Archief van
Categorie: Tomatensaus

Zwarte bonenburger in een Italiaanse bol

Zwarte bonenburger in een Italiaanse bol

Nederlands is en blijft een rare taal. Maak je van zwarte bonen een burger, dan heet het zwarte bonenburger. Een bonenburger die per definitie zwart is, dus. Maar in een paarse bonenburger hoeven helemaal geen paarse bonen te zitten. Logisch gevolg is dat er in een zwarte bonenburger geen zwarte bonen hoeven te zitten. Misschien is die burger zwart door gebruik van inktvisinkt. Van die dingen.

Bij het vernoemen van straatnamen komt het ook voor: zo is het wel Frans Halssingel en niet Frans Hals singel. Nog een voorbeeld: gerookte spekreepjes. Het zijn echter niet de reepjes die gerookt zijn, maar de speklap, die pas daarna in reepjes is gesneden. Gerookte spekreepjes zijn reepjes gerookte spek en eigenlijk geen gerookte spekreepjes. Ik blijf het raar vinden. En in andere talen is het niet beter. In het Engels is het een black bean burger, dan weet je niet wat bij elkaar hoort. En in het Duits is het eigenlijk ook zo: Schwarze Bohnen Burger of Schwarze Bohnen-Burger. Het zou eigenlijk zwarte-bonen burger moeten heten.

Maar goed. Zwarte bonenburger in een Italiaanse bol, dus. We eten het vooral op herfst- en winterdagen, als we eten bij lamplicht. Zwarte bonenburgers vullen namelijk goed, zeker als je er nog wat extraatjes bij doet. Te zwaar voor in de zomer, eigenlijk, hoewel je ze dan van minder bonen en/of met kleinere broodjes zou kunnen maken … .

Italiaanse bol, dat betekent dat er al Italiaanse kruiden in het broodje zitten. Dat hopen we dan maar, want niet zelfgemaakt maar kant en klaar bij de warme bakker gehaald. In en op deze burger daarom geen extra Italiaans kruiden en/of specerijen meer. Wat dan wel?

Lees Meer Lees Meer

Doorgedraaide million-dollar spaghetti casserole

Doorgedraaide million-dollar spaghetti casserole

Het is halverwege de herfst, de temperaturen dalen, de regenkracht neemt toe, evenals de windsnelheden. Zomerjas eindelijk vervangen door de winterjas. Vullende ovenmaaltijden raken weer in trek. En daar is heel veel variatie in mogelijk.

De uitdrukking look/feel like a million dollars wordt in de VS gebruikt om aan te geven dat iets goed voelt of dat men gelukkig is, en dan vaak in de overtreffende trap. Een gerecht dat zelfverklaard in de titel million dollar heeft moet dan wel extreem goed smaken.

Voor zover ik kan nagaan is het bedacht – met deze titel – voor de keuken van Betty Crocker, een in 1921 opgericht fictief persoon, nog steeds naamgever van een kook- en ingrediënten imperium. Daarvoor waren er al recepten met million dollar spaghetti als titel. Door het woord casserole toe te voegen kan je iets nieuws claimen. Zo simpel is het. Het recept komt waarschijnlijk van Tieghan Gerard, midden 2014 aan de reviews te zien, en is eigenlijk gewoon een million dollar spaghetti recept. Wie de uitgebreidere titel heeft bedacht is daarmee onbekend, gezien de aanwezigheid van marketing teams. Gerard – en haar team denk ik dan – wordt inmiddels gezien als een veel geprezen maar ook wel bekritiseerde food influencer. Dat laatste is ook niet zo moeilijk, hoe meer volgers er zijn hoe groter de kans dat iemand iets van je vindt.

Pas ruim 2 jaar later werd het recept opgenomen op haar eigen website, die ze startte in 2012. Zal wel iets met rechten te maken hebben. Nog een jaar later, in december 2017, weer geüpdatet op de Betty Crocker website. Maar het blijft gewoon een casserole, gemaakt met voor iedereen al bekende ingrediënten. Gerard gebruikt sowieso veel ingrediënten in haar recepten die voor iedereen al bekend zijn. Niet echt geschikt voor diëten ook. De echte oorsprong, in wat voor een variant dan ook, zal nog veel eerder in de tijd liggen.

