Archief van
Categorie: Groente

Prasopita – Griekse preitaart met kaas

Prasopita – Griekse preitaart met kaas

Verrassend lekker. Preitaart. Ik was wat huiverig vanwege de wijze waarop de prei wordt bereid, maar het leverde uiteindelijk geen eetstress op. In plaats daarvan heb ik een nieuwe taart toegevoegd aan het repertoire. En nog wel eentje waarin wijn een ingrediënt is. Het moet niet gekker worden. Eten er kleine kinderen mee, dan zou ik de wijn gewoon weglaten.

Prei, ik at het vooral als roerbakgroente. Lekker met gebakken rijst. Vroeger aten we het als groente, maar daar heb ik niet veel herinneringen aan. Ik denk dat we ze gekookt aten. De medeblogger heeft er een levenslange aversie aan over gehouden, al betrapte ik hem onlangs op een Tsjechisch recept met prei. Ik denk dat hij een prasopita, de Griekse preitaart, zeker kan waarderen.

Prei behoorde 4000 jaar geleden al tot het Egyptische dieet en ook in Mesopotamië werd prei verbouwd. Rauwe prei zou de favoriete groente zijn geweest van een van de meest wrede Romeinse keizers, Nero, die het at in zijn soep of in de olie. Het verhaal gaat dat Nero dacht dat het eten van prei zijn stem ten goede kwam. Zijn consumptie van de groen-witte stengels was blijkbaar dusdanig dat het hem een bijnaam opleverde: Porrophagus oftwel ‘prei-eter’. Een leuk uitstapje is dan snel gemaakt naar de sarcofaag, oftewel de vlees-eter. Al is dat dan niet als verwijzing naar de menselijke consumptie. Indirect dan wel weer… Etymologie, misschien wel het leukste onderdeel van de taalkunde. Woorden zijn meestal niet zomaar een rijtje letters. In het Grieks práso (Πράσο) prei en píta (πίτα)taart. Prasopita is dus prei-taart.

Feit is dat prei veelzijdiger is dan alleen de functie van groen sliertje in de bami van de lokale Chinees.

Lees Meer Lees Meer

Mie, oestersaus, ketjap manis, prei en cha siu

Mie, oestersaus, ketjap manis, prei en cha siu

Verschillen tagliatelle-nestjes en mie-nestjes? Het hoort wel zo te zijn. Tagliatelle is iets dikker en breder dan mie, maar niet veel. Mie en tagliatelle, in ieder geval lid van dezelfde familie. Het hoort wel verre familie te zijn. Echte mie wordt dubbelgewalst waardoor er meer lucht in zou zitten. Holtes waar smaak in kan trekken. Echte mie wordt gemaakt van harde tarwe en tagliatelle van de nog hardere durumtarwe.

In de supers zijn mie-nestjes te vinden van dat bekende Nederlandse merk. Nadeel is wel dat het in een kartonnen doos komt, niet de beste manier om pasta te verpakken. Maar als je de ik-lijk-al-20-jaar-op-pasta mie-nestjes lekker vindt, dan neem je die toch gewoon. Je kookt dan wel nestjes van in Italië gemaakte tagliolini, een extra dunne soort tagliatelle. Geen echte mie, toch lekker. Alleen een beetje flauw dat ze het wel mie blijven noemen. Uitgezocht door De Keuringsdienst van Waarde, wie anders.

Echte mie vindt je zeker in toko’s, veel keuze ook daar. In de supers moet je dus opletten of mie wel mie is, ook al staat het zo op de verpakking. Staat er alleen tarwe(meel) op die verpakking, dan weet je al bijna zeker dat je niet de echte mie in je handen hebt. Staat er harde tarwe op, dan kan je de goede te pakken hebben. Staat er ook nog op dat het dubbelgewalst is, dan kun je vrij zeker zijn dat een echte mie soort is. Niet altijd uit Azië.

Van het Nederlandse merk De Miefabriek bijvoorbeeld. Gemaakt van harde tarwe en dubbel gewalst. Ze noemen hun eigen miesoort, met de naam ‘wok-noedels’, hun icoon. Beetje rare naam overigens. Je moet de noedels namelijk niet wokken maar koken in water. Daarna kan je ze gebruiken in een wok-maaltijd. Dan kan je alles wel ‘wok-iets’ noemen. Maar goed, hun wok-noedels smaken wel prima.

