Archief van
Categorie: Rijst

Paradoxale Gooische Pikante in een risotto maaltijd

Paradoxale Gooische Pikante in een risotto maaltijd

Vooropgesteld, Gooische Pikante is een lekker kaasje. Maar … .

Gooische Pikante is een Goudse kaas die sinds 2015 te koop is. Reclames melden dat het een kaas met een verhaal is, maar dat verhaal heb ik nergens kunnen vinden. En dat het met een nieuwe bereidingsmethode en een volledig vernieuwde receptuur wordt gemaakt [1]. Die beiden ook niet worden uitgelegd. Verkooptaal dus.

Op de website van Gooische Pikante staat dat deze kaas prijzen heeft gewonnen als zijnde de lekkerste oude kaas van Nederland [1]. Gooische Pikante is daarmee logischerwijs een oude kaas. Op de website van de verkoper (en ook maker?) van de kaas, kaasgroothandel De Groot-Verburg, staat dat de kaas 40 weken rijpt [2]. Sommige kaasverkopende winkels melden dat de kaas zelfs 52 weken oud is. Ook het artikel in het Kaas magazine [3] meldt een ouderdom van 12 maanden.

Kijk, en dan wordt het interessant: 2 schijnbare paradoxen? Kaas mag namelijk alleen oud heten als deze tussen de 10 en 12 maanden is gerijpt. Bij 12 maanden of meer heet de kaas overjarig. 52 weken is nog steeds 12 maanden. Al die kaasverkopende zaken zouden dan de kaas als overjarig moeten bestempelen in plaats van oud? Of een foutje in de vermelde rijpingstijd van 52 weken?

Dus zal de maker van de kaas het wel goed hebben zou je denken; 40 weken gerijpte kaas dus. Maar 40 weken gerijpte kaas is alleen oud als we denken in kaasmaanden van 4 weken; 40 : 4 = 10, nietwaar. Denken we in echte kalendermaanden dan zit je 40 weken na 1 januari nog maar in de eerste volle week van oktober. Dat is nog best ver weg van 1 november, de echte 10 maanden streep.

Hoe los je kaas-paradoxen op? Je vraagt het aan je favoriete kaasboer. We hebben er 2; de ene heeft een kaaswinkel, de andere een marktkraam. Die op de markt meldde iets interessants. Hij mag het al jarenlang niet verkopen als oude kaas, omdat Gooische Pikante daarvoor niet lang genoeg gerijpt is. Dat is dus duidelijk. De 40 weken melding zal kloppen: Gooische Pikante is dan per definitie geen oude kaas. Die 40 weken levert meteen een verklaring waarom Gooische Pikante zo goed snijdbaar en helemaal niet brokkelig is. Het is gewoon een wat langer gerijpte extra belegen Goudse kaas. Niets mis mee, maar geen oude kaas, dus.

Dan blijven alleen de volgende vragen over. Als de 40 weken rijpingstijd melding op de website van de makers klopt, deed Gooische Pikante dan ten onrechte mee in de categorie oude kaas bij de Hollandse Kaaskeuring wedstrijd? De kaas had eigenlijk niet mogen winnen, of beter, niet mogen deelnemen in die categorie?

Lees Meer Lees Meer

Fusion: cha siu in een verder Nederlandse maaltijd

Fusion: cha siu in een verder Nederlandse maaltijd

Sausjes en smeersels kunnen een enorm verschil maken bij een maaltijd. Zonder saus gewoontjes, met saus werelds. Vaak letterlijk omdat de bij ons meest geconsumeerde sausjes geen Nederlandse oorsprong hebben.

Vlees in saus dus. Het kan ook anders, saus in vlees. Dat gebeurt door vlees te marineren, de medeblogger is er fan van. Hij marineerde onlangs zelf vlees om char siu te maken. Dat zette me aan het denken. Waarom doen wij dat niet?

Een zuurtje in een marinade maakt vlees niet alleen lekkerder maar ook zachter en malser. Het heeft alleen maar voordelen. En toch marineren wij vlees eigenlijk alleen bij rode kip, a.k.a. kip René. Want bij rode kip is de marinade tijd kort en bovendien is met aandacht gegaarde kip al mals van zichzelf. Waarom marineren wij zelf niet meer vlees?

