Archief van
Categorie: Sauzen

Gehaktballetjes met snelle pindasaus

Gehaktballetjes met snelle pindasaus

Kippendijen bestonden vroeger niet volgens mij. We aten kippenpoten of kipfilet. En kippenvleugels als traktatie. Oh ja, en drumsticks. Kippendijen kan ik mij niet herinneren. Kipkarbonade wel, dat was de kippendij met rugstuk. En standaard met vel volgens mij.

Maar kip was niet het enige vlees dat we aten. Schouderkarbonade, speklapjes en verse worst kan ik mij goed herinneren. En soms rundvlees als er in de familie een koe was geslacht. Of in de winter als hachee. Biefstuk aten we volgens mij niet, waarschijnlijk omdat het duur was. Ik lustte het bovendien niet. Die bloederige toestand was niks voor mij.

Wat ik heel graag at, waren onze moeders gehaktballen. Ik mocht ze soms helpen maken. En dan een beetje snoepen van het rauwe gehakt. Dat mocht toen nog. Ze werden gebraden in de boter in een niet al te grote rode gietijzeren pan. Zo’n pan die een hele generatie meegaat.

Gehaktballen, dat was nooit een straf. De harde stukjes van de bodem van de pan schrapen was een extra beloning. Ketchup lijkt voor de gehaktbal gemaakt bovendien. Maar ondanks dat ik er vroeger met mijn neus bovenop zat, wat ik later ook probeerde, ik kreeg met geen mogelijkheid zo’n gehaktbal als onze moeder ze maakte. Kleine gehaktballetjes zijn daarentegen makkelijker te maken.

Gehaktballetjes en pindasaus. Twee dingen die je kant en klaar in de supermarkt kan kopen, maar je eigenlijk net zo goed zelf kan maken. Je weet bovendien wat er in zit en je kan het helemaal naar je eigen smaak aanpassen.

Als warm borrelhapje zijn kleine gehaktballetjes erg lekker met pindasaus. En in de tijd dat je naar de winkel gaat om kant-en-klare pindasaus te halen, maak je je eigen saus. Echt.

Gebruik liever geen mager gehakt, dan worden je ballen snel te droog en vallen je ballen sneller uit elkaar, ei ten spijt.

Lees Meer Lees Meer

Katův šleh, zonder superior dark soy sauce

Katův šleh, zonder superior dark soy sauce

Het is tijdelijk weer iets koeler. Net onder de 20 graden met veel regenbuien. Dan kan een stoofschotel maken zeker wel. Als het straks 30 graden of meer is niet. Dus meteen profiteren van de temperatuurdip. En qua stoofschotels is katův šleh een absolute favoriet.

Op de allereerste keer na – toen zelfs helemaal zonder sojasaus en we echt nog broekies waren op katův šleh gebied – maken we het Tsjechische gerecht altijd met de superior dark soy sauce van Pearl River Bridge. Dat merk is ons ooit aangeraden door de medeblogger en sindsdien hadden we altijd minstens 1 fles in huis. Want inderdaad errug lekker. Ook al bij kleine hoeveelheden per maaltijd. Veel smaak in 1 fles.

Hadden, want plots is precies die sojasaus niet meer te verkrijgen bij onze dichtbij toko’s en supermarkten. Wel de superior light versie, van hetzelfde merk, maar niet de dark versie. Wat is hier aan de hand? Wat hebben we fout gedaan?

Want met donkere sojasaus ziet katův šleh met friet er zo uit.

En scrolt u nu maar even terug naar boven.

Licht hé. Dezelfde ingrediënten op het type sojasaus na. Wat een verschil. En ook, een op een echte stoof lijkend mengsel tegenover het lijken allemaal losse individuele ingrediënten. Gelukkig smaakt ook de versie met lichte sojasaus fantastisch.

Katův šleh, een geschenk van Tsjechië aan de wereld. En die wereld buiten Tsjechië zou het vaker moeten eten. Zo lekker. Wij eten het pas sinds 2021 regelmatig, in alle jaargetijden. Het is 1 van onze favoriete maaltijden geworden. Wel in wat variaties. Net als ze in Tsjechië zelf doen. Want ten opzichte de Tsjechen zijn we wat katův šleh betreft natuurlijk nog steeds broekies.

