wat fris-zure smaak. Die smaak hebben de krenten ook. Vervangen kan zonder problemen, vinden wij. Een eigen draai aan Eccles cake.

…

Lees Meer Lees Meer

Terugduw haverkoek met rozijnen en cranberry’s

Terugduw haverkoek met rozijnen en cranberry’s

Het is oktober. Cranberry oogstmaand in Nederland! Nou ja, we zitten midden in de 3 oogstmaanden. Close enough.

In ons huishouden zijn haverkoeken populair. Van een supermarkt, met rozijnen en cranberry’s. Van de markt, met stukjes appel. Zo populair dat we ze gingen namaken. Copy-cat spelen. Er is nog maar 1 recept met cranberry’s verschenen op Reutel, uit 2015. Recepten met rozijnen zijn ook schaars op Reutel. Tot nu toe zijn het 2 recepten, allebei uit 2016, van beide blogger 1. Dat is een magere oogst voor een eetblog dat is gestart in 2011. Vandaag de volgende uitzondering op de regel. Rozijnen én cranberry’s gebruikt.

Haver is sowieso enorm populair bij delen van de mensheid. Wel een beetje terecht overigens. Het bevat vitaminen en mineralen, vezels, en veel onverzadigde vetzuren. Het bevat, als 1 van de weinige graansoorten, geen gluten. Dat laatste schijnen steeds meer mensen – ook zonder allergieën – te willen eten, als ik goed heb begrepen.

Haver is zo populair, dat de supers vol liggen met producten waarin haver is verwerkt. Producten die de gezonde effecten van haver ietwat tenietdoen door er bijvoorbeeld veel suiker aan toe te voegen. Suiker toevoegen, met mate, dat wel, gaan wij hier ook doen. Haverkoeken!

AH noemt ze: “Roomboter haverkoek met rozijn en cranberry” in de omschrijving van hun AH oatmeal cookie [1]. Mocht je nu denken dat er evenveel rozijnen als cranberry’s inzitten, dan vergis je je. In 1, 10 centimeter brede koek van 110 gram, zit 1,1% gedroogde cranberry en 10% rozijn. Er zit dus bijna 10 keer zoveel rozijn in als cranberry. Beetje misleidend.

En die 1,1% aan gedroogde cranberry? Zou 1% een wettelijk minimum zijn om een ingrediënt in een omschrijving te mogen benoemen? Cranberry’s lijken minstens 2 keer zo duur als rozijnen te zijn, alhoewel er veel variatie in die prijs van rozijnen is, afhankelijk van de gebruikte druif en de herkomst. Meer rozijnen dan cranberry’s, dat maakt die cookies veel goedkoper om te produceren.

Ondanks dat het roomboter haverkoek heet, zit er ook nog zonnebloemolie in. En er zitten karamel kleurstoffen in de koeken, E150c en E150d.

Dat geschreven hebbende, die oatmeal cookies zijn wel heel erg lekker. Granen en gedroogde vruchten. Smakelijk!

Dan toch nog maar even kort bij de concurrentie gekeken. Wel digitaal. Want mij zul je niet vinden bij de koekjesschappen in een supermarkt. Ik maak ze wel, regelmatig zelfs op verzoek, en proef er dan 1 om te kijken of ze gelukt zijn.

Bij Jumbo niet zo snel een equivalent van de AH oat cookies kunnen vinden, maar wel een recept dat haver en cranberry’s als ingrediënten heeft, en tevens kaneel. Ook een recept met als extra’s walnoten en chocolade. Nog wat verder weg.

De HEMA heeft ook haverkoekjes, met 6% rozijnen en 4% cranberry [3]. Al een betere verdeling. En voegt ook nog kokos toe. Daar gebruiken ze voor de koeken wel alleen speltmeel in plaats van alleen tarwebloem.

En toen was de zoektocht ineens over, want die haverkoeken van AH lijken wel heel erg op die van De Graafbakeries [2]. De Graafbakeries gebruikt vanille-extract (duurder) en AH vanillearoma (goedkoper). De rest is hetzelfde, alle ingrediënten tot aan het koekjes gewicht.

Alleen meldt De Graafbakeries niet hoeveel cranberry’s en rozijnen erin zitten. Dat roept vragen op. Zouden ze er meer van indoen? Gelden voor bakkerijen andere publicatieregels dan voor supermarkten? En, worden AH huismerk haverkoeken gemaakt door De Graafbakeries?

