Archief van
Categorie: Snelle maaltijd

Knoflookstengels met garnalen

Knoflookstengels met garnalen

Met garnalen is iets geks aan de hand. En dan heb ik het niet over de Noordzeegarnaal, ook wel Hollandse garnaal genoemd, of de Noor(d)se garnaal, beide soorten die leven in koud water. Nee, ik bedoel al die grote dikke garnalen uit de vriezer van de supermarkt. Waarvan sommigen gebakken ineens veel minder groot zijn overigens. Er lijken heel veel soorten te zijn, maar in feite is het aantal soorten dat hier verkocht wordt heel beperkt.

In Nederland noemen we alles gemakshalve maar garnaal, maar in het Engels wordt er een onderscheid gemaakt tussen de prawn (Caridea), een zoetwatergarnaal, en de shrimp (Penaeoidea), een zoutwatergarnaal. Als het gaat om warmwatergarnalen, laten we ze tropische garnalen noemen, is er een onderscheid tussen de tijgergarnaal (Penaeus monodon) en de witpootgarnaal (Litopenaeus vannamei). En dat zijn eigenlijk de twee garnalensoorten die in de winkels liggen.

De tijgergarnaal dankt zijn naam aan de donkere strepen op zijn rug en is doorgaans groter dan de witpootgarnaal. Tijgergarnalen zijn duurder dan witpootgarnalen en dat heeft alles te maken met de extensieve kweekwijze met veel ruimte per garnaal. Beide garnalen kunnen weliswaar in het wild gevangen worden, maar doorgaans worden ze gekweekt. In Zuid-Amerika, maar vooral in Zuidoost-Azië.

Dus als je wokgarnalen of reuzegarnalen in de supermarkt ziet liggen, dan is het dus een tijgergarnaal of een witpootgarnaal. Nu is het vervelende dat garnalen in de supermarkt heel duur zijn. Ze zijn sowieso al niet goedkoop, maar voor garnalen loont het om ze te kopen bij de groothandel. Maar als je daar vervolgens op de diepvriesafdeling staat, heb je plots enorm veel keus. Veel meer dan dat ene zakje wokgarnalen bij de supermarkt.

De keuze begint met het formaat. Garnalen worden voor het grootste deel verkocht op maatsortering, bijvoorbeeld 26/30 of 31/40. Dat wil niet anders zeggen dat er 26 tot 30 garnalen gaan in een Engelse pond of 31 tot 40. Garnalen met een sortering 26/30 zijn dus groter dan die met een sortering 31/40. En hoe groter de garnaal, hoe duurder.

Maar dan ben je er nog niet. Je kunt vervolgens kiezen tussen allerlei bewerkingen, zoals bijvoorbeeld HOSO (head on, shell on), HLSO (headless, shell on) of body peel (met kop en staart, maar gepeld en ontdarmd). Wat je koopt is helemaal afhankelijk wat je er mee wilt doen. Zo wil je voor garnalen op de barbecue waarschijnlijk wel ongepelde garnalen, maar voor gepaneerde garnalen juist weer niet.

Vaak zijn de garnalen bovendien geglaceerd en dus individueel van elkaar bevroren. Dat betekent dat een deel van het gewicht uit water bestaat. Als het goed is, staat het nettogewicht op de verpakking, want dat is verplicht.

“En gamba’s dan? Die bestel ik altijd in het restaurant!” Gamba’s zijn doorgaans gewoon witpootgarnalen. De naam gamba komt uit het Spaans en betekent niets anders dan ‘garnaal’, maar het klinkt voor mensen waarschijnlijk alsof het om grote garnalen gaat en wordt het voor de marketing gebruikt. Een slimme verkooptruc dus.

Diepvriesgarnalen hebben een groot voordeel. Je gebruikt wat je nodig hebt en ze zijn zo klaar. Perfect voor een snelle maaltijd. En voor wie op de calorieën let, garnalen bevatten weinig vetten en geen koolhydraten.