Million-dollar spaghetti casserole past wel in het minder verfijnde deel van de VS-keuken: het comfort food deel. Niets mis mee. En daarmee ongekend populair. De VS is er mee aan de haal gegaan. Er zijn nu waarschijnlijk miljoenen varianten. Ook varianten die teruggrijpen op alleen het gebruik van gehakt. Zo ook op de Betty Crocker website. En dan lijkt het ineens op een Reutel variatie doordat het gehakt niet door de spaghetti wordt gemengd, maar erbovenop wordt gelegd: onze deegloze spaghetti bolognese pie. Als je blijft variëren, kan iedereen wel een deel van het succes claimen.

Beide Amerikaanse recepten gebruiken cottage cheese. Het kan, maar is wel wat ongewoon. Cottage cheese past beter bij broodjes en (lauw-warme) salades vinden wij. Wat verdere aanpassingen aan de recepten gemaakt. Even doordraaien zoals dat in ons huis heet.

Cottage cheese vervangen door ricotta. De 4 eieren die beide recepten gebruiken om rauw door de spaghetti te mengen hier weggelaten. De spaghettilaag zal wel losser blijven daardoor. Geen probleem, straks gewoon voorzichtiger een stuk uit de ovenschaal halen. Het gehakt en de worst hier gecombineerd. Geen Italiaanse worst, maar braadworst, zonder velletje. En zelf marinara spaghetti tomatensaus gemaakt, in plaats van een kant-en-klare saus uit blik of pak. En die ietwat smakeloze geraspte low-moisture stukjes mozzarella, ongekend populair als pizza topping in de VS, vervangen door belegen Cheddar kaas. En last but not least, een groentelaag toegevoegd!

Flink doorgedraaid zei een huisgenoot toen ik desgevraagd meldde hoe ik de oorspronkelijke ingrediënten had aangepast. Beetje veel minder Amerikaans geworden. En zo is het.

Lees Meer Lees Meer

Dischi Volanti: pasta gebaseerd op UFO’s uit 1954

Dischi Volanti: pasta gebaseerd op UFO’s uit 1954

Een pasta-maaltijd met een tomatensaus, met daarin een gele en een oranje paprika, en gele uien. Dan wordt de rode tomatensaus vanzelf oranje, als je de saus pureert.

Die pasta is wel een speciale: dischi volanti in het Italiaans. Letterlijk vertaald zijn dat vliegende schotels.

De kranten en TV programma’s staan deze weken weer vol met artikels over UFO’s, Unidentified Flying Objects, waar vliegende schotels maar een onderdeeltje van zijn.

UFO’s zijn echter van alle tijden [1]. De oude Egyptenaren zagen ze al en de oude Romeinen ook, waaronder Plinius de Oudere zelf.

Vanaf 1940 werden en worden ze over de hele wereld veel frequenter gezien, waarschijnlijk omdat zowel civiel als militair vliegen vanaf die tijd echt in veel grote aantallen gebeurde. Mensen op de grond keken meer omhoog en meer piloten en passagiers keken naar buiten. Dan ziet iemand wel eens iets in de lucht, zonder dat die iemand weet wat het is. Niet geïdentificeerd is het dan, niets meer en niets minder. Pas als je gaat speculeren worden UFO’s buitenaards.

Dischi volanti, de pasta, is vernoemd naar dischi volanti, echte vliegende schotels. Dat beweren deze keer niet een paar verdwaalde eenlingen, maar alle toeschouwers van een voetbalwedstrijd in Florence, Italië, en wel op 27 oktober 1954. De BBC haalde het verhaal in 2014 nog maar eens naar boven [2].

Italiaanse kranten stonden er vol mee in 1954. Er werd ook een foto bij afgedrukt. Het origineel van die foto is jammer genoeg verdwenen, de korrelige krantenfoto bevat helaas geen details.

Dan rest alleen nog de ooggetuigen. En dat zijn er nogal wat. De betonnen bak die Stadio Artemi Franchi heette zat vol tijdens de wedstrijd Fiorentina tegen Pistoiese, men meldt 10.000 toeschouwers. Halverwege werd de wedstrijd gestopt omdat er UFO’s over kwamen vliegen. Men was het naderhand niet over eens of het bollen waren of vliegende schotels. En ook niet over hoeveel het er waren. Ooggetuige zijn: het blijft lastig.

