Archief van
Categorie: Soep

Zoete gerookte paprikasoep

Zoete gerookte paprikasoep

Rode puntpaprika’s, ik heb ze bijna altijd wel in de groentela van de koelkast liggen. Handig als snack tussendoor.

Het probleem is dat de ene puntpaprika de andere niet is. Puntpaprika’s zijn lekker als ze zoet zijn, maar als ze dat niet zijn, voel ik me net een konijn dat maar wat zit te knagen.

Sweet Palermo is volgens mij het populairste ras, alleen staat dat ras meestal niet aangegeven op de verpakking. Met enige regelmaat zit ik met puntpaprika’s opgescheept die weinig smaak hebben.

Wat doe je er dan mee? In een salade, niet dat ik die vaak maak, is het dan ook geen succes. De terugkerende bezoeker kan dan al wel raden wat er met die puntpaprika’s gebeurt. Soep! Goed voor restjes en voor groenten die dus niet helemaal bevallen.

Het is dan simpelweg de soep op smaak brengen met spullen die je toch al in huis hebt. Gerookt paprikapoeder is in stijl en geeft de soep met die kick die het nodig heeft. Snel gemaakt en zonder gedoe met bouillon maken.

Lees Meer Lees Meer

Tuinerwtensoep India-stijl

Tuinerwtensoep India-stijl

Plots ben ik weer in de ban van Indiaas eten. Kruidig door tal voor geurende specerijen en warm van smaak. Of je nu vegetarisch bent of een volhardende vleeseter, de rijke Indiase keuken heeft genoeg te bieden.

Indiase recepten hebben vaak een lange lijst met ingrediënten, maar laat dat vooral niemand tegenhouden. De bereiding is in veel gevallen eenvoudig, misschien met een paar extra stappen, maar vraagt niet vaak om lastige kooktechnieken. Af en toe heb je misschien wat ingrediënten nodig waar je toch echt even een toko voor moet bezoeken, maar dat lijkt mij geen straf.

Het meest makkelijk zijn doorgaans de natte curry’s. Eten dat zich als het ware bijna zelf bereidt. Toen ik India was viel mij op dat curry’s daar vaak geen curry worden genoemd. Het was kip met ‘gravy’ of ‘vegs with gravy’. Als ik vroeg wat iets was, kreeg ik meestal als antwoord het ingrediënt met de toevoeging ‘with gravy’. Gevolgd door ‘it’s very nice, taste it’. Dat laatste klopte trouwens, want ik heb niks gegeten wat niet lekker was. Terwijl ik, zeker met de groenten, lang niet altijd wist wat het precies was. Vlees of vis was vaak maar een klein onderdeel van de gerechten, tenzij je in een op toeristen gericht restaurant of hotel zat. Maar ook dan waren het nog niet de hoeveelheden die we in het westen intussen gewend zijn. Intussen, want tot een jaar of tachtig geleden at het merendeel van de bevolking in Nederland vaak alleen op zondag vlees. En vis op vrijdag. Tenzij er kippen of varkens gehouden werden, dan wat vaker. Maar het begrip barbecue, waar vlees bijna op borden gestapeld wordt, moest nog uitgevonden worden. Ik geef toe, ik vind vlees best lekker. Maar betrap mezelf er af en toe op dat het soms ook wel wat minder kan. Een blik op andere eetculturen kan daarbij helpen.

Typisch voor de Indiase keuken is het gebruik van komijnzaad, mosterdzaad, curryblaadjes en kurkuma. Gebruik je deze ingrediënten, dan ben je al goed op weg. Doe daarbij ui, knoflook en gember, dan kan je bijna niet meer mis. Net als garam masala, een mengsel van specerijen. Overigens bevatten sommige Indiase gerechten asafoetida (of hing poeder), de bewerkte hars die wordt afgescheiden door de wortelstok van een lid van de schermbloemenfamilie. En in die recepten zal ui en knoflook ontbreken. Dat heeft te maken dat bepaalde religieuze groepen in India geen wortels eten of knoflook beschouwen als een verboden afrodisiacum. De fameuze Nederlandse naam voor asafoetida is overigens Duivelsdrek, wat iets zegt over de sterke geur…

De tomaat en peper, beiden niet oorspronkelijk, hebben de Indiase keuken overigens ook behoorlijk beïnvloed. Beiden vind je veelvuldig terug in tal van recepten. Tomaat doet het bijvoorbeeld goed in natte curry’s. In het eindresultaat totaal onherkenbaar, maar vaak bevatten curries de nodige groenten. Vandaag geen curry, maar een soep. Ik wilde al langer eens een soep maken van tuinerwten. Ertwensoep of ‘pea soup’ wordt doorgaans gemaakt met spliterwten. Maar waarom niet een versie met verse erwten? En die moest dan wel Indiaas naar mijn idee.