Wil je dat een marinade in bijvoorbeeld varkensvlees trekt dan dat kost je minstens 1 dag en soms meerdere dagen, als je het goed wilt doen tenminste. Wij hebben echter maar 1 koelkast. Willen we daar bijvoorbeeld 3 of 4 strengen spareribs tegelijkertijd in laten marineren – spareribs is toch een beetje bulk eten – dan kost dit teveel ruimte. Gemarineerde spareribs halen wij daarom bij onze favoriete slager.

Dat eten door anderen is klaar gemaakt hebben we geen moeite mee. Anders kan je niet in een restaurant eten. Hoewel we een keer tot onze verrassing in een hotel-restaurant in de Eifel rauwe kip kregen voorgeschoteld, met daarbij een hete steen. Zelf stukjes haanfilet garen, zonder dat deze actie op het menu vermeld stond. Verrassend, maar best leuk. Toen we om een extra vork vroegen, om rauw vlees met een andere vork te behandelen dan gaar vlees, keken ze gek op. Dat deden ze zelf niet. Ze gebruikten 1 en dezelfde vork. Maar goed, de 2e vork werd wel geleverd.

Een andere favoriet in ons huis op het gebied van gemarineerd vlees is cha(r) siu. Al jaren geleden besloten dat we die voortaan bij de Chinees weg te halen. De medeblogger maakt het met liefde en enthousiasme zelf klaar. Wij niet. De ingrediënten voor de marinade waren vroeger ook niet zo makkelijk te krijgen. Nu wel, maar zelf maken is inmiddels te veel moeite. Zelfs de snelle versie van de medeblogger kost toch nog ruim 6 uur.

In het verleden een aantal Chinese restaurants in de omgeving geprobeerd en kritisch beoordeeld. Van het restaurant met de lekkerste cha siu, waar het vlees volgens hen meer dan een dag in de marinade ligt, halen we nu in 1 keer een hele grote portie. Ze kijken er inmiddels niet gek meer van op. Een relatief klein deel wordt gebruikt voor de eerstvolgende avondmaaltijd en de rest, opgedeeld in maaltijd porties, wordt in de diepvries gelegd.

En zo kun je altijd cha siu klaar hebben liggen, ook voor in een verder geheel Nederlandse maaltijd.

Lees Meer Lees Meer

Masala-rijsttaartje met ontbijtspek en tuinerwtjes

Masala-rijsttaartje met ontbijtspek en tuinerwtjes

Eigenlijk wilde ik okonomiyaki maken, maar op de een of andere manier kwam het er niet van. Intussen lag in de koelkast de ontbijtspek (bacon voor anglofielen) te wachten. En had ik nog een restje rijst van een fijne saoto.

In mijn kookboeken vond ik niet direct inspiratie en ook het internet bood geen soelaas. Geïnspireerd door een eerder idee (dat komt nog) over een rijstburger, bedacht ik dat ik de rijst zou kunnen verpakken in de ontbijtspek. Misschien met gebakken rijst op de Chinese manier? Maar ik wilde de rijst niet op smaak brengen met sojasaus, dat leek mij te zout worden. Wat dan? En een gebakken eitje bovenop misschien… of toch niet. Of met een masala-ei erbij? Dat bracht mij op het volgende idee voor een recept met Surinaamse masala. En echt, het is een aanrader.

Surinaamse masala is een specerijenmengsel uit de Hindoestaanse keuken. Het heeft dus haar oorsprong in India. Toch lijkt de Surinaamse masala qua smaak niet op Indiase garam masala, dat overigens per regio of zelfs per huishouden kan verschillen. De Surinaamse versie lijkt het meest op kerrie, ook een mengsel van specerijen,  en niet in de laatste plaats door de kleur. Toch is een Surinaamse masala is veel warmer van smaak dan een gewone kerrie uit een potje.

Lees Meer Lees Meer

Risotto met Chipotle Sauce en oesterzwammen

Risotto met Chipotle Sauce en oesterzwammen

Een chipotle wordt gemaakt door een middelgrootte, kegelvormige, rode jalapeño dagenlang te roken. In de taal die de oorspronkelijke bewoners van het huidige Mexico spraken, het Nahuatl, betekent chipotle ook gerookte chilipeper. Dat woord is dus gewoon overgenomen.