Verwarrend, mie en Nederland.

In China kan je bamie eten, een samenvoeging van ba, vlees en mie, de noedelsoort. Waarschijnlijk via het Indonesische woord bakmi naar Nederland gekomen en tot bami ingekort. Met bami duiden we nu ook wel de noedelsoort; platte mie reepjes, met daardoorheen heel weinig prei en ham. Hoewel we met bami goreng weer een complete maaltijd impliceren, terwijl het alleen maar gebakken bami betekent.

Verwarrend woord, bami. Maar dat maakt etymologie direct zo interessant.

Lees Meer Lees Meer

Schijfjes maaltijd: wortel, chorizo en orecchiette

Schijfjes maaltijd: wortel, chorizo en orecchiette

Een tijdje geleden, in december 2020, stond in Engelse kranten dat Nigella Lawson weer eens voor opwinding had gezorgd op het eiland. Dit keer door haar opmerking over in schijfjes gesneden wortel. Terwijl ze kip met orzo, prei en wortel aan het maken was, meldde ze: “I have been quite open about my prejudices over the years, but let me just say again, that I find carrots cut into rounds infinitely depressing, so it’s always batons for me.

Wat zegt ze nu eigenlijk? Een prejudice is een vooroordeel, een mening die niet op feiten, kennis, ervaring of waarneming is gebaseerd, en daarom niet rationeel is. Noem een niet op feiten gebaseerde mening een alternative fact en je komt uit in een ander deel van de wereld, wat verder weg nog. Vooroordelen moet je mijden.

Lawson meldde ook dat ze de wortels in baton vorm snijdt. Een echte baton(net) is een rechthoekig blok met een lengte van ongeveer 6 centimeter en een breedte en hoogte van maximaal 1 centimeter. De batons van Lawson zijn dat niet. Haar batons zijn in de lengte in vieren gesneden wortels met de rondingen er nog aan, zo te zien rond de 4 centimeter lang; ze zijn zeker niet als een rechthoekig blok uit een wortel gesneden. Nep batons, ook dat nog.

Schijfjes zijn gewoon lage cilinders. Waarom zou een lage cilinder depressief maken? Het kan niet de cilinder vorm zelf zijn, want haar in stukken gesneden prei zijn cilinders van een paar centimeter lengte. Die ronde vorm kan het dus niet zijn. Dan moet het haast wel de lengte van de cilinder zijn die haar vooroordeel voedt. Schijfjes wortel vind ze niets. Nu ken ik haar oeuvre niet – geen van haar boeken staat in onze boekenkast – maar bijvoorbeeld radijsjes snijdt ze wel in schijfjes. Depressief makende schijfjes wortel: het is allemaal niet rationeel.

Voer voor psychologen. Maar daardoor wel speciaal geïnspireerd: een schijfjes maaltijd. Wel minimalistisch met maar 5 ingrediënten plus water.

Lees Meer Lees Meer

Gewoon lekker Tsjechisch eten: katův šleh

Gewoon lekker Tsjechisch eten: katův šleh

En ook, lekker gewoon Tsjechisch eten: katův šleh.

Prachtig land, Tsjechië. Buiten de toeristische steden, Praag(!), volop ruimte. Bergen, heuvels en smalle, bochtige wegen. Veel kleine dorpjes ook. Wil je wat eten dan ga je naar een restaurace. Want eten in Tsjechië is naar onze begrippen spotgoedkoop. En aan kwaliteit wordt niets ingeboet. Hoe doen ze dat?

Katův šleh vind je in gewone restaurants. Makkelijk te maken met basis ingrediënten. Katův šleh laat zich vrij vertalen als beul slagen. Misschien een referentie naar de aromabommetjes die erin zitten? Want katův šleh hoort scherp van smaak te zijn.

Standaard ingrediënten zijn kippen- of varkensvlees, ui, chilipepers, paprika, augurken, tomatensaus of -puree en zwarte peper. In Tsjechië kan je kant-en-klare lečo kopen, een vegetarisch groentestoofpotje. Dan wordt katův šleh maken wel heel makkelijk.

