Archief van
Categorie: Soep

Sopa de Ajo – Spaanse knoflooksoep

Sopa de Ajo – Spaanse knoflooksoep

In al die jaren dat ik soep maak, ik schat gemiddeld 52 keer per jaar, had ik tot voor kort nog nooit een knoflooksoep gemaakt. Wel gegeten, maar nooit gemaakt. Wat op zich best gek is, aangezien ik verzot ben op knoflook.

Veel mensen houden van knoflook, maar een significant deel van hen roept dan wel meteen ‘knoflooksaus!’. Daarmee doen ze deze veelzijdige groente duidelijk te kort. Het is een belangrijke smaakmaker in veel gerechten, maar wordt vooral geroemd vanwege zijn sterke smaak. Verse knoflook is scherp, maar geroosterde knoflook is bijvoorbeeld heel zacht en ietwat zoetig van smaak. Ook knoflooksoep smaakt anders dan veel mensen zouden verwachten.

Sopa de ajo is afkomstig uit de Spaanse regio Castilië en León. Knoflook is een belangrijk ingrediënt in de Spaanse keuken en Spaanse knoflook kun je zelfs bij de Zaanse grootgrutter verkrijgen. De meeste knoflook in Nederlandse supers is echter afkomstig uit China en kenmerkt zich door de scherpe smaak. Persoonlijke favoriet is Lautrec, met het paarse velletje, komt uit Frankrijk en is alleen een paar maanden in het jaar verkrijgbaar. De Argentijnse paarse knoflook wordt dan vaak als alternatief aangeboden.

Naast knoflook is gerookt paprikapoeder, pimenton, een belangrijk ingrediënt in deze knoflooksoep. De beste pimenton komt uit Vera in Andalusië: pimenton de la Vera. Er zijn drie varianten, elk van een andere variëteit of een combinatie van variëteiten, maar vooral verkrijgbaar zijn ‘pikant’ en ‘zoet’. Meestal wordt sopa de ajo bereid met de zoete variant, maar als je van pittig houdt, dan kun je gerust de pikante versie gebruiken.

Ik was wat huiverig voor het gebruik van brood als bindmiddel, maar daar kwam ik na het eerste bord soep van terug. We hebben een nieuwe soep in het repertoire!

Lees Meer Lees Meer

Soto ayam, Javaanse kippensoep

Soto ayam, Javaanse kippensoep

Soto ayam is geen soepje voor vooraf, maar een maaltijdsoep, vullend en verwarmend. Ideaal voor een frisse herfstdag.

Een van de smaakmakers is de kemirinoot. Verkrijgbaar bij elke toko. Kemirinootjes worden in Nederland vooral geassocieerd met de Indonesische en Indische keuken. Typisch genoeg komt de kemirinoot in veel tropische landen voor. Zoveel zelfs dat niet is na te gaan wat de oorsprong is, al zijn de oudste gevonden sporen van gecultiveerde kemirinoten op de Indonesische eilanden.

De kemirinoot groeit aan de Aleurites moluccana, ook wel bekend als de candleberry, een verwijzing naar de Engelse naam voor de noot, de candlenut. De kemirinoot bevat zoveel olie dat deze kan branden. De noot heeft overigens meer toepassingen, zoals op Hawaï waar verkoolde kemirinoten een grondstof vormen voor inkt voor tattoos. Ook in allerlei andere landen worden de noten gebruikt voor non-culinaire doeleinden. Op Hawaï is de kemirinoot trouwens een belangrijk onderdeel van de traditionele poke van rauwe vis.

De noot lijkt gepeld op de macademianoot, maar daarmee houdt de gelijkenis op. Rauw is de kemirinoot licht giftig, dus deze moet eerst gepoft worden of vermalen en gebakken. In Indonesië en Maleisië wordt de noot vooral gebruikt als bindmiddel in stoofgerechten als curries, maar ook als smaakmaker in soepen.

Lees Meer Lees Meer

Corn chowder, gewoon een dikke maissoep

Corn chowder, gewoon een dikke maissoep

Mais (of maïs) is een graansoort die oorspronkelijk afkomstig is uit Midden-Amerika. Waar bij ons tarwe de basis is van veel gerechten, is dat in Midden-Amerika mais. Ook de inheemse Amerikanen in Noord-Amerika waren bekend met mais toen het land werd ingepikt door Europeanen.

