Archief van
Categorie: Quiche en Pie

Spruitjestaart met Danablu en guanciale

Spruitjestaart met Danablu en guanciale

Het spruitjesseizoen is bijna ten einde. Tijd om nog een keer te genieten van deze kleine koolvariant. Als klein kind had ik nooit kunnen bevroeden dat ik met enige regelmaat spruitjes zou eten. De ooit door mij zo verafschuwde groente. Ik weet dat sommige mensen daar hard over zouden lachen.

Spruitjes en pindasaus zijn natuurlijk een gouden combinatie, die combinatie vormt niet voor niets de header van deze site. Maar soms roept men om ‘eens wat anders’, de brutaliteit… Nu willen spruitjes toevallig ook heel goed combineren met blauwschimmelkaas en laat dat nu ook heel graag gegeten worden hier.

Er zijn veel verschillende blauwschimmelkazen die alle met elkaar gemeen hebben dat ze zijn gemaakt met dezelfde schimmelcultuur (Penicillium roqueforti). Ook Nederland kent verschillende blauwschimmelkazen, maar over het algemeen zijn ze minder bekend dan de buitenlandse kazen die doorgaans in de koeling van de supermarkt liggen. Al kun je bij sommige grootgrutters wel een Nederlandse variant vinden. Bij lokale kaasboeren of groothandels maak je meer kans op een Nederlands blauwschimmelproduct. Meestal van koemelk, soms van geitenmelk. En vaak zijn het half harde kazen. Die lenen zich vooral goed voor broodbeleg. Of als onderdeel van een kaasplankje. Hier een geliefde zaterdagavondsnack. Lekker om eens te proberen zo’n lokale blauwschimmelkaas.

Ik hou van de uitgesproken en vooral scherpe smaak van sommige blauwschimmelkazen, zoals de pikante versie van Gorgonzola, geweldig op een pizza. Meer heeft die pizza dan ook niet nodig.  Een andere geliefde blauwschimmelkaas is Danablu. Sterk van smaak en zoutig, waardoor je er maar weinig van nodigt hebt.

Danablu werd in 1927 ontwikkeld door een Deense kaasmaker, Marius Boel, met als doel een kaas in de stijl van Roquefort te ontwikkelen. De kaas werd tot de Conventie van Stresa voor Kaasnamen in 1952 “Deense Roquefort ” of “Deense kaas van het Roquefort-type” genoemd. Terwijl Roquefort van schapenmelk wordt gemaakt, wordt Danablu van koemelk gemaakt. Het heeft een rijke en uitgesproken pittige smaak mede dankzij de homogenisatie van de melk. Die homogenisatie vergroot het totale oppervlak van de vetbolletjes aanzienlijk en zorgt voor een betere toegankelijkheid voor de vetafbrekende lipasen van de blauwe schimmel, die middels door met koperdraden geboorde gaten in de kaas groeit en zich gelijkmatig over de kaas kan verdelen. Bij een gerijpte kaas zijn die gaten overigens nog steeds zichtbaar. Hydrolyse van vetten geeft de kaas een typische oleogustus-smaak en -geur. Oleogustus, de smaak van vet, is de voorgestelde zesde basissmaak, naast zoet, zout, zuur, bitter en umami. Zoals ik altijd zeg: vet is lekker…

Blauwschimmelkaas doet het heel goed in een quiche. Of een hartige taart. Quiche of hartige taart, is er eigenlijk een verschil? Het schijnt. Zo zou een quiche een hartige taart zijn die open is, dus onbedekt, met altijd een bodem van zanddeeg. En een quiche bevat altijd een vulling van eieren en room. De bodem van een hartige taart kan bestaan uit zanddeeg, maar ook uit bladerdeeg. Eieren en room zijn geen vast gegeven. En een hartige taart kan zowel een open of dichte bovenkant hebben. De spruitjestaart is dus een hartige taart, maar ik maak hem in een quichevorm…

Lees Meer Lees Meer

Klein hartig uientaartje met gebakken katenspek

Klein hartig uientaartje met gebakken katenspek

Vóór de tocht huiswaarts na een verblijf in Duitsland, bezoeken we altijd een grote supermarkt op een industrieterrein. Dan zijn niet alleen lekkernijen als Harzer Käse en Spätzle doelwitten.