Een jalapeño waarvan chipotle wordt gemaakt, scoort naar verluidt tussen de 2.500 en de 8.000 op de Scovilleschaal. Andere jalapeño’s komen wel tot 50.000 op die schaal. Zeg je jalapeño dan weet je dus niet van te voren hoe pittig die is. De pittigheid komt van het molecuul capsaïcine en is eigenlijk niets anders dan een verdedigingsmiddel voor de plant. Op eenzelfde manier als bij de pijnmolecuul isithiocyanate van mosterdzaden. Niet opeten is de waarschuwing die de planten afgeven. Daar doet de mensheid dus niet aan mee.

Een chipotle heeft nog maar 10% van het gewicht van een rode jalapeño; de smaakmakers zijn geconcentreerd. Die smaak kan je weer minder pittig maken door het te verdunnen: Chipotle Sauce. Voeg er in Mexico zelf water, tomaat, azijn, sojaolie, bakkerszout, ui, knoflook en specerijen aan toe en je krijgt een mild pittige saus met milde rooksmaak. In glazen potjes stoppen en dan exporteren.

Aanbevolen door La Morena voor gebruik in burrito’s, enchilada’s en als ingrediënt in dipsauzen of soepen. Nou, dat gaat mooi niet door. Risotto, we gaan er een mild-pittige risotto mee maken met een mooie nasmaak. Aan romige risotto voegen we graag wat stevigs toe, als contrast. Soms rode ui, soms gebakken wortels, en soms komt de stevigheid van stukjes vlees, zoals gebakken speklap, of kip. Deze keer oesterzwammen.

Oesterzwammen kenmerkt men wel als vlezig van structuur. Bij ons regelmatig op tafel. Naast de lekkere smaak is het voordeel van oesterzwammen dat ze relatief weinig water bevatten. Tijdens het bakken blijven ze even groot en stevig van structuur. Teminste, als je ze niet te lang bakt, want dan worden ze slap.

Risotto met Chipotle Sauce, geroosterde hazelnoten, gebakken oesterzwammen, pittige Nederlandse kaas, bruin gebakken hamreepjes en warme tomaatjes. Allemaal smaakmakers, en je proeft ze ook allemaal.

Lees Meer Lees Meer

Carnaroli risotto met gebakken wortels en kipfilet

Carnaroli risotto met gebakken wortels en kipfilet

Het is herfst en de wintertijd heerst op de klok. Al tijdens het avondeten leven we bij kunstlicht. En dat is te zien op de foto’s.

Carnaroli wordt wel de koning van de risotto-rijsten genoemd. Daar kan je natuurlijk over twisten, maar dat deze risotto soort lekker is staat buiten twijfel. Naar verluidt behoudt Carnaroli zijn vorm beter dan andere risotto soorten tijdens het kookproces, en wel omdat het meer amylose bevat, een polymeer van honderden tot duizenden glucosemoleculen. Het zal zo zijn, maar eigenlijk hebben we bij andere risottosoorten niet gemerkt dat die uiteenvallen. Wij kiezen risotto toch meer om de smaak. Ze worden allemaal smeuïg, een beetje minder strakke vorm is geen probleem. We hebben deze koning altijd in huis, dat dan weer wel.

Wortels zijn wel een dingetje in ons huishouden. Gekookt is een deel er geen liefhebber van. Een maaltijd met wortels leidt daarom altijd tot verschillen: een deel eet ze rauw en een deel eet ze gekookt. Een mooie middenweg is ze bakken in roomboter. De wortels blijven een beet houden (à la rauw) en zijn toch gaar (à la gekookt), maar ze zijn toch anders van smaak. Lekker door de risotto.

Deze keer dus gekozen voor wat volgens velen de beste rijst ter wereld is, met wortels en kip, en wat smaakmakers.

