Archief van
Categorie: Noedels

Garnalen met noedels, de lekkerste troostmaaltijd

Garnalen met noedels, de lekkerste troostmaaltijd

Er zijn dagen dat ik niet geïnspireerd ben. Soms zijn andere dingen belangrijker dan met eten bezig zijn. Al wil het soms ook wel een goeie afleiding zijn. Maar op dat soort momenten is een lekkere maaltijd een rustpunt. Comfortfood of troosteten wordt het vaak genoemd. Eten waarvan je tot rust komt. Waar je je even in kan verliezen.

Voor mij zijn dat noedels met garnalen en paksoi. Snel en eenvoudig te bereiken. En met ingrediënten die ik altijd wel in huis heb. Ook de paksoi, dat zeker eens in de week hier op het menu staat. Net zoals er altijd garnalen in de vriezer liggen. Terwijl de voorraadkast zeker 6 soorten noedels telt, van dun tot dik, van tarwe tot rijstnoedels. Altijd noedels in huis waar ik op dat moment maar zin in kan krijgen.

En restjes? Opgebakken tarwe noedels worden alleen overtroffen door opgebakken rijst. Allebei lekker als ze een beetje een knapperig korstje krijgen. Maar met deze variant is de kans klein dat er iets overblijft.

Lees Meer Lees Meer

Snelle maaltijd: dan dan noedels

Snelle maaltijd: dan dan noedels

Ik deed al eens eerder een recept. Er zijn namelijk vele recepten. Ik merk echter dat ik het recept van Fuchsia Dunlop vaker maak. Onlangs nog als onderdeel van een buffet voor 35 man. Dan dan noedels kun je makkelijk van te voren maken en weer opwarmen. Het wordt er misschien nog wel lekkerder van. Opgebakken rijst en opgebakken noedels smaken namelijk geweldig.

Dan dan noodles is eigenlijk streetfood en dan weet je al dat het een snelle bereiding kent. Handig na een lange werkdag. Het heeft echter wel een aantal typische ingrediënten die niet iedereen standaard in huis zal hebben. Te beginnen met het sleutelingrediënt.

Yai cai is een gefermenteerde mosterdkool. Maar lastig te krijgen. Als alternatief kun je Tianjin dongcai gebruiken, een ingemaakte variant van Chinese kool. Bovendien is die veel makkelijker verkrijgbaar. Je hebt ze vast wel eens bij de toko zien staan, zo’n klein bruingroen potje met een doorzichtig plastic deksel. Zo’ n typische verpakking die je alleen koopt als je weet wat het is. Afkomstig uit de Tianjin regio. De kool wordt daar gedroogd in de zon en vervolgens fijn gesneden. Het wordt daarna ingewreven met zout en knoflook, waarna het lang fermenteert in  potten van aardewerk. Zoals vaak met gefermenteerde producten heeft dongcai een sterke smaak.

Je kunt het overigens voor meer gerechten als smaakmaker gebruiken, bijvoorbeeld in een lekker soepje. Gebruik je het voor de eerste keer, wees dan voorzichtig met de hoeveelheden. Teveel kan je gerecht verknallen. En Tianjin dongcai is vrij zout, extra zout toevoegen is zelden nodig. Dus altijd eerst even proeven, maar dat deed je natuurlijk al.

Lees Meer Lees Meer

Voedselsouvenirs, pastatoeristen en Spätzle

Voedselsouvenirs, pastatoeristen en Spätzle

In het geval van een zakenreis naar Noordwest-Duitsland, België, Noord-Frankrijk of Luxemburg, dan werkt(e) de auto steeds het snelste. Geen uren wachten op vliegvelden, niet van te voren en ook niet later tot de koffers eindelijk arriveren, geen reistijden naar en van het start station, geen overstaptijden van de ene naar de andere trein en geen lange taxiritten tussen stations en afgelegen industriële terreinen.

Na al die tijd weten daardoor collega’s inmiddels wel wat ze kunnen verwachten voordat we na 2 of 3 vergaderdagen weer huiswaarts kunnen gaan. Na de laatste vergadering wordt er actief naar een grote supermarkt gezocht en worden er boodschappen gedaan: speurend naar ingrediënten die niet of niet gemakkelijk (in onze omgeving) in Nederland kunnen worden gekocht. De opgevouwen koeltas uit de zakenkoffer gehaald en de lokale lekkernijen (kaasjes!) blijven keurig koel. Tenminste in de herfst en winter.

