Archief van
Categorie: Vlees

Kipsaté uit de oven

Kipsaté uit de oven

Een goeie saté is niks mis mee. Saté, dus kleine stukjes vlees op een (bamboe)stokje, is alleen het vlees, niet de saus. Maar als je geen barbecue hebt (zoals ik), op een flat woont of als het hartje winter is en het vriest dat het kraakt, dan heb je doorgaans een probleem. Saté op de barbecue maken is overigens erg leuk en smakelijk. Ik vertelde dat al eens eerder. Net zoals dat het zonde is om pindasaus over je saté te doen. Vooral als je je best hebt gedaan om deze lekker te marineren (zelf doen uiteraard, niet van de slager…). Gebruik dan eventueel een andere saus die meer passend is, zoals bijvoorbeeld een ketjapsaus. Of, gewoon helemaal geen saus! Ja, dat kan gewoon!

Nog een keertje voor de nieuwelingen: satésaus heet pas zo als het bij saté gegeten wordt. Satésaus kan elke saus zijn die gegeten wordt bij saté, maar hier in Nederland wordt daar toch al snel pindasaus mee bedoeld. Nu vind ik (zelfgemaakte) pindasaus erg lekker, maar dus niet over mijn saté.

Standvastige barbecuers zullen waarschijnlijk anders betogen, maar saté kun je ook prima bereiden in de oven. Het smaakt wellicht iets anders dan saté dat boven houtskool is geroosterd, maar het is nog steeds erg lekker. Ik maak saté uit de oven eigenlijk altijd met kip, maar varkensvlees zou natuurlijk ook kunnen. Ik denk dat het ook prima kan met varkenshaas of kophaas. Misschien dan iets korter in de oven, om te voorkomen dat het uitdroogt. Maar dat is een kwestie van proberen…

Lees Meer Lees Meer

Babi Pangang, is het nou Nederlands of toch Chinees? Of Indisch?

Babi Pangang, is het nou Nederlands of toch Chinees? Of Indisch?

Lang vroeg ik mij af waar de Babi Pangang van de Chinees toch van gemaakt was. Tot ik ooit procureur kocht, overigens voor een heel ander gerecht. De structuur van die procureur verklaart de malsheid van Babi Pangang. Maar daarmee was ik er nog niet achter hoe het bereid wordt.

Babi Pangang zou een typisch gerecht zijn uit de Nederlandse Chinees-Indische keuken, ontstaan na de naoorlogse komst van vele Indische Nederlanders en Indonesiërs naar Nederland. Maar is dat wel zo? Culinair journalist Marcel Maassen schreef er in 2017 al eens over, maar je kan zelf ook even neuzen in Delpher, de prachtige kranten zoeksite van de KB, met mogelijke uitstapjes naar tijdschriften en boeken. Ik schreef zelf ook al eerder over de Chinese oorsprong, toen ter introductie op zoet-zuur varkensvlees uit Sichuan in vergelijking met koe-loe-yuk. Een wereld van verschil, maar wel is duidelijk wat de herkomst is van die deegballetjes bij ‘onze’ Chinees. Wie bovendien bedenkt dat het grootste deel van Indonesië moslim is en dus geen varkensvlees eet, zal ook bedenken dat een gerecht als babi pangang niet zozeer een Indonesische oorsprong heeft als wel een Chinese. De eerste grote groep Chinezen vestigden zich in de zestiende eeuw in de Indonesische archipel. Tijdens het bewind van de VOC kwamen namelijk veel Chinezen op de plantages werken en zo kwam ook de Indonesische keuken onder invloed van de Chinese keuken. En de Chinezen eten wel varkensvlees.

De Chinese keuken kent bijvoorbeeld Char siu, geroosterde varkensvlees, ook bij elk Chinees restaurant te verkrijgen. Als je het afhaalt dan met saus in een beker apart. En kant-en-klaar bij elke toko in de diepvries in handzame porties. Zonder saus! Ik maakte het al eens met varkenshaas. De versie met procureur moet ik nog plaatsen, die maak ik eerlijk gezegd vaker.

Babi Pangang wordt juist geserveerd mét saus. Het vlees is gegaard en wordt daarna kort gefrituurd om vervolgens in dunne repen te worden gesneden. Maar pangang betekent ‘geroosterd’ en niet gefrituurd. Dus dat frituren lijkt uit de boze. Meestal wordt procureur gebruikt, maar wie er het boek Indische keukengeheimen van Jeff Keasbery er op na slaat, ziet dat zijn familie buikspek gebruikt. En een saus met als basis Indonesische taotjo. Bijzonder smakelijk. Ik maak hier een paar keer per jaar een variant op, elke keer tot groot plezier van de gasten, want ik maak het alleen bij speciale gelegenheden.

