Archief van
Categorie: Rijst

Lamszadel – India style met pulao

Lamszadel – India style met pulao

Vrienden hadden een vriezer gevuld met lam. Al eerder maakte ik eens rogan josh voor ze van lamsnek. Nu zaten ze in hun maag met lamszadel. Of ik daar niet iets lekkers van kon maken. En daar bedoelden ze ‘iets Indiaas’ mee. Tuurlijk, zei ik vol bravoure, niet wetende wat ik er op dat moment mee aan moest.

Wat zoeken leert dat lamszadel wordt verwerkt tot entrecote, haasjes, filet of koteletten. Zeg maar, de dunne lende van het lam. Lamszadel wordt vooral ontbeend gebruikt, waarna het vlees als een rollade in de oven wordt bereidt. En het is zo klaar, tussen de 30 en 60 minuten, afhankelijk van de oventemperatuur. Hoewel ik nooit een lamszadel ontbeend heb, wilde ik daar niet voor weglopen. Totdat ik instructiefilmpjes compleet met zagen voorbij zag komen. Er diende zich echter nog probleem voor, de beschermende vetlaag aan de buitenzijde was voor een groot deel weggesneden. Zou ik het vlees ontbenen, dan zou de lamszadel waarschijnlijk in twee delen uiteen vallen. Dat leek mij dan ook weer een beetje zonde. Tegelijkertijd beschermde de vetlaag het vlees tegen uitdrogen. Als alternatief zou ik met mijn Chinese hakmes de lamszadel in gelijke delen kunnen hakken en die afzonderlijk van elkaar marineren en bakken, al dan niet in de oven. De twijfel begon toe te slaan. Wat te doen? Wellicht de volgende keer maar wat minder overtuigd zijn als er een onbekend stuk vlees wordt aangeboden?

Ik piekerde verder, tot de dag voordat ik het vlees diende te bereiden. Ik koos voor het volgende. Ik sneed het vlees in langs het bot en de wervelkolom. Vervolgens smeerde ik het vlees in met een yoghurtmarinade. Daarna liet ik de lamszadel 6 uur marineren.

Lees Meer Lees Meer

Karē raisu – Japanse curry met rijst

Karē raisu – Japanse curry met rijst

Dat curry oorspronkelijk niet uit Japan komt, zal niemand verbazen. Curry is de verengelste vorm van het Tamil-woord kaṟi, dat saus of smaakmaker voor rijst betekent, en waarbij de blaadjes van de kerrieplant worden gebruikt. Tegenwoordig worden heel veel gerechten uit India door niet-Indiërs als curry gezien. En dat is denk ik vooral de schuld van de Britten. Zij pasten veel gerechten aan – milder en minder heet – en maakten kant-en-klare currypoeders, welke uiteindelijk zouden resulteren in de potjes vlakke kerrie in grootmoeders keuken. Hoewel curry dus zijn herkomst heeft in India, werd het door de Britten tijdens de Meijiperiode (1868-1912) ook in Japan geïntroduceerd. Daarom wordt curry in Japan ook als westers eten gezien en valt het onder de categorie yoshoku: de westerse keuken van Japan.

Vroege recepten bevatten onder meer kerriepoeder (wat dus een mengsel van verschillende specerijen is voor wie het nog niet weet), bloem, honing en appels. In 1927 serveerde Rash Behari Bose, een naar Japan gevluchte Indiase nationalist, de echte Indiase curry in Nakamuraya café in Tokyo. Bose wilde de Japanners laten zien dat de curry die zij kenden een koloniale uitvinding was en introduceerde de authentieke Indiase curry, met veel pepers en zonder bloem en appels. Deze traditioneel Indiase curry staat tegenwoordig bekend als Nakamuraya curry.

Nadat in de jaren twintig de Japanse marine en het leger curry adopteerden in de strijd tegen vitaminetekorten (witte rijst was immers het standaard eten), werd het ook populair op Japanse scholen. Tegenwoordig wordt Japanse curry of karē thuis vaker gegeten dan traditionele Japanse maaltijden. Die populariteit nam enorm toe na de introductie van blokjes kant-en-klare curry roux in 1956.  Het zelf maken van, wat vaak Japanse curry roux wordt genoemd, is echter eenvoudig en kost geen extra tijd terwijl de rest gaart.