Hoewel maissoep al wel bestond, werd het recept voor corn chowder, de gebonden variant van maissoep, pas in 1884 opgetekend in het Boston Cook Book. Gewoon met verse mais, maar het eerste recept met maïs in blik verscheen al in 1896. Al snel na de eerste publicatie verschenen in kookboeken varianten op het recept. Daarin werden bijvoorbeeld aardappels, bloem of eieren gebruikt om de soep in te dikken. Er is dus geen echt standaard recept.

Als basisingrediënten voor corn chowder worden naast mais meestal ui, selderij, room en boter genoemd. Room gebruik ik zelden en ook hier niet. Selderij laat ik dit keer weg. Bloem en aardappelen worden ook vaak gebruikt. En als extra smaakmaker bacon, oftewel spek.

Hè? Bacon is spek? Ja en nee. De Engelse term voor spek is ‘bacon’. Bestel je in het buitenland bacon, dan krijg je gesneden buikspek, wat wij doorgaans kennen als ontbijtspek. In Nederland kennen we naast spek echter ook nog eens bacon. Dat zijn dus twee verschillende stukken vlees. Het vlees voor echte (Nederlandse) bacon wordt gesneden uit de karbonadestrook van het varken, van de rug, met een laagje vet erop. Daardoor is een plakje bacon ook iets minder vet dan ontbijtspek, dat gesneden wordt uit buikspek. Beide benamingen worden echter vaak voor hetzelfde gebruikt en om die reden helaas ook door elkaar gehaald. Niet in de laatste plaats doordat in de supermarkt gebakken ontbijtspek verkocht wordt als streaky bacon. Als je de Engelse term gebruikt, klopt het inderdaad. Maar feitelijk wordt je als consument bedonderd waar je bijstaat. Is je ‘bacon’ langwerpig? Dan is het gewoon buikspek. Kijk maar bij de vleeswaren van je supermarkt, dan zul je zien dat echte (Nederlandse) bacon helemaal niet langwerpig van vorm is, maar veel meer ovaal. De nepbacon is een speklapje als karbonade verkopen, zeg maar.

Ontbijtspek is knisperend te krijgen door de plakjes in de oven te roosteren. Gekookt spek werkt overigens beter dan gerookt spek. Tenminste, dat is mijn ervaring. Als ze klaar zijn, zijn de plakjes makkelijk in stukjes te breken en kun je ze bijvoorbeeld over je soep strooien. Helemaal makkelijk is een pakje streaky bacon in de supermarkt te kopen en de plakjes in de oven te roosteren. Pas wel op dat het spek niet verbrandt.

Lees Meer Lees Meer

Fish Chowder in brood

Fish Chowder in brood

Chowder is een soort soep of stoofpot die vaak wordt bereid met melk of room en ingedikt met gebroken crackers, gemalen scheepsbiscuit of een roux. Van oorsprong een eenvoudig en voedzaam maal voor zeelui. Door Franse en Engelse immigranten werd het meegenomen naar de andere kant van de grote plas, waar het enorm populair werd in allerlei varianten met vis, zeevruchten en groenten. Vaak wordt ook bacon gebruikt. Het gebruik van room is een latere toevoeging en dus niet oorspronkelijk.

Fish chowder klinkt mij gek genoeg aantrekkelijker dan vissoep. Bij de laatste stel ik mij een waterig en bleek soepje voor, wellicht dat ik het ooit voorgeschoteld heb gekregen, maar het beeld is blijven hangen. De fish chowder eet je met een stevige witvis, bijvoorbeeld kabeljauw. En omdat ik nog een restje garnalen had liggen, voegde ik die ook toe. Mosselen zijn natuurlijk ook een lekkere toevoeging.

Schelpdieren zijn in de V.S. geliefd voor een chowder, getuige de populariteit van clam chowder, gemaakt met een soort grote kokkels. In Nederlandse varianten zie je kokkels en vongole regelmatig als alternatief. Ik maakte mijn eigen variant, mij ging het vooral om de dikte van de soep. Ook gebruikte ik geen visbouillon, maar kippenbouillon. Dat lijkt vloeken in de kerk, maar in veel traditionele Amerikaanse recepten wordt het gebruikt. Wie ben ik om daar heel puriteins over te gaan doen? En ook geen witte wijn, eenvoudigweg omdat ik dat niet zo lekker vind.

Chowder maak je eenvoudig in twee stappen.

