Archief van
Categorie: Groente

Koken voor kinderen: aspergetips en tips

Koken voor kinderen: aspergetips en tips

Zonnig weer morgen. Eropuit! Zo is deze maaltijd ooit ontstaan.

Want aan het eind van zo’n eropuit-dag eten we meestal toch gewoon thuis. Fastfood heeft z’n charmes, zeker wel. Echter, in ‘echte’ restaurants eerst wachten tot je kunt bestellen, dan lang wachten tot het eten geserveerd wordt, dan pas eten, en dan nog door naar huis, dat vinden wij niet zo aantrekkelijk, qua tijd, na een dagje uit. Dus, als uitzondering op de regel, dan bedenken we dan wel de avond ervoor wat we de volgende dag ’s avonds gaan eten.

En dat werden groene aspergetips, gebakken rijst en kleine gehaktballetjes. Klein, zodat ze morgen snel kunnen worden gebakken. En ook nog ui en chipotle sauce. De rijst die avond al gekookt en in de koelkast gelegd. De gehaktballetjes gedraaid en ook in de koelkast gelegd. Na het dagje eropuit, eerst de rijst en gehaktballetjes op het aanrecht gelegd en toen pas gaan opschonen en omkleden. Kan het eten alvast een beetje op kamertemperatuur komen.

Met wat aanpassingen ook een geschikte maaltijd voor jonge kinderen, zo is gebleken.

Komen er kinderen mee-eten, dan doen we het iets anders qua logistiek. Zij mogen een uurtje voor het gaan eten de gehaktballetjes draaien. Vinden ze leuk. De rijst koken we nog steeds wel zelf de avond ervoor, want zonder een tijd in de koelkast geen gebakken rijst.

En de groene aspergetips? Tjsa, wij eten ze beetgaar. Koken voor maximaal 4 minuten in een laagje water. Maar beetgare groenten en jonge kinderen, dat ging niet samen. Dé truc. Kook de aspergetips 4 minuten, zet het vuur uit en laat de aspergetips nog 6 minuten in het water liggen. Boterzacht zijn ze dan.

Niet na die 4 minuten de nog beetgare aspergetips eruit halen voor de volwassenen als de kinderen nog in de keuken rondlopen. Als ze dat zien weten ze dat er iets verdachts met hun eten gaat gebeuren. Ook kinderen zijn slimme mensen.

Nog een truc? In de loop der tijd die laten-liggen-in-heet-water-minuten langzaamaan verminderen. Zo train je kinderen ongemerkt, zodat ze na een tijdje wel beetgare groenten eten.

Lees Meer Lees Meer

Tarte tatin met witlof, ui, pecannoten en rucola

Tarte tatin met witlof, ui, pecannoten en rucola

Toen tarte tatin ineens echt populair werd in Nederland, waarschijnlijk in de jaren 70 van de vorige eeuw, verschenen ook recepten met andere ingrediënten dan appels en peren. Die al gebruikt werden, volgens de overlevering, in 1889 in het restaurant van de zusters Caroline and Stephanie Tatin. Een beruchte versie is die met kersen in de gaten van ananasringen.

Groentes mochten ineens ook. En witlof kwam al snel bovendrijven. Toen nog behoorlijk bitter, vandaar waarschijnlijk de toevoeging van suiker in oude recepten. Zoals die we recent weer tegenkwamen, in de oude doos, pre-internet tijd. Teruggevonden toen we een tijdlang het huis eigenlijk niet uit mochten. Zo te zien geknipt uit een vintage Allerhande. Een bruin geworden en vrij fragiel stuk papier met daarop een klassieke versie van het recept.

De wereld eet zo te zien nog steeds veel witlof tarte tatin. Populair zelfs. In groten getale te vinden met walnoten, Parmezaanse kaas en (riet)suiker.

