Archief van
Categorie: Maar wat is het?

Odeng – Koreaanse fish cake op een stokje

Odeng – Koreaanse fish cake op een stokje

Viskoekjes, ik ben er nog lang niet klaar mee. Er is een verschil tussen Europese viskoekjes, die vooral bestaan uit vis en aardappel, en de Aziatische varianten, die vooral bestaan uit fijngemalen vis. En dan zo fijngemalen dat de eiwitten worden afgebroken en nieuwe verbindingen aangaan. De vis, als je daar nog van kan spreken, krijgt dan een heel andere structuur. Zoals surimi. Een truc die Aziaten overigens niet alleen uithalen met vis, maar bijvoorbeeld ook met gehaktballetjes. Sommige mensen vinden de ietwat elastische structuur maar niks, maar ik ben er dol op. Zelf maak ik af en toe Thaise viskoekjes. Die zijn van zichzelf al smaakvol, maar met een goeie dipsaus worden ze fabelhaft.

Onlangs zag ik in de toko een Koreaanse variant. Op een stokje! Mijn interesse was gewekt en over het algemeen betekent dat bij mij kopen en proberen. Met alle risico’s van dien, maar hier heb ik wel vertrouwen. Nu zijn zelfgemaakte viskoekjes echt een aanrader boven de winkelversies die doorgaans allerlei ingrediënten bevatten die een goed viskoekje niet nodig heeft. Maar het experiment begint met eerst bepalen hoe het smaakt en wat de textuur is. Daarna kijken we wel of het vervolg krijgt.

Ik zag overigens nog wat anders opvallends bij mijn bezoek aan de toko. Een man voor mij in de rij bij de kassa had zojuist zo’n 50 pakjes met platte viskoekjes op de loopband gelegd. De complete winkelvoorraad. In mijn onschuld denk ik nog dat hij misschien een feestje had. Even later zie ik hem buiten instappen in een kleine bestelauto. Ik loop de auto voorbij en zie dat het de bedrijfsauto is van een Thais restaurant in mijn woonplaats! Pardon? En ik maar denken dat ze in restaurants zelf dingen maken. Nou, dat is niet waar. Ik at al eens bij een Chinees in een naburig dorp siu mai die gewoon uit de vriezer kwam en bij de groothandel was ingeslagen. Ik kon het weten, want ik had al eens dezelfde gehaald. Bij die Chinees kwam ik vanzelfsprekend niet meer terug, net zoals de kans klein is dat ik dit Thais restaurant eens zal bezoeken. Halffabrikaat gebruiken, prima. Maar hele gerechten, kansloos.

In Zuid-Korea worden viskoekjes eomuk (어묵) of odeng (오뎅) genoemd, wat een leenwoord is van het Japanse stoofpotje oden. Viskoekjes worden voornamelijk gemaakt van witvis en bevatten naast vis zout, suiker, bloem en zetmeel. Daarnaast kunnen ander smaakmakers zijn toegevoegd.

Eomuk wordt meestal gemaakt van een pasta van gemalen vis die wordt gefrituurd. Het verwerkt worden in gerechten of kan worden gekookt met andere ingrediënten om bijvoorbeeld eomuk-tang (어묵탕; “viskoekensoep”) te maken. ls je Odeng googelt kom je allerlei afbeeldingen tegen van smakelijke soepjes met odeng, viskoekjes op een stokje. Hoewel een soepfanaat, bewaar ik dat voor een volgende keer.

Nu is het oorspronkelijke recept voor het bereiden van de odeng met gedroogde anchovis en Koreaanse radijs of daikon. Ik kies voor een makkelijke variant en gebruik Japans bouillonpoeder, oftewel dashi no moto. Ook makkelijk zelf te maken, maar ook in kleine handige verpakkingen voor de snelle bereiding. Dashi wordt gemaakt van kombu (zeewier) en katsuobushi (gefermenteerde tonijnvlokken). Subtiel en lekker.

Wel maakte ik er een traditionele Koreaanse dipsaus bij, yangnyeomjang. Ook lekker bij dumplings overigens. En die ik niet als dip gebruikte, maar de odeng mee besprenkelde. Je zou de odeng prima kunnen eten bij witte rijst of gebakken rijst. Ik koos voor simpele gebakken noedels.

