Archief van
Categorie: Noedels

Schwäbische Spätzle met pesto alla Genovese

Schwäbische Spätzle met pesto alla Genovese

Pesto alla Genovese. Men noemt het de oorspronkelijke pesto, uit Genua in Noord-Italië. Of dat waar is? Naar verluidt stamt pesto af van het oud Romeinse smeersel moretum. Vanaf dat punt kun je in de tijd vele afslagen nemen. Bijvoorbeeld naar pesto alla Trapanese, met amandelen, uit Sicilië, en naar de rode pesto alla Calabrese uit Calabrië in Zuid-Italië, ook met amandelen.

Pesto all Genovese wordt authentiek gemaakt van basilicumblaadjes, pijnboompitten, knoflook, Parmezaanse kaas (hoewel ook Pecorino mag blijkbaar), olijfolie extra vierge en zout. Alles in een speciale volgorde vijzelen en mengen en je hebt pesto. Voor ons is basilicum essentieel in pesto. Geen frivoliteiten op dit gebied.

Basilicum, Ocimum basilicum. Dat moet je wel toevoegen want er zijn heeft veel planten die basilicum heten. Zoals Thaise basilicum, Ocimum basilicum var. thyrsifloradie, die de medeblogger graag gebruikt maar nog geen Reutel-recept aan heeft gewijd. Basilicum, lekker, zowel de verse blaadjes als de steeltjes. Raak je de blaadjes aan dan komt de lekkere geur vrij.

We gebruiken basilicum vaak. Losse blaadjes vooral op pizza’s, in pasta’s en door salades. Hele takjes laten we lang mee sudderen in tomatensauzen voordat we ze aan het eind weer verwijderen. Levert lekkere tomatensausen op. Maar we gebruiken basilicum uiteraard ook om zelf pesto te kunnen maken. In 10 minuten klaar. Alleen een reis naar de winkel duurt al langer, laat staan zoeken, afrekenen en terug reizen.

De planten kopen we tegenwoordig wel bij onze supers, in een pot met aarde. En daar zijn we niet alleen in. The Guardian meldde op 15 juni 2024 dat bij navraag bij de grote Engelse supermarkten dat zowel Tesco, Asda, Sainsbury’s als Ocado verklaarden dat basilicum het meest verkocht werd van alle kruiden. Gezien het aantal basilicumplanten in onze supers zal dat in Nederland niet anders zijn.

Dat kopen bij supers brengt wel een aantal uitdagingen met zich mee. Basilicumplanten zijn vast in de kas omhoog getrokken; een snelle geforceerde groei, zodat ze zo snel mogelijk verkocht kunnen worden. Geen natuurlijk gedrag. De term plofplant wordt wel gebruikt in relatie tot basilicumplanten uit de supermarkt. In de potten zitten vast veel plantjes met maar 1 stengel.

We hebben vrienden en kennissen die de blaadjes meteen beginnen op te eten, waardoor ze na een korte tijd alweer een basilicum plant moeten kopen. Vast precies wat de commerciële supermarkten willen. Wij doen het anders.

Wij laten de gekochte plant eerst met rust. We zetten het op een plek voor een raam met halfopen luxaflex. Vrij constante temperatuur en geen wind of vocht. Uit de volle zon ook. Koeler dan de tropische en subtropische gebieden waar de plant in de natuur voorkomt, maar bij ons werkt het. Want na even bijkomen van de gedwongen groeispurt, begint de plant langzaam te groeien. We hebben er zelfs af en toe bloemetjes in!

Een bijna 50 centimeter hoge basilicumplant. In de winkel worden ze verkocht als ze zeg 20 centimeter hoog zijn. Je hoeft ze niet eens te verpotten om ze in leven te houden. En als de plant(en) zo’n 50 centimeter hoog is (zijn) gaan we delen van de takjes gebruiken in gerechten.

En we kopen op tijd een nieuwe basilicum plant, die ook eerst weer mag bijkomen. Zo hebben wij altijd verse basilicum in huis. We kunnen daardoor altijd zelf pesto maken, want eigengemaakte pesto die je op de dag zelf gebruikt is echt veel lekkerder dan die uit potjes uit de winkel.

