Archief van
Categorie: Kip en ander gevogelte

Manti met pittige kip, spinazie en een yoghurtsausje

Manti met pittige kip, spinazie en een yoghurtsausje

Manti is een dumpling, een gevouwen deeghapje met een vulling van vlees, groente of een combinatie. Het laat zich raden dat er vele varianten bestaan, ook in naam, langs de oude Zijderoute tussen China en de regio rond Turkije, waar manti wordt gegeten. Waar de oorsprong ligt is onduidelijk, maar over het algemeen neigt men naar China. China, het land van de dumplings, kent ook weer verschillende varianten. Wat ze gemeen hebben is dat die dumplings over het algemeen groot en dus flink gevuld zijn. In tegenstelling tot de Turkse manti die kleiner is. En in Turkije is de manti vaak gevuld met lamsvlees.

Kenmerkend voor de Turkse regio lijkt ook het gebruik van een yoghurtsausje te zijn. Dat kennen ze in landen als India en Pakistan weliswaar ook, denk maar aan raita, maar dat lijkt dan weer een Perzische oorsprong te hebben. Daarover een andere keer meer. India zelf kent behalve de samosa geen dumplings, maar ze eten er graag momos, afkomstig uit Tibet en Nepal, die dan weer verdacht veel op Chinese dumplings lijken. Samosa lijkt daar dan weer niet op, vooral omdat die gebakken of gefrituurd wordt, terwijl de manti gekookt of gestoomd wordt. Het is om het even zou je misschien zeggen, maar het levert wel een compleet andere dumpling op.

Het schijnt een heidens karwei te zijn om de Turkse manti te maken. Dat heeft ook te maken met de vorm. Want hoewel ze ook Turkse ravioli worden genoemd, volgens het alwetende internet, is de Italiaanse tegenhanger relatief makkelijk te maken. Een lap deeg, kleine hoopjes met vulling, een tweede deellaag erop en vervolgens snijden. Klaar. Manti, in bijna elke vorm vraagt meer werk, aangezien elke dumping, van klein tot groot handmatig zijn vorm krijgt. Ik zie voor me hoe Turkse oma’s eindeloos kleine manti vouwen. Zoals Italiaanse nonna’s met eindeloos geduld tortellini maken. Want tortellini heeft meer overeenkomsten met manti dan ravioli lijkt me.

Nu kent de Turkse manti een bijzondere variant, namelijk de boş mantı, oftewel een lege manti. Een dumpling zonder vulling! En ineens lijkt het op Italiaanse pasta. Behalve dat Italiaanse pasta gemaakt wordt van durumtarwe, een harde tarwe, die de Italiaanse pasta zijn kenmerkende stevige bite geeft. Dit in tegenstelling tot de Turkse manti, die een veel zachtere bite heeft, ook de gedroogde versie na het koken. Misschien ligt daar ook wel mijn persoonlijke voorkeur voor Aziatische noedels in plaats van Italiaanse pasta. Nog afgezien van het grote verschil in kruiden, specerijen en alle andere smaakmakers. Pasta en manti, allebei gemaakt van tarwe, maar met twee verschillende eetervaringen.

Lees Meer Lees Meer

Kip ‘saté-salade’

Kip ‘saté-salade’

De meeste mensen zullen een guilty pleasure hebben als het gaat om eten. Voor opvallend veel vrouwen is dat chocolade heb ik mij laten vertellen. Mannen heb dat minder volgens mij. Of ze durven er niet voor uit te komen en zitten nog in de chocoladekast. Zelf ben ik niet zo’n liefhebber van chocolade. Eigenlijk ben ik nooit verder gekomen dan de chocoladeletter met Sinterklaas. Ik ben meer van de hartige dingen, zoals kaas en droge worst.

Sommigen doen alles voor een droge worst. En dan vooral die van lokale slagers en ze zijn dan ook niet beroerd om daar een stukje voor om te rijden. Ik heb zelfs adresjes. En sommigen kun je ’s nachts wakker maken voor een stukje kaas. Anderen doen weer alles voor een broodje bakkeljauw. Ieder heeft een favoriet. Misschien zelfs wel meer dan eentje. Ik kan er in ieder geval wel een paar bedenken voor mezelf. Eén daarvan is pindasaus. Guilty pleasure heet dat.

Vroeger kende ik pindasaus alleen van de saté bij de lokale Chinees. Toen vond ik dat ontzettend lekker. Lekkerder dan die stokjes met vlees eigenlijk. Later at ik eens bij Moluks klasgenootje en daar proefde ik echte pindasaus. Een verslaving was geboren. In mijn studententijd maakte ik voor het eerst gebakken rijst met pindasaus. Meer heeft een student toch niet nodig? In mijn vegajaren heb ik daarna opvallend vaak gado-gado gegeten. Groenten, dus gezond was de legitieme verantwoording. Ik hoorde ook nooit iemand klagen…

Weer later maakte ik kennis met pindasoep. Pindasaus om te drinken! En weer later leerde ik pindasoep in Suriname kennen. En petjel, een van oorsprong Indonesisch gerecht. Het smaakt in Suriname toch anders, en dan niet alleen omdat je in de euforie van het buitenlandse eten zit.