In de lente en zeker in de zomer, op vakantie, dan gaat het anders. Kaasjes kunnen niet zo goed tegen warmte en zeker niet tegen tropische temperaturen. De nadruk ligt dan meer op andere producten. In Engeland bijvoorbeeld potjes mint sauce. In Frankrijk meestal cider en uit de Elzas wijnen die direct bij de wijnboeren worden gekocht. Uit Italië vroeger wel eens verse pasta’s meegenomen uit hele kleine winkeltjes aan huis, waar je geholpen wordt door al wat oudere mama’s. Verse pasta verpakt in papieren zakken, ook tortellini soorten. Maar dat vond de douane op Schiphol niet zo geweldig. Sindsdien ligt de nadruk op gedroogde pasta, vooral als we in Duitsland zijn.

Pasta in vormen die je in eigen land heel soms in een delicatessenwinkel of Italiaanse specialiteitenzaak ziet liggen. Want in onze supers vind je vooral veel zakken met penne, al uovo, met spelt of een volkoren variant. Idem voor spaghetti. Tuurlijk zijn er nog wat soorten, maar hoewel de merken verschillen per super en groothandel, het blijven de usual suspects: lasagne, fusilli, linguine, rigatoni, pipe rigate, tagliatelle, orzo en tortellini. En dan zijn de schappen die bestemd zijn voor de pasta al bijna vol. Keuzes, zeker, maar al jarenlang dezelfde keuzes met minimale variaties. Nog wat kleine hoeveelheden van andere soorten, bijvoorbeeld 3-kleuren pasta voor in de koude salade. Dat is het wel zo’n beetje en dat terwijl er zo ontzettend veel meer lekkere soorten zijn.

In Duitsland recent weer mogen genieten van veel meer plankruimte voor pasta. Met veel minder penne en spaghetti en veel meer plek voor vele andere soorten. Minder pasta per soort en meer soorten per schap. Dat zouden ze in Nederland ook moeten doen. Je grijpt inderdaad wel eens mis in Duitsland als een soort tijdelijk is uitverkocht of nog niet is aangevuld, maar de variatie is veel groter. Die variatie aan pastasoorten slaan we dan ook massaal in. Gedroogde pasta is lang houdbaar en een koeltas is niet nodig tijdens de thuisrit. Grote boodschappentassen liggen tijdens de vakanties opgevouwen in de kofferbak te wachten op die thuisreisdag.

Die gewoonte om veel soorten pasta uit het buitenland mee te nemen heeft ons van de mede-blogger de geuzennaam pastatoeristen opgeleverd. Die dragen we uiteraard met trots. Thuis is dan alleen door de overdaad aan verschillende pasta’s een maaltijd wel eens lastig te kiezen. Hoezo luxeprobleem? Keuze, leuk!

Lees Meer Lees Meer

De kip die generaal Tso nooit heeft gekend

De kip die generaal Tso nooit heeft gekend

General Tso’s chicken – Generaal Tso’s kip – is een heel bekend gerecht en nog makkelijk te maken ook. Je moet alleen wat Oosterse ingrediënten in huis hebben. Wij maken het regelmatig, die Oosterse ingrediënten staan standaard in onze voorraadkasten. Maken wel met af en toe wat variaties, meer knoflook, geen honing, wel rijstwijn; je kan eindeloos variëren. Maar onderstaande recept is ons vaste basisrecept.

We eten het dus al jaren. Ons huis binnengebracht door mijn wederhelft. Meestal met aardappels uit de oven en sperziebonen. Tot het een keer met mie en broccoli werd gemaakt. En toen viel het kwartje bij mij, een beetje laat wel. Mogelijk door het nu wel Oosterse uiterlijk. Die kip met saus en sesamzaadjes, dat was altijd al een variant van generaal Tso’s kip. En toch ook weer niet. Want generaal Tso heeft het gerechtje dat naar hem is vernoemd hoogst waarschijnlijk nooit gegeten of zelfs maar gezien.