Karē komt voor in drie hoofdvormen: karē raisu (curry met rijst), curry udon (met noodles) en curry bread. Daarbinnen bestaan allerlei varianten. Curry udon en curry bread werden oorspronkelijk gemaakt van restjes karē raisu, maar gezien de populariteit van de kant-en-klare curry roux worden ze tegenwoordig als zelfstandige maaltijden gemaakt. Snel en makkelijk. Dat kenmerkt doorgaans de meeste Japanse curry maaltijden.

De Japanse curry met rijst lijkt nog maar deels op een Indiase curry. Het is niet pittig en zelfs zoet door het gebruik van appel en honing. Japanners hebben het gerecht geheel naar hun eigen voorkeur aangepast. Wees niet verbaasd als je een recept tegenkomt met Worchestershiresaus, of zelfs ketchup. Veel recepten bevatten ook aardappel, maar dat is eigenlijk een latere toevoeging uit de periode dat rijst beperkt verkrijgbaar was en aardappels als vervanging werden gebruikt. Typisch genoeg is de aardappel in het recept blijven hangen. Ik laat het weg, maar je kunt gerust twee of drie aardappels in blokjes toevoegen en de laatste 15 minuten mee laten koken.

Lees Meer Lees Meer

Rijsttaart met lemoncurd

Rijsttaart met lemoncurd

Ik maak graag dingen ik niet ken. Maar één ding maak ik eigenlijk zelden: een taart, net zoals een cake. Voor alle Westerse zoete taarten en cakes op dit blog is BroeR verantwoordelijk. Niet dat ik het niet lust, maar noem het een gezonde zelfbeheersing. Net zoals ik geen koekjes bak of zelfs maar koop. Af en toe maak ik mijn tantes walnotenkoek, als de walnoten weer van de bomen vallen. Het is een oud recept, maar het doet het goed bij gezondheidsadepten, maar persoonlijk noem ik het een lekkere caloriebom.

Iets wat al lang op mijn te-maken-lijstje stond, was rijsttaart. Vooral omdat ik nu eenmaal verzot ben op rijst. Vervolgens was het kwestie van wachten op de juiste gelegenheid. En onlangs diende die zich aan, nl. de verjaardag van een 11-jarige. Waarmee zich een nog uitdaging aandiende: de taart mocht geen gluten bevatten. Met rijst is dat natuurlijk geen probleem, maar voor de bodem had ik in eerste instantie toch echt een dun biscuitdeeg in gedachten. Na even zoeken bleek een taart zonder deeg of zelfs bodem helemaal geen probleem te zijn.

Een rijsttaart zonder deeg bestaat uit eieren, vanille, saffraan, boter, suiker, melk en natuurlijk rijst. Maar wat voor rijst? Dessertrijst? Dat lijkt mij geen rijstsoort, maar een commerciële benaming. Dessertrijst wordt ook gebruikt voor rijstepap, waarin de structuur van rijst niet echt herkenbaar meer is. Maar dessertrijst viel af, ook omdat ik geen rijst koop in een muffe kartonnen verpakking. Ketanrijst (kleefrijst) of risottorijst leken mij een prima alternatief.

Ik koos voor Arborio rijst, een licht klevende rijst uit Italië met grote, bijna ronde, korrels die veel vocht opnemen, maar van binnen wel een beetje stevig blijven. Ik had ook kunnen kiezen voor Carnaroli, met iets grotere en langere korrels, maar ook een wat natter resultaat. Voor een rijsttaart leek mij dat minder geschikt, in ieder geval voor een eerste poging, want dan zou meer bindmiddel (ei) nodig zijn om te voorkomen dat mijn rijsttaart niet stevig genoeg zou worden. Een experiment.

Lees Meer Lees Meer

Oyakodon – een feestje in een kom

Oyakodon – een feestje in een kom

Na een periode van traditionele wintergerechten is een iets lichter gerecht ook weer erg lekker. De Japanse keuken leent zich daar over het algemeen goed voor.

