Archief van
Categorie: Snacks

Gevulde bara met masala kip

Gevulde bara met masala kip

Het is al jaren het gebruik dat wanneer er gelegenheid is te lunchen in een Surinaamse eethuisje die kans met beide handen wordt aangegrepen. Nu is dat in de Randstad goed te doen overigens, maar daarbuiten is het soms even zoeken en goed plannen.

Meestal bestaat de lunch dan uit 1 of 2 broodjes. Op een koude dag soms een pasteitje of een saté. Een beetje afhankelijk van het menu uiteraard. Een enkele keer kies ik een bara. Bara’s worden wel eens met donuts vergeleken, maar die vergelijking slaat eigenlijk nergens op. Beiden worden in olie gebakken, maar daar houdt de vergelijking eigenlijk wel mee op. Of het moet zijn voor het gat in het midden van de bara. Dat gat is uiteraard niet voor de sier, maar hierdoor gaart de bara gelijkmatig.

De bara is een Surinaamse versie van de Indiaanse vada, een snack op basis van peulvruchten met allerlei specerijen en vaak geserveerd met sambar. Ik at het in India als veilige lunch in verschillende eethuisjes langs de weg. En een enkele keer bij het ontbijt, al waren die vada’s wel veel kleiner dan de bara’s die wij uit Suriname kennen.

Bara’s worden gemaakt van mungbonen of mungbonenmeel, bloem, specerijen en bevatten meestal fijngesneden tayerblad of spinazie.

Door de toevoeging van baksoda worden de bara’s extra luchtig, terwijl ze wel een knapperige korst hebben. Een goede bara lijkt dan wel groot en stevig, maar is verrassend luchtig.

Een bara eet je warm, net zoals je een oliebol het beste warm eet. En de bara wordt meestal gegeten met een pittige chutney of een andere, doorgaans loeihete saus. Maar je kunt ze natuurlijk ook vullen. Bijvoorbeeld met kip masala met kousenband. Geen stukken kip, maar geplukte kip.

Het maken van bara’s bewaar ik voor een volgende keer. Ik kocht een paar verse bara’s. Je kunt ze gerust invriezen en later opwarmen. Doe dat alleen niet in een magnetron, dat gaat niet goedkomen. Doe dat in een oven of, wat mij voorkeur heeft, in een koekenpan zonder olie. Zie het recept hieronder.

Lees Meer Lees Meer

Shortbread met bergparm, rozemarijn en tijm

Shortbread met bergparm, rozemarijn en tijm

Waarom heet het shortbread? Simpel, short betekent in het Engels niet alleen kort, maar sinds het begin van de 18e eeuw ook gemakkelijk verkruimeld. Door de boter en het nauwelijks kneden worden geen lange glutenketens gevormd. Short dus.

Shortbread begon ooit als biscuit bread, harde of knapperige koekjes die gemaakt werden van overgebleven brood en nog een keer werden gebakken, waarschijnlijk al in de 12e eeuw. Van 2 keer gebakken naar 1 keer bakken en veel boter toevoegen, daardoor werden ze kruimelig. Klassiek wordt shortbread gemaakt van bloem, boter en suiker in een bepaalde verhouding. Ze lijken daarmee wel op onze zandkoekjes.

Toen was besloten dat er hartige shortbread koekjes moesten worden gemaakt – iemand had een plaatje zonder recept gezien – op zoek gegaan naar een lekkere variant. Want savoury shortbread komt in alle soorten en maten voor op de Britse eilanden. Hier gekozen voor een variant gebaseerd op een recept van Engelse vrienden, met als ingrediënten onder andere Parmezaanse kaas, rozemarijn en tijm. Hartige koekjes, dus suiker ontbreekt.

Hier wel een speciale Parmezaanse kaas uitgekozen, namelijk eentje uit de bergen. Bergkaasjes hebben een streepje voor bij ons. Ze hebben vaak een net iets andere en/of pittigere smaak dan kaasjes van de vlakte. Soorten als Appenzeller, Comté, sommige varianten van Gruyère en Emmentaler, en Fontina om er maar een paar te noemen. En dan hebben we het alleen nog maar gehad over de hardere soorten kaas.