Witlof in een taartje, we eten het vaker. Zoals met peer en blauwe kaas. De tarte tatin met witlof en noten is ook altijd gebleven. Inmiddels maken wij het meer op gevoel, en op basis van wat we in huis hebben, dan volgens dat klassieke recept. Dat geschreven hebbende, zoveel hebben we er ook weer niet aan veranderd. De hoeveelheden zijn vrijwel hetzelfde gebleven. Klassiek was dus al helemaal goed.

Maar de suiker laten we er uit. Witlof is zoveel milder geworden van smaak, dat extra zoetheid toevoegen niet meer nodig is.

Witlof tarte tatin, wat oorspronkelijk een bijgerecht was voor zeg 4 tot 6 personen. Wij houden het op 4. Wij eten het ook wel eens als hoofdgerecht voor 2 personen. Het kan verkeren. Maar hier waren we met z’n 4en. Bijgerecht it is.

Lees Meer Lees Meer

Farfalle, portobello, hamreepjes, passata en bimi

Farfalle, portobello, hamreepjes, passata en bimi

Op 5 april 2024 waren er ineens 2 uitgesproken meningen op Reutel te lezen, bij het recept met radiatori pasta. Farfalle werd namelijk door 2 mensen afgewezen als lekkere pastasoort. Ik moest het echt even 2 keer lezen. De een meldde geen fan te zijn van compacte pasta-soorten zoals penne rigate en farfalle, de ander vond het harde stukje in het midden van vlinderpasta niet lekker. Textuur dingetjes dus. Gewoon nog 2 minuten langer koken dan de niet al dente kooktijd? Wordt pasta niet echt lekkerder van overigens.

Op zulke uitspraken is maar 1 reactie mogelijk. Een maaltijd met farfalle. Want wij vinden juist al dente gekookte pasta vele malen lekkerder dan volledig gegaarde zachte pasta. En dat is inclusief het compactere middenstukje van farfalle.

Farfalle is Italiaans voor vlinders. Ze hebben eigenlijk meer weg van de vlinderstrikjes die je bij een smoking moet dragen dan van vlinders. Het lijf van een vlinder staat loodrecht tussen de vleugels. Die van vlinderstrikjes en farfalle meestal niet. Maar goed, ook in het woord vlinderstrikjes zit het woord vlinder.

In het Nederlandse spraakgebruik blijft het gewoon vlinderpasta. In het Italiaans zou het dan papillon pasta heten, vlinderdas, maar zo heet het daar niet. In Engeland wordt het in de winkels verkocht onder de naam farfalle, maar heet het in recepten meestal bow tie pasta, of te wel vlinderdas pasta. What’s in a name.

De oorsprong van farfalle ligt ergens in Noord-Italië. Want de regio Emilia-Romagna, als ook de regio Lombardije, en ook nog eens een onbenoemde regio vlakbij Emilia-Romagna en Lombardije worden genoemd als waar deze pastavorm is ontstaan. Anderen melden dan weer dat het voor het eerst gemaakt is in het begin van de 16e eeuw in beide, aan elkaar grenzende, regio’s Emilia-Romagna en Lombardije. Kortom, daar ergens dus, in Noord-Italië.

Over de naamgeving is in Italië zelf ook wat verwarring. Strichetti is ook een pasta in vlindervorm, naar verluidt uit de regio Emilia-Romagna. Maar ja, als je de foto’s vanuit Nederland bekijkt dan ziet het er wel zo ongeveer hetzelfde uit als farfalle. Farfalle heeft zo te zien altijd gekartelde uiteinden. Bij strichetti is er meer variatie in de diepte van de kartels, tot zelfs het ontbreken van inkepingen aan toe. Blijkbaar mag je daar meer soorten deegwieltjes voor gebruiken in Emilia-Romagna.

Farfalle is typisch 4 centimeter breed en aan beide uiteinden 3 centimeter hoog. Maar net als met bijna alle Italiaanse pastasoorten geldt dat als je de grootte en/of de dikte veranderd, de pasta in Italië zelf een andere naam krijgt. Een grotere variant van farfalle heet daar farfalloni, een kleinere variant farfaline. Ziet farfalloni er nog uit als vlinderpasta, bij farfaline moet je best nog wat verbeeldingskracht hebben om daar nog steeds een vlinder in te zien.