Tuinerwten, het oudere broertje van de doperwt. De suikers zijn omgezet in zetmeel met als resultaat een iets minder zoete erwt die wat steviger is.

Lees Meer Lees Meer

Taugé soep met gochujang-enoki-omelet

Taugé soep met gochujang-enoki-omelet

Flammulina filiformis is beter bekend als enoki. In het Mandarijn wordt de paddenstoel gouden naald paddestoel genoemd (jīnzhēngū 金針菇”) en in het Japans enokitake. De paddestoel wordt vooral in soepjes gebruikt. Of, zoals hier, in de Sichuan hotpot. Het is misschien wel de ‘liefste’ paddenstoel. Delicaat, zacht en nootachtig van smaak.

Er is een duidelijk verschil in uiterlijk tussen wilde en gekweekte enoki, aangezien de gekweekte enoki niet aan licht wordt blootgesteld, wat resulteert in witte of bleke vruchtlichamen met lange stelen en kleine hoedjes. Ze worden in lagen afgesneden en vervolgens verkocht in kleine bundels van 100 gram. De prijs van enoki is al jaren net boven de €1. Ik neem bij bezoek aan de toko vaak een pakje mee, aangezien het in de koelkast zeker een week of anderhalf goed blijft.

Taugé daarentegen heeft helemaal geen lange houdbaarheid en moet zo snel mogelijk verwerkt wordt. Als taugé begint te ruiken en slijmerig begint te worden, gooi het dan maar weg. Kijk ook in de winkel goed. Voorverpakte taugé moet droog zijn. Natte taugé is foute boel.

Taugé is voor mij de reden om af en toe een loempia te eten. Hoe meer taugé in de loempia, hoe liever ik het heb. Lekker met gebakken rijst ook of met noedels. In het laatste geval ook een goede mogelijkheid om groente in de maaltijd te verstoppen. Handig met kleine kinderen…

In theorie kun je taugé rauw eten, maar zoals met alle kiemgroenten bestaat de kans op besmetting met bijvoorbeeld Salmonella of E coli. Dus altijd goed wassen en vervolgens blancheren. Of meebakken in de wok. Ik eet ze het liefst beetgaar, als de kiemwortel niet meer spierwit is maar licht glazig. Het heeft dan nog een perfecte bite.

Na een copieuze Indiaase maaltijd, was het een dag later nog uitbuiken. En wat doen we dan? Juist, een soepje. Koken met wat je in huis hebt. Die taugé was eigenlijk bedoeld voor een rijstmaaltijd, maar kan prima in een soep. Een saoto was wellicht iets teveel van het goede, dus maar iets nieuws bedacht.

Lees Meer Lees Meer

Wortel-pompoensoep met chouriço

Wortel-pompoensoep met chouriço

Volgens de medeblogger eet ik veel soepjes. Klopt ook. Hij blijkbaar minder. Al zijn er van zijn hand toch ook al verschillende soepen op Reutel verschenen. Die ene uit een zak vergeef ik hem. Soep is lekker. Soep is makkelijk. Soep is er in allerlei varianten. Soep is goed.

Het is vaak gezegd, maar soep is ook een goed middel om restjes op te maken. Maar je kunt natuurlijk ook bij de supermarkt of de groenteboer denken “wortelsoep”. Nu heb je wortelsoep, een Indiase versie van wortelsoep en je hebt pompoensoep (met een verdwaalde wortel). En je hebt wortel-pompoensoep. 50/50.