Parmigiano Reggiano, de echte, associeer je niet meteen met bergen. Maar zowel op de vlakte als in de bergen wordt al eeuwenlang Parmezaanse kaas gemaakt. Tegenwoordig met een beschermde oorsprongsbenaming, Denominazione di Origine Protetta (DOP) in het Italiaans [1]. De kaas moet worden gemaakt in een gebied die de provincies Parma, Reggio Emilia, Modena, Mantua ten oosten van rivier Po, en Bologna ten westen van de rivier Reno omvat [2]. Nu wordt wel eens gemeld dat dit een klein gebied is. Maar dat is maar relatief. Zo heeft het gebied een oppervlakte van 10.000 km². De oppervlakte Nederland is zo’n 41.850 km². Alsof je in een kwart van Nederland 1 kaassoort mag maken met een beschermde oorsprongsbenaming! Zo klein is dat Parmigiano Reggiano gebied nou ook weer niet.

Die bergkaas-versie heet Parmigiano Reggiano Prodotto di Montagna en moet naast de DOP merking ook een speciaal (niet al te groot) logo op de verpakking hebben. Dat logo toont aan dat de kaas uit de bergen komt, dat het aan de extra eisen voldoet en dat de kwaliteit is gecontroleerd. Dat logo laat 2 bergtoppen zien. Met in het logo zelf de begeleidende teksten Prodotto di Montagna, Progretto Qualità en Parmigiano Reggiano. Staan de 2 bergtoppen en de 3 teksten verspreid over de verpakking – er is geen wet die dat verbiedt – dan is het niet de echte Parmigiano Reggiano Prodotto di Montagna! Wel even opletten dus.

Lees Meer Lees Meer

Brownies met cacao, gember en pistachenoten

Brownies met cacao, gember en pistachenoten

Lekkere gerechtjes nog lekkerder maken. Brownies bijvoorbeeld. Nog lekkerder maken door met beleid nog meer smaken toe te voegen.

Brownies van het Engelse platteland. Ik denk dan ik ze wel elke week hier zou kunnen maken. Ik verwacht geen enkel protest. Doen we echter niet, hoezeer ze het ook zouden willen. Lekker, maar in groten getale natuurlijk niet zo gezond door de hoeveelheid suiker. Dus niet elke week, maar af en toe maken, als er veel mensen in het huis rondlopen.

Pistachenoten gekozen omdat het een mooie groene tint geeft op donkere brownies. En ze smaken natuurlijk ook nog eens prima. De lekkerste pistachenoten schijnen in Sicilië te groeien. Pistacchio verde di Bronte, de groene pistachenoten van de stad Bronte. De kans dat je ze hier in je super of notenbar kunt kopen is echter gering. Niet alleen vormen die pistachenoten maar ongeveer 1% van de wereldproductie, ze zijn ook nog eens erg duur. Zelfs als je er rekening mee houdt dat pistachenoten uit Iran en VS, de grootste producenten, ook niet echt goedkoop zijn. Ik zou die Pistacchio verde di Bronte ook niet gebruiken in brownies, maar ze lekker apart opeten.

In deze brownies laten we de pistachenoten wel heel. Vorige keer ze wel grof gehakt. Elke pistachenoot doormidden, dat was het idee. Qua structuur was dat prima, maar de brownie-smaak overheerste de notensmaak teveel. Bij hele pistachenoten is dat veel beter in de brownies.

Gemberwortel ligt standaard in onze voorraadkast. Hier zorgt de gember voor een wat onbepaalde, maar wel lekkere smaak. Niemand raadde dat er gember in zat namelijk.

Lees Meer Lees Meer

En men kiest rookworst, wafels en Goudse

En men kiest rookworst, wafels en Goudse

Net als de rookworst-in-tortilla’s maaltijd, het heeft wel wat, deze rookworst-wafel. Maar als je wat lichter geraakt bent over wat je met voedsel wel of niet mag doen, dan moet je deze misschien maar overslaan. Hoewel een beroemde kok daar anders over denkt.

De rookworst-wafel bleek desgevraagd geïnspireerd te zijn op de cheesy bacon waffles with tomato soup van de beroemde Britse chef James Martin. Verrassend op 2 fronten. Ten eerste kijken ze blijkbaar nog wat meer dan Netflix en games. En ten tweede, een echte chef die zich bezighoudt met deze manier van comfort-food bereiden.

