Archief van
Categorie: Streetfood

Tom Yum soep

Tom Yum soep

Soeptijd. Het regent buiten. Ik heb geen zin meer om boodschappen te doen. Genoeg in huis ook. Een tijd lang deed ik bijna elke dag boodschappen, zeker met veel thuiswerkdagen. Maar je hebt dan toch de neiging om teveel te kopen. En niet alleen wat gezond is… Tegenwoordig doe ik zo’n beetje elke drie dagen boodschappen. Gewoon als het zo uitkomt, minder gepland ook. En af een toe een uitstapje naar de groothandel. Naar de Makro als ik wat voor de sportvereniging moet halen. Naar de Sligro of de Hanos als ik iets speciaals nodig heb of gewoon zin in wat lekkers. En dan nog tweewekelijks naar een toko. Voor de typische toko-spulletjes die je niet in de gewone winkels kunt krijgen. En dan ga ik soms naar de markt en de Turkse super, maar dan moet ik wel thuiswerken, anders red ik dat niet.

Geen zin, haast of te druk eindigt vaak in een noedelmaaltijd. Oh, en laat ik lui niet vergeten. Snel klaar te maken en toch ook geschikt om mijn groente binnen te krijgen. Niet zelden met een gebakken eitje. Meestal verberg ik die onderop het bord. Verras ik mezelf mee. Zie je het voor je? Maar soms is een soepje ook lekker als maaltijd, zomer of winter. Mij maakt het niet uit. Ik eet graag soep. Liefst wel een beetje substantieel. Tenzij onderdeel van een uitgebreide maaltijd, dan mag het heel licht. Zoals de wintermeloensoep die ik ooit eens bedacht en ergens in een kookboek is opgenomen. Toen ik zeker twee keer in de week mijn groente in een toko kocht. Vooral vleugelkomkommer was favoriet.

Heetzure soepen, ik ben er dol op. Ga ik bij een ‘gewone’ Chinees eten, dan neem ik standaard de heetzure soep vooraf. Soms is het minder heet of zuur dan je had gehoopt, maar soms wordt je blij verrast. En eigenlijk altijd is het lekker. Na een lange werkdag ben ik na een kom heetzure soep al helemaal opgeknapt en klaar voor het hoofdgerecht. Een andere bekende heetzure soep is Tom Yum uit Thailand. Het is makkelijk om met speciale Tom Yum-bouillonblokjes snel een smakelijke soep op tafel te zetten, maar het is net zo makkelijk om zelf een bouillon te maken, bovendien een stuk minder zout. Zoveel werk is het namelijk helemaal niet, maar misschien moet je wel even langs de toko voor bijvoorbeeld limoenblaadjes en galangal. Gelukkig kun je citroengras tegenwoordig ook gewoon bij de supermarkt kopen. Gebruik je vaker citroengras, haal dan bij de toko een zak bevroren citroengras en je bent voor een tijdje klaar. Nog voordeliger bovendien. Dat geldt overigens ook voor limoenblaadjes, handig in een afsluitbare zak in de vriezer. Je grijpt nooit meer mis. En zoveel smaakvoller dan gedroogde blaadjes.

Citroengras, galangal en limoenblaadjes vormen wel een beetje de kern van de soep. Naast uiteraard vissaus en limoensap. Een populaire versie is met garnalen, maar dit recept is vooral met veel groenten en met visballetjes. Want die had ik toevallig nog in de vriezer liggen. Het waren eigenlijk ook de visballetjes die mij op het idee brachten om Tom Yum soep te maken. Niet eens de grote zak garnalen die er naast lag. Tom Yum kun je overigens ook gerust met kip of varkensvlees eten, of zonder eiwitten met alleen groenten.

Lees Meer Lees Meer

Het loempia-pastei experiment – SU-stijl

Het loempia-pastei experiment – SU-stijl

Elk gerecht is al eens gemaakt. Door een professionele kok, een hobbykok of waarschijnlijker door een van de vele miljoenen die dagelijks een maaltijd voor hun gezin verzorgen. Of anders is er ergens wel een student die van de nood een deugd heeft gemaakt. Nee, illusies dat ik iets nieuws heb bedacht, heb ik niet.

