Archief van
Categorie: Pasta

Farfalle, portobello, hamreepjes, passata en bimi

Farfalle, portobello, hamreepjes, passata en bimi

Op 5 april 2024 waren er ineens 2 uitgesproken meningen op Reutel te lezen, bij het recept met radiatori pasta. Farfalle werd namelijk door 2 mensen afgewezen als lekkere pastasoort. Ik moest het echt even 2 keer lezen. De een meldde geen fan te zijn van compacte pasta-soorten zoals penne rigate en farfalle, de ander vond het harde stukje in het midden van vlinderpasta niet lekker. Textuur dingetjes dus. Gewoon nog 2 minuten langer koken dan de niet al dente kooktijd? Wordt pasta niet echt lekkerder van overigens.

Op zulke uitspraken is maar 1 reactie mogelijk. Een maaltijd met farfalle. Want wij vinden juist al dente gekookte pasta vele malen lekkerder dan volledig gegaarde zachte pasta. En dat is inclusief het compactere middenstukje van farfalle.

Farfalle is Italiaans voor vlinders. Ze hebben eigenlijk meer weg van de vlinderstrikjes die je bij een smoking moet dragen dan van vlinders. Het lijf van een vlinder staat loodrecht tussen de vleugels. Die van vlinderstrikjes en farfalle meestal niet. Maar goed, ook in het woord vlinderstrikjes zit het woord vlinder.

In het Nederlandse spraakgebruik blijft het gewoon vlinderpasta. In het Italiaans zou het dan papillon pasta heten, vlinderdas, maar zo heet het daar niet. In Engeland wordt het in de winkels verkocht onder de naam farfalle, maar heet het in recepten meestal bow tie pasta, of te wel vlinderdas pasta. What’s in a name.

De oorsprong van farfalle ligt ergens in Noord-Italië. Want de regio Emilia-Romagna, als ook de regio Lombardije, en ook nog eens een onbenoemde regio vlakbij Emilia-Romagna en Lombardije worden genoemd als waar deze pastavorm is ontstaan. Anderen melden dan weer dat het voor het eerst gemaakt is in het begin van de 16e eeuw in beide, aan elkaar grenzende, regio’s Emilia-Romagna en Lombardije. Kortom, daar ergens dus, in Noord-Italië.

Over de naamgeving is in Italië zelf ook wat verwarring. Strichetti is ook een pasta in vlindervorm, naar verluidt uit de regio Emilia-Romagna. Maar ja, als je de foto’s vanuit Nederland bekijkt dan ziet het er wel zo ongeveer hetzelfde uit als farfalle. Farfalle heeft zo te zien altijd gekartelde uiteinden. Bij strichetti is er meer variatie in de diepte van de kartels, tot zelfs het ontbreken van inkepingen aan toe. Blijkbaar mag je daar meer soorten deegwieltjes voor gebruiken in Emilia-Romagna.

Farfalle is typisch 4 centimeter breed en aan beide uiteinden 3 centimeter hoog. Maar net als met bijna alle Italiaanse pastasoorten geldt dat als je de grootte en/of de dikte veranderd, de pasta in Italië zelf een andere naam krijgt. Een grotere variant van farfalle heet daar farfalloni, een kleinere variant farfaline. Ziet farfalloni er nog uit als vlinderpasta, bij farfaline moet je best nog wat verbeeldingskracht hebben om daar nog steeds een vlinder in te zien.

Farfalle en paddenstoelen gaan heel goed samen. Zoals portobello’s. Portobello’s laten we altijd heel, tenzij ze niet perfect rond zijn en we ze een beetje gehavend tegenkomen bij de groenteboer. Zogenaamd misvormde exemplaren. Dat doet aan de smaak echter helemaal niets af. Gewoon kopen en dan wel in plakken, reepjes en/of stukjes snijden. Perfect om daar dan smaakvolle duxelles mee te maken. Hier echter in smalle reepjes gesneden om te bakken, een tussenvorm tussen in plakjes gebakken paddenstoelen en fijngesneden duxelles paddenstoelen.

Een makkelijke maaltijd, die zich bijna automatisch samenstelde. Voor wat pit, nog een klein beetje chipotle sauce toegevoegd.