Ik geef het toe, de referentie naar James Martin intrigeerde het meest. James Martin, dat is die chef die zijn liefde voor echte boter niet onder stoelen of banken steekt. Het lijkt wel of veel van zijn recepten een extra klontje boter bevatten.

Dus het inspiratie-recept opgezocht. Het is uit de serie James Martin’s American Adventure (2018). Dat verklaarde de comfort-food gedachte die meteen bij me opkwam na het horen van de naam van het gerecht. In het recept van Martin worden de gebakken stukjes bacon, met dat klontje boter, door het wafelbeslag gemengd en niet pas later bovenop de wafel worden gelegd. Door dat klontje boter blijven de wafels zacht(er).

Hier dat idee van bacon door het beslag ook toegepast. Maar dan met de keuze van Gelderse rookworst. De echte. Score voor hen.

Lees Meer Lees Meer

De oneindigheid van zelfgemaakte finuchjetti

De oneindigheid van zelfgemaakte finuchjetti

Finuchjetti zijn heerlijke, knapperige en rustieke snacks gemaakt van bloem, gist, water en anijszaden. Het is een specialiteit van Corsica, en dan speciaal in en rond Ajaccio, de grootste stad op het Franse eiland. Daar zien ze er mooier uit dan de versies die ik maak. Meer oefening baart betere kunst, zeker weten.

In een finuchjetti is het wiskundige symbool voor oneindig te herkennen: ∞. Dat symbool is in 1665 bedacht door de Engelsman John Wallis. Het begrip oneindig is zonder meer lastig, ook (of juist ook) voor wiskundigen. Paradoxen liggen op de loer.

‘Delen door nul is flauwekul’ zeggen we in de klas, maar we bedoelen, delen door 0 is niet gedefinieerd in middelbare school wiskunde. Er zijn intussen wel manieren bedacht waarop delen door 0 wel kan, door de introductie van het begrip unsigned infinity [1], een oneindig zonder positief of negatief teken, een nieuw iets in de wiskunde. Maar dat is voor een foodblog misschien net te ver weg.

Want oneindig is nog veel lastiger dan nul. Wat is bijvoorbeeld ∞ + ∞? De jonge jeugd op bezoek wist er wel raad mee: die lezen het als 2 platliggende 8-en door het papier een kwart slag te draaien en opgeteld leveren die een platliggende 16 als antwoord! Simpel.

Wiskundigen hebben daar wat meer moeite mee. En met reden. Een mooi voorbeeld, uit 1924, komt van de beroemde Duitse wiskundige David Hilbert en heet officieel ‘Hilbert’s paradox van het Grand Hotel’. Dat vond iedereen wat lang en daarom is het nu bekend als ‘Hilberts hotel’. Het is ook geen echte paradox.

Stel je een hotel voor met oneindig veel kamers, waarbij elke kamer een uniek nummer heeft. Bijvoorbeeld 1, 2, 3, 4 en zo verder, het houdt niet op. Stel nu dat in alle kamers een gast zit: het hotel zit vol. Als er nu een nieuwe gast komt, dan vraag je eerst aan alle gasten om 1 kamer op te schuiven. De gast in kamer 1 gaat naar kamer 2, de gast in kamer 2 gaat naar kamer 3, et cetera. Kamer 1 is nu helemaal vrij, daar kan de nieuwe gast in.

Dus ook al is het hotel vol, er kan altijd nog iemand bij. En dat kun je heel vaak herhalen! Zo vaak als je wilt, oneindig vaak zelfs. Maar het kan ook anders, zonder herhalen, in 1 keer zelfs.

Vraag alle gasten hun kamernummer met 2 te vermenigvuldigen en naar de kamer te verhuizen met dat nieuwe nummer. Er zitten nu nog steeds oneindig veel mensen in het hotel, allemaal in kamers met een even nummer. Alle kamers met oneven nummers zijn nu vrij en dat zijn er ook oneindig veel. Daar kan een oneindige hoeveelheid nieuwe gasten in 1 keer in.