Ook het recepten/advertenties tijdschrift wordt gezocht. Zoeken, want het staat niet altijd in rekken, zoals bij Nederlandse supermarkten. De Duitse versies verschijnen ook niet allemaal zo vaak per jaar als de Nederlandse varianten.

Ze maken er soms ook niet zoveel werk van, die Duitse supermarkten. Voor recepten richten ze zich vaak op variaties van simpele Duitse gerechten. En dat maakt ze juist zo interessant voor een buitenlander. Dus het tijdschrift, ongelezen, ook ingepakt. Om thuis te lezen. Dat zijn de momenten dat we alsnog blij zijn dat we in onze jeugd deels met Duitse voetbalprogramma’s en met in het Duits nagesynchroniseerde Westerns zijn opgegroeid.

Deze keer stond er een uientaartje in het tijdschrift, volgens het artikel uit de Elzas. Ook af en toe Duits grondgebied geweest. Het taartje zelf was eigenlijk niets bijzonders. De relatie met de Elzas heb ik ook niet echt kunnen ontdekken. Dan is het marketing.

We hebben al een lekker rode uientaartje. De foto in het tijdschrift trok echter de aandacht. En niet te vergeten, het woord Mürbeteig. Mooi Duits woord, dat korstdeeg betekent en dat lekker deeg is in hartige taarten en quiches.

Kortom, we zijn nog een uientaartje rijker, wel met wat aanpassingen ten opzichte van het gerechtje in het tijdschrift van de supermarktketen.

1 van die aanpassingen is het weglaten van de sjalot. Elzas ligt nu in Frankrijk en dus moesten er Franse sjalotten in. Die sjalotten zijn tweejarige bollen, maar dan langwerpig van vorm. Je krijgt meer Franse sjalotten als je een Franse sjalot in de grond stopt en rustig laat groeien.

Er zijn ook Nederlandse sjalotten, ontstaan door sjalotten te kruisen met uien. Zo werd een bol verkregen die eenjarig is en wel meteen door zaad kan worden vermeerderd. Die Nederlandse sjalot is geen ui, want het bevat sjalotgenen en het is geen Franse sjalot, want het bevat uiengenen.

Nederlands vernuft én 15 jaar telen en selecteren, leverden een eindproduct waar Franse boeren nu nog boos om zijn. Uiteindelijk moet de Europese rechter waarschijnlijk beslissen of de tijdelijke beslissing dat de Nederlandse sjalot, sjalot mag heten, een definitieve beslissing gaat worden.

Voor het vlees stond er simpelweg Speck in de lijst met ingrediënten. Dat laat nogal veel vrijheid. Hier katenspek genomen, om de oorspronkelijke Duitse afkomst.

Lees Meer Lees Meer

Hartig taartje met gerookte haring en tomaat

Hartig taartje met gerookte haring en tomaat

Veganisme en vegetarisme zijn van alle (moderne) tijden. Alleen niet voor ons in onze jeugd. De medeblogger en ik zijn opgegroeid met vooral vlees en soms vis. Vega deden we niet echt toendertijd, voor zover mijn herinnering reikt.

Het was de tijd van buurtwinkels, de kleine supermarkten begonnen net te komen. Woensdag gehaktdag, want in de reclame. Vrijdag visdag, want vrijdag was marktdag.

We aten witvis in de vorm van lekkerbekjes bij de warme maaltijd. Haring en paling niet, dat waren snacks. Paling aten we niet zo heel vaak, maar zeker als er kermis in de stad was.