Lees Meer Lees Meer

Radiatori met een gochujang-gehaktsaus

Radiatori met een gochujang-gehaktsaus

Korea meets Italy.

Ik geef toe, over het algemeen blijf ik trouw aan een bepaalde keuken en maak weinig overstapjes. Maar soms ligt het zo voor de hand, dat ik het niet kan laten. Pasta met gochujang bijvoorbeeld. In plaats van noedels kun je natuurlijk prima pasta gebruiken. En in plaats van saus op basis van tomaten, gebruik je gochujang, de Koreaanse peperpasta. Krijg je een mooie rode saus van en verras je iedereen aan tafel.

Radiatori, het was een pastavorm die ik nog niet eerder was tegengekomen. En iedereen die pasta eet die weet dat de ene pastavorm niet de andere is. Zo ben ik geen fan van compacte pastavormen als penne rigate of faralle, de vlinderpasta. Het is een persoonlijke voorkeur, ik weet het. Net zoals ik mijn pasta graag gaar heb, in plaats van beetgaar. Misschien dat ik daarom een voorkeur heb voor Aziatische noedels in plaats van Italiaanse pasta. Pasta wordt gemaakt van durumtarwe en is wat elastischer en steviger. Chinese noedels zijn ook van tarwe gemaakt, maar dan van gewone tarwe. Het gaat overigens mis als de noedels niet uit China komen, maar uit een Italiaanse pastafabriek, zoals tal van producten van zogenaamde A-merken. Met een beetje pech ook nog verkocht in een muffe kartonnen doos, hetgeen de smaak niet ten goede komt. Desondanks hoeft er natuurlijks niks mis te zien met pasta of als noedels vermomde pasta. Als het eten maar lekker is!

Het internet is verdeeld over de oorsprong van radiatori, een grillige pastavorm. De pasta ontleent zijn naam aan de vorm die doet denken aan een radiator. Sommigen zeggen dat radiatori is ontstaan in de periode tussen de beide wereldoorlogen in. Andere zeggen dat het in de jaren zestig is bedacht.

Deze pasta wordt soms vergeleken met rotini, oftewel de wokkel onder de pasta’smaar de radiatori is veel ingenieuzer van vorm. De radiatori zien eruit als kleine holle cilinders met gekartelde randen, waardoor ze sauzen heel goed vasthouden. Radiatori is dan ook minder compact dan rotini of fusilli. De laatste eet ik overigens graag in mijn tonijnsalade met pasta.

Het kan prima zonder, maar als je toevallig een stuk Parmezaanse kaas hebt liggen … Haal het over de rasp en de radiatori met gehaktsaus smaakt nóg lekkerder.

Lees Meer Lees Meer

Cacio e pepe is simpel te maken, toch?

Cacio e pepe is simpel te maken, toch?

Op TV zie je wel chefs die cacio e pepe maken door simpelweg geraspte kaas te laten smelten in de nog gloeiend hete pasta. Maar dan krijg je pasta met gesmolten kaas (en peper). Ook lekker, maar niet de echte cacio e pepe. De kaas moet namelijk eerst een soort van emulsie worden in warm water, vóórdat het bij de pasta gaat. En dat levert echt een andere smaak en textuur op.

Cacio e pepe, een recept met maar 4 ingrediënten. Dat ontelbare keren ook goed wordt uitgelegd. Dat er gemakkelijk iets fout kan gaan wordt echter niet vaak gemeld. Waar je speciaal op moet letten ook niet. Want simpel en lukt daarom altijd, toch?

Nou, nee, niet in de praktijk. Het probleem is namelijk de kaassaus. Oftewel, hoe krijg je een romige kaassaus van alleen kaas en water? Door 2 makkelijk te maken fouten te vermijden!

De eerste keer dat ik zelf cacio e pepe maakte, werd de verwarmde Pecorino Romano klonterig en vormde lange strengen. Die waren met geen mogelijk meer om te toveren tot een smeuïge en zijdezachte kaassaus. De fout: kokend pastawater bij de kaas gedaan. Maar kaas in kokend water, dat laat al z’n verbindingen los. Je weet het wel en toch doe je het. De dichte structuur van eiwitten, vet en water gaan schiften. Het resultaat is klonten ex-kaas in water.