Generaal Tso refereert naar Zuo Zongtang (oftewel Tso Tsung-t’ang), daar is iedereen het wel over eens. Hij leefde in de 19e eeuw, van 1812 tot in het jaar 1885; een staatsman en militaire leider in de Qing dynastie. Je mag veronderstellen dat hij een breed bekend persoon was. Wikipedia bevat nu een biografie van hem, met een foto.

Er is echter geen enkel schriftelijk bewijs of andere connectie tussen het gerecht en de generaal bekend. Zijn nakomelingen meldden ook dat hij het niet at of kende. Nu zegt dat misschien minder dan op het eerste gezicht lijkt. Van mijn ouders en grootouders weet ik wel zo’n beetje wat ze regelmatig aten, maar van mijn overgrootouders en nog verder weg, weet ik het echt niet.

Blijven we in China dan zou de naam afkomstig kunnen zijn van het begrip zongtang, dat voorouderlijke ontmoetingszaal betekend. Inmiddels fluisterde de medeblogger mij in – hij zag dat ik dit blog aan het schrijven was – dat hij mogelijk wist hoe het zat. Die onthulling wachten we dan in spanning af.

Tijd voor onze versie van Generaal Tso’s kip, want zo heet het nu eenmaal.

Lees Meer Lees Meer

Mie, oestersaus, ketjap manis, prei en cha siu

Mie, oestersaus, ketjap manis, prei en cha siu

Verschillen tagliatelle-nestjes en mie-nestjes? Het hoort wel zo te zijn. Tagliatelle is iets dikker en breder dan mie, maar niet veel. Mie en tagliatelle, in ieder geval lid van dezelfde familie. Het hoort wel verre familie te zijn. Echte mie wordt dubbelgewalst waardoor er meer lucht in zou zitten. Holtes waar smaak in kan trekken. Echte mie wordt gemaakt van harde tarwe en tagliatelle van de nog hardere durumtarwe.

In de supers zijn mie-nestjes te vinden van dat bekende Nederlandse merk. Nadeel is wel dat het in een kartonnen doos komt, niet de beste manier om pasta te verpakken. Maar als je de ik-lijk-al-20-jaar-op-pasta mie-nestjes lekker vindt, dan neem je die toch gewoon. Je kookt dan wel nestjes van in Italië gemaakte tagliolini, een extra dunne soort tagliatelle. Geen echte mie, toch lekker. Alleen een beetje flauw dat ze het wel mie blijven noemen. Uitgezocht door De Keuringsdienst van Waarde, wie anders.

Echte mie vindt je zeker in toko’s, veel keuze ook daar. In de supers moet je dus opletten of mie wel mie is, ook al staat het zo op de verpakking. Staat er alleen tarwe(meel) op die verpakking, dan weet je al bijna zeker dat je niet de echte mie in je handen hebt. Staat er harde tarwe op, dan kan je de goede te pakken hebben. Staat er ook nog op dat het dubbelgewalst is, dan kun je vrij zeker zijn dat een echte mie soort is. Niet altijd uit Azië.

Van het Nederlandse merk De Miefabriek bijvoorbeeld. Gemaakt van harde tarwe en dubbel gewalst. Ze noemen hun eigen miesoort, met de naam ‘wok-noedels’, hun icoon. Beetje rare naam overigens. Je moet de noedels namelijk niet wokken maar koken in water. Daarna kan je ze gebruiken in een wok-maaltijd. Dan kan je alles wel ‘wok-iets’ noemen. Maar goed, hun wok-noedels smaken wel prima.

Verwarrend, mie en Nederland.

In China kan je bamie eten, een samenvoeging van ba, vlees en mie, de noedelsoort. Waarschijnlijk via het Indonesische woord bakmi naar Nederland gekomen en tot bami ingekort. Met bami duiden we nu ook wel de noedelsoort; platte mie reepjes, met daardoorheen heel weinig prei en ham. Hoewel we met bami goreng weer een complete maaltijd impliceren, terwijl het alleen maar gebakken bami betekent.

Verwarrend woord, bami. Maar dat maakt etymologie direct zo interessant.