Wortel en pompoen zijn beide zoetig van smaak. Een hele pan kan dan wat flauw worden. Het is daarom leuk om ermee te spelen. Pompoen- en wortelsoepen zijn vaak ook vegetarische soepen, waar op zich niks mis mee is. Het toevoegen van vlees kan dan een sterk smaak- en structuurcontrast opleveren. Zeker met gekruid vlees in de vorm van bijvoorbeeld rookworst of braadworst. Of… een Portugese chouriço.

De chouriço bevat minder paprika dan het Spaanse broertje, de chorizo, dat doorgaans ook een hoger vetpercentage heeft. De rooksmaak van de Portugese chouriço is weer sterker dan bij de Spaanse chorizo. Voor veel mensen is de worst vooral bekend van de boerenkoolsoep of Caldo Verde.

Voor dit recept gebruik ik gewoon water en geen bouillon of bouillonblokje. Ook geen peper en zout. Dat zou ik wel doen als ik geen kruidige worst als chouriço zou gebruiken.

De soep is lekker door de combinatie en het contrast van zoet (pompoen, wortel, ui) en hartig (chouriço) met een licht zure (en koele) toets van de yoghurt. Ja, yoghurt in plaats van crème fraiche of room. Lekker verfrissend. Met de toevoeging van knoflook en gember aan de basis van de soep een heel smakelijk geheel.

Nog over die kant-en-klaar gesneden pompoen. Er lag niets eens een hele pompoen in de winkel. Alleen zakjes met gesneden pompoen. Zo kon ik laatst al geen snijbonen vinden, behalve in de koeling voorgesneden. Wat als ik nou graag brede gesneden snijbonen wil? Dat roerbakt namelijk een stuk makkelijker dan die dunne reepjes.  Het is de opkomst van versmaaltijden. Alles afgemeten in een doos, alleen nog even snijden en bereiden. Gemakskoken heet het geloof ik. Niet heel avontuurlijk in ieder geval. En hoe zit het dan met de restjes waar je soep van kunt maken? Het wordt ons ontzegd! Nou mij niet, want ik doe niet aan versmaaltijden. Ik klaag er vooral graag over, want ze nemen steeds meer ruimte in waardoor de keuze aan verse groenten steeds beperkter wordt. Zoals pompoen en snijbonen. Maar genoeg geklaag, terug naar de lekkere soep.

Lees Meer Lees Meer

Tomaten-champignonsoep

Tomaten-champignonsoep

Als ik in de winterkou buiten aan het werk ben, dan mogen we voor de lunch graag de warmte opzoeken en genieten van een twaalfuurtje. De basis van een twaalfuurtje bestaat meestal uit een gebakken ei op brood, een kroket op brood en een soepje. De meeste twaalfuurtjes die ik tegenkom kosten zo rond de 13 euro. Dat is niet te duur voor een afwisselende lunch. De samenstelling van een twaalfuurtje kan overigens wel verschillen. In de buurt van de zee en de grotere waterparijen heeft een twaalfuurtje soms een vis-thema. In plaats van een gebakken ei wordt er zalm of paling geserveerd en in plaats van een gewone kroket een garnalenkroket met daarnaast soms een vissoepje. Het straalt gelijk luxe uit. Eerlijk is eerlijk, je betaalt dan ook vaak wel iets meer. Maar genieten mag ook wat kosten.

Een twaalfuurtje is trouwens ook een goed middel tegen keuzestress. Neem ik de uitsmijter of neem ik de kroket op brood? Of allebei?

De kwaliteit van het twaalfuurtje kan wel sterk verschillen. Dat geldt voor elk van de onderdelen van het twaalfuurtje. Te beginnen met het brood. Een eenvoudig sneetje van de supermarkt of een smakelijk desembrood. Een eenvoudig gebakken spiegelei of een dubbel ei op ham of kaas. Een standaard kroket of een ‘merk’kroket of, en dat is echt top of the bill, een huisgemaakte kroket. (Ik at in Zeeuws-Vlaanderen eens een huisgemaakte garnalenkroket…) En bij die gewone kroket een zakje mosterd of een klein bakje met een betere kwaliteit. En dan het soepje. Een tomatensoep gemaakt van poeder uit zo’n reusachtig blik of een huisgemaakt paprikasoepje, en alles daartussenin met of zonder balletjes. Tegenwoordig opvallend vaak geserveerd in een klein glas. Wat, zeg ik uit ervaring, niets zegt over de kwaliteit van de soep. Meer op het platteland krijg je vaak een echte kom met soep. Wel zo lekker.