Maar er blijkt dus duidelijk sprake te zijn van verschillende versies Babi Pangangs. De oorspronkelijke versie werd door Chinese koks in het toenmalige Nederlands-Indië geïntroduceerd en werd gemaakt van buikspek. De bronnen over de samenstelling van de bijbehorende saus zijn het niet helemaal met elkaar eens, maar de tomaten-gembersaus die wij vandaag de dag eten is waarschijnlijk van de oorspronkelijke saus afgeleid en mogelijk bedacht voor de Europeanen in het toenmalige Nederlands-Indië. De saus is al zeker bijna 100 jaar in gebruik en is dus geen nieuwe bedenksel. Het buikspek is in de meeste restaurants hier in Nederland echter vervangen door procureur. Waarschijnlijk omdat het een stuk goedkoper is.

Lees Meer Lees Meer

Pittige babi ketjap met toemis paksoi

Pittige babi ketjap met toemis paksoi

Jaja, babi ketjap moet zoet zijn. Maar soms is een pittige variant ook lekker. Zoet én pittig.

Babi ketjap is een van de bekendste gerechten in Nederland uit Indonesië. Dat andere is babi pangang. Dat is op zich best grappig aangezien er nergens in de wereld zoveel moslims wonen als in Indonesië. Dat uitgerekend dan een tweetal gerechten met varkensvlees in Nederland typerend zijn geworden voor de Indische (niet de Indonesische) keuken mag opmerkelijk genoemd worden. Het zal dan ook niemand verbazen dat beide gerechten eigenlijk helemaal niet oorspronkelijk zijn voor Indonesië, maar door Chinese arbeiders in Indonesië zijn geïntroduceerd. Babi ketjap is door het gebruik van de typische zoete Indonesische ketjap wel een mooi voorbeeld van hoe keukens elkaar beïnvloeden, fusion noemt men dat in hippe restaurants.

Paksoi gebruik ik vooral als ik Chinese maaltijden maak, maar deze lekkere groente wordt natuurlijk ook elders gegeten. In Indonesië bijvoorbeeld en waarschijnlijk onder invloed van de Chinesen daar geïntroduceerd. Toemis (roergebakken) paksoi wordt zelfs op Chinese wijze bereid met sojasaus.

Lees Meer Lees Meer

Basmati rijst, gehakt, snijbonen en cajunkruiden

Basmati rijst, gehakt, snijbonen en cajunkruiden

Deze maaltijd wordt in onze huis, beetje apart natuurlijk, bij iedereen op een andere manier op het bord geserveerd en gegeten, want het smaakt dan het lekkerst vindt men. Iedereen zijn persoonlijke voorkeur.

Dat wisten de oude Romeinen ook want die zeiden al tegen elkaar: de gustibus non disputandum est. Nu overgeleverd als ‘over smaak valt niet te twisten’, maar letterlijk betekent het dat je over smaak niet moet discussiëren; het mag wel, maar doe het vooral niet, je wordt het toch nooit eens.

Verse snijbonen zijn het hele jaar te krijgen: global economy. Uit Nederland komen ze meestal in de periode van juli tot en met oktober, met variaties per jaar. Snijbonen is zo’n groente die zelfs jonge kinderen eten, zeker als je ze laat helpen met het snijden van de hele bonen tot kleine stukken met de snijbonenmolen. Zijn ze wat ouder die kinderen, dan kunnen er scherpere kruiden bij. In deze maaltijd gaat bij ons altijd cajunkruiden.

Cajunkruiden is een erg lekker mengsel van droge en gedroogde kruiden en specerijen. Het is ontstaan toen de koloniale driften en internationale oorlogen op het Noord-Amerikaanse continent tot (een relatieve) rust kwamen. Daarvoor hadden de Fransen delen van Canada veroverd in het begin van de 17e eeuw. Toen Frankrijk de Zevenjarige Oorlog verloor werden vanaf 1763 de Engelsen de baas in delen van Canada. De van oorsprong Fransen gingen niet geheel vrijwillig naar het gebied rond de monding van de Mississippi. Omdat in die regio van het huidige Louisiana vanaf het begin van de 18e eeuw al van oorsprong Afrikaanse mensen woonden, ook niet vrijwillig, werd door het samenvoegen van al die verschillende keukens een nieuwe keuken geboren, de Cajun-keuken.