Katův šleh, het is mede doordat het zo lekker is al eens eerder langs gekomen op Reutel. In 2022 onder de titel gewoon lekker Tsjechisch eten. Toen met varkenslappen. Dat kostte ongeveer 75 minuten bereidingstijd in de keuken.

Het kon sneller, door in 2024 in plaats van varkenslappen hamlappen te gebruiken, de malste van alle varkenslappen. Nog maar 45 minuten actief in de keuken.

In 2025 gemaakt met puntpaprika’s en kippendij, 35 minuten zelf in de keuken, toch weer 10 minuten minder.

De versie met kippendijen blijft nog even het record houden, want deze versie met kale varkensschnitzels duurt 40 minuten, nog steeds afgezien van de friet ovenbak-tijd.

Ook met varkensschnitzels blijkt katův šleh lekker te zijn. Maar eigenlijk is dat een uiteraard stelling.

Er zit weinig vet aan schnitzels, dus je zou de zoet/zure augurk weg kunnen laten, want er is geen vet om aan te pakken. Doen we echter niet.

We hadden een mee-eter die niet van scherpte houdt, als in echt never nooit niet in een maaltijd. De chili-vlokken en zwarte peper daarom weggelaten tijdens de bereiding. Dan mag het eigenlijk geen katův šleh meer heten, want niet pittig. Pittig wordt namelijk geïmpliceerd door de Tsjechische naam van het gerecht.

We noemen het een ‘milde katův šleh‘, een soort van contaminatie uiteraard, maar wel in 2 talen! Maar men weet dan wel direct wat we gaan eten, en het is sowieso leuk als variatie. Katův šleh, met kale varkensschnitzels en een lichte sojasaus. En op de een of andere manier past kreukelfriet altijd erg goed bij katův šleh.

Dat in Tsjechië Worcestershire sauce zo populair lijkt te zijn, dat vergt qua het waarom nog nader onderzoek. Maar begrijpen doen we het wel. Ook wij hebben altijd een flesje op voorraad. Weinig van nodig per maaltijd: veel smaak in 1 flesje.

Lees Meer Lees Meer

Sneeuw, wedges, partjes en saus

Sneeuw, wedges, partjes en saus

Echte sneeuw in de eerste week van 2026, ruim 15 centimeter hoog opgestapeld in onze directe omgeving. Alles weggeruimd zodat iedereen veilig kon lopen. Ligt er de volgende ochtend gewoon weer een hele dikke laag. Sneeuwballensneeuw ook nog eens. Auto sneeuwvrij aan het maken en dan halverwege uitgedaagd worden door de nog op de basisschool zittende jonge overburen. Geweldig. Auto was sneeuwvrij aan het einde van het gevecht. Die sneeuw lag nu aan de overkant van de straat.

Echt lange files ook in het begin van 2026, door de sneeuw. Rijden maar vooral stilstaan in een witte, soms gladde wereld. Minder fijn.

Sneeuw geeft inmiddels een echt ouderwets wintergevoel. Dat doet iets met je state-of-mind. Dan eten wij voor zeker echte winterrecepten. Iets met zuurkool, stoofpotten en/of ovengerechten. Van die dingen. Engadin maken en opeten. Wel fijn.

Op Reutel staan onder andere recepten voor aardappel waaiers (uit Zweden), opperdoezers met prei (uit Nederland), geplette aardappels (uit de vroegmoderne tijd), een aardappeltaartje met spek en kaas, en nog wel wat meer. Recepten met verschillende presentaties en bereidingen van de aardappel. Aardappels zijn heel veelzijdig. Aardappels zijn heel lekker.

Dit keer een regelmatig terugkerende maaltijd in ons huis. Met lekkere aardappels uit de oven. Want wij eten zeer regelmatig aardappels uit de oven. In een frequentie die veel hoger ligt dan de frequentie waarmee we op Reutel een recept met die aardappelen publiceren. Dat komt mede doordat die aardappel recepten veel op elkaar kunnen lijken.

Maar dus toch weer een keer een recept van aardappels uit de oven, dit keer in de vorm wedges, zoals ook veel Nederlandse kookblogs schrijven. Die vorm voldoet niet helemaal aan de definitie van het woord wedge in Engelse woordenboeken, want dan moet het recht zijn en taps toelopen in de lengte en niet de breedte geloof ik. Maar in relatie tot aardappels weten we meteen welke vorm we bedoelen. En ook met het Nederlandse woord partjes, nog beter.