Donburi (letterlijk ‘kom’, ook afgekort tot ‘-don’ als achtervoegsel) is een Japanse ‘rijstkomschotel’ bestaande uit vis, vlees, groenten of andere ingrediënten die samen worden gestoofd in een bouillon en geserveerd over rijst. Donburi is ontstaan begin negentiende eeuw, dus nog voor de openstelling van het land. Donburi maaltijden worden meestal geserveerd in oversized rijstkommen, die ook donburi worden genoemd.  De saus varieert afhankelijk van het seizoen, de ingrediënten, de regio en de smaak. Een typische saus kan bestaan ​​uit dashi (bouillon) op smaak gebracht met sojasaus en mirin (rijstwijn). De verhoudingen variëren, maar er is normaal gesproken drie tot vier keer zoveel dashi als sojasaus en mirin.

Een bekend donburi gerecht is oyakodon, ook wel oyako donburiOyakodon bestaat uit kip gesudderd in dashi, waar ei aan toe wordt gevoegd met lenteui en shichimi togarashi, een mengsel van zeven specerijen, als topping. Oyako betekent ‘moeder en kind’, wat verwijst naar de kip en het ei. Het gerecht werd in 1891 bedacht door de kok van restaurant Tamahide in Tokio. Het restaurant bestaat nog steeds en is intussen meer dan 250 jaar oud.

Een versie zonder kip bestaat ook: tamagodon. Met roerei, al wordt soms het eigeel heel gelaten. Donburi is niet echt onderdeel van de strikte Japanse keuken, het luistert allemaal wat minder nauw. Het lijkt in die zin ook meer op de Chinese keuken.

Lees Meer Lees Meer

Mujaddara: linzen, rijst en gebakken uitjes

Mujaddara: linzen, rijst en gebakken uitjes

1 van de culinaire dingen waar wij een zwak voor hebben is gebakken uitjes uit de winkel, verpakt en kant-en-klaar.

Pure gebakken uitjes. Nou ja, de ingrediëntenlijst meldt naast ui ook nog palmolie, tarwebloem of -meel, en zout. Of het zout echt nodig is? De palmolie daar worden ze in gefrituurd. Die tarwebloem komt van het beslag waar de gesneden uien eerst nog doorheen worden gehaald. Lijkt me meer een Nederlandse toevoeging. Als je ze zelf maakt zijn uitjes en goede frituurolie voldoende.

Als de hoeveelheden van de ingrediënten worden vermeld op de verpakking is het vaak 75% of 76% ui (een afrondingsverschilletje per merknaam?) en 1% zout. Het zou me daarom niet verbazen als ze allemaal worden gemaakt door dat ene bedrijf uit Kapelle, voorheen uit Sint-Maartensdijk, dat zelf meldt aan meer dan 50 landen te leveren (in 2021). Op hun website melden ze ook dat ze naast een eigen merk gebakken uitjes ook voor diverse private labels produceren. Oftewel, het wordt verkocht onder meerdere merknamen. Dat betekent dat je de goedkoopste gebakken uitjes per volume-eenheid uit de schappen kunt pakken. De inhoud is waarschijnlijk toch hetzelfde.

Mujaddara is een oud gerecht. De combinatie rijst, linzen en vlees staat al in een Iraaks kookboek uit 1126, Kitab al-Tabikh, te vertalen als een boek met gerechten. Een imposant kookboek overigens. Zo bevat het bijvoorbeeld een ingenieus recept om vis te garen, zodanig dat de kop is geroosterd, het midden is gebakken zonder olie of vet en de staart is gebakken in olie. En dat terwijl de vis nog 1 geheel is. Zo maar 1 van de meer dan 600 culinaire en medische recepten. Daar kom ik vast nog wel een keer op terug.

Mujaddara maak je met uien die al dan niet knapperig worden gebakken, gekaramelliseerd of gefrituurd in olie. Karamelliseren kost een uurtje. Bakken gaat sneller. Maar met kant-en-klare gebakken uitjes is de maaltijd ineens nog veel eerder klaar.

Linzen bevatten net als vlees ijzer, eiwit en B-vitamines en staan in hetzelfde vak in de Schijf van Vijf als vlees. Linzen zijn vleesvervangers. Zonder vlees was en is het een stukje goedkoper. Zo werd het gemeengoed in de Arabische wereld, waar dan nog wel kruiderij aan werd toegevoegd. Er bestaan compleet gepureerde versies, minder gepureerde versies en versies waar de rijst en linzen heel blijven, afhankelijk van het land of de regio. Het is lekker en daardoor nu nog veel breder verspreid over de globe.