Neem je pesto uit een potje, dan moet je wel even op de lijst met ingrediënten kijken. Want er zijn nogal wat verschillende potjes pesto te koop die niet helemaal aan de authentieke ingrediëntenlijst voldoen, ook niet al we ons beperken tot waar pesto alla Genovese op het potje staat. Oftewel, helemaal niet.

Zonnebloemolie in plaats van olijfolie extra vierge is populair. Soms zit er Grana Padano in, geen Parmezaanse kaas, en geen Pecorino. Cashewnoten of amandelen komt ook vaak voor. Maar er is ook wel een bijna pareltje die Basilico Genovese BOB gebruikt, maar toch naast olijfolie extra vierge en pijnboompitten ook nog zonnebloemolie en cashewnoten bevat. Om de prijs te drukken?

Maak je zelf pesto, begin daar dan mee tijdens het bereiden van de maaltijd en tel 10 minuten bij de maaktijd op.

Lees Meer Lees Meer

Snelle noedels met prei, puntpaprika en gehakt

Snelle noedels met prei, puntpaprika en gehakt

Jawel, het is waar. Hoe ouder je wordt, hoe meer je over vroeger gaat praten. En dus moeten we het ook over prei hebben. Er valt niet aan te ontkomen. Velen met ons zullen vroeger schrik hebben gehad als ze prei op het aanrecht zagen liggen. Want dat kon maar één ding betekenen: gekookte prei. En dat was nog niet alles, het was prei met een papje. De horror!

Nee, ik geloof niet dat iemand daar positieve herinneringen aan kan hebben. Het was gewoon vies. Nu ik er over schrijf, proef ik de gekookte prei weer. Brrr.

Ik kan mijn medeblogger nog steeds geen prei voorschotelen. Na een bami-maaltijd sieren sliertjes prei de rand van het bord. Toch smaakt roergebakken prei wezenlijk anders dan gekookte prei. Het heeft bovendien niet de akelige structuur van gekookte prei.

Ik durf te zeggen: prei is lekker. Het is geurig en ietwat scherp, zeker rauw. En als curry smaakt prei helemaal geweldig. Een aanrader voor iedereen.

In een bami-maaltijd zit vaak maar een beperkte hoeveelheid prei. Dat mag best wat meer.

Lees Meer Lees Meer

Odeng – Koreaanse fish cake op een stokje

Odeng – Koreaanse fish cake op een stokje

Viskoekjes, ik ben er nog lang niet klaar mee. Er is een verschil tussen Europese viskoekjes, die vooral bestaan uit vis en aardappel, en de Aziatische varianten, die vooral bestaan uit fijngemalen vis. En dan zo fijngemalen dat de eiwitten worden afgebroken en nieuwe verbindingen aangaan. De vis, als je daar nog van kan spreken, krijgt dan een heel andere structuur. Zoals surimi. Een truc die Aziaten overigens niet alleen uithalen met vis, maar bijvoorbeeld ook met gehaktballetjes. Sommige mensen vinden de ietwat elastische structuur maar niks, maar ik ben er dol op. Zelf maak ik af en toe Thaise viskoekjes. Die zijn van zichzelf al smaakvol, maar met een goeie dipsaus worden ze fabelhaft.

Onlangs zag ik in de toko een Koreaanse variant. Op een stokje! Mijn interesse was gewekt en over het algemeen betekent dat bij mij kopen en proberen. Met alle risico’s van dien, maar hier heb ik wel vertrouwen. Nu zijn zelfgemaakte viskoekjes echt een aanrader boven de winkelversies die doorgaans allerlei ingrediënten bevatten die een goed viskoekje niet nodig heeft. Maar het experiment begint met eerst bepalen hoe het smaakt en wat de textuur is. Daarna kijken we wel of het vervolg krijgt.

Ik zag overigens nog wat anders opvallends bij mijn bezoek aan de toko. Een man voor mij in de rij bij de kassa had zojuist zo’n 50 pakjes met platte viskoekjes op de loopband gelegd. De complete winkelvoorraad. In mijn onschuld denk ik nog dat hij misschien een feestje had. Even later zie ik hem buiten instappen in een kleine bestelauto. Ik loop de auto voorbij en zie dat het de bedrijfsauto is van een Thais restaurant in mijn woonplaats! Pardon? En ik maar denken dat ze in restaurants zelf dingen maken. Nou, dat is niet waar. Ik at al eens bij een Chinees in een naburig dorp siu mai die gewoon uit de vriezer kwam en bij de groothandel was ingeslagen. Ik kon het weten, want ik had al eens dezelfde gehaald. Bij die Chinees kwam ik vanzelfsprekend niet meer terug, net zoals de kans klein is dat ik dit Thais restaurant eens zal bezoeken. Halffabrikaat gebruiken, prima. Maar hele gerechten, kansloos.