Soms is een twaalfuurtje nog wat verder aangekleed met een bolletje huzarensalade en een ‘groene salade’. Dat laatste valt bijna altijd tegen. Meestal is het niet meer dan een blaadje sla of wat rucola, twee plakjes komkommer en wat zilveruitjes en een eetlepel selleriesalade. Het bolletje huzarensalade komt in veel gevallen uit de fabriek, maar sommige restaurants hebben huisgemaakte huzaren- of rundvleessalade. En dat proef je ook.

Zo’n twaalfuurtje is dus best divers en heeft ondanks het aanwezige afbreukrisico een zekere aantrekkingskracht, zeker in de wintermaanden. Als ik twijfel tussen de mogelijkheden op de kaart, dan vraag ik vaak wel even wat voor soep er bij het twaalfuurtje geserveerd wordt. Want die soep, die valt relatief vaak tegen. Zelden het gebakken eitje. Of de kroket, want laten we wel wezen, een kroket is altijd lekker.

Dit keer werd er hier om soep gevraagd als voorafje. Meestal wordt hier gegeten zonder voorafje, maar de winterkou vroeg om iets verwarmends. Met de slechte weersomstandigheden was de voorraad in de koelkast ietwat uitgeput geraakt en waren het toch vooral restjes van eerdere maaltijden die er nog lagen.

Voor de bouillon kun je een poedertje of blokje nemen of zoals ik een restje. Ik had namelijk een dag eerder een kipfilet gepocheerd met wat piment, grof gesneden lenteui en twee takjes selderij. Na het pocheren van de kip en zeven van het vocht had ik een heerlijk geurende bouillon. Goed voor een soepje.

En als je 1 of 2 tomaten hebt liggen, dan gaan die natuurlijk ook in de soep. Ik gebruikte gezeefde tomaten, die ik overhad van pizza maken…

Lees Meer Lees Meer

Chinese tayersoep

Chinese tayersoep

Bij mijn recente bezoek aan Suriname had ik mij zelf streng toegesproken om te voorkomen dat ik tonnetje rond weer het vliegtuig in zou stappen. Meer Damten is weliswaar gezellig, maar er zijn ook grenzen. Dus, ik besloot dat er elke dag minimaal 1 soep gegeten moest worden. Nu klinkt moeten als dwang, maar soep eten in Suriname is helemaal geen straf. En je hoeft zeker niet bang te zijn dat je omkomt van de honger. De soepen at ik als maaltijd, lunch of diner. Een enkele keer dubbelde ik en nam na een lunchsoep, nog een soepje als voorafje bij het avondeten. Gewoon omdat het kan. En weliswaar at ik een aantal soepen vaker, maar zelden at ik een zelfde soep in een restaurant/warung/eethuisje. Veel variatie dus. Uiteindelijk is het niet alle dagen gelukt, vooral omdat geplande restaurants dicht bleken te zijn of dat de soep er niet (meer) was. Kan gebeuren. Wees niet bang, ik ben niks tekort gekomen.

Mijn soepjes waren achtereenvolgens: saoto (zonder rijst), Chinese tayersoep, snert, saoto (met rijst), pindasoep (met tomtom en zoutvlees), vegetarische soep bij de Indo, visblaassoep, Chinese tayersoep, guleh, saoto (met een beetje rijst), Chinese tayersoep, snert, heetzure soep (in NL geserveerd met witte of zwarte peper, in SU met Madame Jeanette), saoto (zonder rijst), bamisoep, pindasoep (zonder tomtom en vlees), visballensoep en Chinese tayersoep. De reden dat ik het nog keurig weet is dat BroeR mij vlak voor vertrek liet weten dat hij wel graag af en toe een berichtje kreeg en ook dat hij de foto’s van de maaltijden wel zag verschijnen. Een traditie intussen, bij vakanties van beide kanten. Zonder schaamte worden dan bijna dagelijks foto’s van jaloersmakende maaltijden gedeeld. Terwijl onze smaken behoorlijk kunnen verschillen overigens.