Nu eet je pindasaus doorgaans warm of lauw. Eigenlijk nooit koud. Tenzij je snoept uit de koelkast. Ik noem geen namen… Er is echter iets kouds te koop in de supermarkt dat om pindasaus draait: kipsaté-salade. Technisch gezien is het natuurlijk helemaal geen saté, maar die discussie laten we even voor wat is.

Jarenlang had die kipsaté-salade in de koeling een bepaalde aantrekkingskracht op mij, maar ik kocht het niet. Koude pindasaus en dat kipsaté noemen, dat kon toch niet. Ik weigerde het te kopen. Tot het moment dat het lichaam sterker was dan de geest…

De eerste keer viel een beetje tegen. Kleine blokjes kip in een overdadige saus. Heel veel meer saus dan kip zelfs. En het leek niet echt op pindasaus vond ik. Ik voelde mij enigszins bekocht. Ik liet het voor wat het was en het zou een tijd duren voordat ik een hernieuwde poging deed met een ander merk. Toen ik dat uiteindelijk deed was er weliswaar beduidend meer kip in die kipsaté-salade, maar ook weer blokjes kip. Dat moest toch beter kunnen. Net als de saus. Met alle middelen om de saus houdbaar en presentabel te houden, werd de smaak er niet beter op.

Tijd om zelf aan de slag te gaan. Onderstaand recept is het resultaat van proberen en verbeteren. Een beetje met vallen en opstaan, maar vanaf de eerste versie in ieder geval zonder vierkante blokjes kip.

Er is overigens een probleem met koude pindasaus. Die gaat namelijk schiften. En dat maakt het niet aantrekkelijk om naar te kijken. Iedereen die pindasaus laat afkoelen, kent het probleem: de olie komt boven drijven. Om dat te voorkomen moet je een stof toevoegen die dat tegengaat. Een slimme oplossing is om een bestaande emulsie toe te voegen, een mengel van olie en water dat normaal gesproken niet bindt. Veel mensen hebben zo’n emulsie standaard in huis, namelijk in de vorm van mayonaise.

Lees Meer Lees Meer

Een soort van nasi goreng en een soort van Generaal Tso’s kip

Een soort van nasi goreng en een soort van Generaal Tso’s kip

Het is geen echte nasi goreng. En het is geen echte kip van generaal Tso. Want wat ingrediënten weggelaten en andere hoeveelheden gebruikt. Noem het geïnspireerd op.

Kip. In mijn jeugd vierde ik een deel van de lange zomervakanties op de boerderij van een oom en tante. Die van de boerderij met de heel veel noten producerende walnotenboom.

Dat verblijf was de eerste keer confronterend. Onze moeder kocht kip bij de poulier, en ander vlees én kant-en-klare nasi bij een slager. Niet de slager die het dichtste bij ons huis was. Kwaliteit telde.

Op de boerderij van die oom en tante hadden ze een kippenren, inclusief een groot grasveld, gedeeltelijk onder de walnotenboom. Elke ochtend mocht ik verse eieren ophalen uit het nachthok, voor bij het ontbijt.

Het zal op de 3e of 4e dag zijn geweest dat mij werd gevraagd of ik kip wilde eten die avond. Kip, lekker, dus ja.

Wist ik veel dat ze vlees niet altijd bij de slager kochten, maar soms zelf slachten. Nu was slachten an sich mij niet onbekend. De verhalen hoe de grootouders vroeger zelf elk jaar een varken slachtte kende ik goed: balkenbrij.

Vlak bij onze school was een hele grote professionele varkensslachterij, volgens de normen van die tijd dan. Als je er langs reed op de fiets kon je de rijen varkens goed horen en ook goed zien hangen aan haken aan een soort van lopende band. Andere tijden.

Ook niet onbekend was dat je kippen op een kippenboerderij levend kon zien lopen en dat we dan zelf de kip uitzochten die die avond op onze borden zou liggen. Dat kwam door de grootvader die zeer goed kon koken.

Op de boerderij pakte de tante op die 3e of 4e dag een kip uit de ren, ging op een stoel zitten buiten de ren, en voor de ogen van de andere kippen – en mij – werd de uitverkoren kip, die spartelde met de poten, met een ferme klap van een hakmes onthoofd. De rest van de kip ontsnapte, gleed naar de grond en het spartelen ging over in lopen. Lopen, een kip zonder kop! Mijn kant op ook nog. Niet lang gelukkig. Weer terug op school geloofde niemand mij.