Lees Meer Lees Meer

Schijfjes maaltijd: wortel, chorizo en orecchiette

Schijfjes maaltijd: wortel, chorizo en orecchiette

Een tijdje geleden, in december 2020, stond in Engelse kranten dat Nigella Lawson weer eens voor opwinding had gezorgd op het eiland. Dit keer door haar opmerking over in schijfjes gesneden wortel. Terwijl ze kip met orzo, prei en wortel aan het maken was, meldde ze: “I have been quite open about my prejudices over the years, but let me just say again, that I find carrots cut into rounds infinitely depressing, so it’s always batons for me.

Wat zegt ze nu eigenlijk? Een prejudice is een vooroordeel, een mening die niet op feiten, kennis, ervaring of waarneming is gebaseerd, en daarom niet rationeel is. Noem een niet op feiten gebaseerde mening een alternative fact en je komt uit in een ander deel van de wereld, wat verder weg nog. Vooroordelen moet je mijden.

Lawson meldde ook dat ze de wortels in baton vorm snijdt. Een echte baton(net) is een rechthoekig blok met een lengte van ongeveer 6 centimeter en een breedte en hoogte van maximaal 1 centimeter. De batons van Lawson zijn dat niet. Haar batons zijn in de lengte in vieren gesneden wortels met de rondingen er nog aan, zo te zien rond de 4 centimeter lang; ze zijn zeker niet als een rechthoekig blok uit een wortel gesneden. Nep batons, ook dat nog.

Schijfjes zijn gewoon lage cilinders. Waarom zou een lage cilinder depressief maken? Het kan niet de cilinder vorm zelf zijn, want haar in stukken gesneden prei zijn cilinders van een paar centimeter lengte. Die ronde vorm kan het dus niet zijn. Dan moet het haast wel de lengte van de cilinder zijn die haar vooroordeel voedt. Schijfjes wortel vind ze niets. Nu ken ik haar oeuvre niet – geen van haar boeken staat in onze boekenkast – maar bijvoorbeeld radijsjes snijdt ze wel in schijfjes. Depressief makende schijfjes wortel: het is allemaal niet rationeel.

Voer voor psychologen. Maar daardoor wel speciaal geïnspireerd: een schijfjes maaltijd. Wel minimalistisch met maar 5 ingrediënten plus water.

Lees Meer Lees Meer

Gewoon lekker Tsjechisch eten: katův šleh

Gewoon lekker Tsjechisch eten: katův šleh

En ook, lekker gewoon Tsjechisch eten: katův šleh.

Prachtig land, Tsjechië. Buiten de toeristische steden, Praag(!), volop ruimte. Bergen, heuvels en smalle, bochtige wegen. Veel kleine dorpjes ook. Wil je wat eten dan ga je naar een restaurace. Want eten in Tsjechië is naar onze begrippen spotgoedkoop. En aan kwaliteit wordt niets ingeboet. Hoe doen ze dat?

Katův šleh vind je in gewone restaurants. Makkelijk te maken met basis ingrediënten. Katův šleh laat zich vrij vertalen als beul slagen. Misschien een referentie naar de aromabommetjes die erin zitten? Want katův šleh hoort scherp van smaak te zijn.

Standaard ingrediënten zijn kippen- of varkensvlees, ui, chilipepers, paprika, augurken, tomatensaus of -puree en zwarte peper. In Tsjechië kan je kant-en-klare lečo kopen, een vegetarisch groentestoofpotje. Dan wordt katův šleh maken wel heel makkelijk.

En dan zijn er natuurlijk heel veel variaties op dit thema. Op de een of andere manier is de toevoeging van Worcestershire sauce populair in Tsjechië. Andere variaties zijn een enkel blaadje sla, een enkel schijfje komkommer en/of een stukje tomaat op je bord. Je krijgt het meestal met gebakken of gepofte aardappelen, friet, bolletjes rijst of knedlíky, in plakken gesneden bleke dumplings gemaakt van bloem, gist, eieren, zout en melk. Kortom, alles mag.

Hier gekozen voor de variant van katův šleh die in Tsjechië zelf is gegeten, toen ook met kreukel friet. Knedlíky is voor een andere keer.