De keuze voor rijst bij de soep hing vooral af van het moment van eten. Soep zonder rijst bij de lunch, soep met rijst als avondeten. Dat was het idee tenminste, want meestal krijg je rijst er standaard bij geserveerd. Soms een klein beetje, maar vaak ruim voldoende voor twee personen. Surinamers houden duidelijk van rijst. Overigens worden niet alle soepen met rijst geserveerd, vooral saoto, tayersoep en pindasoep.

Ik had graag nog ergens een okersoep gegeten, maar dat zal moeten wachten tot een volgende keer. Ik heb niet één favoriete Surinaamse soep, maar ik mag graag saoto, pindasoep en okersoep maken. En sinds dit jaar ook Chinese tayersoep. Ik wil binnenkort ook eens proberen guleh te maken, met pens.

Zeg je in Suriname dat je tayersoep hebt gegeten, dan wordt je beleefd gevraagd of je niet Chinese tayersoep bedoelt. Het duurde even voordat ik begreep wat het verschil was tussen tayer en Chinese tayer. En wat wij taro noemen. Dus daar komt het: wat wij in Nederland taro noemen, heet in Suriname Chinese tayer, een harige knol die het goed doet in stoofpotjes in soepen. Beetje vergelijkbaar met onze aardappel misschien, maar met een zachtere smaak en structuur en wit van kleur. Taro is er in verschillende soorten en het is zelfs een van de oudste gecultiveerde gewassen. Een mythologische versie van de Hawaiiaanse voorouders noemt de taroplant zelfs als voorouder van de Hawaiianen.

De gewone tayer, de Xanthosoma sagittifolium, komt uit Zuid-Amerika zelf en daar maken Surinamers pom van. Daarom soms ook wel pomtayer genoemd. Aan deze kant van de oceaan – of beter oorspronkelijk van het Indiase subcontinent en tegenwoordig vooral uit Nigeria – komt de Colocasia esculenta vandaan. Deze versie wordt dus Chinese tayer genoemd in Suriname, maar wij noemen het taro.

Lees Meer Lees Meer

Tom Yum soep

Tom Yum soep

Soeptijd. Het regent buiten. Ik heb geen zin meer om boodschappen te doen. Genoeg in huis ook. Een tijd lang deed ik bijna elke dag boodschappen, zeker met veel thuiswerkdagen. Maar je hebt dan toch de neiging om teveel te kopen. En niet alleen wat gezond is… Tegenwoordig doe ik zo’n beetje elke drie dagen boodschappen. Gewoon als het zo uitkomt, minder gepland ook. En af een toe een uitstapje naar de groothandel. Naar de Makro als ik wat voor de sportvereniging moet halen. Naar de Sligro of de Hanos als ik iets speciaals nodig heb of gewoon zin in wat lekkers. En dan nog tweewekelijks naar een toko. Voor de typische toko-spulletjes die je niet in de gewone winkels kunt krijgen. En dan ga ik soms naar de markt en de Turkse super, maar dan moet ik wel thuiswerken, anders red ik dat niet.

Geen zin, haast of te druk eindigt vaak in een noedelmaaltijd. Oh, en laat ik lui niet vergeten. Snel klaar te maken en toch ook geschikt om mijn groente binnen te krijgen. Niet zelden met een gebakken eitje. Meestal verberg ik die onderop het bord. Verras ik mezelf mee. Zie je het voor je? Maar soms is een soepje ook lekker als maaltijd, zomer of winter. Mij maakt het niet uit. Ik eet graag soep. Liefst wel een beetje substantieel. Tenzij onderdeel van een uitgebreide maaltijd, dan mag het heel licht. Zoals de wintermeloensoep die ik ooit eens bedacht en ergens in een kookboek is opgenomen. Toen ik zeker twee keer in de week mijn groente in een toko kocht. Vooral vleugelkomkommer was favoriet.

