Archief van
Categorie: Groente

Caldo Verde – Portugese koolsoep

Caldo Verde – Portugese koolsoep

Iemand vroeg mij onlangs hoe ik bij mijn recepten kom. Dat verschilt eerlijk gezegd nogal. Veel recepten heb ik zelf eens ergens gegeten en maak ik dan vervolgens thuis. Of ik krijg een idee van de medeblogger of een ander proefpersoon. Ik heb een voorkeur voor traditionele of oorspronkelijke recepten, om daar vervolgens soms een eigen draai aan te geven, vaak praktisch ingegeven of ook niet. Waar ik niet de illusie heb dat iemand anders hetzelfde niet al eens bedacht heeft. Maar over toevoegingen, een goed recept heeft niets nodig.

Sowieso vind ik de Aziatische keuken heel smakelijk en divers, in het bijzonder de vele keukens van China, India, Japan en Indonesië. Dan is er nog een mogelijkheid hoe ik tot een recept kom: de winkel. Soms koop ik namelijk iets wat ik niet ken en zoek vervolgens een recept bij dat mij aanstaat. Op een enkele uitzondering na gaat dat eigenlijk altijd goed. En soms zijn het blijvertjes. Zo kocht ik ooit in een toko een potje met wat er uitzag als tofu, niet wetende wat het precies was aangezien ik geen Chinees kan lezen en dus ook niet hoe het zou smaken. Met wat puzzelen bleek het om gefermenteerde tofu te gaan die werkelijk geweldig smaakt in combinatie met spinazie. Doet een beetje denken aan een goed stinkend Frans kaasje. Dat receptje staat sindsdien hier af en toe op tafel. Lekker snel te bereiden ook.

Soms zijn de aankopen wat minder spannend, zoals een Portugese chouriço die ik tegenkwam. Hoewel na een eerste hap bleek dat er wijn in verwerkt was. Dat had ik niet verwacht. Had ik het geweten, dan had ik het waarschijnlijk niet gekocht. Want ik hou niet zo van wijn, ook niet in mijn eten. Toch even speuren op het internet en vervolgens nog een worst gekocht voor een recept. Want chouriço eet je doorgaans niet zo uit het vuistje blijkt.

Een gastronomisch wonder

Vooropgesteld, Caldo Verde betekent ‘groene bouillon’, waarbij het groen afkomstig is van de Galicische kool (couve-galega). Nederlandse recepten noemen Caldo Verde vaak ten onrechte Portugese boerenkoolsoep, hoewel boerenkool wel een geschikte vervanger is voor Galicische kool.  Dat is hier namelijk niet makkelijk te verkrijgen. Galicische kool wordt met name geteeld in het zuidwesten van Europa. Maar strikt genomen is Portugese koolsoep een betere benaming of anders Caldo Verde met boerenkool. Gelukkig zijn we niet betweterig…

In 2011 werd Caldo Verde in Portugal uitgeroepen tot een van de zeven Maravilhas da Gastronomia®,  oftewel gastronomische wonderen. Het wonder zal in dit geval zitten in de eenvoud van de soep. Als ingrediënten worden genoemd Galicische kool, aardappelen, olijfolie, knoflook, ui, water, chouriço en zout. De soep wordt bereid in een traditionele ijzeren pot met behulp van een houten lepel, tot ze klaar is om te serveren in de ‘beroemde Portugese kleikommen’.

Chouriço uit Portugal is overigens niet helemaal hetzelfde als chorizo uit Spanje. Portugese chouriço is een gerookte worst en bevat in ieder geval varkensvlees, vet, wijn, paprika, knoflook, peper en zout. De darm is doorgaans van lam of varken. En uiteraard zijn er allerlei varianten. Het meest opvallende verschil met chorizo is het gebruik van alcohol, in dit geval wijn.

De Spaanse chorizo wordt gemaakt van varkensvlees, vet, knoflook, zout en pimenton, gerookte paprika. Meestal verkrijgbaar in de varianten picante en dulce (zoet), afhankelijk van de gebruikte paprika. Binnen de twee varianten zijn er ontelbare lokale versies, zowel gerookt als ongerookt. Chorizo is meer bekend en beter verkrijgbaar in Nederland dan chouriço. Geen Utrechts Broodje Mario zonder chorizo. De Spaanse worst is over het algemeen minder pittig dan zijn Portugese broertje, maar zeker niet minder smakelijk.