Farfalle en paddenstoelen gaan heel goed samen. Zoals portobello’s. Portobello’s laten we altijd heel, tenzij ze niet perfect rond zijn en we ze een beetje gehavend tegenkomen bij de groenteboer. Zogenaamd misvormde exemplaren. Dat doet aan de smaak echter helemaal niets af. Gewoon kopen en dan wel in plakken, reepjes en/of stukjes snijden. Perfect om daar dan smaakvolle duxelles mee te maken. Hier echter in smalle reepjes gesneden om te bakken, een tussenvorm tussen in plakjes gebakken paddenstoelen en fijngesneden duxelles paddenstoelen.

Een makkelijke maaltijd, die zich bijna automatisch samenstelde. Voor wat pit, nog een klein beetje chipotle sauce toegevoegd.

Lees Meer Lees Meer

Zwarte bonenburger in een Italiaanse bol

Zwarte bonenburger in een Italiaanse bol

Nederlands is en blijft een rare taal. Maak je van zwarte bonen een burger, dan heet het zwarte bonenburger. Een bonenburger die per definitie zwart is, dus. Maar in een paarse bonenburger hoeven helemaal geen paarse bonen te zitten. Logisch gevolg is dat er in een zwarte bonenburger geen zwarte bonen hoeven te zitten. Misschien is die burger zwart door gebruik van inktvisinkt. Van die dingen.

Bij het vernoemen van straatnamen komt het ook voor: zo is het wel Frans Halssingel en niet Frans Hals singel. Nog een voorbeeld: gerookte spekreepjes. Het zijn echter niet de reepjes die gerookt zijn, maar de speklap, die pas daarna in reepjes is gesneden. Gerookte spekreepjes zijn reepjes gerookte spek en eigenlijk geen gerookte spekreepjes. Ik blijf het raar vinden. En in andere talen is het niet beter. In het Engels is het een black bean burger, dan weet je niet wat bij elkaar hoort. En in het Duits is het eigenlijk ook zo: Schwarze Bohnen Burger of Schwarze Bohnen-Burger. Het zou eigenlijk zwarte-bonen burger moeten heten.

Maar goed. Zwarte bonenburger in een Italiaanse bol, dus. We eten het vooral op herfst- en winterdagen, als we eten bij lamplicht. Zwarte bonenburgers vullen namelijk goed, zeker als je er nog wat extraatjes bij doet. Te zwaar voor in de zomer, eigenlijk, hoewel je ze dan van minder bonen en/of met kleinere broodjes zou kunnen maken … .

Italiaanse bol, dat betekent dat er al Italiaanse kruiden in het broodje zitten. Dat hopen we dan maar, want niet zelfgemaakt maar kant en klaar bij de warme bakker gehaald. In en op deze burger daarom geen extra Italiaans kruiden en/of specerijen meer. Wat dan wel?

Lees Meer Lees Meer

Over Vlaamse friet; met groene asperges en feta

Over Vlaamse friet; met groene asperges en feta

Gekookte aardappelen eten we eigenlijk alleen in stamppotten. Maar gebakken aardappelen, dat zijn echte favorieten op Reutel. Schijfjes knapperig bakken in koekenpannen, partjes uit de oven, weer opgebakken puree in een koekenpan, aardappeltaartjes, platgeslagen krieltjes uit de oven, Hasselbacks Potatis, aardappelkoekjes, aardappelwafels, aardappels als pizzabodem, et cetera.

En natuurlijk friet. Of patat. Maar dat is op je bord gewoon hetzelfde. Je woordkeuze wordt bepaald waar je het haalt of bent opgegroeid. Er is zelfs een zogeheten, informele, patat-frietgrens in Nederland. Een voorbeeld van een soglosse, waar een klein, systematisch taalverschil tussen dialecten aanwezig is, een soort van taalgrens. (De wetenschap verzint graag elke keer nieuwe woorden; definities helpen bij het onderzoek.)