In Zuid-Korea worden viskoekjes eomuk (어묵) of odeng (오뎅) genoemd, wat een leenwoord is van het Japanse stoofpotje oden. Viskoekjes worden voornamelijk gemaakt van witvis en bevatten naast vis zout, suiker, bloem en zetmeel. Daarnaast kunnen ander smaakmakers zijn toegevoegd.

Eomuk wordt meestal gemaakt van een pasta van gemalen vis die wordt gefrituurd. Het verwerkt worden in gerechten of kan worden gekookt met andere ingrediënten om bijvoorbeeld eomuk-tang (어묵탕; “viskoekensoep”) te maken. ls je Odeng googelt kom je allerlei afbeeldingen tegen van smakelijke soepjes met odeng, viskoekjes op een stokje. Hoewel een soepfanaat, bewaar ik dat voor een volgende keer.

Nu is het oorspronkelijke recept voor het bereiden van de odeng met gedroogde anchovis en Koreaanse radijs of daikon. Ik kies voor een makkelijke variant en gebruik Japans bouillonpoeder, oftewel dashi no moto. Ook makkelijk zelf te maken, maar ook in kleine handige verpakkingen voor de snelle bereiding. Dashi wordt gemaakt van kombu (zeewier) en katsuobushi (gefermenteerde tonijnvlokken). Subtiel en lekker.

Wel maakte ik er een traditionele Koreaanse dipsaus bij, yangnyeomjang. Ook lekker bij dumplings overigens. En die ik niet als dip gebruikte, maar de odeng mee besprenkelde. Je zou de odeng prima kunnen eten bij witte rijst of gebakken rijst. Ik koos voor simpele gebakken noedels.

Lees Meer Lees Meer

Wat als Sheldon Cooper in China was geboren: noedels met hotdogs

Wat als Sheldon Cooper in China was geboren: noedels met hotdogs

Je zou toch denken dat ik precies weet wat er zich in mijn koelkast bevindt. Van potjes tot verse groenten. De realiteit is helaas een stuk weerbarstiger. Een spitskool of Chinese kool waarvan ik regelmatig beweer dat ik die in huis heb? Lenteui? Broccoli? Nee, niets van dat alles!

Naast aardbeien, wilde perziken en wat druiven vond ik een komkommer en twee winterpenen. En in de vriezer nog een handje velderwtjes. Een handje, meer was het niet. Wat ik in ieder geval had verwacht? Een zak nasi-bami-groenten. Handig als je druk bent en veel van huis. Gemak dient soms de mens. Ik was er van overtuigd dat het in mijn koelkast lag.

In de vleeslade sowieso niet veel bijzonders. Kaas (!), een ei waarvan ik vermoedde dat het gekookt was en een pakje hotdogs. Het was bovendien half 8 geweest. Een snelle noedelmaaltijd met een gebakken eitje was het idee, maar om nou nog boodschappen te gaan doen zag ik niet zitten. Moest ik helemaal mijn schoenen weer aantrekken. Dat ging echt niet gebeuren. 1-0 voor team Luiheid.

Mijn gedachten gingen naar Sheldon Cooper. Maar, spaghetti niet in huis. Wel noedels in 20 varianten. Wat als Sheldon in China was geboren? Ik weet niet of hij dan hotdogs zou hebben gegeten, eerder Chinese worstjes denk ik. Niks mis mee overigens. Aan de andere kant is de Chinese keuken heel adaptief. Je kookt met wat voorhanden is. Moest ik ook maar eens gaan doen.

Lees Meer Lees Meer

Knoflookstengels met garnalen

Knoflookstengels met garnalen

Met garnalen is iets geks aan de hand. En dan heb ik het niet over de Noordzeegarnaal, ook wel Hollandse garnaal genoemd, of de Noor(d)se garnaal, beide soorten die leven in koud water. Nee, ik bedoel al die grote dikke garnalen uit de vriezer van de supermarkt. Waarvan sommigen gebakken ineens veel minder groot zijn overigens. Er lijken heel veel soorten te zijn, maar in feite is het aantal soorten dat hier verkocht wordt heel beperkt.