Met dat verplaatsen om iets uit te leggen over het begrip oneindig, daar zullen de gasten niet blij van worden. Hadden ze maar niet moeten inchecken in een Hilberts hotel. En ze worden vast nog minder blij als wiskundigen gaan spelen met kamernummers die machten van alle oneven priemgetallen zijn. Zodat we oneindig veel verzamelingen die elk oneindig veel elementen bevatten in 1 keer kunnen huisvesten in het hotel dat toch echt vol was.

De Duitse wiskundige Cantor liet al eerder, aan het eind van de 19e eeuw, ook nog eens zien dat niet alle verzamelingen met oneindig veel elementen even groot zijn. Het duurde even voordat wiskundigen die schok te boven waren gekomen. Vol is niet vol en het ene oneindig is het andere oneindig niet. Je intuïtie staat onder druk. To Infinity and Beyond meldt Buzz Lightyear niet voor niets in de Toy Story films.

Dat oneindig symbool is ook terug te vinden in etenswaar. Met enige goede wil kan je het al herkennen in pretzels en krakelingen, maar er is een Corsicaanse lekkernij die echt de ∞ vorm heeft. Het is onder verschillende namen bekend: finuchjetti en finucchetti lijken de meest voorkomende namen te zijn. Vooral in en rond de stad Ajaccio is het een lokale specialiteit, al lijkt het nu in heel Corsica populair.

Finuchjetti zit een beetje tussen brood en koekjes in. Het bevat geen suiker, maar wel anijs. En anijskoekjes zijn populair bij ons: Fryske dúmkes! Finuchjetti zijn typisch iets als 16 centimeter lang en 6 centimeter breed. Maar ze worden met de hand gemaakt, dus er zijn veel variaties. Naar verluidt bestaan ze al in de ∞ vorm sinds de 19e eeuw.

Het productieproces is ook interessant. Eerst mag het deeg rijzen. Dan wordt het in ∞ vormen gevouwen. Dan mag het nog een keer rijzen om vervolgens eerst kort te worden gekookt en dan pas afgebakken in de oven. We gaan lekker een tijdje bezig zijn in de keuken. Leuk.

Lees Meer Lees Meer

Over puffs en gougères (en iets over popovers)

Over puffs en gougères (en iets over popovers)

Kookdeeg. Ook in mijn omgeving zijn er mensen die kookdeeg maken lastig vinden. En dat terwijl met een maar paar puntjes van aandacht, vooral qua stappenplan, het echt altijd moet lukken. Het levert ook nog eens een makkelijk te manipuleren deeg op.

Er zijn verschillende manieren om, in stappen, kookdeeg te maken. Als een roux, met bijvoorbeeld hete boter, koude bloem en koude melk, als voor een Schotse pie met kokend water, varkensvet en koude bloem, en als voor soesjes, met kokende melk en boter, en koude bloem. Het lijkt op elkaar, maar het is niet hetzelfde. Het verkregen deeg gedraagt zich ook bij alle 3 anders.

Men is het er in culinaire kringen ook niet altijd over eens. En zeker niet in de – gezien de onnoemelijke hoeveelheid foodblogs, inclusief Reutel – levendige do-it-yourself keuken. Bijvoorbeeld, wat zijn de verschillen en overeenkomsten van puffs, gougères en popovers? Laten we beginnen met dat iets over popovers. Dan hebben we dat gehad.

Popovers zijn luchtige eenpersoons deeghapjes. Ze worden vaak gemaakt van bloem, melk, eieren en olie, zonder een rijsmiddel. Normaal gesproken worden popovers gemaakt in de gaten van een muffinblik, net zoals Yorkies (de mini Yorkshire pudding), waar ze dan heel ver boven het blik uitrijzen. Daarom is 1 bijnaam puffs. Er zijn ook speciale popover bakblikken. Een beetje geldklopperij want een popover bakblik is weinig anders dan een muffinblik met ringen, zonder blik tussen de gaten, en verder alleen wat steilere wanden.

Dé essentie van geslaagde popovers is dat de olie al gloeiend heet is, typisch 200ºC, voordat het beslag erbij gaat. Maak je grote popovers, dan krijg je Yorkshire pudding, zoals die van toad in the hole.

