Archief van
Categorie: Soep

Mulligatawny, de Indiase soep uit Engeland

Mulligatawny, de Indiase soep uit Engeland

Mulligatawny, in oudere spellingen ook wel Multáni of Mulligatunny, is een soep die is geïnspireerd op rasam. Mulligatawny is een samentrekking van de Tamil woorden milluga (peper) en thanni (water). De Tamil-keuken kent van oorsprong geen soep, maar wel allerlei kleine ‘natte’ gerechten die samen met rijst gegeten worden. Rasam is zo’n gerecht. Het wordt gemengd met rijst en vervolgens met de hand gegeten.

Vanaf de zeventiende eeuw waren de Britten aanwezig in India en eind achttiende eeuw hadden zij al delen van het land gekoloniseerd. Maar daar eindigde het niet. Europese concurrenten, waaronder de Nederlanders, werden het land uitgewerkt, terwijl de Britten zelf hun macht wisten uit te breiden. Zo ontstond in 1858 de British Raj, oftewel Brits-Indië, waarbij de macht overging van de British East India Company naar de Britse kroon.

De Britse soldaten, niet gewend aan het kruidige eten in India, zullen ongetwijfeld moeite hebben gehad met gerechten als rasam en zo ontstonden er mildere varianten van Indiase gerechten. Het is niet bekend wanneer Mulligatawny is ontstaan, maar een van de vroegste verwijzingen is te vinden in een anoniem Brits soldatenlied uit 1784:

“In vain our hard fate we repine;
In vain on our fortune we rail;
On Mullaghee-tawny we dine,
Or Congee in Bangalore Jail.”

Zoals veel gerechten uit India, werd ook mulligatawny populair in Groot-Brittannië zelf. Maar vanaf het begin zijn er niet alleen verschillende spellingen, maar ook samenstellingen. Zo werd er al vroeg gesteggeld over rijst: wel of niet in de soep. De achtergrond lijkt duidelijk: de Indiërs eten hun versie, rasam, met rijst. Maar zij mengen de rasam door de rijst, niet de rijst door de rasam. En vlees eten de Indiërs zeker niet in hun rasam. De toevoeging van rund, kip of ander vlees is dan ook duidelijk Brits. Net zoals de toevoeging van rijst in de soep. De soep die dus van oorsprong eigenlijk geen soep is.

Tegenwoordig is de populariteit van mulligatawny lang niet meer zo groot als in de negentiende eeuw, men eet liever chicken tikka masala. De herkomst daarvan is ook India, maar dan waarschijnlijk een afgeleide van butter chicken. Sommigen beweren zelfs dat het gerecht in Schotland is ontstaan uit een te droge kipcurry…

Hoe het ook zij, de mulligatawny is een lekkere winterse soep, die je makkelijk naar eigen voorkeur aan kunt passen. Ideaal ook om restjes groente op te maken. Heb je toevallig rijst over, dan kun je die rustig toevoegen aan de soep. De Britten doen het ook.

Lees Meer Lees Meer

Phở gà – Vietnamese noedelsoep met kip

Phở gà – Vietnamese noedelsoep met kip

Ik ben verzot op met name Indiaas en Chinees eten. Je kunt mij er spreekwoordelijk ’s nachts voor wakker maken. In andere Aziatische landen ben ik minder goed thuis. Uit ervaring weet ik dat ik Koreaans eten vaak ook erg lekker vind, maar bijvoorbeeld eigenlijk te lui ben om kimchi te maken. Ik heb het overigens wel een paar keer gemaakt, prima gelukt ook, maar mijn voorkeur gaat doorgaans uit naar eten dat ik direct van kan genieten. Misschien ben ik niet lui, maar gewoon ongeduldig. Uiteindelijk doe ik met die andere keukens vaak aan cherry-picking, ik pik dat eruit wat mij lekker lijkt. Met Indiaas en Chinees heb ik dat probleem helemaal niet. Ik kan voor mijn gevoel elk willekeurig recept klaarmaken en ik vind het lekker. Noem het een straf.

