Archief van
Categorie: Noten

Een 3-lagen boter-pecannoten cake

Een 3-lagen boter-pecannoten cake

Bij thuiskomst na een korte even-weg-vakantie wachtte een leuke verrassing op ons. Een 3-layer butter-pecan cake, helemaal zelf gemaakt door de thuisblijvers. Een cake die ook flink wat tijd kost om te maken, te bakken en af te koelen.

Het was het waard, want hun versie van 3-layer butter-pecan cake was superlekker. Dat bevestigde zelfs de medeblogger, die 2 dagen na onze thuiskomst weer eens lekker voor ons kookte. Hij ontkwam niet aan het nuttigen van een stukje cake.

Vorig jaar was er bij thuiskomst al een slagroom-cheesecake uit de koelkast, nu een zelfgemaakte laagjes cake met frosting. Verrassing bij thuiskomst voor het 2e jaar op rij. Dan is het in Nederland een traditie.

Ze hadden op internet gezocht met de woorden fancy cakes, en deze butter-pecan cake was 1 van resultaten. Nu onthouden zoekmachines wat je eerder hebt gezocht, dus bij mij kwam deze versie van een butter-pecan cake niet bovendrijven. Wel heel veel andere voorbeelden. Link niet gekregen van de huisgenoten – Alright then. Keep your secrets. – maar niet veel later kreeg ik toch hun versie van het recept toegestuurd.

Veel pecannoten en een ruime hoeveelheid roomboter, dat was na lezing meteen duidelijk. En heel erg veel suiker, dat ook.

Pecannoten zijn inheems in de VS en Noord-Mexico. De combinatie met boter is ontstaan in het zuidelijke deel van de VS. Dat het dan tegenwoordig veel pecannoten en boter is maakt het in mijn gedachten ook meteen Amerikaans. Dat veel op de borden werd nog eens bevestigd door vrienden die een reis door Amerika maakten.

Meestal wordt voor een gelaagde cake het biscuitgebak in 1 stuk gebakken en dan horizontaal doorgesneden. Hier gaat het anders. Het recept meldde dat de cake in 3 bakblikken tegelijkertijd moest worden gebakken. Dat probeerden de thuisblijvers dus ook. Alleen, we hebben maar 2 bakblikken met een diameter van 9 inch, de totale baktijd werd door de 3e cakelaag meteen 2 keer zo lang. Dat geeft wel tijd om de frosting te maken.

Ze waren zelf wel kritisch op hun eigen resultaat. Ze vonden de frosting-laag bovenop veel te dik en hard. En daardoor te zoet. Her overheerste de smaak van boter en pecannoten te veel. Hoe weet je hoeveel voor de buitenlaag over te houden als je de binnenlagen eerst moet doen? Bij poging 1 heb je die ervaring niet. Simpel.

Maar goed, wat simpele wiskunde had hen hier kunnen helpen, maar ze deden het op gevoel. Geen angst om iets fout te doen. Experimenteren en leren. Geweldig. De frosting-lagen binnenin de cake waren volgens hen precies goed, en die waren inderdaad heel lekker.

En ze verbaasden zich tijdens het maken over hoeveel poedersuiker roomboter wel niet kan opnemen.

Met hun toestemming, en met hun foto’s, hier de thuisblijvers versie van de 3-layer butter-pecan cake gepresenteerd.

Lees Meer Lees Meer

Over denkdrempeltjes stappen: farfalle met sperziebonen

Over denkdrempeltjes stappen: farfalle met sperziebonen

We waren met z’n 3-en om een maaltijd te verzinnen voor de avond en daarna het bedachte op papier te zetten.  Iemand ging vervolgens boodschappen doen, maar kwam er pas in de supermarkt achter dat het boodschappenbriefje nog thuis op de tafel lag. Niet getreurd, gewoon boodschappen gehaald. Later pas bedacht dat het thuisfront best een foto van dat boodschappenbriefje had kunnen appen.

Gepakt uit de schappen wat lekker werd gevonden, zonder de verbindende factor die een maaltijd nu eenmaal is. Het resultaat was een vreemde mix van eetbare dingen die op het eerste gezicht niet tot een bekende maaltijd zou kunnen leiden.

Dan maar iets nieuws! Die vreemde mix was de start van een wat gaan we vanavond eten sessie. Anders dan andere keren bleef het eerst verrassend stil. Blijkbaar waren er door de vreemde mix wat denkdrempeltjes opgeworpen. Waarschijnlijk omdat tijdens de sessies normaal gesproken ingrediënten voor een maaltijd worden bedacht, die vervolgens worden gekocht indien nodig.