Lees Meer Lees Meer

Fusion: cha siu in een verder Nederlandse maaltijd

Fusion: cha siu in een verder Nederlandse maaltijd

Sausjes en smeersels kunnen een enorm verschil maken bij een maaltijd. Zonder saus gewoontjes, met saus werelds. Vaak letterlijk omdat de bij ons meest geconsumeerde sausjes geen Nederlandse oorsprong hebben.

Vlees in saus dus. Het kan ook anders, saus in vlees. Dat gebeurt door vlees te marineren, de medeblogger is er fan van. Hij marineerde onlangs zelf vlees om char siu te maken. Dat zette me aan het denken. Waarom doen wij dat niet?

Een zuurtje in een marinade maakt vlees niet alleen lekkerder maar ook zachter en malser. Het heeft alleen maar voordelen. En toch marineren wij vlees eigenlijk alleen bij rode kip, a.k.a. kip René. Want bij rode kip is de marinade tijd kort en bovendien is met aandacht gegaarde kip al mals van zichzelf. Waarom marineren wij zelf niet meer vlees?

Wil je dat een marinade in bijvoorbeeld varkensvlees trekt dan dat kost je minstens 1 dag en soms meerdere dagen, als je het goed wilt doen tenminste. Wij hebben echter maar 1 koelkast. Willen we daar bijvoorbeeld 3 of 4 strengen spareribs tegelijkertijd in laten marineren – spareribs is toch een beetje bulk eten – dan kost dit teveel ruimte. Gemarineerde spareribs halen wij daarom bij onze favoriete slager.

Dat eten door anderen is klaar gemaakt hebben we geen moeite mee. Anders kan je niet in een restaurant eten. Hoewel we een keer tot onze verrassing in een hotel-restaurant in de Eifel rauwe kip kregen voorgeschoteld, met daarbij een hete steen. Zelf stukjes haanfilet garen, zonder dat deze actie op het menu vermeld stond. Verrassend, maar best leuk. Toen we om een extra vork vroegen, om rauw vlees met een andere vork te behandelen dan gaar vlees, keken ze gek op. Dat deden ze zelf niet. Ze gebruikten 1 en dezelfde vork. Maar goed, de 2e vork werd wel geleverd.

Een andere favoriet in ons huis op het gebied van gemarineerd vlees is cha(r) siu. Al jaren geleden besloten dat we die voortaan bij de Chinees weg te halen. De medeblogger maakt het met liefde en enthousiasme zelf klaar. Wij niet. De ingrediënten voor de marinade waren vroeger ook niet zo makkelijk te krijgen. Nu wel, maar zelf maken is inmiddels te veel moeite. Zelfs de snelle versie van de medeblogger kost toch nog ruim 6 uur.

In het verleden een aantal Chinese restaurants in de omgeving geprobeerd en kritisch beoordeeld. Van het restaurant met de lekkerste cha siu, waar het vlees volgens hen meer dan een dag in de marinade ligt, halen we nu in 1 keer een hele grote portie. Ze kijken er inmiddels niet gek meer van op. Een relatief klein deel wordt gebruikt voor de eerstvolgende avondmaaltijd en de rest, opgedeeld in maaltijd porties, wordt in de diepvries gelegd.

En zo kun je altijd cha siu klaar hebben liggen, ook voor in een verder geheel Nederlandse maaltijd.

Lees Meer Lees Meer

Ovenschotel: broccolirijst, spaghetti, spek en kaas

Ovenschotel: broccolirijst, spaghetti, spek en kaas

Veel mensen schrijven over de combinatie van de oude Romeinen en broccoli, maar ik kan het in het werk van Cato, in het kookboek Apicius, in het landbouwboek van Columella en in de historische teksten van Plinius niet vinden. De oude Romeinen maakten op schrift niet vaak onderscheid, meestal heeft men het over kool. Net zoals het onbekend is of de oude Romeinen pastinaak of witte wortels aten, of beiden. Er wordt helaas flink wat geïnterpreteerd op het internet zonder bronvermelding.

Cato de Oudere was dol op kool. Kool was beter dan elke andere groente. Zijn advies, naast dat het goed is voor de spijsvertering: eet ze met azijn, ook ruim van te voren, dan kan je veel (alcohol) gaan drinken. Columella beschreef koolsoorten, maar broccoli herken ik daarin niet. Plinius de Oudere noemt wel het gebruik van cyma, de jonge spruit of scheut van kool. Maar of dat van een broccoli soort was zoals we nu kennen? Plinius schrijft in zijn Naturalis Historia: Ex omnibus brassicae generibus suavissima est cyma, van alle soorten kool is de cyma de zoetste. Cyma is een jonge spruit van een kool, en misschien maakt de koolsoort niet eens wat uit. Het kan zo zijn dat in Plinius zijn tijd men groene koolsoorten at, en dan vooral de jonge stelen en niet de veel kleinere bloemknoppen.