Lees Meer Lees Meer

Pasta alla Norma met ricotta al forno dura

Pasta alla Norma met ricotta al forno dura

Eigenlijk zou, voor een foodblog, de titel ‘pasta alla Norma met aubergine’ moeten zijn. Maar dat is een soort pleonasme; aubergine zit altijd in pasta alla Norma. Het speciale hier is de ricotta al forno dura. En toch, voor mij, ook de aubergine. Een mooie peervormige en donkerpaarse vruchtgroente, dat zeker. Ook wel bekend als eierplant, naar de Engelse naam eggplant. De jonge vrucht ziet er inderdaad uit als een groot en erg wit ei.

Pasta alla Norma is ontstaan op Sicilië. Vernoemd in het begin van de vorige eeuw naar de opera Norma, in 1831 gecomponeerd door de Siciliaan Catania Vincenzo Bellini. Daarvoor heette het gerecht waarschijnlijk gewoon pasta con le melanzane, pasta met aubergine. Niets bijzonders eigenlijk.

Er staan op dit blog al flink wat gerechten met aubergine, maar die zijn niet van mij. De medeblogger meldde veel eerder al dat hij zelf liefhebber is, maar dat hij diverse mensen kent die aubergine maar niets vinden. Daar ben ik er 1 van. Het mondgevoel is helemaal verkeerd. Die mening wordt bevestigd door een marktonderzoek uit 2012. Consumenten meldden toen ook nog als associatie met aubergine onder andere ‘bah, niet lekker/vies’ [1]. Gekookt of gestoomd blijven het dingen met een nare textuur en neutrale smaak. Niet voor niets wordt aubergine veelal gemarineerd, om smaak toe te voegen. Maar dat helpt niet echt voor de textuur. Bakken levert al een beter verteerbaar resultaat op, vaak door de plakken of reepjes eerst in bloem of paneer te dompelen, maar het is nog steeds niet super.

Pasta alla Norma is beroemd. De daarin gebruikte aubergines worden vaak gebakken, maar kunnen ook worden gefrituurd. Nu eten we nooit aubergines en frituren we ook niet. Maar in de wiskunde is -1 x -1 gewoon een positieve 1. Gewoon proberen dus, als experiment. Kijken of 2 negatieve dingen toch tot 1 positief gerecht kan leiden.

Het experiment in ieder geval al vast positief en met vertrouwen ingestoken. Een van de medeblogger gekregen ricotta al forno dura gebruikt, in de oven gebakken ricotta. Die is lang niet overal te koop, dus dat geschenk moeten we wel koesteren en goed gebruiken.

De heel speciale ricotta al forno dura:
een 8e deel van een ronde ricotta wei-kaas uit de oven.

Ricotta, een wei-kaas, gebruiken we vooral als verbindingsmiddel in quiches of hartige taartjes. Ricotta al forno is van een heel andere orde. Een fenomenaal kaasje. Subtiel van smaak; op een kaasplankje een start kaasje. Ricotta al forno is een schapen ricotta uit Sicilië, die wordt gedroogd, met zout bestrooid en daarna lang in de oven wordt gebakken. De toevoeging dura zal slaan op een nog langere tijd in de oven dan anders, waarschijnlijk bij lagere temperaturen. De bruine korst heeft een wat sterkere smaak. Gebakken ricotta is totaal anders van smaak en textuur dan de zachte verse ricotta, en bovendien wel te raspen. Die rasp gaat over deze maaltijd.

Lees Meer Lees Meer

Okonomiyaki, da’s tenminste nog eens een pannenkoek

Okonomiyaki, da’s tenminste nog eens een pannenkoek

Ik bekende onlangs aan de bloggende BroeR dat ik al zeker 14 jaar geen pannenkoeken had gebakken. Het was mijn antwoord op zijn feestelijke mededeling dat hij op het punt stond pannenkoeken te gaan eten, thuis welteverstaan. Ik kreeg gelijk zin in een spekpannenkoek met stroop.