Die schotels die overvlogen tijdens een voetbalwedstrijd, zijn wel de reden waarom de pastasoort dischi volanti is uitgevonden. In 1955 ontwierp Garibaldo Ricciarelli bronzen mallen om dischi volanti pasta te maken.

En naar verluidt wordt 1 van die bronzen mallen tot op de dag van vandaag gebruikt door pasta fabrikant Pastificio Fabbri.

Lees Meer Lees Meer

Pipe rigati, tomaten, basilicum, 2 kaasjes en gehakt

Pipe rigati, tomaten, basilicum, 2 kaasjes en gehakt

Het zijn barre tijden met al die prijsverhogingen voor iedereens eerste levensbehoeften. Ben nog altijd blij dat we vroeger hebben leren koken. Daar hebben we niet alleen gemak van, maar ook financieel voordeel. Zelf alles samenstellen uitgaande van basisingrediënten is nu eenmaal veel goedkoper dan complete maaltijden kopen. Dat gaat zelfs al op bij pure passata ten opzichte van al gekruide tomatensaus.

Zeker als je op reclames let. Wat op dit moment zelfs een beetje extreem is met die 2e gratis en 1+1 gratis acties. Wel kopen natuurlijk, want je hebt er eerder in het jaar vast al voor betaald met je boodschappen, of anders straks wel, in de kerstperiode. Want welke winkel gaat nu uit zichzelf verlies draaien?

Met eigen ingrediënten, zoals pasta, kan je variëren. Dat roep de vraag op: waarom bestaan er eigenlijk zo veel pastagerechten? Dat is aan te tonen, zelfs al met de beperking van de ingrediënten van deze maaltijd. Eerst door stug doorrekenen, dan door iets slimmers te doen: wiskunde toepassen.

We maken graag tomatensausen met basilicumblaadjes erin. Soms fijngesneden basilicumblaadjes, soms takjes basilicum die we op het eind weer verwijderen, en soms een combinatie van beiden. Basilicum in tomatensaus is heerlijk en levert alleen al 3 mogelijkheden voor in een maaltijd, even meetellen! Groene pesto, oorspronkelijk uit Genova, gemaakt van basilicumblaadjes en pijnboompitten, vinden we ook heerlijk, maar op de een of andere manier, en gek genoeg vinden we dat zelf ook, niet als die gemengd is door de pasta. Een andere pesto, die van alla trapanese uit Sicilië, die dan juist weer wel. Heeft alles te maken met smaak en mondgevoel.

Voor tomatensausen grijpen we altijd graag terug op passata en/of tomatenconcentraat. Soms met, of alleen, verse tomaten. Even meetellen: alweer 7 combinaties voor de tomaten. Er is wel een lichte kentering gaande betreffende tomaten uit blik in ons huishouden en wel sinds het merk Mutti in Nederland in de schappen is verschenen met blikken pomodoro San Marzano en pomodorini datterini. Je moet je eigen keuzes van liever-geen-tomaten-uit-blik altijd blijven toetsen als er nieuwe merken verschijnen op de schappen! Tomaten, alleen in deze alinea nog meer combinatiemogelijkheden met wel of niet de inhoud van die blikjes erbij.

Als je dan die verschillende kaasjes bekijkt die mogelijk zijn, naast feta en Parmezaanse kaas, dan zie je meteen dat alleen al in deze maaltijd ontzettend veel te combineren valt en weg te laten is, zelfs al met die simpele basis van pasta, tomaat, basilicum en kaasjes. Veel combinaties en toch iedere keer anders  van smaak en textuur.

Maar over hoeveel combinaties hebben we het nu eigenlijk, met de genoemde basilicum, tomaten en 2 kaasjes keuzes? Weinig of veel?

Lees Meer Lees Meer

Gewoon lekker Tsjechisch eten: katův šleh

Gewoon lekker Tsjechisch eten: katův šleh

En ook, lekker gewoon Tsjechisch eten: katův šleh.

Prachtig land, Tsjechië. Buiten de toeristische steden, Praag(!), volop ruimte. Bergen, heuvels en smalle, bochtige wegen. Veel kleine dorpjes ook. Wil je wat eten dan ga je naar een restaurace. Want eten in Tsjechië is naar onze begrippen spotgoedkoop. En aan kwaliteit wordt niets ingeboet. Hoe doen ze dat?