Hier lag een veelheid aan ingrediënten op de keukentafel, klaar om opgeborgen te worden. Een ander startpunt dan anders.

Denkdrempeltjes kun je overbruggen door te kijken of er iets van een favoriet tussen een vreemde mix zit.

We hebben een groot liefhebber van groenten in ons huis. Die sprong over een denkdrempeltje heen door de sperziebonen als basis te nemen voor een maaltijd. Lekker met noten en een zachte witte kaas werd gemeld.

Een andere huisgenoot is fan van pasta, behalve lasagne. Lasagne is volgens hem geen pasta. Is een mening. Hij koos uit de gekochte pasta’s (meervoud) de zak met farfalle. Ook over het denkdrempeltje heen gesprongen door er vervolgens nog tomaten en olijven bij te pakken.

En toen belde de buurvrouw aan. We wisten dat ze op vakantie gingen, en dan krijgen wij in dergelijke gevallen dingen uit hun koelkast die niet houdbaar zijn tot ze terugkeren. Dit keer onder andere een pakje echte room. Meteen besloten om die door de saus te doen.

We hadden een groente deel van een maaltijd en een pasta deel van een maaltijd. Het gekochte potje zwarte olijven waren al in ringetjes gesneden olijven, zonder pit. Niet mijn voorkeur, maar gewoon gebruikt, uiteraard.

Samengevoegd hadden we 1 maaltijd uit de vorige Schijf van Vijf. Nog wat extraatjes erin en doel bereikt.

Lees Meer Lees Meer

Rode Camargue rijst, haricot verts en roquefort

Rode Camargue rijst, haricot verts en roquefort

Een overwegend Frans uitziende maaltijd, door de rode Camargue rijst, haricot verts en roquefort.

Toen ik onlangs thuis kwam van een uithuizige werkplek, zag ik op ons bureau een stapeltje etenswaren staan. De datum-checker was weer bezig geweest. De gedroogde pasta wel meteen weer in de kast gelegd. Zag er nog goed uit. Ruiken doen we wel als de plastic verpakking open moet.

Er stond op het bureau ook 1 rijstsoort. Een grote nog helemaal afgesloten pot rode Camargue rijst. Die Camargue rijst was bij een groothandel gekocht. Die wij vooral zien als een delicatessenwinkel. En af en toe als een presentatiebord kopen winkel. Mijn wederhelft had het achterin van een voorraadplank uit de bijkeuken vandaan gehaald, waar geen rijst hoort te staan. Die hoort in een keukenla. Vandaar. Want rode Camargue rijst is zeker een delicatesse, die opgroeit in een prachtige streek.

Een pokke-end rijden, maar de moeite waard meldden vrienden van ons. Dat pokke-end rijden komt omdat de Camargue aan de Middellandse Zee ligt, tussen Montpellier en Marseille. Bijna 12 uur rijden vanaf Utrecht, zonder files en pauzes, van die dingen. Dat wordt dus halverwege ergens overnachten als we een keer gaan.

Een groot deel van de Camargue wordt gevormd door het Parc naturel régional de Camargue, sinds 1971 een officieel regionaal natuurpark. Er loopt een speciaal relatief klein zwart runderras, de Camargue-runderen, alsook roze flamingo’s en witte Camargue-paarden, die bereden worden om de runderen op te drijven. Het Wilde Westen aan de Middellandse Zee.

Klinkt erg aantrekkelijk om er een paar weken rond te kijken en rond te fietsen. Zeker omdat de Camargue de Rhônedelta omvat, dus water zat, en waarschijnlijk ook muggen zat, dat is minder. Het is een vlak gebied; dat kennen we want een groot deel van Nederland is ook een delta.

Speciaal zijn ook de étangs, de lagunes voor de zoutwinning, en de rizières de Camargue, de vele onder water staande rijstvelden, met water uit de Rhône. De rode rijst is nu wereldberoemd en heeft sinds 2000 een beschermde oorsprongsbenaming. Naar verluidt is de Mistral wind cruciaal voor Camargue rijst, en dat komt door de geografie van Oost-Frankrijk.

De Rhône vormt de grens tussen het oosten van het Centraal Massief en het westen van de Alpen. Door de noord-zuid ligging van de vallei komt de wind in een soort van lange trechter terecht om uiteindelijk de Camargue regio in te stromen. Die wind, de Mistral, bevat droge lucht en kan gemiddelde snelheden van boven de 100 kilometer per uur bereiken. De Mistral blaast de wolken weg en zorgt daardoor mede voor het droge en zonnige klimaat in de Camargue. Blijkbaar ideale groeiomstandigheden voor Camargue rijst.