En dan zijn er natuurlijk heel veel variaties op dit thema. Op de een of andere manier is de toevoeging van Worcestershire sauce populair in Tsjechië. Andere variaties zijn een enkel blaadje sla, een enkel schijfje komkommer en/of een stukje tomaat op je bord. Je krijgt het meestal met gebakken of gepofte aardappelen, friet, bolletjes rijst of knedlíky, in plakken gesneden bleke dumplings gemaakt van bloem, gist, eieren, zout en melk. Kortom, alles mag.

Hier gekozen voor de variant van katův šleh die in Tsjechië zelf is gegeten, toen ook met kreukel friet. Knedlíky is voor een andere keer.

Lees Meer Lees Meer

Puntpaprika gevuld met Sardijnse malloreddus en Il Delizioso di Pecora

Puntpaprika gevuld met Sardijnse malloreddus en Il Delizioso di Pecora

Ik kocht onlangs een stukje Il Delizioso di Pecora, een zachte en halfgerijpte Italiaanse schapenkaas. In mijn onwetendheid dacht ik nog even dat de kaas afkomstig was uit het plaatsje Pecora… voor zover dus mijn kennis van de Italiaanse taal!

De groothandel heeft een enorm assortiment aan buitenlandse kazen en af en toe trakteer ik mijzelf op een kaas die ik nog niet ken. Vaak is dat een bergkaas of een schimmelkaas. Dit keer koos ik dus voor een schapenkaasje.

Il Delizioso di Pecora is geen eeuwenoud product, maar werd volgens de producent ontwikkeld voor mensen die niet van stevige kazen houden. Weliswaar is het geen harde kaas, toch heeft de kaas een volle smaak die typisch is voor een schapenkaas. Best smakelijk moet ik zeggen, zo uit het vuistje.

Wat te doen? Na enig wikken en wegen besloot ik puntpaprika’s te vullen met een combinatie van een subtiele pasta, een bescheiden tomatensaus en de schapenkaas.

Malloreddus klinkt misschien niet heel erg Italiaans en wordt misschien om die reden soms ook gnocchetti sardi genoemd. Je zou dan misschien denken dat het net als gnocchi van aardappels is gemaakt, maar malloreddus wordt gewoon gemaakt van griesmeel. Het is een pasta die typisch is voor de Sardijnse keuken. Ze hebben de vorm van dunne geribbelde schelpen, ongeveer 2 cm lang, en worden meestal gegeten met sauzen.

Misschien dat de naam gnocchetti sardi is te herleiden tot de bereidingswijze die aan die van gnocchi doet denken. Bij het bereiden worden deegblokjes tegen het uiteinde van een rieten mand gedrukt om ze gestreept te krijgen. Om ze glad te krijgen was het voldoende om ze tegen een houten basis te drukken. Het resultaat was een dikbuikig product die aan gnocchi doet denken. Zeg ik met mijn pasta-lekenverstand.

Lees Meer Lees Meer

Fusion: cha siu in een verder Nederlandse maaltijd

Fusion: cha siu in een verder Nederlandse maaltijd

Sausjes en smeersels kunnen een enorm verschil maken bij een maaltijd. Zonder saus gewoontjes, met saus werelds. Vaak letterlijk omdat de bij ons meest geconsumeerde sausjes geen Nederlandse oorsprong hebben.

Vlees in saus dus. Het kan ook anders, saus in vlees. Dat gebeurt door vlees te marineren, de medeblogger is er fan van. Hij marineerde onlangs zelf vlees om char siu te maken. Dat zette me aan het denken. Waarom doen wij dat niet?

Een zuurtje in een marinade maakt vlees niet alleen lekkerder maar ook zachter en malser. Het heeft alleen maar voordelen. En toch marineren wij vlees eigenlijk alleen bij rode kip, a.k.a. kip René. Want bij rode kip is de marinade tijd kort en bovendien is met aandacht gegaarde kip al mals van zichzelf. Waarom marineren wij zelf niet meer vlees?

Wil je dat een marinade in bijvoorbeeld varkensvlees trekt dan dat kost je minstens 1 dag en soms meerdere dagen, als je het goed wilt doen tenminste. Wij hebben echter maar 1 koelkast. Willen we daar bijvoorbeeld 3 of 4 strengen spareribs tegelijkertijd in laten marineren – spareribs is toch een beetje bulk eten – dan kost dit teveel ruimte. Gemarineerde spareribs halen wij daarom bij onze favoriete slager.