Beneden de grote rivieren worden friet en frieten gegeten en boven de grote rivieren patat. Zal ook wel iets te maken hebben met het verschil tussen de vroegere Bourgondische levensstijl of een oorspronkelijk Calvinistisch levenshouding. Met al die verhuizingen in Nederland zal het verschil ooit wel verdwijnen, misschien.

Maar patat of friet, dat is gewoon links- of rechtsaf slaan na de oorspronkelijke Francophone benaming patates-frites (en pommes-frites), gefrituurde aardappelen. Noordelijk Nederland legde de nadruk op het feit dat het aardappelen waren die werden gefrituurd, vandaar het woord patat. Zuidelijk Nederland en Vlaanderen legden de nadruk op het feit dat ze werden gefrituurd, die aardappelen, vandaar het woord friet. In Vlaanderen speelt mogelijk ook mee dat aardappelen daar patatten heten. Dan is de keuze op het meer afwijkende woord friet logischer dan de keuze voor patat als woord voor gefrituurde aardappelen.

Een groot deel van de mensheid noemt gefrituurde aardappelbalkjes French fries, Franse frieten, en daar zijn zo te lezen sommige Belgen nog steeds boos om. Zowel in Wallonië als Frankrijk zijn ze Francophone, spreken ze de Franse taal. Zowel in Wallonië als in Frankrijk eten ze patates-frites. Waar is het dan voor het eerst gemaakt? België, Frankrijk, of toch ergens anders? Een moeilijkheid bij het achterhalen van die oorsprong is grappig genoeg juist die naam. Patates-frites, gefrituurde aardappelen, zegt nog helemaal niets over de vorm.

Dat wordt anders als je er een tekening aan toevoegd. Volgens Goscinny en Uderzo, in de vorige eeuw, bakten de Galliërs al patates-frites. Zoals te zien is in het album Asterix en de Belgen, uit 1979, waar het Nervische stamhoofd Vandendomme het gerechtje uitvond. Patat-friet was overigens al eerder te zien in het album Asterix en de Gothen, uit 1963. Waar de Belgische druïde Tachtix, tegenwoordig vertaald als Mannekenpix, met zijn blote handen frieten uit een ketel met kokend vet haalde. Vandendomme en Tachtix, Goscinny en Uderzo hadden blijkbaar een voorkeur voor België als de plek waar patat-friet is uitgevonden in de oud Romeinse tijd. Een mythe, uiteraard.

En mythe, dat is sowieso wel een goed woord om te gebruiken in de speurtocht naar de oorsprong van patat-friet. Want de aardappel bereikte Europa pas in 1567 en wel naar verluidt als eerste in de haven van Antwerpen, België! De Belgen ten tijde van Julius Caesar zullen dan niet de uitvinders zijn geweest. Wie dan wel?

Lees Meer Lees Meer

Surinaamse kip met gemengde gember

Surinaamse kip met gemengde gember

Ik zat nieuwsgierig te wachten toen ik de kip met gemengde gember had besteld. In Nederland at ik het alleen uit mijn eigen keuken. In een restaurant ben ik het nog niet tegengekomen.

Er zijn grofweg twee verschillende recepten, eigenlijk een snelle en eentje waar je wat meer tijd voor nodig hebt. Beiden recepten zijn even makkelijk. Heb je de tijd, dan laat je de kip (heel, in stukken of alleen het vlees) een dagje marineren in knoflook, gember, oestersaus, vijfkruidenpoeder en sojasaus. In de snelle versie staat het gerecht in een half uur op je tafel.

Mijn recept is de snelle versie, zoals er meer op internet te vinden zijn. Er zijn wat kleine variaties, met ketjap in plaats van oestersaus bijvoorbeeld, maar de meeste recepten lijken verdacht veel op elkaar. Ergens zal er waarschijnlijk een ‘moederrecept’ zijn. Maar nu dus in Suriname. Of dat nu de oorspronkelijke herkomst is van dit gerecht weet ik niet, de Chinese invloeden zijn er overduidelijk.

