Archief van
Categorie: Rijst

Omurice

Omurice

De keuken van Japan bestaat uit een traditioneel deel en uit een deel dat door het Westen is beïnvloed. Die keuken heet yōshoku en is een voorbeeld van een fusion-keuken. Wat weinigen weten is dat Nederland gedurende 250 jaar tijd het enige westerse land is geweest dat handel mocht drijven met Japan. Weliswaar hebben de Nederlanders onder andere bier, koffie, kool en tomaten in het land geïntroduceerd, maar de invloed van de Nederlandse keuken, als daar al sprake van was, is beperkt gebleven, aangezien de maaltijden werden verzorgd door Japanse koks. En dat had een oorzaak.

De VOC arriveerde in 1600 in Japan met het schip De Liefde. Het was het enige schip dat de zoektocht van een nieuwe zeeroute naar de Indonesische archipel te vinden, overleefde. De Portugezen waren sinds 1543 in Japan en wisten aanvankelijk een succesvolle handelsrelatie op te bouwen. Tussen de jaren 1580 en 1587 viel de stad Nagasaki zelfs onder Portugees, formeel Jezuïtisch, bestuur. De Portugese missionarissen gingen voortvarend te werk en veel Japanners bekeerden over naar het christelijke geloof. Dit tot grote ergernis van enkele Japanse heersers. Uiteindelijk verboden zijn in 1614 het katholicisme en werden de Jezuïeten opgedragen het land te verlaten. Het christendom verdween echter niet uit Japan, maar ging ondergronds. De Portugese handelaren die wel mochten blijven, waren intussen verbannen naar een kunstmatige eiland in de baai van Nagasaki. Dit eiland, Dejima genaamd, was speciaal voor dit doel aangelegd.

De VOC had vanaf 1609, evenals de Engelsen, haar handelspost op het eiland Hirado. Toen de Japanners de Portugezen en hun katholieke vertoon toch al snel zat werden, hielpen de protestante Nederlanders maar al te graag om de katholieke Portugezen het land uit te jagen. De Nederlanders profileerden zich namelijk niet als christenen, maar gewoon als handelaren. Nadat de Portugezen van Dejima waren verdwenen, verhuisden de Nederlanders in 1639 van Hirado naar Dejima. Op het kleine eiland woonden ongeveer 20 Nederlanders en een aantal Japanse toezichthouders. Bijbels en wapens waren verboden en de Nederlandse schepen werden zowel bij aankomst als vertrek gecontroleerd. De Nederlanders mochten het eiland niet af en Japanners was het niet toegestaan het eiland te bezoeken, met uitzondering van vertalers, koks, timmerlui, klerken en gezelschapsdames… Jaarlijks ging het Nederlandse Opperhoofd op bezoek bij de shogun in Edo om zijn respect te tonen. Het was een tocht die enkele weken duurde. De Nederlanders leefden lang in isolement op Dejima en slechts één keer per jaar kwamen er schepen aan. Voor hun voedselvoorziening waren die paar Nederlanders dus helemaal afhankelijk van de Japanners. Overigens waren later de onderlinge relaties wat meer ontspannen. Toen in 1720 de ban op Nederlandse boeken werd opgeheven, kwamen vele Japanse geleerden naar Nagasaki om kennis te nemen van de Nederlandse en Europese wetenschappen.

Het Nederlandse monopolie op de handel met Japan duurde tot 1853, maar was toen al wel tanende. In 1853 verscheen een grote Amerikaanse vloot met oorlogsschepen voor de Japanse kust om de Japanners te dwingen de handel open te stellen voor andere westerse landen dan alleen Nederland. Niet veel later, in 1873, kwam er een einde aan de heerschappij van de shoguns en werd de keizer in ere hersteld. Gedurende de Meiji-restauratie kwamen er tal van economische en sociale hervormingen en werd de invloed van het westen groter. En met de openstelling van de grenzen maakten de Japanners ook langzaam aan kennis met de westerse keuken, met name die van de Amerikanen. Die invloed zal het grootst zijn geweest na de Tweede Wereldoorlog, toen Japan enkele jaren onder controle bleef van de Verenigde Staten. Sindsdien kent de Japanse keuken gerechten als de Hambagu en Katsudon. Omurice (Omu-raisu) is al eerder ontstaan, zo aan het begin van de twintigste eeuw in een westers georiënteerd restaurant. De kok zou zijn geïnspireerd door de sushi-variant chakin sushi waarbij rijst (eventueel met paddenstoelen of pickles) ingepakt wordt in een dunne omelet.