Katův šleh vind je in gewone restaurants. Makkelijk te maken met basis ingrediënten. Katův šleh laat zich vrij vertalen als beul slagen. Misschien een referentie naar de aromabommetjes die erin zitten? Want katův šleh hoort scherp van smaak te zijn.

Standaard ingrediënten zijn kippen- of varkensvlees, ui, chilipepers, paprika, augurken, tomatensaus of -puree en zwarte peper. In Tsjechië kan je kant-en-klare lečo kopen, een vegetarisch groentestoofpotje. Dan wordt katův šleh maken wel heel makkelijk.

En dan zijn er natuurlijk heel veel variaties op dit thema. Op de een of andere manier is de toevoeging van Worcestershire sauce populair in Tsjechië. Andere variaties zijn een enkel blaadje sla, een enkel schijfje komkommer en/of een stukje tomaat op je bord. Je krijgt het meestal met gebakken of gepofte aardappelen, friet, bolletjes rijst of knedlíky, in plakken gesneden bleke dumplings gemaakt van bloem, gist, eieren, zout en melk. Kortom, alles mag.

Hier gekozen voor de variant van katův šleh die in Tsjechië zelf is gegeten, toen ook met kreukel friet. Knedlíky is voor een andere keer.

Lees Meer Lees Meer

Pasta en rode paprikasaus met zonder ‘Nduja

Pasta en rode paprikasaus met zonder ‘Nduja

Oftewel, onderzoek naar een paprikasaus.

Na het verschijnen van ‘Door ‘nduja geïnspireerde pasta maaltijd‘ melde Nicolet, die ons blog al jarenlang trouw leest, op 30 januari 2022 dat er op een ander blog dat ze volgt, ook een gerecht met ‘nduja verschenen was. Het gerechtje werd gepubliceerd op 29 januari 2022 en heette ‘Schelpjes met rode paprikasaus en ‘Nduja‘. Het blog was ‘koken en hoge hakken’ van de Belgische Cathy Van de Moortele. Zo te zien elke dag van het jaar een nieuw recept. Imponerend is dat.

Dat tempo halen wij bij lange na niet. Ook al omdat wij het verhaal achter een recept minstens zo belangrijk vinden als het recept zelf. En een verhaal vergt regelmatig onderzoekstijd en altijd schrijftijd. Bovendien moet overdag ook nog de kost worden verdiend en moet er ’s avonds een maaltijd worden gekookt. Hobbytijd is kostbaar goed.

In reactie op de comment van Nicolette schreef ik dat vooral het gebrek aan zowel rode kleur als ook structuur in de paprikasaus mij opviel.

Met 150 gram schelpjes pasta leek mij het recept van Van de Moortele een tweepersoons gerecht, met daardoor 1 rode paprika per persoon. De nadruk ligt meer op de 2 rode paprika’s en niet zozeer op de ‘nduja. 2 eetlepels ‘nduja is ook niet zoveel natuurlijk, en je mag het van haar ook nog eens vervangen door iets anders.

Op de begeleidende foto zag en zie ik eigenlijk nauwelijks iets roods, ondanks het gebruik van ‘nduja, tomatenpuree en paprika. Intrigerend. Het ziet er ook uit als vloeistof op de pasta, zonder enige structuur, ook na het vergroten van de begeleidende foto. Zo ziet bij ons pasta met alleen passata en room eruit. Je zou wel structuur verwachten bij gebruik van paprika’s, ‘nduja en knoflook, ondanks dat die geblend zijn tot het “fluweelzacht” is. Ook de later toegevoegde kaas is niet te zien. Apart. Per persoon 150 gram saus zou je toch terug moeten zien? Het mysterie wordt groter.

Zoals zo vaak, intrigerende dingen blijven hangen in mijn gedachten. Vragend om aandacht en een oplossing. Intrigerend genoeg om het zelf eens een keer na te maken, maar dan vooral om te ontdekken waarom die rode kleur en die structuur verdwijnt.