De combinatie van garnalen met knoflook doet het altijd goed. Maar je hebt knoflook en je hebt knoflookstengels… Knoflookstengels kun je gek genoeg alleen bij de toko krijgen. De supermarkt is wat betreft groentesoorten nooit een echte markt geweest, de keuze aan groenten is daar beperkt en vooral heel standaard. Het heeft jaren geduurd voordat er überhaupt zoete aardappel te vinden was, terwijl je rettich er nog steeds nauwelijks kunt vinden. En vergelijk paksoi uit de supermarkt maar eens met de verschillende varianten die je bij de toko kunt krijgen, zoals shanghai paksoi. Ja, twee ielige kleine stronkjes in een folie misschien en je betaalt ook nog eens de hoofdprijs. Geen vergelijk met de volle stronken die je in een toko koopt, voor weinig. Voor een bloemkool moet je daarentegen niet in de toko zijn, maar wel voor tal van groenten zoals de vleugelkomkommer, okra en ook knoflookstengels.

Aan die stengels is op zich weinig exotisch, want het zijn de lange stengels van de knoflookplant die enkele weken voor het oogsten van de bollen worden afgesneden, zodat alle energie in de bollen gaat zitten. En die stengels kun je gewoon eten. Fijngesneden in een salade of roergebakken met rijst of noedels. Ze smaken milder dan de tenen, maar hebben een duidelijke knoflooksmaak. Snel te bereiden en daarom ideaal in combinatie met garnalen.

Lees Meer Lees Meer

Snelle maaltijd: Koreaanse pannenkoek met lenteui

Snelle maaltijd: Koreaanse pannenkoek met lenteui

Het is weer die tijd van het jaar: het begint warm te worden in huis en dus ook in de keuken. Ik laat het wel uit mijn hoofd om dan de oven te gebruiken. Wat binnenkort wel weer voor de nodige uitdagingen gaat zorgen als mijn kooktweedaagse begint voor het jaarlijkse pingpongtoernooi. 25 eters dit jaar. Dat worden weer hoofdbrekens over de planning, de bereiding en hoe alles op locatie weer tijdig warm te krijgen zonder fornuis. Maar dat zijn zorgen voor morgen.

Elders in het land werd de warmte ook gevoeld en onthaald met de eigen versie van de huzarensalade met fruit. Hoe verleidelijk het dan is om mijn eigen variant te maken, liet ik dat dit keer lopen. Misschien later in de week. Soep is hier altijd wel een dankbare maaltijd bij warm weer. Vooral Chinese heet-zure soep, één van mijn favorieten. Goed voor het luie zweet…

Maar na een paar dagen soep, afgewisseld met een broodje bakkeljauw, een Philly cheese steak en komkommersalade was het toch weer tijd voor wat anders. De meeste mensen denken bij pannenkoeken vaak aan spek en/of kaas en lange bakpartijen achter een heet fornuis. Ik ook. Maar de Koreaans keuken biedt een aantal heel smakelijke alternatieven, zoals hobak bumchimgae, een courgettepannenkoek met een verslavende dip, de jhaemul pajeon, een verrassende pannenkoek met inktvis en garnalen, en ook de gewone pajeon, met lenteui en natuurlijk een dip. Eenvoud in alle grootsheid.

Lenteui heb ik eigenlijk altijd wel in huis, lekker in soep, rijst- en noedelgerechten. Komt altijd op. De frisse scherpte van de lenteui pimpt menig maaltijd op. Ik kan het iedereen aanbevelen. Maar dus ook een eenvoudige Koreaanse pannenkoek.

Het verschil overigens met een Chinees pannenkoekje met lenteui is dat die gemaakt wordt met deeg, terwijl de Koreaanse pajeon wordt gemaakt met beslag, zoals onze pannenkoeken. Dat maakt de pajeon ook wat luchtiger.

Lees Meer Lees Meer

Snelle maaltijd: udon met sojabonen en furikake

Snelle maaltijd: udon met sojabonen en furikake

Furikake is al een tijdje hip and happening. En dat is niet zo gek, het smaakt lekker en het ziet er vrolijk uit. Het is een Japans strooisel dat een vlakke rijstmaaltijd om kan toveren in een klein feestje. Net zoals crispy chili olie dat ook kan doen. Beide zijn verslavend lekker. Niet in de laatste plaats door de toevoeging van MSG, de smaakversterker uit de Aziatische keuken die zorgt voor een sterke umami-smaak. Maar ook als je furikake zelf maakt zonder MSG smaakt het nog steeds geweldig.