Lees Meer Lees Meer

Risotto met kipfilet en gedroogde paddenstoelen

Risotto met kipfilet en gedroogde paddenstoelen

Wij doen eigenlijk niet zoveel met gedroogde paddenstoelen. We kopen meestal verse. Op aanraden van de medeblogger toch maar weer eens een zakje gekocht, zonder van te voren na te denken wat er mee te doen.

De gedroogde paddenstoelen daarom in een grote lade gelegd, naast verschillende soorten rijst en andere langer houdbare droge voorraaddingetjes. En daar bleef het liggen. Elke keer als ik de la opendeed zag ik die gedroogde paddenstoelen liggen en kwam de gedachte weer op dat ze toch een keer in een maaltijd moesten. Gelukkig blijven ze lang goed.

Uiteindelijk besloten om ze te gebruiken in een risotto maaltijd met gerookte forel. Door een misverstand werd er echter kipfilet in huis gehaald, door mijn eigen schuld ook nog. Omkatten van de maaltijd: risotto met gerookte forel kipfilet en gedroogde paddenstoelen, dus.

Risotto gegaard in bouillon, daar hoeft eigenlijk niets bij. Zo lekker is dat al. Op verzoek toch een uitje en wat Parmezaanse kaas toegevoegd.

Makkelijke maaltijd. Door het tijdig laten wellen van de gedroogde paddenstoelen moet je wel ruim voor etenstijd aanwezig zijn in de keuken.

Lees Meer Lees Meer

Katsudon

Katsudon

Zo af en toe werpen BroeR en ik elkaar digitaal recepten toe. Recepten die meer bij de ander passen dan bij onszelf. Zaken waarin gebakken moeten worden in een oven gaan doorgaans richting BroeR, Aziatische borden en kommen met eten richting mij. Hoewel ik momenteel in een Indiase fase zit, schuw ik de rest niet.

In mijn studententijd heb ik enige tijd een Japanse fase gehad. Die begon uiteraard met sushi, maar gaandeweg maakte ik meer Japanse zaken zoals gyoza en ramen. Dat viel toen overigens nog helemaal niet mee, want toko’s hadden nog maar weinig Japanse spulletjes. De zeewier haalde ik bijvoorbeeld bij de natuurvoedingswinkel tegenover mijn studentenhuis. Daar kocht ik ook mijn eerste bamboematje voor de sushi. Via een Chinese groothandel voor keukenspullen wist ik een langwerpig koekenpannetje (met hoeken) te bemachtigen voor het maken van tamagoyaki, de opgerolde omelet. Ik zie je denken, dat kan toch ook in een ronde koekenpan. Dat klopt, maar de garing van een vierkant omelet is toch anders dan van een rond omelet. Nog los van de afsnijdsels die je hebt bij een ronde versie.

Een deel van de Japanse keuken is heel traditioneel, maar er is ook een keuken die sterk beïnvloedt is door het Westen, yoshoku genaamd. Het zijn veelal westerse gerechten op Japanse wijze bereidt. In de traditionele Japanse keuken, washoku, gaat het niet alleen om het gerecht zelf, maar ook om de juiste ingrediënten, de bereidingswijze en hoe het eten wordt gepresenteerd. Dat wil nog wel eens voor hoofdbrekens zorgen, omdat je niet aan het goede ingrediënt kan komen of niet het juiste kommetje om te presenteren. In dat soort zaken wil ik nog wel eens heel puriteins zijn en als ik niet het juiste ingrediënt kan vinden, dan maak ik het maar niet. Of dat altijd even zinnig is, laat ik in het midden. De westers georiënteerde Japanse keuken biedt gelukkig wat meer ruimte voor vrije interpretatie. Dat doen ze zelf ook met misschien wel het meest typische Amerikaanse streetfood, de Hambagu. Maar meestal is niet direct uit de naam af te lezen wat het gerecht inhoudt, tenzij je het Japans machtig bent.