Eenmaal kregen we een paling cadeau in een blikken buis. Bijna 1 meter lang en ongeveer 8 centimeter in doorsnede. Waarschijnlijk zeepaling en niet de zoetwaterpaling uit het IJsselmeer die we anders aten. Die blikken buis hebben we nog steeds, nu in gebruik voor posters, die we nooit meer gaan ophangen en toch niet weggooien.

Haring was ook een tussendoortje. In de vorm van rolmops, opgerolde zure haring om een fris-zure augurk en met een minimale hoeveelheid ui. In de vorm van zoute haring op de markt, soms met en soms zonder uitjes. En thuis in de vorm van zoute haring op roggebrood.

Gerookte vis, dat was altijd paling, een traktatie. Toen paling niet of nauwelijks meer in Nederland mocht worden gevangen kwamen de andere soorten gerookte vis, zoals gerookte makreel en gerookte haring.

In Groot-Brittannië is een andere soort gerookte vis populair. Gerookte schelvis, ook wel haddock geheten aldaar. Behalve als het lokale specialiteiten betreft. Zo ligt in Schotland de kustplaats Arbroath, waar ze in de haven overheerlijke lokaal warm-gerookte schelvis verkopen: Arbroath smokie. Dé culinaire specialiteit van die plaats. Het omrijden meer dan waard. Aan de rand van de zee opgegeten. Ik ben meteen teruggegaan voor een tweede smokie, tot verbazing van mijn wederhelft, dat wel.

In Nederland eten we zoute haring met uitjes. Niet gebakken of gekookte vis, toch eetbaar. Gerookte haring is in Nederland vaak koud-gerookt. Koud roken, dat gebeurt meestal bij een temperatuur van maximaal 25 tot 27°C. Niet echt gegaard na afloop. Toch vaak direct eetbaar.

Een terugkerend thema bij haring in een maaltijd is tomatensaus, kijk maar in kookboeken en op het internet. Of in de winkels: haring uit blik. In de winkels kan je blikjes van diverse merken kopen waar ‘haringfilets in (milde) tomatensaus’ in zit. Kijk je bij de ingrediënten dan is het eigenlijk geen tomatensaus, maar tomatenpuree met wat suiker, olie, azijn, paprika(extract) en een verdikkingsmiddel. De verbeelding speelt een belangrijke rol bij conserven.

Haring wordt gerookt met de huid er nog aan, anders valt de vis uit elkaar. Vel van een vis kan je meestal eten, maar dat doen wij alleen als het vel knapperig gebakken of gegrild is.

Links de binnenkant, rechts de buitenkant van een opengevouwen gerookte haring.

Een klein beetje tomatenpuree toevoegen is wel degelijk lekker. Dus dat idee hier ook uitgevoerd, maar dan met tomatenconcentraat en stukjes tomaat.

Lees Meer Lees Meer

Tarte tatin met witlof, ui, pecannoten en rucola

Tarte tatin met witlof, ui, pecannoten en rucola

Toen tarte tatin ineens echt populair werd in Nederland, waarschijnlijk in de jaren 70 van de vorige eeuw, verschenen ook recepten met andere ingrediënten dan appels en peren. Die al gebruikt werden, volgens de overlevering, in 1889 in het restaurant van de zusters Caroline and Stephanie Tatin. Een beruchte versie is die met kersen in de gaten van ananasringen.

Groentes mochten ineens ook. En witlof kwam al snel bovendrijven. Toen nog behoorlijk bitter, vandaar waarschijnlijk de toevoeging van suiker in oude recepten. Zoals die we recent weer tegenkwamen, in de oude doos, pre-internet tijd. Teruggevonden toen we een tijdlang het huis eigenlijk niet uit mochten. Zo te zien geknipt uit een vintage Allerhande. Een bruin geworden en vrij fragiel stuk papier met daarop een klassieke versie van het recept.

De wereld eet zo te zien nog steeds veel witlof tarte tatin. Populair zelfs. In groten getale te vinden met walnoten, Parmezaanse kaas en (riet)suiker.