Strooisels bestaan al eeuwen in de Japanse keuken, maar furikake als zodanig is in de jaren vijftig van de vorige eeuw ontstaan met de oprichting van de Nationale Furikake Vereniging in 1959. Volgens de definitie van de vereniging zijn veel strooisels furikake, namelijk een gekruid en gedroogd mengsel van een of meer zeeproducten, landbouwproducten en veeteeltproducten, en gemengd met zeewier, sesamzaadjes, kruiden en specerijen. De naam furikake betekent simpelweg ‘strooien’.

De definitie laat veel ruimte voor verschillende mengsels. Een basis versie heet nori komi furikake en bestaat uit geroosterde sesamzaadjes, zeewier, zout en suiker. En vaak dus nog ook een smaakversterker. Populair is vooral de furikake met wasabi als toevoeging. Persoonlijk vind ik furikake met bonitovlokken erg lekker. Het zijn de schaafsels van een gedroogde, gefermenteerde en gerookte tonijnsoort, namelijk de gestreepte tonijn. Gedroogd heet het katsuobushi en geeft het een lekkere ziltige umami-smaak

Lees Meer Lees Meer

Gevulde tortilla-wrap: 1x snijden en 3x vouwen

Gevulde tortilla-wrap: 1x snijden en 3x vouwen

Maistortillas. Zelf maken is lastig. Tijd voor een quote van de medeblogger:

“Het probleem bij mijn eigen maisprobeersels zat vooral in de stevigheid van de tortilla’s, wat natuurlijk essentieel is wil je het eten bij elkaar houden. Ik heb dus gekozen voor de meest praktische oplossing: ik koop mijn maistortilla’s.”

Mais heeft geen gluten, daardoor is een soepel deeg kneden een probleem.

Onze Mexicaanse vrienden vonden de maistortilla’s die je hier kon kopen niet zo lekker en liet ze telkens meekomen met bezoek uit Mexico. En die waren inderdaad vele malen lekkerder! Een andere vriend kocht een mooie maar ook dure tortillapers, die na een paar pogingen om zelf maistortilla’s te maken in een hoekje van een kast is beland. Kortom. Ik koop mijn maistortilla’s ook, en inmiddels ook de gewone tortilla’s, van hetzelfde Mexicaanse merk.

En soms eten we ze samen op met vrienden. Lekker met je handen eten. Toen we een vriendin haar wrap op een aparte manier zagen vouwen, vertelde ze dat het een trend was op TikTok een paar jaar geleden. TikTok zijn we eerder tegengekomen, in het recept voor cloud bread. We kijken zelf nog steeds niet naar dat social media kanaal. Die aparte manier van vouwen is mogelijk al veel ouder, maar dat hebben we niet onderzocht.

Als wij wraps eten, dan staan alle klaargemaakte ingrediënten in aparte kommetjes of borden op de tafel. Zodat iedereen zelf een wrap kan samenstellen. En bij ons komen de tortilla’s al warm op tafel. Klaar om gevuld en gevouwen te worden. Je kan het op de burrito manier doen, je kan ze als envelopjes oprollen en vouwen, of je doet gewoon je eigen free format.

Die losse ingrediënten op tafel komt hier goed uit, want de 1 x snijden, 3 x vouwen methode die (weer?) populair is gemaakt door TikTok levert per wrap de mogelijkheid om minstens 4 verschillende ingrediënten te gebruiken. 1 ingrediënt voor elk kwadrant van de tortilla. We doen er hier toch nog iets meer per kwadrant in.

En toch is er iets raars aan de hand met die TikTok Tortilla Fold methode, zoals blijkt ook uit al die beschikbare youtube video’s, met mondelinge uitleg. We nummeren de 4 kwadraten met de klok mee, en beginnen linksonder met nummer 1.

Het gaat dan om de 1e vouw, van het 1e kwadrant naar het 2e kwadrant. Hier van linksonder naar linksboven. Beide kwadranten worden belegd en dan wordt kwadrant 1, met vastpakken van die ingrediënten op dat 1e kwadrant, anders vallen ze eraf, over kwadrant 2 gevouwen. Waarna de ingrediënten op elkaar komen te liggen, zonder dat er een tortilla-laag tussen zit.