Cacio e pepe maken, absoluut het zetmeelrijke pastawater eerst wat laten afkoelen. Dan denk je, waarom neem je niet warm water uit kraan? Omdat dat water geen zetmeel bevat, daarom. En zetmeel beperkt naar verluidt onder andere de bewegingsvrijheid van vet.

De 2e keer die eerste fout niet gemaakt, want ezel, maar wel meteen een 2e fout geïntroduceerd. Het nu wel mooie kaaspapje in de nog te hete pan, bij net gekookte pasta gedaan. Dan gaat dat papje kaas alsnog schiften. Weer werden klontjes gevormd, kleine klontjes weliswaar, prachtig gemixed met stukjes zwarte peper, maar nog steeds klontjes.

Vanaf de 3e keer lukte het wel. Hoewel het soms nog steeds niet helemaal perfect is. Elke Pecorino Romano batch is waarschijnlijk net iets anders, afhankelijk van de producent, de rijpingstijd van de kaas en de geschatte temperatuur van het iets afgekoelde pastawater.

In Italië ook wel eens cacio e pepe in een leuk restaurant gegeten, waar je zou denken dat ze het maken van de kaassaus beheersen. Maar toen was het niet eens zo’n bijzonder gerechtje, beetje waterig zelfs. Heel erg beroemd, maar die keer niet spannend. Later een keer gegeten bij een echte Italiaans mama: wauw, dat was lekker. Waarom was er een verschil?

Eerst maken, dan verklaren?

Lees Meer Lees Meer

Doorgedraaide million-dollar spaghetti casserole

Doorgedraaide million-dollar spaghetti casserole

Het is halverwege de herfst, de temperaturen dalen, de regenkracht neemt toe, evenals de windsnelheden. Zomerjas eindelijk vervangen door de winterjas. Vullende ovenmaaltijden raken weer in trek. En daar is heel veel variatie in mogelijk.

De uitdrukking look/feel like a million dollars wordt in de VS gebruikt om aan te geven dat iets goed voelt of dat men gelukkig is, en dan vaak in de overtreffende trap. Een gerecht dat zelfverklaard in de titel million dollar heeft moet dan wel extreem goed smaken.

Voor zover ik kan nagaan is het bedacht – met deze titel – voor de keuken van Betty Crocker, een in 1921 opgericht fictief persoon, nog steeds naamgever van een kook- en ingrediënten imperium. Daarvoor waren er al recepten met million dollar spaghetti als titel. Door het woord casserole toe te voegen kan je iets nieuws claimen. Zo simpel is het. Het recept komt waarschijnlijk van Tieghan Gerard, midden 2014 aan de reviews te zien, en is eigenlijk gewoon een million dollar spaghetti recept. Wie de uitgebreidere titel heeft bedacht is daarmee onbekend, gezien de aanwezigheid van marketing teams. Gerard – en haar team denk ik dan – wordt inmiddels gezien als een veel geprezen maar ook wel bekritiseerde food influencer. Dat laatste is ook niet zo moeilijk, hoe meer volgers er zijn hoe groter de kans dat iemand iets van je vindt.

Pas ruim 2 jaar later werd het recept opgenomen op haar eigen website, die ze startte in 2012. Zal wel iets met rechten te maken hebben. Nog een jaar later, in december 2017, weer geüpdatet op de Betty Crocker website. Maar het blijft gewoon een casserole, gemaakt met voor iedereen al bekende ingrediënten. Gerard gebruikt sowieso veel ingrediënten in haar recepten die voor iedereen al bekend zijn. Niet echt geschikt voor diëten ook. De echte oorsprong, in wat voor een variant dan ook, zal nog veel eerder in de tijd liggen.

Million-dollar spaghetti casserole past wel in het minder verfijnde deel van de VS-keuken: het comfort food deel. Niets mis mee. En daarmee ongekend populair. De VS is er mee aan de haal gegaan. Er zijn nu waarschijnlijk miljoenen varianten. Ook varianten die teruggrijpen op alleen het gebruik van gehakt. Zo ook op de Betty Crocker website. En dan lijkt het ineens op een Reutel variatie doordat het gehakt niet door de spaghetti wordt gemengd, maar erbovenop wordt gelegd: onze deegloze spaghetti bolognese pie. Als je blijft variëren, kan iedereen wel een deel van het succes claimen.

