Archief van
Categorie: Soep

Gerookte paprikasoep

Gerookte paprikasoep

Als ik zwaar verkouden ben en keelpijn heb, krijg ik al snel de behoefte de strijd met de virussen aan te gaan met soep. Het verwarmende van soep heeft iets medicinaals. Werkt beter dan een hoestdrankje van de drogist. Met name het eten van kippensoep schijnt te helpen. Er zal een grond van waarheid in zitten. De hartige soep vult je zouten en vocht aan die je bliksemsnel verliest als je het flink te pakken hebt.

Maar geen kip in huis, dus geen kippensoep. Er liggen hier in de koelkast over het algemeen wel meerdere groenten. Chinese kool, witte kool of winterwortel, allemaal lang houdbaar en bij verschillende gelegenheden te gebruiken, telkens een deel. En meestal liggen er puntpaprika’s van de Turkse groenteboer voor de lekkere trek. Die liggen er vandaag ook in. Veel puntpaprika’s.

Soep maken, bijna niets is zo simpel.

Nog even over de paprika. Hoewel de naam uit Hongarije afkomstig is, komt de paprika daar (natuurlijk) oorspronkelijk niet vandaan. Zoals zoveel lekkere dingen komt deze uit Midden- en Zuid-Amerika. In het Engels heet onze paprika overigens bell pepper (VS), naar de vorm van de paprika, of sweet pepper (zo’n beetje de rest van de Engelstalige wereld), naar de smaak. Dat laatste natuurlijk in contrast met de meeste andere peppers, die pittig smaken. De puntpaprika heet dan weer pointed pepper en is doorgaans veel zoeter dan de sweet pepper, die eerder wat bitter is.

En de keel doet flink zeer, dus geen echte pepers vandaag. Een beetje witte peper hooguit, omdat ik het niet kan laten en misschien tegen beter weten in.

Lees Meer Lees Meer

Ossenstaartsoep

Ossenstaartsoep

Kerstseizoen. Er kunnen weer wintersoepen gemaakt worden! Ik kan mij van vroeger zeker vier soepen herinneren die we thuis met regelmaat aten: tomatensoep, kippensoep, groentesoep en erwtensoep. Waarbij het verschil tussen groentesoep en kippensoep volgens mij niet zo groot was. Beiden werden zelf gemaakt, met groenten. En met kip. De tomatensoep kwam uit een pakje, wat het succes overigens niet minder maakte. Vers was ook, en uiteraard alleen in de wintermaanden, de erwtensoep. Altijd een feest, niet in de laatste plaats door de rookworst. Grappig dat ik ooit in Suriname ook ertwensoep at. SU-style en het was 32 graden buiten. De soep smaakte heerlijk!

Onlangs herinnerde ik mij nog een tweetal andere soepen: koninginnesoep en ossenstaartsoep. We aten het niet vaak, maar ik weet wel dat ik beiden erg lekker vond. Volgens de medeblogger aten we ossenstaartsoep het meest, misschien omdat hij het zo lekker vond.

De koninginnesoep kwam waarschijnlijk uit een pakje, maar daar ga ik mij nog in verdiepen. Over de herkomst van de ossenstaartsoep was onlangs wat onduidelijkheid. Tot BroeR zich herinnerde dat hij het vet van de soep mocht scheppen. Er waren dus botten! We aten het alleen niet vaak. Misschien alleen als er in de familie een koe geslacht werd, dat zou kunnen.

Ongeveer gelijktijdig kreeg ik een flashback naar het kruidenrekje dat in de keuken hing. Zo’n kruidenrekje dat volgens mij in de jaren zeventig mode werd en in elke keuken hing, waarschijnlijk meestal ongebruikt. Zoals bij ons? Al weet ik dat BroeR in ieder geval de oregano en paprikapoeder gebruikte voor zijn gebakken ei met kaas. En de rest van het gezin niet veel later ook. Geen idee overigens wat er verder in de potjes zat. Het waren er ook maar zes. Ik herinner mij iets van naalden, dus dat zal wel rozemarijn zijn geweest. Maar de andere potjes? Waarschijnlijk peterselie en tijm. Maar dan mis ik er nog eentje. Ik weet ook nog wel dat af en toe zo’n dikke deksel van een potje draaide en dan voorzichtig aan het potje rook. Die nieuwsgierigheid naar smaken zat er blijkbaar onbewust toen al in.