Dat eten door anderen is klaar gemaakt hebben we geen moeite mee. Anders kan je niet in een restaurant eten. Hoewel we een keer tot onze verrassing in een hotel-restaurant in de Eifel rauwe kip kregen voorgeschoteld, met daarbij een hete steen. Zelf stukjes haanfilet garen, zonder dat deze actie op het menu vermeld stond. Verrassend, maar best leuk. Toen we om een extra vork vroegen, om rauw vlees met een andere vork te behandelen dan gaar vlees, keken ze gek op. Dat deden ze zelf niet. Ze gebruikten 1 en dezelfde vork. Maar goed, de 2e vork werd wel geleverd.

Een andere favoriet in ons huis op het gebied van gemarineerd vlees is cha(r) siu. Al jaren geleden besloten dat we die voortaan bij de Chinees weg te halen. De medeblogger maakt het met liefde en enthousiasme zelf klaar. Wij niet. De ingrediënten voor de marinade waren vroeger ook niet zo makkelijk te krijgen. Nu wel, maar zelf maken is inmiddels te veel moeite. Zelfs de snelle versie van de medeblogger kost toch nog ruim 6 uur.

In het verleden een aantal Chinese restaurants in de omgeving geprobeerd en kritisch beoordeeld. Van het restaurant met de lekkerste cha siu, waar het vlees volgens hen meer dan een dag in de marinade ligt, halen we nu in 1 keer een hele grote portie. Ze kijken er inmiddels niet gek meer van op. Een relatief klein deel wordt gebruikt voor de eerstvolgende avondmaaltijd en de rest, opgedeeld in maaltijd porties, wordt in de diepvries gelegd.

En zo kun je altijd cha siu klaar hebben liggen, ook voor in een verder geheel Nederlandse maaltijd.

Lees Meer Lees Meer

Ovenschotel: broccolirijst, spaghetti, spek en kaas

Ovenschotel: broccolirijst, spaghetti, spek en kaas

Veel mensen schrijven over de combinatie van de oude Romeinen en broccoli, maar ik kan het in het werk van Cato, in het kookboek Apicius, in het landbouwboek van Columella en in de historische teksten van Plinius niet vinden. De oude Romeinen maakten op schrift niet vaak onderscheid, meestal heeft men het over kool. Net zoals het onbekend is of de oude Romeinen pastinaak of witte wortels aten, of beiden. Er wordt helaas flink wat geïnterpreteerd op het internet zonder bronvermelding.

Cato de Oudere was dol op kool. Kool was beter dan elke andere groente. Zijn advies, naast dat het goed is voor de spijsvertering: eet ze met azijn, ook ruim van te voren, dan kan je veel (alcohol) gaan drinken. Columella beschreef koolsoorten, maar broccoli herken ik daarin niet. Plinius de Oudere noemt wel het gebruik van cyma, de jonge spruit of scheut van kool. Maar of dat van een broccoli soort was zoals we nu kennen? Plinius schrijft in zijn Naturalis Historia: Ex omnibus brassicae generibus suavissima est cyma, van alle soorten kool is de cyma de zoetste. Cyma is een jonge spruit van een kool, en misschien maakt de koolsoort niet eens wat uit. Het kan zo zijn dat in Plinius zijn tijd men groene koolsoorten at, en dan vooral de jonge stelen en niet de veel kleinere bloemknoppen.

Toen in het midden van de 18e eeuw broccoli in England werd geïntroduceerd, werd het Italiaanse asperge genoemd. Nu ziet een broccoli er tegenwoordig alleen aspergeachtig uit als je alle bloemknoppen verwijderd, of als toendertijd de bloemknoppen nog niet zo dicht op elkaar zaten. Bovendien zullen de stengels langer zijn geweest dan tegenwoordig, anders deden ze toendertijd de waarheid wel een beetje geweld aan. Het is indirect bewijs, maar het lijkt mij aannemelijk dat de broccoli zoals wij die kennen pas daarna is ontstaan. Inmiddels hebben we ook weer broccolini (ook bekend als aspergebroccoli – terug naar af – en stengelbroccoli) met veel kleinere en minder compacte roosjes en lange dunne stengels.