We gaan de aardappels niet eerst 5 à 10 minuten voorkoken, zoals je kan doen bij grotere stukken aardappels in de oven. De partjes zijn vrij dun. De warmte komt snel overal.

En dit keer ook een sausje gemaakt voor op de groenten. Met kwark of dikke yoghurt voor een zuurtje, chipotle sauce voor wat pit, en tomatenketchup vooral voor de kleur.

Aardappelen uitgekozen die ongeveer even lang zijn, zeer weinig ogen hebben en een gladde schil. Het werden daarom rode aardappelen.

Sinds de studententijd is de combinatie van bloemkool en broccoli een vast gegeven. De groenten zijn daarmee gekozen.

Lees Meer Lees Meer

Spruitkool met een Sauce Mornay

Spruitkool met een Sauce Mornay

Spruitjes met een kaassaus dus. Ik snap wel waarom iedereen ze spruitjes noemt. Het zijn ook gewoon net kleine kooltjes die op je bord liggen. Oksel knoppen zijn het, maar dat klinkt niet heel erg smakelijk. En spruitkool klinkt gelijk zo massief. Oorspronkelijk afkomstig uit het gebied rond de Middellandse Zee, maar vanaf de vijfde eeuw ook in het noorden van Europa geteeld. In veel talen bekend als Brusselse spruitjes, omdat in de dertiende eeuw rond Brussel de variant ontstond die we nu kennen: een verticale stam met tientallen okselknoppen, oftewel spruitjes.

Spruitjes eet ik graag met pindasaus of met spek. Maar wat ook uitstekend past bij spruitjes is de scherpe, pittige smaak van blauwschimmelkaas. Verkruimeld en ietwat gesmolten of in een saus. Penicillium roqueforti is verantwoordelijk voor de smaakvolle blauwschimmel die we kennen in tal van kaasvarianten zoals gorgonzola, Roquefort en Danish Blue. Dezelfde schimmel, verschillende smaken.

Eén van die kazen is Stilton, een Engelse kaas die in twee varianten wordt geproduceerd: mét en zonder toegevoegde schimmelcultuur. Het grappige aan Stilton is dat het de naam dankt aan het dorp Stilton in het graafschap Cambridgeshire. De beschermde oorsprongsbenaming (BOB) die de kaas heeft geldt echter alleen als de kaas in de drie graafschappen Derbyshire, Leicestershire en Nottinghamshire wordt geproduceerd. Alleen die kaas mag zich Stilton noemen. Een mooi principe de beschermde oorsprongsbenaming, maar soms wel wat verwarrend. Zoiets al de Noord-Hollandse Gouda die de status BOB heeft, terwijl andere Goudse kaas alleen de beschermde geografische aanduiding (GBA) heeft. Maar dan anders…

Nu kun je Stilton verbrokkelen en aan spruitjes toevoegen, maar lekkerder is het om dat te doen in de vorm van een kaassaus. Nu ben ik zeker geen kenner van de Franse keuken, of een groot liefhebber, maar een goede kaassaus is moeilijk te weerstaan.

De Franse keuken kent vijf basissauzen, waarop vele sauzen zijn gebaseerd. Vier van de vijf basissauzen hebben trouwens een roux als basis, wat ze over het algemeen ook wat zwaar maakt. Bechamel is één van de vijf basissauzen en heel bekend door het gebruik in bijvoorbeeld lasagne. Zelf vind ik bechamel een klein wondertje. Een mengsel van gesmolten boter en bloem, de roux, met daarbij melk wordt een mooie, volle saus. Vaak op smaak gebracht met witte peper en nootmuskaat. De magie van roux. Basis voor niet alleen sauzen, maar ook voor kroketten! Geen kroket zonder roux. Maar ook geen kaassaus zonder roux.

Wanneer kaas wordt toegevoegd aan een bechamelsaus wordt dit een Mornay-saus genoemd. De saus zou vernoemd zijn naar Philippe, hertog van Mornay (1549-1623), een Franse diplomaat en schrijver, alleen was de bechamelsaus toen nog niet bedacht, dus dat zou een andere saus moeten zijn geweest. Waarschijnlijk werd de saus bedacht door de koks van het Franse restaurant Le Grand Véfour dat zijn naam kreeg in 1820.