Of de tante die kip bewust los liet zodat de kip ging lopen, voor mij, of dat de kip echt weggleed heb ik nooit gevraagd. Maar de al bloedend lopende kip ben ik nooit meer vergeten. Ik mocht ook toekijken hoe de kip meteen werd geplukt. Wel ’s avonds gewoon kip gegeten, uiteraard.

Dat eerder al spartelen van de kip is wel belangrijk voor het lopen zonder kop. De hersenen van kippen zijn nodig om het lopen te starten en te stoppen. Tijdens het lopen zijn ze niet nodig. Daarvoor volstaan naar verluidt de zenuwen in de ruggengraat. En daardoor kan een kip zonder kop wel een paar minuten blijven lopen, tot de zuurstof en energie op is.

Verder een leuke tijd gehad. Varkens voeren, hokken schoonmaken, onkruid wieden, groenten oogsten, pony’s gedekt zien worden door een op bezoek zijnde betaalde fokhengst en koeien over de weg verplaatsen naar een ander weiland.

Mijn geheugen vertelt me dat ik niet veel langer was dan de schoft van die hele grote koe hoog was. Ik zal statistisch gezien ongeveer 12 jaar oud zijn geweest. De stadse ik keek zijn ogen uit. Later, jaren later, toen ik volgens de wet volwassen was, kreeg ik alsnog te horen dat de koe die ik aan een touw over de weg begeleidde zo mak was dat zij ook wel alleen en losgelaten achter de andere koeien aan was gelopen. Geeft niets, mijn jongere ik had een spannend avontuur beleefd.

Kip, we zijn het blijven eten. Vroeger hele kip in het ouderlijk huis, later kippenbouten en -poten. Tegenwoordig vaak kippendijen. Zo ook hier.

Opgebakken rijst en sticky stukjes kip. Allebei heerlijk. Hier de maaltijd daarom geïnspireerd door en losjes gebaseerd op een soort van combinatie van nasi goreng en de kip van generaal Tso, die hij nooit gezien heeft.

En een restant aan plakjes Zeeuws spek. Zeeuws spek wordt niet gerookt. Wel gepekeld, gemarineerd en vervolgens langzaam gegaard. Dat garen werd traditioneel gedaan door het te koken. Nu vaak via een grill. Dat hoor je op de verpakking te kunnen lezen. Zeeuws spek is anders dan alle andere soorten spek die ik ken. Lekker ook.

Lees Meer Lees Meer

Broodje kip kerrie masala

Broodje kip kerrie masala

Ik kreeg plots de opmerking via de app dat ik al in geen jaar een gevuld broodje op Reutel had gepost. Niets meer, maar er sprak enige verwondering uit. Hoe dat toch mogelijk was. Ik geef toe, voor de hoeveelheid broodjes die ik maak, is er afgelopen jaar opvallend weinig gepubliceerd. Dat komt deels ook omdat ik afgelopen vooral in de ban was van Surinaamse broodjes, dat wil zeggen bakkeljauw, kip masala, kip ketjap en masala-eieren. Afgewisseld met wat varianten daarop, zoals de ajam smoor met kippenmaagjes. Van variatie gaat een mens eten tenslotte. Bovendien, never change a winning broodje.

Maar speciaal voor mijn medeblogger wilde ik graag een nieuw broodjes recept. Maar wat? Mijn favoriete salades op een broodje zijn een eenvoudige eiersalade of een tonijnsalade. Met name de tonijnsalade is zo gemaakt. Nu heb je in de winkel tegenwoordig allerlei vreemde salades, zoals een ‘gevuld eitje salade’. Als het geen gevuld ei is, maar volledig geprakt is het toch geen gevuld eitje salade? Of ligt dat aan mij? Er is ook een Vlam!salade, gebaseerd op de bekende Vlammetjes, maar dan zonder Vlammetjes… En Oude Kaas salade.  Ik denk dan neem gewoon een plak kaas en als je dan per se een vette hap wil, smeer er dan een kledder mayo overheen. Wel minder aantrekkelijk voor een toastje, dat geef ik toe. Maar de kaassalade heb ik een keer geproefd (niet gekocht, ben niet gek), maar dat is dus echt niks voor mij. Het is dan wel kaas wat er in zit (tussen de 27 en 29% zie ik bij de verschillende merken), maar het is niet mijn keus voor een smakelijk broodje. Wat te denken van een kip samba-salade? Geen idee hoe dat moet smaken, maar de kleur staat mij al niet aan.