Camargue rijst komt in 3 kleuren en smaken. Witte rijst, die een vrij neutrale smaak heeft. Zwarte rijst, die naar verluidt, want zelf nog nooit gekookt, tijdens het koken een geur van kreupelhout en gekonfijt fruit afgeeft. En de beroemde rode rijst, die een sterk nootachtig aroma heeft en een aardse toon. De zwarte en rode Camargue rijst zijn volkoren rijstsoorten.

Meteen de volgende dag gebruikt in een soort van kip René maaltijd. Niet echt nagedacht hoe de maaltijd op te bouwen trouwens. Meer een probeersel. De medeblogger serveerde de rode kip met witte rijst en doperwten. Wij hadden jonge velderwten in de diepvries in huis. En dus die rode Camargue rijst.

Lekkere maaltijd zeker, maar we vonden allemaal dat het niet de beste omgeving was voor rode Camargue rijst. Zelf koken, je leert echt elke dag. Witte rijst is bij Ayam Merah echt een veel betere keuze. Dat moest dus anders. Even gekeken op het internet, maar daar worden toch wel veel andere smaken gemengd door rode Camargue rijst. Waardoor de authentieke smaak van die rijst waarschijnlijk verdwijnt, leek ons.

Wat nu? Dan toch maar iets zelf bedacht. Gewoon, een wat eten we overmorgen sessie belegd. Niet voor morgen, want hoewel heel lekker, doen we na vandaag rode Camargue rijst morgen geen rode Camargue rijst.

Haricot verts hebben een delicate bonensmaak, dat delicate kan niet worden gezegd van roquefort. Die heeft juist een intens, krachtig en pikante smaak. Die gaan we uit elkaar houden op de borden. En, de roquefort niet mengen door de rode Camargue rijst, ook belangrijk.

Lees Meer Lees Meer

Appenzeller Speckmocken, uit Zwitserland

Appenzeller Speckmocken, uit Zwitserland

Zo af en toe kom je gerechten tegen met een naam die je totaal op het verkeerde been zetten. Het zag er in de etalage van de toonbank in de Bäckerei-Konditorei onweerstaanbaar lekker uit. Het naamkaartje melde Speckmocken. Het woord Speck is Duits voor spek en mocken, meer Zwitsers dan Duits vermoedelijk, betekent groot stuk. Letterlijk betekent Speckmocken een stuk spek. Het zag er ook uit als een stuk spek. En toch zit er geen enkel stukje vlees in.

Het is namelijk een notengebakje. Geen walnoten dit keer, maar hazelnoten en amandelen. Bewust of onbewust zo gemaakt dat het lijkt op een stuk varkensspek. En daarna bewust de vleesnaam gegeven. Het is een specialiteit uit Noordoost-Zwitserland en is zeker goed te verkrijgen in Appenzeller. Maar Appenzeller kaas, die zit er niet in. Appenzeller, een gebied met meerdere culinaire specialiteiten.

Wat er wel inzit, naast notencrème, zijn schillen van citroenen en suiker. En dat in laagjes van bladerdeeg. De citroenen proef je als je in Appenzeller bent. Er is ook een versie met vanille en kaneel. Dan begint het qua smaak veel op sopapilla cheesecake te lijken.

Recepten zijn schaars, maar als een Konditorei hem ook online aanprijst dan moeten de ingrediënten worden vermeld. Gemaakt op basis van een teruggevonden digitale foto, deze lekkernij. Alle conserverings-ingrediënten weggelaten, want we eten het toch meteen op, en met zelf gededuceerde ingrediënten een imitatie van een Zwitserse specialiteit gemaakt: Speckmocken.

Maar om het gebakje op de geziene Speckmocken te laten lijken was nog niet zo makkelijk. Pas bij de 4e poging gelukt.

Lees Meer Lees Meer

Opmaak-koekjes: kikkererwt, granaatappel, kokos

Opmaak-koekjes: kikkererwt, granaatappel, kokos

In ons huishouden is er iemand die af en toe houdbaarheidsdatums controleert. En dat is handig als je in grote supers en groothandels regelmatig kleine flesjes of pakjes ziet met iets onbekends of interessants. Impulsaankopen is het gevolg en dan wil zo’n flesje of pakje nog wel eens in de grote hoeveelheid andere flesjes en pakjes uit het zicht verdwijnen in onze voorraadkasten. Zeker als iemand anders helpt de boodschappen op te bergen. Zodat je niet weet waar iets is neergezet. Veel voorraadruimte hebben – want bewust de kleine bijkeuken vol met voorraadkasten laten verbouwen – kent ook nadelen.