Zoete roomsoesjes en gougères (met room) worden in Nederland gemaakt van soezendeeg. In Engelstalige gebieden van choux pastry en in Franstalige gebieden van pâte à choux. En dat komt allemaal op hetzelfde neer. Er wordt geen hete olie gebruikt, zoals bij popovers, maar gesmolten roomboter in kokend water en/of melk. Daar wordt dan bloem doorheen gemengd. De bloem gaart daarmee al gedeeltelijk voordat het de oven in gaan.

Net als bij popovers rijst het deeg in de oven terwijl er geen rijsmiddel inzit. De watermoleculen (ook in melk) gaan steeds sneller bewegen als de temperatuur toeneemt. Ze maken kleine luchtzakjes in het deeg. En naarmate de temperatuur toeneemt worden de gaten groter en die blijven bestaan als het deeg stolt. Eigenlijk net als bij een soufflé. Daarom bij het maken van cheese puffs of gougères, de oven nooit openen tot ze klaar zijn.

De hartige variant kent meestal kaas als ingrediënt. In Engeland kom je dan al snel uit op Cheddar, voor cheese puffs, in Frankrijk nog steeds op gougères, want die naam impliceert van oorsprong al dat er kaas inzit. Traditioneel, in Bourgogne, in een grote ringvorm gemaakt, maar wijdverbreid zijn nu de eenpersoons deeghapjes. Traditioneel ook met Gruyère, Comté of Emmentaler.

Tegenwoordig mag er van alles in puffs en gougères zitten; andere kaassoorten, kruiden en specerijen, en hamsoorten. Het volgen van voorgeschreven ingrediënten leeft vooral in de Franse haute cuisine, met name in Parijs, niet in de landelijke Franse keuken.

Cheese puffs of gougères, ze zijn eigenlijk hetzelfde, behalve als je je voor de keuze van de kaas laat leiden door sterk nationalitische gevoelens. Dan ben je niet meer vrij in je keuzes.

Lees Meer Lees Meer

Gehaktballen met mais-chips erin

Gehaktballen met mais-chips erin

Dat van die chips moet je tegenwoordig wel voluit schrijven. Mais-chips dus. Want je hebt ook aardappelchips, groentechips, chips met kaassmaak (cheese puffs, sinds 1948) en kaaschips.

Door de chips te verkruimelen zijn ze makkelijk te verwerken in gehakt. Langskomende kinderen zijn er dol op. En stiekem, volwassenen ook. De variatie is meteen enorm. Salt & vinager chips brengt een totaal andere smaak met zich mee dan nacho chips, om maar eens 2 voorbeelden te noemen waar wij regelmatig gehaktballen mee maken. Chips zelf maken is ook leuk. Ook in de oven worden ze lekker en knapperig.

Ook nacho chips zijn makkelijk zelf te maken door kleine mais-tortilla’s in 6 driehoekjes te snijden, ze te frituren of in de oven knapperig te laten worden, en dan met kaas te bedekken. Nacho’s worden toegeschreven aan Ignacio Anaya (bijnaam ‘Nacho’) uit Noord-Mexico, bedacht rond 1943 door gefrituurde stukken mais-tortillas te bedekken met gesmolten cheddar kaas en schijfjes jalapeño pepers.

Gekocht als chips bij de super zit er volgens de ingrediëntenlijst kaassmaak (maltodextrine, weipoeder) in en kaaspoeder. Kaaspoeder wordt gemaakt door (harde) kazen te smelten samen met fosfaten, citraten en water, daarna de kaas te dehydrateren en vervolgens te drogen. Ik heb zo’n idee dat er in die nachos cheese flavour chips niet geweldig veel echte kaas zit.

Veel recepten die chips in het gehakt verwerken kiezen voor weinig chips. 10 gram chips per 100 gram gehakt, of nog minder, is vrij normaal zo te zien. Nou, daar denken wij anders over. Verdubbelen! En wel met nacho chips, dus, dit keer. Die we regelmatig eten in onze nacho-bonen maaltijd.

Lees Meer Lees Meer

Catillus ornatus is een laganum in repen

Catillus ornatus is een laganum in repen

In het boek Deipnosophistae van Athenaeus [1], gedateerd op de 3e eeuw, staan niet alleen cheesecake recepten. Er staat ook een recept in voor wat de Romeinen catillus ornatus noemen. De ingrediënten worden gegeven, maar over de vorm waarin het geserveerd moet worden laat het recept niets los. De naam helpt ook niet echt. Catillus betekent niets anders dan houder van voedsel zoals een bord of kom, en ornatus betekent zoiets als versierd, opgesmukt. Catillus ornatus wordt wel aan laganum gelinkt. Maar wat is dan laganum?