In Nederland is broccoli vanaf 1979 begonnen aan een echte introductie als groente. Vanaf ongeveer de eeuwwisseling werd het daarna een veel gegeten groente. En zo hebben wij het ook vele jaren gegeten, veelal losse roosjes en de stamdelen in kleine stukjes meegekookt.

In 2017 verscheen ineens broccolirijst in de schappen, ik vermoed kort nadat je in de koeling zakken met broccoliroosjes kon vinden, zonder de broccolistam. En daarmee is het een mooi voorbeeld van succesvolle marketing. Eerst halen ze een stuk groente weg, maken daar een andere product van, broccolirijst, en melden dat ze succes hebben behaald op het gebied van voorkoming van verspilling. Het zijn toch echt de supers die groenten over hadden gehouden, wij niet.

Nederland koopt het nu in de winkel en AH won er een Jaarprijs Goede Voeding 2017 mee. Misschien zitten er nu ook roosjes in, maar ik vermoed van niet; de zakken met alleen broccoliroosjes zijn ook nog steeds te koop, en de stammen aan de stronk blijven nog steeds over. Kan niet anders. Marketing prijst het ook aan als alternatief voor rijst of pasta. Maar die zitten toch echt in een andere schijf van de schijf van 5. Marketing werkt, want weer trappen we er in!

Wij maken ook wel eens broccolirijst, maar dan van de hele broccoli, ook geen verspilling van groenten. Zouden de supers ook kunnen doen.

Lees Meer Lees Meer

Pasta en rode paprikasaus met zonder ‘Nduja

Pasta en rode paprikasaus met zonder ‘Nduja

Oftewel, onderzoek naar een paprikasaus.

Na het verschijnen van ‘Door ‘nduja geïnspireerde pasta maaltijd‘ melde Nicolet, die ons blog al jarenlang trouw leest, op 30 januari 2022 dat er op een ander blog dat ze volgt, ook een gerecht met ‘nduja verschenen was. Het gerechtje werd gepubliceerd op 29 januari 2022 en heette ‘Schelpjes met rode paprikasaus en ‘Nduja‘. Het blog was ‘koken en hoge hakken’ van de Belgische Cathy Van de Moortele. Zo te zien elke dag van het jaar een nieuw recept. Imponerend is dat.

Dat tempo halen wij bij lange na niet. Ook al omdat wij het verhaal achter een recept minstens zo belangrijk vinden als het recept zelf. En een verhaal vergt regelmatig onderzoekstijd en altijd schrijftijd. Bovendien moet overdag ook nog de kost worden verdiend en moet er ’s avonds een maaltijd worden gekookt. Hobbytijd is kostbaar goed.

In reactie op de comment van Nicolette schreef ik dat vooral het gebrek aan zowel rode kleur als ook structuur in de paprikasaus mij opviel.

Met 150 gram schelpjes pasta leek mij het recept van Van de Moortele een tweepersoons gerecht, met daardoor 1 rode paprika per persoon. De nadruk ligt meer op de 2 rode paprika’s en niet zozeer op de ‘nduja. 2 eetlepels ‘nduja is ook niet zoveel natuurlijk, en je mag het van haar ook nog eens vervangen door iets anders.

Op de begeleidende foto zag en zie ik eigenlijk nauwelijks iets roods, ondanks het gebruik van ‘nduja, tomatenpuree en paprika. Intrigerend. Het ziet er ook uit als vloeistof op de pasta, zonder enige structuur, ook na het vergroten van de begeleidende foto. Zo ziet bij ons pasta met alleen passata en room eruit. Je zou wel structuur verwachten bij gebruik van paprika’s, ‘nduja en knoflook, ondanks dat die geblend zijn tot het “fluweelzacht” is. Ook de later toegevoegde kaas is niet te zien. Apart. Per persoon 150 gram saus zou je toch terug moeten zien? Het mysterie wordt groter.

Zoals zo vaak, intrigerende dingen blijven hangen in mijn gedachten. Vragend om aandacht en een oplossing. Intrigerend genoeg om het zelf eens een keer na te maken, maar dan vooral om te ontdekken waarom die rode kleur en die structuur verdwijnt.

