Spruitjestaart met Danablu en guanciale
Het spruitjesseizoen is bijna ten einde. Tijd om nog een keer te genieten van deze kleine koolvariant. Als klein kind had ik nooit kunnen bevroeden dat ik met enige regelmaat spruitjes zou eten. De ooit door mij zo verafschuwde groente. Ik weet dat sommige mensen daar hard over zouden lachen.
Spruitjes en pindasaus zijn natuurlijk een gouden combinatie, die combinatie vormt niet voor niets de header van deze site. Maar soms roept men om ‘eens wat anders’, de brutaliteit… Nu willen spruitjes toevallig ook heel goed combineren met blauwschimmelkaas en laat dat nu ook heel graag gegeten worden hier.
Er zijn veel verschillende blauwschimmelkazen die alle met elkaar gemeen hebben dat ze zijn gemaakt met dezelfde schimmelcultuur (Penicillium roqueforti). Ook Nederland kent verschillende blauwschimmelkazen, maar over het algemeen zijn ze minder bekend dan de buitenlandse kazen die doorgaans in de koeling van de supermarkt liggen. Al kun je bij sommige grootgrutters wel een Nederlandse variant vinden. Bij lokale kaasboeren of groothandels maak je meer kans op een Nederlands blauwschimmelproduct. Meestal van koemelk, soms van geitenmelk. En vaak zijn het half harde kazen. Die lenen zich vooral goed voor broodbeleg. Of als onderdeel van een kaasplankje. Hier een geliefde zaterdagavondsnack. Lekker om eens te proberen zo’n lokale blauwschimmelkaas.
Ik hou van de uitgesproken en vooral scherpe smaak van sommige blauwschimmelkazen, zoals de pikante versie van Gorgonzola, geweldig op een pizza. Meer heeft die pizza dan ook niet nodig. Een andere geliefde blauwschimmelkaas is Danablu. Sterk van smaak en zoutig, waardoor je er maar weinig van nodigt hebt.
Danablu werd in 1927 ontwikkeld door een Deense kaasmaker, Marius Boel, met als doel een kaas in de stijl van Roquefort te ontwikkelen. De kaas werd tot de Conventie van Stresa voor Kaasnamen in 1952 “Deense Roquefort ” of “Deense kaas van het Roquefort-type” genoemd. Terwijl Roquefort van schapenmelk wordt gemaakt, wordt Danablu van koemelk gemaakt. Het heeft een rijke en uitgesproken pittige smaak mede dankzij de homogenisatie van de melk. Die homogenisatie vergroot het totale oppervlak van de vetbolletjes aanzienlijk en zorgt voor een betere toegankelijkheid voor de vetafbrekende lipasen van de blauwe schimmel, die middels door met koperdraden geboorde gaten in de kaas groeit en zich gelijkmatig over de kaas kan verdelen. Bij een gerijpte kaas zijn die gaten overigens nog steeds zichtbaar. Hydrolyse van vetten geeft de kaas een typische oleogustus-smaak en -geur. Oleogustus, de smaak van vet, is de voorgestelde zesde basissmaak, naast zoet, zout, zuur, bitter en umami. Zoals ik altijd zeg: vet is lekker…
Blauwschimmelkaas doet het heel goed in een quiche. Of een hartige taart. Quiche of hartige taart, is er eigenlijk een verschil? Het schijnt. Zo zou een quiche een hartige taart zijn die open is, dus onbedekt, met altijd een bodem van zanddeeg. En een quiche bevat altijd een vulling van eieren en room. De bodem van een hartige taart kan bestaan uit zanddeeg, maar ook uit bladerdeeg. Eieren en room zijn geen vast gegeven. En een hartige taart kan zowel een open of dichte bovenkant hebben. De spruitjestaart is dus een hartige taart, maar ik maak hem in een quichevorm…
Links de binnenkant, rechts de buitenkant van een opengevouwen gerookte haring.