Het leuke aan de mobiele telefoon is dat de foto-app mij vrijwel dagelijks foto-herinneringen stuurt. Niet alleen van eten overigens, maar regelmatig zie ik een gerecht of complete maaltijd uit het verleden voorbij komen. Zo raakte ik geïnspireerd door de foto’s van de verschillende pasteitjes die ik in Suriname heb gegeten. Soms gevuld met vlees, dan weer vis (verrassend bij het ontbijt) of aardappel met groente. En laat ik nog twee grote aardappels hebben liggen waar ik iets mee had willen maken waar ik uiteindelijk geen zin in had. En ze begonnen al te overwegen om uit te gaan lopen. Het bewijs overigens dat te lang van te voren bedenken wat ik ga eten bij mij niet werkt.

Pasteitjes worden normaal gesproken gemaakt met bladerdeeg. Dat had ik niet in huis, maar wel had ik nog loempiavellen liggen van de laatste keer dat ik martabak telor maakte. Een idee was geboren, aardappel met kousenband en pinda sambel. Een pasteitje in loempiavorm. Soort van. Dus ik besloot er ook nog taugé aan toe te voegen. Geen loempia zonder taugé tenslotte.

Je kunt zelf een smakelijke pindasaus maken, maar als je de hand weet te leggen op echte Surinaamse pinda sambel kan ik dat echt aanraden. Het is een gekruide Surinaamse pindasaus, met onder andere tamarinde, kentjoer, knoflook en vaak peper. De pindasaus is grover dan de standaard pindasaus en door de specerijen kruidiger en vol van geur. Je ziet en ruikt het verschil al voordat je het hebt geproefd. Echte Surinaamse pinda sambel is soms wel wat lastiger te verkrijgen. Gelukkig had ik een grote koffer bij me…

Lees Meer Lees Meer

Martabak telor

Martabak telor

Je kunt jaren eten uit de Aziatische keuken en dan nog verrast worden door wat een enorm populaire snack blijkt te zijn. Dit keer, het gebeurt vaker, was het martabak telor uit Indonesië. Toegegeven, ik ben nog lang niet klaar met het proeven van gerechten uit de Indonesische en Indische keuken, zeker zolang ik er nog niet geweest ben, maar dit gerechtje was al die jaren aan mij voorbij gegaan. Ik at het enkele jaren geleden voor het eerst ergens in Limburg, daar waar de Surinaamse eettentjes op één hand te tellen zijn. Surinaams? Het was toch Indonesisch? Klopt, maar dit kleine eethuisje met slechts een enkel tafeltje serveerde verschillende gerechtjes als lunch. En de Surinaamse en Indonesische keuken hebben natuurlijk wel wat overeenkomsten, al heb ik in Suriname nog geen martabak telor gegeten.

Martabak telor is een ‘interessant dingetje’, zoals de medeblogger het noemde nadat ik mijn foto van het avondeten appte. Zeg maar onze 1-op-1 Instagram. In Indonesië verwijst martabak over het algemeen naar de zoete versie, martabak manis, en martabak telor, een versie met rund of kip, ei en lenteui. Maar er is op Sumatra een variant zonder vlees, martabak kentang. In plaats van vlees worden aardappel en specerijen gebruikt. Die versie staat op het lijstje om ook eens te maken. Het doet misschien wat denken aan pasteitjes uit India, maar daar gaan we vanzelf achter komen. En er is nog martabak tonijn, martabak rendang en… Mogelijkheden te over dus!

Varianten op martabak zijn te vinden in vele landen, waarbij zowel de inhoud als het deeg verschilt. De oorsprong zou liggen in Yemen, waar het murtabak heet of mutabbaq, wat in het Arabisch ‘gevouwen’ betekent. De versie uit Yemen is een gevulde pannenkoek of een in de pan gebakken brood. Er is echter ook een winkel in Jeruzalem die mutabbaq claimt te hebben uitgevonden in 1860. Die versie bestaat uit gevouwen filodeeg gevuld met witte kaas. Dat doet mij dan weer denken aan börek met witte kaas, afkomstig uit Turkije, maar waarvan de herkomst veel verder teruggaat dan de Turken, namelijk de Perzische keuken of de Byzantijnse keuken. En tenslotte zijn de Turken ook weer afkomstig uit Centraal Azië. Wie zich even verdiept in de oorsprong van martabak reist van Yemen door allerlei landen tot Indonesië en Maleisië aan toe. Met name in de keuken van de moslims is de murtabak of martabak bijzonder populair, in Zuidoost-Azië verkrijgbaar in mamak-kraampjes.