…

Lees Meer Lees Meer

Rood gestoofde kippennekken

Rood gestoofde kippennekken

Wie goed op de vleesafdeling rondkijkt in de supermarkt, ziet voornamelijk keurige lapjes vlees en kip. En veel bewerkt vlees. Lag er vroeger hooguit een gehaktschnitzel naast de varkensschnitzel, tegenwoordig vind je naast de kipschnitzel allerlei delen van de kip die gepaneerd verkocht worden, meestal bestaand uit samengestelde delen of gemalen vlees overigens. En steeds meer voorgekruid vlees. Naast de kipgyros, kipshoarma zag ik gisteren de kipkebab liggen. Het lijkt uiteraard in de verste verte niet op kebab, er worden wat kebabkruiden over kip gestrooid et voila, kip kebab, maar dat mag de pret niet drukken. Tot voor kort kon ik er lamsshoarma krijgen, maar de schapruimte is ingenomen door een zoveelste worstje in een of andere marinade. De eerlijkheid gebied te zeggen dat ik eigenlijk niet weet waar ik over praat, want ik koop zelden al dat soort vreemde uitwassen. Lijkt me op zich logisch, want dergelijke producten zullen niet de beste kwaliteit vlees bevatten, maar vooral het restvlees dat overblijft na de reguliere slacht, zogeheten separatorvlees. Niks mis mee overigens om alles te benutten. Maar ik breng graag het vlees zelf op smaak.

Overigens verkoopt mijn super nog wel kippenlevertjes. Dat dan weer wel. Kippenlevertjes staan op het lijstje, maar ik ben huiverig vanwege de lever van vroeger. Alleen al de lucht… Wel oefende ik alvast in Suriname met broodjes kippenlever, verslavend lekker. Maar zelf bereiden is dan toch een kleine drempel.

Ik ben dus wel een voorstander van het benutten van het hele dier. Vroeger werd er weinig verspild na de slacht. Van staart tot kop werd benut. Bij onze beider ouders thuis werden vroeger varkens en kippen geslacht. En in ieder geval een van onze oma’s maakte zelf balkenbrij van de kop van het varken. Iets wat overigens op ons gezamenlijk lijstje staat om te maken. Uitdagingen moet je tenslotte blijven houden…

Ik heb intussen al veel zogenaamde incourante delen gegeten. Van kippenmaagjes tot kippenpoten (de echte poot dus), van runderlong tot eendentongetjes. De Chinese keuken heeft daar wel een flinke bijdrage aan geleverd overigens. Van lever word ik echter niet warm en zwezerik laat ik ook liever liggen. En niertjes eten laat ik graag aan anderen over. Ik eet dan liever kwal, wat overigens spannender klinkt dan het is.

Vroeger haalde onze moeder kip bij de poelier. Supermarkten waren er nog amper en daar werd bovendien geen vlees gehaald. Vleeswaren werd gehaald bij de buurtwinkel, varkens- en rundvlees bij de slager en kip bij de poelier. De markt was vooral voor groente en fruit en soms vis.

Af en toe mochten we mee naar de poelier en keken dan met grote ogen naar de fazanten die aan de muur hingen. Aan de buitenzijde van het historisch pand in plaats van een uithangbord een gesmede fazant.

“Uithangteken, voorstellende een fazant aan gevel van winkel van poelier G. Eltink, vervaardigd door de siersmid Willem Veltien.” (Fotograaf A.Peet. Collectie Historisch Centrum Overijssel – vestiging Deventer)

En als er een hele kip werd gekocht, dan zat er altijd iets in die kip. Een plastic zakje met het hartje en het levertje en ook de kippennek. Dat werd uiteraard niet weggegooid, maar werd door onze ouders zelf opgegeten, wetende dat zoonliefs daar niet naar taanden. De kippennek was voor onze moeder, die genoot daar duidelijk van. Toen we groter werden kwam er minder vaak een hele kip op tafel en vaker een geroosterde kippenpoot en verdwenen de ingewanden uit beeld.

Geen fan van botjes in je vlees? Sla deze dan maar beter over.

Ik wilde mijzelf trakteren op een lekker stukje kaas en ging daarvoor naar de Hanos, die een fantastische kaasafdeling hebben. Tot mijn verrassing hadden ze Comté Prestige. De omschrijving van Hanos: “Parel onder de Comté, minimaal 24 maanden gerijpt door de affineurs van Hennart, instens van smaak met heerlijke kristallen […]”. Als een kind zo blij liep ik naar de kassa met mijn stukje kaas. Dan moet je door de vleesafdeling (hoeft niet, maar is een leuk loopje) en daar viel mijn oog op de kippennekken. Een kilo voor nog geen 4 euro. Ik herinnerde me gelijk de poelier van vroeger en het zakje in de kip. Geen idee wat ik met die kippennekken zou gaan doen, maar zo lagen er plots twee artikelen in mijn winkelwagentje.

Veel vlees zit er niet aan een kippennek, maar door de marinade met genoeg smaak.