Die ‘nduja was wel een probleem dit keer qua verkrijgbaarheid. En om altijd maar te leunen op het bezoek van de medeblogger aan 1 specifieke groothandel is ook zo wat. Toen kwam de realisatie dat ‘nduja niet nodig was voor dit onderzoekje. Wel als je het gerecht, inclusief de smaak, wil namaken. Maar wij hebben al een lekker pasta met ‘nduja gerecht. Gelukkig geeft Van de Moortele zelf een alternatief in haar recept: 2 eetlepels tomatenpuree en wat chilivlokken toevoegen aan de gefruite uien.

Anders geformuleerd: wat heeft dat vervangen voor een effect op de kleur en structuur? Op de kleur waarschijnlijk weinig tot niets. Zowel ‘nduja als tomatenpuree is prachtig dieprood van kleur. De structuur van de ‘nduja is wel weg en maar een heel klein beetje vervangen door chilivlokken. Oftewel, mijn saus zonder ‘nduja zou nog minder structuur moeten hebben dan de saus met ‘nduja die op de foto van Van de Moortele te zien is. En die had geen structuur. We zullen het zien.

Niet langer gedraald. ‘Nduja is dan maar voor een andere keer en een ander gerecht. Het onderzoek naar een rode paprikasaus die niet rood is moet af. Schelpjes met rode paprikasaus met zonder ‘nduja.

Lees Meer Lees Meer

Spinazie-gehaktballetjes met tricolore fusilli

Spinazie-gehaktballetjes met tricolore fusilli

Afgelopen week hadden de medeblogger en ik het over gehaktballen. En dan vooral over de verschillen in smaak van vegetarische ballen en gehaktballen van vlees. En ook over de diverse vegetarische ballen in de supers, over wel lekker / niet lekker. Toen ik meldde dat wij al jarenlang spinazie-gehaktballen eten – dat was blijkbaar nooit eerder gedeelde eetinformatie – kreeg ik terug waarom dat recept nog niet op Reutel was verschenen. Bij deze.

Spinazie werd bij ons vroeger veel gegeten. Zowel vers van het land als gekocht in een winkel. Gewoon spinazie, altijd puur de groente. Dus toen ons moeder ons een keer wilde verrassen, werd spinazie à la crème gekocht. Nu mochten wij vroeger niet zeggen dat eten vies was, maar we vonden collectief dat spinazie à la crème ‘niet lekker’ was. Het is daarna nooit meer in ons ouderlijk huis beland en ook niet in ons huishouden.

Dat geen spinazie meer in huis halen, dat zeiden de kinderen in ons huishouden ook. Al tijdens het eten van hun eerste spinaziemaaltijd waar de spinazie nog goed herkenbaar was gebleven. De smaak ging nog wel, ondanks de groene kleur. Maar het ruwe mondgevoel vonden ze niet fijn.

Ze gingen pas weer met plezier spinazie eten toen mijn wederhelft het in kleine gehaktballen verwerkte. Niet verborgen, want je zag de groente gewoon. Maar ze klaagden ineens niet meer. De ruwheid was verdwenen.

En zo eten we al heel veel jaren spinazie-gehaktballetjes. Eerst met eierspaghetti. Later met fusilli pasta, voor een betere textuur. En nog weer later met tricolore fusilli, voor meer en andere smaken. Het recept is nu wel zo’n beetje uitgeëvolueerd.

Zelfs de tomatensaus is na de introductie van tricolore pasta niet meer veranderd, wat bij onze andere pastarecepten nog wel met enige regelmaat gebeurd.

De spinazie moet je wel enigszins zorgvuldig kiezen. Hele bladspinazie, vers of in blokjesvorm uit de diepvries, dat werkt. Al in kleine stukjes gesneden spinazie, dat werkt niet. Dan vallen de gehaktballen tijdens het bakken uit elkaar. Dat gebeurde uiteraard toen ik ze een keer maakte in plaats van mijn wederhelft. Dat werd toen tomatensaus met stukjes gehakt en losse spinazie, in plaats van spinazie-gehaktballetjes. Ook lekker, maar dat was niet het doel.

