Knoflookstengels met garnalen
Met garnalen is iets geks aan de hand. En dan heb ik het niet over de Noordzeegarnaal, ook wel Hollandse garnaal genoemd, of de Noor(d)se garnaal, beide soorten die leven in koud water. Nee, ik bedoel al die grote dikke garnalen uit de vriezer van de supermarkt. Waarvan sommigen gebakken ineens veel minder groot zijn overigens. Er lijken heel veel soorten te zijn, maar in feite is het aantal soorten dat hier verkocht wordt heel beperkt.
In Nederland noemen we alles gemakshalve maar garnaal, maar in het Engels wordt er een onderscheid gemaakt tussen de prawn (Caridea), een zoetwatergarnaal, en de shrimp (Penaeoidea), een zoutwatergarnaal. Als het gaat om warmwatergarnalen, laten we ze tropische garnalen noemen, is er een onderscheid tussen de tijgergarnaal (Penaeus monodon) en de witpootgarnaal (Litopenaeus vannamei). En dat zijn eigenlijk de twee garnalensoorten die in de winkels liggen.
De tijgergarnaal dankt zijn naam aan de donkere strepen op zijn rug en is doorgaans groter dan de witpootgarnaal. Tijgergarnalen zijn duurder dan witpootgarnalen en dat heeft alles te maken met de extensieve kweekwijze met veel ruimte per garnaal. Beide garnalen kunnen weliswaar in het wild gevangen worden, maar doorgaans worden ze gekweekt. In Zuid-Amerika, maar vooral in Zuidoost-Azië.
Dus als je wokgarnalen of reuzegarnalen in de supermarkt ziet liggen, dan is het dus een tijgergarnaal of een witpootgarnaal. Nu is het vervelende dat garnalen in de supermarkt heel duur zijn. Ze zijn sowieso al niet goedkoop, maar voor garnalen loont het om ze te kopen bij de groothandel. Maar als je daar vervolgens op de diepvriesafdeling staat, heb je plots enorm veel keus. Veel meer dan dat ene zakje wokgarnalen bij de supermarkt.
De keuze begint met het formaat. Garnalen worden voor het grootste deel verkocht op maatsortering, bijvoorbeeld 26/30 of 31/40. Dat wil niet anders zeggen dat er 26 tot 30 garnalen gaan in een Engelse pond of 31 tot 40. Garnalen met een sortering 26/30 zijn dus groter dan die met een sortering 31/40. En hoe groter de garnaal, hoe duurder.
Maar dan ben je er nog niet. Je kunt vervolgens kiezen tussen allerlei bewerkingen, zoals bijvoorbeeld HOSO (head on, shell on), HLSO (headless, shell on) of body peel (met kop en staart, maar gepeld en ontdarmd). Wat je koopt is helemaal afhankelijk wat je er mee wilt doen. Zo wil je voor garnalen op de barbecue waarschijnlijk wel ongepelde garnalen, maar voor gepaneerde garnalen juist weer niet.
Vaak zijn de garnalen bovendien geglaceerd en dus individueel van elkaar bevroren. Dat betekent dat een deel van het gewicht uit water bestaat. Als het goed is, staat het nettogewicht op de verpakking, want dat is verplicht.
“En gamba’s dan? Die bestel ik altijd in het restaurant!” Gamba’s zijn doorgaans gewoon witpootgarnalen. De naam gamba komt uit het Spaans en betekent niets anders dan ‘garnaal’, maar het klinkt voor mensen waarschijnlijk alsof het om grote garnalen gaat en wordt het voor de marketing gebruikt. Een slimme verkooptruc dus.
Diepvriesgarnalen hebben een groot voordeel. Je gebruikt wat je nodig hebt en ze zijn zo klaar. Perfect voor een snelle maaltijd. En voor wie op de calorieën let, garnalen bevatten weinig vetten en geen koolhydraten.
De combinatie van garnalen met knoflook doet het altijd goed. Maar je hebt knoflook en je hebt knoflookstengels… Knoflookstengels kun je gek genoeg alleen bij de toko krijgen. De supermarkt is wat betreft groentesoorten nooit een echte markt geweest, de keuze aan groenten is daar beperkt en vooral heel standaard. Het heeft jaren geduurd voordat er überhaupt zoete aardappel te vinden was, terwijl je rettich er nog steeds nauwelijks kunt vinden. En vergelijk paksoi uit de supermarkt maar eens met de verschillende varianten die je bij de toko kunt krijgen, zoals shanghai paksoi. Ja, twee ielige kleine stronkjes in een folie misschien en je betaalt ook nog eens de hoofdprijs. Geen vergelijk met de volle stronken die je in een toko koopt, voor weinig. Voor een bloemkool moet je daarentegen niet in de toko zijn, maar wel voor tal van groenten zoals de vleugelkomkommer, okra en ook knoflookstengels.
Aan die stengels is op zich weinig exotisch, want het zijn de lange stengels van de knoflookplant die enkele weken voor het oogsten van de bollen worden afgesneden, zodat alle energie in de bollen gaat zitten. En die stengels kun je gewoon eten. Fijngesneden in een salade of roergebakken met rijst of noedels. Ze smaken milder dan de tenen, maar hebben een duidelijke knoflooksmaak. Snel te bereiden en daarom ideaal in combinatie met garnalen.