Van BroeR kreeg ik een recept toegestuurd voor een Katsudon, een samentrekking van tonkatsu (gepaneerde en gebakken/gefrituurde varkensfilet) en donburi (een kom met rijst en groente en/of vlees/vis/ei).

Van katsudon zijn er verschillende varianten. En na lang puzzelen koos ik voor de sauce tonkatsu. De reguliere katsudon bevat meestal een laag dun gesneden kool op de rijst, terwijl de ui bereid wordt in een bouillon (dashi) met mirin, sojasaus en Japanse worcestershiresaus. De tonkatsu is echter een vleesgerecht op zich en daar hoort een tonkatsusaus bij. Denk ik. Bovendien heb ik geen flesje Japanse worchestershiresaus in huis. De gewone versie is geen optie, aangezien deze wezenlijk anders schijnt te smaken. De tonkatsusaus dus. En met ei. Je komt ook katsudon-versies zonder ei tegen, hoewel die wel spaarzaam zijn. Volgens tal van sites is het een typisch lunchgerecht, maar tenzij je een sumoworstelaar of puber in een groeispurt bent, zou ik het gerust als avondmaaltijd kiezen. Het vergt toch ook wel wat werk.

Lees Meer Lees Meer

Noten pulao met kip in een groene saus

Noten pulao met kip in een groene saus

Ik wilde heel graag een biryani eten in India. Zelf heb ik het nog nooit gemaakt, maar ik eet het graag in een Indiaas restaurant. De biryani is typisch voor India, maar vindt zijn oorsprong in de Perzische pilav. Superlekker, dus ik wilde dat wel eens proeven in het land zelf. Het lukte mij slechts één keer… en het smaakte geweldig. Vaker kreeg ik echter te horen dat er die dag geen biryani was, ondanks dat het overal in enkele varianten op de vaste kaart stond. Geen idee waarom dat telkens het geval was, misschien omdat we die keren toevallig om half zeven – openingstijd – vermoeid aanschoven in een restaurant en dan soms zelfs de kok binnen zagen komen lopen. Verzot als ik ben op rijstgerechten, koos ik dan voor een pulao, een Indiase versie van de pilav. Vaak iets eenvoudiger dan een biryani en een andere bereidingswijze, maar daarom niet minder smakelijk.

De pilav (in verschillende spellingen en in India vaak pulao) is een bekend gerecht in vele nationale keukens en heeft een islamitische oorsprong. Feitelijk gaat het om het bereiden van rijst in een bouillon. In de Noord-Indiase keuken vaak met saffraan, noten en rozijnen en met kruiden als laurier, komijn, kardemom en kaneel. Een pulao eet je meestal met een gekruide yoghurt of raita. Voor een uitgebreidere maaltijd met gasten kun je er een curry bij serveren, maar meestal eet je die weer met witte rijst of met chapatis of naan. Kies je er, net als ik, toch voor een curry bij te serveren, dan is een subtiele curry een goede keuze, zoals deze kip in groene saus. Het voordeel van beide gerechten is dat je ze ongeveer gelijktijdig kunt bereiden, wat handig is als je niet heel veel tijd hebt. En wat overblijft (…) eet je gerust de volgende dag.

Pulao met kip in groene saus
Pulao (linksonder) met kip in groene saus (midden).

Lees Meer Lees Meer

Phodnicha bhaat (gebakken gekruide rijst)

Phodnicha bhaat (gebakken gekruide rijst)

Vanaf kinds af aan ben ik dol op rijst. De nasi die we vroeger af en toe op zondag aten, was een ware traktatie. Ook de herinnering aan de zelfgemaakte kipkerrieragout met rijst doet mij nog steeds watertanden. Ik eet tegenwoordig dan ook vooral rijst. Af en toe noedels (in verschillende varianten) en heel af en toe aardappels (met spruitjes of als stamppot). Doorgaans eet ik jasmijnrijst, een beetje kleverig doordat het wat meer zetmeel bevat en daardoor ook makkelijk met stokjes te eten is. Niet dat ik dat elke dag doe, maar soms is het eten met stokjes uit een kom gewoon lekker. Eet ik Indiaas, dan eet ik doorgaans basmatirijst. Rijst met een lange korrel en ook droger. Te eten met een lepel of gewoon met je vingers. Zowel basmati- als jasmijnrijst zijn geurige en smaakvolle rijstsoorten. Diegenen die zeggen dat witte rijst allemaal hetzelfde smaakt, hebben duidelijk geen verstand van zaken. Er zijn duizenden rijstsoorten, sowieso onwaarschijnlijk dat deze allemaal hetzelfde smaken. Zilvervliesrijst (witte rijst met het vezelrijke vliesje er nog omheen) mag overigens dan iets meer voedingsstoffen bevatten, persoonlijk vind ik witte rijst lekkerder. Die voedingsstoffen haal ik wel ergens anders vandaan denk ik dan. Jasmijnrijst wordt in Zuidoost-Azië (met name Thailand) geproduceerd en basmatirijst vooral in India (90%). Maar van beiden zijn er varianten, een curieuze variatie op de basmati vindt je in Texas: de texmati.