Lees Meer Lees Meer

Verse pappardelle, pancetta, bimi en Blue Stilton

Verse pappardelle, pancetta, bimi en Blue Stilton

Stilton, need I say more … .

Yes, I do.

Stilton – ‘The King of English Cheeses’ – we hebben het altijd in huis. De blauwe variant, met de sterke smaak en geur. Een ster-ingrediënt in elke maaltijd. Vroeger van ongepasteuriseerde koeienmelk. Dat moet een fantastische smaak hebben opgeleverd. Tegenwoordig alleen nog gemaakt van gepasteuriseerde koeienmelk, conform de afspraak onder de producenten zodat de kaas een A.O.P. merking kan krijgen.

Hoewel in de Britse comedy serie ‘Chef!’, in aflevering 4 van seizoen 1, uit 1993, men driftig op zoek gaat naar een illegaal geproduceerde ongepasteuriseerde Stilton. De reden? De beroemde Engelse chef Albert Roux had aangekondigd dat hij in het Le Chateau restaurant komt lunchen. Ze vinden een ongepasteuriseerde Stilton en worden dan aangehouden door de politie omdat de kaasboerderij ook marihuana produceerde. Kortom, Britse humor.

Er zijn natuurlijk vele blauwschimmel kaasjes in de wereld. Die schimmels beginnen zich bij Blue Stilton normaal gesproken pas te ontwikkelen na 4 tot 6 weken. Eerst krijgt de kaas zelf een tijd om te rijpen. De schimmels worden al wel eerder aan de melk toegevoegd, maar beginnen zich pas te ontwikkelen nadat de kaascilinders worden doorspiest, zodat er lucht in de kazen komt. Zou dat de speciale smaak van Blue Stilton veroorzaken?

Er zijn 3 soorten Blue Stilton, namelijk Blue Stilton zelf die 6 tot 12 weken rijpt, Mature Blue Stilton die 10 tot 15 weken rijpt en de Vintage Blue Stilton die meer dan 15 weken rijpt. Die laatste 2 soorten zijn wat lastiger te verkrijgen in Nederland. Kan ook niet anders, er zijn nog maar 6 producenten in Engeland die nog Blue Stilton maken, en ja er is ook een Brexit. Bovendien moet de productie in een beperkt gebied plaatsvinden, namelijk in de graafschappen Derbyshire, Leicestershire and Nottinghamshire. In het dorp Stilton, dat in een andere graafschap ligt, namelijk Cambridgeshire, schijnt de kaas nooit te zijn gemaakt.

Een andere ster in deze maaltijd is pancetta. Een Italiaanse spek, van de buik van een varken. Logisch, want pancia betekent buik in het Italiaans. Buikspek, dus doorregen met vet. Maar pancetta wordt inmiddels ook in andere landen dan Italië gemaakt. In Spanje bijvoorbeeld: pancetta curada. Pancetta wordt gezouten, gepeperd en gedroogd. Er zijn vele soorten, ook soorten die nog gerookt worden. En de kruiderij kan verschillen. Zout, peper, kruidnagel, kaneel en nootmuskaat lijken veel te worden gebruikt.

Kwaliteits pancetta mag zeker 10 tot 16 maanden rijpen. In noordelijk Italië maken ze arrotolata, opgerolde pancetta. In centraal en zuidelijk Italië maken ze stesa, platte pancetta. Arrotolata kan in je in dunne plakjes snijden, voor op brood of pizza. Stesa kan je na rijping in kleine blokjes snijden, voor in een warme pasta- of rijstmaaltijd.

Hier in een pasta maaltijd met verse pappardelle en dunne plakjes pancetta, afgesneden van een rol.

En Blue Stilton, dus. De combinatie pappardelle en Stilton is al eens eerder op Reutel verschenen, in 2016. Omdat het zo lekker is nog een keer, wel met wat variaties.

Lees Meer Lees Meer

Streekgerecht: Kamper steur – Eieren met mosterdsaus

Streekgerecht: Kamper steur – Eieren met mosterdsaus

Een eenvoudig, maar smakelijke variant op gekookte eieren. En een gerecht met een verhaal.