Gelukkig bestaat er nog wel iets als een (ik zou bijna zeggen ouderwetse) kip-kerrie salade. Nu vind ik die op zich niet bijzonder, maar ik kan er wel een smakelijke twist aan geven! In plaats van kerrie gebruik ik Surinaamse masalakruiden. Dat betekent in ieder geval dat je de masala moet bakken, waar je dat met gewone kerrie niet hoeft te doen. En ik vind gesneden blokjes kip in een salade stom, dat smeert toch helemaal niet lekker. Dus dat wordt kip pocheren en dan in reepjes scheuren.

Dus, speciaal voor de medeblogger: Surinaamse kip kerrie masala-salade.

Lees Meer Lees Meer

Rood gestoofde kippennekken

Rood gestoofde kippennekken

Wie goed op de vleesafdeling rondkijkt in de supermarkt, ziet voornamelijk keurige lapjes vlees en kip. En veel bewerkt vlees. Lag er vroeger hooguit een gehaktschnitzel naast de varkensschnitzel, tegenwoordig vind je naast de kipschnitzel allerlei delen van de kip die gepaneerd verkocht worden, meestal bestaand uit samengestelde delen of gemalen vlees overigens. En steeds meer voorgekruid vlees. Naast de kipgyros, kipshoarma zag ik gisteren de kipkebab liggen. Het lijkt uiteraard in de verste verte niet op kebab, er worden wat kebabkruiden over kip gestrooid et voila, kip kebab, maar dat mag de pret niet drukken. Tot voor kort kon ik er lamsshoarma krijgen, maar de schapruimte is ingenomen door een zoveelste worstje in een of andere marinade. De eerlijkheid gebied te zeggen dat ik eigenlijk niet weet waar ik over praat, want ik koop zelden al dat soort vreemde uitwassen. Lijkt me op zich logisch, want dergelijke producten zullen niet de beste kwaliteit vlees bevatten, maar vooral het restvlees dat overblijft na de reguliere slacht, zogeheten separatorvlees. Niks mis mee overigens om alles te benutten. Maar ik breng graag het vlees zelf op smaak.

Overigens verkoopt mijn super nog wel kippenlevertjes. Dat dan weer wel. Kippenlevertjes staan op het lijstje, maar ik ben huiverig vanwege de lever van vroeger. Alleen al de lucht… Wel oefende ik alvast in Suriname met broodjes kippenlever, verslavend lekker. Maar zelf bereiden is dan toch een kleine drempel.

Ik ben dus wel een voorstander van het benutten van het hele dier. Vroeger werd er weinig verspild na de slacht. Van staart tot kop werd benut. Bij onze beider ouders thuis werden vroeger varkens en kippen geslacht. En in ieder geval een van onze oma’s maakte zelf balkenbrij van de kop van het varken. Iets wat overigens op ons gezamenlijk lijstje staat om te maken. Uitdagingen moet je tenslotte blijven houden…

Ik heb intussen al veel zogenaamde incourante delen gegeten. Van kippenmaagjes tot kippenpoten (de echte poot dus), van runderlong tot eendentongetjes. De Chinese keuken heeft daar wel een flinke bijdrage aan geleverd overigens. Van lever word ik echter niet warm en zwezerik laat ik ook liever liggen. En niertjes eten laat ik graag aan anderen over. Ik eet dan liever kwal, wat overigens spannender klinkt dan het is.

Vroeger haalde onze moeder kip bij de poelier. Supermarkten waren er nog amper en daar werd bovendien geen vlees gehaald. Vleeswaren werd gehaald bij de buurtwinkel, varkens- en rundvlees bij de slager en kip bij de poelier. De markt was vooral voor groente en fruit en soms vis.

Af en toe mochten we mee naar de poelier en keken dan met grote ogen naar de fazanten die aan de muur hingen. Aan de buitenzijde van het historisch pand in plaats van een uithangbord een gesmede fazant.

“Uithangteken, voorstellende een fazant aan gevel van winkel van poelier G. Eltink, vervaardigd door de siersmid Willem Veltien.” (Fotograaf A.Peet. Collectie Historisch Centrum Overijssel – vestiging Deventer)

En als er een hele kip werd gekocht, dan zat er altijd iets in die kip. Een plastic zakje met het hartje en het levertje en ook de kippennek. Dat werd uiteraard niet weggegooid, maar werd door onze ouders zelf opgegeten, wetende dat zoonliefs daar niet naar taanden. De kippennek was voor onze moeder, die genoot daar duidelijk van. Toen we groter werden kwam er minder vaak een hele kip op tafel en vaker een geroosterde kippenpoot en verdwenen de ingewanden uit beeld.

Geen fan van botjes in je vlees? Sla deze dan maar beter over.