Die ‘nduja was wel een probleem dit keer qua verkrijgbaarheid. En om altijd maar te leunen op het bezoek van de medeblogger aan 1 specifieke groothandel is ook zo wat. Toen kwam de realisatie dat ‘nduja niet nodig was voor dit onderzoekje. Wel als je het gerecht, inclusief de smaak, wil namaken. Maar wij hebben al een lekker pasta met ‘nduja gerecht. Gelukkig geeft Van de Moortele zelf een alternatief in haar recept: 2 eetlepels tomatenpuree en wat chilivlokken toevoegen aan de gefruite uien.

Anders geformuleerd: wat heeft dat vervangen voor een effect op de kleur en structuur? Op de kleur waarschijnlijk weinig tot niets. Zowel ‘nduja als tomatenpuree is prachtig dieprood van kleur. De structuur van de ‘nduja is wel weg en maar een heel klein beetje vervangen door chilivlokken. Oftewel, mijn saus zonder ‘nduja zou nog minder structuur moeten hebben dan de saus met ‘nduja die op de foto van Van de Moortele te zien is. En die had geen structuur. We zullen het zien.

Niet langer gedraald. ‘Nduja is dan maar voor een andere keer en een ander gerecht. Het onderzoek naar een rode paprikasaus die niet rood is moet af. Schelpjes met rode paprikasaus met zonder ‘nduja.

Lees Meer Lees Meer

Spinazie-gehaktballetjes met tricolore fusilli

Spinazie-gehaktballetjes met tricolore fusilli

Afgelopen week hadden de medeblogger en ik het over gehaktballen. En dan vooral over de verschillen in smaak van vegetarische ballen en gehaktballen van vlees. En ook over de diverse vegetarische ballen in de supers, over wel lekker / niet lekker. Toen ik meldde dat wij al jarenlang spinazie-gehaktballen eten – dat was blijkbaar nooit eerder gedeelde eetinformatie – kreeg ik terug waarom dat recept nog niet op Reutel was verschenen. Bij deze.

Spinazie werd bij ons vroeger veel gegeten. Zowel vers van het land als gekocht in een winkel. Gewoon spinazie, altijd puur de groente. Dus toen ons moeder ons een keer wilde verrassen, werd spinazie à la crème gekocht. Nu mochten wij vroeger niet zeggen dat eten vies was, maar we vonden collectief dat spinazie à la crème ‘niet lekker’ was. Het is daarna nooit meer in ons ouderlijk huis beland en ook niet in ons huishouden.

Dat geen spinazie meer in huis halen, dat zeiden de kinderen in ons huishouden ook. Al tijdens het eten van hun eerste spinaziemaaltijd waar de spinazie nog goed herkenbaar was gebleven. De smaak ging nog wel, ondanks de groene kleur. Maar het ruwe mondgevoel vonden ze niet fijn.

Ze gingen pas weer met plezier spinazie eten toen mijn wederhelft het in kleine gehaktballen verwerkte. Niet verborgen, want je zag de groente gewoon. Maar ze klaagden ineens niet meer. De ruwheid was verdwenen.

En zo eten we al heel veel jaren spinazie-gehaktballetjes. Eerst met eierspaghetti. Later met fusilli pasta, voor een betere textuur. En nog weer later met tricolore fusilli, voor meer en andere smaken. Het recept is nu wel zo’n beetje uitgeëvolueerd.

Zelfs de tomatensaus is na de introductie van tricolore pasta niet meer veranderd, wat bij onze andere pastarecepten nog wel met enige regelmaat gebeurd.

De spinazie moet je wel enigszins zorgvuldig kiezen. Hele bladspinazie, vers of in blokjesvorm uit de diepvries, dat werkt. Al in kleine stukjes gesneden spinazie, dat werkt niet. Dan vallen de gehaktballen tijdens het bakken uit elkaar. Dat gebeurde uiteraard toen ik ze een keer maakte in plaats van mijn wederhelft. Dat werd toen tomatensaus met stukjes gehakt en losse spinazie, in plaats van spinazie-gehaktballetjes. Ook lekker, maar dat was niet het doel.

Lees Meer Lees Meer

15 minuten maaltijd met orzo, passata en kruiderij

15 minuten maaltijd met orzo, passata en kruiderij

Toen ik de grammatica en het gebruik van leestekens in de Nederlandse taal moest leren, kwamen ook de taalgrapjes en -puzzeltjes. Van al die leraren die maar bleven denken dat ze leuk moesten zijn. Maar goed, eentje die me altijd is bijgebleven is toentomatentomatentomatentovrat. Tom en vooral To waren duidelijk liefhebber van tomaten, dat is bij mij pas veel later gekomen.