De oudste opgeschreven versie van het verhaal over de Kamper Steur is van de hand van Jan Jacob Fels, een schilder annex dichter annex houthandelaar uit Kampen. In 1852 bracht hij onder de schuilnaam ‘Kampenaar’ een bundel berijmde Kamper stukjes uit, waarin vooral de spot werd gedreven met de lokale bewoners. Een van die stukjes ging over een bisschop die de stad Kampen zou bezoeken. Een Franse kok werd binnengehaald om een genereuze maaltijd te bereiden, waarvoor in de IJssel een steur werd gevangen om in wijn gekookt te worden. Echter de bisschop werd ziek en het bezoek moest worden uitgesteld.

Toen, zegt men, kreeg op hoog bevel
Die steur een schelband om,
En werd zijn kerker losgezet;
Waarna het dier weer onverlet
Luid klinkend henen zwom.

De bel diende om de vis weer te kunnen vinden wanneer de bisschop hersteld zou zijn van zijn ongerief. Helaas, de steur was bij het uitgestelde bezoek van de bisschop niet te vinden en volgens een late herdruk van het kookboek Aaltje de volmaakte en zuinige keukenmeid, voor het eerst verschenen in 1804, werd een gerecht bedacht dat bestond uit 8 gekookte eieren, 3 lepels slaolie, 1 lepel azijn, 2 theelepels fijngehakte peterselie en 2 theelepels mosterd. De eieren werden gehalveerd en van de overige ingrediënten werd een saus geklopt. De naam van het gerecht: Kamper Steur.

Het verhaal dat in 1919 door J. Cohen werd vastgelegd in zijn boek Nederlandsche Sagen en Legenden II verschilt nauwelijks van de versie van Fels.

De versie van Cohen

Als de stad Kampen een belangrijke ridder met zijn grote gevolg verwacht, schakelt het bestuur van de stad de beste kok in die ze kunnen vinden.

Hij wist, wanneer een haas adellijk genoeg was, en als hij een stuk boter in de heete pan wierp — schijnbaar-achteloos gelijk een waarachtig kunstenaar — verspreidde dit sissend en smeltend een geur, liefelijker dan de huid van een blond, zestienjarig maagdeke, de adem van roos en jasmijn tezaam. […] Wist hij niet de kracht van alle kruiden en toevoegsels, van de foelie, van de thijm, ban de peper en de laurier, van de kaneel en de vanille, van de anijs en het maanzaad, van de komijn en de mosterd, van de citroenschil en de kerry, en wist hij niet al de smaken aanéén te dichten als jamben en anapesten en hexameters der kookkunst? welk een man!

De kok verzon een uitgebreid gangendiner, waarbij het hoogtepunt gevormd zou worden door de steur en haar kaviaar. De ridder meldde zich echter ziek en aangezien de steur niet in gevangenschap kon leven, werd deze weer vrijgelaten in de IJssel. De reusachtige vis werd terug gezet met een snoer met bellen aan zijn lichaam, zodat ze hem snel weer zouden kunnen vangen als dat nodig was. Maar de steur verdween spoorloos en toen de ridder beter was geworden en alsnog afreisde naar Kampen moest de kok noodgedwongen nieuwe gerechten verzinnen. Nog lang zouden de inwoners aan de waterkant luisteren of ze in de diepte van de IJssel een bel konden horen rinkelen …

Geen van beide auteurs rept echter zelf over de eieren met mosterdsaus. Het verhaal komt op zich niet helemaal uit de lucht vallen blijkt. Uit het Kamper stadsrecht Dat gulden boek van omstreeks 1400, blijkt dat men gevangen steuren aan een touw liet zwemmen in de IJssel. Verhalen over een vis die met een bel omgehangen vrijgelaten wordt, kennen we ook uit andere landen. Het thema is dus algemeen. Het gerecht zelf komt al voor in het eerste gedrukte Nederlandse kookboek “Een notabel boecxken van cokeryen” (circa 1514), maar is daar afkomstig uit het Belgische Ukkel.

Stuer van Uccle te maken.

Neempt eyeren ende sietse wel hert [kook ze goed hard]. Dan doet hen af haer pellen ende snijtse overmids in twe ghelijcke deelen ende legtse so in een scotel, metten doren nederweert. Dan neemt botere ende smelt dye in een panne. Als die botere ghesmolten is, doet erin mostaert ende minghelt dat wel ondereen. Alst wel ondereen ghemenghelt es, so ghietet op die eyeren. Ende es volmaect.