Lees Meer Lees Meer

Beef Chow Fun

Beef Chow Fun

Beef Chow Mein, ik at het jaren geleden regelmatig, met biefstuk of met bieflappen. Een Kantonees gerecht dat in een handomdraai op tafel staat, zoals veel Chinese gerechten. Ideaal als je na een dag werken thuiskomt en geen zin hebt om nog heel lang in de keuken te staan. Op een gegeven moment raakten mijn wokken (ja, ik heb onder andere van die handzame kleine wokken, passen er precies vier op een gasfornuis, ideaal) ook wat op de achtergrond en verschoof mijn aandacht weer lichtjes naar de Indiase keuken. Zo wisselen de Aziatische keukens hier zich periodiek vanzelf af.

Je begrijpt, ik heb mijn woks weer opnieuw ingebrand en maak weer een cross-over naar de Chinese keuken. Dat begon eigenlijk met de Pad Thai, het nationale gerecht van Thailand dat eigenlijk helemaal niet Thais is. Dat gerecht herinnerde mij aan Beef Chow Mein, een soort van Chinese bami zeg maar. Naast Chow Mein (炒面 – ‘gebakken noedels’) bestaat ook Lo Mein (捞面 – ‘geroerde noedels’). Beiden worden met (egg) noedels gemaakt, maar dan van tarwe. Het verschil tussen Lo Mein en Chow Mein zit in de bereidingswijze van de noedels. Voor Lo Mein worden verse noedels gebruikt, die kort worden gekookt. En bij Chow Mein worden meestal gedroogde noedels gebruikt, die uiteraard een wat langere kooktijd hebben. Bovendien vormt bij Lo Mein de saus de basis van het gerecht, terwijl bij Chow Mein de noedels geroerbakt worden. Traditioneel is Lo Mein een droge variant van noedelsoep, waarbij de soep wordt gescheiden van de noedels en apart geserveerd. Naast de variant met tarwenoedels bestaat ook Beef Chow Fun (干炒牛河), met brede rijstnoedels ‘hor fun’.

Pad Thai was het eerste gerecht sinds tijden dat ik weer eens maakte met rijstnoedels. Rijstnoedels en ik waren lange tijd geen vrienden. Waarschijnlijk deed ik iets verkeerd, maar die keren dat ik het gebruikte, bleven de noedels vastgeplakt aan elkaar zitten. Roerbakken, sausjes e.d. ten spijt. Een klont rijstnoedels in het midden en daarom heen de overige ingrediënten was het resultaat. Ik liet ze daarna maar staan. Een tijdje geleden wilde ik toch maar weer eens Pad Thai maken. Met rijstnoedels dus. Het werd een kleine culinaire triomf in Huize Damten.  Dat opende de weg naar meer gerechten met rijstnoedels, zoals phở gà. Ik was vrienden met rijstnoedels geworden.

En zo kwam ik bij Beef Chow Fun. Dit gerecht kent twee belangrijke elementen: ‘wok hei’ en ‘pow wok’. ‘Wok hei’ wil zeggen dat je roerbakt op hoge temperatuur, waardoor de smaken het beste tot hun recht komen, in het bijzonder umami. Daarnaast is het van belang het gerecht in de wok te schudden, in plaats van met een spatel alles telkens om te scheppen. De gedachte hiervan is de kwetsbare rijstnoedels niet aanbakken. Bovendien breken de rijstnoedels makkelijk in vergelijking tot de tarwenoedels. Met een grote wok is dit tossen of schudden best lastig en bovendien kost het flink wat kracht. Uiteindelijk kun je het gerecht prima omscheppen, maar doe dat met een beetje beleid. Ik gebruik de noedels die ik ook voor phở gà gebruikte, die zijn er in verschillende breedtes. Ik zou geen noedels kopen bij de supermarkt, maar neem een kijkje bij de toko, die hebben een ruim assortiment aan rijstnoedels. En zolang je noedels neemt waar phở gà op de verpakking staat, zit je helemaal goed.