Terug naar de ossenstaartsoep, over smaken gesproken. De stap van heldere bouillon naar gebonden soep is maar klein. Maar heb je liever een heldere bouillon, dan laat je de laatste stap achterwege. De bouillon maken is heel eenvoudig, maar trek er wel een dagje voor uit! Sommige mensen beschouwen een pan op het vuur laten staan als veel werk. Juist die mensen moeten dit recept lezen en het bouillonblokje in de kast laten liggen. Heus, je krijgt er geen spijt van.

Begin niet te laat, want het duurt al snel een uur of negen voordat je een mooi gebonden ossenstaartsoep hebt. Maar laat dat je dus vooral niet tegenhouden.

Lees Meer Lees Meer

Thaise tomatensoep met vegetarische balletjes

Thaise tomatensoep met vegetarische balletjes

Het was na een weekendje weg, met gevoelsmatig te weinig gezonde avondmaaltijden. Iedereen die dat wel eens heeft meegemaakt zal de sterke compensatiedrang bij thuiskomst wel herkennen.

Als ik iets hebt geleerd van weekendjes weg, is dat je bij thuiskomst maar beter een gevulde koelkast hebt. Zodat je de volgende dag niet eerst boodschappen hoeft te doen om te kunnen ontbijten, lunchen of zelfs avondeten. Ook met groenten is dat heel makkelijk te realiseren. Er zijn namelijk genoeg groenten die langer dan een dag of twee houdbaar zijn in of buiten je koelkast. Neem alleen al uien, kool en winterpeen. En prei! Niet door iedereen in de familie gewaardeerd, maar in reepjes gesneden lekker door de gebakken rijst of in een soepje.

Heel erg Thais is deze soep niet, behalve de Thaise currypasta, maar het beestje moet een naam hebben toch? Had ik rijstmie gebruikt, dan zou het al meer Thais zijn. Maar ik maakte zo’n 4 liter soep, voor meerdere dagen (ja, zo’n weekend was het). Mijn ervaring is dat rijstmie na een paar dagen in een soep niet heel blijft. Dus koos ik een tarwemie. Beetje dikke mie, anders lijkt het net vermicelli. Maar als je dat liever hebt, kan dat natuurlijk ook.

En voor een beetje bite voegde ik vegetarische balletjes toe, gemaakt van sojabonen. Te koop bij de meeste supermarkten voor weinig. Ze smaken goed en hebben zo’n structuur dat je er menig vleeseter mee voor de gek zou kunnen houden. Niet dat ik zeg dat je dit moet doen…, maar de eerste kieskeurige kleuters heb ik al te pakken gehad.

Al met al een lekkere, goedgevulde en gezonde maaltijdsoep. Thaise tomatensoep. Ik maakte het, dus het bestaat!

Lees Meer Lees Meer

Rode curry-soep met rijst en taugé

Rode curry-soep met rijst en taugé

Restjesdag. Een blik in de koelkast leert al snel dat er veel kleine beetjes zijn: wortel, tomaat, bouillon, taugé en rijst. En een verse kipfilet. Restjes lenen zich over het algemeen goed voor gebakken rijst of een soepje. In een tijd waarin veel thuis wordt gewerkt, vieren hier de toch al populaire soepjes hoogtij, niet in de laatste plaats omdat ze over het algemeen minder zwaar zijn en vaak uitpuilen van de groente. Meestal, niet altijd.

Thaise rode currypasta wordt vooral gebruikt om een curry van te maken, maar ook soep. De rode kleur komt uiteraard van pepers, gedroogde in dit geval. En flink veel. En andere typische ingrediënten zijn laos, limoengras, koriander, komijn, garnalenpasta en knoflook. Je kunt natuurlijk ook de currypasta zelf maken en in porties invriezen in de ijsblokjeshouder. Wellicht doe ik daar in de toekomst nog eens een poging toe, het is namelijk makkelijk te bewaren in de ijsblokjeshouder in de vriezer. Daar istie dus voor…

Voor nu dus currypasta uit een potje. Eventueel kun je nog wat smaakmakers toevoegen om het geheel op smaak te brengen, zoals fijngesneden kaffir limoen blaadjes en vers limoensap.

Lees Meer Lees Meer

Saoto, Javaanse kippensoep uit Suriname

Saoto, Javaanse kippensoep uit Suriname

Soepie? Eentje die niet snel verveelt, de Surinaamse saoto. Veelzijdig en vullend.

Met de komst eind negentiende eeuw in Suriname van Javaanse arbeiders werd ook de Indonesische keuken geïntroduceerd. Veel van de gerechten kregen door de jaren heen een Surinaamse draai. Zo werd Soto dus Saoto, Javaanse kippensoep, maar dan Surinaams.