Voor zowel basmati- als jasmijnrijst loont het de moeite een goed merk uit te zoeken, aangezien bekend is dat er met beide rijstsoorten veel gerommeld wordt. Dat je dure rijst koopt en dan blijkt het gewoon nergens naar te smaken omdat het een mengsel is of gewoon een inferieure rijstsoort. Jasmijnrijst wordt soms bereid met pandanblad (dat dezelfde werkzame stof heeft met de typische geur van jasmijnrijst) om de smaak van de rijst te versterken. Echter soms wordt gewone rijst gearomatiseerd met pandanblad en verkocht als jasmijnrijst. Niet hetzelfde dus. Je zou kunnen zeggen: jasmijnrijst is pandanrijst, maar pandanrijst is niet altijd jasmijnrijst. Het probleem met basmatirijst is dat het verbouwen vaak gepaard gaat met bijzonder slechte arbeidsomstandigheden en grote impact op het milieu. Zelf gebruik ik het merk Tilda, niet het goedkoopste merk, maar een bedrijf dat zich, voor zover ik kan nagaan, inzet voor boer en milieu. Ik eet tenslotte graag smakelijk met een gesust geweten. Tilda is verkrijgbaar bij zowel groothandel als supermarkt.

Phodnicha bhaat (gebakken gekruide rijst)
Phodnicha bhaat (gebakken gekruide rijst)

Lees Meer Lees Meer

Balkenbrij, zilvervliesrijst en verse sperziebonen

Balkenbrij, zilvervliesrijst en verse sperziebonen

Ik schreef al eens eerder een soort van ode aan balkenbrij. Een streekgerecht dat veel mensen niet kennen en als ze de ingrediënten horen vervolgens niet willen eten. Ik blijf erbij: het is fenomenaal lekker.

Balkenbrij importeren wij nog steeds uit Salland, hoewel het inmiddels ook wordt gemaakt door onze lokale slager, ver buiten het oorspronkelijke leefgebied van balkenbrij. Komt vast omdat iedereen maar blijft verhuizen naar andere gebieden in Nederland en zijn of haar lokale keuken meeneemt. En daarmee lijkt het er op dat de tijden in het jaar dat je balkenbrij kunt kopen zich ook uitbreiden. Hoe lekker ook, persoonlijk vind ik echter dat de buitentemperatuur onder de 15°C moet zijn gezakt: herfst en winter zijn de seizoenen waarin wij balkenbrij eten.

Door dat importeren koop ik wel meer balkenbrij dan je in 1 maaltijd op kunt eten. De rest gaat in de vriezer. Dat levert weer ontdooid nog steeds lekkere balkenbrij op, met maar 1 nadeel. Weer ontdooide balkenbrij is minder stevig dan verse balkenbrij en heeft daardoor wat meer moeite om in heel blijvende plakken te worden gebakken.

Normaal leg je de krokant gebakken balkenbrij in plakken naast de rest van de ingrediënten op de borden. Balkenbrij plakken bak je daarom in platte koekenpannen: balkenbrij moet de bodem van de pan voelen anders wordt het niet krokant. Deze keer had ik nog maar 1 schone grote koekenpan en die heeft een licht opgehoogd ruitjespatroon in de keramische bodem. Je weet dan eigenlijk wel dat het niet goed kan gaan, maar de balkenbrij trek was te groot om te wachten. En ja hoor, tijdens het omdraaien braken de plakjes deze keer inderdaad en meer dan normaal in stukjes. Het mochten geen plakken balkenbrij meer worden genoemd.

