Het is er weer zo 1: een recept voorafgegaan door een ietwat lang geworden verhaal. Volgens de medeblogger uit een hoge hoed. Kom je hier voor het recept: spring!
Goede muziek en goed eten zijn belangrijk bij ons. En die 2 dingen kunnen op vele manieren bij elkaar komen.
Pissaladière is een gerecht met de ongeschreven wet dat er een diagonaal patroon van ansjovis-filets opligt. Direct herkenbaar. En met een favoriet: gekaramelliseerde uien. Daar sta je toch wel een tijdje voor in de keuken. Een lange tijd in de keuken betekent tijd voor een hele CD, al dan niet gestreamed, het liefst met creatieve muziek erop. Tijdens het eten zelf geen muziek, dan wisselen we nieuwtjes uit.
Muziek in winkels, er wordt wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Typ de woorden music en shopping in op de site researchgate.net en de wetenschappelijke artikelen rollen van je scherm. Naar verluidt is de soort muziek die je hoort, zelfs medeverantwoordelijk voor wat je koopt, zowel in supermarkten als in restaurants.
Zachte muziek geeft rust, en dat zou leiden tot bewustere keuzes en daardoor tot het kopen van gezonder voedsel. Hardere muziek geeft onrust, leidt dan tot minder nadenken en zou ons stimuleren om ongezonder voedsel te kopen of te bestellen. De zangtaal of type muziek die wordt gespeeld zou dan weer leiden tot het kopen van wijn uit het land waar ze die taal of muziek spreken of spelen. Bij rustiger muziek zouden mensen ook langer in een supermarkt verblijven, wat ook zou leiden tot meer aankopen. In supermarkten draaien ze ook nog eens voortkabbelende muziek die je niet onthoudt; de volgende keer net zo nieuw zonder je te ergeren. Behalve bij de irritante semi-dansende poppen, aanwezig voor hele jonge mensen, met hun op hogere toon gezongen liedjes.
Die supermarktmuziek is daarmee vrij saai. Muziek is wel zo’n onderwerp waar iedereen zijn eigen smaak in heeft. Net als bij eten geldt dat je over muziek daarom niet te veel moet twisten, je wordt het toch niet eens. Maar je mag er wel een eigen mening over hebben.
Los van alle individuele voorkeuren, kan je muziek gemaakt door bands karakteriseren door minimaal 3 elementen: ritme en tempo, vaak bepaald door drumstel en basgitaar, de melodielijn van de andere instrumenten, vaak vertegenwoordigd door 1 of meer gitaren en soms ook nog een keyboard, en de melodielijn van de zang.
Ritme, tempo en melodielijnen, daar moest ik aan denken toen we in de auto zaten op weg naar een werkafspraak in Noord-Duitsland, met voor het weer naar huis rijden een supermarkt bezoek. Want dat weten frequente medereizigers wel. We kunnen pas terug naar Nederland na een bezoek aan een grote Duitse supermarkt, meestal gelocaliseerd op een buiten het stadscentrum liggend industrieterrein. Of die ‘eis’ een a priori afgesproken reactie veroorzaakte is onbekend. Maar ik heb wel een vermoeden… .
Wie rijdt bepaald, dus in Nederland stond de radio op een populaire muziekzender. Een uitgelezen kans om nieuwe muziek te leren kennen, dacht ik nog toen we wegreden. In plaats daarvan mocht ik weer eens ervaren hoeveel ongelooflijk saaie muziek er wordt gemaakt. Vakkundig zeker, populair ook gezien de genoemde plek op een hitlijst, maar saai. En ja, dat is een mening.
Het ritme van die popliedjes was, voor mij, veelal een zich herhalende dreun, waar het me niet zou verbazen als deze met computers is gemaakt, in plaats van door mensen met echte instrumenten. De gitaar deed mee omdat dit nu eenmaal moet bij popmuziek, maar veel extra melodie kwam er niet vanaf. Wisseling in toon en ritme was ook geen sprake van. En vooral bij singer-songwriters moet de zang het geheel dan redden, waar het lijkt of vooral het couplet aan moet slaan. En ze houden ook nauwelijks hun mond; de instrumenten lijken puur ondersteunend. De vroeger vaak leuke muzikale intro’s, die bestaan ook al niet meer. En dat alles ongeveer 3,5 minuten lang per liedje. Dus het eerste uur zo’n 15 liedjes langs horen komen die het herhalen wat mij betreft niet waard zijn. Daar stond ik wel alleen in, want de andere 3 reizigers vonden het prima zo.
In Nederland heet het vaak bombastisch, maar voor ons dekt de beroemde Engelse term wall of sound de aanslag op de oren beter af. Wij houden er wel van als muziek massaal op je afkomt. Bedacht door Phil Spector in de jaren 60 en door Andrew Loog Oldham de Phil Spector’s Wall of Sound genoemd, later afgekort tot wall of sound. Die muur bestaat uit het combineren van geluiden en instrumenten in plaats van ze individueel te laten horen. Overgenomen door heel veel bands. Behalve door die bands en zangers die op die populaire muziekzender te horen waren.
En als je naast de wall of sound dan ook nog houdt van variaties in ritme, tempo en melodieën in 1 song, dan kom je vrij snel en al op jonge leeftijd automatisch uit bij bepaalde klassieke muziek en bij de betere bands uit genres als symfonische rock/metal, prog rock, rock opera en nu metal, mijns inziens creatievelingen onder de musici.
Daarom is het bezoeken van live concerten van bepaalde klassieke muziek en luisteren naar progressieve muziek en bepaalde metal genres ook zo leuk. En laten symfonische groepen ook nog eens houden van lange en gevarieerde nummers! Waar je automatisch op mee gaat swingen terwijl je kookt. Muziek die we al kennen zodat ook de luidere en snellere delen geen kookstress en/of afleiding opleveren. Nieuwe muziek luisteren we zonder andere aandacht trekkende dingen.
Terug naar pissaladière.
…
Lees Meer Lees Meer