Archief van
Categorie: Koekje

12 platte koekjes met roomkaas en vanille-extract

12 platte koekjes met roomkaas en vanille-extract

We gaan 12 koekjes 12 minuten lang bakken in de oven, en dat 2 keer. U denkt er vast niet elke dag aan, maar 12 is best een opvallend getal. Zowel in de wetenschap als in diverse culturen op deze planeet.

12, daar heeft een groot deel van de mensheid wat mee. Maar niet iedereen! Bijvoorbeeld de mensen van de Pirahã stam in het Amazone gebied kennen het getal 12 niet. Sterker nog, ze hebben wel woorden voor 1 en 2, maar voor hoeveelheden groter dan 2 gebruiken ze een woord dat ‘veel of ‘meer’ betekent. Jammer voor wiskundigen, maar tellen is niet nodig om te overleven in de jungle. Hoe de Pirahã weten hoeveel, als in aantallen, eten ze moeten pakken voor een groep van zeg 15 mensen is mij niet bekend. Hun besef van hoeveelheden is complex [1].

Zelf vind ik 2 ook een mooi getal. Onoverkomelijk, zelfs in het binaire talstelsel waar computers op gebaseerd zijn. Zelfs, of juist, als je rekent met alleen 0 en 1, heb je 2 getallen. Begin je met 0 en 1, krijg je 2 er gratis bij. Bovendien is 2 het enige even priemgetal. Maar de getallen 0, 1 en 2 zeggen nog niets over relaties tussen deze getallen. Dat 1+1=2 echt waar is, is formeel voor het eerst bewezen in de Principia Mathematica (1910-1913), van Bertrand Russell en Alfred North Whitehead. Het is een lijvig document omdat ze eerst wiskundig definieerden wat bijvoorbeeld 0 en 1 zijn in termen van verzamelingen. (Een uitleg is te vinden in [2].)

12 is een belangrijk getal voor de mensheid. We komen het echt overal tegen. Er zijn 12 maanden in een jaar, met meestal 12 volle manen, soms 13. De cyclus begon en begint opnieuw als de sterren op dezelfde plek staan als een jaar eerder. Astronomie was al vroeg belangrijk voor homo sapiens, daar kon je kalenders mee maken. En met kalenders kan je het zaaien en oogsten plannen.

Babyloniërs en Oud Egyptenaren telden tot 12 op 1 hand. Elke vinger is door 2 gewrichten verdeeld in 3 delen. De 4 vingers leveren dan dat je tot 12 kunt tellen. In de bijbel komt het getal 12 veel voor, zo zijn er 12 apostelen. Ook in het boeddhisme en hindoeïsme is het getal 12 belangrijk.

In zowel de Chinese als de westerse astrologie komen 12 tekens voor. En in de Griekse mythologie moet Hercules 12 beproevingen ondergaan, en op z’n zachts gezegd waren dat uitdagende opdrachten.

De Zwitserse psychiater en psycholoog Carl Gustav Jung beschreef de volgens hem 12 persoonlijkheidstypen van mensen. En afgestuurde psychologen die aan het werk zijn gegaan als cursusbedenkers gaan ook regelmatig uit van 12 eigenschappen [3]. En er zijn nog heel veel meer voorbeelden van de menselijke voorkeur voor het getal 12. Ga je spirituele betekenissen aan getallen toekennen dan begeef je je in de esoterische leer van de numerologie. Verder van de wiskunde af kan je niet komen lijkt me.

12, dat komt ook terug in 1 van de meest mysterieuze fysieke objecten die de oud Romeinen ons hebben nagelaten: dodecaëders. Een dodecaëder is 1 van Plato’s 5 (meer zijn er niet) regelmatige veelvlakken in 3 dimensies [4]. Een kubus is zo’n regelmatig veelvlak, met 6 zijvlakken die allemaal een vierkant zijn. Regelmaat dus.

Een dodecaëder is een regelmatig twaalfvlak, met 12 regelmatige vijfhoeken als zijvlakken. Een oud Romeinse dodecaëder is een hol object van brons, met kleine bolletjes op de hoeken. Elk vlak heeft een ronde opening, van verschillende groottes. Er zijn er al ruim 130 gevonden, onder meer in Nederland [5] en België, maar de ware functie blijft tot op de dag van vandaag onbekend. Archeologen en historici tasten nog altijd in het duister over het doel van deze objecten. Dan komen amateurs graag helpen. Er zijn in de loop der tijd verschillende theorieën geopperd, maar geen enkele is bewezen [6]. Mysterieus, op z’n minst. 12, best een opvallend getal, het houdt maar niet op.

We gaan daarom maar eens 12 koekjes 12 minuten lang bakken in de oven. Wel koekjes uit de oude doos: wie wat bewaard heeft wat. Op een vergeeld stuk papier waar de foto ooit goudkleurige ietwat bolle koekjes liet zien met een donker randje. Gemaakt met onder andere de roomkaas MonChou. Ik vermoed dat het recept uit de eind jaren 70 of begin jaren 80 van de vorige eeuw komt. Waarschijnlijk uit de Tip.

We wilden platte koekjes, dus de bakpoeder weggelaten. En als roomkaas ‘Philadelphia original’ gekozen, want daar was nog wat van over in de koelkast. De roomkaas MonChou daarom niet gebruikt, ondanks dat het in het recept stond.