Lees Meer Lees Meer

Phở gà – Vietnamese noedelsoep met kip

Phở gà – Vietnamese noedelsoep met kip

Ik ben verzot op met name Indiaas en Chinees eten. Je kunt mij er spreekwoordelijk ’s nachts voor wakker maken. In andere Aziatische landen ben ik minder goed thuis. Uit ervaring weet ik dat ik Koreaans eten vaak ook erg lekker vind, maar bijvoorbeeld eigenlijk te lui ben om kimchi te maken. Ik heb het overigens wel een paar keer gemaakt, prima gelukt ook, maar mijn voorkeur gaat doorgaans uit naar eten dat ik direct van kan genieten. Misschien ben ik niet lui, maar gewoon ongeduldig. Uiteindelijk doe ik met die andere keukens vaak aan cherry-picking, ik pik dat eruit wat mij lekker lijkt. Met Indiaas en Chinees heb ik dat probleem helemaal niet. Ik kan voor mijn gevoel elk willekeurig recept klaarmaken en ik vind het lekker. Noem het een straf.

De Indonesische keuken is ook zo’n keuken waar ik aan cherry-picking doen, maar dan wel heel ruim. Het was voor mij de kennismaking met de Aziatische keuken. De rode kip heeft zich hier intussen in het familierepertoire genesteld. Populair bij klein (intussen niet meer zo klein) en groot (intussen het nieuwe klein). Andere klassiekers zijn geroosterd buikspek en hete makreel. De Indonesische of beter de Indische keuken is ook niet meer weg te denken in Nederland. In Duitsland is deze keuken minder bekend, logisch ook, maar daar kennen ze dan weer vooral de Vietnamese keuken. Ten tijde van de DDR waren daar veel (Noord-)Vietnamese contractarbeiders aanwezig en die hielden vast aan hun eigen eetgewoonten. In West-Duitsland schijnen van oorsprong met name Zuid-Vietnamese restaurants te vinden zijn, wat mogelijk te verklaren is door de vele vluchtelingen in het verleden uit Vietnam. Intussen vinden we in heel Duitsland beiden.

In Nederland is de Vietnamese keuken minder bekend, dan reken ik gemakshalve het Vietnamese loempiastandje niet mee, als je het niet erg vindt. Want de echte Vietnamese loempia is natuurlijk iets veelzijdiger dan alleen een krokant omhulsel met wat rijstnoedels, ei, wortel en taugé als vulling. Bekend zijn wel de verse loempia’s (goi cuon), met een omhulsel van rijstvellen en een vulling van verse kruiden, groente en vlees of garnalen. Erg lekker, maar het vergt enige behendigheid om ze fatsoenlijk te maken. Mij in ieder geval. De smaak is niets mis mee, maar ze zijn meestal niet even presentabel. Overigens ben ik ook geïntrigeerd door de Vietnamese Banh Mi, oftewel een baquette met groenten en vlees. Daar wil ik nog eens een studie van maken. De invloed van de Fransen. En als liefhebber van soep kan ik natuurlijk niet heen om phở (uit te spreken als: fuh).

De oorsprong van phở is niet goed gedocumenteerd, maar lijkt in het noorden van Vietnam te zijn ontstaan. Er zijn twee belangrijke theorieën over het ontstaan. De eerste noemt Franse kolonisten bepalend voor het ontstaan van phở, maar die theorie lijkt vooral aangehangen te worden door Westerse bronnen. Waarschijnlijker lijkt het dat het gerecht zijn herkomst heeft in de Kantonese keuken; het woord phở is etymologisch te herleiden tot de Chinese koks die in het begin van de twintigste eeuw hun gerechten aan de Fransen aanprezen.

De versies binnen Vietnam verschillen uiteraard. De noordelijke Hanoi-variant (phở Bac) verschilt van de zuidelijke Saigon-variant (phở Sài Gòn) in de breedte van de noedels, de zoetheid van de bouillon en de keuze aan kruiden. In het zuiden van Vietnam werd phở pas populair nadat het land in 1954 opgedeeld werd en veel Noord-Vietnamezen vluchtten naar het zuiden. Het bekendste is de variant met rundvlees, dat voornamelijk gegeten werd door Fransen, terwijl de Vietnamezen van oorsprong vooral kip en varken eten. Ik koos voor de kipvariant: phở gà. Gebruik je kippendijen dan heet het phở gà đùi, gebruik je kipfilet dan heet het phở gà lườn. Ben je een liefhebber van bevruchte kippeneieren, dan kan dat ook (phở Trứng non), maar die laat ik vooralsnog aan mij voorbij gaan.