Beide Amerikaanse recepten gebruiken cottage cheese. Het kan, maar is wel wat ongewoon. Cottage cheese past beter bij broodjes en (lauw-warme) salades vinden wij. Wat verdere aanpassingen aan de recepten gemaakt. Even doordraaien zoals dat in ons huis heet.

Cottage cheese vervangen door ricotta. De 4 eieren die beide recepten gebruiken om rauw door de spaghetti te mengen hier weggelaten. De spaghettilaag zal wel losser blijven daardoor. Geen probleem, straks gewoon voorzichtiger een stuk uit de ovenschaal halen. Het gehakt en de worst hier gecombineerd. Geen Italiaanse worst, maar braadworst, zonder velletje. En zelf marinara spaghetti tomatensaus gemaakt, in plaats van een kant-en-klare saus uit blik of pak. En die ietwat smakeloze geraspte low-moisture stukjes mozzarella, ongekend populair als pizza topping in de VS, vervangen door belegen Cheddar kaas. En last but not least, een groentelaag toegevoegd!

Flink doorgedraaid zei een huisgenoot toen ik desgevraagd meldde hoe ik de oorspronkelijke ingrediënten had aangepast. Beetje veel minder Amerikaans geworden. En zo is het.

Lees Meer Lees Meer

Passendale met farfalle en Filet d’Ardenne

Passendale met farfalle en Filet d’Ardenne

De meeste mensen denken waarschijnlijk bij speciale kaasjes eerder aan die uit Frankrijk, Spanje en Italië, dan die uit België. Terwijl ze daar (inmiddels) wel heel wat bijzondere kaasjes produceren. Maar blijkbaar nauwelijks exporteren.

Passendale is kaas uit het Belgische dorp met dezelfde naam. Dat dorpje ligt op de Midden-West-Vlaamse Heuvelrug. In de omgeving is nog veel te zien van de Eerste Wereldoorlog. De Slag bij Passendale (ook bekend als De Derde Slag om Ieper), in 1917, heeft zijn sporen nagelaten. Een bezoek, ook aan het museum in Zonnebeke, is informatief, maar erg vrolijk kom je er niet vandaan.

Passendale is tegenwoordig positiever in het nieuws, door dat kaasje. Wel ontstaan omdat er die wereldoorlog was. Naar verluidt verhuisden de latere kaasmakers tijdens de Eerste Wereldoorlog tijdelijk naar Normandië, waar ze kaas leerden maken. Vanaf 1926 (of 1932, dat is onduidelijk) maakten ze kaas in Passendale, vanaf 1978 de kaas die nu Passendale heet.

De wrongel wordt niet geperst, maar in linnen opgehangen. Net zoals je hangop van yoghurt maakt. Kaas maken op deze manier kost meer tijd, 24 uur bij Passendale, maar het resultaat mag er zijn. Want na een verdere rijping van 4 maanden heb je een kaasje met een typische gaatjestextuur en een milde en romige smaak. Passendale Classic is een halfharde, authentieke kaas, soms in de vorm van een boerenbrood. Daar is het makkelijk platte plakken van afsnijden. Er is ook een iets pittigere versie, de Passendale Caractère die nog duidelijker een nootachtige smaak heeft.

De kaas wordt gemaakt van 100% Belgische melk. Men meldt dat die melk opgehaald wordt bij boerderijen die zich op maximaal 50 kilometer van de kaasmakerij bevinden. Dat levert een cirkel met een diameter van 100 kilometer. Dat is een best een groot gebied. De restrictie dat ze alleen Belgische melk gebruiken beperkt het bruikbare oppervlak van die cirkel een beetje. Zo ligt Passendale maar op zo’n 34 kilometer van de Noordzee, op 14 kilometer van de Franse grens en op 48 kilometer van Zeeuws Vlaanderen. Alleen naar het (noord)oosten halen ze de eigen 50 kilometer limiet, en dan kom je uit tot Gent.

Zijn we toch in België aan het shoppen, dan kan je ham scoren voor in dezelfde maaltijd. Afgezien van Ardense ham (speciaal is Ardense hesp) bij ons beter bekend als Ardennerham, denk ik bij hammen niet meteen aan België. Italië met zijn Prosciutto di Parma, en Duitsland, met Cobuger ham en Schwarzwalderham, en Spanje met zijn Iberico en Serrano hammen, die komen eerder in mij op. Maar bij een gerecht met Belgische Passendale kaas hoort een Belgische ham.