Snelle, eenvoudige en goedkope maaltijd. Mujaddara met gebakken uitjes. Die uitjes komen zeer waarschijnlijk uit Nederland.

Lees Meer Lees Meer

Siciliaanse arancine met risotto en Gruyère

Siciliaanse arancine met risotto en Gruyère

Arancine, zo noemen ze op Sicilië balletjes of kegeltjes van risotto met een omhulsel van broodkruim, uit de frituur. Over die naam is op Sicilië veel te doen. De precieze verdeling over het eiland ken ik niet, maar in het oostelijk deel van Sicilië noemen ze naar verluidt 1 bol een arancina, in het westelijk deel een arancino. Over dat verschil zijn hele verhandelingen geschreven. Op het vaste land van Italië heten ze arancini.

Arancine is ontstaan toen Arabieren de baas van Sicilië waren en Sicilië een emiraat was, van 831 to 1091. Arabieren brachten rijst en saffraan mee, maar mogelijk was rijst al eerder op Sicilië bekend. Bolletjes rijst geel/oranje gekleurd door de saffraan. Dat lijkt op een sinaasappel, arancia in het Italiaans, arànciu in het Siciliaan dialect. Of beter, een kleine sinaasappel, leidend tot het verkleinwoord arancini in het Italiaans. Later kreeg de bol een krokant jasje van broodkruimels. De kleur werd verstopt, de naam bleef.

Van origine werd het gemaakt met gekookte rijst, verbouwd op Sicilië, dat in de 10e eeuw een rijst exporterend eiland was. Daarna liep de rijstbouw terug. Inmiddels werd sinds de 14e eeuw op grote schaal rijst verbouwd in Noord-Italië. Sicilië werd een rijst importerend eiland.

Risottorijst, dat hoort nu in arancine en arancini te zitten. Risottorijst plakt lekker aan elkaar, waardoor je mooie en stevige bolletjes of kegels kan vormen. Risotto gegaard in een goede bouillon is al heel erg lekker, ook zonder verdere toevoegingen. In dat krokante jasje wordt het nog lekkerder.

Arancini met risotto en Gruyère kaas gemaakt.

Lees Meer Lees Meer

Baldo risotto met tuinerwtjes, speklap en ui

Baldo risotto met tuinerwtjes, speklap en ui

We eten inmiddels vaker risotto dan enig andere rijstvorm, mogelijk met uitzondering van gebakken rijst. Niet alle soorten risotto zijn echter even makkelijk in Nederland te verkrijgen. De belangrijkste soorten in Italië zijn Carnaroli, ook wel de koning van de risotto rijsten genoemd, Arborio, Vialone Nano, Baldo, Maratelli, Roma, Rosa Marchetti en Sant Andrea. De rijstsoorten Carnaroli, Maratelli en Vialone Nano worden als de besten beschouwd en zijn wat duurder. Carnaroli geeft veel zetmeel af, wat resulteert in een romig geheel. Arborio is goedkoper en daardoor veel aanwezig in supers, het geeft wel wat minder zetmeel af, maar nog steeds ruim genoeg. Je moet wel oppassen dat deze rijstsoort niet te lang kookt. Als je risotto bereidt door er telkens weer wat nieuwe bouillon bij te doen, zodat je erbij moet blijven, is de kans daarop kleiner.

Bij ons is Baldo risotto echter net zo geliefd als de vermeende top 3. Baldo eten we vaak met groentebouillon. Carnaroli en Arborio met vleesbouillon. Wat het lekkerste is met Vialone Nano, daar zijn we nog niet over eens. We hebben ze nog niet allemaal geproefd en tegenwoordig worden er ook nieuwe soorten verkregen door kruisingen, niet alleen in Italië. Carnaloni, Arborio en Baldo staan inmiddels wel standaard in onze voorraadkast. De bedoeling is dat Vialone Nano daar ook bij komt te staan.

Deze keer Baldo risotto gepakt, met tuinerwtjes uit de diepvries, speklappen en ui. Zelf speklappen in stukken snijden als ze gaar zijn, veel lekkerder dan al in stukken gesneden spekblokjes kopen en die garen.