Heetzure soepen, ik ben er dol op. Ga ik bij een ‘gewone’ Chinees eten, dan neem ik standaard de heetzure soep vooraf. Soms is het minder heet of zuur dan je had gehoopt, maar soms wordt je blij verrast. En eigenlijk altijd is het lekker. Na een lange werkdag ben ik na een kom heetzure soep al helemaal opgeknapt en klaar voor het hoofdgerecht. Een andere bekende heetzure soep is Tom Yum uit Thailand. Het is makkelijk om met speciale Tom Yum-bouillonblokjes snel een smakelijke soep op tafel te zetten, maar het is net zo makkelijk om zelf een bouillon te maken, bovendien een stuk minder zout. Zoveel werk is het namelijk helemaal niet, maar misschien moet je wel even langs de toko voor bijvoorbeeld limoenblaadjes en galangal. Gelukkig kun je citroengras tegenwoordig ook gewoon bij de supermarkt kopen. Gebruik je vaker citroengras, haal dan bij de toko een zak bevroren citroengras en je bent voor een tijdje klaar. Nog voordeliger bovendien. Dat geldt overigens ook voor limoenblaadjes, handig in een afsluitbare zak in de vriezer. Je grijpt nooit meer mis. En zoveel smaakvoller dan gedroogde blaadjes.

Citroengras, galangal en limoenblaadjes vormen wel een beetje de kern van de soep. Naast uiteraard vissaus en limoensap. Een populaire versie is met garnalen, maar dit recept is vooral met veel groenten en met visballetjes. Want die had ik toevallig nog in de vriezer liggen. Het waren eigenlijk ook de visballetjes die mij op het idee brachten om Tom Yum soep te maken. Niet eens de grote zak garnalen die er naast lag. Tom Yum kun je overigens ook gerust met kip of varkensvlees eten, of zonder eiwitten met alleen groenten.

Lees Meer Lees Meer

Okro Bravoe oftewel okersoep uit Suriname

Okro Bravoe oftewel okersoep uit Suriname

Oker in Suriname, okra in de rest van de wereld, al is de beeldende naam ‘lady fingers’ in sommige Engelstalige landen ook in gebruik. Het was de eerste soep die ik ooit in Suriname at. Niet geheel toevallig, want ik had mijn Surinaamse collega’s al laten weten welke gerechten ik heel graag wilde eten tijdens mijn verblijf. Ja, ik had mij voorbereid. De andere waren petjil, moksi meti, tjauw min, saoto, pindasoep en bloedworst. Alleen de bloedworst is die eerste keer niet gelukt, maar dat heb ik later ruimschoots goedgemaakt. Vooral de saoto mag ik graag eten in Suriname. Met rijst als avondmaaltijd, zonder rijst als lunch. Een perfect gerecht voor heel warm weer. Met wat gekruide ketjap en wat fijngesneden Madame Jeanette om de soep verder op smaak te brengen.

Maar de eerste soep was dus een okersoep bij De Gadri, een klein restaurantje naast Fort Zeelandia. Lekker vers eten, met soms wat lange wachttijden. Dat geeft wel aan hoe populair het eten is.

De meeste soep eet je in Suriname met rijst. De rijst niet in een kommetje, maar op een plat bord. En terwijl Nederlanders de rijst in de soep scheppen, scheppen de Surinamers hun soep over de rijst. Beetje bij beetje, hap voor hap. Dat geeft echt een andere eet-ervaring, net zoals pizza eten met mes en vork. En eet je soep met rijst, dan is het ook echt een maaltijd. Sowieso zijn de meeste soepen in Suriname geen voorafje. De maaltijd beginnen met een pindasoep? Maak de buikriem maar los en rol terug naar je hotelkamer.

De combinatie van vis en vlees in dit recept voor okersoep doet wellicht wat vreemd aan, maar de smaken vallen goed samen.

Eigenlijk hoort er ook antroewa in, een groente die er uitziet als een tomaat, maar qua smaak en structuur meer op een aubergine lijkt. Eventueel ook te vervangen door aubergine, maar ik laat het weg.  Ik kan er niet makkelijk aankomen, net zoals tayerbladeren, die ik vervang door jonge spinazie. Verse oker is overigens ook niet wijdverbreid te krijgen hier in de omgeving. De oker moet bovenal stevig aanvoelen. Slappe oker kun je beter laten liggen.

Oker heeft een ietwat aardse smaak en kun je ook rauw eten. Bij het snijden, maar ook bij lang koken, dan laat het vruchtvlees een slijmerige substantie los die de soep iets bindt. Dat doet de okra ook in gumbo, het bekende recept uit Louisiana. Niet voor niets is okra vooral bekend in de zuidelijke staten van de V.S. en in de Caraïben en Suriname. De plant is oorspronkelijk afkomstig uit Oost-Afrika.