Witlof in een taartje, we eten het vaker. Zoals met peer en blauwe kaas. De tarte tatin met witlof en noten is ook altijd gebleven. Inmiddels maken wij het meer op gevoel, en op basis van wat we in huis hebben, dan volgens dat klassieke recept. Dat geschreven hebbende, zoveel hebben we er ook weer niet aan veranderd. De hoeveelheden zijn vrijwel hetzelfde gebleven. Klassiek was dus al helemaal goed.

Maar de suiker laten we er uit. Witlof is zoveel milder geworden van smaak, dat extra zoetheid toevoegen niet meer nodig is.

Witlof tarte tatin, wat oorspronkelijk een bijgerecht was voor zeg 4 tot 6 personen. Wij houden het op 4. Wij eten het ook wel eens als hoofdgerecht voor 2 personen. Het kan verkeren. Maar hier waren we met z’n 4en. Bijgerecht it is.

Lees Meer Lees Meer

Tortellini-met-kaas, Gruyère en ontbijtspek taart

Tortellini-met-kaas, Gruyère en ontbijtspek taart

Een klassieker in ons huis. Lang, lang geleden ergens opgepikt en in al die jaren door geëvolueerd tot de huidige vorm. We hebben ook 2 zonder-deeg pasta-taarten, een mac & cheese variant en een spaghetti pie, maar deze tortellini taart heeft zijn omhulsel van deeg altijd behouden.

Wij eten meestal pasta die niet gevuld is. De 2 uitzonderingen zijn ravioli, soms zelf gemaakt, en tortellini, altijd kant-en-klaar gekocht. Op basis van deze 2 startpunten bestaan er in Italië nog veel meer gevulde pastasoorten, met andere namen als er wel of niet een gat in zit, als ze kleiner of groter zijn en anders zijn gevouwen.

Als je zelf ravioli maakt, kan je kiezen waar je ze mee vult. Met gekochte tortellini kan dat uiteraard niet. Met kaas kan je kopen, of met mortadella. Soms hebben ze een kleurtje, rood of groen door tomaat en spinazie.

Mortadella is een traditionele worstensoort. Volgens de verpakking zit er 54% mortadella in. Dat je deze tortellini buiten de koelkast kan bewaren maakt dat we deze tortellini soort nooit hebben gekocht in Nederland. Hoewel, het heet officieel tortellini al gusto carne, tortellini met vleessmaak, en niet tortellini met vlees.

Tortellini met kaas is ook apart. Want daar zit volgens de verpakking gedroogde kaas en gesmolten kaaspoeder in, samen 22,5%, en ricotta, 11,5%, in. Ricotta moet je normaal gesproken ook in de koelkast bewaren. Maar goed. We hadden niet afgesproken dat ik altijd consistent moet zijn.

Welke andere kaas is gebruikt wordt niet vermeld. Dat zal dan wel niet een culinair hoogstandje zijn. Daarom voegen we hier zelf nog 2 kazen toe: Gruyère en gerijpte Milner.

Gevulde tortellini taart. 1 van de weinige gerechten overigens waar we de oven niet voorverwarmen, gebruik van de Römertopf niet meegerekend.

Lees Meer Lees Meer

Quiche met Munster kaas en Serranoham

Quiche met Munster kaas en Serranoham

Munster in de Vogezen, niet te verwarren met Münster, Duitsland, wat Google maps bij ons wel deed. Scheelt hemelsbreed toch 437 kilometer, en nog meer over de weg.

Munster is gelegen in het zuidelijke deel van de Elzas. Even afslaan in westelijke richting bij Colmar en op zoek naar het kaasje van koeienmelk, ook Munster geheten. Tenzij je in de Vogezen bent, dan wordt de kaas ook wel Géromé of Munster-Géromé genoemd. In 1969 kreeg de Munster een AOC-keurmerk; het moet lokaal geproduceerd worden. In 1996 kreeg Munster een Europese Oorsprongsbenaming (BOB).