Waarom dan niet meteen het beleg van kwadrant 1 op die van kwadrant 2 leggen? Veel makkelijker en je hoeft met je handen ook niet dat beleg van het eerste kwadrant tijdens het omvouwen tegen te houden zodat ze niet vallen. TikTok gaat blijkbaar niet over efficiëntie. Wij doen het dus iets anders dan op TikTok werd en wordt uitgelegd. Met hetzelfde resultaat!

En toen dachten wij, wat als je dat nu terecht vrijgekomen 1e kwadrant met chipotle sauce bedekt? Die blijft plakken aan de tortilla en je kunt kwadrant 1 op kwadrant 2 vouwen zonder dat je handen vies worden. Zo bedacht, zo gedaan.

Lees Meer Lees Meer

Tempeh ketjap, orzo, tuinerwten en tomatensaus

Tempeh ketjap, orzo, tuinerwten en tomatensaus

Nog eens het bewijs dat ook wij tempeh eten. Af en toe slechts, dat wel.

Ooit een keer tofu uitgeprobeerd. In een alternatieve keuken, tijdens de studententijd. En na die ene keer meteen weer links laten liggen. Want tofu, weliswaar gemaakt op eenzelfde manier als je kaas maakt, maar dan van gestremde sojamelk, dat moet je altijd nog lekker maken. Tofu heeft een neutrale smaak zeggen we dan. Wij zijn duidelijk niet van de tofu.

Maar gefermenteerde dingen zijn wel hartstikke interessant. Entree tempeh, wel vele jaren later. Tempeh wordt gemaakt van gefermenteerde sojabonen. En gefermenteerde producten, zoals yoghurt, kaas, bier, whisky, … , die zijn vaak heel lekker. In dat rijtje, daar kan wat ons betreft tempeh gewoon bij staan.

We maken tempeh niet zelf. Je moet de goede schimmels hebben en het fermentatieproces moet je onder controle houden. We hebben andere hobby’s. Tempeh kopen we voorgegaard, soms met de ketjap er al in; gemak dient soms de mens. Ketjap, ook al gemaakt van gefermenteerde sojabonen, met nog wat extra ingrediënten. Tempeh heeft van zichzelf een beetje een bite en smaakt vaak licht zurig. Koop je tempeh met de ketjap er al in dan krijg je er gewoon nog een smaak bij.

Deze maaltijd is gemaakt met boter en kaas. Laat je die weg, dan eet je ineens vegan. Naar verluidt sowieso een belangrijke reden dat tofu en tempeh gegeten worden. Wij kochten tot voor kort tempeh die werd geadverteerd als een vegan product. Nu wordt het bij AH verkocht onder de merknaam Terra. Terra betekent simpelweg een stuk land. En het is de naam van onze planeet in de science-fiction wereld.

AH heeft de naam vast gekozen om te suggereren dat hun plantaardige producten goed zijn voor onze wereld. Nou moet je daar wel een beetje genuanceerd over denken. Nog meer palmolie plantages bijvoorbeeld, lijkt mij niet zo wenselijk. En de tempeh zit nog steeds verpakt in stevig plastic. Ook niet de beste oplossing. Het is weer eens marketing tijd!

Kies je voor ketjap, dan moet je er de rest van de ingrediënten met enige aandacht bij zoeken. Hier gekozen voor orzo pasta, een milde basilicum-tomatensaus en de oude vertrouwde tuinerwten. Klaar in minder dan 20 minuten.

Als extraatje versgeraspte Queso Ibérico op tafel gezet. Want ketjap en Queso Ibérico kunnen heel goed in 1 maaltijd, zolang je ze maar niet mengt.

Queso Ibérico betekent letterlijk Iberische kaas. Iberië is de kortere naam voor het Iberisch Schiereiland, dat bestaat uit de continentale delen van Spanje en Portugal, en Gibraltar. Je zou denken dat Queso Ibérico op het hele schiereiland wordt gemaakt, maar nee. Het is een Spaanse kaas, naar verluidt 1 van de meest gegeten kazen in Spanje.