Lees Meer Lees Meer

Caldo Verde – Portugese koolsoep

Caldo Verde – Portugese koolsoep

Iemand vroeg mij onlangs hoe ik bij mijn recepten kom. Dat verschilt eerlijk gezegd nogal. Veel recepten heb ik zelf eens ergens gegeten en maak ik dan vervolgens thuis. Of ik krijg een idee van de medeblogger of een ander proefpersoon. Ik heb een voorkeur voor traditionele of oorspronkelijke recepten, om daar vervolgens soms een eigen draai aan te geven, vaak praktisch ingegeven of ook niet. Waar ik niet de illusie heb dat iemand anders hetzelfde niet al eens bedacht heeft. Maar over toevoegingen, een goed recept heeft niets nodig.

Sowieso vind ik de Aziatische keuken heel smakelijk en divers, in het bijzonder de vele keukens van China, India, Japan en Indonesië. Dan is er nog een mogelijkheid hoe ik tot een recept kom: de winkel. Soms koop ik namelijk iets wat ik niet ken en zoek vervolgens een recept bij dat mij aanstaat. Op een enkele uitzondering na gaat dat eigenlijk altijd goed. En soms zijn het blijvertjes. Zo kocht ik ooit in een toko een potje met wat er uitzag als tofu, niet wetende wat het precies was aangezien ik geen Chinees kan lezen en dus ook niet hoe het zou smaken. Met wat puzzelen bleek het om gefermenteerde tofu te gaan die werkelijk geweldig smaakt in combinatie met spinazie. Doet een beetje denken aan een goed stinkend Frans kaasje. Dat receptje staat sindsdien hier af en toe op tafel. Lekker snel te bereiden ook.

Soms zijn de aankopen wat minder spannend, zoals een Portugese chouriço die ik tegenkwam. Hoewel na een eerste hap bleek dat er wijn in verwerkt was. Dat had ik niet verwacht. Had ik het geweten, dan had ik het waarschijnlijk niet gekocht. Want ik hou niet zo van wijn, ook niet in mijn eten. Toch even speuren op het internet en vervolgens nog een worst gekocht voor een recept. Want chouriço eet je doorgaans niet zo uit het vuistje blijkt.

Een gastronomisch wonder

Vooropgesteld, Caldo Verde betekent ‘groene bouillon’, waarbij het groen afkomstig is van de Galicische kool (couve-galega). Nederlandse recepten noemen Caldo Verde vaak ten onrechte Portugese boerenkoolsoep, hoewel boerenkool wel een geschikte vervanger is voor Galicische kool.  Dat is hier namelijk niet makkelijk te verkrijgen. Galicische kool wordt met name geteeld in het zuidwesten van Europa. Maar strikt genomen is Portugese koolsoep een betere benaming of anders Caldo Verde met boerenkool. Gelukkig zijn we niet betweterig…

In 2011 werd Caldo Verde in Portugal uitgeroepen tot een van de zeven Maravilhas da Gastronomia®,  oftewel gastronomische wonderen. Het wonder zal in dit geval zitten in de eenvoud van de soep. Als ingrediënten worden genoemd Galicische kool, aardappelen, olijfolie, knoflook, ui, water, chouriço en zout. De soep wordt bereid in een traditionele ijzeren pot met behulp van een houten lepel, tot ze klaar is om te serveren in de ‘beroemde Portugese kleikommen’.

Chouriço uit Portugal is overigens niet helemaal hetzelfde als chorizo uit Spanje. Portugese chouriço is een gerookte worst en bevat in ieder geval varkensvlees, vet, wijn, paprika, knoflook, peper en zout. De darm is doorgaans van lam of varken. En uiteraard zijn er allerlei varianten. Het meest opvallende verschil met chorizo is het gebruik van alcohol, in dit geval wijn.

De Spaanse chorizo wordt gemaakt van varkensvlees, vet, knoflook, zout en pimenton, gerookte paprika. Meestal verkrijgbaar in de varianten picante en dulce (zoet), afhankelijk van de gebruikte paprika. Binnen de twee varianten zijn er ontelbare lokale versies, zowel gerookt als ongerookt. Chorizo is meer bekend en beter verkrijgbaar in Nederland dan chouriço. Geen Utrechts Broodje Mario zonder chorizo. De Spaanse worst is over het algemeen minder pittig dan zijn Portugese broertje, maar zeker niet minder smakelijk.

Lees Meer Lees Meer