Lees Meer Lees Meer

Youvetsi, een Grieks stoofgerecht

Youvetsi, een Grieks stoofgerecht

Ik had zin in stoofvlees. Buiten was het 24 graden. Hoewel we stoofvlees vooral associëren met de winter, hoeft dat natuurlijk helemaal niet. Tal van tropische keukens kennen stoofgerechten en in Griekenland is het doorgaans ook niet koud. Stoofgerechten zijn praktisch (alles in een pan), maar vaak ook gezond en voedzaam. En niet onbelangrijk, vaak erg lekker. Alle smaken krijgen de tijd om op elkaar in te werken. Je moet voor een stoofpotje alleen even de tijd nemen, al hoef je er over het algemeen weinig aan te doen.

Er zijn vele recepten voor Youvetsi of  Gouvetsi. Ze hebben gemeen dat er vlees in gaat, lam of rund, soms kip, en uien, kritharaki (orzo) en tomaten. Daarna verschillen de recepten met toevoegingen als wortel en specerijen als kaneel en laurier. En soms piment, al vermoed ik dat dit voornamelijk Amerikaanse Grieken zijn. In sommige recepten wordt suiker toegevoegd. Wellicht is de suiker om de smaak van de wijn wat te neutraliseren, geen idee. Ik heb geen wijn gebruikt (er wordt hier in huis geen wijn gedronken) en de suiker leek mij niet nodig. In onderstaand recept geef ik de wijn als optie. Waarschijnlijk geeft de wijn het gerecht een iets vollere smaak. Zonder kan echter ook prima leert de ervaring.

Qua bereiding zijn er ook wat verschillen. Traditioneel wordt het gerecht voorbereid in een pan, waarna alle ingrediënten in een schaal van klei worden overbracht en in de oven verder bereid.  De moderne varianten doen alles in een pan. Lijkt me ook een prima alternatief.

Dan is er nog de kritharaki, de orzo. Oorspronkelijk wordt de pasta in een kleine beetje olie op een hoog vuur gebakken (sauteren). Dit helpt voorkomen dat de pasta te veel vocht opneemt en te groot wordt en te klef, zeg maar. Persoonlijk vind ik dat bij dit gerecht wel meevallen, dus ik laat die stap achterwege. Bij andere gebruik van orzo kan het misschien wel verstandig zijn om deze eerst te sauteren. Kwestie van uitproberen.

Lees Meer Lees Meer

Pastamaaltijd uit de studententijd met 2 groenten!

Pastamaaltijd uit de studententijd met 2 groenten!

Mijn studentenkamer lag op de 2e verdieping van een oud en statig herenhuis aan de rand van de historische binnenstad. Best wel een grote kamer, hoog ook. In de winter alleen warm direct bij de gaskachel; de rest van de warmte zat tegen het plafond, niet op leefhoogte. Mijn 1e kamer was overigens een heel klein kamertje in een nabij gelegen dorp. Na een half jaar in dat herenhuis in de stad zelf beland. Na nog een half jaar naar 1 van de 6 grote kamers verhuisd en daar vervolgens mijn hele studententijd gebleven. Vanuit de kamer kon je op een klein parkje uitkijken. Tegen de tocht en de kou was er voor de enkel-glas ramen echter nog plastic gespannen. Dik plastic zoals je bij het kamperen onder je tent hebt liggen. Ik woonde er niet voor het uitzicht.

Een ander minpuntje was dat het gaskooktoestel maar 2 pitten had. Een keuken was er sowieso niet in het herenhuis; alles was omgebouwd tot studentenkamers.

In 1 kamer sliep je, studeerde je, kookte je, at je, las je en ontspande je je voor de kleine zwart-wit TV, die op een rechtopstaand krat met Grolsch bier – beugelfles uiteraard – stond. Met een schaar aan de sprietantennes om nog enigszins goed beeld te hebben dat niet al te veel ruiste. De digitalisering was nog heel ver weg. Internet in huis bestond nog niet. Op de universiteit begon het net, maar alleen met email. Mobieltjes bestonden alleen in science fiction series. Je moest jezelf zien te vermaken.