Wel een interessante kaas. Het is namelijk een mengkaas. Iberico is een harde kaas en wordt gemaakt van koeienmelk, geitenmelk en schapenmelk. Er zijn wettelijke eisen. Minstens 15% schapenmelk, minstens 15% geitenmelk en maximaal 50% rundermelk. De verhoudingen verschillen per producent. En daardoor ook de smaak. Verschillende versies proberen, altijd leuk. Die met een hoog gehalte schapenmelk, 40% is geen uitzondering, hebben in de verte wel wat weg van Manchego. Queso Ibérico, een complex kaasje.

Eén van de meest geconsumeerde kazen in Spanje. In onze supers meestal aangeduid als fris en mild-pittig. Dat pittige valt enorm mee. De al dan niet gevulde balkjes of rondjes op verpakkingen van kaas om de mate van pittigheid aan te duiden is notoir onbetrouwbaar. Vertrouw liever op je kaasboer! Die weet wel dat de kaas tinten van boter, noten en fruit heeft.

Lees Meer Lees Meer

Noedels met kornet bief en shiitakes

Noedels met kornet bief en shiitakes

Corned beef (twee lettergrepen) en kor-net bief (drie lettergrepen). Wat blijkt? Beiden zijn goedgekeurde schrijfwijzen. Het mag duidelijk zijn dat de tweede de vernederlandste variant is van het Engelstalige origineel. Overigens zeg ik altijd ‘kornet bief’, gewoon lezen wat er staat toch?

Corned beef, ook wel Bully beef geheten, was met hardtack biscuits het belangrijkste rantsoen van het Britse leger van de Boerenoorlog tot de Tweede Wereldoorlog. ‘Bully beef’ verwijst mogelijk naar de stierenkop op de bekende blikken Hereford, maar de term werd al in de negentiende eeuw gebruikt door Britse troepen als het ging om ingeblikt rundvlees.

Corned beef is inderdaad rundvlees, fijngehakt en gekruid, en de blikken hebben een typische, ietwat taps toelopende vorm. Ik kan mij van vroeger herinneren dat er wel eens een blik in de kast stond, met zo’n sleuteltje op bovenkant, maar ik kan mij niet herinneren hoe het werd gebruikt, waarschijnlijk op brood. Wel herinner ik mij de structuur en de zoutige smaak van het vlees. Ik was er vroeger niet kapot van en dat was voornamelijk een structuur-dingetje.

Het is duidelijk dat corned beef vooral bedoeld was om vlees lang houdbaar te houden. Het is met name in de Commonwealth landen een veel gebruikt ingrediënt. Ook in de tropische delen van het Britse Rijk werd en wordt corned beef veelvuldig toegepast. En de Chinezen zouden geen Chinezen zijn als ze het niet integreerden in hun keuken. Dat kan ook prima voor een snelle, haast typisch Chinese maaltijd.

Lees Meer Lees Meer

Flammkuchenpizza

Flammkuchenpizza

Ooit maakte ik de eerste flammkuchen op Reutel, zelfs met zelfgemaakte deeg. Jawel. Wat bleekjes wellicht, maar een beetje trots was ik wel op mijn eigen baksel. Sindsdien is het vooral de medeblogger die zich te buiten gaat aan flammkuchen. Deeg maken en dus ook kneden is meer zijn ding. Slechts af en toe waag ik mij daar aan. Over het algemeen ben ik qua deeg wel van het gemak. Ook omdat ik niet zo van het plannen ben en dat moet je toch wel een beetje doen als deeg moet rijzen. Ik ga echter graag aan het eind van de middag boodschappen doen om uiteindelijk iets heel anders te maken dan ik ’s ochtends of een dag eerder bedacht heb.

En zo kwam ik thuis met deeg voor flammkuchen. Zeg maar het Duitse broertje van de pizza. De medeblogger schreef al eerder over het ietwat onduidelijke ontstaan van de flammkuchen.

Het verschil tussen pizza en flammkuchen is dat de een doorgaans een tomatensaus als basis heeft en de flammkuchen zure room.

Met een lekkere flammkuchen is helemaal niks mis. Op Reutel staan een paar recepten en ik weet zeker dat er in de toekomst nog wel een paar bij komen. Zelf vind ik flammkuchen met gerookte zalm of serranoham met rucola erg lekker. Niet te overdadig belegd. Je kunt natuurlijk ook heel iets anders doen. Ik deed dat ook, vooral omdat ik wel het flammkuchendeeg had gekocht, maar niet de zure room. Foutje, kan gebeuren. Dus werd het een greep in de koelkast.