Tijd om zelf haverkoeken met rozijnen en cranberry’s te maken. Dat speltmeel idee van de HEMA gedeeltelijk overgenomen. En meer cranberry’s gebruikt dan AH. Het gebruik van vanille-extract overgenomen van De Graafbakeries.

…

Lees Meer Lees Meer

Caprese met Harzer Käze, zonder karwijzaden

Caprese met Harzer Käze, zonder karwijzaden

Toen we jaren terug niet door de Härz reden, maar er een aantal dagen verbleven, kwam de ontdekking van Harzer Käse. Een geelgetinte en vetarme zure melkkaas met een hoog proteïne gehalte. Niet alleen heel lekker, zowel met als zonder karwijzaden; je kunt het ook nog eens zelf rijpen in je eigen huis. Hoe bijzonder is dat. Want rijp zijn ze op hun allerlekkerst. En nog een stinkkaasje ook.

Tijdens die allereerste keer in de Harz, bij het ontbijt in een pensionnetje, die Harzer Käse ontdekt. De Harz ligt in voormalig Oost-Duitsland, waar ze dat kaasje, bewust of niet, lang verborgen hebben weten te houden. Het kaasje lag op een apart schaaltje met daarnaast stukjes tomaat en takjes verse peterselie. Volgens de vriendelijke kokkin was het zo neergezet zodat je de 3 ingrediënten op een ontbijtbordje kon combineren.

Maar aangezien het de eerste keer was dat we Harzer Käse konden proeven, en haar dat ook zo hadden uitgelegd, snapte ze wel waarom we alleen 1 schijfje kaas pakten, zonder tomaat en peterselie. En ook dat toen dat ene schijfje op was, we nog een schijfje Harzer Käse ophaalden. Breed lachend om die Nederlanders vulde ze het schoteltje weer aan met nieuwe Harzer Käse schijfjes.

Toen al besloten er thuis een caprese variant mee te maken. Niet met die Duitse peterselieblaadjes, maar de klassieke basilicumblaadjes. Niet met de klassieke mozzarella maar met Harzer Käse. Daarna zijn we een tijdje niet in het oosten van Duitsland geweest. Dat idee daardoor ook weer vergeten, want niet opgeschreven. Bovendien moet je voor dit gerechtje de versie zonder karwijzaden hebben, anders proef je het kaasje veel minder.

De typische verschijningsvorm van Harzer Käse is een schijfje van ruim 2 centimeter hoog en ongeveer 5 centimeter breed, met een gewicht van 50 gram. Ze kunnen aan de buitenkant glad of rimpelig zijn.

Gelukkig hebben ze nu, in ieder geval in Noord-Duitsland, Harzer Käse meestal gewoon in de grote supers op voorraad. Een rolletje van 4 schijfjes – een Harzer roller – kunnen scoren, bijna zonder karwijzaden. Ergens in mijn hoofd ging een lang gesloten deurtje weer open en meteen kwam de herinnering aan het Caprese idee weer terug. En zo is het gekomen.

Pastatoeristen die Duitse kaas kopen. Dat Caprese idee kan eindelijk worden gerealiseerd.

…

Lees Meer Lees Meer

Tropenweer: huzarensalade mét fruit en brood

Tropenweer: huzarensalade mét fruit en brood

Als het heel warm is buiten, dan zijn 2 maaltijden bij ons favoriet. De ene bestaat uit kleine, vers (af)gebakken broodjes met divers beleg (kaasjes!). De andere is huzarensalade. ’s Ochtends gemaakt, als het nog wat koeler is, en ’s avonds koud opgegeten, als avondmaaltijd. Al jarenlang weten de huisgenoten dat bij tropisch aandoende temperaturen in Nederland, deze 2 maaltijden altijd worden gemaakt.

Nu voorzag de medeblogger de wereld al in 2015 met een recept voor huzarensalade, en hoe die maaltijd is ontstaan. Daar niets meer aan toe te voegen. Wij maken het uiteraard ook altijd zelf. Want we delen de opvatting van de medeblogger: die uit cafetaria zijn niet echt ok, en die uit de supers niet veel beter.

In ons huishouden is huzarensalade wel het domein van mijn wederhelft. Ze heeft Friese en Groningse roots, wat al een aantal interessante eet-dingetjes heeft opgeleverd. Fazant uit de wildernis, Fryske dúmkes en aaierbal, om maar wat te noemen.