In Nederland noemen we alles gemakshalve maar garnaal, maar in het Engels wordt er een onderscheid gemaakt tussen de prawn (Caridea), een zoetwatergarnaal, en de shrimp (Penaeoidea), een zoutwatergarnaal. Als het gaat om warmwatergarnalen, laten we ze tropische garnalen noemen, is er een onderscheid tussen de tijgergarnaal (Penaeus monodon) en de witpootgarnaal (Litopenaeus vannamei). En dat zijn eigenlijk de twee garnalensoorten die in de winkels liggen.

De tijgergarnaal dankt zijn naam aan de donkere strepen op zijn rug en is doorgaans groter dan de witpootgarnaal. Tijgergarnalen zijn duurder dan witpootgarnalen en dat heeft alles te maken met de extensieve kweekwijze met veel ruimte per garnaal. Beide garnalen kunnen weliswaar in het wild gevangen worden, maar doorgaans worden ze gekweekt. In Zuid-Amerika, maar vooral in Zuidoost-Azië.

Dus als je wokgarnalen of reuzegarnalen in de supermarkt ziet liggen, dan is het dus een tijgergarnaal of een witpootgarnaal. Nu is het vervelende dat garnalen in de supermarkt heel duur zijn. Ze zijn sowieso al niet goedkoop, maar voor garnalen loont het om ze te kopen bij de groothandel. Maar als je daar vervolgens op de diepvriesafdeling staat, heb je plots enorm veel keus. Veel meer dan dat ene zakje wokgarnalen bij de supermarkt.

De keuze begint met het formaat. Garnalen worden voor het grootste deel verkocht op maatsortering, bijvoorbeeld 26/30 of 31/40. Dat wil niet anders zeggen dat er 26 tot 30 garnalen gaan in een Engelse pond of 31 tot 40. Garnalen met een sortering 26/30 zijn dus groter dan die met een sortering 31/40. En hoe groter de garnaal, hoe duurder.

Maar dan ben je er nog niet. Je kunt vervolgens kiezen tussen allerlei bewerkingen, zoals bijvoorbeeld HOSO (head on, shell on), HLSO (headless, shell on) of body peel (met kop en staart, maar gepeld en ontdarmd). Wat je koopt is helemaal afhankelijk wat je er mee wilt doen. Zo wil je voor garnalen op de barbecue waarschijnlijk wel ongepelde garnalen, maar voor gepaneerde garnalen juist weer niet.

Vaak zijn de garnalen bovendien geglaceerd en dus individueel van elkaar bevroren. Dat betekent dat een deel van het gewicht uit water bestaat. Als het goed is, staat het nettogewicht op de verpakking, want dat is verplicht.

“En gamba’s dan? Die bestel ik altijd in het restaurant!” Gamba’s zijn doorgaans gewoon witpootgarnalen. De naam gamba komt uit het Spaans en betekent niets anders dan ‘garnaal’, maar het klinkt voor mensen waarschijnlijk alsof het om grote garnalen gaat en wordt het voor de marketing gebruikt. Een slimme verkooptruc dus.

Diepvriesgarnalen hebben een groot voordeel. Je gebruikt wat je nodig hebt en ze zijn zo klaar. Perfect voor een snelle maaltijd. En voor wie op de calorieën let, garnalen bevatten weinig vetten en geen koolhydraten.

De combinatie van garnalen met knoflook doet het altijd goed. Maar je hebt knoflook en je hebt knoflookstengels… Knoflookstengels kun je gek genoeg alleen bij de toko krijgen. De supermarkt is wat betreft groentesoorten nooit een echte markt geweest, de keuze aan groenten is daar beperkt en vooral heel standaard. Het heeft jaren geduurd voordat er überhaupt zoete aardappel te vinden was, terwijl je rettich er nog steeds nauwelijks kunt vinden. En vergelijk paksoi uit de supermarkt maar eens met de verschillende varianten die je bij de toko kunt krijgen, zoals shanghai paksoi. Ja, twee ielige kleine stronkjes in een folie misschien en je betaalt ook nog eens de hoofdprijs. Geen vergelijk met de volle stronken die je in een toko koopt, voor weinig. Voor een bloemkool moet je daarentegen niet in de toko zijn, maar wel voor tal van groenten zoals de vleugelkomkommer, okra en ook knoflookstengels.