De melk is van het Vosgiennes runderras. De lekkerste kaasjes worden daarom geproduceerd in de zomer en vroege herfst, als de koeien vers gras en verse kruiden eten op de bergweiden. En de allerlekkerste heet dan Munster Fermier, die op boerderijen wordt gemaakt onder speciale voorwaarden. De productie daarvan is echter heel klein. In Nederland moeten we het stellen met gewone Munster kaas. Nog steeds een aparte kaas, dat wel.

Munster is een sterk ruikende kaas, een stinkkaas. Persoonlijk vind ik stinkkaasjes erg lekker. De ontdekking van stinkkaasje Harzer in de Harz was onverwacht (door het vroegere IJzeren Gordijn). De ontdekking van Munster kaas in Munster zelf niet. In het Westen was meer informatie beschikbaar over culinaire specialiteiten: Munster is gewoon hier te koop, Harzer (nog steeds) niet.

Anders dan andere kazen wordt Munster gerijpt in hele vochtige ruimtes, minimaal 5 weken. Waarbij de kazen regelmatig worden omgedraaid en gewassen met een mengsel van pekelwater en rijpingsfermenten. Al die zorg levert een gladde kaas op met een baksteenkleurige of licht-oranje korst. De kaas is van binnen zacht en ivoorkleurig, met een sterke smaak en ook die sterke geur. De korst is gelukkig gewoon eetbaar.

Als je de geur niet zo waardeert, dan is die meteen ook erg penetrant. De kaasjes worden dan ergens achteraf opgegeten, buiten het geurbereik van anderen.

Dat maakt dat een quiche in een ovenschaal met een doorsnede van 22 centimeter a priori niet werkt in ons huis. Daarom een kleine quiche gemaakt in een bakblik met een doorsnede van 15 centimeter, en een grotere quiche met een andere kaas in een bakblik met een doorsnede van 18 centimeter.

Lees Meer Lees Meer

Prasopita – Griekse preitaart met kaas

Prasopita – Griekse preitaart met kaas

Verrassend lekker. Preitaart. Ik was wat huiverig vanwege de wijze waarop de prei wordt bereid, maar het leverde uiteindelijk geen eetstress op. In plaats daarvan heb ik een nieuwe taart toegevoegd aan het repertoire. En nog wel eentje waarin wijn een ingrediënt is. Het moet niet gekker worden. Eten er kleine kinderen mee, dan zou ik de wijn gewoon weglaten.

Prei, ik at het vooral als roerbakgroente. Lekker met gebakken rijst. Vroeger aten we het als groente, maar daar heb ik niet veel herinneringen aan. Ik denk dat we ze gekookt aten. De medeblogger heeft er een levenslange aversie aan over gehouden, al betrapte ik hem onlangs op een Tsjechisch recept met prei. Ik denk dat hij een prasopita, de Griekse preitaart, zeker kan waarderen.

Prei behoorde 4000 jaar geleden al tot het Egyptische dieet en ook in Mesopotamië werd prei verbouwd. Rauwe prei zou de favoriete groente zijn geweest van een van de meest wrede Romeinse keizers, Nero, die het at in zijn soep of in de olie. Het verhaal gaat dat Nero dacht dat het eten van prei zijn stem ten goede kwam. Zijn consumptie van de groen-witte stengels was blijkbaar dusdanig dat het hem een bijnaam opleverde: Porrophagus oftwel ‘prei-eter’. Een leuk uitstapje is dan snel gemaakt naar de sarcofaag, oftewel de vlees-eter. Al is dat dan niet als verwijzing naar de menselijke consumptie. Indirect dan wel weer… Etymologie, misschien wel het leukste onderdeel van de taalkunde. Woorden zijn meestal niet zomaar een rijtje letters. In het Grieks práso (Πράσο) prei en píta (πίτα)taart. Prasopita is dus prei-taart.

Feit is dat prei veelzijdiger is dan alleen de functie van groen sliertje in de bami van de lokale Chinees.