Nu kookte ik toendertijd zeker nog niet zo gevarieerd als nu, maar 2 pitten was toen ook wel wat weinig. Je werd er wel creatief van, maar ideaal was het zeker niet. Geen nood, in hetzelfde oude en statige herenhuis woonde een studievriend die maar 1 kookpit had. De afspraak was snel gemaakt: als het kon kookten en aten we samen in plaats van alleen. Hadden we ineens 3 pitten! En dat hebben we jarenlang volgehouden. Was 1 van ons alleen, dan waren er altijd nog de studentenverenigingen, waar je in de mensa’s ook als niet-lid een volledige maaltijd kon eten.

In dat herenhuis is deze pastamaaltijd ontstaan, oorspronkelijk gebaseerd op wat we daarvoor in onze ouderlijke huizen aten. Er waren toen wel veel minder pastasoorten te krijgen dan tegenwoordig. We maakten het met de alom vertegenwoordigde macaroni. En eerst alleen met bloemkool. Daar is pas later broccoli bij gekomen, want die is wat later in Nederland geïntroduceerd dan bloemkool.

Op een groot niet te missen bord in de supermarkt stond plots de tekst ‘lekkere nieuwe koolsoort’. (Sommige dingen vergeet je nooit.) Koolsoorten aten we in die tijd best veel, op spruitjes na. Makkelijke groenten, snel klaar, ook in stamppotten. Prima groenten voor studenten, net als bonen uit blik (chili con carne!). Daarom zullen we een keer broccoli hebben gekocht. Er was wel twijfel; broccoli, groen als boerenkool, met een krop die wel wat weg had van een bloemkool.

Dus 50%-50% gekocht: de helft van de normale hoeveelheid bloemkool gekocht, aangevuld tot 100% met broccoli. Beviel de broccoli niet, dan konden we toch allebei desgevraagd eerlijk huiswaarts melden dat we groente hadden gegeten. Daarom die eerste keer de bloemkool en broccoli zeker niet gemengd op de borden gelegd. Het beviel echter wel, die broccoli, en de combinatie van die 2 groenten is gebleven. Nu wel gemengd en ook wat minder lang gekookt dan vroeger.

Lees Meer Lees Meer

Pastasalade met tonijn of bacon

Pastasalade met tonijn of bacon

Het is warm en het is hectisch. Ingrijpend tandartsbezoek maakt het er niet makkelijker op. De medeblogger attendeerde mij al op een tandartsproofrecept, maar dat leek mij vanwege de tomaten toch net iets buiten mijn comfortzone. Hoewel ik geen groot pastaliefhebber ben (behalve in Aziatische varianten), leek mij met het warme weer een salade wel een smakelijke keuze. En ik denk dan al snel aan tonijn uit blik. Of bacon. Nu nog op zoek naar een smakelijk recept.

Wie pasta zegt, denkt natuurlijk meteen aan Italië. Volgens de Engelse wiki zouden mogelijk Joden in het Romeinse Rijk de bedenkers van pastasalade zijn, aangezien er op de Sabbath niet gekookt mag worden. Anderen beweren dat de Phoeniciers de bedenkers zijn van pastasalade. Het onderzoeken van die theorieën laat ik graag aan mij Italofiele medeblogger die beter thuis is in de oude Romeinse geschriften.

Maar pastasalades zijn vaak helemaal niet afkomstig uit de Italiaanse keuken, maar uit de Amerikaanse keuken. Weliswaar met overduidelijke invloeden door Italiaanse immigranten, maar Amerikaanse pastasalades onderscheiden zich over het algemeen van de Italiaanse versies door het overdadig gebruik van kaas en vaak vette sauzen. Dit terwijl de Italiaanse versies meestal wat eenvoudiger zijn en meer in balans. De ene salade verfrist, de ander is comfortfood in optima forma. Calorietellers kunnen het dus over het algemeen beter bij de Italiaanse versies houden.