Toeval of niet, ik had die middag in de toko een fles Kewpie, Japanse mayonaise, gekocht. In eerste instantie om Vietnamese pizza’s voor twee pubers te maken, maar terwijl ik de fles kewpie pakte, viel mijn oog op de fles met okonomiyakisaus. Japanse pannenkoek, dat ging ik maken! Al jaren op het to do-lijstje, maar ik was er altijd een beetje huiverig voor, voor zover dat kan bij eten. Ik liet de fles saus op het schap staan, want die maak je net zo makkelijk zelf. Scheelt bovendien ruimte in de koelkast.

Okonomiyaki is een Japanse hartige pannenkoek, die in tegenstelling tot onze pannenkoek meestal gevuld is. Het gerecht is ergens in de eerste helft van de twintigste eeuw ontstaan, maar werd echt populair na de Tweede Wereldoorlog toen er een groot tekort aan rijst was en er behoefte ontstond aan goedkoop en voedzaam eten. De naam van het gerecht betekent ‘gebakken zoals je wilt’ en geeft al aan dat de ingrediënten variëren.

De pannenkoek is net zoals bij ons gemaakt van een beslag van bloem, maar met allerlei ingrediënten als vulling en/of topping. Ingrediënten zijn meestal Chinese kool en vlees, garnalen of vis. Oorspronkelijk wat er feitelijk voor handen was. De okonomiyaki wordt gebakken op een bak- of grillplaat, de teppan, maar kan thuis ook gewoon in een koekenpan worden bereid. Het is dan zelfs iets makkelijker.

Er zijn talloze varianten, maar de populairste zijn de versies uit Kansai en Osaka en die uit Hiroshima.

Osaka-versie

De Osaka-versie van okonomiyaki wordt in heel Japan gegeten. Het beslag wordt gemaakt van bloem, geraspte yam, dashi, eieren en geraspte kool. Daarnaast worden ingrediënten gebruikt als lenteui, varkensvlees (meestal buikspek), garnalen, inktvis, octopus, groenten of kaas. Alle ingrediënten worden gemengd en vervolgens wordt de pannenkoek aan beide zijden gebakken. Het varkensvlees wordt meestal bovenop gelegd en vervolgens meegebakken. Na het bakken worden de toppings aangebracht.

Hiroshima-versie

In de jaren vóór de Tweede Wereldoorlog werd in Hiroshima een dunne pannenkoek gebakken die bedekt werd met lenteui en bonito-vlokken of garnalen. Deze Issen yōshoku was in de directe nadagen van de oorlog met de grote voedselschaarste een eenvoudig te bereiden maaltijd.

In de Hiroshima-versie bestaat de okonomiyaki uit lagen, meestal beslag, kool, varken en yakisoba (gebakken noodles). Bovenop de toppings zoals ze die ook bij de Osaka-versie worden gebruikt.

Het is niet moeilijk voor te stellen dat er heel veel variaties mogelijk zijn.

Lees Meer Lees Meer

Carnaroli risotto met gebakken wortels en kipfilet

Carnaroli risotto met gebakken wortels en kipfilet

Het is herfst en de wintertijd heerst op de klok. Al tijdens het avondeten leven we bij kunstlicht. En dat is te zien op de foto’s.

Carnaroli wordt wel de koning van de risotto-rijsten genoemd. Daar kan je natuurlijk over twisten, maar dat deze risotto soort lekker is staat buiten twijfel. Naar verluidt behoudt Carnaroli zijn vorm beter dan andere risotto soorten tijdens het kookproces, en wel omdat het meer amylose bevat, een polymeer van honderden tot duizenden glucosemoleculen. Het zal zo zijn, maar eigenlijk hebben we bij andere risottosoorten niet gemerkt dat die uiteenvallen. Wij kiezen risotto toch meer om de smaak. Ze worden allemaal smeuïg, een beetje minder strakke vorm is geen probleem. We hebben deze koning altijd in huis, dat dan weer wel.

Wortels zijn wel een dingetje in ons huishouden. Gekookt is een deel er geen liefhebber van. Een maaltijd met wortels leidt daarom altijd tot verschillen: een deel eet ze rauw en een deel eet ze gekookt. Een mooie middenweg is ze bakken in roomboter. De wortels blijven een beet houden (à la rauw) en zijn toch gaar (à la gekookt), maar ze zijn toch anders van smaak. Lekker door de risotto.

Deze keer dus gekozen voor wat volgens velen de beste rijst ter wereld is, met wortels en kip, en wat smaakmakers.

