Een oud Romein eet speltbrood op vakantie in Egypte

Een oud Romein eet speltbrood op vakantie in Egypte

Of je ver weg gaat op vakantie hangt er onder andere vanaf of er vervoer beschikbaar is, hoeveel geld het kost, en of je bereid bent om dat geld daaraan uit te gegeven. Dat was bij de oud Romeinen niet veel anders.

Ik geloof niet dan onze grootouders ooit op vakantie gingen, of dat die überhaupt veel vakantiedagen hadden. Bovendien hadden ze van beide kanten een moestuin ter grootte van een tennisveld, die aandacht vergde. Ze konden niet eens weg. Onze ouders begonnen met vakanties in de omgeving, daarna naar België en Luxemburg en nog wat later naar Oostenrijk. Toen deze 2 bloggers jong waren, weer op vakantie in Nederland, naar Zeeland. Strandvakanties, voor ons plezier. En toen deze 2 bloggers volwassen waren, gingen ze met een vliegtuig naar Engeland. Ook niet te ver weg. Van fiets naar trein naar auto naar vliegtuig. Ze gingen wel met de tijd mee.

Die korte afstanden, daar lachen jongvolwassenen nu om. Want al die mensen willen naar de andere kant van de wereld, exotische oorden zien. En soms heeft iemand een deel van de wereld als werkterrein; Nederland, Italië, India én Suriname bijvoorbeeld.

Toerisme bestaat al heel lang. Maar ook voor bijvoorbeeld de oud Romeinen waren vervoer, kosten en uitgaven al belangrijk. Varen op de Middellandse Zee was niet altijd veilig, door conflicten en piraten. Maar de oud Romeinen gingen wel. Naar Griekenland, Egypte en de Levant. Op bezoek bij dingen die oud en anders waren. Aangezien ze veel van de Griekse keuken hebben overgenomen, waren daar waarschijnlijk geen tot weinig culinaire verrassingen voor een oud Romein. Vooral Egypte fascineerde ze enorm; zo anders in architectuur en geschrift, exotisch en mysterieus tegelijkertijd. Er ontstonden nieuwe tradities. Net als Julius Ceasar en Cleopatra op de Nijl varen.

Die verre reizen waren wel alleen weggelegd voor de rijkste oud Romeinen. De minder rijken uit dichter bij gelegen provincies gingen naar Rome zelf. En de armen, die bleven waarschijnlijk thuis, of gingen als bedienden met de rijken mee. Ook toen was er al kritiek op al dat gereis. Plinius de Jongere schreef in zijn Epistulae, in de 1e eeuw, bijvoorbeeld al dat er nog heel veel in de eigen stad was wat de mensen niet van wisten of nooit gezien hadden. Terwijl men wel van dingen in Griekenland en Egypte alles wist, over gelezen had en had bezocht. Klinkt bekend, ook in onze tijd, nietwaar?

De rijkste bewoners van Rome hadden ook nog eens 2 vakantiehuizen. Het liefst 1 aan de kust in het nu deels verzonken Baiae, aan de Golf van Napels. Voor in de lente. Horatius schreef in zijn Epistulae, in de 1e eeuw BC, dat geen baai in de wereld kon concurreren met het mooie Baiae. De allerrijksten hadden toen smaak. Een 2e woning had men in de bergen, voor als het aan de kust in de zomer veel te heet was. En de echt rijken hadden vaak nog meer huizen.

Net als wij nu: ben je op een andere plek van de wereld, dan neem je een souvenir mee naar huis. En dat deed ook een andere klasse van inwoners van het Romeinse rijk; de militairen. Hooggeplaatste militairen bleven een paar jaar op een plek om dan ergens te worden gestationeerd. Dat deden ze overal, ook in Engeland.

Zo werd in 1725 in Rudge, in het zuiden van Engeland, een geëmailleerde bronzen beker gevonden, een memorabilia van een verblijf bij Hadrians Wall, in het noorden van Engeland, vlak bij de grens met Schotland. Die beker, de Rudge Cup [1], werd gemaakt rond het jaar 130 en bevat de namen van de 5 westelijke forten van Hadrians Wall: A Mais, Aballava, Vxelodvm, Camboglans en Banna. De beker bevat ook een schets van de lange muur. Inderdaad een mooi souvenir: klein én praktisch. Nuttig ook voor geschiedkundigen.