Ik wilde mijzelf trakteren op een lekker stukje kaas en ging daarvoor naar de Hanos, die een fantastische kaasafdeling hebben. Tot mijn verrassing hadden ze Comté Prestige. De omschrijving van Hanos: “Parel onder de Comté, minimaal 24 maanden gerijpt door de affineurs van Hennart, instens van smaak met heerlijke kristallen […]”. Als een kind zo blij liep ik naar de kassa met mijn stukje kaas. Dan moet je door de vleesafdeling (hoeft niet, maar is een leuk loopje) en daar viel mijn oog op de kippennekken. Een kilo voor nog geen 4 euro. Ik herinnerde me gelijk de poelier van vroeger en het zakje in de kip. Geen idee wat ik met die kippennekken zou gaan doen, maar zo lagen er plots twee artikelen in mijn winkelwagentje.

Veel vlees zit er niet aan een kippennek, maar door de marinade met genoeg smaak.

Lees Meer Lees Meer

3 soorten risotto, kippendijen, bimi en Grana Padano, én de invasie van Italiaanse flamingo’s

3 soorten risotto, kippendijen, bimi en Grana Padano, én de invasie van Italiaanse flamingo’s

Risotto. Heerlijk. We eten het zeer regelmatig. Waarbij een ruime meerderheid van onze gevarieerde risotto-maaltijden Reutel niet eens haalt.

Dat regelmatig risotto eten komt mogelijk in gevaar. En wel door flamingo’s. Vanaf 10 juli 2025 berichten steeds meer nieuwsbrengers over de invasie van flamingo’s in Italiaanse risotto rijstvelden.

Er waren al langer flamingo’s in de delta van de rivier de Po, aan de oostkust van de regio Emilia-Romagna. En wel in de provincie Ferrara, in een reservaat en regionaal park aan de kust. Dat het een reservaat is komt naar verluidt juist door de aanwezigheid van flamingo’s.

Sinds kort hebben ze zich ook meer landinwaarts gesetteld, middenin de risotto producerende omgeving van de provincie Ferrara. Zelfde provincie, dit keer niet aan de kust maar in de ondergelopen rijstvelden. Een perfect foerageergebied voor flamingo’s.

Van de late lente tot de vroege zomer staan de risotto rijstvelden onder water om de geplante rijstzaden te laten ontkiemen. En flamingo’s zijn dol op foerageren in een laagje water.

Ze eten de rijstplanten niet op, maar woelen in de bodem om onder andere larven, schaaldieren, wormen, insecten en algen op te eten. Door dat woelen ontkiemen zaden niet en blijven de rijstplanten niet overeind staan. Er worden oogstverliezen van 90% voorspeld. Daar wordt je als risotto-boer niet blij van.

Na de zomer staan de velden niet meer onder water, dus de flamingo’s zullen weer vertrekken. Komen ze volgend jaar terug? Niemand weet het nog.

Je kunt wilde flamingo’s ook dichter bij huis zien. Op het Flamingoinseln in het Zwillbrocker Venn, 700 meter over de grens, in Duitsland. Mooie wandelroutes en er staan kijkhuisjes. De 40 tot 50 flamingo’s verblijven er ongeveer van april tot en met juli. Wel een verrekijker meenemen, want het eiland ligt bijna 200 meter van de kijkplekken af.

Lees Meer Lees Meer

Zwarte bonenburger met noten én whisky saus

Zwarte bonenburger met noten én whisky saus

Lekkere broodjes met iets ertussen. Of het nu hamburgers zijn of vega-burgers. Broodjes met iets ertussen zijn populair bij ons. Bijvoorbeeld als dat ertussen zwarte bonen als basis heeft. Met soms een whisky saus erop.

Net als bij ‘zwarte-bonen burger‘ kan je over ‘whisky saus’ en ‘whiskysaus’ een lange discussie starten over spellingsregels. Whisky is een woord dat buiten Nederland is bedacht. Daarmee was vroeger ‘whisky saus’ de correcte spelling. Tegenwoordig mag er veel meer en lijkt ‘whiskysaus’ de voorkeur te krijgen. Whisky blijkt inmiddels ingeburgerd te zijn in Nederland.

Door die whisky saus is het geen vegetarische maaltijd. Hoewel, je hebt vegetariërs en vegetariërs. Voeg je er kenmerken aan toe dan krijgen je al snel je eigen stempel. Veel gebruikte woorden zijn pescotariër, lactovegetariër, ovo-vegetariër, lacto-ovo vegetariër en pollotariër. En dan heb je nog de extremen flexitariër en veganist. Vertel wat je wel en niet eet, en de mensheid heeft er een stempel voor. Onze favoriet? Pescolactoövotariër.