De Indonesische keuken is ook zo’n keuken waar ik aan cherry-picking doen, maar dan wel heel ruim. Het was voor mij de kennismaking met de Aziatische keuken. De rode kip heeft zich hier intussen in het familierepertoire genesteld. Populair bij klein (intussen niet meer zo klein) en groot (intussen het nieuwe klein). Andere klassiekers zijn geroosterd buikspek en hete makreel. De Indonesische of beter de Indische keuken is ook niet meer weg te denken in Nederland. In Duitsland is deze keuken minder bekend, logisch ook, maar daar kennen ze dan weer vooral de Vietnamese keuken. Ten tijde van de DDR waren daar veel (Noord-)Vietnamese contractarbeiders aanwezig en die hielden vast aan hun eigen eetgewoonten. In West-Duitsland schijnen van oorsprong met name Zuid-Vietnamese restaurants te vinden zijn, wat mogelijk te verklaren is door de vele vluchtelingen in het verleden uit Vietnam. Intussen vinden we in heel Duitsland beiden.

In Nederland is de Vietnamese keuken minder bekend, dan reken ik gemakshalve het Vietnamese loempiastandje niet mee, als je het niet erg vindt. Want de echte Vietnamese loempia is natuurlijk iets veelzijdiger dan alleen een krokant omhulsel met wat rijstnoedels, ei, wortel en taugé als vulling. Bekend zijn wel de verse loempia’s (goi cuon), met een omhulsel van rijstvellen en een vulling van verse kruiden, groente en vlees of garnalen. Erg lekker, maar het vergt enige behendigheid om ze fatsoenlijk te maken. Mij in ieder geval. De smaak is niets mis mee, maar ze zijn meestal niet even presentabel. Overigens ben ik ook geïntrigeerd door de Vietnamese Banh Mi, oftewel een baquette met groenten en vlees. Daar wil ik nog eens een studie van maken. De invloed van de Fransen. En als liefhebber van soep kan ik natuurlijk niet heen om phở (uit te spreken als: fuh).

De oorsprong van phở is niet goed gedocumenteerd, maar lijkt in het noorden van Vietnam te zijn ontstaan. Er zijn twee belangrijke theorieën over het ontstaan. De eerste noemt Franse kolonisten bepalend voor het ontstaan van phở, maar die theorie lijkt vooral aangehangen te worden door Westerse bronnen. Waarschijnlijker lijkt het dat het gerecht zijn herkomst heeft in de Kantonese keuken; het woord phở is etymologisch te herleiden tot de Chinese koks die in het begin van de twintigste eeuw hun gerechten aan de Fransen aanprezen.

De versies binnen Vietnam verschillen uiteraard. De noordelijke Hanoi-variant (phở Bac) verschilt van de zuidelijke Saigon-variant (phở Sài Gòn) in de breedte van de noedels, de zoetheid van de bouillon en de keuze aan kruiden. In het zuiden van Vietnam werd phở pas populair nadat het land in 1954 opgedeeld werd en veel Noord-Vietnamezen vluchtten naar het zuiden. Het bekendste is de variant met rundvlees, dat voornamelijk gegeten werd door Fransen, terwijl de Vietnamezen van oorsprong vooral kip en varken eten. Ik koos voor de kipvariant: phở gà. Gebruik je kippendijen dan heet het phở gà đùi, gebruik je kipfilet dan heet het phở gà lườn. Ben je een liefhebber van bevruchte kippeneieren, dan kan dat ook (phở Trứng non), maar die laat ik vooralsnog aan mij voorbij gaan.

Lees Meer Lees Meer

Pasulj, Servische bonensoep

Pasulj, Servische bonensoep

In Engeland zegt met easy as pie om aan te geven hoe makkelijk een recept (of iets anders) is. Het Nederlandse equivalent is ‘dat is een eitje’. Onduidelijk is wat precies de herkomst is van die uitdrukking, maar het lijkt niet te maken te hebben met de makkelijke bereidingswijze van het koken of het bakken van een ei. In Servië zegt men prosto kao pasulj, zo makkelijk als pasulj. Pasulj is een bonensoep die in verschillende varianten op de Balkan wordt gegeten. Meestal worden witte bonen gebruikt of kievitsbonen. Als vlees wordt gerookt spek en worst toegevoegd, soms varkenspoot. En zoals de meeste typische wintersoepen gaan er wortels en uien in.