Het Romeinse Rijk heeft ruim 1200 jaar bestaan, maar informatie over laganum is zeer schaars [2]. In de 2e eeuw BC schrijft Cato [3] helemaal niets over laganum. Pas in de 1e eeuw BC kunnen we iets over laganum lezen. Keizer Cicero meldt dan dat hij dol is op laganum. Horatius noemt in diezelfde eeuw laganum juist alledaags voedsel en refereert naar een gerecht met laganum, porrum (prei) en cicer (kikkererwten). Het boek Deipnosophistae meldt dat het een licht maar weinig voedzaam brood is, dat werd gebakken. In Apicius staat hoe je laganum gebruikt [4]. Er staat echter geen recept. Isidorus Hispalensis (ook bekend als Isidore van Sevilla) meldt dat laganum eerst werd gekookt (pasta?!) en dan werd gebakken in olie.

We hebben wel een etymologische hint. Laganum komt van het Griekse woord laganon. En dat refereert naar een ongerezen platbrood die werd gebakken op een hete plaat, of brede stroken deeg die in olie werden gebakken. Het werd in ieder geval van stevig deeg gemaakt. Dat lijkt een andere moderne vertaling van laganum als een soort pannenkoeken, zoals door bijvoorbeeld Joseph Dommers Vehling in 1936 [5] en Patrick Faas in 2003 [6] is gedaan, uit te sluiten. Pannenkoeken worden van nat beslag gebakken. Het meest aannemelijk is echter dat in de loop van die 1200 jaar laganum verschillende betekenissen heeft gehad, en meer algemeen duidde op een dunne deeglap die werd gebakken.

Laganum werd niet alleen door keizers gegeten, maar ook door het arme deel van de bevolking. Suggesties voor de ingrediënten voor laganum variëren: meel, bloem, water, wijn, peper, melk, olijfolie en vet zijn mogelijkheden. Een minimalistische aanpak lijkt het meest logisch om mee te beginnen.

Als eerste laganum als ongerezen platbrood gemaakt, zoals het mogelijk ooit begon, als nagemaakte Griekse laganon. Daarna de catillus ornatus, gemaakt: een laganum in repen. De oude Grieken bakten repen laganon ook al in olijfolie. De afwijkende naam van de oud Romeinen kan duiden op andere ingrediënten voor catillus ornatus ten opzichte van die voor laganon.

Lees Meer Lees Meer

Surinaamse petjel pasteitjes

Surinaamse petjel pasteitjes

Voor mijn werk zit ik regelmatig op locatie. Zelden eet ik dan in het hotel of er moet echt geen andere mogelijkheid zijn. Hoteleten is in Nederland doorgaans niet aan mij besteed. Liever eet ik in een restaurant en dan bij voorkeur eentje uit de Aziatische hoek. Afgelopen week at ik Surinaamse broodjes en hapjes als lunch en at ik ’s avonds in respectievelijk een Indiaas, een Chinees-Indische (cultureel erfgoed!) en een Indonesisch restaurant. Een pindasaus zul je in het Indiase restaurant niet snel tegenkomen, maar bij de andere eetgelegenheden wel. Die bij het Chinees-Indische restaurant kun je beter mijden naar mijn bescheiden mening, want het feit dat dit bij alle restaurants hetzelfde smaakt zegt eigenlijk al genoeg. Voor de rest kunnen ze geweldig koken, maar pindasaus is niet bedacht door Chinezen, dat is wel duidelijk. In het Indonesische restaurant at ik grappig genoeg geen pindasaus, maar andere lekkere dingen zoals rendang en smoor terong, waarover een volgende keer meer. In de Surinaamse keuken is pindasaus een bekend gegeven, met dank aan de Javaanse contractarbeiders die eind twintigste eeuw naar Suriname trokken, niet geheel vrijwillig overigens. De Surinaamse pindasauzen smaken vaak net iets anders dan de oorspronkelijke Indonesische versies. Niet in de laatste plaats is dat te danken aan het gebruik van de Madame Jeanette, náást de rode peper.