Amerikaanse pastasalade is in tegenstelling tot de Italiaanse variant ook geen 2000 jaar oud. Over het algemeen wordt aangenomen dat het in het begin van de twintigste eeuw door Italiaanse immigranten werd geïntroduceerd en gedurende de Grote Depressie in de twintiger jaren een goedkoop en makkelijk verkrijgbaar alternatief werd voor aardappelsalade. Stemmen zeggen dat in de macaronisalade uit die jaren de Italiaanse en Duitse keuken elkaar ontmoeten. De toevoeging van mayonaise aan gerechten wordt echter toch wel vaak als een Amerikaans bedenksel gezien. Hoewel niet vies van mayonaise trekt mij dat toch niet in een pastasalade. Ik besloot freestyle te gaan.

Lees Meer Lees Meer

Spaghetti met koffie in de tomatensaus

Spaghetti met koffie in de tomatensaus

In het vorige artikel op Reutel, over bangers and mash, meldde de medeblogger dat ik een lichte voorsprong heb met betrekking tot het aantal op dit blog gepubliceerde Britse recepten. Hij telde, met vorige week mee, een stand van 35 – 2, in mijn voordeel. Vanaf nu dus 36 – 2. Al denk ik zomaar dat het verschil flink groter is, en dan in het voordeel van de medeblogger, als we de Aziatische keuken als uitgangspunt nemen.

De Britse keuken is zeker boeiend, ook al omdat ze al eeuwenlang uit voormalige koloniën en de Gemenebest specerijen, kruiden en anderen ingrediënten voor exotische recepten haalden. Zowel uit de Oost (India) als de West (Jamaica). Veel meer dan in de Nederlanden zijn die toen exotische gerechten onderdeel van de Britse smaak geworden. Dat merkten wij meteen toen we in Engeland gingen wonen. Bovendien houden ze, ook veel meer dan wij, hun ‘oorspronkelijke’ keuken in ere. Boeiend.

Tegenwoordig heb je ook in Nederland hele grote supermarkten vol etenswaren. Maar toen wij naar Engeland vertrokken was dat nog niet zo. Er waren wel supermarkten, maar niet extreem groot, tenminste niet waar wij opgroeiden. De eerste keer boodschappen doen in een supermarkt in Engeland leverde een aangename verrassing op. De Engelse supermarkten waren toendertijd niet alleen heel veel groter, maar hadden ook een heel veel groter assortiment. Met spullen die je op het continent niet kon kopen. Je waande je er in luilekkerland. Zoveel keuzes om te maken, elke keer weer. Het waren vrijwel nooit korte bezoekjes, die eten kopen sessies.

Naast bezoekjes aan de toen nog vele kleine winkeltjes, propvol tot aan het plafond, gingen we meestal naar Sainsbury’s en Tesco. Niet zo gek, die hebben ook verreweg de meeste supermarkten. Tesco heeft ook nu nog ruim het grootste marktaandeel. Sainsbury’s is 2e, maar op gepaste afstand. Die supermarkten waren vaak gelegen aan de randen van dorpen en steden. Immens grote supermarkten met immens grote parkeerplaatsen. Als er nu een nieuwtje in de kranten staat over Sainsbury’s of Tesco, dan check ik meestal even waar het over gaat. Zal wel een uiting van nostalgie zijn. Naar een tijd die nu ook in Engeland niet meer bestaat.

Dit keer het hele artikel gelezen – en bewaard – want het ging over eten. Als onderdeel van hun Little Twists marketing campaign, publiceerde Sainsbury’s in 2015 namelijk een recept voor ‘Spag bol with a coffee twist‘. Oftewel, spaghetti bolognese met een koffiedraai. Een andere twist was een recept voor chocolade in chili con carne. Buiten bestaande kaders denken is dat. Leuk.

De reacties op de Little Twists campagne waren ietwat gemengd. Sainsbury’s werd in Britse kranten beschuldigd van het verpesten van lekker eten. Op social media lieten vooral de tegenstanders zich in felle bewoordingen uit over wat er met Sainsbury’s zou moeten gebeuren. Digitaal schelden, helaas ook gemeengoed tegenwoordig als het niet over eten gaat.

Toen mensen het spag bol recept echt gingen proberen sloeg de stemming om. Koffie als specerij. Het bleek te werken. Ook financieel, want Sainsbury’s meldde een stijging van de verkoop van 8% aan oploskoffie en 17% aan spaghetti na de campagne. Van schelden naar liefhebben.