Lees Meer Lees Meer

Risotto, rode ui, bacon en gorgonzola piccante

Risotto, rode ui, bacon en gorgonzola piccante

Vrienden in den vreemde moet je koesteren. Zeker in deze beperkt-reizen-tijden. Videobellen is normaal geworden. De Italiaanse vriend uit onze Engelse tijd, die al weer een tijdje in Italië woont, weer eens op afstand gezien en gesproken. Altijd interessante gesprekken, ook over eten. We bleken allebei van plan binnenkort een risotto gerecht met varkensvlees en gorgonzola te maken. Hij met gorgonzola dolce, ik met gorgonzola piccante. Hij met back bacon, een erfenis van zijn Engeland tijd, ik met Prosciotto di Parma van een varkenspoot. We hebben de ingrediënten gelijk getrokken. Hij ook gorgonzola piccante, ik ook back bacon. Bij hem speciale uien: rode Tropea uien. Bij mij gewone rode uien. We vonden beiden achteraf dat deze keuzes goed uitpakte.

Over spek kan je heel veel schrijven. Recent legde de medeblogger het verschil uit tussen buitenlandse en Nederlandse bacon, en nam hier ontbijtspek in mee. Die bacon, daar zijn in Engeland (nog iets meer buitenland geworden inmiddels) vele soorten van te krijgen, ook in de supermarkten. Bijvoorbeeld het in Groot-Brittannië bijzonder populaire British back bacon, van de achterzijde van een varken, van vóór de achterpoot en onder de haas. Back bacon bevat varkenslende en een stuk buikspek aan 1 stuk. Ovaal van vorm door het rondere, grotere stuk mager rugspek dat vastzit aan een kleiner, vetter stuk van de buik. Traditioneel bij een English breakfast. In Engeland hadden we een stevig fornuis waarboven, via een ietwat gammele metalen constructie, een bakje met een grill aan was bevestigd. Zag er nooit echt veilig uit, maar was in principe ideaal voor crumpets en back bacon. De bacon even 3 tot 4 minuten per kant onder de grill en het was klaar. Nog wat langer voor nog meer knapperigheid. Back bacon krult tijdens het grillen. Dat kun je voorkomen door inkepingen in het vetrandje te snijden.

Hoe landen kunnen verschillen: in Engeland de meest gekochte speksoort, in Nederland nauwelijks te krijgen. Voor back bacon, thick cut, met een dikte van ruim 3 milliliter, moet je hier naar de slager toe. Een slager die zelf zijn vlees snijdt. Kan je het niet vinden, neem dan een stukje varkenslende (vraag de slager het in plakken te snijden) en minder maar even dikke plakken buikspek. Niet de baconreepjes van de supers. Als je niet bedonderd wordt komt dat uit de karbonadestrook van het varken, van de rug, wordt je wel bedonderd, krijg je buikspek. Geen van beiden back bacon. Back bacon is niet voor niets speciaal.

Als je echter wat minder of niet hecht aan waar de spek/bacon precies vandaan komt, neem dan gewoon baconreepjes, van de super. Heel snel klaar. Op vakantie hadden wij ook niet altijd de vrije keuze. Purist moet je zijn als het uitkomt, anders zit het je alleen maar in de weg!

Lees Meer Lees Meer

Lamszadel – India style met pulao

Lamszadel – India style met pulao

Vrienden hadden een vriezer gevuld met lam. Al eerder maakte ik eens rogan josh voor ze van lamsnek. Nu zaten ze in hun maag met lamszadel. Of ik daar niet iets lekkers van kon maken. En daar bedoelden ze ‘iets Indiaas’ mee. Tuurlijk, zei ik vol bravoure, niet wetende wat ik er op dat moment mee aan moest.

Wat zoeken leert dat lamszadel wordt verwerkt tot entrecote, haasjes, filet of koteletten. Zeg maar, de dunne lende van het lam. Lamszadel wordt vooral ontbeend gebruikt, waarna het vlees als een rollade in de oven wordt bereid. En het is zo klaar, tussen de 30 en 60 minuten, afhankelijk van de oventemperatuur. Hoewel ik nooit een lamszadel ontbeend heb, wilde ik daar niet voor weglopen. Totdat ik instructiefilmpjes compleet met zagen voorbij zag komen. Er diende zich echter nog probleem voor, de beschermende vetlaag aan de buitenzijde was voor een groot deel weggesneden. Zou ik het vlees ontbenen, dan zou de lamszadel waarschijnlijk in twee delen uiteen vallen. Dat leek mij dan ook weer een beetje zonde. Tegelijkertijd beschermde de vetlaag het vlees tegen uitdrogen. Als alternatief zou ik met mijn Chinese hakmes de lamszadel in gelijke delen kunnen hakken en die afzonderlijk van elkaar marineren en bakken, al dan niet in de oven. De twijfel begon toe te slaan. Wat te doen? Wellicht de volgende keer maar wat minder overtuigd zijn als er een onbekend stuk vlees wordt aangeboden?