Voor pasulj wordt vaak een pittige worst gebruikt, maar je kunt ook gewoon verse worst gebruiken of zelfs rookworst. Ik koos voor sucuk, een droge gefermenteerde Turkse worst die veel op de Balkan wordt gegeten. Doorgaans wordt sucuk van rundvlees gemaakt, maar in sommige regio’s wordt paardenvlees gebruikt. De meeste sucuk die je in Nederland kan kopen (en soms ook wordt gemaakt) bevat rundvlees. De worst wordt tijdens de bereiding meerdere malen gemalen en krijgt hierdoor een typische structuur die niet vergelijkbaar is met de droge worsten zoals wij die in Nederland kennen, die bovendien meestal van varkensvlees zijn gemaakt. Sucuk wordt niet rauw gegeten, maar gebakken, bijvoorbeeld met ei als ontbijt. Eerder gebruikte ik als sucuk voor de bulgur pilavi. De worst is sterk van smaak, dus overdrijf niet.

Pasulj is een goed gevulde winterse soep, verwarmend en vol met groenten. Doet zelfs een beetje aan onze erwtensoep denken, ook zonder rookworst.

Lees Meer Lees Meer

Speciale soep, door de
Opperdoezer Ronde

Speciale soep, door de
Opperdoezer Ronde

Wij eten gekookte aardappelen eigenlijk alleen in warme winterse stamppotten en in koude zomerse huzarensalade. Het aardappel gebruik neemt wel flink toe als we de gekookte aardappels nog een keer gaan bewerken of als we ze juist niet koken. Voorbeelden zijn tattie scones, gnocci, scones, op z’n zweeds, pizza, geroosterd en gepoft. De variatie mogelijkheden zijn werkelijk eindeloos. 1 van de mogelijkheden is soep, aardappelsoep. En dan kiezen we het liefst voor een heel bijzondere aardappel: de Opperdoezer Ronde.

Aardappels staan bekend om een hoog zetmeel gehalte, maar een Opperdoezer Ronde heeft juist een lager zetmeelgehalte. Dat maakt de soort meteen al apart. De Opperdoezer Ronde groeit in de buurt van het Noord-Hollandse dorp Opperdoes. Alleen dan mag het namelijk ‘Opperdoezer Ronde’ heten, een sinds 1996 beschermde Europese Oorsprongsbenaming. De aardappel groeit op zavelgronden, zandgrond met daarin kleideeltjes, maar wel maximaal 25%. In de aardappelen zitten veel vitamines en hoogwaardige eiwitten. Nog een reden om ze te eten.

Heeft de Opperdoezer Ronde nadelen? Jazeker. Het zijn seizoen aardappelen en daarom beperkt beschikbaar, van mei tot en met september. De schil is zo dun dat hij alleen met de hand gerooid kan worden. En dat merk je meestal in de prijs, hoewel ook deze aardappelen nog steeds goedkoop zijn.

Jammer genoeg bevatten de Opperdoezer Ronde aardappelen vaak ogen. Voor de teelt goed, want uit die ogen groeien de spruiten waarmee de aardappel nog meer aardappels gaat produceren. Voor de eter is het wat minder. De ogen moet je uitsteken. Je verliest daardoor iets meer aan aardappelgewicht dan bij gladde soorten.