En om het af te maken, wat Aceto Balsamico Traditionale di Modena DOP op de risotto gedruppeld. Ooit begonnen met de goedkope en zure balsamico azijn, via de iets duurdere Aceto Balsamico di Modena IGP uiteindelijk beland bij de Aceto Balsamico Tradizionale di Modena DOP, in het bolle flesje. Inderdaad niet goedkoop, maar omdat 1 druppel zo ontzettend veel geconcentreerde smaak bevat doe je heel lang met 1 flesje.

Lees Meer Lees Meer

Tantes kipkerrieragout

Tantes kipkerrieragout

De jaren zeventig. Het meest exotische in onze keuken was in mijn herinnering de oregano uit een kruidenrekje met nog vijf potjes. De oregano werd (met paprikapoeder) over het gebakken ei gestrooid.

Op zaterdag aten we bij de zelfgebakken patat verse sla van het land met ei en slasaus, de rest van de familie ook nog met tomaat. Andere zaterdagen aten we pannenkoeken (kaas of spek met stroop) of rijst met ragout uit blik en in de winter balkenbrij, hachee, zuurkool of zelfgemaakte erwtensoep. Bij ons thuis werd niet uit pakjes gegeten, op de pudding van BourBon op zondag na dan. Onze moeder kookte elke dag. En naast alle typische Hollandsche maaltijden, was daar plots de kipkerrieragout van die ene tante die zo van koken hield.

Een recept is niet overgeleverd en toen ik in mijn studententijd leerde koken, heb ik wel wat varianten geprobeerd, waaronder met gebakken kip. Een lekkere kipkerrieragout maak je echter met in bouillon gepocheerde kip die je vervolgens plukt. Zoals mijn tante het maakte.

Lees Meer Lees Meer

Nasi goreng als traktatie, vroeger en nu nog steeds

Nasi goreng als traktatie, vroeger en nu nog steeds

Het is al eens eerder hier opgeschreven. Gebakken rijst werd 1 keer per week gegeten in ons ouderlijk huis, vaak met gegrilde kippenpoten. Een traktatie.

De rijst werd gekocht bij een slagerij, die het onder de noemer nasi verkocht, gekookte rijst. Het was ook niets anders dan gekookte rijst met wat Oosterse kruiden. Dat we rijst kochten bij een slagerij vond ik toen raar. Slagerij is vlees, rijst is geen vlees. Pas later begreep ik dat het een gouden ei was voor de slager. Pure winst, want wij bleven het kopen, zo lekker was de nasi. Nog weer later kwam ik het begrip slagersmaaltijden tegen. Heel veel slagers verkochten niet alleen vlees, maar ook 1-pans gerechten.

Dat we de nasi bij die specifieke slagerij kochten was ook apart. Een andere slagerij was namelijk veel dichter bij. Wij leerden al vroeg dat er wel degelijk kwaliteitsverschillen zijn als je eten koopt. En dat we daar zelf kritisch op moesten zijn. Weer thuis hadden we dus al gekookte rijst met een kruidensmaak klaar liggen. Daar had de slager voor de show een klein beetje stukjes vlees in gedaan. Zo weinig, dat ons moeder er zelf kippenpoten bij te eten gaf. Kippenpoten uit de oven, al draaiend aan een spit. Dat kon je op je bord herkennen aan de gaten in de kippenpoot.

De gekookte rijst werd gebakken tot het weer warm was, en zie daar, nasi goreng. Oftewel, gekookte rijst gebakken, tegenwoordig afgekort tot gebakken rijst. Opgediend met stukjes zoetzure augurk, uit een potje, en soms een gebakken ei als de kippenpoot achterwege bleef. Toen we uit het ouderlijk huis vlogen, een tijdlang niet zelf gemaakt, die nasi goreng. Pas later weer helemaal terug op het menu.

Een volstrekt overbodig recept voor een modernere nasi goreng variant, omdat er al miljoenen van zijn. En dan ook nog een beetje vernederlandst.