Lees Meer Lees Meer

Uit een oude doos: gebakken ei in een paprika ring

Uit een oude doos: gebakken ei in een paprika ring

In de lockdown periode kwam ik tijdens het opruimen een vergeten en oude doos met bewaarde recepten tegen. Op vergeeld en bros papier, gescheurd uit damesbladen en folders van supermarkten. Al van voor de Tip tijd en zeker voor de start van het internet tijdperk. Een kijkje in het verleden.

Bladen van supermarktketens die nu niet allemaal meer bestaan. Gerechten die trillen door de kleurige jello. Klassiekers zoals omgekeerde ananascake met kersen in de ananas ringen, garnalencocktails in een groot wijnglas, spam met macaroni, baklava maar dan met bladerdeeg(!), gebakken plakjes rookworst met taugé en ananas, en veel gevulde ui, tomaat en paprika.

En dat ene gerechtje dat werd aangeprezen voor de lunch: gebakken ei in een paprika ring, begeleid door plakken komkommer.

Beetje verrassend: veel moderne foodblogs hebben ook een recept voor dit gerechtje. Met een opvallend verschil. De paprika ring bakt nu veelal even lang als het ei, of soms 1 à 2 minuten langer, maar zonder omdraaien. Bij het oude recept is dat niet zo: de paprika ring wordt ruim langer verwarmd en dan omgedraaid voor het ei erin gaat. En zo doen we het hier ook. Oude tijden herleven.

Even gewacht tot we een avondmaaltijd met paprika’s gingen eten en toen dat lunchgerechtje gemaakt, volgens het recept uit de oude doos.

Lees Meer Lees Meer

Koken zonder kinderen: lasagne met veel wortels

Koken zonder kinderen: lasagne met veel wortels

Selectieve eters, dat zijn de meeste kinderen. Volwassenen niet, die eten gewoon alleen wat ze lekker vinden.

Een voedselcategorie die kinderen vaak tijdelijk even overslaan is groente. Niet doperwten, dat gaat er nog wel in, maar andere groentesoorten willen nog wel eens een probleem zijn. Bij ons was die eet-ik-niet lijst in het begin vrij lang en bevatte ook oranje wortels. Ze bliefden ze niet. Niet rauw, niet gekookt, niet geroosterd, niet geblancheerd. Toch aten ze wortels, wat we pas later aan ze hebben verteld, toen ze wel weer allerlei groenten aten. Mischief managed.

Pasta, dat lustten ze wel, in alle kleuren en vormen. Pasta in de vorm van lasagne, met een gehaktsaus en soms ook met een bechamel-kaassaus bood daardoor uitkomst. Met wortels werd de lasagne gewoon een stukje hoger. Koken zonder dat de kinderen mogen toekijken of helpen. Anders werd de truc duidelijk.

Dat de lasagne wat oranje van kleur was kwam duidelijk door de saus. En zoals altijd als je de waarheid geweld aan doet, terug naar lasagne zonder wortels konden we niet. Dan was de oranje kleur weg. Gelukkig vroegen ze nooit waarom er alleen bij de lasagne maaltijd geen groenten werden geserveerd.

Lasagne met gepureerde wortelen. Ze eten het nu met de wortel voorkennis wel, maar alleen door een compromis. Extra pasta moet erin; pasta vinden ze echt lekker. En zo maken wij restjes pasta op: in de lasagne.

We eten het nog steeds regelmatig zo. Nu wel met meer kruiderij dan vroeger.

Lees Meer Lees Meer

In de oven gebakken Opperdoezer Ronde

In de oven gebakken Opperdoezer Ronde

Aardappels in de oven roosteren of bakken, dat is 1 van die recepten waar je heel weinig werk aan hebt. Behalve als je ze maakt met Opperdoezer Ronde. Opperdoezer Ronde is een delicatesse, met een unieke smaak. Voor de liefhebber zegt iedereen. Een aardappel met een ronde vorm, diepe en veel ogen en een dunne schil. Door dat laatste worden ze met de hand geoogst. Ook in de keuken heb je ze in de handen. Door die vele diepe ogen ben je wel even bezig om een kilootje Opperdoezer Ronde te ontpitten. Je moet inderdaad liefhebber zijn.