Wat aten de oud Romeinen op hun vakanties? Vast ook wat lokale gerechten, want exotisch. Maar we moeten niet vergeten dat ze op vakantie gingen in hun eigen rijk. De lokale bewoners wilden het ze vast ook naar hun zin maken en ze dat serveren wat ze lekker vonden. Misschien kwamen ze dan nog een keer terug.

De oud Egyptenaren kenden emmer en einkorn als granen. Er wordt veel geschreven dat de oud Egyptenaren ook spelt kenden, maar ik kan daar geen wetenschappelijke bron voor vinden. Eerder het omgekeerde, juist geen spelt [2].

Tegen de tijd dat Egypte tot het Romeinse Rijk behoorde, zal er vast wel spelt zijn geweest. Handel in je eigen rijk is relatief eenvoudig. Zeker als mensen naar ander gebieden verhuizen. Dan neem je mee wat je lekker vindt. Zoals wij ook deden in onze Engelse tijd. Een voorbeeld in de oud Romeinse tijd is de in Egypte wonende Griek Athenaeus. Die daar in de 3e eeuw in zijn boek Δειπνοσοφιστών (Deipnosophistae, vrij vertaald ‘De Banket Experts‘) gerechten uit het Romeinse Rijk beschreef, met anekdotes.

Misschien aten die oud Romeinen dus wel gewoon speltbrood op vakantie in Egypte. Want spelt was populair bij de oud Romeinen. Een reden om het mee te nemen. Vast om dezelfde reden waarom wij het lekker vinden: die typische nootachtige smaak. Omdat het minder gluten bevat heeft lang kneden weinig nut. Speltbrood maken is makkelijk. Door het ontbreken van veel lange glutenketens mist het wel wat elasticiteit en heeft het ook meer moeite dan tarwebroden om te rijzen. Daardoor wordt speltmeel vaak gemixed met tarwemeel. Doen we hier natuurlijk niet. Gewoon, echt speltbrood maken.

Sesamzaadjes, daar waren ze in de oudheid ook al goed mee bekend. Sesamzaden worden genoemd in de Egyptische Papyrus Ebers uit 1500 BC. Daar wordt het aangeraden om de gevolgen van astma te verzachten. In de Ilias van de Griek Homerus, uit 762 BC, wordt een mengsel van honing en sesamzaadjes genoemd. Herodotus noemt ze in zijn Historiën, geschreven tussen 450 en 420 BC.  Titus Maccius Plautus schreef erover rond 190 BC, in zijn komische toneelstuk Poenulus, voor gebruik in laterculus. In het Δειπνοσοφιστών wordt sesambrood genoemd. Kortom, de oud Romeinen aten eeuwenlang sesamzaadjes. Ze zullen ze lekker hebben gevonden.

Speltbrood met sesamzaadjes. Net als Cato’s eerst-handen-wassen-brood is het een simpel recept, maar nu wel met gist. Nadat de oud Romeinen de werking van gist hadden ontdekt, aten vooral de rijkere mensen zuurdesembrood. Ze wisten niet waarom brood rees, maar wel hoe het te laten rijzen. Via schillen van druiven, most, en via blootstelling van deeg aan de open lucht. Hier geen zuurdesemstarter gebruikt, want die hebben we niet. Dus voor het gemak gekozen, kant-en-klare gist.

Nog niet opeten

  • 500 gram volkoren speltmeel
  • 350 milliliter water
  • 7 gram instant gist
  • 20 gram sesamzaadjes
  • snuf zout

Aan het werk

Meng de suiker met het lauwwarme water (van ongeveer 35°C) in een maatbeker tot de suiker is opgelost. Roer er dan de gist doorheen. Laat dit afgedekt 10 minuten staan op een warme plek (bijvoorbeeld in de directe zon, bij de verwarming, of in een warm waterbadje) tot er een mooie schuimkraag opzit.

Doe het speltmeel in een grote kom en roer er met een vork doorheen, zodat er geen klontjes meer zijn. Meng er dan het zout door.

Giet het gistmengsel in de kom, maak met een smalle spatel de maatbeker helemaal schoon en meng het gistmengsel daarna met de spatel door het meel, tot het deeg loskomt van de wand van de kom.

Tijd voor je handen om aan het werk te gaan. Bebloem een werkblad met een klein beetje speltmeel en duw het deeg uiteen, vouw het dubbel en draai het dan een kwartslag. En dat 10 minuten herhalen, om de mindere hoeveelheid gluten helemaal te gebruiken.