Tijd voor een experiment. Nadat de balkenbrij krokant was gebakken, voor het eerst alle balkenbrij in kleinere stukjes geruld en vervolgens nog even doorgebakken. Gemengd door de zilvervliesrijst en met verse sperziebonen opgediend.

Zonder verdere toevoegingen. Geen extra kruiden, specerijen of zout erdoorheen en ook zonder ketchup, de klassieke begeleider van krokante balkenbrij.

Nog steeds fenomenaal lekker. Verrassend? Qua smaak niet natuurlijk, balkenbrij! Qua textuur eigenlijk wel. Dat het los geruld ook overeind blijft. Balkenbrij!

Lees Meer Lees Meer

Saffraan en speciale rijst geeft smeuïge risotto

Saffraan en speciale rijst geeft smeuïge risotto

Tussen de Alpen en de rivier de Po wordt in Italië al eeuwenlang speciale rijst verbouwd, risottorijst. Risottorijst kan veel vocht en daarmee smaakstoffen opnemen. Ideaal dus voor koken in bouillon met saffraan.

Welke soort risottorijst er in Italië wordt gebruikt, hangt een beetje van de streek af. Daar hebben we hier geen last van. Wel van pakken voorgekookte risottorijst in de schappen van supermarkten waar niet op staat welke rijstsoort er in zit. Want er is wel degelijk verschil.

Er zijn namelijk veel soorten risottorijst, maar drie daarvan domineren: arborio, carnaroli en vialone nano. Arborio is de meest gebruikte rijstsoort. Die rijstkorrels kunnen vele malen hun gewicht aan vocht opnemen. Carnaroli heeft een grote korrel en vialone nano de kleinste korrel.

Risotto met saffraan is bekend onder vele namen, afhankelijk van de andere ingrediënten en waar je het eet, Risotto alla Milanese, Risotto Giallo (gele risotto), of gewoon, risotto met saffraan. Maar voeg je sterke bouillon toe – voor nog meer smaak – dan wordt de gele kleur verdrongen en krijgt de risotto een meer bruinige tint.

Risoto en saffraan, ze verdienen allebei aandacht bij het kiezen.

Lees Meer Lees Meer

Indiase gebakken rijst met uien

Indiase gebakken rijst met uien

Rijst is lekker, gebakken rijst vind ik nog lekkerder. Wellicht komt dat van de nasi van vroeger. Niet van de Chinees, maar van de slager. Het was een zondagse traktatie, vaak met een kippenpoot van de grill. Toen ovens nog gasovens waren. Maar gebakken rijst vind ik dus geen straf. Als ik rijst kook, zorg ik altijd dat ik rijst over heb om de volgende dag op te kunnen bakken. Of eigenlijk zorg ik dat ik extra veel rijst overhoud, zodat ik zeker twee dagen gebakken rijst kan eten. Bijvoorbeeld heel eenvoudig Dan Chao Fan met gebakken ei. Of ook lekker makkelijk, een Indiase variant met uien. Met of zonder kip.

Gebakken rijst met uien
Gebakken rijst met uien

Lees Meer Lees Meer

Rare snijbonen-maaltijd met rijst en chilivlokken

Rare snijbonen-maaltijd met rijst en chilivlokken

Als je een rare snijboon wordt genoemd dan ben je een zonderling, een wonderlijk persoon die afwijkt van wat men de norm vindt.

Wij aten vroeger uit de moestuin van mijn grootouders veel rare snijbonen. Stoksnijbonen, want de planten vonden de weg omhoog via rijen van (bamboe)stokken. Koop je de groente in de winkel dan zijn ze mooi groen en vrij recht. Uit de moestuin van mijn grootouders werden ook de kromme, gebogen en gedraaide snijbonen gegeten. En terecht. Wij vonden en vinden rare snijbonen heel normaal.

Bovendien verdwijnt het verschil tussen kromme en rechte snijbonen als ze in plakjes worden gesneden met een molen, de snijbonenmolen. Niet vaatwasmachinebestendig zoals nu verkrijgbaar, maar toen een massief en zwaar geheel dat aan de keukentafel vast moest worden geklemd. En zo werden kinderen aan het werk gezet. Geen kinderarbeid want het was leuk om te doen – spelen met gevaarlijke snijvlakken – maar toch kinderen aan de arbeid.