Is het leefgebied van de Opperdoezer Ronde nu groot of klein? In Nederland wordt ongeveer 165.000 hectare grond gebruikt voor aardappels [1]. Dat is ruim minder dan voor de grasteelt wordt gebruikt: ruim 9.800.000 hectare. We houden duidelijk meer van vlees en zuivelproducten. Die 165.000 hectare wordt gebruikt voor de blijkbaar 550 soorten aardappelen die we in Nederland verbouwen. Zou het eerlijk zijn verdeeld dan is per aardappelsoort 300 hectare beschikbaar, 3 vierkante kilometer. Volgens [2] is er echter maar 100 hectare beschikbaar rondom Opperdoes. Dat is 1 vierkante kilometer. Volgens [3] was het eerder meer, 136 ha en 160 ha worden genoemd. De Opperdoezer Ronde heeft echt een klein leefgebied. Het is te hopen dat de gemeente Medemblik tot in lengte van dagen de gronden beschermd waar de Opperdoezer Ronde op mag worden gebouwd.

Geen nood: er schijnt jaarlijks zeker 1 miljoen (in 2020) tot 4 miljoen kilo aan Opperdoezer Ronde aardappelen te worden geleverd. We doen ook even niet aan local produce, eten wat dichtbij is verbouwd. Blijven exporteren die aardappelen uit Noord-Holland-Noord naar andere regio’s in Nederland zou ik willen zeggen.

Want Opperdoezer Ronde aardappelen nemen we altijd met voorpret uit de winkel mee naar huis. Bijvoorbeeld voor een romige en goed gevulde, stevige aardappelsoep.

Lees Meer Lees Meer

Ghoegrie-soep

Ghoegrie-soep

De keuken van Suriname is een wonderlijke fusion-keuken. Voordat de Europeanen de ‘Wilde Kust’ begonnen te ontdekken, werd Guyana, zoals de brede strook land tussen Orinoco-delta en de noordelijkste monding van de Amazone werd genoemd, bevolkt door verschillende Inheemse stammen. De Europeanen bevolkten hun plantages naast gevangen genomen Inheemsen met tot slaaf gemaakten uit Afrika. Vele tot slaaf gemaakten ontsnapten en vluchten de binnenlanden in. Door de tijd ontwikkelden heen zich op deze manier zo verschillende stammen van Marrons. De Marrons hadden hun eigen eetcultuur, gebaseerd op de Afrikaanse keuken. De overige tot slaaf gemaakten, Creolen genoemd, ontwikkelden ook hun eigen cultuur. Onder de Europeanen bevonden zich ook veel Joden uit Spanje en Portugal, waar de Joden werden vervolgd, en zo deed de Joodse keuken zijn intrede in het land wat we nu kennen als Suriname.

Wat betreft de Nederlanders was er niet echt sprake van een eigen keuken, die zal in eerste instantie hebben bestaan uit geconserveerde levensmiddelen uit het vaderland aangevuld met lokale vruchten en groenten. Maar daarna zullen de Nederlanders vooral hebben gegeten wat de tot slaaf gemaakten voor hen bereidden.

Toen in de negentiende eeuw de slavernij langzaam werd afgeschaft, ontstond er behoefte aan nieuwe arbeidskrachten voor op de plantages. Halverwege de negentiende eeuw kwamen de eerste Chinese arbeidsimmigranten naar Suriname, gevolgd door zogenaamde contractarbeiders uit India. Daarmee kreeg de Surinaamse keuken nieuwe impulsen. In 1890 volgden er vele Javaanse contractarbeiders. In dezelfde periode kwam ook een kleine groep Libanezen naar Suriname. Het land was een smeltkroes geworden van culturen, religies en keukens.

Lees Meer Lees Meer

Tomatensoep
met ui en komijn

Tomatensoep
met ui en komijn

Tomatensoep. Ik eet het vaak. En in steeds meer variaties. Soep leent zich prima om mee uit te proberen, vooral met restjes. Ideaal als lunch. Zo is de reden dat ik vaak tomatensoep eet, het regelmatig over blijven van een restje (gezeefde) tomaten. Van het restje maak ik dan een soepje en als het soepje bevalt, wordt het een serieuze soep. Smaakmakend ingrediënt in deze variant is komijn. Hoe zoiets ontstaat? Heel simpel, de komijn stond nog op het aanrecht.

