Bij mijn recente bezoek aan Suriname had ik mij zelf streng toegesproken om te voorkomen dat ik tonnetje rond weer het vliegtuig in zou stappen. Meer Damten is weliswaar gezellig, maar er zijn ook grenzen. Dus, ik besloot dat er elke dag minimaal 1 soep gegeten moest worden. Nu klinkt moeten als dwang, maar soep eten in Suriname is helemaal geen straf. En je hoeft zeker niet bang te zijn dat je omkomt van de honger. De soepen at ik als maaltijd, lunch of diner. Een enkele keer dubbelde ik en nam na een lunchsoep, nog een soepje als voorafje bij het avondeten. Gewoon omdat het kan. En weliswaar at ik een aantal soepen vaker, maar zelden at ik een zelfde soep in een restaurant/warung/eethuisje. Veel variatie dus. Uiteindelijk is het niet alle dagen gelukt, vooral omdat geplande restaurants dicht bleken te zijn of dat de soep er niet (meer) was. Kan gebeuren. Wees niet bang, ik ben niks tekort gekomen.
Mijn soepjes waren achtereenvolgens: saoto (zonder rijst), Chinese tayersoep, snert, saoto (met rijst), pindasoep (met tomtom en zoutvlees), vegetarische soep bij de Indo, visblaassoep, Chinese tayersoep, guleh, saoto (met een beetje rijst), Chinese tayersoep, snert, heetzure soep (in NL geserveerd met witte of zwarte peper, in SU met Madame Jeanette), saoto (zonder rijst), bamisoep, pindasoep (zonder tomtom en vlees), visballensoep en Chinese tayersoep. De reden dat ik het nog keurig weet is dat BroeR mij vlak voor vertrek liet weten dat hij wel graag af en toe een berichtje kreeg en ook dat hij de foto’s van de maaltijden wel zag verschijnen. Een traditie intussen, bij vakanties van beide kanten. Zonder schaamte worden dan bijna dagelijks foto’s van jaloersmakende maaltijden gedeeld. Terwijl onze smaken behoorlijk kunnen verschillen overigens.
De keuze voor rijst bij de soep hing vooral af van het moment van eten. Soep zonder rijst bij de lunch, soep met rijst als avondeten. Dat was het idee tenminste, want meestal krijg je rijst er standaard bij geserveerd. Soms een klein beetje, maar vaak ruim voldoende voor twee personen. Surinamers houden duidelijk van rijst. Overigens worden niet alle soepen met rijst geserveerd, vooral saoto, tayersoep en pindasoep.
Ik had graag nog ergens een okersoep gegeten, maar dat zal moeten wachten tot een volgende keer. Ik heb niet één favoriete Surinaamse soep, maar ik mag graag saoto, pindasoep en okersoep maken. En sinds dit jaar ook Chinese tayersoep. Ik wil binnenkort ook eens proberen guleh te maken, met pens.
Zeg je in Suriname dat je tayersoep hebt gegeten, dan wordt je beleefd gevraagd of je niet Chinese tayersoep bedoelt. Het duurde even voordat ik begreep wat het verschil was tussen tayer en Chinese tayer. En wat wij taro noemen. Dus daar komt het: wat wij in Nederland taro noemen, heet in Suriname Chinese tayer, een harige knol die het goed doet in stoofpotjes in soepen. Beetje vergelijkbaar met onze aardappel misschien, maar met een zachtere smaak en structuur en wit van kleur. Taro is er in verschillende soorten en het is zelfs een van de oudste gecultiveerde gewassen. Een mythologische versie van de Hawaiiaanse voorouders noemt de taroplant zelfs als voorouder van de Hawaiianen.
De gewone tayer, de Xanthosoma sagittifolium, komt uit Zuid-Amerika zelf en daar maken Surinamers pom van. Daarom soms ook wel pomtayer genoemd. Aan deze kant van de oceaan – of beter oorspronkelijk van het Indiase subcontinent en tegenwoordig vooral uit Nigeria – komt de Colocasia esculenta vandaan. Deze versie wordt dus Chinese tayer genoemd in Suriname, maar wij noemen het taro.
…
Lees Meer Lees Meer