Te beginnen met de fabrikant: Mee Chun. Vroeger was het ingelegde zoetzuur alleen verkrijgbaar in blikjes, maar tegenwoordig ook in glazen potten van 250 of 475 gram. Het bevat stukjes gember, sjalot, papaya, komkommer en wortel ingelegd in azijn, suiker en zout. De gembersmaak overheerst, met name in het vocht. Je kunt het fijnsnijden, maar zelf vind ik juist die grotere stukken zo lekker in het eten.

Een eigen toevoeging is soms wat extra stemgember. Nadeel van kant-en-klare potjes pickles is namelijk dat je geen controle hebt over de inhoud. En soms valt het aantal stukjes gember wat tegen. Nu is stemgember qua smaak anders dan ingemaakte gember uit de potjes, toch is het een smakelijke aanvulling.

Lees Meer Lees Meer

Surinaamse Tjap Tjoy

Surinaamse Tjap Tjoy

Een van de leuke dingen in het buitenland is het ontdekken van de lokale keuken. Dit keer kon ik in Suriname daar wel heel letterlijk gevolg aan geven door een uitnodiging om bij iemand thuis samen te komen koken. 

Buitenlandse werkreizen zijn nooit een straf, want ik vermaak mij altijd prima, zeker als het gaat om eten. Doorgaans worden zoveel mogelijk verschillende lokale restaurants bezocht, zowel voor lunch als het avondeten. Is een restaurant of lunchzaak een succes, dan keren we terug. (Combe Bazaar, onthoudt die naam als je in Paramaribo bent en zin hebt in een broodje, waarover een andere keer meer). Hotelmaaltijden zijn echt een uitzondering, tenzij het hotel ook of uitsluitend lokale gerechten serveert. Dat was bijvoorbeeld in India enkele malen het geval. Dat zorgde wel voor uitdagingen bij het ontbijt.

In het hotel in Suriname hadden ze een prima keuken overigens. Ik at er graag een saoto zonder rijst als verlate lunch. De herheri, met cassave, zoete aardappel, bakkeljauw en ei was ook voortreffelijk. Die gaan we hier nog wel eens terugzien.

De Surinaamse keuken staat bekend om het gebruik van Maggi-blokjes. Speur het internet maar af, 2 of 3 blokjes zijn geen uitzondering. En dat is best gek, want wie het allereerste Surinaamse kookboekje Wat de Surinaamse pot schaft uit 1939 doorbladert, komt geen enkel maggiblokje tegen. Nul. Het gebruik van veel zout wordt zelfs ontmoedigd. Ergens in de tijd is er dus een hele slimme fabrikant geweest.

Het boekje met 60 recepten is samengesteld door Hendrina Seppen – De Wekker, de eerste directrice van de Surinaamse huishoudschool te Paramaribo. De recepten waren afkomstig van diverse dames en heren uit de Surinaamse samenleving en leerlingen van de huishoudschool. Ingrediënten van lokale bodem stonden daarbij centraal. Het kookboekje zou de voorloper worden van het Groot Surinaams Kookboek.

Dit recept voor tjap tjoy komt in dat eerste kookboek overigens niet in voor. Het is afkomstig van de Chinese contractarbeiders die vanuit Indonesië naar Suriname kwamen.

Lees Meer Lees Meer

Bonenschotel met chorizo en gerookt buikspek

Bonenschotel met chorizo en gerookt buikspek

Ja hoor, de temperatuur is nog niet beneden de 15 graden en er wordt al geroepen om een winterse schotel. Nou, dat kan hoor!