Petjel is een van die gerechten die met de Javaanse arbeiders de oversteek naar Suriname hebben gemaakt. Petjel bestaat net zoals gado-gado uit verschillende groenten met pindasaus. Een belangrijk verschil wel dat bij petjel de saus wat pittiger is. Typisch voor petjel is ook het gebruik van kentjoer, een familielid van gember. Een unieke smaak die doet denken aan peper en gember. Er wordt van gezegd dat je het eigenlijk niet kan vervangen. Het maakt deze pindasaus ook net wat frisser.

Nu ben ik normaal gesproken niet zo van de zakjes, maar voor de de petjel maak ik een uitzondering. Ik heb namelijk nog geen fatsoenlijk recept kunnen vinden voor de juiste verhoudingen en eigen probeersels hebben nog niet tot het gewenste resultaat geleid. Bovendien kun je bij de meeste toko’s en vaak ook Turkse supermarktjes Surinaamse pindasaus voor petjel vinden, uit Suriname. Niet duur en heel lekker.

Pejtel kun je met verschillende groenten eten, ik doe het met kool, kousenband en een beetje taugé. Voor het deeg van de pasteitjes gebruik ik bladerdeeg of deeg voor hartige taart. Beide uit de vriezer, in pakjes van 10 vellen. Persoonlijk geef ik de voorkeur aan de deegvellen voor hartige taart, je krijgt er een lekkere harde pasteitjes van. Maar bladerdeeg kan dus ook.

Lees Meer Lees Meer

Pepperoni rolls: pittige broodjes uit Virginia

Pepperoni rolls: pittige broodjes uit Virginia

Pepperoni is niets anders dan het Amerikaanse antwoord op Italiaanse salami, waarschijnlijk geïntroduceerd door geëmigreerde Italianen. Pepperoni is een fijne gesneden en mild gerookte worst die wordt gemaakt van varkens- en rundvlees, paprika, chili peper en andere kruiderij. De fel rode kleur valt altijd op in een maaltijd.

Het Italiaanse woord peperoni betekent paprika, als in de klassieke bolle variant. Hoe pepperoni aan zijn extra p is gekomen is onbekend, maar mogelijk is het net zo gegaan als met onze woorden enige en de daarvan afgeleide spreektaal enigste. Het is formeel niet juist, maar het praat inmiddels net even wat makkelijker. Pepperoni dus.

In de VS wordt pepperoni heel veel gebruikt op de pizza. Ook in Nederland is het gebruik van plakjes pepperoni op de pizza helemaal ingeburgerd. De invloed van de VS op onze eetpatronen is weer eens duidelijk aanwezig. In Virginia en buurgebieden wordt pepperoni ook in een broodje gestopt: pepperoni rolls. Niet de dunne plakjes van op de pizza, maar lange staafjes.

Men schat dat na 1860 ruim 9 miljoen Italianen naar andere landen trokken. In Virginia waren mijnen en werden spoorwegen aangelegd en dat trok mensen.

De eerste pepperoni roll zou zijn gemaakt in 1927 door Giuseppe Argiro, een Italiaanse immigrant. Naar verluidt zag hij mijnwerkers brood en pepperoni apart van elkaar mee de mijn in nemen. Hij bedacht het combineren van die 2 etenswaren tot 1 gevuld broodje. De door hem opgerichte bakkerij Country Club Bakery maakt de pepperoni rolls tot op de dag van vandaag en verstuurt ze na bestelling naar alle staten van de VS.

Op deze eenvoudige hap is ook heel West-Virginia trots. Er bestaat zelfs een 224 pagina’s tellend boekwerk over dit broodje: The West Virginia Pepperoni Roll, van Candace Nelson, voor het eerst verschenen in 2017.

Een pepperoni roll bestaat uit een zacht broodje, gemaakt van gegist deeg, en 3 staafjes pepperoni. Tijdens het bakken smelten de vetten uit de pepperoni en die trekken het brood in. Dat is dan een karakteristiek van het broodje.

Niet besteld bij Country Club Bakery maar zelfgemaakt als lunchgerecht: pepperoni rolls.

Lees Meer Lees Meer