Bron: DBNL

Hoe het ook zij, de kaviaar is weliswaar wat groot uitgevallen, het gerecht is snel gemaakt voor een lunch maaltijd.

Lees Meer Lees Meer

Spaghetti met koffie in de tomatensaus

Spaghetti met koffie in de tomatensaus

In het vorige artikel op Reutel, over bangers and mash, meldde de medeblogger dat ik een lichte voorsprong heb met betrekking tot het aantal op dit blog gepubliceerde Britse recepten. Hij telde, met vorige week mee, een stand van 35 – 2, in mijn voordeel. Vanaf nu dus 36 – 2. Al denk ik zomaar dat het verschil flink groter is, en dan in het voordeel van de medeblogger, als we de Aziatische keuken als uitgangspunt nemen.

De Britse keuken is zeker boeiend, ook al omdat ze al eeuwenlang uit voormalige koloniën en de Gemenebest specerijen, kruiden en anderen ingrediënten voor exotische recepten haalden. Zowel uit de Oost (India) als de West (Jamaica). Veel meer dan in de Nederlanden zijn die toen exotische gerechten onderdeel van de Britse smaak geworden. Dat merkten wij meteen toen we in Engeland gingen wonen. Bovendien houden ze, ook veel meer dan wij, hun ‘oorspronkelijke’ keuken in ere. Boeiend.

Tegenwoordig heb je ook in Nederland hele grote supermarkten vol etenswaren. Maar toen wij naar Engeland vertrokken was dat nog niet zo. Er waren wel supermarkten, maar niet extreem groot, tenminste niet waar wij opgroeiden. De eerste keer boodschappen doen in een supermarkt in Engeland leverde een aangename verrassing op. De Engelse supermarkten waren toendertijd niet alleen heel veel groter, maar hadden ook een heel veel groter assortiment. Met spullen die je op het continent niet kon kopen. Je waande je er in luilekkerland. Zoveel keuzes om te maken, elke keer weer. Het waren vrijwel nooit korte bezoekjes, die eten kopen sessies.

Naast bezoekjes aan de toen nog vele kleine winkeltjes, propvol tot aan het plafond, gingen we meestal naar Sainsbury’s en Tesco. Niet zo gek, die hebben ook verreweg de meeste supermarkten. Tesco heeft ook nu nog ruim het grootste marktaandeel. Sainsbury’s is 2e, maar op gepaste afstand. Die supermarkten waren vaak gelegen aan de randen van dorpen en steden. Immens grote supermarkten met immens grote parkeerplaatsen. Als er nu een nieuwtje in de kranten staat over Sainsbury’s of Tesco, dan check ik meestal even waar het over gaat. Zal wel een uiting van nostalgie zijn. Naar een tijd die nu ook in Engeland niet meer bestaat.

Dit keer het hele artikel gelezen – en bewaard – want het ging over eten. Als onderdeel van hun Little Twists marketing campaign, publiceerde Sainsbury’s in 2015 namelijk een recept voor ‘Spag bol with a coffee twist‘. Oftewel, spaghetti bolognese met een koffiedraai. Een andere twist was een recept voor chocolade in chili con carne. Buiten bestaande kaders denken is dat. Leuk.

De reacties op de Little Twists campagne waren ietwat gemengd. Sainsbury’s werd in Britse kranten beschuldigd van het verpesten van lekker eten. Op social media lieten vooral de tegenstanders zich in felle bewoordingen uit over wat er met Sainsbury’s zou moeten gebeuren. Digitaal schelden, helaas ook gemeengoed tegenwoordig als het niet over eten gaat.

Toen mensen het spag bol recept echt gingen proberen sloeg de stemming om. Koffie als specerij. Het bleek te werken. Ook financieel, want Sainsbury’s meldde een stijging van de verkoop van 8% aan oploskoffie en 17% aan spaghetti na de campagne. Van schelden naar liefhebben.