Wij gebruiken nu nogal veel tomaten. Er liggen vele soorten smakelijke tomaten in de winkels en, vaak op een andere plek, ook vele soorten tomaten in blik, glas of karton. Van al die verpakte soorten kopen wij eigenlijk vooral tomatenpuree en pure passata. In Italië heet het passata di pomodoro en dat mag alleen zo heten als er niets aan is toegevoegd, zelfs geen water. Dat is in Nederland anders. De naam passata is hier niet beschermd en dat zie je terug in onze winkels. Ook als er kruiden ingaan blijft het passata heten. Italiaanse merken laten dan het woord passata los.

Op 9 december 2021 berichtte de Consumentenbond dat potjes en zakjes met kant-en-klare droge kruidenmixen vaak nauwelijks of weinig kruiden en specerijen bevatten. De mixen zouden vooral bestaan uit zout, (paneer)meel, suikers en/of groente. Percentages van 67% en 80% (paneer)meel werden genoemd in bepaalde mixen. En erg veel zout. Kan niet echt een verrassing zijn als je ook maar een klein beetje geïnteresseerd bent en de informatie op de potjes en zakjes leest. Lees wat je eet. Meer motivatie om zelf wat potjes met al dan niet gedroogde kruiden in huis te hebben lijkt me niet nodig.

Dat minimale aan kruiderij gaat ook op voor gekruide passatamengsels. Bovendien is er met passata zelf prijstechnisch ook iets merkwaardigs aan de hand. Pure passata is goedkoop. Dat verandert echter als er andere dingen zoals kruiden in zitten. En dan hebben we het echt maar over kleine hoeveelheden kruiderij waardoor de prijs ineens fors omhoogschiet. Als er bijvoorbeeld uienpoeder, basilicum, oregano, peterselie, tijm en knoflookpuree in zit, dan wordt de prijs ruim 2 keer zo hoog, rekening houdend met de volumes. Dat klinkt als veel kruiden, maar dat is het niet. Reclame wint weer eens.

Lees Meer Lees Meer

Pasta alla Norma met ricotta al forno dura

Pasta alla Norma met ricotta al forno dura

Eigenlijk zou, voor een foodblog, de titel ‘pasta alla Norma met aubergine’ moeten zijn. Maar dat is een soort pleonasme; aubergine zit altijd in pasta alla Norma. Het speciale hier is de ricotta al forno dura. En toch, voor mij, ook de aubergine. Een mooie peervormige en donkerpaarse vruchtgroente, dat zeker. Ook wel bekend als eierplant, naar de Engelse naam eggplant. De jonge vrucht ziet er inderdaad uit als een groot en erg wit ei.

Pasta alla Norma is ontstaan op Sicilië. Vernoemd in het begin van de vorige eeuw naar de opera Norma, in 1831 gecomponeerd door de Siciliaan Catania Vincenzo Bellini. Daarvoor heette het gerecht waarschijnlijk gewoon pasta con le melanzane, pasta met aubergine. Niets bijzonders eigenlijk.

Er staan op dit blog al flink wat gerechten met aubergine, maar die zijn niet van mij. De medeblogger meldde veel eerder al dat hij zelf liefhebber is, maar dat hij diverse mensen kent die aubergine maar niets vinden. Daar ben ik er 1 van. Het mondgevoel is helemaal verkeerd. Die mening wordt bevestigd door een marktonderzoek uit 2012. Consumenten meldden toen ook nog als associatie met aubergine onder andere ‘bah, niet lekker/vies’ [1]. Gekookt of gestoomd blijven het dingen met een nare textuur en neutrale smaak. Niet voor niets wordt aubergine veelal gemarineerd, om smaak toe te voegen. Maar dat helpt niet echt voor de textuur. Bakken levert al een beter verteerbaar resultaat op, vaak door de plakken of reepjes eerst in bloem of paneer te dompelen, maar het is nog steeds niet super.