De beide soepen verschillen enigszins van elkaar, genoeg eigenlijk om toch een heel andere soep te krijgen. Zo ontbreken in de Surinaamse versie de kemirinoten en de kurkuma. En in plaats van rijstmie wordt rijst gebruikt. De rijstmie is niet helemaal verdwenen trouwens, maar wordt gefrituurd en samen met gebakken uitjes en aardappelsticks over de soep gestrooid. En als sambal Surinaamse Javaanse sambal. Altijd goed om je gasten van te voren even te waarschuwen!

Belangrijk verschil is ook dat soto wat zoeter is, terwijl saoto zouter is. Dat komt uiteraard door de bouillonblokjes. Want hoewel je de bouillon voor beide soepen op vergelijkbare wijze maakt, mogen in de Surinaamse versie de bouillonblokjes niet ontbreken. Zelf kies ik voor de zoutarme variant.

En zeg nou zelf, zo’n soep is toch gewoon een feestje aan tafel?

Lees Meer Lees Meer

Caldo Verde – Portugese koolsoep

Caldo Verde – Portugese koolsoep

Iemand vroeg mij onlangs hoe ik bij mijn recepten kom. Dat verschilt eerlijk gezegd nogal. Veel recepten heb ik zelf eens ergens gegeten en maak ik dan vervolgens thuis. Of ik krijg een idee van de medeblogger of een ander proefpersoon. Ik heb een voorkeur voor traditionele of oorspronkelijke recepten, om daar vervolgens soms een eigen draai aan te geven, vaak praktisch ingegeven of ook niet. Waar ik niet de illusie heb dat iemand anders hetzelfde niet al eens bedacht heeft. Maar over toevoegingen, een goed recept heeft niets nodig.

Sowieso vind ik de Aziatische keuken heel smakelijk en divers, in het bijzonder de vele keukens van China, India, Japan en Indonesië. Dan is er nog een mogelijkheid hoe ik tot een recept kom: de winkel. Soms koop ik namelijk iets wat ik niet ken en zoek vervolgens een recept bij dat mij aanstaat. Op een enkele uitzondering na gaat dat eigenlijk altijd goed. En soms zijn het blijvertjes. Zo kocht ik ooit in een toko een potje met wat er uitzag als tofu, niet wetende wat het precies was aangezien ik geen Chinees kan lezen en dus ook niet hoe het zou smaken. Met wat puzzelen bleek het om gefermenteerde tofu te gaan die werkelijk geweldig smaakt in combinatie met spinazie. Doet een beetje denken aan een goed stinkend Frans kaasje. Dat receptje staat sindsdien hier af en toe op tafel. Lekker snel te bereiden ook.

Soms zijn de aankopen wat minder spannend, zoals een Portugese chouriço die ik tegenkwam. Hoewel na een eerste hap bleek dat er wijn in verwerkt was. Dat had ik niet verwacht. Had ik het geweten, dan had ik het waarschijnlijk niet gekocht. Want ik hou niet zo van wijn, ook niet in mijn eten. Toch even speuren op het internet en vervolgens nog een worst gekocht voor een recept. Want chouriço eet je doorgaans niet zo uit het vuistje blijkt.

Een gastronomisch wonder

Vooropgesteld, Caldo Verde betekent ‘groene bouillon’, waarbij het groen afkomstig is van de Galicische kool (couve-galega). Nederlandse recepten noemen Caldo Verde vaak ten onrechte Portugese boerenkoolsoep, hoewel boerenkool wel een geschikte vervanger is voor Galicische kool.  Dat is hier namelijk niet makkelijk te verkrijgen. Galicische kool wordt met name geteeld in het zuidwesten van Europa. Maar strikt genomen is Portugese koolsoep een betere benaming of anders Caldo Verde met boerenkool. Gelukkig zijn we niet betweterig…

In 2011 werd Caldo Verde in Portugal uitgeroepen tot een van de zeven Maravilhas da Gastronomia®,  oftewel gastronomische wonderen. Het wonder zal in dit geval zitten in de eenvoud van de soep. Als ingrediënten worden genoemd Galicische kool, aardappelen, olijfolie, knoflook, ui, water, chouriço en zout. De soep wordt bereid in een traditionele ijzeren pot met behulp van een houten lepel, tot ze klaar is om te serveren in de ‘beroemde Portugese kleikommen’.

Chouriço uit Portugal is overigens niet helemaal hetzelfde als chorizo uit Spanje. Portugese chouriço is een gerookte worst en bevat in ieder geval varkensvlees, vet, wijn, paprika, knoflook, peper en zout. De darm is doorgaans van lam of varken. En uiteraard zijn er allerlei varianten. Het meest opvallende verschil met chorizo is het gebruik van alcohol, in dit geval wijn.