…

Lees Meer Lees Meer

Cloud bread, platte en luchtige, ja wat eigenlijk

Cloud bread, platte en luchtige, ja wat eigenlijk

We hebben het er eerder over gehad. De met enige regelmaat terugkerende hamsterwoede van de mens. En hop, geen tarwemeel en -bloem meer in de winkel.

Een vriendin in Engeland wees ons tijdens de Corona lockdown op cloud bread. Hoe je brood kan maken zonder dat je tarwemeel of -bloem nodig hebt. Niet veel later volgde een foto via WhatsApp. Ze zijn luchtig, variërend van plat tot een soort van rommelig uitziende beschuitbol. Daar deed het me op die foto aan denken. Even opgezocht wat het was, want cloud egg, dat kennen we, maar cloud bread?

Populair geworden bij veel mensen in korte tijd, via TikTok blijkbaar vanaf juli 2020. Zou dat te maken hebben met dat het een gerechtje is dat low carb, keto, low fat, gluten-vrij en graan-vrij genoemd wordt? Een ouderwetse hype? Wel veel proteïnen, maar geen vezel te bekennen.

Luchtige beschuitbollen zonder bloem! Ook zonder gist. In Engeland gemaakt met cream of tartar. Daardoor ook zure yoghurt als ingrediënt. Cream of tartar hebben we niet in huis, wel baking soda en bakpoeder.

Over het rijsmiddel hebben we het eerder gehad, bij de drop scones van Queen Elizabeth. Cream of tartar, dat kun je in dezelfde hoeveelheid vervangen door bijvoorbeeld citroensap, karnemelk of witte azijn. Hier de kracht van baking soda gebruikt, en daarom cream of tartar vervangen door evenveel witte azijn. Citroensap en karnemelk, hoe weinig ook, voegen namelijk elk nog een extra smaak toe.

Gebakken ei dat weer koud is geworden. Misschien als je low carb, keto, low fat, gluten-vrij en/of graan-vrij eet, dat je er dan een smaak voor ontwikkelt. Wij vonden een blote en koude cloud bread te weinig smaak van zichzelf te hebben. Dat vroeg om een vulling. En die kwam er.

…

Lees Meer Lees Meer

Mizu shingen mochi: Japanse water-cake

Mizu shingen mochi: Japanse water-cake

Digitaal opruimen. Jarenlang foto’s maken en op je laptop zetten en er dan niets mee doen. En zo kwam ik oude foto’s tegen van het experiment om zelf Japanse water-cake te maken: mizu shingen mochi. Mizu is Japans voor water and shingen mochi is een zoete rijst cake, van de Japanse firma Kinseiken. En daar, rond 2014, is die water-cake bedacht. Geniaal.

Ik weet nog goed waarom ik het wilde maken. In Japan wordt het geserveerd met kuromitsu, een donkere suikersiroop, en kinado, geroosterde sojameel. Maar daar ging het niet om. Water-cake wordt meteen vloeibaar in je mond, heel apart en een toch wel sensationeel mondgevoel. De 3 doelen waren om de water-cake doorzichtig te maken, om het mondgevoel te ervaren en om het na maximaal 30 minuten vanzelf uiteen te zien vallen, alle drie net als het Japanse origineel. En het werd een experiment. Want nu kan je gewoon recepten van de water-cake vinden, toen nog niet.

Maar wat is het? Mizu shingen mochi bestaat uit 2 ingrediënten: het mild zoete water van de berg Kaikoma, 1 van de 100 zogeheten beroemde bergen van Japan, en agar, een bindmiddel gemaakt van roodwieren. Dat Japanse water had ik niet. Om te bewijzen dat er met Nederlands kraanwater niets mis is, dat kraanwater gebruikt in mijn experimenten. Agar was ook niet in huis, wel gelatine. Daar dus mee begonnen vanuit de gedachte dat gelatine en agar beiden bindmiddelen zijn, ondanks dat gelatine en ik geen vrienden zijn. En weer bleek die gelatine een slechte keuze, zie daarvoor onder.

Na het mislukte experiment met gelatine, me tot de medeblogger gewend voor het lenen van agar. Hij weet een beetje veel meer van de Oosterse keuken, niet waar. Ik kreeg een zak strings te leen. Nou ja, lenen. Op is op na de experimenten. Agar werkte wel veel beter.

Mijn succesvolste experiment tot de agar op was. Klein beetje beschadigd boven op de bol bij het uit de kom halen. Maar voor de rest, best al goed doorzichtig en een hap werd in de mond meteen vloeibaar. De water-cake viel uit elkaar na 25 minuten. Doelen gehaald. Als je er dagelijks meerdere maakt met water van een berg kan het nog veel beter. Zoals de chefs in Japan aantonen. Die water-cakes zijn helemaal doorzichtig, zonder luchtbellen. Kudo’s.