Ik piekerde verder, tot de dag voordat ik het vlees diende te bereiden. Ik koos voor het volgende. Ik sneed het vlees in langs het bot en de wervelkolom. Vervolgens smeerde ik het vlees in met een yoghurtmarinade. Daarna liet ik de lamszadel 6 uur marineren.

Lees Meer Lees Meer

Karē raisu – Japanse curry met rijst

Karē raisu – Japanse curry met rijst

Dat curry oorspronkelijk niet uit Japan komt, zal niemand verbazen. Curry is de verengelste vorm van het Tamil-woord kaṟi, dat saus of smaakmaker voor rijst betekent, en waarbij de blaadjes van de kerrieplant worden gebruikt. Tegenwoordig worden heel veel gerechten uit India door niet-Indiërs als curry gezien. En dat is denk ik vooral de schuld van de Britten. Zij pasten veel gerechten aan – milder en minder heet – en maakten kant-en-klare currypoeders, welke uiteindelijk zouden resulteren in de potjes vlakke kerrie in grootmoeders keuken. Hoewel curry dus zijn herkomst heeft in India, werd het door de Britten tijdens de Meijiperiode (1868-1912) ook in Japan geïntroduceerd. Daarom wordt curry in Japan ook als westers eten gezien en valt het onder de categorie yoshoku: de westerse keuken van Japan.

Vroege recepten bevatten onder meer kerriepoeder (wat dus een mengsel van verschillende specerijen is voor wie het nog niet weet), bloem, honing en appels. In 1927 serveerde Rash Behari Bose, een naar Japan gevluchte Indiase nationalist, de echte Indiase curry in Nakamuraya café in Tokyo. Bose wilde de Japanners laten zien dat de curry die zij kenden een koloniale uitvinding was en introduceerde de authentieke Indiase curry, met veel pepers en zonder bloem en appels. Deze traditioneel Indiase curry staat tegenwoordig bekend als Nakamuraya curry.

Nadat in de jaren twintig de Japanse marine en het leger curry adopteerden in de strijd tegen vitaminetekorten (witte rijst was immers het standaard eten), werd het ook populair op Japanse scholen. Tegenwoordig wordt Japanse curry of karē thuis vaker gegeten dan traditionele Japanse maaltijden. Die populariteit nam enorm toe na de introductie van blokjes kant-en-klare curry roux in 1956.  Het zelf maken van, wat vaak Japanse curry roux wordt genoemd, is echter eenvoudig en kost geen extra tijd terwijl de rest gaart.

Karē komt voor in drie hoofdvormen: karē raisu (curry met rijst), curry udon (met noodles) en curry bread. Daarbinnen bestaan allerlei varianten. Curry udon en curry bread werden oorspronkelijk gemaakt van restjes karē raisu, maar gezien de populariteit van de kant-en-klare curry roux worden ze tegenwoordig als zelfstandige maaltijden gemaakt. Snel en makkelijk. Dat kenmerkt doorgaans de meeste Japanse curry maaltijden.

De Japanse curry met rijst lijkt nog maar deels op een Indiase curry. Het is niet pittig en zelfs zoet door het gebruik van appel en honing. Japanners hebben het gerecht geheel naar hun eigen voorkeur aangepast. Wees niet verbaasd als je een recept tegenkomt met Worchestershiresaus, of zelfs ketchup. Veel recepten bevatten ook aardappel, maar dat is eigenlijk een latere toevoeging uit de periode dat rijst beperkt verkrijgbaar was en aardappels als vervanging werden gebruikt. Typisch genoeg is de aardappel in het recept blijven hangen. Ik laat het weg, maar je kunt gerust twee of drie aardappels in blokjes toevoegen en de laatste 15 minuten mee laten koken.