De EU heeft de aanvraag op 9 november 1995 ontvangen [1]. Uit die aanvraag voor de Europese Oorsprongsbenaming (BOB), via Verordenering (EEG) Nr. 2081/92, nationaal nummer 001/94, blijkt dat het geografisch gebied een totaal oppervlak heeft van circa 1600 ha, waarvan circa 1100 ha bouwland [2]. De Opperdoezer Ronde groeit echter op maar 1,1 km2, een 10e van het beschikbare bouwland, al was dat ooit meer. Dat komt omdat er ook andere gewassen worden verbouwd. Gewasrotatie moet. Echter, zowel het aantal telers van als de hoeveelheid grond waarop Opperdoezer Ronde wordt verbouwd lijken steeds minder te worden. Jammer. En niet alle grond schijnt in handen te zijn van de telers van de Opperdoezer Ronde.

In het productdossier staat ook een korte geschiedenis. Vanaf 1860 worden bij Opperdoes zogeheten negenwekers verbouwd. Er zat maar 9 weken tussen zaaien en oogsten. Snelgroeiende aardappelen. Het verhaal vertelt dat tuinder Sluis op een dag tussen de negenwekers een plant met grof blad en ronde knollen aantrof. Natuurlijke veredeling of toch door mensen gestuurd, zo een ander verhaal wil? Uit die plant zou het Opperdoezer Ronde ras zijn voortgekomen. In 1979 wordt de Coöpera­tieve Pootaardappelteeltvereniging “De Opperdoezer Ronde” opgericht. Deze vereniging diende de BOB aanvraag in, die in 1996 werd toegekend.

In welk gebieden de Opperdoezer Ronde mag groeien, dat staat ook beschreven in het productdossier. Het zijn er namelijk 2. Het leest een beetje als een speurtocht/toertocht:

Voor het “Oude land”: Oosterdijk vanaf kruising met Wijmersweg; Noorderkoggen zeedijk, Noorderweg dorpsweg Twisk, Zuiderweg tot een punt van ongeveer éénhonderd vijftig meter ten zuiden van de Noorder Wijmers in een rechte lijn naar de «droge Wijmers» en verlengde Wijmersweg tot aan de Oosterdijk.

Dat “Oude land”, dat wordt altijd aangehaald in PR rond de Opperdoezer Ronde. Er is ook een beschrijving opgenomen voor een 2e gebied, waar je bijna nooit over leest: bouwland in de Wieringermeer, land voor Opperdoezer tuinders als compensatie voor land dat zij in het omschreven gebied niet meer kunnen gebruiken. De vermelde bijgesloten plattegrond zit er helaas niet bij. Maar met Google Maps kom je een heel eind. Alleen in de 100 hectare zavelgrond (zand/klei) rond de kerk van Opperdoes klinkt specialer, maar het moet wat breder worden geïnterpreteerd?

Lees Meer Lees Meer

Khoresh Bademjan – Perzische aubergineschotel

Khoresh Bademjan – Perzische aubergineschotel

Koresh bademjan is een Perzisch stoofgerecht met aubergine dat normaal gesproken met rundvlees of lamsvlees wordt bereid. Je kunt het echter ook heel makkelijk zonder vlees maken.

De Koresh (gestoofde) bademjan (aubergine) stond al enige tijd op mijn longlist. Het leek mij uitermate geschikt om granaatappelmelasse als ingrediënt te gebruiken. Dit gerecht vraagt namelijk om een zuur ingrediënt en ik heb al enige tijd een flesje granaatappelmelasse staan en het werd echt tijd dat ik er iets mee ging doen. Ja, ik ben zo iemand die eten koopt en later wel kijkt wat hij er mee gaat doen. Werkt prima overigens.

Granaatappelmelasse is de siroop van granaatappels. De melasse wordt verkregen door granaatappelsap langzaam in te koken tot er een kleverige siroop ontstaat. Het wordt vooral gebruikt in de keuken van het Midden-Oosten.

Veel mensen vinden aubergines niks en ik geef toe, ik vroeger ook niet. Voor sommigen een textuurdingetje, maar het is vooral een kwestie van de juiste bereiding. Daar ben ik intussen wel achter. Ze lenen zich bijvoorbeeld uitstekend voor stoofpotjes. Zo smaakt ook het Chinese fish fragrant eggplant fabuleus. Chinese aubergines vind ik de lekkerste, maar heb ik niet altijd direct voor handen. Die dikke paarse bommen van de supermarkt werken voor dit gerecht ook prima.