Wie een beetje kookt, heeft al snel restjes in zijn koelkast. Zo had ik een halve bol buffelmozzarella als restant van een salade, chipollataworstjes voor kinderbezoek dat niet doorging en een open pakje passata. Tja, het idee is dan snel bedacht: flammkuchenpizza. Flammkuchendeeg is volgens mij vergelijkbaar met pizzadeeg op rol. Beiden rijzen niet en krijgen een beetje knapperige korst.

Lees Meer Lees Meer

Als Chinezen een plaattaart zouden maken …

Als Chinezen een plaattaart zouden maken …

Ken je dat? Het is in de aanbieding en vervolgens ligt het een tijd in je koelkast omdat je niet weet wat je er mee gaat doen. Een rol verse bladerdeeg in dit geval. Iets wat ik eigenlijk zelden in huis haal. Duizenden recepten op het internet als oplossing, maar daar had ik nou net allemaal geen zin in.

Ik heb dat wel vaker met reclames. Iets kopen wat ik weinig gebruik, of soms zelfs  nooit eerder heb gebruikt, maar waar ik uiteindelijk toch iets mee moet doen. Of iets wat ik gewoon niet ken, vooral in toko’s. Iets kopen wat je niet kent, is over het algemeen best veilig. Zeker als je je boodschappen in een supermarkt koopt. Echt rare dingen verkopen ze daar niet. In toko’s daarentegen … Dat ben ik door schade en schande wat voorzichtiger geworden, zeker als de bediening geen Nederlands of Engels spreekt. Of erger, ook niet weet wat het precies is.

Zou ik iets zoets maken, met appel? Nah. Iets met groente? Ui? Tomatensaus? Gorgonzola? Een soort bladerdeegpizza. Ook geen idee waar ik echt warm van werd. Misschien een andere keer. Er lag gehakt in de koelkast. Eigenlijk bedoeld voor de tteokbokki. Mijn keuken is ingericht op Chinees, Indisch en Indiaas eten. Daar moet ik toch wat mee kunnen zonder dat ik uren loop te piekeren wat ik ga doen.

Freestyle dus. Gehakt met een aantal typisch Chinese ingrediënten als vijfkruidenpoeder, sojasaus, knoflook, lenteui en een lepeltje hoisinsaus. Puristen zullen wellicht flink fronsen over de combinatie met bladerdeeg. Toch zijn Chinezen niet onbekend met deeg. Bladerdeeg zoals wij kennen ze volgens mij niet, maar wel varianten. Het gebruik van reuzel helpt daarbij dacht ik, maar daar moet ik nog eens induiken.

Het resultaat mocht er wezen. De taart, laten we het voorlopig zo noemen, ging er bij ieder snel in. Verrast door de zoete smaak van de hoisinsaus en de specerijen. In combinatie met het knapperige bladerdeeg bleek het een verrassende snack.

Of ik de volgende keer weer een rol bladerdeeg wilde halen als ik boodschappen deed.

Lees Meer Lees Meer

Lo Mein – Noedels waar je alle kanten mee op kunt

Lo Mein – Noedels waar je alle kanten mee op kunt

Het verschil tussen Lo Mein en Chow Mein is niet altijd even duidelijk. Mij in ieder geval niet, maar voor het internet ook niet. Voor beide gerechten worden tarwenoedels gebruikt. Soms vers, soms gedroogd. Maar soms ook eiernoedels, die voor de duidelijkheid van tarwe zijn gemaakt. Voor beide gerechten worden dezelfde ingrediënten gebruikt. Van groenten tot eiwitten tot de saus. Het verschil is vooral zijn dat de Chow Mein ‘crispy’ gebakken hoort te worden en de Lo Mein niet. Maar dat blijkt volgens het internet lang niet altijd het geval. Op zich zou mij dat niet mogen verbazen. Hoeveel Chinese recepten je tegenkomt die beginnen olijfolie als ingrediënt … Verder lezen heeft dan niet zoveel zin. Totdat bevestigd wordt dat Marco Polo voor nazaten heeft gezorgd tijdens zijn reis en er al eeuwenlang een Italiaanse enclave is diep in de Chinese binnenlanden.