In deze kant-en-klare whisky saus (of whisky cocktail, of whisky cocktailsaus) zit onder andere tomaat, mosterd, eigeel, ansjovis, worcestersaus (die zelf ook ansjovis bevat), paprika en melk. En die combinatie van ingrediënten klinkt gewoon goed. Makkelijk zelf te maken met wat eetlepels yoghurt en afgestreken theelepels van de rest van de ingrediënten. Maar ja, die fles staat dus altijd in onze koelkast.

Er zit ook nog een ruime hoeveelheid whisky in, wel 0,5%! (De hoeveelheid whisky verschilt per merk.) Het heet whisky saus, maar er zit nauwelijks whisky in. Zal juridisch wel kloppen.

Alcoholische dranken in eten vinden wij niet altijd even geslaagd. Tenzij de alcohol grotendeels verdampt, zoals bij risotto.  Dus garnalen in een cocktailsaus met sherry, brrr. Irish coffee, met Ierse whiskey, brrr. En dat terwijl een goede sherry en een goede whisk(e)y stand alone en op de goede temperatuur niet te versmaden zijn. Net als goed geprepareerde garnalen en een kop echte koffie. Het zijn maar meningen uiteraard. Ðé uitzondering is alcohol in cheesecakes. Heerlijk.

Hier zit dus erg weinig whisky in de saus, dat je die niet echt proeft, en toch ook, echt niet proeft. In authentieke Schotse whisky saus zijn de verhoudingen van de ingrediënten echt anders. Daar proef je de whisky wel, zeker als je het wel zelf maakt. Ook heerlijk.

Waar komt die whiskysaus oorspronkelijk vandaan? Iedereen denkt dan als eerste aan Schotland. Maar inmiddels wordt in zo’n beetje elk Europees land wel whisky gemaakt. Ook in Nederland zijn er veel distileerderijen die zich met whisky bezighouden. Nu zijn er meerdere soorten whisky, niet allemaal van dezelfde kwaliteit.

Die whisky in de kant-en-klare saus zal niet een single malt whisky zijn. Lekker, maar ook heel erg duur, zeker na Brexit. En ook geen blend, daar zitten ook malt whiskies in. Ik vermoed eerder een grain whisky, een massaproduct die lang niet zo lang rijpt als malts en blends. En die toch bij bepaalde merken nog steeds pareltjes oplevert. Het whisky saus merk meldt er echter niets over op hun website zo te zien. Grain whisky?

We hebben een fan in ons huishouden, dus die whisky saus in een fles is altijd op voorraad. Whisky saus, een quilty pleasure. Dus de uitnodiging/uitdaging aangenomen om ook eens een keer whisky saus op een burger te draperen. De keuze viel op een zwarte bonenburger. Dus deze keer kant-en-klare whisky saus toegevoegd, als snelle en makkelijke variatie op een eigen verzinsel.

Zwarte bonenburger met noten en whisky saus, als variatie op onze andere zwarte bonenburgers. Met veel fijngemalen noten en niet met minder en grof gevijzelde noten. Meteen een totaal andere textuur.

Lees Meer Lees Meer

Roti kip zonder roti

Roti kip zonder roti

Ik heb er best lang over gedaan om roti kip tot mijn favorieten te rekenen. Het heeft eerlijk gezegd ook wel lang geduurd voordat ik tevreden was met de smaken. De kunst volgens mij: niet te zuinig met de masala, géén kruimelige aardappelen, kip met bot en lang genoeg laten stoven.

Roti is een erfenis van de Hindoestaanse gemeenschap van Suriname, waarvan de wortels in India liggen. Over de geschiedenis van de Hindostanen schreef ik al eerder. Intussen heb ik dat recept voor de masala kip wat aangepast naar het onderstaande.

Roti is de Surinaamse versie van chapatis, een Indiaas platbrood. De Surinaamse roti plaat heb ik in India nooit gegeten, wel chapatis, dat over het algemeen dunner en kleiner is. Wellicht is het streekgebonden, de keukens van India zijn bijna niet te tellen. Ik moet mij daar eens in verdiepen. Je kunt het uiteraard zelf maken, maar als ik roti eet, dan koop ik mijn roti platen bij de toko. Soms vers, soms uit de vriezer.

Roti eet ik dus maar af en toe en dat komt vooral omdat een roti best groot is en als deze gevuld is met aardappel of met dahl, het wel erg machtig wordt. Daarentegen kun je roti kip ook prima zonder roti eten! Sterker nog dus, ik eet het vaker zonder dan mét.

En koos ik eerder vaker voor kipfilet, tegenwoordig eet ik het meestal met kippendijen met rugstuk. Je zou ook drumsticks kunnen gebruiken of zelfs drumettes, hoewel ik de laatste daarvoor ietwat te ielig vindt. Ik laat de kippendijen met rugstuk heel, eventueel kun je wat inkepingen in het vlees maken. Maar als je het vlees goed laat stoven, zal je aan smaak niets tekort komen.