Nu is dat niet zo uniek als het misschien lijkt, koffie in eten. Vooral in toetjes wordt koffie regelmatig toegevoegd. Tiramisu, affogato en mokkataart zijn 3 sprekende voorbeelden. Mokka-ijs en Irish Coffee 2 andere. Maar ook in hoofdmaaltijden wordt het al langer gebruikt. In gebieden waar cowboys rondtrokken bijvoorbeeld, is het gebruikt van koffie in warme maaltijden nog steeds vrij normaal. Zoals in een authentieke Texaanse chili con carne.

Koffie in een warme maaltijd, waarom niet een keer zelf proberen? In weer een variant van spaghetti bolognese.

Lees Meer Lees Meer

Lasagnettes pâtes d’Alsace: pasta uit de Elzas

Lasagnettes pâtes d’Alsace: pasta uit de Elzas

Dit keer viel de keuze voor de ingrediënten van de avondmaaltijd op eierpasta uit de Elzas, aangevuld met kleine tomaten uit blik, tuinerwten, kleine mozzarella bolletjes, Grana Padano, mager rundergehakt en uitgebakken hamblokjes. En ricotta, daar wordt het geheel wat romiger van. En inclusief het ondoorzichtige water waarmee de mozzarella werd aangeleverd.

Pasta uit de Elzas, apart, toch? Of toch niet? De meeste pastasoorten in de Elzas, maar misschien wel alle pastasoorten in de Elzas, worden gemaakt met 7 eieren per kilo pasta. Valfleuri produceert bijvoorbeeld pâtes d’Alsace lasagnettes, een eierpasta die door die 7 eieren, 320 gram ei per kilo pasta bevat, oftewel, 32%. Is dat nu veel of weinig eieren? Hoe zit dat?

De meeste eierpasta die je in Nederland kan kopen is gelinkt aan Italië. Eierpasta wordt typisch gemaakt door per 100 gram bloem, 1 middelgroot ei toe te voegen, en soms een scheut olijfolie, zeg 10 milliliter. Een andere manier is om een ei, zonder schaal, te wegen en er dan qua gewicht 2 keer zo veel bloem bij te doen. Beide manieren komen op hetzelfde neer.

De gewichtsgrens tussen een medium en groot ei is 63 gram. Wij betrekken onze eieren via de kaasboer van een lokale kippenboer. Laten die eieren nu tussen de 62 en 63 gram wegen. Voor het rekengemak nemen we 62 gram.

Van die 62 gram is tussen de 9% en 12% het gewicht van de schaal. Dat maakt dat er per ei afgerond 56 gram bij de 100 gram bloem gaat. 100 gram bloem met 1 ei levert dan een eierpercentage op van afgerond 36%. De andere manier, verdubbelen van de bloem per ei, levert een eierpercentage op van afgerond 33%. Pâtes d’Alsace lasagnettes zit daar qua percentage ei nog iets onder zelfs. Niets bijzonders dus. Reclame gemaakt om iets te duiden wat bij andere eierpasta soorten ook zo is. Op Bauernspätzle in Duitsland na, die bevat regelmatig 2 eieren per 100 gram bloem.

Op de verpakking van 250 gram lasagnettes pâtes staat dat er 7 vrije-uitloop eieren in een kilo pasta zitten. De eieren wegen dus gemiddeld 320:7=45,7 gram. Een onontkomelijke conclusie is dat de eieren, inclusief schaal, gemiddeld net iets meer dan 50 gram zwaar zijn. Dat zijn daarmee kleine eieren, maar door er 7 te gebruiken telt het toch op tot een hoog aantal grammen.

Gebruik dus kleine eieren als je adverteert! Want 7 klinkt reclame-technisch als heel veel eieren!  Zeker als je de ‘7’ groot afdrukt op de verpakking van 250 gram pasta en ‘per kilo’ veel kleiner. Industrieel ontwerp stuurt mede onze door reclame aangestuurde aankoopbeslissingen! Ze doen het in de Elzas vast om op te boksen tegen die Italiaanse pasta’s die op grote schaal in de winkels liggen.

Lasagnettes. Kleine stukjes pasta; net kleine lasagne velletjes met golvende randjes.

Lees Meer Lees Meer