Maar toen zij ’s ochtends de ingrediënten voor haar versie van huzarensalade klaar legde op het aanrecht terwijl ik mezelf verse koffie inschonk, viel me op dat het toch anders was dan die versie van de medeblogger.

Je eet iets al jaren en toch word je plotseling nieuwsgierig. Desgevraagd was het geen familie recept. Het lijkt ook wel wat op de versie die onze moeder maakte. Vooral door het gebruik van zilveruitjes.

Het verschil met de versie van de medeblogger is groot genoeg om ook deze versie Reutel te laten halen. Zeker omdat uit zijn onderzoek bleek dat doperwten en appels eigenlijk niet in huzarensalade thuishoren.

We wijken weer eens af. Met name fruit is een toevoeging van haarzelf. Deze keer zoete appel en groene druiven.

En de keuze van iets kruimige aardappels wijkt ook af blijkbaar, want in Nederland zijn vastkokende aardappels bijna een verplichting in huzarensalade, zo te lezen op het internet.

Eigengemaakte huzarensalade met appel, druiven en vers ciabatta brood.

…

Lees Meer Lees Meer

Wie is voer voor psychologen en pizza met ananas

Wie is voer voor psychologen en pizza met ananas

Psychologen zijn hard nodig, voor het helpen van mensen met echte mentale problemen. Als er (veel) meer mensen tot psycholoog zijn opgeleid dan er banen zijn, dan heb je echter wel meteen een probleem als maatschappij.

Voor kunstenaars zonder inkomen was er De Beeldende Kunstenaars Regeling (BKR), van 1956 tot 1987. Kon je gemaakt werk inleveren en kreeg je in ruil geld. Kunst waar niemand op zat te wachten, anders hadden die kunstenaars wel een inkomen gehad. Psychologen hebben een andere oplossing bedacht. Het aanbieden van cursussen aan het bedrijfsleven en ambtenaren over issues die eigenlijk geen issues zijn. Geen gedragswetenschappers maar gedragscursusleiders. En daar is het brood op de plank. Best slim.

In de loop der jaren zelf ook van vele cursussen mogen genieten, of ik nu wilde of niet. Soms zelfs na jaren verplicht op herhaling, met nieuwe collega’s. Cursussen zonder uitzondering gegeven door mensen die een opleiding psychologie hadden doorlopen. De Roos van Leary, het Piramidemodel van Miller, Mindfulness(!), een leven lang in een flow, de 80/20 regel, het Kleurenmodel, de Zwakste Schakel, … , de lijst gaat nog wel even door. Tuurlijk heb ik van elke cursus wel wat opgestoken. Je leert als het goed is sowieso elke dag wat nieuws.

Vaak waren die cursussen meerdaags, en bijna altijd in een tot hotel/zalencentrum omgebouwd landhuis. Veelal op de Veluwe of in de bossen ten oosten van Hilversum, soms langs de Vecht. Voordelen waren de boswandelingen, de verse broodjes bij ontbijt en lunch en de keuzes voor het avondeten. Daar regelmatig wild gegeten.

Wild eten, daar kon ik de hele dag naar uitkijken. Met familie in de wildernis van Friesland waren we wel gewend aan wild eten. In het seizoen kregen we wel eens fazant mee. Het restant aan wildernis moet namelijk goed beheerd worden. Fazant, superlekker, echt wel. Volledig gegaard, maar wel op je bord met de hagel er nog in. Heb ik wel aan moeten wennen.

Nadelen hebben de cursussen natuurlijk ook. Elk voordeel heeft zijn nadeel. Meestal verwerden meerdaagse cursussen tot langdurig naar 1 plaatje kijken, die daarna in 100 verschillende varianten werd besproken en vooral geoefend. 2 of zelfs 3 dagen achter elkaar hetzelfde doen? Je werd er gewoon amateur-acteur van. Ben Tiggelaar begreep dat beter met zijn ‘MBA in één dag’.

Waar ik veel gebruik van maak kwam via een Duitse collega langs, daar is geen psycholoog aan te pas gekomen. DELLE, Durch Einfach Liegen Lassen Erledigt. Eisenhower heeft er veel aan gehad, aan het denken in 4 kwadranten. DELLE en emails afhandelen, werkt ook goed samen. Kan je vast ook cursussen in volgen, in DELLE.