De zoete versies en met eigen gemaakt deeg laat ik graag over aan de medeblogger. Dat lijkt toch meer zijn stijl, ik hou het op de versie met dun loempiadeeg of wellicht eens een uitstapje naar filodeeg, zoals in de landen in het oosten van de Middellandse Zee en daar omheen.

Een frituur heb je overigens niet nodig, want een martabak telor bak je eenvoudig in de olie in een koekenpan.

Lees Meer Lees Meer

Low-tech kippenvleugels uit de oven

Low-tech kippenvleugels uit de oven

Kip uit de oven. Wie is er niet groot mee geworden. Wij in ieder geval wel. De gegrilde kippenpoot uit de oven was een heuse zondagse traktatie, niet in de laatste plaats door het knapperige vel.  Kippenvleugels en drumsticks lenen zich als kleinere delen goed voor snacks of als bijgerecht. Bereiden is slechts een kwestie van marineren en bakken/roosteren in de oven. De marinades zijn geschikt voor hele kip en kippenpoten, maar dus ook voor drumsticks en kippenvleugels. En de geroosterde kip is zowel warm als koud lekker.

Als je voor een groot gezelschap een snack moet verzorgen is het leuk om wat variatie te hebben, van zoet tot hartig of heet. Of een combinatie daarvan. Een drietal varianten kippenvleugels, allemaal eenvoudig te bereiden: sriracha, honing en ketjap.

Sriracha

Ik maak deze variant al jaren en het is altijd een groot succes. ‘Het recept is geheim’ als er naar gevraagd wordt, maar het enige wat je nodig hebt is een fles sriracha (rooster). Meestal neem ik de versie met gember of met extra knoflook, maar de gewone versie smaakt ook prima.

Sriracha is een chilisaus die zijn herkomst heeft in Thailand. Het is gemaakt van chilipepers, azijn, knoflook, suiker en zout. Sinds 1980 wordt het in Amerika geproduceerd en bestaat het als merk met als beeldmerk een haan waardoor het bekend staat als ‘rooster-sauce’. De eigenaar, een Chinese immigrant uit Vietnam, is namelijk geboren in het jaar van de haan. Later zijn er ook andere merken bijgekomen, waaronder zelfs Nederlandse merken. Zelf blijf ik trouw aan de ‘rooster’. Het gaat tenslotte niet alleen om hoe heet een saus is, maar ook hoe deze smaakt. Bovendien proef ik graag ook nog de rest van het eten. Sriracha is niet loeiheet, maar zorgt voor een aangenaam pitje. Wil je serieus heel hete kip, neem dan Surinaamse sambal (lees: raketbrandstof), bij voorkeur een verse thuisgemaakte. Die zijn het meest gevaarlijk…

Er zitten geen kleurstoffen in de saus, dus de kleur is niet even constant. Vroeg in het seizoen zijn de chili’s groener waardoor de saus iets lichter wordt dan in het najaar als chilipepers rood zijn en de saus felrood wordt.

De hoeveelheden zijn naar eigen voorkeur, maar hanteer een flinke eetlepel sriracha per 250 gram kip. Uiteraard kun je meer gebruiken als je het pittiger van smaak wilt.

Laat minimaal 12 uur marineren en verhit de kip 30 minuten in een voorverwarmde oven van 175 graden.

Kippenvleugels met sriracha.

Lees Meer Lees Meer

Haemul-pajeon – Koreaanse pannenkoek met lenteui, inktvis en garnalen

Haemul-pajeon – Koreaanse pannenkoek met lenteui, inktvis en garnalen

Zeevruchten, een bijna poëtische benaming voor wat in het Engels ordinair sea food heet. Het Italiaanse is nog lyrischer, frutti di mare. Het Duits, dat net als het Nederlands normaal gesproken niet uitblinkt met fraaie klanken, kent Meeresfrüchte. Gaat de Engelse term feitelijk over alles wat voor de mens eetbaar is en in de zee leeft, zowel plantaardig als dierlijk, de andere benamingen slaan vooral op schaaldieren en schelpdieren. Het woord ‘vrucht’ is misschien een beetje een eufemisme, maar duidt vooral op iets wat smaakvol is en misschien wel luxueus. Zo wordt het tenminste nu ervaren, terwijl voedsel uit de zee al sinds mensenheugenis wordt gegeten en niet per se uit luxe.