Lees Meer Lees Meer

Baghali ghatogh – Iraanse tuinbonen

Baghali ghatogh – Iraanse tuinbonen

Baghali ghatogh is een ontzettend lekker en eenvoudig gerecht met tuinbonen, dille, kurkuma en eieren. Simpeler kan bijna niet. Het is ook zo klaar, alleen het dubbeldoppen van de tuinbonen is even een klusje.

Tuinbonen is zo’n groente waar veel mensen vroeger niet dol op waren vanwege de geur tijdens het koken. Die geur is echter alleen bij de enkel gedopte bonen en is afkomstig van het stugge vliesje. Al met al zijn ze best lekker. Maar nog lekkerder zijn dus dubbelgedopte bonen. Je bent er even zoet mee, zeker als je voor vier man moet koken, maar het resultaat is er ook naar. En dat moeten ze in het noorden van Iran ook gedacht hebben.

Baghali ghatogh wordt in principe gemaakt met tuinbonen, maar wordt buiten Iran ook gegeten met limabonen of kidneybonen.

Normaal gesproken gebruik ik zelden dille, maar bij dit gerecht maak ik dat ruimschoots goed.

Lees Meer Lees Meer

Cricket sandwich: wit brood met komkommer

Cricket sandwich: wit brood met komkommer

Woon je in Engeland in een dorp dan speel je minstens 1 keer in je leven cricket, ook als je een tijdelijke import bewoner bent. Je wordt namelijk gewoon uitgenodigd om een keer mee te doen. Cricket is een eeuwenoud spel voor 22 spelers en is waarschijnlijk ontstaan in Zuidoost-Engeland. Mogelijk stamt het woord af van het Middelnederlandse cricke, dat stok of staaf betekent. Er zijn wel meer woorden uit de Nederlanden geïmporteerd in Zuidoost-Engeland, door de handel.

Cricket is natuurlijk een heel simpel spelletje. Iemand, de bowler, laat van een afstand een bal stuiteren met de bedoeling 3 vlak naast elkaar staande staven te raken. Bovenop die staven liggen 2 versierde latjes. Los, zodat duidelijk is dat de staven zijn geraakt, hoe miniem ook. De combinatie staven en latjes heet wicket. Voor die wicket staat alleen wel iemand, de batter, met een slaghout, de bat, om de staven te verdedigen en de bal weg te slaan. Die slagman moet heen en weer lopen tussen de wickets om punten te halen. De bal kan worden opgevangen door andere spelers, die vrij ver weg staan. En de meeste tijd ook niets te doen hebben. Dat leek me wel een mooie plek op het cricketveld.

Maar goed, iedereen kan aan de beurt komen om te slaan, zeker als je gastspeler bent in een vriendschappelijke wedstrijd. De bowler probeert zo veel mogelijk effect aan de bal te geven, maar aangezien die na de stuit altijd richting die 3 staven moet gaan leek de bal raken met het brede slaghout a priori heel makkelijk. Dat viel in de praktijk wat tegen. Wat minder goede bowlers missen de richting nog al eens door de afstand van ruim 20 meter – de beenbeschermers deden goed hun werk – en goede bowlers zijn ook meteen echt goed.

Uiteraard ook verder weg in het veld gestaan om de bal op te vangen. Op die oorspronkelijk begeerde plek, daar slaat helaas de verveling toe. Niet veel ballen kwamen mijn kant op. Een gemiddelde cricket wedstrijd kan ook zomaar 8 uur duren. Wij speelden met aangepaste regels, geen idee welke. De wedstrijd duurde alsnog 4 uur. Dat vonden de Engelsen fantastisch. En ik moet zeggen, je speelt ook geen 4 uur achter elkaar. Er zijn pauzes. Pauzes om te eten en te drinken. Daar ingewijd in een deel van de cricket geschiedenis. Gehoord dat het woord hattrick, bekend uit het voetbal, van oorsprong uit cricket komt. Gooide een bowler 3 wickets met 3 opeenvolgende ballen, dan kreeg de bowler een hoed voor deze truc: hat en trick werd hattrick.

Komkommer sandwiches bij de hete thee. Zeker als de zon schijnt een welkome afwisseling als je cricket speelt. In Nederland lekker als lunch bij semi-tropische temperaturen.

Lees Meer Lees Meer