Lees Meer Lees Meer

Krokante kippenvleugels uit de oven met Vietnamese sticky saus

Krokante kippenvleugels uit de oven met Vietnamese sticky saus

Terwijl de medeblogger de ene na de andere uitgebreide en doorwrochte blog uit zijn hoge hoed tovert (hoe hoog is die hoed wel niet?), is deze blogger niet altijd even geïnspireerd. Wel in eten, maar niet in verhaaltjes schrijven. Vandaag was daar een duidelijke oorzaak voor aan te wijzen.

Er was iets te vieren en daar moest op gegeten worden. Al een paar dagen liep ik mij erop te verheugen en was ik druk doende te bepalen wat er gegeten zou kunnen worden. Een restaurant was de eerste keuze, maar ja, maandag. Dan zijn veel restaurants gesloten. En ik heb een bescheiden aantal principes, waaronder dat ik geen eten aan huis laat bezorgen. Of ik kook zelf, of ik eet elders. De enige uitzondering was de afhaalmaaltijd (dus niet de bezorgmaaltijd) van de Chinees. Was, want ‘mijn’  Chinees is al driekwart jaar geleden gesloten. Waar haal ik nu mijn loempia vandaan? Mijn noodscenario dat toch een paar keer per jaar dankbaar werd toegepast na een hele lange werkdag en bijbehorende autorit. Driekwart jaar later weet ik het nog steeds niet en blijf ik verstoken van een fatsoenlijke loempia.

Mijn noodscenario is intussen overigens gyoza uit de vriezer. Maar om die te bereiden is er geen nood meer nodig… En om iets te vieren dan ook te gewoon. Ik besloot in Utrecht naar de toko te gaan. De gedachte aan vers gemaakte char siu deed mij al watertanden. Net zoals de gedachte aan een bara. Een bara gevuld met char siu, een likje Surinaamse chutney of sambal en wellicht wat taugé en een beetje lenteui.

Na wat online overleggen in de ochtend nam ik de middag vrij en toog de grote stad in. De provinciaal is nooit helemaal uit mij verdwenen. Ik was amper de eerste wegwerkzaamheden gepasseerd of ik stond voor de tweede keer stil. Dit keer in een lange file voor een kruispunt, net achter een brug. Ik kom er al tientallen jaren langsgereden en nog nooit heb ik hier in een file gestaan. Een stief kwartiertje later bleek waarom. De doorgaande weg richting toko werd verbouwd, ingericht als ‘boulevard’, wat niet per se iets positiefs op gaat leveren, zeker niet gezien het verkeerspleinachtige karakter van het geheel. Geen paniek. Naar rechts, richting Amsterdamsestraatweg. Die zou nu toch wel een keer klaar zijn. Nauwelijks was ik het station gepasseerd of de rood-witte blokken stapelden zich op. Nog steeds was ik niet uit het veld geslagen, want als voormalige fietser in de stad Utrecht wist ik een kwartier later een parkeerplek te vinden in een zijstraat van de Straatweg, net om de hoek bij de toko. Vol goede moed stapte ik de toko binnen. En daar stapelden de teleurstellingen zich op. Blijkbaar zorgden de wegwerkzaamheden ervoor dat de toko enige bevoorradingsproblemen had. Geen char siu en ook geen bara’s. Geen eend ook, iets wat ik ter plekke bedacht. Teleurgesteld verliet ik even later de toko met een zakje taugé. En nog wat andere zaken die in de voorraadkast aangevuld moest worden.

Gelukkig had ik nog enige tijd om na te denken over wat ik nu uiteindelijk zou gaan eten, ik had immers nog een paar wegwerkzaamheden te gaan. Kruip door, sluip door op de fiets gaat met de auto niet altijd op, dus nadat ik een rondje had gereden was ik eindelijk op weg. En bedacht ik mij dat er gelukkig altijd nog altijd mijn vertrouwde Turkse supermarktje is.

Een broodjesmaaltijd zou het worden met een Koreaans komkommersalade en als extraatje kippenvleugels, op z’n Vietnamees, sticky, spicy en salty. Ik at ze voor het eerst een aantal jaren geleden als voorafje in voormalig Oost-Berlijn, waar tal van voormalige Vietnamese gastarbeiders restaurantjes zijn begonnen. Ik schreef er al eerder over met Vietnamese kip op een stokje. Maar een aanrader dus, voor een ieder die Berlijn aandoet.

Hoe een teleurstellende middag toch nog in een feestelijke maaltijd eindigde.