Zeevruchten kan dus uit van alles bestaan. Van coquilles en mosselen tot garnalen en inktvisringen. Van duur tot goedkoop. In de meeste bevroren zeevruchten uit de supermarkt vind je naast een verdwaalde garnaal en wat mosselen voornamelijk inktvis. Misschien nog een schelpdier, maar zeker geen coquilles. Kook je wat groter, dan loont het om zelf je combinatie van zeevruchten samen te stellen.

Ik denk dat de meeste mensen zeevruchten als zodanig eten als ze paella eten. Zo’n gerecht dat ik nog nooit gemaakt heb en misschien zelfs nooit gegeten heb. Terwijl ik toch zo liefhebber ben van rijstmaaltijden. Wie weet komt het er nog eens van.

Het maken van paella vraagt tijd, maar zeevruchten zijn heel geschikt om een snelle maaltijd mee te maken. Zelfs bevroren zeevruchten kun je snel gebruiken door ze te ontdooien onder stromend water. Iets wat bij niet te dikke vis overigens ook goed werkt.

De pajeon is een van de verschillende soorten pannenkoeken die in Korea wordt gegeten. Jeon staat voor pannenkoek en pa betekent groene ui. Bij jeon wordt het beslag doorgaans over de ingrediënten in de pan gegoten, terwijl bij het neefje buchimgae alle ingrediënten worden gemengd en vervolgens in de pan gedaan.

En oh ja, een pajeon eet je met stokjes.

Lees Meer Lees Meer

Tteokbokki met gehakt

Tteokbokki met gehakt

Tteokbokki schijnt het ultieme Koreaanse streetfood te zijn. Wie wel eens tteokbokki heeft geproefd, zal daar niet verbaasd over zijn. Rijstcakes (tteok) in een hartige, spicy saus. Je kunt ervan blijven eten totdat je helemaal vol zit. Het gerecht is een variant op het traditionele gungjung-tteokbokki, een gerecht uit de koninklijke keukens van Korea.

Tteokbokki draait om de textuur van de rijstcakes en gochujang, een pasta gemaakt van rode pepers, (kleef)rijstmeel, gefermenteerde sojabonen en zout. De geur van rauwe gochujang is vooral die van gedroogde pepers, maar tijdens de bereiding verandert die geur en ook de smaak. Met de toevoeging van een beetje suiker is het gerecht zoet, pittig, zout en hartig tegelijk. De werking van umami in optima forma.

Naast gochujang wordt ook gochugaru toegevoegd, grofgemalen pepervlokken die over het algemeen redelijk mild zijn. Er zijn vele varianten van tteokbokki met verschillende ingrediënten, zoals rode bonen, pompoen, gedroogd fruit, honing of sesamzaad. Maar de eenvoudige versie is het meest populair.

De rijstcakes voor tteokbokki zijn eenvoudig. Je kunt ze ook zelf maken van water en (kleef)rijstmeel. Door het deeg eerst te stomen en daarna langdurig te kneden komen gluten vrij die het deeg elastisch maken. Van het deeg maak je vervolgens slierten die of in schuine plakjes worden gesneden of in cilindervormige stukjes. De plakjes worden gebruikt voor soep en de cilinders voor tteokbokki. De dikte van de cilinders kan overigens variëren. De textuur is chewy, een goed Nederlands woord is er niet voor. Door de rijstcakes wordt de saus tijdens de bereiding langzaam gebonden.

De basis van echte tteokbokki is een bouillon van gedroogd zeewier en gedroogde ansjovis. Nu is dat laatste nog een beetje buiten mijn comfortzone. Dus ik kies voor dashi, een Japanse bouillon van bonitovlokken en kombu. Niet helemaal hetzelfde, maar wel een passend alternatief. Bovendien kleed ik de tteokbokki aan met gehakt en enoki, zo mooi fluweelpootje in het Nederlands genaamd. Deze paddenstoel doet het goed in elke Aziatische soep, maar ook in een hotpot.

Eventueel kun je nog een flinke hand spinazie toevoegen. Tegelijk met de enoki. Voor een optimaal resultaat dan wel de steeltjes verwijderen van de blaadjes. Dat klusje betaalt zich uit!