Lees Meer Lees Meer

Knoflook-mosterdsoep met rookworst

Knoflook-mosterdsoep met rookworst

Vroeger brachten we oud brood naar de eendjes in het plantsoen. Ik geef toe, ik was nog een klein Damtennetje. We hadden het geluk om twee plantsoenen op korte afstand te hebben. Beide hadden volop eenden, maar het ene had ook herten en een groot hangbuikzwijn. Heel intrigerend vond ik dat zwijn, maar ook wel zielig, omdat er maar één zwijn was, terwijl er van de andere dieren veel meer waren. Helemaal van de eenden. De herten vond ik overigens maar groot en dus een beetje eng. Maar niet zo eng als de schapen op de hei tijdens een vakantie in Epe. Daar zijn zelfs nog foto’s van. Maar dat is een verhaal voor een andere keer.

Het oudste plantsoen had zelfs aapjes, maar ik weet eigenlijk niet zeker of ik die zelf ooit gezien heb, of dat ik alleen van ze weet van de verhalen. Later waren er andere dieren te vinden en weer later vogels. Die herinner ik me nog wel goed. Het deel van het plantsoen waar ze zaten heette dan ook Vogeleiland. Toen ik puber was, was het Vogeleiland afgesloten, wat ik altijd jammer vond.

Zo vaak voerden we de eendjes waarschijnlijk niet eens, maar het heeft wel indruk gemaakt. En bijzondere herinneringen opgeleverd. En zo dicht bij huis en toch midden in de stad. We kwamen vaker in het plantsoen, niet alleen om oud brood aan de eendjes te voeren. In de winter om te sleeën bijvoorbeeld. Vroeger, toen we nog sneeuw hadden in de winter.

Het is makkelijk om droog oud brood gewoon maar weg te gooien, maar eigenlijk is het net zo makkelijk om ze te gebruiken voor een snel soepje. Jawel, het was alweer even geleden dat er een soep voorbij is gekomen op Reutel. En dat terwijl soepen zo lekker kunnen zijn en vaak ook heel makkelijk. Had ik vast al eens gezegd. En ook goed om restjes op te maken en dus ook oud brood. Bijvoorbeeld kaiserbroodjes, die al snel vrij hard worden. Te hard om fatsoenlijk je tanden in te zetten in ieder geval. Als je als een roofdier bezig bent een hap van je kaiserbroodje te nemen, dan is het broodje echt te oud. In de soep dus.

En in koude maanden is een mosterdsoep een smakelijk lunchgerecht. We vrolijken de soep nog wat verder op met wat de koelkast biedt.

Lees Meer Lees Meer

Soep van Surinaamse masala

Soep van Surinaamse masala

In Suriname kun je tal van soepen eten, van saoto, pindasoep tot cassavesoep en snert of gele pesisoep. Het zijn met name maaltijdsoepen, bijna altijd geserveerd met rijst ernaast. Ik heb er ook op een andere manier soep leren eten. Deed ik aanvankelijk de rijst in de soep, nu lepel ik de soep over de rijst en eet zo het eerste deel van de maaltijd. Is de rijst op, dan begin ik eigenlijk pas aan de soep. Echt een andere eetervaring, zoals pizza eten met mes en vork. Ik kan het je aanraden.

Gek genoeg ben ik nog geen masalasoep tegengekomen, terwijl roti toch heel populair is. Zou het komen omdat de Indiase keuken niet echt een soep kent zoals wij die kennen? (Of ken ik de Indiaanse keuken onvoldoende?) Vanuit Suriname heb ik verschillende massala’s meegenomen, benieuwd als ik ben of er grote verschillen tussen zitten. Wel als je het internet moet geloven in ieder geval. Ik ben er nog niet helemaal uit. Lastig vergelijken als je de verschillende masalas niet tegelijk eet en steeds met een andere maaltijd. Het makkelijkste vergelijk zou roti zijn, maar dat eet ik eigenlijk zelden.

Waarom zelf dan geen soep van masala maken? Kerriesoep kennen we tenslotte ook.

Lees Meer Lees Meer