Toen in het midden van de 18e eeuw broccoli in England werd geïntroduceerd, werd het Italiaanse asperge genoemd. Nu ziet een broccoli er tegenwoordig alleen aspergeachtig uit als je alle bloemknoppen verwijderd, of als toendertijd de bloemknoppen nog niet zo dicht op elkaar zaten. Bovendien zullen de stengels langer zijn geweest dan tegenwoordig, anders deden ze toendertijd de waarheid wel een beetje geweld aan. Het is indirect bewijs, maar het lijkt mij aannemelijk dat de broccoli zoals wij die kennen pas daarna is ontstaan. Inmiddels hebben we ook weer broccolini (ook bekend als aspergebroccoli – terug naar af – en stengelbroccoli) met veel kleinere en minder compacte roosjes en lange dunne stengels.

In Nederland is broccoli vanaf 1979 begonnen aan een echte introductie als groente. Vanaf ongeveer de eeuwwisseling werd het daarna een veel gegeten groente. En zo hebben wij het ook vele jaren gegeten, veelal losse roosjes en de stamdelen in kleine stukjes meegekookt.

In 2017 verscheen ineens broccolirijst in de schappen, ik vermoed kort nadat je in de koeling zakken met broccoliroosjes kon vinden, zonder de broccolistam. En daarmee is het een mooi voorbeeld van succesvolle marketing. Eerst halen ze een stuk groente weg, maken daar een andere product van, broccolirijst, en melden dat ze succes hebben behaald op het gebied van voorkoming van verspilling. Het zijn toch echt de supers die groenten over hadden gehouden, wij niet.

Nederland koopt het nu in de winkel en AH won er een Jaarprijs Goede Voeding 2017 mee. Misschien zitten er nu ook roosjes in, maar ik vermoed van niet; de zakken met alleen broccoliroosjes zijn ook nog steeds te koop, en de stammen aan de stronk blijven nog steeds over. Kan niet anders. Marketing prijst het ook aan als alternatief voor rijst of pasta. Maar die zitten toch echt in een andere schijf van de schijf van 5. Marketing werkt, want weer trappen we er in!

Wij maken ook wel eens broccolirijst, maar dan van de hele broccoli, ook geen verspilling van groenten. Zouden de supers ook kunnen doen.

Lees Meer Lees Meer

Char siu – de makkelijke en snelle versie (van ruim zes uur)

Char siu – de makkelijke en snelle versie (van ruim zes uur)

Char siu, het wordt altijd enthousiast ontvangen met het familiekerstdiner, pre-covid voor de goede verstaander. Vraag van te voren wat ze willen eten en men roept in koor ‘rode kip‘ en ‘char siu’. En vervolgens wordt benadrukt dat het veel moet zijn. Als ik vervolgens vraag welke groente, word ik verbaasd aangekeken. Groente? Dat is niet nodig, er is namelijk rode kip en char siu. Wees gerust, wij eten groenten met kerst.

De allermakkelijkste versie van char siu komt uit de diepvries van de toko. Gegaard en al. Lekker en gemakkelijk. Leuker is het natuurlijk om het zelf te maken. En dat is nog steeds gemakkelijk trouwens. Geen excuus om het niet te maken. Ik heb twee versies. De eerste is voor grote hoeveelheden, want die maak ik van een flinke procureur. Genoeg voor de familie en nog wat om in te vriezen. De tweede versie is heel bescheiden met varkenshaas. Twee stukken vlees met een heel verschillende structuur, maar beiden heel lekker.

Char siu is echt niet moeilijk om te maken. Het is een kwestie van een goede marinade. Je hoeft dus nauwelijks iets te doen, alleen een beetje geduldig zijn.

Lees Meer Lees Meer

Door ‘nduja geïnspireerde pasta maaltijd

Door ‘nduja geïnspireerde pasta maaltijd

In Calabrië, in de voet van de laars van Italië, zijn ze wel gewend aan pepertjes. Dat komt doordat ze die zelf kweken. Sommige bolrond en zoetig, gevuld met roomkaas een delicatesse, anderen wat langgerekt van vorm en pittiger, ideaal voor in een ‘nduja worst, aldaar gemaakt.