Anders dan vroeger echter komen snijbonen van de supermarkt nu vooral uit een aantal Noord-Afrikaanse landen. En ze zijn recht, de kromme worden eruit gehaald. Maar dat snijbonenmolen gebeuren, dat kan je nog steeds zelf doen.

Op de markt kun je soms nog wel rare snijbonen vinden, uit een lokale kwekerij. Voor in een maaltijd met rijst, chilivlokken en pijnboompitten.

Lees Meer Lees Meer

Risotto nero con le seppie

Risotto nero con le seppie

Voor alles een eerste keer, zo ook een bezoek aan Italië. En wat doe je als je een paar dagen in een havenstad verblijft? Inderdaad, veel vis eten. Toegegeven, de eerste avond at ik een pizza. Ook lekker. De andere dagen at ik zowel met lunch als avondeten elke keer wel iets dat uit de zee kwam. Van rauwe langoustines tot gegrilde zwaardvis en verschillende schelpdieren. Ik heb mij prima vermaakt, met dank aan de verschillende begeleiders die ons naar authentieke restaurantjes meenemen, soms in steegjes waar je je als toerist niet zo snel in zou wagen. Geen studenten in de bediening, maar oudere (en soms oude) mannen en vrouwen die de lunch en diner een extra dimensie geven. Zo anders dan ik in Nederland gewend ben, waar vaak nog even nagevraagd moet worden in de keuken waaruit een gerecht precies bestaat.

Eten in een ander land is vaak een feest weet ik intussen. Zeker als je je laat leiden door een lokaal iemand. Zo ook in Italië dus. Nu ben ik, in tegenstelling tot vroeger waarschijnlijk, geen moeilijke eter, maar toch heb ik mijn eigenaardigheden volgens sommigen. Zo eet ik geen blote tomaten of olijven. Had ook nog nooit een rauwe oester gegeten. Die zaken kunnen dus van de roemruchte bucketlist. Tomaten (en olijven) had ik uiteraard wel eens gegeten, maar waren slecht bevallen. Nu is de ene tomaat de andere ook niet, maar doorgaans blief ik ze niet. Tenzij in de vorm van (zelfgemaakte) soep. Ook in Italië proefde ik verschillende tomaten en degene die mij het meest kon bekoren, was waarschijnlijk een mini pomodori. Hier natuurlijk niet te krijgen, maar het lag daar met bakken in de supermarkt. Maar dit verhaaltje gaat niet over tomaten, maar over zwarte risotto met inktvis. Overigens had ik dat in Nederland al wel eens gegeten, maar ik wilde het heel graag een keer zo vers mogelijk eten. En waar kon het verser dan in een restaurant dat aan de haven lag, met de vissersboten voor de deur.

Risotto nero con le seppie
Risotto nero con le seppie

De risotto krijgt zijn kleur doordat de inkt van de inktvis meegekookt wordt met het gerecht. De inkt is bijna zwart van kleur en werd vroeger door kunstenaars gebruikt. Het wordt met name gebruikt in de Siciliaanse keuken, maar wordt in de Toscaanse keuken vooral gebruikt in de risotto met inktvis. Typisch genoeg wordt het gerecht soms geserveerd met Parmigiano Reggiano oftewel Parmezaanse kaas. Dat dit niet heel gewoon is, bleek wel uit verschillende adviezen die ik kreeg nadat de ober het schaaltje met geraspte kaas naast mijn bord met risotto zette. Er waren wat verwarde blikken om mij heen en van de andere kant van de rij tafels stond een Italiaanse op om te komen zeggen (via de  tolk) dat ik het toch vooral zonder kaas moest eten. De combinatie leek mij ook wat vreemd en ik heb de kaas dan ook laten staan. Toen ik echter de volgende dag bij een oudere Italiaan in de auto zat, vroeg hij mij in gebrekkig Engels hoe de risotto had gesmaakt. Ik antwoordde dat ik het erg lekker vond, waarop hij zei dat hij hoopte dat ik het met kaas had gegeten. Het kan verkeren dus. De risotto was in ieder geweldig, onovertroffen zou ik zeggen.

Lees Meer Lees Meer