Dit keer kwam er een melding over granaatappelmelasse, die nu toch echt over de datum was. Een restant kokosrasp, zelfs zonder originele verpakking. Dus wat daar de houdbaarheidsdatum van was, was totaal onbekend. Een tupperware bakje met een restant aan gemengde noten. Een restant gerolde havermout. Een bodempje vanille-extract in een heel klein flesje. En restje kikkererwtenmeel.

Daarnaast bleek er ook een nog ongeopend pak havermeel te zijn, waarvan niemand meer in het geheugen had staan dat we dat gekocht hadden. Oftewel wel: daar hadden we geen actieve herinnering aan.

Eigenlijk had ik alleen voor die gerolde havermout een soort van verdediging. Havermout wordt per gewicht verkocht. Maar havermout weegt nauwelijks iets. Koop je 500 gram havermout dan zit je gelijk vast aan heel veel havermout. Doen we dus niet meer, die 500 gram in 1 keer kopen.

Nu kan je bij de houdbaarheidsdatums vaak wel wat ruimte nemen. Gedroogde pasta bijvoorbeeld kan je jaren later nog eten. Heb je dingen goed afgesloten en koel en in het donker bewaard, dan lukt dat latere gebruik ook regelmatig. Ruikt het goed en ziet het er goed uit, dan kan je het vaak nog gewoon eten.

De toch alsnog als eetbaar beoordeelde ingrediënten stonden op het aanrecht verzameld, al klaargezet voor mij, dicht tegen elkaar. Voordat ik zelf had besloten wat er mee te doen, want deze combinatie van ingrediënten zou ik niet a priori zelf hebben bedacht, kwam iemand zijn lunch bereiden en die zei meteen “ah, je gaat weer koekjes maken”. Dan hoef je meteen niet meer zelf na te denken. Want koekjes kunnen niet mislukken. Ze kunnen er wel anders uitzien en anders smaken dan a priori bedacht. Maar mislukken, nee.

Opmaak-koekjes met havermeel, granaatappelmelasse, geraspte kokos, kikkererwtenmeel, noten en vanille-extract. Het is weer eens wat anders. Honing toegevoegd voor een zoete toon.

Lees Meer Lees Meer

Beukennoten en zen, en een kwart mastjaar?

Beukennoten en zen, en een kwart mastjaar?

Is 2025 nu wel of niet een mastjaar voor beukennoten?

Voor eikels is 2025 in ieder geval wel een mastjaar. Alleen al op de Veluwe is de schatting dat er ruim 4,7 miljoen kilo aan eikels is gevallen [1]. Het absolute topjaar voor eikels was naar verluidt het jaar 2000, met 10 miljoen kilo eikels. Goed voor de vele soorten dieren in de bossen. En de eikels die niet worden opgegeten kunnen voor een nieuwe generatie eikenbomen zorgen.

Maar hoe zit het nu met de beuk? Mastjaar of niet? Volgens bioloog Van Vliet van de Universiteit Wageningen levert 27% van de beuken beukennoten op diezelfde Veluwe [2]. Wel 0,7 miljoen kilo van die hele lichte beukennootjes [1]. En dan ook gelijk heel veel beukennoten per boom. Bestaat er zoiets als een 27% mastjaar?

Ongepeld wegen 10 beukennoten nog in hun jasjes ongeveer 4 gram. 0,7 miljoen kilo levert dan ongeveer 1.750.000 beukennootjes. Er zijn dagen dat ik er minder raap. Maar onder de goede boom ook in 2025 genoeg beukennoten kunnen scoren.

Beukennootjes pellen is voor mij een zen moment. Zen betekent zoveel als een moment van lekker in je vel zitten, dat je even heel geconcentreerd bent en dat je je bewust bent wat er op dat moment speelt. Meteen al 3 definities. Zen is ook een concentratie-meditatie. Zen is daarbij een beetje ongrijpbaar, zoals zoveel meditatietechnieken en trage bewegingsleren uit Azië.

Tai chi bijvoorbeeld. Als beweging, en niet als vechtsport, geweldig. Wij leerden deze innerlijke bewegingskunst onder begeleiding. Je beweegt volgens een vaste volgorde en de leraar helpt je een startoefening van een paar minuten goed uit te voeren. Die oefening wordt na verloop van tijd telkens verlengd, tot je wel 20 minuten (of langer!) traag en gecontroleerd beweegt. Ook zonder begeleiding heel je lichaam 1.  Je voelt je spieren sterker worden en meer controle krijgen. Geweldig. Maar ja, leraar vertrokken. Dus verder dan 20 minuten zijn we niet gekomen. Alleen door herhalen kunnen wij nu langer. Al een tijdje niet meer af en toe onder begeleiding gedaan. Niet ideaal.