Nu is dat niet zo uniek als het misschien lijkt, koffie in eten. Vooral in toetjes wordt koffie regelmatig toegevoegd. Tiramisu, affogato en mokkataart zijn 3 sprekende voorbeelden. Mokka-ijs en Irish Coffee 2 andere. Maar ook in hoofdmaaltijden wordt het al langer gebruikt. In gebieden waar cowboys rondtrokken bijvoorbeeld, is het gebruikt van koffie in warme maaltijden nog steeds vrij normaal. Zoals in een authentieke Texaanse chili con carne.

Koffie in een warme maaltijd, waarom niet een keer zelf proberen? In weer een variant van spaghetti bolognese.

Lees Meer Lees Meer

Dunne pizza met ham, 3 kazen, chipotle saus, …

Dunne pizza met ham, 3 kazen, chipotle saus, …

In de supers zie je mensen boodschappen doen voor wat eruit ziet als voor een hele week. Het hele jaar door, niet alleen in kersttijd en voor oud en nieuw. Dat werkt bij ons niet. Ons weekmenu ligt niet vast. We weten ’s ochtends vaak niet eens wat we ’s avonds gaan eten, laat staan de volgende dagen. Dat resulteert dan wel regelmatig in dagelijkse bezoekjes aan winkels en supers, als de voorraadkasten niet vol genoeg zijn of als er iets vers in huis moet komen. Het is niet anders. Als we helemaal niets kunnen bedenken voor een avondmaaltijd, dan pakken we ons dubbelzijdig A4-tje erbij. Met op dit moment 104 titels van maaltijden die wij lekker vinden. Dan hoef je het niets te bedenken, maar kan je kiezen. Andere state-of-mind.

Pizzadeeg komt bij ons in 3 vormen: veel tijd, minder tijd, en geen tijd om het deeg te maken. Als we bijvoorbeeld al wel zeker weten dat we de volgende dag pizza willen eten, dan hebben we veel tijd voor het maken van het deeg. Dan laten we het deeg rijzen volgens de la lievitazione in frigo methode, de trage rijs in de koelkast. Deeg de dag ervoor maken levert ook tijdwinst op de pizza-eet-dag zelf. En het deeg is lekkerder dan bij andere rijsmethoden.

Soms bedenken we echter op de dag zelf dat we toch dezelfde avond zin hebben in pizza. Dan hebben we minder tijd en maken we deeg dat alleen een eerste rijs beleefd. De tweede rijs, noodzakelijk bij brood maken, slaan we over omdat we niet zo houden van dikke pizzabodems met grote luchtbellen in het deeg. De dikke American pizza, die eten we niet. Luchtig dik deeg, dan kiezen we voor focaccia.

Zelf pizza maken levert ook vrijheid op: het kiezen en combineren van de ingrediënten is aan onszelf.

Lees Meer Lees Meer

Risotto met Chipotle Sauce en oesterzwammen

Risotto met Chipotle Sauce en oesterzwammen

Een chipotle wordt gemaakt door een middelgrootte, kegelvormige, rode jalapeño dagenlang te roken. In de taal die de oorspronkelijke bewoners van het huidige Mexico spraken, het Nahuatl, betekent chipotle ook gerookte chilipeper. Dat woord is dus gewoon overgenomen.

Een jalapeño waarvan chipotle wordt gemaakt, scoort naar verluidt tussen de 2.500 en de 8.000 op de Scovilleschaal. Andere jalapeño’s komen wel tot 50.000 op die schaal. Zeg je jalapeño dan weet je dus niet van te voren hoe pittig die is. De pittigheid komt van het molecuul capsaïcine en is eigenlijk niets anders dan een verdedigingsmiddel voor de plant. Op eenzelfde manier als bij de pijnmolecuul isithiocyanate van mosterdzaden. Niet opeten is de waarschuwing die de planten afgeven. Daar doet de mensheid dus niet aan mee.

Een chipotle heeft nog maar 10% van het gewicht van een rode jalapeño; de smaakmakers zijn geconcentreerd. Die smaak kan je weer minder pittig maken door het te verdunnen: Chipotle Sauce. Voeg er in Mexico zelf water, tomaat, azijn, sojaolie, bakkerszout, ui, knoflook en specerijen aan toe en je krijgt een mild pittige saus met milde rooksmaak. In glazen potjes stoppen en dan exporteren.