Lees Meer Lees Meer

Mulligatawny, de Indiase soep uit Engeland

Mulligatawny, de Indiase soep uit Engeland

Mulligatawny, in oudere spellingen ook wel Multáni of Mulligatunny, is een soep die is geïnspireerd op rasam. Mulligatawny is een samentrekking van de Tamil woorden milluga (peper) en thanni (water). De Tamil-keuken kent van oorsprong geen soep, maar wel allerlei kleine ‘natte’ gerechten die samen met rijst gegeten worden. Rasam is zo’n gerecht. Het wordt gemengd met rijst en vervolgens met de hand gegeten.

Vanaf de zeventiende eeuw waren de Britten aanwezig in India en eind achttiende eeuw hadden zij al delen van het land gekoloniseerd. Maar daar eindigde het niet. Europese concurrenten, waaronder de Nederlanders, werden het land uitgewerkt, terwijl de Britten zelf hun macht wisten uit te breiden. Zo ontstond in 1858 de British Raj, oftewel Brits-Indië, waarbij de macht overging van de British East India Company naar de Britse kroon.

De Britse soldaten, niet gewend aan het kruidige eten in India, zullen ongetwijfeld moeite hebben gehad met gerechten als rasam en zo ontstonden er mildere varianten van Indiase gerechten. Het is niet bekend wanneer Mulligatawny is ontstaan, maar een van de vroegste verwijzingen is te vinden in een anoniem Brits soldatenlied uit 1784:

“In vain our hard fate we repine;
In vain on our fortune we rail;
On Mullaghee-tawny we dine,
Or Congee in Bangalore Jail.”

Zoals veel gerechten uit India, werd ook mulligatawny populair in Groot-Brittannië zelf. Maar vanaf het begin zijn er niet alleen verschillende spellingen, maar ook samenstellingen. Zo werd er al vroeg gesteggeld over rijst: wel of niet in de soep. De achtergrond lijkt duidelijk: de Indiërs eten hun versie, rasam, met rijst. Maar zij mengen de rasam door de rijst, niet de rijst door de rasam. En vlees eten de Indiërs zeker niet in hun rasam. De toevoeging van rund, kip of ander vlees is dan ook duidelijk Brits. Net zoals de toevoeging van rijst in de soep. De soep die dus van oorsprong eigenlijk geen soep is.

Tegenwoordig is de populariteit van mulligatawny lang niet meer zo groot als in de negentiende eeuw, men eet liever chicken tikka masala. De herkomst daarvan is ook India, maar dan waarschijnlijk een afgeleide van butter chicken. Sommigen beweren zelfs dat het gerecht in Schotland is ontstaan uit een te droge kipcurry…

Hoe het ook zij, de mulligatawny is een lekkere winterse soep, die je makkelijk naar eigen voorkeur aan kunt passen. Ideaal ook om restjes groente op te maken. Heb je toevallig rijst over, dan kun je die rustig toevoegen aan de soep. De Britten doen het ook.

Lees Meer Lees Meer

Phở gà – Vietnamese noedelsoep met kip

Phở gà – Vietnamese noedelsoep met kip

Ik ben verzot op met name Indiaas en Chinees eten. Je kunt mij er spreekwoordelijk ’s nachts voor wakker maken. In andere Aziatische landen ben ik minder goed thuis. Uit ervaring weet ik dat ik Koreaans eten vaak ook erg lekker vind, maar bijvoorbeeld eigenlijk te lui ben om kimchi te maken. Ik heb het overigens wel een paar keer gemaakt, prima gelukt ook, maar mijn voorkeur gaat doorgaans uit naar eten dat ik direct van kan genieten. Misschien ben ik niet lui, maar gewoon ongeduldig. Uiteindelijk doe ik met die andere keukens vaak aan cherry-picking, ik pik dat eruit wat mij lekker lijkt. Met Indiaas en Chinees heb ik dat probleem helemaal niet. Ik kan voor mijn gevoel elk willekeurig recept klaarmaken en ik vind het lekker. Noem het een straf.