Van anderen hoor ik wel eens dat ze door deeg vormen en kneden in een soort van slaap-trance komen. Mag ook, bij mij werkt het anders. Het is meer onspanning door de herhaalde kneedbewegingen.

Deeg maken, ik kan het wel elke dag doen. Al speelt er vast ook mee dat je daarna dat deeg, met een variatie aan toppings, in de oven kunt bakken en daarna lekker kunt eten. Meer een Pavlov momentje ook misschien, dan een zen moment voor mij.

De eerste keer dat ik uberhaupt van zen hoorde, was via het boek Zen and the Art of Motorcycle Maintenance, van de Amerikaanse schrijver en filosoof Robert Pirsig, uit 1974. Moest je gelezen hebben, zei men op de middelbare school. Begrijpen gaat alleen wel wat beter als je al flink wat meer levenservaring hebt opgedaan.

Beukennootjes zijn het startpunt van deze maaltijd. De rest is erbij gezocht.

Over het hoe en wat van de 3 soorten clémont kaasjes hebben het al eerder uitgebreid gehad. Clémont kaasjes zijn toegankelijke witschimmelkaasjes en ze smaken mild en romig.

Clémont rouge is een roodkorst kaas die gemaakt is met vegetarisch stremsel. De rode kleur komt van paprika extract. De korst van roodkorst kaas smaakt daardoor heel anders dan het binnenste van roodkorst kaas. Dat smaakverschil gaan we hier uitnutten. Gebruik van alleen de korst geeft een aparte smaak aan een maaltijd.

Zöpfli leent zich prima voor een snelle herfstmaaltijd als je druk bent, door een kooktijd van onder de 10 minuten. Daarom Zöpfli als pasta-soort gekozen. Het is een kleine pasta-soort, van onze oosterburen. Zöpfli lijkt een beetje op een dwergversie van fusillata casareccia, met nog een extra draai.

Lees Meer Lees Meer

Lasagnettes pâtes d’Alsace, Roquefort en walnoten

Lasagnettes pâtes d’Alsace, Roquefort en walnoten

Een maaltijd die je Frans kunt noemen. Pasta uit de Elzas, in het noordoosten van Frankrijk, kaas uit de omgeving van de Mont Lazare, in het zuiden van Frankrijk, en room, paddenstoelen, walnoten en druiven, die kan je op veel plaatsen in Frankrijk vinden.

Roquefort eten wij minder vaak dan Stilton en Danablu. In Frankrijk mag men graag schrijven dat de oud Romein Plinius al melding maakte van Roquefort productie in de Mont Lazare regio in de oud-Romeinse tijd. Ik kan het alleen niet terugvinden in de werken van Plinius. Plinius schrijft wel over verschillende soorten kaas. Zoals dat uit het gebied rond Nimes in Frankrijk een hele goede kaas komt, die vers moet worden gegeten omdat deze snel bederft.

Plinius haalt echter speciaal de dicht bij elkaar liggende steden Lozère and Gévaudan aan, en juist niet Roquefort. En Plinius vertelt niets over een blauwschimmelkaas. Een stukje verder pas verhaalde Plinius over een kaas uit Galiciē. Na eerst een korte verhandeling over Italiaanse kazen, waaronder een kaas uit Luna die 1000 Romeinse ponden zou hebben gewogen, omgerekend bijna 329 kilo. Dichterlijke overdrijving denken we nu.

Plinius heeft het verder over een kaas uit Gallia, een groot gebied, denk continentaal Noordwest-Europa, waar ook Frankrijk, België en delen van Nederland toe behoorden. Plinius schreef dat die kaas sterk smaakte, zoals medicijnen. Dat brengt ons echter niet verder. Veel ingrediënten die wij eten, zoals knoflook, vonden de rijkere oud Romeinen vooral een medicinale werking hebben, die waren niet om in maaltijden te gebruiken. Zo aten alleen de lagere klassen knoflook.

In de 15e eeuw is er wel duidelijkheid. Vanaf 4 juni 1411, zo besliste Karel VI, mogen alleen de bewoners van Roquefort-sur-Soulzon kazen laten rijpen tot het Roquefort kazen zijn. Sindsdien is Roquefort per definitie een lokaal product. Tijden veranderen. In 1925 werd nogmaals bepaald dat Roquefort een lokaal product is.