Lees Meer Lees Meer

Spinazie-tortilla taart

Spinazie-tortilla taart

Lang geleden, op de zolderkamer die mijn studentenkamer was, at ik de machtigste taart der taarten: de spinazie-pannenkoekentaart met feta en cashewnoten. Afwisselende lagen pannenkoeken en spinazie met kaas en noten. De taart was een centimeter of 7 hoog en paste net in het typische studentenkeuken oventje. Zo eentje die te weinig schoongemaakt wordt na gebruik. Die oven. Die keuken trouwens ook.

Ik heb die taart één keer gemaakt. Hartstikke lekker, maar veel te machtig. We aten er met z’n tweeën of drieën van, dat weet ik niet meer precies. Maar na afloop rolde iedereen terug naar zijn kamer. Het was verdacht rustig die avond verder in het doorgaans rumoerige huis.

Nu, jaren later, schoot die taart door mijn hoofd toen ik zat te bedenken wat ik ging doen met al die spinazie in mijn vriezer. Pannenkoeken bak ik al jaren niet meer. Maar Mexicaanse tortilla’s eet ik wel met enige onregelmaat, bijvoorbeeld als winterse maaltijd in de vorm van taart. Die maakte ik destijds voor het eerst als remake van een versie in een Limburgs Mexicaans restaurant. Doet qua machtigheid overigens niet heel veel onder voor de pannenkoekentaart. Maar dat kan dus minder machtig, zonder bonen bijvoorbeeld. En met spinazie! Is die gestapelde tortillataart met bonen nog Mexicaans of in ieder geval Tex-Mex, een versie met spinazie is dat zeker niet. In een hip restaurant zou het dan fusion heten.

Lees Meer Lees Meer

Mezzi rigatoni pie: rechtop en zonder deeg

Mezzi rigatoni pie: rechtop en zonder deeg

Buisjes pasta rechtop neerzetten in een ovenschaal of bakblik, vullen met een elke keer een (iets) andere saus, toppen met elke keer een andere kaas en afbakken in de oven. Levert heerlijke maaltijden op.

Met die grote brede cannelloni buizen ben je zo klaar, maar dat levert relatief gezien vooral vulling op en weinig pasta. Een betere verhouding tussen pasta en vulling krijg je als je rigatoni buisjes gebruikt. Voor een hoge pie neem je de tradizionali, voor een lage pie met de helft van de vulling, de mezzi (de halve). Met penne kan het ook, maar de schuine uiteinden laten de pasta makkelijk omvallen. (Op te lossen door het bakblik rechtop te zetten zodat de penne buisjes plat liggen tijdens het neerleggen.) Dat probleem heeft rigatoni niet, met zijn rechte uiteinden. Rigatoni it is.

Maar eerst zien uit te vogelen hoeveel pasta ik nodig heb. Als alle pasta in het bakblik zit, dan lijkt het van boven gezien net op allemaal kleine cirkeltjes in een grote cirkel. Als de diameter van 1 gekookte rigatoni en de diameter van het bakblik bekend zijn, dan moet dat makkelijk van te voren uit te rekenen zijn, toch. Nou, dat valt behoorlijk tegen. Het is wiskundig gezien een pittig probleem. De plek van elk cirkeltje in de grote cirkel kan van invloed zijn op alle andere cirkeltjes, en daarmee op het maximum aantal cirkeltjes dat je erin kan leggen. Dat maximum aantal cirkeltjes in een cirkel kan je vinden door het te formuleren als oplossing van een optimalisatie probleem, dat wiskundig bekend staat als ‘cirkels inpakken in een cirkel’. Het internet rekende uit dat bij een bakblik met een binnen diameter van 22,86 centimeter en rigatoni’s (gekookt) met een buiten diameter van 2,2 centimeter een taart met 81 rigatoni’s op.