Aanbevolen door La Morena voor gebruik in burrito’s, enchilada’s en als ingrediënt in dipsauzen of soepen. Nou, dat gaat mooi niet door. Risotto, we gaan er een mild-pittige risotto mee maken met een mooie nasmaak. Aan romige risotto voegen we graag wat stevigs toe, als contrast. Soms rode ui, soms gebakken wortels, en soms komt de stevigheid van stukjes vlees, zoals gebakken speklap, of kip. Deze keer oesterzwammen.

Oesterzwammen kenmerkt men wel als vlezig van structuur. Bij ons regelmatig op tafel. Naast de lekkere smaak is het voordeel van oesterzwammen dat ze relatief weinig water bevatten. Tijdens het bakken blijven ze even groot en stevig van structuur. Teminste, als je ze niet te lang bakt, want dan worden ze slap.

Risotto met Chipotle Sauce, geroosterde hazelnoten, gebakken oesterzwammen, pittige Nederlandse kaas, bruin gebakken hamreepjes en warme tomaatjes. Allemaal smaakmakers, en je proeft ze ook allemaal.

Lees Meer Lees Meer

Currywurst, waarbij eigenlijk alles draait om de saus

Currywurst, waarbij eigenlijk alles draait om de saus

In Duitsland is de Currywurst wat in Nederland de kroket is. Voor de goede verstaander: Currywurst is worst mét saus. Het is Duitslands eigen streetfood. Hoewel het ook in menig bedrijfsrestaurant geserveerd wordt. En na zelf met de saus aan de slag te zijn gegaan, snap ik dat.

Onlangs ontstond er nog grote onrust toen bleek dat Volkswagen de Currywurst van het menu ging halen. De Volkswagen Currywurst wordt gemaakt in een eigen slagerij en heeft zelfs een eigen onderdeelnummer: 199 398 500 A. De laatste jaren werden er dagelijks zo’n 20.000 (!) geproduceerd. 40% daarvan werd verkocht in de zeventien kantines van Volkswagen in Wolfsburg, waar het meestal in combinatie met friet gegeten wordt (of werd). Dat is dus 8.000 worsten per dag. De overige 60% worden verkocht in Volkswagenshops, supermarkten en voetbalstadions. Overigens maakt Volkswagen ook z’n eigen saus (199 398 500 B). Een vegetarische versie van de worst werd ook al gemaakt, wellicht zal daarvan de productie nu omhoog gaan…

[Aanvulling maart 2024] In 2021 werd de worst uit een VW-kantine in Wolfsburg verbannen. In augustus 2023 werd het verbod opgeheven. In de overige ruim 30 kantines en kiosken van de fabriek was de curryworst gewoon op het menu blijven staan. In 2023 zorgde overigens een in 2021 gelanceerde hotdogvariant voor een verkooprecord met bijna twee miljoen exemplaren. Van de klassieke curryworst werden in 2023 6,4 miljoen stuks verkocht. [/]

Er bestaan talloze versies van Currywurst, waarbij zowel de worst als de saus kunnen verschillen. De (vaak al gegaarde) worst wordt gegrild, daarna meestal in stukken gesneden en voorzien van saus en kerriepoeder. Wie in Duitsland is geweest, zal op zijn minst in de verleiding zijn gekomen om een portie worst met saus te eten.

Currywurst is niet te verwarren met Bratwurst, hoewel de worst in Currywurst wel een braadworst kan zijn. Snap je het nog? In het geval van streetfood is het verschil dat Currywurst niet op een broodje gegeten wordt, maar in stukjes gesneden geserveerd op een kartonnen bakje en overgoten met currysaus. Wel wordt er soms een broodje bij geserveerd om de saus op te deppen. De dikte van de saus wil overigens verschillen, zo schijnt de saus van Volkswagen dunner te zijn dan de meeste sauzen.

Beleving is een belangrijk onderdeel van de eet-ervaring. Wie in de supermarkt goed oplet, ziet dat de plastic bakjes Currywurst dezelfde vorm als de papieren bakjes op straat hebben. Net zoals patat eten uit een puntzak ook iets nostalgisch heeft. De vieze vingers neem je graag voor lief, een houten vorkje ten spijt. Currywurst eet je overigens met een houten vorkje, zelfs de supermarktversie wordt meestal met een vorkje (en een zakje kerrie) geleverd.

Lees Meer Lees Meer