Tegenwoordig moet de kaas aan de volgende eisen voldoen. De kaas moet gemaakt zijn van melk van het schapenras Lacuane. De schapen moeten grazen in de omgeving (die inmiddels groter is gedefinieerd dan in 1925) en minstens driekwart van het graan dat ze eten moet uit het gebied komen. De melk moet vol zijn en rauw. De bacterie die de kaas zijn specifieke smaak geeft moet uit de grotten rond Roqueforte komen. Die bacterie heet niet voor niets Penicillium roqueforti. En in die grotten, daar rijpen de Roqueforte kazen.

Roqueforte in een witte saus met pasta. Dat smaakt altijd goed, met wat extra ingrediënten. We eten meestal paddenstoelen met een duidelijk (en sterke) smaak. Omdat er hier Roquefort in zit en de druiven en walnoten elk al een smaak meebrengen, voor de paddenstoelen nu kleine witte champignons gekozen, die in zijn geheel gebakken worden.

Warme druiven kom je vooral veel tegen in salades. In deze warme pastamaaltijd past het ook prima.

Lees Meer Lees Meer

Mastjaar 2024: anijskoekjes mét beukennoten

Mastjaar 2024: anijskoekjes mét beukennoten

Anijskoekjes van havermeel en kikkererwtenmeel, mét beukennoten.

Want 2024 lijkt een mastjaar te zijn voor beukennoten. Tenminste op de locaties waar wij tot nu toe zochten.

Wij zijn nogal dol op beukennoten én wandelen. Dus wat doe je in de herfst? Beukennoten zoeken tijdens boswandelingen. Wij wachten altijd op de combinatie van een winderige nacht en een daarop volgende dag met droog weer. Dan is de kans groot dat er net gevallen beukennoten op de bosvloer liggen die nog niet zijn aangetast door gaten borende insecten en andere dieren, zoals everzwijnen, eekhoorns, bosmuizen en vogels, zoals de Vlaamse gaai en de keep. Vaak is de bosbodem dan nog wel nat, maar blijf je zelf tenminste droog tijdens het zoeken.

Zoeken in mastjaren is heel makkelijk: heel snel heel veel beukennoten. Zoeken in niet mastjaren is veel moeilijker. Als je dan na 10 minuten zoeken nog geen volle beukennootverpakking hebt gevonden dan weet je het wel. Dat wordt een jaar zonder de delicatesse die beukennoten heet.

Het had die nacht behoorlijk gewaaid en de middag zou droog worden. Dus een bezoek verplaatst van de middag naar de ochtend – ze begrepen het wel – en ’s middags op de terugweg omgereden zodat we beukennoten konden zoeken in het Amsterdamse bos. U weet nog wel, dat bos met vele bruggen, waarvan 67 bruggen van de hand van architect Piet Kramer die allemaal verschillend zijn. En het bos waar Schotse Hooglanders vrij rondlopen, in een afgebakend deel.

Inmiddels weten we wel waar de beuken staan die oud genoeg zijn om beukennootjes op de leveren. Dat is handig want beuken krijgen pas noten als ze ongeveer 50 jaar of ouder zijn.

Ongepeld wegen 10 beukennoten nog in hun jasjes ongeveer 4 gram. Gepeld wegen diezelfde 10 beukennootjes ongeveer 3 gram. Ongeveer 25% van een beukennoot is daarmee bescherming. Toch houd je in werkelijkheid veel minder over. Het blijven bosvruchten, net als tamme kastanjes. Zwarte en beschimmelde exemplaren gaan we niet opeten.

Dit keer heel snel 345 nootjes van de bosvloer opgeraapt. Dat levert, als alle noten goed zijn, ongeveer 103 gram aan kale noten. Met per persoon 10 à 20 gram noten in een (pasta)maaltijd kom je normaal gesproken al heel ver, omdat de meeste noten weinig wegen. Hier is de noot echter de beukennoot. We gebruiken iets meer van deze delicatesse, en houden nog steeds wat over voor iets anders!

Lees Meer Lees Meer

Mafaldine, rode ui, paprika, knoflook, noten en …

Mafaldine, rode ui, paprika, knoflook, noten en …

Zijn we in onbekende(re) oorden, dan lopen we altijd even speciaalzaken en kookwinkels in. In de koopwinkels kopen we echter bijna nooit wat. We hebben thuis eerder te veel keukenspullen dan te weinig.