Komijn wordt over de hele wereld gebruikt, maar was in Nederland in eerste instantie vooral bekend in de gemalen vorm, genaamd ‘djinten’ uit de Indonesische en met name Indische keuken. In Indonesië zal het waarschijnlijk zijn geïntroduceerd vanuit India, waar het zijn intrede deed via de Perzische keuken. Zo valt de oorsprong te herleiden tot het Midden-Oosten. De naam ‘komijn’ komt via Middelengels en Oudfrans van de Latijnse term cuminum , die op zijn beurt afkomstig is van het Oudgrieks κύμινον (kúminon). Dit is een Semitische lening die verband houdt met Hebreeuws כמון (kammōn) en Arabisch كمون (kammun), die uiteindelijk allemaal afkomstig zijn van de uitgestorven taal in spijkerschrift Akkadisch 𒂵𒈬𒉡 (kamūnu). Wat mij trouwens op het idee brengt eens te speuren naar een Babylonisch gerecht. Vertaald, dat dan weer wel.

In de oude Egyptische beschaving werd komijn niet alleen gebruikt als specerij, maar ook als conserveermiddel bij mummificatie. De oude Grieken hielden komijn aan de eettafel, zoals wij dat met peper doen. Komijn werd ook veel gebruikt in de oude Romeinse keuken. In India vormt komijn de basis van tal van gerechten en is vaak onderdeel van kruidenmixen. In Amerika werd komijn door Spaanse en Portugese kolonisten geïntroduceerd en vind je het bijvoorbeeld terug in tal van Mexicaanse gerechten. En mensen maar denken dat fusion iets is van de laatste jaren…

Lekker met Turks brood.

Lees Meer Lees Meer

Mexicaanse tomatensoep

Mexicaanse tomatensoep

Soep. Al een tijdje is The Mexican Cookbook van Margarita Carrillo Arronte mijn handboek als het gaat om Mexicaans koken. Vaak is het toch een beetje behelpen, aangezien bijvoorbeeld verschillende pepersoorten hier niet verkrijgbaar zijn. Maar ik vind het boek een echte aanrader. Het is een keuken die hier toch minder bekend is, want wat we kennen is vooral Tex-Mex en valt onder de categorie troosteten. Waarbij ik gelijk beken dat ik onvoldoende bekend ben met de Mexicaanse restaurants in Nederland, maar diegene die ik heb bezocht waren niet heel erg traditioneel. Met name één recept voor soep spreekt mij erg aan uit het kookboek: caldo de queso, jawel de kaasbouillon. Maar ik durf het niet zo goed te maken, want volgens mij is het een veredelde kaasfondue. In de bouillon van 1,5 liter gaat naast een tweetal aardappels en tomaten, ook 1 kg kaas… en nee, het is geen drukfout. Fascinerend is het. Ik denk wel dat er eens een dag zal komen, maar nog even niet.

Lees Meer Lees Meer

Kerriesoep

Kerriesoep

Drukdruk. Snel eten. Nog vol van gisteren. Drukdruk. Koelkast zegt spitskool. Hoofd zegt soep. Kruidenkast open, pot kerrie Madras valt naar buiten. Sommige dingen zijn voorbestemd.

Altijd leuk als mensen denken dat kerrie van de kerrieplant komt. Kerrie is echter een mengsel van specerijen en de lekkerste kerriepoeders zouden uit het Indiase Madras komen. Dus toen ik na een week werken richting het vliegveld van Chennai (het vroegere Madras) reed, moest er nog wel even ergens kerriepoeder gekocht worden. Onze taxichauffeur bracht ons eerst naar een – te luxe – winkel met vooral allerlei zoetigheid. Waarschijnlijk dacht hij voornamelijk aan zijn commissie. Nadat ik duidelijk had gemaakt dat ik vooral ‘tea and spices’ wilde, reden we naar een wat meer afgelegen winkeltje. Daar kocht ik verschillende soorten thee, kant-en-klare poeders (die niet zo kant-en-klaar bleken te zijn) en kerrie Madras. Onderweg naar het vliegveld snoof ik één voor één de geuren van alle aangeschafte zakjes en pakjes op. Volgens mijn reisgenoten glunderde ik van oor tot oor. En terecht. De zakjes en pakjes leefden niet zo lang, maar wel gelukkig in mijn keuken.