Voor de 1e rijs gebruik ik altijd een glazen kom, dan kan je goed zien hoeveel het deeg is gerezen. Olijfolie in de kom hoeft hier niet. Het gerezen deeg laat zich gemakkelijk verwijderen uit de kom.

Als het in volume 2 keer zo groot is geworden, na zo’n 45 minuten, druk dan rustig op je werkblad de lucht eruit en breng het deeg op spanning door de deegbal in je handen te nemen en met de palmen en duimen van je handen het deeg naar beneden en naar buiten te trekken. Zo wordt de bovenkant strak en de onderkant wat rommelig. Maakt niet uit. Die onderkant wordt weer egaal tijdens het bakken.

Leg bakpapier op een bakplaat en knip het teveel aan bakpapier ervanaf. Leg de deegbal erop en vorm het zoals je straks wilt dat het speltbrood eruit ziet. Hier in een ovale vorm geduwd. Geen bakvorm gebruikt. Het wordt een soort van vloerbrood.

De 2e rijs moet je ook altijd afgedekt doen. Huishoudfolie en kaasdoek wordt wel aangeraden, maar dat plakt bijna altijd aan het deeg. Tegenwoordig maak ik een stuk afgeknipt bakpapier nat, verkreukel het en leg het dan weer uitgerekt op het deeg. Werkt veel beter!

Tarwedeeg gedraagt zich heel anders dan speltdeeg. De 2e rijs controleren door een vinger in het deeg te duwen werkt hier niet. Druk voorzichtig na zeg 45 minuten je vinger plat op het deeg. Veert het deeg terug, dan is de 2e rijs klaar.

En dan altijd het gok moment, want de 2e rijs mag niet te lang duren. Daarom 30 minuten nadat de 2e rijs is begonnen de elektrische oven voorverwarmen op 200°C.

Duw de bleke deegbal nog even met wat kleine correcties in de goede ovale vorm.

Maak de bovenkant een beetje nat met wat water met de palm van je hand.

Strooi een deel van de sesamzaadjes over de top. Tegelijkertijd met de andere hand de sesamzaadjes verspreiden. Daarna het restant sesamzaadjes op de nog niet bedekte stukjes deeg strooien en alles een beetje in het deeg duwen. Anders ligt straks je vloer vol met sesamzaadjes als het brood gebakken is. Drukken op de zijkanten geeft weer de gewenste ovale vorm.

Maak daarna wat schuine sneden met een scherp mes. Met ondiepe sneden wordt het niet zo mooi open als met bijvoorbeeld desembrood. Speltmeel is echt wat anders dan tarwemeel.

Bakken in de oven voor 40 minuten. Zet meteen de eerste 20 minuten een kleine ramekin vol heet water erbij, dan kan het deeg nog wat rijzen door de vrijkomende stoom omdat de korst nog niet hard wordt. Haal dan de ramekin weg en bak de laatste 20 minuten zonder dat extra water. Want knapperige korst is lekker.

Het is klaar als je op de onderkant van het brood klopt en het klinkt dan hol.

Resultaat

Speltbrood die laag is gebleven door geen ondersteunend bakblik te gebruiken. En uit de oven heeft het brood een harde knapperige korst.

In onze huis-tuin-en-keuken oven gebakken, maar door de harde bodem lijkt het heel erg veel op een vloerbrood dat is gebakken op de stenen vloer van een bakkersoven. Zeer geslaagde versie van mooi gekleurd speltbrood. Ongeveer 28 centimeter lang en 20 centimeter breed. Op z’n hoogste punt een kleine 10 centimeter.

’s Ochtend om 09.30 uur begonnen met het gist wakker maken. Het brood was klaar om 12.00 uur. Nog even 15 minuten wachten tot het iets was afgekoeld maar nog wel warm was. Met een broodmes in plakken snijden. Daar moesten we door de knapperige harde korst wat moeite voor doen.

Matig beleggen, want je wilt de smaak van geroosterde sesamzaadjes blijven proeven.

We waren tussen de middag met 4 personen aanwezig – niemand ging weg die niet weg moest, want er werd brood gebakken – en het brood ging in 1 keer helemaal op. Vers gebakken nog warm brood, dat vinden we een echte lekkernij.

Mocht je de volgende dag nog wel wat over hebben, dan even warm maken in een tosti-apparaat of met een grill. Want warm veel lekkerder dan koud.