De Spaanse chorizo wordt gemaakt van varkensvlees, vet, knoflook, zout en pimenton, gerookte paprika. Meestal verkrijgbaar in de varianten picante en dulce (zoet), afhankelijk van de gebruikte paprika. Binnen de twee varianten zijn er ontelbare lokale versies, zowel gerookt als ongerookt. Chorizo is meer bekend en beter verkrijgbaar in Nederland dan chouriço. Geen Utrechts Broodje Mario zonder chorizo. De Spaanse worst is over het algemeen minder pittig dan zijn Portugese broertje, maar zeker niet minder smakelijk.

Lees Meer Lees Meer

Turkse bulgursoep met ei

Turkse bulgursoep met ei

Bulgur, ik heb het al eens eerder gezegd, heb ik leren eten. Bulgur pilavi is een perfect zomergerecht, maar voor de winter vind ik een soepje passender. Nu is de basis voor een Turkse bulgursoep (bulgur çorbası) ietwat vlak naar mijn mening, dus ik heb de verhoudingen een beetje aangepast naar mijn smaak en gekookte eieren toegevoegd, waarmee het meer een heuse maaltijdsoep wordt.

Biber salçası (letterlijk “peperpasta”) is een geliefd ingrediënt voor de Turkse keuken. Het stamt uit de keuken van Anatolië (grofweg het westelijke deel van Turkije) en wordt voornamelijk gebruikt om gerechten op smaak te brengen. Biber salçası is gemaakt van rode chilipepers of zoete lange paprika’s en zout. De zaden van de pepers (of paprika’s) worden verwijderd, waarna de peper wordt geplet en zout wordt toegevoegd. De geplette pepers worden zes tot zeven dagen in de zon gedroogd totdat het mengsel een intense zongedroogde smaak en een pasta-achtige consistentie ontwikkelt. Tenminste, dat is de traditionele bereidingswijze. Tegenwoordig komt de pasta uit een fabriek.

Er zijn twee hoofdvariëteiten: acı biber salçası, gemaakt van chilipepers en tatlı biber salçası, gemaakt van zoete rode paprika’s. Afhankelijk hoe pittig je het wil, kun je de hoeveelheid biber salçası aanpassen. Eet je met kinderen dan kun je beter de zoete versie nemen.

Lees Meer Lees Meer

Sopa de Ajo – Spaanse knoflooksoep

Sopa de Ajo – Spaanse knoflooksoep

In al die jaren dat ik soep maak, ik schat gemiddeld 52 keer per jaar, had ik tot voor kort nog nooit een knoflooksoep gemaakt. Wel gegeten, maar nooit gemaakt. Wat op zich best gek is, aangezien ik verzot ben op knoflook.

Veel mensen houden van knoflook, maar een significant deel van hen roept dan wel meteen ‘knoflooksaus!’. Daarmee doen ze deze veelzijdige groente duidelijk te kort. Het is een belangrijke smaakmaker in veel gerechten, maar wordt vooral geroemd vanwege zijn sterke smaak. Verse knoflook is scherp, maar geroosterde knoflook is bijvoorbeeld heel zacht en ietwat zoetig van smaak. Ook knoflooksoep smaakt anders dan veel mensen zouden verwachten.

Sopa de ajo is afkomstig uit de Spaanse regio Castilië en León. Knoflook is een belangrijk ingrediënt in de Spaanse keuken en Spaanse knoflook kun je zelfs bij de Zaanse grootgrutter verkrijgen. De meeste knoflook in Nederlandse supers is echter afkomstig uit China en kenmerkt zich door de scherpe smaak. Persoonlijke favoriet is Lautrec, met het paarse velletje, komt uit Frankrijk en is alleen een paar maanden in het jaar verkrijgbaar. De Argentijnse paarse knoflook wordt dan vaak als alternatief aangeboden.

Naast knoflook is gerookt paprikapoeder, pimenton, een belangrijk ingrediënt in deze knoflooksoep. De beste pimenton komt uit Vera in Andalusië: pimenton de la Vera. Er zijn drie varianten, elk van een andere variëteit of een combinatie van variëteiten, maar vooral verkrijgbaar zijn ‘pikant’ en ‘zoet’. Meestal wordt sopa de ajo bereid met de zoete variant, maar als je van pittig houdt, dan kun je gerust de pikante versie gebruiken.

Ik was wat huiverig voor het gebruik van brood als bindmiddel, maar daar kwam ik na het eerste bord soep van terug. We hebben een nieuwe soep in het repertoire!