De Indonesische keuken is ook zo’n keuken waar ik aan cherry-picking doen, maar dan wel heel ruim. Het was voor mij de kennismaking met de Aziatische keuken. De rode kip heeft zich hier intussen in het familierepertoire genesteld. Populair bij klein (intussen niet meer zo klein) en groot (intussen het nieuwe klein). Andere klassiekers zijn geroosterd buikspek en hete makreel. De Indonesische of beter de Indische keuken is ook niet meer weg te denken in Nederland. In Duitsland is deze keuken minder bekend, logisch ook, maar daar kennen ze dan weer vooral de Vietnamese keuken. Ten tijde van de DDR waren daar veel (Noord-)Vietnamese contractarbeiders aanwezig en die hielden vast aan hun eigen eetgewoonten. In West-Duitsland schijnen van oorsprong met name Zuid-Vietnamese restaurants te vinden zijn, wat mogelijk te verklaren is door de vele vluchtelingen in het verleden uit Vietnam. Intussen vinden we in heel Duitsland beiden.

In Nederland is de Vietnamese keuken minder bekend, dan reken ik gemakshalve het Vietnamese loempiastandje niet mee, als je het niet erg vindt. Want de echte Vietnamese loempia is natuurlijk iets veelzijdiger dan alleen een krokant omhulsel met wat rijstnoedels, ei, wortel en taugé als vulling. Bekend zijn wel de verse loempia’s (goi cuon), met een omhulsel van rijstvellen en een vulling van verse kruiden, groente en vlees of garnalen. Erg lekker, maar het vergt enige behendigheid om ze fatsoenlijk te maken. Mij in ieder geval. De smaak is niets mis mee, maar ze zijn meestal niet even presentabel. Overigens ben ik ook geïntrigeerd door de Vietnamese Banh Mi, oftewel een baquette met groenten en vlees. Daar wil ik nog eens een studie van maken. De invloed van de Fransen. En als liefhebber van soep kan ik natuurlijk niet heen om phở (uit te spreken als: fuh).

De oorsprong van phở is niet goed gedocumenteerd, maar lijkt in het noorden van Vietnam te zijn ontstaan. Er zijn twee belangrijke theorieën over het ontstaan. De eerste noemt Franse kolonisten bepalend voor het ontstaan van phở, maar die theorie lijkt vooral aangehangen te worden door Westerse bronnen. Waarschijnlijker lijkt het dat het gerecht zijn herkomst heeft in de Kantonese keuken; het woord phở is etymologisch te herleiden tot de Chinese koks die in het begin van de twintigste eeuw hun gerechten aan de Fransen aanprezen.

De versies binnen Vietnam verschillen uiteraard. De noordelijke Hanoi-variant (phở Bac) verschilt van de zuidelijke Saigon-variant (phở Sài Gòn) in de breedte van de noedels, de zoetheid van de bouillon en de keuze aan kruiden. In het zuiden van Vietnam werd phở pas populair nadat het land in 1954 opgedeeld werd en veel Noord-Vietnamezen vluchtten naar het zuiden. Het bekendste is de variant met rundvlees, dat voornamelijk gegeten werd door Fransen, terwijl de Vietnamezen van oorsprong vooral kip en varken eten. Ik koos voor de kipvariant: phở gà. Gebruik je kippendijen dan heet het phở gà đùi, gebruik je kipfilet dan heet het phở gà lườn. Ben je een liefhebber van bevruchte kippeneieren, dan kan dat ook (phở Trứng non), maar die laat ik vooralsnog aan mij voorbij gaan.

Lees Meer Lees Meer

Pasulj, Servische bonensoep

Pasulj, Servische bonensoep

In Engeland zegt met easy as pie om aan te geven hoe makkelijk een recept (of iets anders) is. Het Nederlandse equivalent is ‘dat is een eitje’. Onduidelijk is wat precies de herkomst is van die uitdrukking, maar het lijkt niet te maken te hebben met de makkelijke bereidingswijze van het koken of het bakken van een ei. In Servië zegt men prosto kao pasulj, zo makkelijk als pasulj. Pasulj is een bonensoep die in verschillende varianten op de Balkan wordt gegeten. Meestal worden witte bonen gebruikt of kievitsbonen. Als vlees wordt gerookt spek en worst toegevoegd, soms varkenspoot. En zoals de meeste typische wintersoepen gaan er wortels en uien in.