Dat verschil in hoe de noedels bereid worden is wel typisch voor de Chinese keuken, waarin veel subtiele verschillen zitten in de bereidingswijzen. Zoals textuur een belangrijk element is veel ingrediënten, of de wisseling in textuur. Die subtiliteit gaat veelal verloren in de westerse keukens en al helemaal op het internet. Echt wokken doe je op hoog vuur, iets wat onze fornuizen niet aankunnen, en … met een wok. Maar ja, in mijn keuken past geen grote gasbrander, al wil ik elke keer bij de groothandel graag verlekkerd staan kijken bij zo’n brander. Helaas dus, het is behelpen. Ik doe dat met mijn wok met platte bodem. Voor puristen is dat vloeken in de kerk, maar met twee kleine versie kan ik twee gerechten tegelijk bereiden. Net echt.

In mijn eigen versie van Chow Mein zijn vooral de noedels de ster, met een minimale hoeveelheid groenten en eiwitten. Een beetje als de bami van de lokale Chinees. Groente en vlees zijn dan de bijgerechten. Maar echt crispy is mijn Chow Mein niet te noemen. Hooguit als ik restjes heb en de volgende dag opbak. In de koekenpan notabene!

Mijn versie van Lo Mein zit daarentegen vol met verschillende groenten, zonder te overheersen, en garnalen. Je kunt natuurlijk ook kip, varkensvlees of rundvlees gebruiken, maar noedels en garnalen zijn voor mij een winnende combinatie. Mijn Chow Mein maak ik met brede noedels en de Lo Mein met ronde noedels, niet te dun.

Hoe dan ook, uiteindelijk gaat het er vooral om wat lekker is. Of het een echte Lo Mein weet ik zelfs niet. Wel dat het hier in huis enthousiast ontvangen wordt. En de kok krijgt graag complimentjes, dus we houden deze er gewoon in.

Lees Meer Lees Meer

Gevulde bara met masala kip

Gevulde bara met masala kip

Het is al jaren het gebruik dat wanneer er gelegenheid is te lunchen in een Surinaamse eethuisje die kans met beide handen wordt aangegrepen. Nu is dat in de Randstad goed te doen overigens, maar daarbuiten is het soms even zoeken en goed plannen.

Meestal bestaat de lunch dan uit 1 of 2 broodjes. Op een koude dag soms een pasteitje of een saté. Een beetje afhankelijk van het menu uiteraard. Een enkele keer kies ik een bara. Bara’s worden wel eens met donuts vergeleken, maar die vergelijking slaat eigenlijk nergens op. Beiden worden in olie gebakken, maar daar houdt de vergelijking eigenlijk wel mee op. Of het moet zijn voor het gat in het midden van de bara. Dat gat is uiteraard niet voor de sier, maar hierdoor gaart de bara gelijkmatig.

De bara is een Surinaamse versie van de Indiaanse vada, een snack op basis van peulvruchten met allerlei specerijen en vaak geserveerd met sambar. Ik at het in India als veilige lunch in verschillende eethuisjes langs de weg. En een enkele keer bij het ontbijt, al waren die vada’s wel veel kleiner dan de bara’s die wij uit Suriname kennen.

Bara’s worden gemaakt van mungbonen of mungbonenmeel, bloem, specerijen en bevatten meestal fijngesneden tayerblad of spinazie.

Door de toevoeging van baksoda worden de bara’s extra luchtig, terwijl ze wel een knapperige korst hebben. Een goede bara lijkt dan wel groot en stevig, maar is verrassend luchtig.

Een bara eet je warm, net zoals je een oliebol het beste warm eet. En de bara wordt meestal gegeten met een pittige chutney of een andere, doorgaans loeihete saus. Maar je kunt ze natuurlijk ook vullen. Bijvoorbeeld met kip masala met kousenband. Geen stukken kip, maar geplukte kip.

Het maken van bara’s bewaar ik voor een volgende keer. Ik kocht een paar verse bara’s. Je kunt ze gerust invriezen en later opwarmen. Doe dat alleen niet in een magnetron, dat gaat niet goedkomen. Doe dat in een oven of, wat mij voorkeur heeft, in een koekenpan zonder olie. Zie het recept hieronder.

Lees Meer Lees Meer