Geïnspireerd door de Spaanse bonenschotel met bloedworst besloot ik een bonenschotel te maken. Lekker voedzaam, in positieve zin, en nog heel smakelijk ook. Het toeval wilde dat ik twee stukken gerookt buikspek in huis had. Een vriend was in Duitsland en appte mij of ik nog iets wilde van de Kaufland. Nu is de Kaufland voor menigeen een bekend fenomeen, maar voor mij nieuw. Blijkbaar is het een hypermarktconcern, een soort super supermarkt. Dat intrigeert wel eerlijk gezegd. Want blijkbaar kun je er allerlei lekkere dingen krijgen, zoals dus gerookt buikspek. Zo kwam er ook nog Krakauer mee, Poolse worst. Gemaakt van mager varkensvlees met verschillende specerijen. Heel smakelijk, ook voor een stoofpot, maar dat is voor een andere keer. Dit keer een pittige chorizo die ik nog had liggen.

En heb je geen gerookt buikspek, dan kun je zuurkoolspek gebruiken. Dat is uiteraard niet helemaal hetzelfde, maar ook heel smaakvol.

Het mooie van stoofpotjes is dat die zelf al het werk doen. Een beetje voorbereiding en dan een tijdje op het vuur. De bonen voeg je er pas aan het eind aan toe, anders koken ze kapot. Winterwortelen doen het goed in stoofpotten. Lekkerder dan die waterwortels die vooral gegeten worden, geen idee waarom. Winterwortels kosten ook nog eens bijna niks. Terwijl groenten er over het algemeen niet goedkoper op worden. Ondergewaardeerd die winterpeen. Volgende keer misschien maar een wortelcurry. Ook zo lekker.

Lees Meer Lees Meer

Pastamaaltijd uit de studententijd met 2 groenten!

Pastamaaltijd uit de studententijd met 2 groenten!

Mijn studentenkamer lag op de 2e verdieping van een oud en statig herenhuis aan de rand van de historische binnenstad. Best wel een grote kamer, hoog ook. In de winter alleen warm direct bij de gaskachel; de rest van de warmte zat tegen het plafond, niet op leefhoogte. Mijn 1e kamer was overigens een heel klein kamertje in een nabij gelegen dorp. Na een half jaar in dat herenhuis in de stad zelf beland. Na nog een half jaar naar 1 van de 6 grote kamers verhuisd en daar vervolgens mijn hele studententijd gebleven. Vanuit de kamer kon je op een klein parkje uitkijken. Tegen de tocht en de kou was er voor de enkel-glas ramen echter nog plastic gespannen. Dik plastic zoals je bij het kamperen onder je tent hebt liggen. Ik woonde er niet voor het uitzicht.

Een ander minpuntje was dat het gaskooktoestel maar 2 pitten had. Een keuken was er sowieso niet in het herenhuis; alles was omgebouwd tot studentenkamers.

In 1 kamer sliep je, studeerde je, kookte je, at je, las je en ontspande je je voor de kleine zwart-wit TV, die op een rechtopstaand krat met Grolsch bier – beugelfles uiteraard – stond. Met een schaar aan de sprietantennes om nog enigszins goed beeld te hebben dat niet al te veel ruiste. De digitalisering was nog heel ver weg. Internet in huis bestond nog niet. Op de universiteit begon het net, maar alleen met email. Mobieltjes bestonden alleen in science fiction series. Je moest jezelf zien te vermaken.

Nu kookte ik toendertijd zeker nog niet zo gevarieerd als nu, maar 2 pitten was toen ook wel wat weinig. Je werd er wel creatief van, maar ideaal was het zeker niet. Geen nood, in hetzelfde oude en statige herenhuis woonde een studievriend die maar 1 kookpit had. De afspraak was snel gemaakt: als het kon kookten en aten we samen in plaats van alleen. Hadden we ineens 3 pitten! En dat hebben we jarenlang volgehouden. Was 1 van ons alleen, dan waren er altijd nog de studentenverenigingen, waar je in de mensa’s ook als niet-lid een volledige maaltijd kon eten.