Lees Meer Lees Meer

Snelle maaltijd: dan dan noedels

Snelle maaltijd: dan dan noedels

Ik deed al eens eerder een recept. Er zijn namelijk vele recepten. Ik merk echter dat ik het recept van Fuchsia Dunlop vaker maak. Onlangs nog als onderdeel van een buffet voor 35 man. Dan dan noedels kun je makkelijk van te voren maken en weer opwarmen. Het wordt er misschien nog wel lekkerder van. Opgebakken rijst en opgebakken noedels smaken namelijk geweldig.

Dan dan noodles is eigenlijk streetfood en dan weet je al dat het een snelle bereiding kent. Handig na een lange werkdag. Het heeft echter wel een aantal typische ingrediënten die niet iedereen standaard in huis zal hebben. Te beginnen met het sleutelingrediënt.

Yai cai is een gefermenteerde mosterdkool. Maar lastig te krijgen. Als alternatief kun je Tianjin dongcai gebruiken, een ingemaakte variant van Chinese kool. Bovendien is die veel makkelijker verkrijgbaar. Je hebt ze vast wel eens bij de toko zien staan, zo’n klein bruingroen potje met een doorzichtig plastic deksel. Zo’ n typische verpakking die je alleen koopt als je weet wat het is. Afkomstig uit de Tianjin regio. De kool wordt daar gedroogd in de zon en vervolgens fijn gesneden. Het wordt daarna ingewreven met zout en knoflook, waarna het lang fermenteert in  potten van aardewerk. Zoals vaak met gefermenteerde producten heeft dongcai een sterke smaak.

Je kunt het overigens voor meer gerechten als smaakmaker gebruiken, bijvoorbeeld in een lekker soepje. Gebruik je het voor de eerste keer, wees dan voorzichtig met de hoeveelheden. Teveel kan je gerecht verknallen. En Tianjin dongcai is vrij zout, extra zout toevoegen is zelden nodig. Dus altijd eerst even proeven, maar dat deed je natuurlijk al.

Lees Meer Lees Meer

Baechujeon – Koreaanse pannenkoek met Chinese kool

Baechujeon – Koreaanse pannenkoek met Chinese kool

Terugkerende lezers weten ongetwijfeld dat ik regelmatig soep maak. Lekker als lunch of als avondmaaltijd. Snelle favorieten zijn (Chinese) tomatensoep en heet-zure soep. De tomatensoep is snel en in verschillende varianten te maken. De heet-zure soep kost misschien net iets meer tijd, maar is lekker bij zowel tropische temperaturen als winterse omstandigheden. Belangrijk is ingrediënt voor deze soep is Chinese kool. Je hebt echter wel meer kool dan je nodig hebt voor je soep. Wat doe je met de rest?

Uiteraard kun je de Chinese kool in stukken snijden en wokken. Lekker door de gebakken rijst bijvoorbeeld. Of je maakt er okonomiyaki mee, een Japanse pannenkoek. Aan eentje heb je meer dan genoeg. Maar als je de kool heel hebt gelaten, dat wil zeggen dat je er alleen bladen van af hebt gebroken en niet de kool doormidden hebt gesneden, dan kun je met de bladeren zelf een lekker Koreaans gerechtje maken. Zo ontdekte ik onlangs in ieder geval dankzij de Koreaans-Amerikaanse Maangchi. Chinese kool als pannenkoek, als het ware. De Koreanen blijken overigens groot fan van pannenkoekjes in allerlei smakelijke varianten. Daarover binnenkort veel meer. Ideaal namelijk om je restjes groente te gebruiken als je geen zin hebt in een soepje.

Nog even over Chinese kool. Het zal je misschien al eens zijn opgevallen dat er soms miniscule zwarte stipjes voorkomen op onder andere de witte nerven. Vroeger dacht ik nog dat ik de restjes kool misschien te lang in de koelkast had liggen. Maar dat blijkt niet het geval. Je kunt ze ook niet wegvegen, de vlekjes zitten echt in het blad. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat een grote opname aan zouten, met name kalium, de hoeveelheid stippen vergroot. Een goede vochtvoorziening tijdens de teelt vermindert de kans op vergrote stippen bovendien. De ‘stipgevoeligheid’ verschilt per ras en voor de verkoop is zo weinig mogelijk stippen gewenst. Kwaad kan het in ieder geval niet. ¹

Terug naar de Baechujeon, de Koreaanse pannenkoek van Chinese kool. Het is een lekker lunchhapje en een verrassend voorgerecht. Onderstaand recept is in dat geval genoeg voor 3-4 personen.