…

Lees Meer Lees Meer

Braziliaanse sequilhos koekjes, wel ietsjes anders

Braziliaanse sequilhos koekjes, wel ietsjes anders

Wij hebben altijd het geluk gehad, vinden we zelf, dat we al heel vroeg met mensen in aanraking kwamen die in andere landen zijn opgegroeid. Andere gewoontes en eetculturen verdienen respect, wederzijds. Gezellige eetavonden waren dan altijd een avontuur, ook al omdat we zelf in onze jongste jaren opgroeiden met vlees, groenten, aardappels en jus. Totdat macaroni de intrede deed. En de Tip!

Engelsen, Duitsers, Italianen, Mexicanen en Belgen behoren tot onze vriendenkring. Ik hoop dat ik geen nationaliteit vergeten ben, want via Google Translate schijnen ze mee te lezen. Daarnaast zijn er ook nog kennissen met andere nationaliteiten. We zien niet iedereen even vaak, uitgewaaierd als ze (al weer) zijn over Europa en de wereld. Videobellen lost het enigszins op, maar het is niet zo gezellig als bijpraten tijdens een uren durend etentje.

Als zo’n etentje is geweest, dan zitten wij voor even weer in een buitenlandse periode, lekkere maaltijden die de vrienden klaar maakten (ook in het verleden) komen dan weer langs, ook al zijn die vrienden, of wij, al weer huiswaarts getrokken.

Momenteel zitten we bijvoorbeeld even in een Braziliaanse periode. Dat komt door een tijdelijke nieuwe collega op het werk. Van oorsprong Braziliaans en die wil eigenlijk het liefst praten over eten. Ik offerde me op en toonde een welwillend oor; iemand moet het doen. Die nieuwe collega was niet zo onder de indruk van de Nederlandse keuken, hoewel de Indische rijsttafel wel al de aandacht had getrokken. En hij vond dat er in de grote stad wel heel veel verschillende restaurantjes waren; inderdaad, juist niet Nederlandse. Wel leuke Braziliaanse recepten meegekregen, waaronder deze.

In warme landen zijn maaltijden met gecondenseerde melk veel gebruikelijker dan bij ons. Het zit in blik, het bederft niet en is tevens lang houdbaar. Gecondenseerde melk is een crèmekleurige dikke vloeistof die zich met water makkelijk laat verdunnen. Water dat eerst zo zorgvuldig uit de melk is gehaald. In Brazilië, zeker een warm land, gebruiken ze gecondenseerde melk onder andere om er koekjes mee te maken: sequilhos. Kleine koekjes met een duidelijke afdruk van de tanden van een vork erin.

Die sequilhos koekjes worden in Brazilië gemaakt met maiszetmeel, in Nederland synoniem met de merknaam maizena. Surinaamse gomma koekjes worden ook van maïszetmeel gemaakt. Die koekjes hebben ook vaak een streepjes of ruitjespatroon bovenop als afdruk, maar minder scherp dan de lijntjes van de sequilhos. In gomma koekjes zit normaal gesproken geen gecondenseerde melk.

Maizena hebben we altijd wel in huis. Vooral in gebruik als sausjes, tegen alle regels in, door een verstoring ergens in het universum maar niet dik willen worden in onze keuken. Nieuw bevat het pakje 250 gram, maar datzelfde pakje staat er al een tijdje. Nog geen 50 gram zat er nog in. Te weinig voor de koekjes. Helemaal echte Braziliaanse sequilhos is dan voor een andere keer.

Wat ik wel tegenkwam was Zeeuwse bloem. Uit de tijd dat iedereen bloem en meel hamsterde, maar Zeeuwse bloem links liet liggen. Behalve wij blijkbaar. Zeer geschikt voor koekjes vindt men, maar je kan er ook gewoon broodjes mee maken. Na de corona lockdown zijn we gewoon Zeeuwse bloem blijven kopen.

…

Lees Meer Lees Meer

Gekke koekjes met de smaak van oliebollen, zonder frituur

Gekke koekjes met de smaak van oliebollen, zonder frituur

Zonder Monty Python’s Flying Circus had de wereld er vast en zeker heel anders uitgezien, qua absurdistische humor, inclusief sketches over eten [1]. Zou bijvoorbeeld de zwarte, satirische komedie SF TV-serie Avenue 5 (helaas maar 2 seizoenen) er anders zijn geweest. We zullen het nooit weten. Tijd daarom voor iets geks, oftewel, And Now for Something Completely Different [2].

Via een appje van een medebewoner kwam een foto met een internet link op mijn mobieltje. Het volgende appje meldde: kan jij dit eens maken? Op de foto waren koekjes te zien, gemaakt van kwark, bloem en rozijnen. Mooie licht gekleurde koekjes. Dus teruggeappt, ja hoor, gaan we doen.

Wel wat aanpassingen gedaan. Kwark vervangen door dikke Griekse yoghurt. De helft van de rozijnen vervangen door cranberry’s. Want cranberry’s en rozijnen gaan heel goed samen. En ook nog de olijfolie vervangen door arachideolie. Als laatste de gelijke verhouding van kwark en bloem, in grammen, veranderd naar 3:2 voor de Griekse yoghurt en de tarwebloem.

Gekke koekjes, door de kwark of yoghurt en de gedroogde vruchten. Is dat nog steeds een koekje of heeft het alleen de vorm van een koekje. Duidelijk een definitie kwestie. Geeft vorm de doorslag of de ingrediënten? Geven viskoekjes een antwoord? Duidelijk ook een open kwestie op het internet. Dat laten we dan maar even zo.

Vol goede moed aan de slag. Toen ik een pluk deeg losbrak van de homp deeg, draaide ik er zonder na te denken een balletje van. Het was duidelijk, het werden koekjes in de vorm van balletjes, elk met een diameter van ongeveer 5 centimeter.

18 minuten laten bakken in de oven bij 180°C. Er kwam geen geurtje uit de oven en na die 18 minuten waren het nog steeds hele bleke koekjes. Nog eens 5 minuten extra laten bakken. Dat hielp niet. Al etende bleken het sponsachtige koekjes. Niet echt lekker, op de gedroogde vruchten na. En was het binnenste nu wel of niet gaar?

Maar goed, net een kilo Griekse yoghurt gehaald, nog genoeg over en het was nog vroeg in de middag. Tijd genoeg voor een 2e batch. Oven op een hogere temperatuur, honing en bakpoeder toegevoegd, en nu wel de platte koekjesvorm gekozen.

Nu rook het ineens wel lekker tijdens het bakken in de oven.

…

Lees Meer Lees Meer

Kruukplaetjes uit Goeree-Overflakkee, poging 2

Kruukplaetjes uit Goeree-Overflakkee, poging 2

Al tijdens het bakken van poging 2 begreep ik ineens waarom er een wedstrijd in werd gehouden in Goeree-Overflakkee, om de wereldkampioen aan te wijzen [1]. Al kunnen de deelnemers natuurlijk ook alleen de best gelukte koekjes inzenden. Bakken van koekjes in een koekenpan. We hebben onze tips & trucs, al doende leert men, voor het mogelijk wel goed bakken van kruukplaetjes (bij ons tenminste) op het eind van dit blogje verzameld.

De medeblogger was een tijdje geleden beroepsmatig op het eiland Goeree-Overflakkee, in het zuiden van de provincie Zuid-Holland, en niet de provincie Zeeland, zoals de medeblogger mij op tijd corrigeerde. (Toch gek als je op de kaart kijkt!) Ik kreeg een appje van hem. Dan gaat het met aan zekerheid grenzende waarschijnlijk of over iets historisch of over iets met eten. 2 passies die we delen. Het bleek een foto te zijn van een kruukplaetje uit Goeree-Overflakkee, inclusief een bol vanille-ijs. Altijd iets lokaals eten van de kaart, ook die nieuwsgierigheid delen we. Interessant dat kruukplaetje, want nooit eerder van dat koekje gehoord. Met de foto kwam meteen ook de melding dat de koekjes meer op mijn deel van Reutel pasten.

Koekjes die kruukplaetjes heten. Het dialect woord kruuk komt mogelijk van het kruud, kruid. De toevoeging plaet zou dan komen van het feit dat de koekjes op een plaat van een kachel werden gebakken en niet in een oven. Dat herkennen we, want onze grootouders, die van de kip, hadden in de keuken een kachel/fornuis combinatie. Het fornuisplaat en oven deel waren altijd klaar om te gebruiken, want altijd al warm.

Het kruukplaetje zag er qua vorm een beetje uit als een Goudse mop, maar dan zonder de gouden kleur en iets hoger. Gelijk even wat recepten opgezocht op het internet. Daaruit bleek dat de start vrijwel altijd gelijk is. Bloem, suiker en boter in de verhoudingen 2 : 1 : 1 mengen. En kaneel toevoegen. Dan komen de verschillen. Soms wordt er nog melk, en/of een ei, honing en vanille bij gedaan. Er werd zelfs over het gebruik van rommelkruid geschreven, die van de balkenbrij. Kruukplaetjes, het moest gemaakt worden, maar nog wel zonder rommelkruid in poging 2.

Als eerste een recept gevolgd dat in dialect werd gegeven [2]. Dat leek me a priori daarom authentiek(er). Poging 1 noemen we het achteraf. Met een half kopje melk genoemd in het recept. Alle hoeveelheden gehalveerd, voor minder koekjes, en aan de slag. Ik had dat dikkere ronde koekje van op de foto in mijn achterhoofd, maar na het mengen van de bloem, suiker, boter, kaneel en melk ontstond er een wel heel plooibaar en zacht deeg. De argwaan nam toe. Echter, al vroeg geleerd dat als er vocht in de vorm van water of melk bij bloem gaat, je de bloem de tijd moet geven om dat vocht op te nemen. En inderdaad, na een half uurtje in de koelkast was het een stuk steviger deeg. Argwaan weg.

Bolletjes gedraaid en platgedrukt zodat er rondjes met een diameter van 4 centimeter en een hoogte van 1 centimeter ontstonden. Zo’n 25 gram per stuk, 14 in totaal. Brede koekenpan gepakt en verwarmd en daar pasten alle proto-koekjes in. Want het werden stevige hoge koekjes zonder uitlopen, toch? Al snel zakten ze echter wat in en werden ze breder, argwaan terug. Ze begonnen elkaar aan te raken. Na 8 minuten was er geen sprake meer van losse hoge koekjes, maar meer van bijna 1 massa deeg dat werd verhit. Omdraaien was onmogelijk. Dit recept was meer voor koekjes uit de oven, zodat ook de bovenkant wordt verhit en je ze daarom niet hoeft om te draaien.

Al heel lang worden er kruukplaetjes gemaakt op Goeree-Overflakkee. En ook heel lang nergens anders heb ik begrepen. Zouden een deel van de eilanders het recept bewust zo opschrijven dat de rest van Nederland ze niet kan maken?

Nog een keer wat nauwkeuriger op internet rond gekeken en er lijken inderdaad 2 vormen van kruukplaetjes te bestaan, en alles wat daar tussenin zit. Dunne uitgelopen koekjes, die ook zonder omdraaien gaar worden, en hogere compacte koekjes, die je moet omdraaien tijdens het bakken.

Het doel was hogere en compacte koekjes. Wat was de boosdoener bij poging 1? Even vergeleken met recepten van andere stevige koekjes op Reutel. De verhouding bloem, boter en suiker was binnen de marges. De hoeveelheid melk niet. De melk moest wel de boosdoener zijn, dat oorspronkelijk halve kopje uit het recept in het dialect. Omdenken. Niet alle melk er klakkeloos bij mengen, maar precies net zoveel toevoegen als nodig is om het deeg bijeen te brengen en houden. Zoals ik altijd doe bij mijn eigen recepten. En dat leverde een flink mindere hoeveelheid melk die nodig was. Ruim meer dan de helft minder zelfs!

En toen werd het deeg meteen wel heel stevig. De meldingen dat een boerin de ingrediënten mengde en dat de boer het deeg kneedde werd beter begrepen. Hoewel de boerinnen die ik ken behoorlijk sterk zijn. Werk maakt sterk.

Er waren 4 koekjesliefhebbers aanwezig. Het aantal te maken koekjes daarom op een veelvoud van 4 gehouden. Dan krijg je geen gedonder over het verdelen.

…

Lees Meer Lees Meer

Opmaak-koekjes: kikkererwt, granaatappel, kokos

Opmaak-koekjes: kikkererwt, granaatappel, kokos

In ons huishouden is er iemand die af en toe houdbaarheidsdatums controleert. En dat is handig als je in grote supers en groothandels regelmatig kleine flesjes of pakjes ziet met iets onbekends of interessants. Impulsaankopen is het gevolg en dan wil zo’n flesje of pakje nog wel eens in de grote hoeveelheid andere flesjes en pakjes uit het zicht verdwijnen in onze voorraadkasten. Zeker als iemand anders helpt de boodschappen op te bergen. Zodat je niet weet waar iets is neergezet. Veel voorraadruimte hebben – want bewust de kleine bijkeuken vol met voorraadkasten laten verbouwen – kent ook nadelen.

Dit keer kwam er een melding over granaatappelmelasse, die nu toch echt over de datum was. Een restant kokosrasp, zelfs zonder originele verpakking. Dus wat daar de houdbaarheidsdatum van was, was totaal onbekend. Een tupperware bakje met een restant aan gemengde noten. Een restant gerolde havermout. Een bodempje vanille-extract in een heel klein flesje. En restje kikkererwtenmeel.

Daarnaast bleek er ook een nog ongeopend pak havermeel te zijn, waarvan niemand meer in het geheugen had staan dat we dat gekocht hadden. Oftewel wel: daar hadden we geen actieve herinnering aan.

Eigenlijk had ik alleen voor die gerolde havermout een soort van verdediging. Havermout wordt per gewicht verkocht. Maar havermout weegt nauwelijks iets. Koop je 500 gram havermout dan zit je gelijk vast aan heel veel havermout. Doen we dus niet meer, die 500 gram in 1 keer kopen.

Nu kan je bij de houdbaarheidsdatums vaak wel wat ruimte nemen. Gedroogde pasta bijvoorbeeld kan je jaren later nog eten. Heb je dingen goed afgesloten en koel en in het donker bewaard, dan lukt dat latere gebruik ook regelmatig. Ruikt het goed en ziet het er goed uit, dan kan je het vaak nog gewoon eten.

De toch alsnog als eetbaar beoordeelde ingrediënten stonden op het aanrecht verzameld, al klaargezet voor mij, dicht tegen elkaar. Voordat ik zelf had besloten wat er mee te doen, want deze combinatie van ingrediënten zou ik niet a priori zelf hebben bedacht, kwam iemand zijn lunch bereiden en die zei meteen “ah, je gaat weer koekjes maken”. Dan hoef je meteen niet meer zelf na te denken. Want koekjes kunnen niet mislukken. Ze kunnen er wel anders uitzien en anders smaken dan a priori bedacht. Maar mislukken, nee.

Opmaak-koekjes met havermeel, granaatappelmelasse, geraspte kokos, kikkererwtenmeel, noten en vanille-extract. Het is weer eens wat anders. Honing toegevoegd voor een zoete toon.

…

Lees Meer Lees Meer

Over oude appels, appel SQ159 en plaatkoek

Over oude appels, appel SQ159 en plaatkoek

Hoeveel Nederlandse broers hebben eigenlijk samen een foodblog waar ze recepten publiceren? Een vraag die zomaar ineens in me opkwam terwijl ik met totaal andere dingen bezig was. Het menselijk brein is en blijft een vreemd iets. Zo zijn er bijvoorbeeld wetenschappelijke publicaties die melden dat onze beslissingen al genomen zijn voordat we er ons bewust van worden. Geldt dat ook voor vragen stellen?

Google gebruikt als bron om te zoeken. Nou, dan komt Reutel in Nederland al snel bovendrijven. Er zijn ook 2 broers die samen barbecueën [1]. Nog 2 broers, die samen kookvideo’ s maken en boeken publiceren en zo te zien veel kijkers hebben [2]. Nu zijn de resultaten van je zoekopdracht bij Google behoorlijk gevoelig voor je eerdere zoekopdrachten, dus het kan best zo zijn dat er meer broers zijn die recepten publiceren.

In het Engels gezocht blijft het ook een magere oogst. Al snel begint Google ook bij die speurtocht websites van meisjes en vrouwen te tonen én websites van samen kokende zussen. Want daar zijn er wel heel veel van. Zijn de bloggers van Reutel echt onderdeel van de uitzondering? Terwijl we het al ruim 10 jaar doen?

Dat we beiden aandacht besteden aan ingrediënten en hoe een maaltijd is samengesteld is niet zo vreemd. We hadden namelijk een grootvader die fantastisch kon koken. Zo. Die grootvader van de echt vrij rond lopende kip.

Nu had die grootvader in onze jeugd wel een moestuin ter grootte van een klein tennisveld tot zijn beschikking. Dat hielp natuurlijk. Volgens de medeblogger was het dan ook een Moestuin.

Grote moestuinen waren ook heel normaal, vroeger. Selfsupporting! Tot kleine dorpen werden opgeslokt door steden of er gemeentelijke herindelingen optraden. Dan werd grond ineens veel duurder.

Eten moest niet alleen lekker smaken. De ingrediënten moesten ook aan grootvaders’ strikte kwaliteitseisen voldoen, die onze moeder later overnam. Nadeel van een moestuin waar je geen chemicaliën gebruikt? Je kunt niet op vakantie. Rupsen, slakken en vogels gaan ook niet op vakantie. Elke dag werd er controlerend door de moestuin gelopen.

In die moestuin was veel variatie. Zo stonden langs het looppad diverse soorten bessenstruiken, waaronder aalbessen (Ribes rubrum) en kruisbessen (Ribes uva-crispa). Daarnaast veel aardbeien. In het wat verder van het pad gelegen deel, daar groeiden verschillende soorten groenten, ongestoord en ver weg van de spelende kinderen. Groenten oogsten: schoenen uit en klompen aan!

Stokbonen, omhoog kronkelend langs touwtjes die bevestigd waren aan stevige bamboestokken. De kromme stokbonen werden gebruikt als bron voor snijbonen. Er werd niets weggegooid. Sperziebonen, de lager groeiende variant. En een bonensoort met paarse peulen. Koolsoorten zoals spitskool en rode kool. Rijen met andijvie en boerenkool. Slakroppen. En uiteraard aardappels. Zo hebben we echte krieltjes leren kennen. Echte krieltjes, we wisten niet beter. Hadden we aldaar meegegeten, dan gingen we naar huis met verse groenten en fruit. Eten naar de seizoenen.

Zo’n grote moestuin levert ook veel afval. Geen probleem. Elk voorjaar werd een klein varkentje aangeschaft, die groeide op van al dat afval. Ik denk niet dat ze zo’n biggetje veel hebben moeten bijvoeren. Varkens zijn alleseters, gemakkelijk.

In het najaar, waarschijnlijk echt in de slachtmaand november, werd dat varken geslacht. Een half jaar oud, net als nu de industrievarkens. Ik vermoed dat het varken in dat halve jaar veel aandacht kreeg en verwend werd. Maar logisch is het wel, dat slachten na een half jaar. In de winter komt er nauwelijks iets uit de moestuin. Een varken door de winter heen helpen kost geld. Het thuis slachten van datzelfde varken levert vlees, dat hielp het gezin juist mede de winter door!

Van dat varken ging alles op. Want lever en niertjes eten was toen nog heel normaal. Maar ook hoofdkaas, bloedworst en balkenbrij werd gemaakt. Persoonlijk vind ik balkenbrij de lekkerste van de 3, maar ja, da’s persoonlijk. De gustibus non disputandum est.

Maar het meest spannend voor mij was toch de grote appelboom, groeiend tussen moestuin aan de zij- en achterkant en het gras en de bloementuin aan de zij- en voorkant. Een 8 meter hoge appelboom. Als je jong bent, dan is 8 meter heel hoog. De appelboom had dikke krom gegroeide takken.  Takken waar een schommel aan hing. En regelmatig een lange houten ladder tegenaan stond.

…

Lees Meer Lees Meer

Popcorn koekjes met haver, rietsuiker en vanille

Popcorn koekjes met haver, rietsuiker en vanille

Zeer interessant begrip, vervelen, zowel filosofisch als psychologisch. Vast al heel lang beoefend door de mensheid. Als je een buffel, olifant of mammoet hebt om op te eten, dan hoef je vast een hele tijd niet meer op jacht. Wat deden de mensen uit de prehistorie dan? Vast ook een beetje rondhangen en niets doen. Vervelen. Als je het bewust doet heet het niksen.

Pas toen we in de neolithische tijd landbouw gingen beoefenen, was voor die mensen dat vervelen wel zo’n beetje over denk ik. Het harde werken was uitgevonden. Landbouw zonder machines is gewoon de hele dag hard werken en ’s avond vroeg naar bed; beetje moe. Er was waarschijnlijk weinig tijd voor vervelen.

Vervelen kwam in vol ornaat weer terug toen we in dorpen en steden gingen wonen en afhankelijk werden van elkaar, iedereen zijn en haar eigen beroep had – bakker, slager, schoenmaker, pottenbakker … – en met elkaar dingen ruilden. Toen we dat ruilen met geld gingen doen is het kopen gaan heten. We kregen in ieder geval vrije tijd. Daarna is vervelen nooit meer weggegaan en kregen we er theater en kunst voor terug. Je moet toch wat met die vrije tijd.