Lees Meer Lees Meer

Char Siu – Kippenvleugels

Char Siu – Kippenvleugels

Voordeel van mijn werk is dat ik regelmatig op pad ben en door het hele land kom. En ook eet. Niets zo belangrijk bij een dagje buiten werken als de lunch, zeker als het vriest of regent. Even een moment om op temperatuur te komen of gewoon om rustig bij te komen. Mijn voorliefde voor een spiegelei op brood mag bekend zijn, evenals de huisgemaakte kroket op brood. Die beiden komen samen in het twaalfuurtje, meestal met een kom soep en wat salade. Dat laatste is meestal niks, tenzij het een huisgemaakte huzarensalade is.  De lezer begrijpt intussen wel dat mijn voorkeur ligt bij een wat meer inventiever kok die meer doet dan een blik soep opwarmen of een fabriekskroket frituren.

Onlangs was ik in Zeeuws-Vlaanderen en de omvang van het werk en de afstand noopten tot overnachten. De kunst is dan in eerste instantie een goed hotel te vinden dat ten eerste goede bedden heeft en ten tweede een goed ontbijt serveert. Helaas kun je beide niet van te voren testen en zijn reviews ook niet zaligmakend. Meestal gaat het gelukkig goed, zo ook dit keer in Sluis. Met een uitstekend ontbijtbuffet, inclusief spiegelei met zachte dooier! Vers gebakken broodjes van de bakker en genoeg vers fruit voor een weeshuis. Mijn dag kon niet meer stuk. De lunch elders in Zeeuws-Vlaanderen op dag 2 vergrote het plezier nog verder. Een huisgemaakte (ronde) kroket met Brugse kaas op brood met in plaats van mosterd een uiencompote. Beste kaaskroket ever! De vorm van de kroket was al bijzonder, de smaak des temeer. De uiencompote paste bovendien perfect bij de kaaskroket.

Het avondeten is altijd lastig. En dat komt met name door mij. Ik ben erg kieskeurig met restaurants. Bovenal wil ik graag een fatsoenlijk maal, want ik wil niet twee uur later op mijn hotelkamer zitten met een knorrende maag. Even een stukje kaas uit de minibar pakken is er immers niet bij. Mijn collega’s weten dat gelukkig en doen niet moeilijk. Doorgaans ook omdat ik mij van te voren ruimschoots heb verdiept wat voor restaurants er zijn en waar iedereen iets van zijn gading kan vinden. En af en toe bind ik in, als er ergens een sterke voorkeur ligt. De eerste avond was iedereen moe en we besloten in een pizzeria te gaan eten. Mijn voorgerecht was risicovol, want gefrituurde calamares, inktvisringen, zijn snel te lang gebakken en dan rubber en vaak voorzien van een te dik deegjasje. Maar nee, niets van dit alles. De pijlinktvis was perfect gegaard met een subtiel laagje deeg. De pizza die daarop volgde met ansjovis en kappertjes op een dunne bodem maakten de maaltijd compleet.

De volgende dag bracht de lunch een twaalfuurtje met vis, je bent tenslotte in Zeeuws-Vlaanderen. Een pittige visbouillon met een flinke garnaal, stokbrood met gerookte zalm en een huisgemaakte garnalenkroket, zonder brood evenwel. Een redelijke lichte lunch, maar wel heel smakelijk. De collega die dezelfde keuze had gemaakt beaamde dat.  In de avond zouden we net over de grens in Brugge een Thais restaurant bezoeken, we moesten tenslotte toch in de buurt zijn. Helaas stonden we voor de dichte deur: “wegens onvoorziene omstandigheden gesloten”. Teleurgesteld dropen wij af en al snel werd tot alternatief ‘patat” geroepen, of beter ‘friet’ zoals men in België pleegt te zeggen.

Heel spannend werd het avondeten daardoor niet, maar goede friet is altijd lekker. Een van de collega’s nam een gefrituurde halve kip bij de patat. Is weer eens wat anders dan een frikandel of berenklauw met pindasaus moet hij gedacht hebben. Zou ik niet snel doen. Maar ik moest ineens denken aan de gebakken kippenvleugeltjes die we vroeger soms op zaterdagavond aten. Als snack. Was weer eens wat anders dan de chips. Niemand klaagde er ooit over. Het was ook een traktatie die iedereen smakelijk op at. Onze moeder bakte de kippenvleugels ’s middags en warmde ze ’s avonds even op. Als de servetten uit de kast kwamen wisten we hoe laat het was!

Zelf wil ik ook wel eens kippenvleugels bereiden, ook als extraatje: kippenvleugels char siu. Char Siu is natuurlijk geroosterd varkensvlees, maar de marinade leent zich ook bij uitstek goed voor kip. Ik rooster de kip in de oven. De kip moet een paar uur marineren, maar met 35 minuten in de oven, iets langer als je het vel wat krokanter wilt hebben, en klaar is je snack!

Lees Meer Lees Meer