…

Lees Meer Lees Meer

Een student kiest orzo met surimi en snijbonen

Een student kiest orzo met surimi en snijbonen

Surimi is een aparte keuze, we eten altijd herkenbare vis. Surimi is nog nooit in onze keuken geweest. En juist daarom gekocht, werd mij verteld.

Echte surimi is vis klaargemaakt volgens een eeuwenoude Japanse methode. De populaire in plastic verpakte surimi van de supermarkten is van recentere datum. Die is in Japan uitgevonden in 1975. Vaak beschimpt omdat het ook wel bekend staat als nep krab. Maar surimi bevat hooguit 10% krabbenvlees en nog vaker alleen maar krabaroma. Het smaakt ook helemaal niet naar krab. Wil je krab proeven moet je krab kopen. Surimi koop je om de surimi smaak, visachtig en zoetig. Heel anders dan bijvoorbeeld de vers gemaakte surimi in een Japans restaurant.

De supermarkt surimi wordt vaak gemaakt van soorten witvis die zelf niet uitblinken in smaak. Alle niet witte delen van een witvis worden verwijderd en het witte vlees wordt vervolgens fijn gemaakt – surimi betekent fijngehakt vlees. Met vermalen is op zich niets mis mee: gehakt is vermalen vlees. Maar het visvlees wordt vervolgens nog een paar keer gewassen tot alle smaak er echt uit is verdwenen. Daarna wordt het met zetmeel, krab(aroma) en andere toevoegingen in staafjes geperst die door moeten gaan voor imitatie krabpoten. Vervolgens worden de staafjes een paar minuten gekookt en ziedaar, surimi, verkocht als visproduct met krabsmaak.

Orzo, ook wel verkocht onder de namen risoni of riso, is pasta in de vorm van een rijstkorrel. Traditioneel bedoeld voor in de soep, maar daar heeft een student natuurlijk geen boodschap aan. Na het koken wordt het dit keer nagebakken in een koekenpan. Uiteraard met een voorgesneden groente, snijbonen dit keer.

…

Lees Meer Lees Meer

Nummer 22: de dubbele balkenbrij burger

Nummer 22: de dubbele balkenbrij burger

Onze oven is kapot. Zomaar, ineens. We hebben nog geprobeerd de oven te herstellen op dezelfde manier waarop je een Windows computer herstelt. Raam van de oven dicht. Stekker eruit. Even bij laten komen en dan opnieuw opstarten. Maar het heeft niet geholpen. En de monteur komt pas over acht werkdagen.

We maken nogal veel gebruik van onze oven. Dat moet de komende periode dus anders. Nadenkend over niet-oven gerechten kwam mijn wederhelft al heel snel met een lijstje van 21 lekkere maaltijden die we al dan niet met enige regelmaat maken. Dat was meer dan we vooraf hadden gedacht. Mijn bijdrage is nummer 22: de dubbele balkenbrij burger. Of is het balkenbrijburger?

Balkenbrij. Velen kennen het niet. Het woord balkenbrij komt waarschijnlijk van het Middelnederlandse woord gebachlte (of gebulchte), vleesresten die over blijven na het slachten. Daarom werd balkenbrij vooral veel gemaakt en gegeten rond en na de maand november, de traditionele slachtmaand. In vingerdikke plakken in de koekenpan krokant gebakken. Heerlijk.

Ik ken alleen de Sallandse variant van de balkenbrij, die daardoor ook de lekkerste is. Naar verluidt zitten er rozijnen in een Gelderse variant. In Limburg wordt vaak bloed toegevoegd, dat is weer dichter tegen bloedworst aan. En in Brabant en Salland gaan er spekjes doorheen. Maar of dit echt provinciale verschillen zijn? Dr. H. Uittien uit Deventer (in Salland) wist er meer van.

Ik importeer de Sallandse balkenbrij.

…

Lees Meer Lees Meer

Maar wat is het? #dtv

Maar wat is het? #dtv

Of beter gezegd: wat zijn het? Gisteren gekocht in mijn favoriete Utregse toko.

Ze hadden helaas geen aubergines, dus dan koop je gewoon wat anders i.p.v. zonder groenten naar huis te gaan (hoewel ik al wel een zakje bloeiende chinese bieslook en peultjes had gepakt). Zo’n bitterkomkommer lijkt me nog steeds niks, gewoon omdat ik bitter niet lekker vind. De luffa’s waren me te smal en laat ik nu eens een weekje geen paksoi eten. Choi sum was wat duur, dus ging ik voor wat anders. In ieder geval een groene radijs, die herkende ik. Maar in de onderste dozen zag ik nog iets liggen.

…

Lees Meer Lees Meer