Op een 3e dag, indien het überhaupt mogelijk is om dan nog wat van dit speltbrood over te hebben, dan zou ik het brood niet meer eten. Er zit namelijk geen enkel goedje in het brood dat de bewaartijd verlengt. Moet ook niet.

Conclusie

Vers gebakken en nog warm speltbrood met een knapperige korst en sesamzaadjes. Zo, dat is lekker.

Referenties

  1. Rudge Cup, Wikipedia. Laatst bezocht op 10-01-2024.
  2. Mark Nesbitt and Delwen Samuel, From staple crop to extinction? The archaeology and history of the hulled wheats. In: Proceedings of the First International Workshop on Hulled Wheats, 21-22 July 1995. Pages 40-99.

 

5 gedachten over “Een oud Romein eet speltbrood op vakantie in Egypte

  1. Hoi Broer, mijn grootouders gingen naar Oostenrijk op vakantie, op de brommer!!! Ik heb de souveniertjes die zij mee terug namen nog steeds. Met mijn ouders gingen wij op vakantie in Nederland, Luxemburg of Duitsland, verder dan dat nooit. Mijn eerste vliegreis deed ik alleen, van Rotterdam naar Londen. Ik heb nu vaker gevlogen, wat meer van de wereld gezien en vier de laatste jaren onze vakantie weer wat dichter bij huis. Voor een wintervakantie is Portugal favoriet, vooral vanwege de mensen en het eten. Ik was ooit in Egypte, begin jaren negentig, geen speltbroodje gezien 😉. Wel gevulde duif gegeten bij een Egyptisch gezin dat wij nog kenden uit Londen. Was heerlijk, maar drie keer raden …. enorme buikloop na afloop want totaal niet gewend aan het lokaal klaargemaakte eten! Schreef in mijn reactie aan Damten al dat wij vandaag makkelijk eten, namelijk tomatengroentesoep met brood. Boekweitspeltbrood (!) van AH uit hun serie passiebroden (schandelijk duur maar wel lekker en betaalbaar als het in de aanbieding is). Fijne eetweek!

    1. Wij kunnen ook op een landkaart nogal wat vlaggetjes zetten, maar dat is wel bijna allemaal in Europa. We zijn enigszins beperkt doordat we een tiental jaren alleen Engeland, Wales en Schotland hebben aangedaan. We hadden er er eerst een tweedehands auto, later gingen we vanuit Nederland met een auto. Dus veel kunnen reizen. Ik vermoed dat we daar meer hebben gezien dan de gemiddelde eilandbewoner.

      Met eten in warme landen moet je inderdaad opletten. Dat begint al met geen ijs en drinken uit flesjes die nog echt helemaal gesloten zijn als je ze ontvangt. En niet scherper eten dan als je thuis doet. Dat helpt ook.

  2. Hoi BroeR, vandaag interessant artikel in NRC. Ik kopieer de inleiding en ik stuur je de link. Ik hoop dat je de link kan openen:

    https://www.nrc.nl/nieuws/2024/01/21/de-romein-at-varkensmaag-met-een-slok-azijn-maar-ook-kaasjeskruid-kruisdistel-druifhyacint-en-kardoen-a4187370

    Guido Sala werkt als voedselwetenschapper bij de Universiteit Wageningen. In zijn vrije tijd studeerde hij geschiedenis, om vervolgens te promoveren op een heel alledaags aspect van het leven in Rome ten tijde van het Romeinse Rijk: de voedselbevoorrading, en de eetgewoontes bij de verschillende lagen van de Romeinse bevolking. Wat aten ze? En: aten ze gevarieerd?

    CV Twee promoties
    Guido Sala (1967, Vimercate, Italië) is voedselwetenschapper en docent bij de Wageningen Universiteit. Hij is gespecialiseerd in de textuur van voedingsmiddelen. In 2007 promoveerde hij op Food gels filled with emulsion droplets.

    Sala is een van de weinige Nederlanders die twee keer promoveerden.

    Sala baseert zich op teksten uit die tijd, en op archeologisch materiaal: analyses van voedingsresten, uitwerpselen en beenderen.

    1. Dank voor het doorsturen. De link werkt. Ik ga het lezen!

      Er is recent ook iemand gepromoveerd in Nederland op oud Romeinse eetgewoonten. Dissertatie is nog onder embargo tot 2025.

      1. En dat is dus niet deze meneer, hij is verbonden aan de Uni van Wageningen.
        Maar leuk dat dit onderzocht wordt, levert weer veel interessante informatie op!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *