Archief van
Categorie: Groente

Gobi masala – Bloemkool uit India

Gobi masala – Bloemkool uit India

Met enige regelmaat staat hier bloemkool op het menu. Niet gek, aangezien hier haast met dezelfde regelmaat Indiaas wordt gegeten. Al eerder schreef ik dat Indiase bloemkool niet helemaal hetzelfde is als onze bloemkool. Het is een variëteit die ze in India hebben doorontwikkeld om het bestendig te maken tegen het hete klimaat, maar het blijft natuurlijk bloemkool. Bloemkoolcurry is lekker en niet moeilijk te maken.

Een variant daarop is deze Gobi masala. ‘Gobi’ betekent bloemkool en ‘masala’ kruidenmengsel. Net zoals geen curry hetzelfde is, nat of droog, geldt dat ook voor gerechten met masala in de naam. Hoewel ik wel het idee heb dat masala’s over het algemeen nat zijn, maar dat zal ook haast wel niet. En geen kruidenmengsel is hetzelfde, lokaal en regionaal zullen er verschillende varianten zijn.

Het mooie van al die varianten is dat er geen vaste recepten zijn en dat je vrij kunt variëren met de hoeveelheden, mocht je dat zelf al niet standaard doen. Zelf maak ik recepten een eerste keer zoals ik het heb gelezen. Een volgende keer, als die er komt, kan ik variëren. Vaak blijven de hoeveelheden van meeste ingrediënten wel hetzelfde, maar ik varieer vooral makkelijk met ui, knoflook, gember en chilipepers. Ongeacht de keuken. En bij Indiase gerechten wil ik nog wel eens een schep extra yoghurt toevoegen voor een mooie volle saus.

Uiteindelijk gaat het er namelijk niet om wat het recept voorschrijft, maar wat jij lekker vindt. Het is uiteraard wel fijn als je weet hoe een gerecht ‘hoort’ te smaken, zeker als je het nog steeds onder die naam serveert. Het internet is er vol van, filmpjes en recepten die qua ingrediënten in de verste verten niet meer op het origineel lijken, maar wel onder die naam worden gepresenteerd. En ik ben wel een beetje traditioneel, dus Aziatische recepten die olijfolie gebruiken sla ik over. En doe geen gekke dingen als een kaassaus over je bloemkoolcurry gooien. Als je student bent mag dat, maar zo gauw je bent afgestudeerd, moet het uiteraard afgelopen zijn met zulke uitspattingen.

Een idee is overigens geboren, ik ga eens nadenken over een passende kaassaus voor een bloemkoolcurry. Indiërs eten voor zover ik weet vooral kaas in de vorm van paneer. Kaassauzen zoals wij ze kennen, ben ik in in Indiase recepten nog niet tegengekomen. Het gaat allemaal om de saus dus. Wordt vervolgd!

Terug naar de Gobi masala. De sauzen in de Indiase keuken zijn altijd bijzonder smakelijk. En bij sauzen denken mensen misschien aan vet en ongezond, maar daar is vaak helemaal geen sprake van. Niet alleen lekker met rijst, maar vaak ook gegeten met naan of chapatis. Indiase platbroden zijn overigens al een avontuur op zich. Lekker ook soppen in de verschillende sauzen.

Lees Meer Lees Meer

Gebakken rijst met snijbonen en omelet

Gebakken rijst met snijbonen en omelet

De terugkerende lezer op Reutel heeft allang door dat ik met Reutel in het reine probeer te komen met de groenten en gerechten uit mijn jeugd. De voorbeelden zijn legio: spruitjes, tomaten, hutspot, champignons, bloemkool, andijvie en niet te vergeten: snijbonen. Over de vele maaltijden slabonen hoorde je mij echter nooit klagen. Nog steeds zijn slabonen een van mijn favoriete groenten.

Wie nu denkt dat mijn jeugd kommer en kwel was als het gaat om eten, slaat de plank volledig mis. Ik heb geweldige herinneringen aan zuurkool met rookworst of krabbetjes, stampot rauwe andijvie, de zondagse maaltijden met nasi van de slager en een kippenpoot of de zaterdagse pannenkoeken, balkenbrij of zelfgebakken patat. De sucadelapjes, zo mals, of de gehaktballen. Zelfgemaakte erwtensoep en groentesoep. Bietjes en rode kool at ik ook graag. En zo zijn nog genoeg dingen te verzinnen die ik met veel plezier at.

Met snijbonen was er echter iets wonderlijks aan de hand. Want, wie kent het niet, de gietijzeren snijmachine die aan de keukentafel werd bevestigd, waarna de snijbonen in dunne reepjes werden gesneden. Elke keer weer een leuk klusje waar ik regelmatig mee mocht helpen. En dan een uur later de teleurstelling als diezelfde snijbonen op mijn bord lagen. Hoe een kinderbrein werkt. Van extase naar diepe teleurstelling in een zucht. Ik hield namelijk helemaal niet van snijbonen. Vooral het mondgevoel vond ik vreselijk en daarmee smaakten die boontjes natuurlijk ook niet lekker.

Maar een volgende keer stond ik weer met het grootste plezier die snijbonen te snijden. Nietsvermoedend.

Vanaf mijn studietijd heb ik snijbonen heel lang links laten liggen. Dankzij Fuchsia Dunlop ben ik weer begonnen met het eten van snijbonen, roergebakken uiteraard. Ik zal het recept nog eens plaatsen. Onderstaand recept bedacht ik in coronatijd, toen boodschappen doen lang niet altijd vanzelfsprekend was.

Het is eenvoudig en heel smaakvol.

Lees Meer Lees Meer

De eerste keer ajvar eten, die optie is er niet meer

De eerste keer ajvar eten, die optie is er niet meer

Voor het eerst ajvar proeven, dat was speciaal. Dat is echter al lang geleden gebeurd. Voor het eerst ajvar proeven kan nooit meer. We weten nu al elke keer hoe ajvar gaat smaken. Echt superlekker, zeker. Maar het experiment en de verrassing, die komen niet meer terug. Toch jammer.

Net als bij de regelmatige herlezing van Lord of the Rings. Geweldig verhaal, maar de plot is onderhand al wel bekend. Maar toch regelmatig herlezen, uiteraard. Het blijft een complex verhaal met veel zijpaden en doorkijkjes naar andere tijden. Het blijft speciaal.

Balkenbrij. Ook zo’n ding. Wij aten het van jongs af aan. We hadden toen zeker niet door hoe bijzonder het was. We aten het gewoon, want we kregen het voorgeschoteld. Pas na de studententijd, jarenlang genoten in een stad die toen bestond zonder balkenbrij, weer eens balkenbrij gegeten. Een soort van hernieuwde kennismaking. En toen had ik ineens wel door hoe apart en bijzonder lekker het was.

Ajvar dus. We hadden een mee-eet gast die tijdens een over eten-conversatie meldde nog nooit ajvar te hebben gegeten. De bedachte wat luxere maaltijd verplaatst naar morgen, als we weer onder ons zijn. Geen uur in de keuken maar slechts 20 minuten. Want aan de mee-eter een simpele maaltijd voorgesteld én een nieuw gastronomisch genoegen in het vooruitzicht gesteld: ajvar.

Wat is ajvar, daar was onze gast wel nieuwsgierig naar. (En mogelijk nieuwe lezers ook.) Wel, als eerste, ajvar is echt superlekker. Ten tweede is ajvar een traditionele, dikke saus uit de Balkan. Een mengsel van geroosterde paprika (hier 76%) en aubergines (hier 12%), met tomatenconcentraat (hier 2,6%), en verder onder andere pikante peperoni pepertjes, suiker, zout en geheime specerijen.

De ajvar van Podravka bevat geen conserveringsmiddelen en geen kunstmatige smaakstoffen. Een opengebroken potje is, zonder conserveermiddelen, maar zo’n 10 dagen houdbaar in de donkere koelkast. Maar zolang blijft bij ons een potje niet vol.

Uiteindelijk zitten er rode paprika, aubergine (via de ajvar), en tuinerwten in deze maaltijd. We waren benieuwd wat onze gast van het ajvar deel zou vinden, maar waren a priori vol vertrouwen dat het bord met smaak leeg gegeten zou worden.

Een vorige keer de ajvar eerst door de rijst gemengd voor opdienen. Dat doen we deze keer anders.

Lees Meer Lees Meer

Curry van prei

Curry van prei

Prei, ik at het vooral als roerbakgroente. Lekker met gebakken rijst. Vroeger aten we het thuis als op zichzelf staand groentegerecht, maar daar heb ik niet veel herinneringen aan, behalve dat het nattig was en dat ik er niet kapot van was. Jaja, moeilijke eter. Ik denk dat we ze gekookt aten. De medeblogger heeft er een levenslange aversie aan over gehouden. En dat is toch jammer, want ik denk dat hij een prasopita, de Griekse preitaart, zeker kan waarderen.

Prei behoorde 4.000 jaar geleden al tot het Egyptische dieet en ook in Mesopotamië werd prei verbouwd. Rauwe prei zou de favoriete groente zijn geweest van een van de meest wrede Romeinse keizers, Nero, die het at in zijn soep of in de olie. Nero dacht dat het eten van prei zijn stem ten goede kwam. Zijn consumptie van de groen-witte stengels was blijkbaar dusdanig dat het hem een bijnaam opleverde: Porrophagus oftwel ‘prei-eter’.

Feit is dat prei veelzijdiger is dan alleen de functie van groen sliertje in de bami van de lokale Chinees.

Prei leent zich bijvoorbeeld ook heel goed voor een makkelijke en smakelijke curry. Kruidig en zoetig.

Lees Meer Lees Meer

Hè, echt geen extra zout, peper en olijfolie?

Hè, echt geen extra zout, peper en olijfolie?

Met enige regelmatig mag ik graag kijken naar een zoveelste herhaling van kookprogramma’s, tot andere huisgenoten TV-rechten claimen. Echter wel kijken zonder geluid. Beelden op de achtergrond, zonder lawaai. Foute kookprogramma’s zijn daarbij zeker het leukst. Gewoon af en toe kijken of men iets maakt wat een thuis-kok later ook kan maken, regelmatig in de comfort food zone, mogelijk met toevoeging van wat eigen ideeën. Zonder elke keer over-the-top woorden als fantastisch, geweldig, kleurrijk en verras je gasten, et cetera, te moeten aanhoren.

We zaten te kletsen met dit keer Jamie Olivier op de achtergrond, niet echt fout te noemen, voor als het gesprek even stilviel. Die chef-kok is overigens ook zeer moeilijk te missen op de kookkanalen op de lineaire TV. Hij was daardoor alweer 1 van zijn dezelfde 30 minuten maaltijden aan het maken. Plotseling viel ons beiden tegelijkertijd iets op, want zonder geluid let je automatisch meer op de visuals.

Zout, zwarte peper en olijfolie gaan er eigenlijk altijd op of in bij deze kok, wat er ook aan andere ingrediënten, ook uit potjes en flesjes, in gaan. En niet in minimale hoeveelheden, maar ruim. Soms zelfs 2 keer op verschillende tijden in de bereiding. Het is zo te zien in zijn westerse gerechten ook zeg 99% van de tijd olijfolie, en geen neutrale olie zoals bijvoorbeeld arachideolie.

Zout, zwarte peper en olijfolie, dat levert elke keer dezelfde smaken op in elke maaltijd, toch, gezien de hoeveelheden. Dat doen wij dus niet. Wij gebruiken meestal kruiden en specerijen voor extra smaken.

Ook andere TV-koks vertonen het gedrag. Eerst allerlei lekkere kruiden en specerijen in een maaltijd verwerken, soms veel verschillende, en dan op het laatst de maaltijd ‘op smaak brengen’. Op zijn Engels, bring to taste en bring to flavor. Gekke terminologie. Beter klinken season it en enhance the flavor. Dan smaakt wat je tot dan hebt gemaakt ook al goed; maar via enhancen kan het blijkbaar nog beter. Dat klinkt nog enigszins positief. Maar dan volgt het haast idee fixe gebruik van zout, en zwarte peper en olijfolie op TV. Echter, echt niet alles wordt lekkerder met de smaak van olijfolie, wat de TV-koks ook beweren. Echt niet.

Dat op smaak brengen gaat ook niet met een snufje zout, maar vaak met veel zout. Zout wordt toegevoegd met als argument dat het de andere smaken zal versterken. Maar zout brengt gewoon een dominante smaak mee van zichzelf; zout eten smaakt zout en drukt juist de andere smaken gemakkelijk weg. Die dominante smaak van zout komt vast omdat mensen zout echt nodig hebben, onder andere voor vochtregulatie en spierbewegingen. De evolutie zorgde er vast voor dat we de smaak van zo’n noodzakelijk ingrediënt extra lekker zijn gaan vinden.

Doordat zout relatief goedkoop is, vind je het ook zo veel terug in chips en kant-en-klare kruidenmixen. Lekker, goedkoper dan andere kruiden en specerijen en met een sterke smaak. Dat wil blijkbaar iedereen wel, want in supers is veel ruimte voor (zout in) chips en kruidenmixen. Dat kan alleen als het door klanten gekocht wordt.

Erg leuk wordt het ook als men specifiek zeezout als ingrediënt noemt en gebruikt. Zout wordt tegenwoordig gewonnen in verdampingsbekkens langs kusten én uit oude zoutlagen in bergen, van voormalige en al lang verdwenen (binnen)zeeën. Het is allemaal zeezout. Het wordt anders als dat zout is verontreinigd met allerlei mineralen of gewoonweg klei. Dan heeft het vaak een kleurtje en een extra smaakje. Maar zeezout zelf is echt niets bijzonders, wat TV-koks ook mogen beweren.

Ook als ze speciaal grovere zoutkorrels gebruiken voor in een saus is dat vermakelijk. Zoutkristallen lossen namelijk nogal makkelijk op. De grove kristalkorrels vindt je echt niet meer terug, want weg. Ze blijven alleen heel in droge maaltijden, zoals salades zonder dressing. Veel grote korrels zout betekent wel dat je snel over de 1 tot 3 gram zout gaat die je maximaal zou moeten eten per dag.

Wij voegen al tijden lang geen extra zout meer toe aan maaltijden. Eigenlijk alleen, en dan niet eens altijd, bij zelfgemaakte patat en aardappelpartjes, en soms in deeg van quiches en scones. En ook vrijwel altijd bij zelfgemaakt brood. Want dan is zout regelmatig de enige toegevoegde smaakmaker.

Een beetje zwarte peper gebruiken we regelmatig in maaltijden, als we geen andere pepertjes gebruiken, maar zeker in cacio a pepe, en dan meteen ook wat meer. Een beetje vers gemalen zwarte peper door een romige risotto met gesmolten kaas, ook lekker. Maar waarom zwarte peper toevoegen aan een maaltijd als er al andere scherpe en pittige ingrediënten in zitten? Zo doet een vriendin van ons standaard extra vers gemalen zwarte peper op haar restaurantmaaltijd, zonder dat ze eerst heeft geproefd hoe scherp het al is. Ze weet dat wij dat een beetje vreemd vinden, maar blijft het doen.

En olijfolie gebruiken we soms, maar zeker in een vinaigrette. We gebruik eigenlijk veel vaker neutrale arachideolie.

Conclusie. Ze doen het allemaal lijkt het wel, die TV-koks, zeker aan het eind van de bereiding nog eens extra zout en peper toevoegen, aan welke maaltijd dan ook. Dat lijkt op aangeleerd gedrag, zonder eigen reflectie. Op de koksschool geleerd? Maar op gedrag dat niet veranderd, ook daar kan je feedback op geven.

Dus, groene asperges en guanciale, zonder extra toegevoegde zout, peper en olijfolie. En dit keer ook zonder kaas, maar dat is een heel ander verhaal.

Lees Meer Lees Meer

Over de combinatie van vegaballen en salami

Over de combinatie van vegaballen en salami

Sommige dingen zijn moeilijk te bevatten, of zelfs helemaal niet. De laatste 10 jaar zijn er heel veel vegetarische alternatieven bijgekomen in de winkels. Maar, waarom kiezen vegetarische eters en producenten voor zoveel vleesconnecties in de namen van vega-gerechten? Veelal met in de naam, de naam waar het een vleesvervanger voor is. Meestal met een op tarwe en/of soja en/of erwten gebaseerde basis. Je kunt daarmee nu op zoek naar een vervanger van spek en lever. En die zijn er dus in zekere mate, want ze heten zo. Maar er zit geen vlees in. Een contradictio in terminis, een tegenstrijdigheid in begrippen.

In een opwelling een keer op de AH website de zoekterm ‘vegetarisch’ ingetypt. Een deel van de oogst was: vegetarisch kiptaartje bospaddenstoelen, vega ovenschotel kipfilet peperroomsaus, vega smeerworst tuinkruiden en vegetarische kip stukjes. Jumbo’s score was soortgelijk, met ook nog Vegetarische Slager kipstuckjes. De Vegetarische Slager geeft de schuld aan de vleeseters voor de vleesnamen; die vleeseters zouden verleid moeten worden [1].

En dan is er ook nog de Vega Visboer [2]. Die eten maakt deels op basis van een hypoallergene rijstkorrel, ontwikkeld naar verluidt omdat Japanners meer hooikoorts kregen, en deels op een speciale viskruidenmix. Nepvis, want het woord ‘vis’ blijft maar worden gebruikt: vegan vissticks, vegan visburgers, vegan visnuggets, vegan visfriet, vegan visfilet en ook nog vegan garnalen.

Het zal allemaal wel. Het is pure psychologie. En bovendien, vegetariër zijn betekent gewoon dat elke keer als je boodschappen doet, je actief geholpen wordt om aan vlees te denken, wat je eigenlijk niet wilt?

De EU wil wat gaan doen aan het gebruik van vleestermen voor vegetarische producten, namelijk verbieden [3]. Een deel van de vegetariërs wil dat verbod dan juist weer voorkomen [4]! Wat daar van te vinden?

Vegetarisch eten, zeker zelf klaargemaakt, daar is niets mis mee. Maar de vele kant-en-klare vega-producten bij de supers kunnen ons nog steeds niet bekoren, vegetarische slager en visboer of niet. Vegetarisch gehakt, Vega snijworst, enzovoort, het lijkt meer te gaan over de kleur en heel soms de textuur nabootsen dan om de smaak. En smaak is toch wel een belangrijk dingetje. Als vegetarische spekreepjes niet naar spek smaken, noem ze dan gewoon vegetarische kruidenreepjes. Houd ons niet voor de gek!

En dat vond de EU ook op 5 maart 2026 [5]. Namen van dieren en stukken vlees mogen niet meer over 3 jaar. ‘Vegaburger’ wel, en dat is te tolereren. Maar ‘vegaworst’ mag ook. Worst is bij ons echt een 100% vleesding. Jammer. Moeten we nog steeds opletten in de winkels.

Wij eten vegetarische maaltijden, maaltijden met vis en maaltijden met vlees. En soms ook combinaties daarvan. Zoals hier. Het is een soort van snelle comfort-food maaltijd, op zich weinig spannends aan. Daarom interessant als je thuis komt van je werk en binnen een half uur weer door moet, bijvoorbeeld om te trainen op een door de sportclub vastgesteld tijdstip. Zonder de stress van iets nieuws te moeten verzinnen en vervolgens te koken.

Hier gebruiken we andermans vegetarische ballen en andermans salami. Eerder schreef ik over een uitwisseling van ideeën over gehaktballen en vegetarische balletjes. De medeblogger vindt de vegetarische ballen van de super wel ok, hij meldde zelfs dat de structuur aan die van vlees doet denken. Dus die vegaballen toch maar eens een keer zelf getest.

Ze zijn bol en klein, dus de term balletjes klopt helemaal. En ze zijn vegetarisch, met een prima textuur. Vegetarische balletjes, een wel goed gekozen naam.

Die vegaballetjes, want relatief klein, bevatten volgens het etiket gerehydrateerd plantaardig eiwit, en wel 44% soja en 27% tarwe eiwit. Wat de overige 29% is, staat er niet, of het moeten de gehydrolyseerde maïseiwit en vrije-uitloopei-eiwit zijn. En daarnaast zijn er nog eens minimaal 20 andere ingrediënten! Minimaal omdat de specerijen en kruiden niet verder uitgeschreven worden. Daarnaast bevatten de balletjes zowel zeezout als zout, apart. Zeezout voor de hype? Bijna alle zout is heel erg oud zeezout van nu verdwenen zeeën, ondergronds, of zeezout recent gewonnen uit bekkens.

Eerste conclusie? Ze hebben het wel eens over processed cheese, maar processed vegaballen bestaan net zo goed. Vooruit, voor het experiment toch gekocht.

Heb je nog nooit vegaballen gegeten, dan is dit een mooi moment om te gaan experimenteren. Er zijn een aantal varianten te koop in de supers. Veel keuze, dat was zeg 10 jaar geleden wel anders. Kies je eigen favoriet of maak ze zelf.

Sommige fabrikanten maken heerlijke salami’s, met een heel andere smaak dan die vegaballen. Lang niet elke salami is even lekker, maar Spianata Romana is dat zeer zeker wel. Langgerekte plakjes salami gemaakt van mager varkensvlees waar dan weer stukjes spek en vet aan wordt toegevoegd. Gemaakt door een lange ronde net gemaakte salami in een rechthoekige bak te leggen en er dan een gewicht bovenop te doen. Worden de salami’s plat van. Dat er hele pepertjes inzitten is goed te zien. De rest van de specerijen is uiteraard geheim. Spianata Romana smaakt licht zoet.

Vegaballen én salami in 1 maaltijd, het is gewoon een kwestie van het combineren van smaken en texturen, als je tenminste geen vegetariër bent, dat dan weer wel.

Bij snel comfort-food hoort kaas, hier een betere Emmentaler gekozen.

Lees Meer Lees Meer

Een groentesaus van vooral rode groenten

Een groentesaus van vooral rode groenten

Al sinds de lagere school, nu bekend onder de naam basisschool, vraag ik me af wat mensen behelst om aan de voet van een nog werkende vulkaan te (gaan) wonen. Dat komt door de meester die er toen tijdens de lessen af en toe een geschiedenisverhaal tussendoor gooide.

Bijvoorbeeld over het tragische einde van de oud Romeinse stad Pompeï. En dat er bij diezelfde vulkaan Vesuvius een stad ligt, met toen ook al heel veel inwoners, en met tegenwoordig een kleine miljoen mensen. Napels. Is het moed of simpelweg iets als hier ben ik geboren, hier blijf ik.

Dat laatste hebben wij van Reutel in ieder geval niet gedaan. Waarbij ik van de  beide bloggers nog het meest door Nederland heb gezworven qua wonen. Waarbij ik elders graag mag citeren dat de mooiste rivier van Nederland de IJssel is.

Napels ligt dus aan de voet van de Vesuvius. Er is een pad/trap waarmee je de laatste kleine 300 meter kan overbruggen, helemaal naar de rand van de caldera van de Vesuvius. Je doet er een half uur over, als je fit bent.

In Napels hebben ze een draaiboek voor als de vulkaan uitbarst. Met een keurige volgorde van de evacuatie van woonwijken. Want dat moet heel snel gaan.

Dat hebben de oud Romeinse bewoners van Pompeii ervaren. De stad kwam in het jaar 79 onder een dikke laag puimsteen en as te zitten. Daardoor hebben wij nu, na opgravingen, een prachtig zicht op hoe een oud Romeinse stad eruit zag, tot aan de kunst in de woningen toe.

Er ligt ook nog een zogeheten supervulkaan bij Napels. De Campi Flegrei, met meerdere caldera’s, gedeeltelijk onder water, kent ook nu nog bevingen en bodemstijgingen. Campi Flegrei is net als Vesuvius een actieve vulkaan. Napels, je zult er maar wonen!

De vele vulkaanuitbarstingen hebben de gronden rond de Vesuvius wel zeer vruchtbaar gemaakt. Er zitten erg veel verschillende mineralen in. Producenten van tomaten profiteren daar graag van. Met als bekendste de San Marzano tomaat. Ook wij vinden die van de Vesuvius gronden erg lekker. Je kunt ze ook kweken in kassen. Die zijn minder lekker.

Er zijn ook veel kleinere tomaten die groeien op de Vesuvius gronden. De Piennolo del Vesuvio DOP tomaatjes. Ze zijn er in een rode en gele variant.

In de supermarkten liggen Nederlandse trostomaten in een plastic bakje. Dat zijn 2 rijen van tomaten aan dezelfde tak. Pomodorini del Piennolo zijn ook trostomaten maar dan heel anders. Denk aan een soort van trosje druiven, maar dan rood of geel en met kleine tomaatjes.

De individuele trosjes worden ook nog eens samengebonden, dan zijn het echt lange en brede trossen tomaten. Ware kunstwerkjes. Ze worden onder een dak in de vrije wind gehangen. Daar kunnen ze dan de hele winter hangen. Wat de piennolo methode genoemd wordt. Want piennolo betekent in het Napolitaanse dialect hangend. De zoete, aromatische en intense smaak van die hangende tomaatjes is super.

In 1 blik Valgri Pomodorini del Piennolo del Vesuvio DOP zaten deze keer 9 al ontvelde tomaten. Oorspronkelijk, met vel, weegt zo’n tomaatje niet meer dan 25 gram. Ze zaten in het blik in een dikkere tomatensaus. Die gaan we uiteraard ook gebruiken.

Gedroogde lang houdbare pasta kopen we regelmatig in Duitsland. Deze keer ook zakken Maccronelli Frischei Nudeln.

Eierpasta van durumgraan. Ze lijken zowel op in stukken geknipte bucatini, maar dan met een hele lichte kromming, als ook op dunne macaroni, maar dan vrij recht.

Kortom, we gaan een groentesaus maken met daarin tomaatjes die op de as en puimsteen op de flanken van de vulkaan Vesuvius groeien. Met Duitse Maccronelli.

Lees Meer Lees Meer

Balkenbrij, met rode paprika en groen/witte prei

Balkenbrij, met rode paprika en groen/witte prei

Na het blogje van de medeblogger over kip ‘saté-salade’, dat ook over guilty plaesures ging, meldden huisgenoten dat balkenbrij absoluut mijn guilty pleasure is. Dat hebben ze dan helemaal fout. Balkenbrij eten is gewoonweg absoluut noodzakelijk. Geen ontkomen aan.

Mijn grootste guilty pleasure betreft waarschijnlijk blokjes speciale kaasjes. Als in, 1 stukje kaas is lekker en eigenlijk ook wel genoeg, maar 2 stukjes kaas is nog lekkerder. Daarna pas komt balkenbrij. Afspreken dat je je beperkt tot 150 gram balkenbrij per keer. En dan een stuk van 180 gram kopen. Dat is ook een guilty pleasure, zeker.

Want onze lokale balkenbrij-verkopende slagerij had het voor het eerst in handzame plakken in de vitrine liggen. Vorige winters kochten we nog grote rechthoekige blokken van circa 500 gram. Nu plakken van ongeveer 1,5 x 8 x 14 centimeter groot, vacuum verpakt. Innovatie. Dat scheelt ons snijwerk. Wel iets dikker dan dat we het zelf meestal snijden, van een blok balkenbrij. Dat wordt iets langer bakken en/of op iets hoger vuur dan anders. Ontdekkingsreis.

Elke plak woog rond de 180 gram, iets meer dan het onszelf opgelegde maximum van 150 gram per persoon per keer. 4 plakken betekent 4 porties, dus 2 maaltijden deze week met balkenbrij voor de 2 bewoners van ons huis die het wel lusten.

Handig voor ons die individuele plakken, want we hoeven de 3e en 4e portie niet in te vriezen voor later. Op de koudste plek in de koelkast leggen is voldoende. Maar is het ook handig voor het milieu? Nou nee. Er was al 4 keer ruim plastic over, want daar zat geen balkenbrij in verpakt. En zelfs als het er strak omheen had gezeten, kosten 4 individueel verpakte plakken zo’n 1160 cm2 aan plastic, en 1 blok van 720 gram 422 cm2 aan plastic. Liefst 738 cm2 meer aan plastic. Verklaring? Kleinere volumes hebben relatief echt meer oppervlakte. Wij vermoeden dat het merendeel van de klanten echt maar 1 pak van 180 gram koopt. Wij zijn meer van het atypische grootverbruik, blijkbaar.

Die plakken balkenbrij lagen in de vitrine zonder naambordjes, net als alle andere vleessoorten. Blijkbaar is de aanname dat klanten al weten hoe stukken vlees eruit zien en hoe alles heet.

Op de kassabon stond naast dat aankoopbedrag ook wat we hadden gekocht: balkebrei. Een nieuw woord. Balkenbrij heet in dialect ook wel balkebrie. Ongevraagd meldde de medeblogger waarschijnlijk daardoor meteen “typefout”. Of is het woord balkebrei toch een eigen mix van de woorden balkenbrij en balkebrie.

Het is een slager met een eigen boerderij met dieren. Tijdens het wachten, want populaire en toch ook kleine slagerij, kan je op een TV-scherm bewegende beelden zien, uit het verleden, van de geslachte dieren die eerder gewoon in de wei en in de modder liepen en rolden. Mijn wederhelft heeft daar wat moeite mee. Ik niet. Je eet vlees. Dat komt ergens vandaan. Simpel. Hoop altijd wel dat de koeien en varkens een heel goed leven hebben gehad tot ze geslacht werden. Want dat gebeurt voordat vlees op je bord beland. De simpele waarheid.

Lees Meer Lees Meer

Sneeuw, wedges, partjes en saus

Sneeuw, wedges, partjes en saus

Echte sneeuw in de eerste week van 2026, ruim 15 centimeter hoog opgestapeld in onze directe omgeving. Alles weggeruimd zodat iedereen veilig kon lopen. Ligt er de volgende ochtend gewoon weer een hele dikke laag. Sneeuwballensneeuw ook nog eens. Auto sneeuwvrij aan het maken en dan halverwege uitgedaagd worden door de nog op de basisschool zittende jonge overburen. Geweldig. Auto was sneeuwvrij aan het einde van het gevecht. Die sneeuw lag nu aan de overkant van de straat.

Echt lange files ook in het begin van 2026, door de sneeuw. Rijden maar vooral stilstaan in een witte, soms gladde wereld. Minder fijn.

Sneeuw geeft inmiddels een echt ouderwets wintergevoel. Dat doet iets met je state-of-mind. Dan eten wij voor zeker echte winterrecepten. Iets met zuurkool, stoofpotten en/of ovengerechten. Van die dingen. Engadin maken en opeten. Wel fijn.

Op Reutel staan onder andere recepten voor aardappel waaiers (uit Zweden), opperdoezers met prei (uit Nederland), geplette aardappels (uit de vroegmoderne tijd), een aardappeltaartje met spek en kaas, en nog wel wat meer. Recepten met verschillende presentaties en bereidingen van de aardappel. Aardappels zijn heel veelzijdig. Aardappels zijn heel lekker.

Dit keer een regelmatig terugkerende maaltijd in ons huis. Met lekkere aardappels uit de oven. Want wij eten zeer regelmatig aardappels uit de oven. In een frequentie die veel hoger ligt dan de frequentie waarmee we op Reutel een recept met die aardappelen publiceren. Dat komt mede doordat die aardappel recepten veel op elkaar kunnen lijken.

Maar dus toch weer een keer een recept van aardappels uit de oven, dit keer in de vorm wedges, zoals ook veel Nederlandse kookblogs schrijven. Die vorm voldoet niet helemaal aan de definitie van het woord wedge in Engelse woordenboeken, want dan moet het recht zijn en taps toelopen in de lengte en niet de breedte geloof ik. Maar in relatie tot aardappels weten we meteen welke vorm we bedoelen. En ook met het Nederlandse woord partjes, nog beter.

We gaan de aardappels niet eerst 5 à 10 minuten voorkoken, zoals je kan doen bij grotere stukken aardappels in de oven. De partjes zijn vrij dun. De warmte komt snel overal.

En dit keer ook een sausje gemaakt voor op de groenten. Met kwark of dikke yoghurt voor een zuurtje, chipotle sauce voor wat pit, en tomatenketchup vooral voor de kleur.

Aardappelen uitgekozen die ongeveer even lang zijn, zeer weinig ogen hebben en een gladde schil. Het werden daarom rode aardappelen.

Sinds de studententijd is de combinatie van bloemkool en broccoli een vast gegeven. De groenten zijn daarmee gekozen.

Lees Meer Lees Meer

Petjil, groente salade met pindasaus

Petjil, groente salade met pindasaus

Je hebt pindasaus en je hebt pindasaus. En je hebt pindasaus voor gado-gado, een mix van geblancheerde groenten die koud of lauwwarm worden geserveerd. En je hebt pindasaus voor petjil, een andere groentesalade. En je hebt …. We kunnen nog wel even doorgaan natuurlijk. Maar laten we voorop stellen dat we het niet hebben over de bruine derrie uit een emmertje in de supermarkt. Je kunt pindasaus zelf maken, maar er zijn ook in de toko kwalitatief goede zakjes pindamengsels te koop die je alleen nog maar met een beetje water hoeft aan te lengen. En allemaal zonder additieven die je niet nodig hebt.

Gado gado en petjil (of pecel) is de manier om echte vleeseters die groenten laten staan bij een maaltijd groenten te laten eten. Succes gegarandeerd. Pindasaus is als chocolade voor veel mensen. Ze blijven ervan eten.

Pindasaus wordt in grote delen van Zuidoost-Azië in allerlei varianten gegeten. En geen lijkt er eigenlijk echt op de vernederlandste versie die we kennen van de lokale Chinees of van de patatboer. Echte pindasaus is veel smakelijker en aromatischer. En heus niet te moeilijk om te maken.

Petjil is oorspronkelijk afkomstig van Oost-Java, een eiland dat veel meer salades kent. Gado gado is er één van, afkomstig van West-Java. Lotek is een andere minder bekende variant.

De samenstelling van een petjil kan verschillen, maar bestaat meestal uit een combinatie van bladgroenten, taugé, sperziebonen en kool. Vaak ook geserveerd met gefrituurde tahoe en lontong, blokjes geperste rijst. De saus is gemaakt van geroosterde pinda’s met tamarinde, palmsuiker en kentjoer, knoflook en trassi. En niet onbelangrijk, pepers. De saus voor petjil is pittig, in tegstelling tot dexsaus voor gado-gado. De saus is over het algemeen heel dik, want met het vocht van de groenten verdunt die vanzelf een beetje.

Javaanse contractarbeiders hebben petjil in Suriname geïntroduceerd. In elke warung kun je petjil bestellen, in verschillende varianten, met waterspinazie bijvoorbeeld, maar bijna altijd met kousenband als belangrijkste groente. Vaak nog bestrooid met wat gefrituurde sjalotjes. Petjel is een geweldige lunchmaaltijd.

Eerlijk gezegd ken ik alleen de Surinaamse versie, maar zoveel verschil als tussen soto en saoto zal er niet zijn met de Indonesische versies van de saus.

Lees Meer Lees Meer