Lees Meer Lees Meer

Smakelijke noodles maaltijd,
klaar in 4 minuten

Smakelijke noodles maaltijd,
klaar in 4 minuten

Vast zelf ook wel meegemaakt. Druk, druk, druk. Laat thuis van je werk en geen tijd om te koken. Want je moet eigenlijk al weer op weg zijn om nog op tijd met je team te kunnen sporten.

En daarom hebben wij altijd gedroogde noodles in huis. Noodles voor de wok, dé redder in nood.

Omdat het van die onvoorbereide maaltijden zijn, komt de rest van de ingrediënten gewoon uit de koelkast en voorraadkast, zonder al te veel nadenken uitgekozen. En dat levert elke keer een andere snelle maaltijd op. Met wel elke keer die noodles als constante.

Klaar in 4 minuten. Eerlijk verdeeld. Rustig in 2 minuten alles pakken en relaxed in 2 minuten alles klaarmaken.

En als ik echt haast heb kan het ook in 2 minuten op zijn. Totaal 6 minuten. Ennnnnnnnnnn go.

Lees Meer Lees Meer

Schwarzwälder Spätzle met Schwarzwalderham

Schwarzwälder Spätzle met Schwarzwalderham

Heb je het in Duitsland over Spätzle dan denken ze aan een gebied in het zuidwesten van Duitsland: Zwaben. Vroeger een eigen regio met een eigen cultuur. Nu verdeeld over 2 deelstaten: een deel van Baden-Württemberg en een deel van Beieren.

Het Zwarte Woud was onderdeel van Zwaben en daar hebben we traditionele Spätzle gegeten in het restaurant van een gemoedelijk landelijk hotel dat helemaal in de stijl van het Zwarte Woud was aangekleed, binnen en buiten. Het hotel was ook populair bij schansspringers die al meteen na het ontbijt massaal buiten hun rek- en strekoefeningen deden. Ze als lenig bestempelen doet deze sporters te kort.

In het Zwarte Woud spreken ze het speciale dialect van Zwaben, dat absoluut onverstaanbaar is voor een Nederlander opgegroeid met het Duits van de TV en de lessen op de middelbare school. Maar als je om spetzel vroeg dan kreeg je keurig Spätzle als bijgerecht geserveerd, zonder verdere toevoegingen. Maar dan wel per persoon in een hoeveelheid die voor 2 personen genoeg was voor een volledige maaltijd. Op andere tafels stond net zoveel Spätzle dus het was blijkbaar een normale hoeveelheid om op te dienen.

Aan onze tafel waren er mixed feelings over de Spätzle. Van smakeloos en een rare textuur tot lekker, lijkt op gekookte kale pasta of eiernoedels.

Daarom thuis zelf gemaakt in een veel kleinere hoeveelheid en wat extra smaak toegevoegd. Spätzle als bijgerecht.

Lees Meer Lees Meer

Surinaamse bami goreng

Surinaamse bami goreng

Je kunt het Surinaamse bami goreng noemen, maar veel mensen in Suriname noemen het Javaanse bami. Wat het feitelijk ook is. In twee weken tijd heb ik het drie keer gegeten, allemaal even lekker. Bij een eettentje (‘Kasan’) buiten Paramaribo, op weg naar de Jodensavanne, kreeg ik de lekkerste sambalsaus. Pittig, licht brandend op de lippen, maar niet schroeiend heet. Ik had desondanks genoeg aan de sambal bij het gerecht, onze chauffeur haalde er nog een bakje bij. De kip was overigens ook helemaal goed.

Helaas was er weinig tijd om lokaal echt boodschappen te doen, maar op het vliegveld van Paramaribo vond ik gelukkig nog een flesje ‘Inke’s Peper Sambel – Voor uw bamie en nasie’.

Hoewel in veel Surinaamse recepten zoutvlees, zoutvis of de maggi-blokjes worden gebruikt, is daar hier geen sprake van. Maar het zout zit ditmaal in de ketjap. Je kunt zoete ketjap gebruiken of gekruide ketjap, maar de echte hitte komt van de ‘Peper Sambel’. Ik ben nu al verslaafd aan het spul, maar het probleem is dat ik maar één flesje heb meegenomen. Nu dus kijken of ik een adresje hiervoor kan vinden.

Lees Meer Lees Meer