Lees Meer Lees Meer

Soto ayam, Javaanse kippensoep

Soto ayam, Javaanse kippensoep

Soto ayam is geen soepje voor vooraf, maar een maaltijdsoep, vullend en verwarmend. Ideaal voor een frisse herfstdag.

Een van de smaakmakers is de kemirinoot. Verkrijgbaar bij elke toko. Kemirinootjes worden in Nederland vooral geassocieerd met de Indonesische en Indische keuken. Typisch genoeg komt de kemirinoot in veel tropische landen voor. Zoveel zelfs dat niet is na te gaan wat de oorsprong is, al zijn de oudste gevonden sporen van gecultiveerde kemirinoten op de Indonesische eilanden.

De kemirinoot groeit aan de Aleurites moluccana, ook wel bekend als de candleberry, een verwijzing naar de Engelse naam voor de noot, de candlenut. De kemirinoot bevat zoveel olie dat deze kan branden. De noot heeft overigens meer toepassingen, zoals op Hawaï waar verkoolde kemirinoten een grondstof vormen voor inkt voor tattoos. Ook in allerlei andere landen worden de noten gebruikt voor non-culinaire doeleinden. Op Hawaï is de kemirinoot trouwens een belangrijk onderdeel van de traditionele poke van rauwe vis.

De noot lijkt gepeld op de macademianoot, maar daarmee houdt de gelijkenis op. Rauw is de kemirinoot licht giftig, dus deze moet eerst gepoft worden of vermalen en gebakken. In Indonesië en Maleisië wordt de noot vooral gebruikt als bindmiddel in stoofgerechten als curries, maar ook als smaakmaker in soepen.

Lees Meer Lees Meer

Corn chowder, gewoon een dikke maissoep

Corn chowder, gewoon een dikke maissoep

Mais (of maïs) is een graansoort die oorspronkelijk afkomstig is uit Midden-Amerika. Waar bij ons tarwe de basis is van veel gerechten, is dat in Midden-Amerika mais. Ook de inheemse Amerikanen in Noord-Amerika waren bekend met mais toen het land werd ingepikt door Europeanen.

Hoewel maissoep al wel bestond, werd het recept voor corn chowder, de gebonden variant van maissoep, pas in 1884 opgetekend in het Boston Cook Book. Gewoon met verse mais, maar het eerste recept met maïs in blik verscheen al in 1896. Al snel na de eerste publicatie verschenen in kookboeken varianten op het recept. Daarin werden bijvoorbeeld aardappels, bloem of eieren gebruikt om de soep in te dikken. Er is dus geen echt standaard recept.

Als basisingrediënten voor corn chowder worden naast mais meestal ui, selderij, room en boter genoemd. Room gebruik ik zelden en ook hier niet. Selderij laat ik dit keer weg. Bloem en aardappelen worden ook vaak gebruikt. En als extra smaakmaker bacon, oftewel spek.

Hè? Bacon is spek? Ja en nee. De Engelse term voor spek is ‘bacon’. Bestel je in het buitenland bacon, dan krijg je gesneden buikspek, wat wij doorgaans kennen als ontbijtspek. In Nederland kennen we naast spek echter ook nog eens bacon. Dat zijn dus twee verschillende stukken vlees. Het vlees voor echte (Nederlandse) bacon wordt gesneden uit de karbonadestrook van het varken, van de rug, met een laagje vet erop. Daardoor is een plakje bacon ook iets minder vet dan ontbijtspek, dat gesneden wordt uit buikspek. Beide benamingen worden echter vaak voor hetzelfde gebruikt en om die reden helaas ook door elkaar gehaald. Niet in de laatste plaats doordat in de supermarkt gebakken ontbijtspek verkocht wordt als streaky bacon. Als je de Engelse term gebruikt, klopt het inderdaad. Maar feitelijk wordt je als consument bedonderd waar je bijstaat. Is je ‘bacon’ langwerpig? Dan is het gewoon buikspek. Kijk maar bij de vleeswaren van je supermarkt, dan zul je zien dat echte (Nederlandse) bacon helemaal niet langwerpig van vorm is, maar veel meer ovaal. De nepbacon is een speklapje als karbonade verkopen, zeg maar.

Ontbijtspek is knisperend te krijgen door de plakjes in de oven te roosteren. Gekookt spek werkt overigens beter dan gerookt spek. Tenminste, dat is mijn ervaring. Als ze klaar zijn, zijn de plakjes makkelijk in stukjes te breken en kun je ze bijvoorbeeld over je soep strooien. Helemaal makkelijk is een pakje streaky bacon in de supermarkt te kopen en de plakjes in de oven te roosteren. Pas wel op dat het spek niet verbrandt.

Lees Meer Lees Meer