Dat ligt anders in speciaalzaken. Daar speuren we naar eetbare dingen die we in onze dorpsupers niet hebben. En dat is soms best veel. Want supers zijn er om zoveel mogelijk in huis te hebben wat zoveel mogelijk klanten lekker vinden. Dat levert omzet op. Speciaalzaken halen hun omzet uit speciale, en daardoor ook vaak duurdere, dingen. Minder verkoop, toch hoge omzet.

We kijken dan zeker altijd even bij de pasta’s. Naar verluidt zijn er zo’n 350 verschillende vormen pasta. Naar verluidt, want het internet wordt het maar niet eens. En veel van die vormen waren vroeger streekgebonden [1].

Maar goed, 350 verschillende pasta-vormen, dat heeft onze voorkeurssuper lang niet in huis. Bij lange na niet. En dan zijn er ook nog pasta’s in verschillende groottes, met eieren of juist volkoren, gekleurd met tomaat en spinazie, en met verschillende vullingen. Waarschijnlijk kom je dan op ruim meer dan 1000 verschillende pasta’s.

En af en toe komt er nog een nieuwe pasta soort bij. Zo werd dischi volanti pasta uitgevonden in 1954 of 1955 na het bezoek van vliegende schotels aan Florence, Italië. En in 2021 werd cascatelli uitgevonden door Dan Pashman [2]. Cascatelli, Italiaans voor watervallen, is een korte halve buisvorm, gekromd en met golfende randen. Bedacht door te stellen dat de pasta moest voldoen aan 3 eisen: sauceability, hoe gemakkelijk hecht de saus zich aan de pasta, forkability, hoe gemakkelijk het is om de vorm aan of op je vork te krijgen en te houden, en toothsinkability, hoe bevredigend is het om je tanden erin te zetten. Iedereen zijn eigen missie en hobby zullen we maar zeggen.

Dit keer viel het oog op de pasta-soort mafaldine. Verschillende grote merken hebben die pasta-soort in hun assortiment. Maar die belandt dan niet in onze supermarkten. Gelukkig kunnen we een groothandel bezoeken. Mafaldine dus meteen mee naar huis genomen.

Mafaldine is een lange pasta-soort. Lange repen die in het midden glad zijn en aan de randen golvend. Hier 1,4 centimeter breed en 24 centimeter lang. Pappardelle met golvende randen, zoiets. Die golvende randen houden meer saus vast dan het gladde midden. Dat zorgt voor een verschil in textuur en smaak tijdens het eten. Er is nog een tussenvorm, tripoline. Die pasta is maar aan 1 kant voorzien van een golvende rand.

Mafaldine schijnt in Napels begonnen te zijn, onder de naam Fettuccelle Ricce. Daarna hernoemd tot Reginette, dat is afgeleid van het Italiaanse woord voor koningin, i.e. regina. Allemaal ter ere van de geboorte van prinses Mafalda van Savoye, de tweede dochter van koning Victor Emanuel III en Helena van Montenegro. Naar verluidt doen de golvende randen van de pasta denken aan de dure jurken van koninklijke dames. De prinses was geliefd in Napels, mogelijk dat dit door WW2 later is veranderd, maar de naam is gebleven. Sterker nog, Reginette is nu onder de naam Mafaldine te koop. Minstens 3 namen voor dezelfde pasta, apart.

Mafaldine is een robuuste pasta. Daar horen geen verfijnde ingrediënten bij. Rustiek, dat moet het worden. Rommelig opgemaakt bord met eten, zo mag het ook genoemd worden. Grove stukken ui en walnoten. En de katenspek nu eens niet uitgebakken, voor een andere textuur. Besprenkelen met witte kaas, mooi voor het kleurcontrast en niet zo zout als feta.

Lees Meer Lees Meer

Fruitreep met haver, cranberry’s en pistachenoten

Fruitreep met haver, cranberry’s en pistachenoten

Een kleine 2 maanden geleden zeiden we tegen elkaar ‘morgen naar de Frans Hals tentoonstelling in het Rijksmuseum’. Om 48 schilderijen te bekijken van de circa 220 doeken die bekend zijn van deze 17e eeuwse schilder. 48 schilderijen, waarvan er veel eigendom zijn van buitenlandse musea. Een unieke mogelijkheid om ze een keer van dichtbij te zien.

Kaartjes bestellen ging een stuk soepeler dan tijdens de Vermeer tentoonstelling. Mogelijk omdat de Frans Hals tentoonstelling op 3 verschillende plaatsen is te zien in 3 verschillende landen; in totaal meer dan een jaar lang. Van 30 september 2023 tot 21 januari 2024 in The National Gallery in Londen, van 16 februari tot 9 juni 2024 in het Rijksmuseum in Amsterdam, en van 12 juli tot 3 november 2024 in de Gemäldegalerie in Berlijn. Daarna gaan de schilderijen terug naar de eigenaren.