Pasta alla Norma is beroemd. De daarin gebruikte aubergines worden vaak gebakken, maar kunnen ook worden gefrituurd. Nu eten we nooit aubergines en frituren we ook niet. Maar in de wiskunde is -1 x -1 gewoon een positieve 1. Gewoon proberen dus, als experiment. Kijken of 2 negatieve dingen toch tot 1 positief gerecht kan leiden.

Het experiment in ieder geval al vast positief en met vertrouwen ingestoken. Een van de medeblogger gekregen ricotta al forno dura gebruikt, in de oven gebakken ricotta. Die is lang niet overal te koop, dus dat geschenk moeten we wel koesteren en goed gebruiken.

De heel speciale ricotta al forno dura:
een 8e deel van een ronde ricotta wei-kaas uit de oven.

Ricotta, een wei-kaas, gebruiken we vooral als verbindingsmiddel in quiches of hartige taartjes. Ricotta al forno is van een heel andere orde. Een fenomenaal kaasje. Subtiel van smaak; op een kaasplankje een start kaasje. Ricotta al forno is een schapen ricotta uit Sicilië, die wordt gedroogd, met zout bestrooid en daarna lang in de oven wordt gebakken. De toevoeging dura zal slaan op een nog langere tijd in de oven dan anders, waarschijnlijk bij lagere temperaturen. De bruine korst heeft een wat sterkere smaak. Gebakken ricotta is totaal anders van smaak en textuur dan de zachte verse ricotta, en bovendien wel te raspen. Die rasp gaat over deze maaltijd.

Lees Meer Lees Meer

Bolognese-achtige volkoren spaghetti maaltijd

Bolognese-achtige volkoren spaghetti maaltijd

Donkere volkoren spaghetti in combinatie een tomatensaus is bepaald niet zo fotogeniek als de versie met lichtgekleurde eierpasta, maar de smaak vergoedt alles.

Spaghetti bolognese, maar dan een beetje anders. Helemaal niet erg, want er is geen standaard tomatensaus voor de bolognese maaltijd. Hoewel de Accademia Italiana della Cucina daar heel anders over denkt. Bolognese refereert sowieso naar de saus, niet naar de pastasoort.

Een eerste recept voor een ragù (vleessaus) met pasta kennen we uit de late 18e eeuw. Opgeschreven door Alberto Alvisi in Imola, een kleine 40 kilometer van Bologna, in een manuscript met circa 50 recepten. Ragù met keuze aan vlees: rundvlees, kalfsschouder, varkenslende of ingewanden van gevogelte is mogelijk. Tomaten zijn nog geen ingrediënt. Terwijl er al zeker sinds 1692 tomaten recepten bestaan in Italië, opgeschreven door Antonio Latini, in Napels. Dat het recept uit de late 18e eeuw zonder tomaten is, is dan een bewuste keuze. Ragù alla napoletana, dat andere beroemde ragù recept uit Italië, bevatte namelijk al wel tomaten.

In 1891 publiceerde Pellegrino Artusi, die in Bologna verbleef, in zijn kookboek La scienza in cucina e l’arte di mangiar bene een recept voor maccheroni alla bolognese, met kalfsvlees en pancetta. Bologna en pasta waren in naam voor eeuwig aan elkaar verbonden. Als pasta wordt denti di cavallo genoemd, paardentanden. Kleine rigatoni wordt nu vaak als vervanger aangewezen. Tomaten zaten er echter nog steeds niet in. Ook wijn en melk (en ook room) zijn latere toevoegingen. Artusi suggereerde al wel Parmezaanse kaas om het af te maken. En ter verdere verbetering suggereerde hij kleine stukjes champignons.

In 1982 definieerde de Accademia Italiana della Cucina het definitieve recept, Ragù Classico Bolognese, met rundvlees en buikspek, en tomaten. Door de tomaten verschilt het minder dan oorspronkelijk van de Napolitaanse versie. Het verschil is nu meer of je het vlees fijn snijdt of in grotere stukken laat. Velen maken het nu in de geest van dit definitieve recept, maar in Italië leidt het zo te lezen nog steeds tot felle discussies. Zo zijn er nu ook versies met kippenlevertjes, zoals je al mocht kiezen van Alberto Alvisi, in het eerste recept. Geschiedenis herhaalt zich.

De Academia zit in Italië, wij niet. Deze keer het recept vaag gebaseerd op klassieke versies, bolognese alla pasta, met aanvullingen.

Lees Meer Lees Meer