Als we de vulling in de buisjes willen hebben, dan dekken die 81 buisjes wel slechts driekwart van het bakblik af. Wiskundige cirkels kan je niet indrukken; vorm dicteert de formule en vice versa. Bij pasta werkt het anders. In het extreemste geval kan je het bakblik helemaal vullen met buisjes die plat tegen elkaar zitten; er kan geen vulling in. Er is een tussenweg: de buisjes in een ellips vorm drukken, dat vult een bakblik met meer rigatoni. 129 dit keer. Ruim meer dan 81 door ietwat vals spelen en de pasta te laten vervormen.

Volgende vraag: hoeveel mezzi rigatoni’s zitten er eigenlijk in 1 pak van 500 gram. Is 1 pak voldoende of moeten er 2 pakken worden gehaald? 20 mezzi rigatoni’s gewogen, om de invloed van kleine variaties per pasta buisje te elimineren. Dat leverde een gewicht op van 48 gram. 2,4 gram per mezzi rigatoni. Oftewel, er zitten 500:2,4=208 pastabuisjes in 1 zakje. Meer dan genoeg voor de pie.

Lees Meer Lees Meer

Stonehenge en neolithische mince pies?

Stonehenge en neolithische mince pies?

In Nederland lees je bij hoge uitzondering iets nieuws over Stonehenge. In Engeland daarentegen leeft het enorm, als onderdeel van de geschiedenis. Er worden ook nog steeds opgravingen gedaan en metingen verricht, zowel bij Stonehenge zelf als in de rijke historische omgeving. En zodra er iets nieuws gevonden is, maakt de BBC daar een populair wetenschappelijke uitzending over. En die kan je in Nederland gewoon bekijken, voordat je de wetenschappelijke bron opzoekt.

Het was op 1 december 2021 dat er alweer een nieuwtje over Stonehenge op de site van English Heritage verscheen [1]. Een dag later had zo’n beetje elke Engelse krant – en daar zijn er nogal veel van – het bericht overgenomen. Zowel serieuze kranten als tabloids: Stonehenge blijft mateloos populair bij het Engelse publiek. En ook bij ons.

Stonehenge is, als speciale plek voor mensen, ongeveer 5000 jaar geleden ontstaan. De unieke stenen cirkels werden ongeveer 500 jaar later gebouwd, in de late neolithische periode, ongeveer 4500 jaar geleden. Zodra we in de buurt waren, reden we graag een stukje om en stopten we even om het indrukwekkende monument te bekijken. Al rijdend via de A303. Of even stoppen op de weg die er pal naast lag. Dan was je op een kleine 50 meter afstand van het monument. Die weg is nu verdwenen. Je moet nu via het ruim 2 kilometer verder weg liggende bezoekerscentrum naar Stonehenge. Dichter dan 11 meter kan je sowieso niet bij de stenen komen. Eromheen lopen en weer dezelfde foto’s maken hebben we inmiddels 3 keer gedaan in de loop der jaren. Met een English Heritage lidmaatschap was dat bezoek kosteloos.

Stonehenge is ook wiskundig interessant, onder andere vanwege de vele symmetriën. Soms zijn die overigens niet zo moeilijk om te maken. Bevestig een lang touw bovenop een paal en loop rond. Zo krijg je een grote cirkel. Trek dan wat rechte lijnen op regelmatige afstand van elkaar in de cirkel. De plekken van de grote stenen en kleinere stenen, en de locaties van de vele weer met aarde gevulde gaten in de grond bij Stonehenge laten zich vervolgens al deels verklaren [2].

Stonehenge is gebouwd door mensen; die moeten eten. En daar ging het nieuwtje over. Het is wel een beetje als je begeven op glad ijs, en dat geven ze bij English Heritage ook wel toe. Toch deden ze de suggestie. Waarschijnlijk expres vlak voor de kersttijd. Het ging namelijk om een vermeende connectie van mince pies met wat de bouwers/bezoekers van Stonehenge aten. Want er was bewijs gevonden dat die mensen mogelijk noten en fruit kookten.

Lees Meer Lees Meer