Voor pasulj wordt vaak een pittige worst gebruikt, maar je kunt ook gewoon verse worst gebruiken of zelfs rookworst. Ik koos voor sucuk, een droge gefermenteerde Turkse worst die veel op de Balkan wordt gegeten. Doorgaans wordt sucuk van rundvlees gemaakt, maar in sommige regio’s wordt paardenvlees gebruikt. De meeste sucuk die je in Nederland kan kopen (en soms ook wordt gemaakt) bevat rundvlees. De worst wordt tijdens de bereiding meerdere malen gemalen en krijgt hierdoor een typische structuur die niet vergelijkbaar is met de droge worsten zoals wij die in Nederland kennen, die bovendien meestal van varkensvlees zijn gemaakt. Sucuk wordt niet rauw gegeten, maar gebakken, bijvoorbeeld met ei als ontbijt. Eerder gebruikte ik als sucuk voor de bulgur pilavi. De worst is sterk van smaak, dus overdrijf niet.

Pasulj is een goed gevulde winterse soep, verwarmend en vol met groenten. Doet zelfs een beetje aan onze erwtensoep denken, ook zonder rookworst.

Lees Meer Lees Meer

Speciale soep, door de
Opperdoezer Ronde

Speciale soep, door de
Opperdoezer Ronde

Wij eten gekookte aardappelen eigenlijk alleen in warme winterse stamppotten en in koude zomerse huzarensalade. Het aardappel gebruik neemt wel flink toe als we de gekookte aardappels nog een keer gaan bewerken of als we ze juist niet koken. Voorbeelden zijn tattie scones, gnocci, scones, op z’n zweeds, pizza, geroosterd en gepoft. De variatie mogelijkheden zijn werkelijk eindeloos. 1 van de mogelijkheden is soep, aardappelsoep. En dan kiezen we het liefst voor een heel bijzondere aardappel: de Opperdoezer Ronde.

Aardappels staan bekend om een hoog zetmeel gehalte, maar een Opperdoezer Ronde heeft juist een lager zetmeelgehalte. Dat maakt de soort meteen al apart. De Opperdoezer Ronde groeit in de buurt van het Noord-Hollandse dorp Opperdoes. Alleen dan mag het namelijk ‘Opperdoezer Ronde’ heten, een sinds 1996 beschermde Europese Oorsprongsbenaming. De aardappel groeit op zavelgronden, zandgrond met daarin kleideeltjes, maar wel maximaal 25%. In de aardappelen zitten veel vitamines en hoogwaardige eiwitten. Nog een reden om ze te eten.

Heeft de Opperdoezer Ronde nadelen? Jazeker. Het zijn seizoen aardappelen en daarom beperkt beschikbaar, van mei tot en met september. De schil is zo dun dat hij alleen met de hand gerooid kan worden. En dat merk je meestal in de prijs, hoewel ook deze aardappelen nog steeds goedkoop zijn.

Jammer genoeg bevatten de Opperdoezer Ronde aardappelen vaak ogen. Voor de teelt goed, want uit die ogen groeien de spruiten waarmee de aardappel nog meer aardappels gaat produceren. Voor de eter is het wat minder. De ogen moet je uitsteken. Je verliest daardoor iets meer aan aardappelgewicht dan bij gladde soorten.

Is het leefgebied van de Opperdoezer Ronde nu groot of klein? In Nederland wordt ongeveer 165.000 hectare grond gebruikt voor aardappels [1]. Dat is ruim minder dan voor de grasteelt wordt gebruikt: ruim 9.800.000 hectare. We houden duidelijk meer van vlees en zuivelproducten. Die 165.000 hectare wordt gebruikt voor de blijkbaar 550 soorten aardappelen die we in Nederland verbouwen. Zou het eerlijk zijn verdeeld dan is per aardappelsoort 300 hectare beschikbaar, 3 vierkante kilometer. Volgens [2] is er echter maar 100 hectare beschikbaar rondom Opperdoes. Dat is 1 vierkante kilometer. Volgens [3] was het eerder meer, 136 ha en 160 ha worden genoemd. De Opperdoezer Ronde heeft echt een klein leefgebied. Het is te hopen dat de gemeente Medemblik tot in lengte van dagen de gronden beschermd waar de Opperdoezer Ronde op mag worden gebouwd.

Geen nood: er schijnt jaarlijks zeker 1 miljoen (in 2020) tot 4 miljoen kilo aan Opperdoezer Ronde aardappelen te worden geleverd. We doen ook even niet aan local produce, eten wat dichtbij is verbouwd. Blijven exporteren die aardappelen uit Noord-Holland-Noord naar andere regio’s in Nederland zou ik willen zeggen.

Want Opperdoezer Ronde aardappelen nemen we altijd met voorpret uit de winkel mee naar huis. Bijvoorbeeld voor een romige en goed gevulde, stevige aardappelsoep.