Vaste entree-tijd, dat wil zeggen dat er een tijdslot van precies 15 minuten is aangeduid waarin je naar binnen mag, dus de reis moet goed gepland worden. Dan moet er natuurlijk ook wat lekkers mee, voor onderweg en voor de tussentijdse trek. Men wilde wel een fruitreep. Dus die gemaakt. Wel een wat kleinere versie dan die in de winkels te koop zijn.

Aangekomen bij het museum bleken we weer eens niet de enigen te zijn. Net als bij Vermeer lange rijen. Sommigen buitenlanders hadden toen pas door dat de tickets al eerder on-line moesten worden aangeschaft. Het tijdslot zou door de lange rijen sowieso niet gehaald worden. Om ons heen stonden buitenlanders uit andere continenten die met de minuut zenuwachtiger werden en ons bezorgd vroegen of ze door die lange rij wel in hun time-slot bij de ingang zouden zijn. Gemeld: You’re in The Netherlands. We are Dutch. Relax. You will be fine. En zo was het ook, 15 minuten na het einde van ons gezamenljke time-slot mochten we gewoon naar binnen.

En anders dan bij de Vermeer tentoonstelling was hier de eerste zaal meteen een grote zaal. De massa kon zich meteen verspreiden. Het Rijksmuseum had blijkbaar iets geleerd van de bomvolle eerste veel te kleine zaal, met Het Melkmeisje, tijdens de Vermeer tentoonstelling.

Oude schilderijen geven een unieke inkijk op eten in vorige eeuwen, van voor de fotografie. Dus naast de schilderijen zelf bewonderen, ook op zoek naar weergaven van eten op de schilderijen. Dat was lastig, bij Frans Hals kom je er namelijk bekaaid van af op dat gebied. Eten is wel te zien op bijvoorbeeld het ‘Feestmaal van de officieren van de St. Jorisschutterij’ uit 1616, straks weer te zien in het Frans Hals Museum. Maar daar speelt eten duidelijk niet de hoofdrol. De mensen moesten als welgestelde groep geportretteerd worden. Het eten is misschien daarom ook niet altijd goed herkenbaar.

Dat is anders op het schilderij ‘Vastenavondvierders’, uit 1616 of 1617. Eigendom van The Metropolitan Museum of Art in New York. Links op het schilderij is een man te zien, Peeckelhaering. Om zijn nek hangen 2 haringen. Verder hangen worsten, groene peulen, een mossel (of toch een oester?), eieren en een varkenspoot aan een koord. Op de tafel staat onder andere een schaal met vissen (palingen?) en een half brood.

Dat eten ligt er niet omdat het eten is. Het ligt er voor de symboliek. Voor het verhaal van het schilderij. Ook de 17e eeuw stonden schilderijen bol van de symboliek. De eerste hint krijgen ook wij doordat de man aan de rechterkant van het schilderij een oeroud seksueel getint gebaar maakt naar de vrouw. De worsten en bonen zijn een symbool van de mannelijke geslachtsorganen. De mossel is een symbool van de vrouwelijke geslachtsorganen. De eieren staan voor mannelijkheid. Gebroken eieren wijzen op een gebrek aan mannelijke lust. Haringen staan symbool voor onder andere het beschamen van mensen middels een scherpe opmerking. De varkenspoot belichaamt gulzigheid. Wist jij niet van die symboliek, dan kijk je vanaf nu nooit meer op dezelfde manier naar oude schilderijen.

Toch is het niet altijd zo dat eten ontbreekt. Het schilderij ‘Jonge vrouw die groenten en fruit verkoopt’, circa 1630, barst van de vruchten en het fruit. En als je dichterbij staat kan het je opvallen dat het ongelooflijk fijn is geschilderd. Heel anders dan andere Frans Hals schilderijen. Het bordje met uitleg op een andere muur gaf de oplossing. Blijkbaar wist Frans Hals zelf echt wel waar hij minder goed in was, want het groenten en fruit gedeelte is geschilderd door Claes van Heussen. Die daar in die tijd al heel beroemd om was, ook bij zijn collega-schilders, blijkt.

Worsten, eieren, vissen, groenten en vooral fruit. We kregen er trek door. Tijd voor de stukken fruitreep die we in een locker achter hadden moeten laten.

Lees Meer Lees Meer