Lees Meer Lees Meer

Restjes: van chili con carne naar nachos

Restjes: van chili con carne naar nachos

Ik loop over het algemeen jaren achter trends aan. Of ik mijd ze als de pest, zoals met de roemruchte kapsalon het geval is.

Destijds werkte ik in Rotterdam en het duurde niet lang voordat het bestaan van deze caloriebom ook mijn kantoor bereikte. Lokale collega’s vertelden er in geuren en kleuren over als ze er weer eentje hadden gegeten. Dat is alweer jaren geleden en de kapsalon heeft zich verspreid over Nederland. Sterker nog … onlangs zag ik op social media zelfs een filmpje van een Indonesiër die in zijn streetfoodbar naast allerlei rijstgerechten ook de kapsalon op het menu had staan …

Andere trends zijn allang geen trends meer als ik eens een keertje begin met ze te eten, zoals nachos. Het was al weids ingeburgerd voordat ik er een keertje aan begon. De eerste keer was in een plattelandshotel in Groningen na een lange warme dag. Alles ging er op dat moment wel in en zeker een snack met kaas. Zonder het bewust gemeden te hebben, was ik aangenaam verrast door de combinatie van harde tortilla, gesmolten kaas, jalapeno pepers en zure room. Ik at het enkele jaren later nog een keer in een American Dive in Berlijn. Het menu was teleurstellend en ik koos voor weinig risico en de nachos. Helaas was niet niet zo’n succes als de eerste keer, vooral omdat het wat saai was met enkel kaas en een paar verstopte jalapenos.

Nu vind ik tortillachips al iets aparts. Ik vind ze lekker, maar vooral met een salsa. Zonder salsa ben ik snel uitgegeten. Voor mij zijn tortillachips dus bij uitstek geschikt om iets mee te doen. In dit geval heeft iemand anders dat al bedacht.

Nadat ik een restje chili con carne over had leek het mij voor een gezellig avondje heel geschikt om nachos mee te maken.

Lees Meer Lees Meer

Dürüm met falafel

Dürüm met falafel

Het was tijdens een trip naar Berlijn dat ik voor het eerst dürüm at, een opgerold rond platbrood (vergelijkbaar met een tarwetortilla) in dit geval gevuld met onder andere een salade van rode kool en köfte. Meestal wordt de dürüm echter gegeten met döner, dun gesneden gekruid vlees van het spit. Echt straatvoedsel dus.

Op het oog is de dürüm het neefje van de lahcum en het verre achterneefje van de burrito. Ze lijken op elkaar, maar zijn toch heel verschillend. De overeenkomsten tussen dürüm en een burrito zitten vooral in de verpakking (een plat deegbrood van tarwemeel) en de wijze van verpakken (opgerold). Bonen bijvoorbeeld ontbreken dan weer volledig in de dürüm, dus qua inhoud gaat de vergelijking snel mank. De lahmacun en dürüm, beiden uit Turkije, verschillen qua smaak en inhoud net zoveel van elkaar als de dürüm en de burrito. De lahmacun bevat een laag pikant gekruid gehakt in een dunne tomatensaus, een soort van opgerolde pizza oneerbiedig gezegd. Dit wordt vaak bereid in een oven. Het wordt meestal ook opgerold, maar daar houdt de vergelijking wel zo’n beetje op.

Berlijnse durum
Berlijnse dürüm

Terug in Nederland besloot ik al snel zelf dürüm te maken. Het was duidelijk goed bevallen. De grote dürümvellen had ik al eens zien liggen bij de Marokkaanse super, maar ik besloot praktisch te beginnen met tortilla’s van 25 cm. De dürüm in Berlijn was enorm, een kleine versie leek bij een goed alternatief. En in plaats van köfte (of döner) koos ik voor falafel. Falafel, je weet wel, een niet door de commercie bedacht alternatief voor vlees. Lekker ook in een pitabroodje met saus.

Er zijn tal van recepten voor dürüm te vinden, maar ik probeerde vooral de versie in Berlijn te benaderen. Als saus was er een dunne scherpe saus, maar ik bedacht in plaats daarvan aci biber salçasi te gebruiken. In een dunne laag uitgesmeerd in een enkele baan in het midden van de tortilla. Aci biber salçasi lijkt weliswaar op tomatenpuree, maar is dat niet. Je kunt het dus ook prima onverhit eten. Sterker nog, bij sterk verhitten verliest het smaak.

Lees Meer Lees Meer