Aan die stengels is op zich weinig exotisch, want het zijn de lange stengels van de knoflookplant die enkele weken voor het oogsten van de bollen worden afgesneden, zodat alle energie in de bollen gaat zitten. En die stengels kun je gewoon eten. Fijngesneden in een salade of roergebakken met rijst of noedels. Ze smaken milder dan de tenen, maar hebben een duidelijke knoflooksmaak. Snel te bereiden en daarom ideaal in combinatie met garnalen.

Lees Meer Lees Meer

Snelle maaltijd: udon met sojabonen en furikake

Snelle maaltijd: udon met sojabonen en furikake

Furikake is al een tijdje hip and happening. En dat is niet zo gek, het smaakt lekker en het ziet er vrolijk uit. Het is een Japans strooisel dat een vlakke rijstmaaltijd om kan toveren in een klein feestje. Net zoals crispy chili olie dat ook kan doen. Beide zijn verslavend lekker. Niet in de laatste plaats door de toevoeging van MSG, de smaakversterker uit de Aziatische keuken die zorgt voor een sterke umami-smaak. Maar ook als je furikake zelf maakt zonder MSG smaakt het nog steeds geweldig.

Strooisels bestaan al eeuwen in de Japanse keuken, maar furikake als zodanig is in de jaren vijftig van de vorige eeuw ontstaan met de oprichting van de Nationale Furikake Vereniging in 1959. Volgens de definitie van de vereniging zijn veel strooisels furikake, namelijk een gekruid en gedroogd mengsel van een of meer zeeproducten, landbouwproducten en veeteeltproducten, en gemengd met zeewier, sesamzaadjes, kruiden en specerijen. De naam furikake betekent simpelweg ‘strooien’.

De definitie laat veel ruimte voor verschillende mengsels. Een basis versie heet nori komi furikake en bestaat uit geroosterde sesamzaadjes, zeewier, zout en suiker. En vaak dus nog ook een smaakversterker. Populair is vooral de furikake met wasabi als toevoeging. Persoonlijk vind ik furikake met bonitovlokken erg lekker. Het zijn de schaafsels van een gedroogde, gefermenteerde en gerookte tonijnsoort, namelijk de gestreepte tonijn. Gedroogd heet het katsuobushi en geeft het een lekkere ziltige umami-smaak

Lees Meer Lees Meer

Tjauw Min

Tjauw Min

Tjauw Min, de Surinaamse versie van het Chinese Chow Mein. Chow Mein zouden wij bami noemen. Bami kennen wij dan vooral van het Chinees-Indonesisch restaurant. Tjauw Min is echter niet helemaal hetzelfde als ‘onze’ bami. Die wordt namelijk gemaakt met dikke noedels, terwijl Tjauw Min met dunne noedels wordt gemaakt. Toch is de ene Tjauw Min de andere niet. Nu is het internet lang niet altijd een betrouwbare bron van informatie, net zoals sommige kookboeken dat ook niet zijn. Hoe vaak ik wel niet een recept tegenkom waarin gewokt wordt met olijfolie bijvoorbeeld. Sommige zaken kunnen echt niet. Dus als je het internet niet kunt vertrouwen, wat doe je dan? Precies, je onderzoekt het aan de bron, Suriname dus. Het vliegtuig in en gaan!

Nu heeft Suriname een bijzondere mix van bevolkingsgroepen en daarmee ook van keukens. Ik heb het al vaker genoemd. Zie de verschillende recepten uit Suriname in het menu. Het resultaat is een heel intrigerende, maar vooral ook smakelijke keuken. Drie weken de tijd had ik om dat te doorgronden. Laat er geen misverstand over bestaan, ik heb mijn best gedaan.

Tjauw Min eet je bij een warung, een Javaanse eethuisje, of bij een Chinees restaurant. Of bij een lokaal eettentje. Dan kun je al wel raden dat die Tjauw Min telkens anders zal smaken. En elke keer lekker. Altijd bestond de Tjauw Min uit dunne noedels, zoals je zou verwachten. Maar wat ik niet had verwacht dat ik bij een warung spaghetti als Tjauw Min zou eten. Ik was blij dat ik een klein portie had besteld, want spaghetti is machtiger dan dunne noedels. De Tjauw Min smaakte er overigens niet minder om.