Lees Meer Lees Meer

Rijsttaart met lemoncurd

Rijsttaart met lemoncurd

Ik maak graag dingen ik niet ken. Maar één ding maak ik eigenlijk zelden: een taart, net zoals een cake. Voor alle Westerse zoete taarten en cakes op dit blog is BroeR verantwoordelijk. Niet dat ik het niet lust, maar noem het een gezonde zelfbeheersing. Net zoals ik geen koekjes bak of zelfs maar koop. Af en toe maak ik mijn tantes walnotenkoek, als de walnoten weer van de bomen vallen. Het is een oud recept, maar het doet het goed bij gezondheidsadepten, maar persoonlijk noem ik het een lekkere caloriebom.

Iets wat al lang op mijn te-maken-lijstje stond, was rijsttaart. Vooral omdat ik nu eenmaal verzot ben op rijst. Vervolgens was het kwestie van wachten op de juiste gelegenheid. En onlangs diende die zich aan, nl. de verjaardag van een 11-jarige. Waarmee zich een nog uitdaging aandiende: de taart mocht geen gluten bevatten. Met rijst is dat natuurlijk geen probleem, maar voor de bodem had ik in eerste instantie toch echt een dun biscuitdeeg in gedachten. Na even zoeken bleek een taart zonder deeg of zelfs bodem helemaal geen probleem te zijn.

Een rijsttaart zonder deeg bestaat uit eieren, vanille, saffraan, boter, suiker, melk en natuurlijk rijst. Maar wat voor rijst? Dessertrijst? Dat lijkt mij geen rijstsoort, maar een commerciële benaming. Dessertrijst wordt ook gebruikt voor rijstepap, waarin de structuur van rijst niet echt herkenbaar meer is. Maar dessertrijst viel af, ook omdat ik geen rijst koop in een muffe kartonnen verpakking. Ketanrijst (kleefrijst) of risottorijst leken mij een prima alternatief.

Ik koos voor Arborio rijst, een licht klevende rijst uit Italië met grote, bijna ronde, korrels die veel vocht opnemen, maar van binnen wel een beetje stevig blijven. Ik had ook kunnen kiezen voor Carnaroli, met iets grotere en langere korrels, maar ook een wat natter resultaat. Voor een rijsttaart leek mij dat minder geschikt, in ieder geval voor een eerste poging, want dan zou meer bindmiddel (ei) nodig zijn om te voorkomen dat mijn rijsttaart niet stevig genoeg zou worden. Een experiment.

Lees Meer Lees Meer

Oyakodon – een feestje in een kom

Oyakodon – een feestje in een kom

Na een periode van traditionele wintergerechten is een iets lichter gerecht ook weer erg lekker. De Japanse keuken leent zich daar over het algemeen goed voor.

Donburi (letterlijk ‘kom’, ook afgekort tot ‘-don’ als achtervoegsel) is een Japanse ‘rijstkomschotel’ bestaande uit vis, vlees, groenten of andere ingrediënten die samen worden gestoofd in een bouillon en geserveerd over rijst. Donburi is ontstaan begin negentiende eeuw, dus nog voor de openstelling van het land. Donburi maaltijden worden meestal geserveerd in oversized rijstkommen, die ook donburi worden genoemd.  De saus varieert afhankelijk van het seizoen, de ingrediënten, de regio en de smaak. Een typische saus kan bestaan ​​uit dashi (bouillon) op smaak gebracht met sojasaus en mirin (rijstwijn). De verhoudingen variëren, maar er is normaal gesproken drie tot vier keer zoveel dashi als sojasaus en mirin.

Een bekend donburi gerecht is oyakodon, ook wel oyako donburiOyakodon bestaat uit kip gesudderd in dashi, waar ei aan toe wordt gevoegd met lenteui en shichimi togarashi, een mengsel van zeven specerijen, als topping. Oyako betekent ‘moeder en kind’, wat verwijst naar de kip en het ei. Het gerecht werd in 1891 bedacht door de kok van restaurant Tamahide in Tokio. Het restaurant bestaat nog steeds en is intussen meer dan 250 jaar oud.

Een versie zonder kip bestaat ook: tamagodon. Met roerei, al wordt soms het eigeel heel gelaten. Donburi is niet echt onderdeel van de strikte Japanse keuken, het luistert allemaal wat minder nauw. Het lijkt in die zin ook meer op de Chinese keuken.

Lees Meer Lees Meer