Lees Meer Lees Meer

Omurice

Omurice

De keuken van Japan bestaat uit een traditioneel deel en uit een deel dat door het Westen is beïnvloed. Die keuken heet yōshoku en is een voorbeeld van een fusion-keuken. Wat weinigen weten is dat Nederland gedurende 250 jaar tijd het enige westerse land is geweest dat handel mocht drijven met Japan. Weliswaar hebben de Nederlanders onder andere bier, koffie, kool en tomaten in het land geïntroduceerd, maar de invloed van de Nederlandse keuken, als daar al sprake van was, is beperkt gebleven, aangezien de maaltijden werden verzorgd door Japanse koks. En dat had een oorzaak.

De VOC arriveerde in 1600 in Japan met het schip De Liefde. Het was het enige schip dat de zoektocht van een nieuwe zeeroute naar de Indonesische archipel te vinden, overleefde. De Portugezen waren sinds 1543 in Japan en wisten aanvankelijk een succesvolle handelsrelatie op te bouwen. Tussen de jaren 1580 en 1587 viel de stad Nagasaki zelfs onder Portugees, formeel Jezuïtisch, bestuur. De Portugese missionarissen gingen voortvarend te werk en veel Japanners bekeerden over naar het christelijke geloof. Dit tot grote ergernis van enkele Japanse heersers. Uiteindelijk verboden zijn in 1614 het katholicisme en werden de Jezuïeten opgedragen het land te verlaten. Het christendom verdween echter niet uit Japan, maar ging ondergronds. De Portugese handelaren die wel mochten blijven, waren intussen verbannen naar een kunstmatige eiland in de baai van Nagasaki. Dit eiland, Dejima genaamd, was speciaal voor dit doel aangelegd.

De VOC had vanaf 1609, evenals de Engelsen, haar handelspost op het eiland Hirado. Toen de Japanners de Portugezen en hun katholieke vertoon toch al snel zat werden, hielpen de protestante Nederlanders maar al te graag om de katholieke Portugezen het land uit te jagen. De Nederlanders profileerden zich namelijk niet als christenen, maar gewoon als handelaren. Nadat de Portugezen van Dejima waren verdwenen, verhuisden de Nederlanders in 1639 van Hirado naar Dejima. Op het kleine eiland woonden ongeveer 20 Nederlanders en een aantal Japanse toezichthouders. Bijbels en wapens waren verboden en de Nederlandse schepen werden zowel bij aankomst als vertrek gecontroleerd. De Nederlanders mochten het eiland niet af en Japanners was het niet toegestaan het eiland te bezoeken, met uitzondering van vertalers, koks, timmerlui, klerken en gezelschapsdames… Jaarlijks ging het Nederlandse Opperhoofd op bezoek bij de shogun in Edo om zijn respect te tonen. Het was een tocht die enkele weken duurde. De Nederlanders leefden lang in isolement op Dejima en slechts één keer per jaar kwamen er schepen aan. Voor hun voedselvoorziening waren die paar Nederlanders dus helemaal afhankelijk van de Japanners. Overigens waren later de onderlinge relaties wat meer ontspannen. Toen in 1720 de ban op Nederlandse boeken werd opgeheven, kwamen vele Japanse geleerden naar Nagasaki om kennis te nemen van de Nederlandse en Europese wetenschappen.

Het Nederlandse monopolie op de handel met Japan duurde tot 1853, maar was toen al wel tanende. In 1853 verscheen een grote Amerikaanse vloot met oorlogsschepen voor de Japanse kust om de Japanners te dwingen de handel open te stellen voor andere westerse landen dan alleen Nederland. Niet veel later, in 1873, kwam er een einde aan de heerschappij van de shoguns en werd de keizer in ere hersteld. Gedurende de Meiji-restauratie kwamen er tal van economische en sociale hervormingen en werd de invloed van het westen groter. En met de openstelling van de grenzen maakten de Japanners ook langzaam aan kennis met de westerse keuken, met name die van de Amerikanen. Die invloed zal het grootst zijn geweest na de Tweede Wereldoorlog, toen Japan enkele jaren onder controle bleef van de Verenigde Staten. Sindsdien kent de Japanse keuken gerechten als de Hambagu en Katsudon. Omurice (Omu-raisu) is al eerder ontstaan, zo aan het begin van de twintigste eeuw in een westers georiënteerd restaurant. De kok zou zijn geïnspireerd door de sushi-variant chakin sushi waarbij rijst (eventueel met paddenstoelen of pickles) ingepakt wordt in een dunne omelet.

Lees Meer Lees Meer