Vervelen wordt vaak als iets negatiefs beschreven in de wetenschappelijke wereld. Ik zeg, geniet ervan dat we ons überhaupt kunnen vervelen. Het is absoluut een luxe! Nederlanders schijnen er erg goed in te zijn. Benen op tafel en niets doen.

Je verveelt je. Benen op de tafel lang genoeg gedaan en je loopt eens wat door het huis. Beland in de bijkeuken. Trekt een lade open van de voorraadkast. En ziet daar een halfvolle voorraadpot met gedroogde maiskorrels. Maiskorrels die geschikt zijn om popcorn van te maken. En een bijna lege zak volkoren havermeel. En natuurlijk stond er tarwebloem in de lade. Geen restant. Want daar hebben we echt altijd ruim voldoende voorraad van in huis. Zelf brood maken … .

Verveling weg. 1+1=3. We gaan popcorn koekjes maken. We hebben al eens eerder popcorn gebruikt in een toch wel verrassende hartige popcorn salade. Nu popcorn in koekjes. Voor ons ook verrassend. Bedacht staande voor de open lade. Is dat idee dan nieuw? Nou nee. Niet echt. Even googelen en de gedachte dat het iets nieuws is kan de prullenbak in.

In Angelsaksische landen heel gewoon en ook in veel variaties. Het is daar ook commercieel een succes. Er zijn een aantal bedrijven die popcorn met een toegevoegd smaakje verkopen. En het bedrijf Perfect Snax Prime verbindt sinds 2015 het koekjes idee met popcorn: Cookie Pop Popcorn. Al lijkt dat meer op stukken oreo en stukken popcorn die aan elkaar vast zitten. Snoepgoed, geen koekje. Populair, dus het zal goed smaken. Mogelijk omdat het lijkt op de manier waarop popcorn naar verluidt in bioscopen ook wel wordt gegeten, vermengt met ander snoepgoed. Er zijn nu nog meer varianten.

Maar geen van al die varianten lijkt op ons idee van hoe koekjes eruit moeten zien. Maiskoekjes bestaan al vele eeuwen, maar dat betreft koekjes met maismeel. Of met gepureerde gegaarde mais. Maar wie bedacht als eerste koekjes met popcorn, gepofte maiskorrels? Hoe oud is dan dat idee. Is het er altijd geweest of als idee opgepakt in 2015? Werkelijk geen idee.

Popcorn wordt al heel lang gegeten. Ongeveer 10000 jaar geleden begon in Mexico de cultivatie van een grassoort, teosinte. Die je overigens niet meteen zou herkennen als voorloper van onze mais.

Dat maakte de mensen in de prehistorie niets uit natuurlijk. Je hebt maiskorrels. Die gooi je niet weg. Je verhit ze, want eten, bijvoorbeeld in een open vuur op een vlakke hete steen. En dan. Vangen van ontploffende en wegspringende popcorn door mensen in de prehistorie in wat nu Mexico is. Zal dat tot een vrolijk gebeuren hebben geleid? Ik hoop het voor ze, want wij vinden het ook nog steeds erg leuk.

Maar, experts melden dat ze de  maiskolf op een stok boven het vuur hielden of maiskorrels direct in het vuur legden en de resulterende weggesprongen popcorn uit het zand opraapten. Ik vind mijn versie leuker. Bovendien. Wie laat nu eten in het zand vallen? Ze woonden in de prehistorie, dat maakt ze nog niet dom. Later zouden ze de popcorn in een pot van klei met deksel erop hebben bereid. In iedere geval geen zand meer in je popcorn.

Sinds die tijd zijn er vele variëteiten gekweekt. Er zijn nu gele, blauwe en witte maiskorrels, naast nog andere kleuren en ook verschillende vormen [1]. Die geven verschillende soorten popcorn die ook allemaal net iets anders smaken en een net iets andere textuur hebben [2].

In Angelsaksische landen zijn er dus veel variaties van popcorn koekjes. Zo zijn er nogal wat recepten die er chocolade-druppels in doen. Die hebben we niet standaard in huis. Kaneel, doen we ook niet. Karamel, zout; ook niet gebruikt hier.

Andere afwijkingen? Veel minder suiker gebruikt en de (licht)bruine basterdsuiker vervangen door rietsuiker.

Een eigen draai aan popcorn koekjes. Het bleek een verrassend lekker koekje op te leveren.

…

Lees Meer Lees Meer

Garibaldi koekjes met rozijnen en cranberry’s

Garibaldi koekjes met rozijnen en cranberry’s

Garibaldi koekjes zijn platte rechthoekige koekjes met, oorspronkelijk, geplette krenten tussen 2 dunne lagen boterrijk koekjesdeeg.

Garibaldi koekjes. Wij zouden er naar kunnen refereren als een soort van dunne sultana’s. Maar sultana is een merknaam, begonnen in 1942 met een hartige biscuit met rozijnen.

Succes loont voor de naamsbekendheid. Net zoals we in elke internet-zoekmachine googlen. En in elke bar of elk restaurant Spa rood bestellen als we water met bubbeltjes willen. Die bubbels krijg je, maar ik schat in dat in ruim de meerderheid van de gevulde glazen geen Spa rood zit, en soms zelf kraanwater met ingespoten CO2.