Net zoals de bami in Nederland eet je Tjauw Min met weinig groenten. Groente serveer je er apart bij. Maar niet overal dus. Bij de Chinees kon je kiezen uit Tjauw Min met lokale groenten of met buitenlandse groenten. De laatste versie was iets duurder. Maar deze Tjauw Min had duidelijk meer groenten dan andere versies die ik heb gegeten. Nog steeds niet overheersend overigens, want bij elke Tjauw Min draait het om de noedels.

Maar dan. Meestal werd de Tjauw Min met stukken kip geserveerd, soms met varkensvlees, een andere keer een combinatie van beiden. Bij de meeste warungs was de keuze beperkt. Een kleine of een grote portie en met de optie extra kip. De kleine portie was al voldoende voor een volwaardige lunch overigens. Bij de Chinees kon je kiezen uit kip, varkensvlees, seafood of een combinatie. Bovendien werd gevraagd of je het vlees door de Tjauw Min heen wilde of bovenop geserveerd. De klant is koning.

Overigens werden alle Tjauw Min’s geserveerd met  sambal of een andere hete saus of gewoon fijngesneden Madame Jeanette. Ik zeg gewoon, want bij verschillende gelegenheden kreeg ik op een schoteltje fijn gesneden Madame Jeanette met daarnaast (of daaronder) zure komkommer. Het laat zich raden natuurlijk dat je soms al in de fik vloog van een plakje komkommer.

En alle versie’s van Tjauw Min hadden gemeen dat de belangrijkste groente kousenband was.

Terug in Nederland mis ik de Surinaamse Tjauw Min. Dan maar zelf aan de slag.

Lees Meer Lees Meer

Noedels met kousenband en gehakt

Noedels met kousenband en gehakt

Onlangs mocht ik weer enkele weken van de Surinaamse keuken genieten. En ik heb genoten! Vrijwel elke dag at ik wel een soep, soms als voorafje (visblaassoep of heetzure soep, maar dan de Surinaamse variant met Madame Jeanette in plaats van vers gemalen peper) of als maaltijd saoto (de Surinaamse versie van soto), pindasoep of Chinese tajersoep als maaltijd. Ook de snert ontbrak niet. En elke kok maakt zijn soep anders. Zo heb ik drie verschillende pindasoepen gegeten, waarvan twee zelfs in hetzelfde restaurant, maar met een andere kok. Zo’n soep is perfect na een dag in de verzengende hitte, met gevoelstemperaturen tegen de 40 graden. Dan wil je je vochthuishouding wel weer op peil brengen.

Suriname is ook wel een keuken met veel groenten, al vormen ze misschien niet de bekendste gerechten. Veel mensen kennen misschien wel her heri, een gerecht met cassave, plataan, bataat en aardappel, vergezeld door bakkeljauw en een gepocheerd eitje. Een machtig en smakelijk gerecht. In het hotel at ik af en toe een salade met verschillende groenten uit eigen tuin, met daarbij een geweldige pindasaus, waarvan de pittigheid ook weer verschilde per kok. En de groenten overigens ook niet altijd hetzelfde waren. Soms zat er dagoeblad in, ofwel waterspinazie, of jonge paksoi. Salades zijn extra lekker als er wat tajerblad, ook wel boterblad, in zit. Zacht van smaak en structuur. Echt lekker om rauw te eten. Sopropo is ook een veel gegeten Surinaamse groente. Deze heet ook wel bittermeloen. Ziet er prachtig een smakelijk uit, maar vanwege de bitterheid laat ik hem staan. Geef mij maar oker of okra.

De groente die je echt bijna overal tegenkomt is kousenband. Of het nu in een salade is in het hotel, een Javaanse bami in een warung, een Moksi Meti bij de Chinees, op een broodje met zoute vis of bij een roti. Bijna overal zie je wel kousenband. Bescheiden door een gerecht of ernaast. Lange stukken, korte stukken of heel fijn gesneden. Het maakt niet uit.