‘Nduja is een smeerbare en pittige varkensworst met chilipepers; een salami. Opgehangen, gerookt en gedroogd, en toch smeerbaar meldt men. Lijkt meer op een dikke rode paté dan op een worst. Vrij uniek. Mooi rood van kleur. Die kleine rode stukjes, dan moeten wel de stukjes rode chilipeper zijn. Traditioneel wordt het gegeten met gegrild of geroosterd brood. Heerlijk, vooral als je het op locatie eet, in Calabrië, zoals eigenlijk altijd met specialiteiten.

Een paar jaar geleden was ‘nduja in Nederland even een hype, net als in een aantal andere West-Europese landen. Die hype is ook weer overgewaaid. Maar ‘nduja is hier en daar nog steeds wel te krijgen. Bij een groothandel of een delicatesse winkel bijvoorbeeld.

‘Nduja komt uit het gebied rond de stad Spilinga in de regio Calabrië. De naam komt echter uit Sicilië, die speelbal van overheersers, dat op iets meer dan 3 kilometer varen van het vaste land van Italië ligt. Oorspronkelijk komt de naam waarschijnlijk uit het Frans, als afleiding van andouille, een Franse worst.

Van Frans naar Zuid-Italiaans, of beter, naar Calabrees. Van andouille naar ‘nduja. De ’n komt van het weglaten van de eerste letter a, net als bij ons des ochtends tot ’s ochtends is verworden. Doui spreek je uit als du of doe. En in zuidelijke talen duidt dubbel l op een ‘j’ klank; ‘lj’ komt er dicht bij in het Nederlands. De ‘lle’ is dan ja geworden in de uitspraak. Dan hoef je het alleen nog maar zo op te schrijven: ‘nduja. In het dialect van Calabrië schijnen ze het uit te spreken als [Nd-oe-sja]. Waar die niet opgeschreven ‘s’ dan ineens vandaan komt?

Allemaal geschiedenis

De oorsprong van ‘nduja is ietwat in nevelen verhult. Sommigen melden dat het al in de 13e eeuw bekend was, maar dan als worst gemaakt van ingewanden. In de 13e eeuw was de Engels/Franse Angevijnen familie de baas in Sicilië. Nu vooral bekend omdat ze koningen van Engeland leverden. Maar in die tijd was het heel normaal dat families meerdere niet aaneengesloten gebieden bezaten. De Angevijnen bijvooorbeeld heersten over Engeland, delen van Ierland en Wales, en de helft van wat nu Frankrijk is. Hof hielden ze vooral in de steden Tours en Anger. In Engeland vindt men ze Engels, in Frankrijk Frans geloof ik. Hoe het ook zij, de naam Angevijn betekent van Anjou, de regio waar Anger in ligt.

Anderen melden dat ‘nduja is geïntroduceerd door Spanjaarden ergens in de 16e eeuw, toen die de baas waren. Mogelijk vanwege de gelijkenis met de smeerbare rode sobrassada worst, tegenwoordig gemaakt op de Balearen, de eilandengroep ten oosten van het Spaanse vasteland. De relatie met sobrassada is interessant, gezien de gelijkenissen tussen de worsten. Maar gezien de reislust, ook in die tijd, kan het ook gewoon zonder Spanjaarden al zijn gemaakt in Calabrië: gezien op reis, recept meegenomen, of uitgewisseld zelfs. Hoewel ook wel wordt gemeld dat sobrassada op Sicilië is ontstaan voordat het Mallorca bereikte. Dan heb je geen Spaanse bezetting nodig. De Spanjaarden zouden dan de worst juist mee hebben genomen naar Spanje.

Ten slotte wordt gemeld dat ‘nduja is ontstaan in de 19e eeuw. Naar verluidt was het Joachim Murat, door Napoleon tot koning van Napels benoemd, die de andouille worst in Calabrië introduceerde. Mogelijk waren de ingrediënten van een andouille worst niet in Calabrië voorhanden. In ieder geval werden de ingewanden die in een andouille worst gaan, vervangen door varkensvlees en chilipepers.

Maar mogelijk was ‘nduja er dus al veel eerder en is alleen de naam aangepast in de tijd van Napoleon. Je maakt een eigen worst en door de uitspraak denken de Franse overheersers dat er een Franse worstsoort wordt gemaakt.

Lees Meer Lees Meer