Overigens worden de blaadjes van de kerrieplant wel gebruikt en dan vooral in curry’s. Neem de moeite om ingevroren kerrieblaadjes bij de toko te halen in plaats van het gedroogde spul, want dat heeft vaak nauwelijks nog smaak. Maar het recept. Want drukdrukdruk.

Lees Meer Lees Meer

Chilibonenbouillon met kip, kool en shii-takes

Chilibonenbouillon met kip, kool en shii-takes

Hoe moet ik het noemen? De basis is een eenvoudige bouillon van chilibonensaus (toban jiang) met gember en kip. Geïnspireerd op de bouillon die ik altijd zelf maak voor de hotpot. Hotpotten is vooral leuk en gezellig, zeg maar het Chinese equivalent van gourmetten, maar dan anders. Maar het lekkerste van de hotpot vind ik eigenlijk de bouillon aan het eind van de maaltijd. Zelf heb ik een stoomboot met twee vakken, eentje die wordt gebruikt voor vis en eentje voor vlees. Daar ben ik vrij strikt in. Ik vind het prima als iemand vlees in de visbouillon wil gooien, maar andersom is uit den boze. Die visbouillon kan mij dus niet bekoren, maar de andere bouillon, die waar gedurende de maaltijd allerlei groenten en vlees in hebben lopen garen… Die bouillon met een dieprode kleur, warm, pittig en vol van smaak. Die bouillon! Ik besloot een uitgeklede versie (dus zonder sichuanpepertjes en zwarte boontjes) van die bouillon te maken voor een eenvoudig soepje. En tegelijk wilde ik mijn kip pocheren. Dat gaat prima samen. En met de bouillon kun je alle kanten op. Hieronder twee soepjes die warm en pittig zijn, lekker op een stralende dag, maar ook in de winter het waarschijnlijk goed zullen doen.

Chilibonenbouillon met kip, kool en shii-takes
Chilibonenbouillon met kip, kool en shii-takes

Lees Meer Lees Meer

U-I-E-N-S-O-E-P met pastinaak

U-I-E-N-S-O-E-P met pastinaak

Uiensoep. Zou dat het meest gegeten soepje zijn? Populair in bedrijfsrestaurants en in reguliere lunchgelegenheden. Bij de laatste geserveerd met een soppend stukje stokbrood met kaas, ook wel Franse uiensoep geheten. Niet zelden iets te zout en met nog vers knisperende uien. Toch is een lekkere uiensoep niet moeilijk te maken, wel kost het wat tijd. De basis van onderstaande soep wordt gevormd door gekaramelliseerde uien en pastinaak. Over gekaramelliseerde uien heeft BroeR al uitgebreid geschreven, dus daar verwijs ik dan ook graag naar. De pastinaak is hier door de Romeinen geïntroduceerd. En de geslachtsnaam Pastinaca is afgeleid van het Latijnse pastinum: hak of eenvoudige ploeg, omdat de wortel voor voedseldoeleinden als hakvrucht verbouwd werd. In de achttiende eeuw was de pastinaak verdrongen door de nauwe verwante peen en werd nauwelijks nog als cultuurgewas verbouwd. De komst van de aardappel uit de America’s zal ook niet mee hebben geholpen. Tegenwoordig wordt de pastinaak aan de man gebracht als ‘vergeten groente’. De pastinaak is iets zoeter dan de peen en ook smaakvoller. Het bevat iets meer zetmeel, wat helpt bij het maken van een stevige soep. Een verbastering van pastinaak is overigens – via pastinakel – het fraaie pinksternakel, wat overigens niets te maken heeft met Pinksteren.

Uiensoep met pastinaak
Uiensoep met pastinaak

Lees Meer Lees Meer