Lees Meer Lees Meer

Ghoegrie-soep

Ghoegrie-soep

De keuken van Suriname is een wonderlijke fusion-keuken. Voordat de Europeanen de ‘Wilde Kust’ begonnen te ontdekken, werd Guyana, zoals de brede strook land tussen Orinoco-delta en de noordelijkste monding van de Amazone werd genoemd, bevolkt door verschillende Inheemse stammen. De Europeanen bevolkten hun plantages naast gevangen genomen Inheemsen met tot slaaf gemaakten uit Afrika. Vele tot slaaf gemaakten ontsnapten en vluchten de binnenlanden in. Door de tijd ontwikkelden heen zich op deze manier zo verschillende stammen van Marrons. De Marrons hadden hun eigen eetcultuur, gebaseerd op de Afrikaanse keuken. De overige tot slaaf gemaakten, Creolen genoemd, ontwikkelden ook hun eigen cultuur. Onder de Europeanen bevonden zich ook veel Joden uit Spanje en Portugal, waar de Joden werden vervolgd, en zo deed de Joodse keuken zijn intrede in het land wat we nu kennen als Suriname.

Wat betreft de Nederlanders was er niet echt sprake van een eigen keuken, die zal in eerste instantie hebben bestaan uit geconserveerde levensmiddelen uit het vaderland aangevuld met lokale vruchten en groenten. Maar daarna zullen de Nederlanders vooral hebben gegeten wat de tot slaaf gemaakten voor hen bereidden.

Toen in de negentiende eeuw de slavernij langzaam werd afgeschaft, ontstond er behoefte aan nieuwe arbeidskrachten voor op de plantages. Halverwege de negentiende eeuw kwamen de eerste Chinese arbeidsimmigranten naar Suriname, gevolgd door zogenaamde contractarbeiders uit India. Daarmee kreeg de Surinaamse keuken nieuwe impulsen. In 1890 volgden er vele Javaanse contractarbeiders. In dezelfde periode kwam ook een kleine groep Libanezen naar Suriname. Het land was een smeltkroes geworden van culturen, religies en keukens.

Lees Meer Lees Meer

Tomatensoep
met ui en komijn

Tomatensoep
met ui en komijn

Tomatensoep. Ik eet het vaak. En in steeds meer variaties. Soep leent zich prima om mee uit te proberen, vooral met restjes. Ideaal als lunch. Zo is de reden dat ik vaak tomatensoep eet, het regelmatig over blijven van een restje (gezeefde) tomaten. Van het restje maak ik dan een soepje en als het soepje bevalt, wordt het een serieuze soep. Smaakmakend ingrediënt in deze variant is komijn. Hoe zoiets ontstaat? Heel simpel, de komijn stond nog op het aanrecht.

Komijn wordt over de hele wereld gebruikt, maar was in Nederland in eerste instantie vooral bekend in de gemalen vorm, genaamd ‘djinten’ uit de Indonesische en met name Indische keuken. In Indonesië zal het waarschijnlijk zijn geïntroduceerd vanuit India, waar het zijn intrede deed via de Perzische keuken. Zo valt de oorsprong te herleiden tot het Midden-Oosten. De naam ‘komijn’ komt via Middelengels en Oudfrans van de Latijnse term cuminum , die op zijn beurt afkomstig is van het Oudgrieks κύμινον (kúminon). Dit is een Semitische lening die verband houdt met Hebreeuws כמון (kammōn) en Arabisch كمون (kammun), die uiteindelijk allemaal afkomstig zijn van de uitgestorven taal in spijkerschrift Akkadisch 𒂵𒈬𒉡 (kamūnu). Wat mij trouwens op het idee brengt eens te speuren naar een Babylonisch gerecht. Vertaald, dat dan weer wel.

In de oude Egyptische beschaving werd komijn niet alleen gebruikt als specerij, maar ook als conserveermiddel bij mummificatie. De oude Grieken hielden komijn aan de eettafel, zoals wij dat met peper doen. Komijn werd ook veel gebruikt in de oude Romeinse keuken. In India vormt komijn de basis van tal van gerechten en is vaak onderdeel van kruidenmixen. In Amerika werd komijn door Spaanse en Portugese kolonisten geïntroduceerd en vind je het bijvoorbeeld terug in tal van Mexicaanse gerechten. En mensen maar denken dat fusion iets is van de laatste jaren…

Lekker met Turks brood.

Lees Meer Lees Meer