Volgens sommigen begint het verhaal van de Garibaldi koekjes in 1854 in het Verenigd Koninkrijk. Dat kan je best met een korreltje zout nemen. Want al in de middeleeuwen waren er Eccles cakes. Platte koekjes met daarin rozijnen en krenten, die van de buitenkant zichtbaar horen te zijn. Druk je ze nog wat platter dan gaan ze meteen lijken op Garibaldi koekjes.

Wat is er zo speciaal aan het jaartal 1854? Wel nu, de Italiaanse unificatie was nog in volle gang, en 1 van de belangrijke mensen achter die unificatie was Giuseppe Garibaldi. En die bekende persoon bracht in 1854 een bezoek aan het Verenigd Koninkrijk, op weg naar New York. Tijdens zijn bezoek zou Garibaldi bovenop 2 koekjes hebben gezeten. Die zijn daarna platter en tot 1 koekje zijn geworden. Een Garibaldi koekje. Beetje merkwaardig verhaal, maar daarom is het een legende.

Het volgende jaartal dat opkomt is 1861. In 1861 is de unificatie van Italië voltooid met de verovering van Sicilië en Napels én werd Italië een koninkrijk. Breed uitgemeten door kranten over de hele wereld. Giuseppe Garibaldi werd er wereldberoemd door. De Garibaldi koekjes zouden in 1861 dan worden uitgevonden of hernoemd door Jonathan Dodgson Carr voor het bedrijf Peek Freans. Omdat de persoon zo bekend was werden de koekjes dat automatisch ook. Dat zal het idee zijn geweest. Marketing.

Als laatste jaartal wordt 1864 genoemd. Een jaar waarin Giuseppe Garibaldi als beroemdheid een bezoek aan Engeland bracht. In deze versie van het verhaal worden de Garibaldi koekjes op de markt gebracht door het bedrijf Huntley & Palmer.

Mogelijk zijn al die verhalen waar en brachten verschillende koekjesmakers in de loop der tijd Garibaldi koekjes op de markt. Net zoals er nu van heel veel merken digestives koekjes te koop zijn.

Garibaldi koekjes: de oorsprong blijft een beetje onbekend, maar dat maakt ze niet minder lekker!

…

Lees Meer Lees Meer

Laos en kurkuma koekjes en de Toren van Hanoi

Laos en kurkuma koekjes en de Toren van Hanoi

Al ietwat oudere kinderen op bezoek en die wilden wel meehelpen koekjes maken; hun eigen idee om zo toch koekjes te kunnen eten. Het resultaat, op de foto slechts 2 van de stapels koekjes van verschillende hoogtes en met verschillende diameters, deed ons denken aan de Toren van Hanoi; uit een soort van beroepsdeformatie. De kinderen niet onmiddellijk. Maar ze kenden het wel, als kleurrijke kinderpuzzel. Meestal met 7, 8 of 9 schijven en met drie staven. Waarom zijn er eigenlijk zo weinig schijven in het geval van de kinderpuzzel? Waarom niet 64, het aantal velden van een schaakbord, of 100, het aantal velden van een dambord?

Als puzzel is de Toren van Hanoi bedacht door de Franse wiskundige Édouard Lucas. Gepubliceerd in 1883 onder het pseudoniem en deels anagram ‘N. Claus (de Siam)’. In de begeleidende instructies wordt melding gemaakt dat het is ontstaan in Tonkin (nu Hanoi) en van een tempel in India waar Brahmanen de ‘Heilige Toren van Brahma’ verplaatsen en opnieuw opbouwen. Daar lagen bij de start op 1 van 3 diamanten staven 64 gouden schijven, met een gat in het midden. Allen met verschillende diameters, op grootte geordend. De grootste onderop en de kleinste bovenop, zodat een kegelvorm ontstaat. Het doel is om de hele stapel naar 1 van de andere staven te verplaatsen, waarbij de volgende regels gelden:

  1. Er mag slechts één schijf tegelijk worden verplaatst.
  2. Elke zet bestaat uit het nemen van de bovenste schijf van een van de stapels en deze op een andere stapel of op een lege staaf plaatsen.
  3. Er mag geen schijf bovenop een schijf worden geplaatst die kleiner is dan deze.

Regels 1 en 2 zijn logisch, anders is het geen puzzel. Regel 3 maakt het tot een echte puzzel. Je kunt nog additionele spelregels toevoegen, zoals begin op staaf 1 en eindig op staaf 3.

Naar verluidt vergaat de wereld als de Brahmanen de ‘Heilige Toren van Brahma’ helemaal hebben verplaatst. Dan volgt onmiddellijk een interessante vraag: hoe lang zouden ze daarmee bezig zijn, als we aannemen dat ze elke seconde een schijf op de goede manier verplaatsen en geen fouten maken die leiden tot extra verplaatsingen? Een leuk wiskundig probleem, vrij simpel via recursie en inductie op te lossen. Het probleem dat we moeten oplossen is hoe vaak we schijven moeten verplaatsen om een toren op een andere staaf te krijgen?