In dat herenhuis is deze pastamaaltijd ontstaan, oorspronkelijk gebaseerd op wat we daarvoor in onze ouderlijke huizen aten. Er waren toen wel veel minder pastasoorten te krijgen dan tegenwoordig. We maakten het met de alom vertegenwoordigde macaroni. En eerst alleen met bloemkool. Daar is pas later broccoli bij gekomen, want die is wat later in Nederland geïntroduceerd dan bloemkool.

Op een groot niet te missen bord in de supermarkt stond plots de tekst ‘lekkere nieuwe koolsoort’. (Sommige dingen vergeet je nooit.) Koolsoorten aten we in die tijd best veel, op spruitjes na. Makkelijke groenten, snel klaar, ook in stamppotten. Prima groenten voor studenten, net als bonen uit blik (chili con carne!). Daarom zullen we een keer broccoli hebben gekocht. Er was wel twijfel; broccoli, groen als boerenkool, met een krop die wel wat weg had van een bloemkool.

Dus 50%-50% gekocht: de helft van de normale hoeveelheid bloemkool gekocht, aangevuld tot 100% met broccoli. Beviel de broccoli niet, dan konden we toch allebei desgevraagd eerlijk huiswaarts melden dat we groente hadden gegeten. Daarom die eerste keer de bloemkool en broccoli zeker niet gemengd op de borden gelegd. Het beviel echter wel, die broccoli, en de combinatie van die 2 groenten is gebleven. Nu wel gemengd en ook wat minder lang gekookt dan vroeger.

Lees Meer Lees Meer

Koolsalade of coleslaw?

Koolsalade of coleslaw?

Terwijl menigeen zegt zelden een koolsalade te eten, laat staan te maken, presenteren de meeste barbecuers vaak vol trots hun eigen gemaakte coleslaw, ‘die je echt een keer gegeten’ moet hebben en dan gewoon uit een barbecuebijbel blijkt te komen. Dat kan natuurlijk, maar laten we wel wezen, een koolsalade, sorry, coleslaw, is geen rocket science. Wel verrassend lekker vind ik altijd zelf. Mits de dressing niet overheerst. Een frisse koolsalade heeft een lekker bite, is niet droog, maar ook zeker niet te nat.

Coleslaw zoals we kennen, komt uit de VS. En dat is vooral dankzij de uitvinding van mayonaise. Daarvoor bestond coleslaw natuurlijk ook al, maar dan met een dressing op basis van olie en azijn. En grappig genoeg werd die coleslaw door Nederlanders in het zogenoemde Nieuw-Nederland geïntroduceerd als gewone koolsalade. Kool was namelijk makkelijk te telen op de oevers van de Hudson waar de Nederlanders zich hadden gevestigd. Voor sommige Amerikanen zijn Nederlanders dan ook de bedenkers van de coleslaw. Dat een recept voor koolsalade te vinden is in het kookboek De Verstandige Kock uit 1770 helpt wel mee die mythe in stand te houden.

Koolsalade is in het oude Europa natuurlijk heus niet aan alleen Nederland voorbehouden. In Duitsland en de Oost-Europese keuken is koolsalade in verschillende vormen bekend. En dan hebben we het nog niet eens gehad over gefermenteerde kool zoals zuurkool oftewel sauerkraut. Nee, koolsalade is net zo Nederlands als coleslaw Amerikaans is. Maar wat van ver komt, moet wel lekker smaken!

De constante factor in koolsalade is het gebruik van rauwe witte kool, maar ook is niet heilig, want soms wordt spitskool of rode kool gebruikt. De rest van de ingrediënten varieert enorm, van wortel en ui tot appel, rozijnen en ananas aan toe. Je kan er dus alle kanten mee uit. Hier mijn variant, met ingrediënten die ik vaak wel in huis heb.

Aan de ene kant overgewaardeerd, aan de andere kant te weinig gewaardeerd. Eet het vooral eens buiten die barbecue. Lekker als tussendoortje of bij een zomerse broodmaaltijd.

Lees Meer Lees Meer