Feedback geven over eten, daar geven de Italianen hoog van op. Het zit in hun cultuur. In de loop der tijd heeft dat veel lekkere gerechten opgeleverd. Ik denk wel dat de mama’s in de familie uitgesloten zijn als personen om feedback aan te geven. De maaltijden van mama’s vinden ze zo te lezen altijd geweldig. Italianen, die voelen aan wanneer ze wel of geen feedback moet geven over eten. Daar zal respect ook een factor in zijn. Tijdens de cursus leerde je dat iedereen feedback mag/moet geven aan iedereen. Was goed voor iedereen! Respect? Not today.

Geen idee of de Italiaanse eetcultuur de inspiratie was. Er is wel altijd behoefte om nieuwe invalshoeken te creëren. Ineens was daar de cursus feedback geven. Nieuw brood op de plank.

…

Lees Meer Lees Meer

Lemon bars en het oudst bekende recept

Lemon bars en het oudst bekende recept

Lemon bars = boterkoek + lemon curd.

Boterkoek is al een paar eeuwen bekend in Nederland. De Britse variant heet buttery shortbread, zandkoekjes met wat meer boter. Shortbread is uitgevonden in Schotland, met een in 1736 opgeschreven recept en daardoor ook daar al een tijdje bekend. In Brittannië waren lemon curd (achtige) recepten vermoedelijk al tegen het einde van de 18e eeuw, maar zeker vanaf het midden van de 19e eeuw bekend. Je zou denken dat de combinatie dan ook al lang bekend is. Dat valt echter een beetje tegen, in ieder geval op schrift.

Het lijkt erop dat in het begin de eieren in de bodem gingen en niet in de vulling. Er zat ook nauwelijks citroen in. Het heette toen ook nog niet lemon bars maar crunchy lemon squares, bijvoorbeeld in 1958 in een recept van Mary Meade, verschenen in de Chicago Daily Tribune, 15 augustus, 1958. Noten zorgden voor de crunch. Vrij kort daarna ging er meer citroensap in de vulling.

Het oudste bekende recept zoals we nu lemon bars maken is echter relatief recent. Het is een inzending van Mrs. Eleanore Mickelson uit Milwaukee, in de krant Chicago Daily Tribune van 27 augustus 1962, in deel 3 op bladzijde 12. Het verscheen in de rubriek Today’s $5 Favorite Recipe. Op diezelfde bladzijde staat een volledig en uitgebreid dagmenu – ontbijt, lunch en diner – door, weer, Mary Meade.

Mary Meade was het pseudoniem dat de 5 voedselredacteuren van de Chicago Daily Tribune gebruikten van 1936 tot 1974. In 1964 verscheen het boek Mary Meade’s Country Cookbook. Volgens het voorwoord een boek over goede, eenvoudige Amerikaanse gerechten van de traditionele soort. Wat wij nu een ouderwetse keuken zouden noemen, of ook wel, een beetje denigrerend, Oma’s of Grootmoeders Kookboek. Mickelson’s recept is bijna iedereen vergeten. Dat komt omdat In 1963 Betty Crocker in Betty Crocker’s Cooky Book een recept publiceerde dat wel heel erg leek op het recept uit 1962. En wie kent in Amerika Betty Crocker nu niet.

Betty Crocker is echter ook een bedacht persoon, in 1921, de naam achter een slimme reclamecampagne. In 1950 verscheen de eerste uitgave van Betty Crocker’s Picture Cook Book in een oplage van 950.000 exemplaren. Sindsdien zijn er meer dan 75 miljoen exemplaren van versies van het rode Betty Crocker Cookbook gekocht. Slim adverteren loont. Inmiddels bevat het boek ruim 1500 recepten. Wie heeft er meer nodig? Mogelijk daardoor schrijft de ogenschijnlijke meerderheid van het internet dat 1963 het geboortejaar is van lemon bars. Het recept van Mickelson verscheen toch echt een jaartje eerder.

In de basis maken we nog steeds lemon bars volgens het recept van Mickelson en daarmee ook die van Crocker. Mickelson gebruikte al poedersuiker en (wel wat meer) kristalsuiker. Ook bakpoeder, dat niet in onze boterkoek zit. We doen er tegenwoordig standaard wel (veel) meer eieren in en soms ook nog wat wat maizena als bindmiddel. Dat laatste kan handig zijn want de bodem is anders heel bros.

…

Lees Meer Lees Meer