En beste lezer van Reutel, koop alsjeblieft verse kousenband. Je zult er misschien naar op zoek moeten of het bestellen bij je groenteboer, maar koop geen diepvrieskousenband. De hele structuur vriest kapot en juist kousenband moet wat steviger zijn en ietwat taai. Het is dan ook niet hetzelfde als sperziebonen, of slabonen zoals wij ze thuis noemden.

Ik eet het met enige regelmaat en kousenband laat zich goed combineren met sterke smaken. Zoals gochujang.

Lees Meer Lees Meer

Noedels met zeevruchten

Noedels met zeevruchten

Zeevruchten, een bijna poëtische benaming voor wat in het Engels vrij ordinair sea food heet. Het Italiaans is nog lyrischer, frutti di mare. Het Duits, dat net als het Nederlandse niet altijd uitblinkt met fraaie klanken, kent Meeresfrüchte. Gaat de Engelse term feitelijk over alles wat voor de mens eetbaar is en in de zee leeft, zowel plantaardig als dierlijk, de andere benamingen slaan vooral op schaaldieren en schelpdieren. Het woord ‘vrucht’ is misschien een beetje een eufemisme, maar duidt vooral op iets smaakvols, kleins en misschien wel luxueus. Zo wordt het tenminste nu ervaren, terwijl voedsel uit de zee al sinds mensenheugenis wordt gegeten en niet per se uit luxe.

Zeevruchten kan dus uit van alles bestaan. Van coquilles, mosselen of andere schelpdieren tot garnalen en inktvisringen. In de meeste bevroren zeevruchten vind je naast een verdwaalde garnaal en wat mosselen voornamelijk inktvis. Misschien nog een schelpdier, maar zeker geen coquilles. Kook je wat groter, dan loont het om zelf je combinatie van zeevruchten samen te stellen.

Ik denk dat de meeste mensen zeevruchten als zodanig eten als ze paella eten. Zo’n gerecht dat ik zelf nog nooit gemaakt heb en misschien zelfs nog nooit gegeten heb. Ik herinner mij het in ieder geval niet. Terwijl ik toch zo’n liefhebber ben van rijstmaaltijden. Wie weet komt het er nog eens van.

Het maken van paella vraagt tijd, maar zeevruchten zijn heel geschikt om een snelle maaltijd mee te maken. Zelfs bevroren zeevruchten kun je snel gebruiken door ze te ontdooien onder stromend water. Iets wat bij niet te dikke vis overigens ook goed werkt.

Zeevruchten zijn ideaal om met noedels te combineren.

Lees Meer Lees Meer

Noedels met kornet bief en shiitakes

Noedels met kornet bief en shiitakes

Corned beef (twee lettergrepen) en kor-net bief (drie lettergrepen). Wat blijkt? Beiden zijn goedgekeurde schrijfwijzen. Het mag duidelijk zijn dat de tweede de vernederlandste variant is van het Engelstalige origineel. Overigens zeg ik altijd ‘kornet bief’, gewoon lezen wat er staat toch?

Corned beef, ook wel Bully beef geheten, was met hardtack biscuits het belangrijkste rantsoen van het Britse leger van de Boerenoorlog tot de Tweede Wereldoorlog. ‘Bully beef’ verwijst mogelijk naar de stierenkop op de bekende blikken Hereford, maar de term werd al in de negentiende eeuw gebruikt door Britse troepen als het ging om ingeblikt rundvlees.

Corned beef is inderdaad rundvlees, fijngehakt en gekruid, en de blikken hebben een typische, ietwat taps toelopende vorm. Ik kan mij van vroeger herinneren dat er wel eens een blik in de kast stond, met zo’n sleuteltje op bovenkant, maar ik kan mij niet herinneren hoe het werd gebruikt, waarschijnlijk op brood. Wel herinner ik mij de structuur en de zoutige smaak van het vlees. Ik was er vroeger niet kapot van en dat was voornamelijk een structuur-dingetje.

Het is duidelijk dat corned beef vooral bedoeld was om vlees lang houdbaar te houden. Het is met name in de Commonwealth landen een veel gebruikt ingrediënt. Ook in de tropische delen van het Britse Rijk werd en wordt corned beef veelvuldig toegepast. En de Chinezen zouden geen Chinezen zijn als ze het niet integreerden in hun keuken. Dat kan ook prima voor een snelle, haast typisch Chinese maaltijd.

Lees Meer Lees Meer