We gaan het meteen generiek oplossen, voor n schijven, met n een natuurlijk getal groter of gelijk aan 1. Laten we om het aantal woorden te verminderen het minimaal aantal verplaatsingen bij een toren van n schijven, Tn noemen. Hoeveel verplaatsingen kost het dan om een toren van n+1 schijven te verplaatsen, oftewel, wat is Tn+1? Het idee is als volgt. Verplaats eerst de bovenste n schijven zodat een nieuwe toren ontstaat met n schijven. Dat zijn Tn bewegingen. Verplaats dan de grootste schijf naar de vrije staaf en zet daar in Tn stappen de toren van n schijven weer op. We hebben nu weer een toren van n+1 schijven. Doel bereikt in Tn+1=2×Tn+1 verplaatsingen. We weten Tn+1 echter nog niet. We hebben wel een recursieve formule afgeleid. Maar hoeveel bewegingen is T64 dan precies? Dan moeten we eerst T63 uitrekenen, en dan T62, et cetera. Onhandig. Kan het sneller? Jazeker!

Als we 1 schijf meer gebruiken hebben we zeker 2 keer meer verplaatsingen nodig, dat blijkt uit bovenstaande formule. Dat ruikt naar machten van 2. En inderdaad. Een toren van 1 schijf kost 1=21-1 beweging. Een toren van 2 schijven kost 3=22-1 bewegingen. Die observaties leiden tot de volgende hypothese: een toren van n schijven kost 2n-1 bewegingen om de toren te verplaatsen naar een andere staaf. Dat is te bewijzen via inductie. We weten dat de hypothese waar is voor n=1 en n=2. Stel nu het waar is voor n. Is het dan ook waar voor Tn+1? Er geldt Tn+1 = 2×Tn+1 (de recursie) = 2×(2n-1)+1 (de inductiestap) = 2n+1-2+1 =2n+1-1. QED. De hypothese is bewezen en daarmee voor altijd waar.

Dan weten we nu onmiddellijk dat T64=264-1. En dat is een nogal groot getal. 18446744073709551615 om precies te zijn. Grote getallen zijn we eerder tegengekomen, onder andere bij atomen in het universum en bij speelkaarten. Stel dat men elke seconde een schijf van een toren met oorspronkelijk 64 schijven verplaatst. In een jaar zitten 31556926 seconden. Dan duurt het verplaatsen van die toren 584554530873 jaar, oftewel bijna 585 miljard jaar. En daarom is die kleurrijke kinderpuzzel versie meestal maar met maximaal 9 schijven.

We denken dat het heelal nu 13,5 miljard jaar bestaat. We hoeven ons duidelijk nog geen zorgen te maken over ‘Heilige Toren van Brahma’. Dus ja, we hebben tijd zat om koekjes te maken. En omdat de kinderen die op bezoek mee wilden werken en bij uitzondering ook geen probleem hadden met een beetje kruidige smaak, koekjes met laos en kurkuma gemaakt, en ook nog met mosterd.

…

Lees Meer Lees Meer

Mastjaar 2024: anijskoekjes mét beukennoten

Mastjaar 2024: anijskoekjes mét beukennoten

Anijskoekjes van havermeel en kikkererwtenmeel, mét beukennoten.

Want 2024 lijkt een mastjaar te zijn voor beukennoten. Tenminste op de locaties waar wij tot nu toe zochten.

Wij zijn nogal dol op beukennoten én wandelen. Dus wat doe je in de herfst? Beukennoten zoeken tijdens boswandelingen. Wij wachten altijd op de combinatie van een winderige nacht en een daarop volgende dag met droog weer. Dan is de kans groot dat er net gevallen beukennoten op de bosvloer liggen die nog niet zijn aangetast door gaten borende insecten en andere dieren, zoals everzwijnen, eekhoorns, bosmuizen en vogels, zoals de Vlaamse gaai en de keep. Vaak is de bosbodem dan nog wel nat, maar blijf je zelf tenminste droog tijdens het zoeken.

Zoeken in mastjaren is heel makkelijk: heel snel heel veel beukennoten. Zoeken in niet mastjaren is veel moeilijker. Als je dan na 10 minuten zoeken nog geen volle beukennootverpakking hebt gevonden dan weet je het wel. Dat wordt een jaar zonder de delicatesse die beukennoten heet.

Het had die nacht behoorlijk gewaaid en de middag zou droog worden. Dus een bezoek verplaatst van de middag naar de ochtend – ze begrepen het wel – en ’s middags op de terugweg omgereden zodat we beukennoten konden zoeken in het Amsterdamse bos. U weet nog wel, dat bos met vele bruggen, waarvan 67 bruggen van de hand van architect Piet Kramer die allemaal verschillend zijn. En het bos waar Schotse Hooglanders vrij rondlopen, in een afgebakend deel.

Inmiddels weten we wel waar de beuken staan die oud genoeg zijn om beukennootjes op de leveren. Dat is handig want beuken krijgen pas noten als ze ongeveer 50 jaar of ouder zijn.

Ongepeld wegen 10 beukennoten nog in hun jasjes ongeveer 4 gram. Gepeld wegen diezelfde 10 beukennootjes ongeveer 3 gram. Ongeveer 25% van een beukennoot is daarmee bescherming. Toch houd je in werkelijkheid veel minder over. Het blijven bosvruchten, net als tamme kastanjes. Zwarte en beschimmelde exemplaren gaan we niet opeten.

Dit keer heel snel 345 nootjes van de bosvloer opgeraapt. Dat levert, als alle noten goed zijn, ongeveer 103 gram aan kale noten. Met per persoon 10 à 20 gram noten in een (pasta)maaltijd kom je normaal gesproken al heel ver, omdat de meeste noten weinig wegen. Hier is de noot echter de beukennoot. We gebruiken iets meer van deze delicatesse, en houden nog steeds wat over voor iets anders!

…

Lees Meer Lees Meer