
Mierzoete Griekse portokalópita, of toch niet?
Zo af en toe krijg ik van huisgenoten een foto toegestuurd van een gerecht of een papier overhandigd met een recept. Soms vergezeld door de vraag of ik het alsjeblieft een keer wil maken, soms ohne worte. Maar in beide gevallen is de bedoeling duidelijk. Jij maakt het, wij eten het op. Nu vind ik niet alle gekregen recepten even interessant om te maken. Sommige blijven daardoor liggen.
En zo eten we dingen die ik zelf waarschijnlijk nooit zou hebben uitgezocht. Smaken verschillen, en dat kan zeer nuttig zijn. Je krijgt zo veel meer eet-variatie in huis. Het zijn wel regelmatig recepten voor cakes en desserts. Nu houd ik niet zo van zoet. 1 van de redenen dat ik in zelfgemaakte koekjes en cakes zo min mogelijk suiker probeer te verwerken. Aan kleine stukjes, om te proeven, heb ik vaak al genoeg. Daar denken de medebewoners heel anders over. Dus alles komt elke keer weer helemaal op.
Een manier om een gegeven recept altijd te laten maken is het als vaderdagcadeau te geven. Dan is er een soort van morele plicht om een gegeven paard niet in de bek te kijken en het recept te maken. Dat hebben ze inmiddels goed door. Het worden steeds vaker heel bewerkelijke recepten die worden gegeven. Dan sta je zo lang in de keuken dat het op een vrije dag of in het weekend moet gebeuren.
Dat bewerkelijke op Vaderdag gekregen recept was dit keer voor een Griekse sinaasappelcake; portokalópita. Best goed gekozen naam want het Griekse portokali + pita = sinaasappel + taart in het Nederlands. Taart dan wel in de ruimste zin van het woord. 1 van de gevers had het in Cyprus gegeten met aardbeien erin. Die was mierzoet en heette vast anders. Mijn wederhelft heeft het ooit in Griekenland gegeten, tijdens een interrail tocht. Kortom, via hun herinnering hadden ze een voorsprong want de andere 2 bewoners hadden het nooit gegeten. Maar het zelf maken werd aan mij gegund.
Het is wel een beetje merkwaardige cake. Want er gaan gedroogde filodeeg-linten in. Wie bedenkt nou zoiets denk ik dan meteen. Geboren als een geintje in een oude Griekse taverne, in een kapēleion? De overlevering zegt iets anders. Het zou teruggaan tot Byzantijnse tijden, omdat toen sinaasappelen werden aangeplant op Kreta. Dat er filodeeg inzit en geen bloem of tarwe zou dan komen omdat de (thuis)koks het deeg dat overbleef van het maken van panakopita, een spinazietaart, of tiropita, een kaastaart niet wegwilden gooien. Mooi verhaal, ook al omdat wij ook proberen geen eten weg te gooien: restjes! Maar niet erg geloofwaardig gezien de hoeveelheid filodeeg die nodig is. Een beetje ervaren kok weet toch wel hoeveel deeg er voor een panakopita of een tiropita moet worden gemaakt?
Met de gift kwam de melding dat het mierzoet was. Net als bij Turkse baklava en Mrs Pettigrew’s citroen cake gaat er, meteen nadat de taart heet uit de oven komt, warme siroop overheen. Hier een siroop met sinaasappelsmaak, uiteraard.
Ook even rondgekeken op het internet, en inderdaad, er gaat veel suiker in, echt heel veel suiker. De meeste recepten gaan voor 600 en 700 gram suiker, met een enkeling die er ‘maar’ 400 gram suiker in doet, en uitschieters tot wel 800 gram suiker. We gaan hier een waarschijnlijk nieuw laagterecord neerzetten. ‘Slechts’ 200 gram suiker in totaal. 100 gram gaat in de taart en 100 gram gaat in de siroop. Eens kijken of het dan nog mierzoet is. Hopelijk niet!
Nog even wat andere recepten bekeken en een eigen mix gemaakt. Dat leidde tot onderstaande hoeveelheden.
Nog niet opeten
Voor de taart
- 3 perssinaasappelen, voor de rasp van 1 sinaasappel en 200 milliliter sap
- 450 gram filodeeg, hier uit de vriezer
- 4 eieren (maat L)
- 175 gram Griekse yoghurt
- 150 gram neutrale olie, hier arachideolie
- 100 gram kristalsuiker
- 5 gram bakpoeder
- 2 theelepels vanille-extract
- ½ theelepel kaneelpoeder
- brokje ongezouten roomboter (of arachideolie, voor de bakvorm)
Voor de siroop
- 100 gram kristalsuiker
- 100 milliliter water
- 1 perssinaasappel, voor sap en rasp
Filodeeg moet je normaal gesproken zo snel mogelijk de oven inkrijgen, voordat het uitdroogt. Hier moet het filodeeg juist uitdrogen. Dat doen we in de oven op een lage temperatuur, zonder dat het deeg goudbruin wordt, wat je anders juist wel wil.
Aan het werk (een kleine 3 uur als je het rustig aan doet)
Het scenario is als volgt:
- filodeeg ontdooien, in brede linten snijden en krokant bakken in de oven op lage temperatuur,
- tijdens die oventijd eerst de siroop maken en dan alles klaar zetten voor het taartbeslag,
- taartbeslag maken en op het laatst het krokante filodeeg erdoor mengen en stuk drukken,
- bakken van de portokalópita in de oven op een hogere temperatuur dan eerst het filodeeg,
- direct uit de oven de siroop over de hete taart gieten,
- opeten, eigenlijk hoort dat de dag erna pas, maar dat geduld hebben we niet.
Hier een bakblik gebruikt van 23 x 23 centimeter. Met hoge wanden.
Klaar voor de start!
Haal het filodeeg uit de verpakking, maar laat het in het plastic zitten. Laat het filodeeg zo ontdooien. Dat duurde dit keer 1 uur. Misschien ook wel korter, maar eerder heb ik niet gekeken.
Verwarm de elektrische oven voor op 100°C. Leg bakpapier op de bakplaat.
Als er iemand in huis is nu om hulp vragen! Het filodeeg uit de plastic verpakking halen en in zeg 2,5 centimeter brede stroken snijden. Dan openvouwen en de linten los maken van elkaar. Zo krijg je een soort dunne pappardelle, maar nu van filodeeg.

Verzamel ze losjes op de bakplaat en bak in de oven voor 30 minuten. Elke 10 minuten de onderste laag de bovenste laag laten worden via 2 platte pollepels. Dan wordt elk lint krokant, anders niet.
Intussen de siroop maken.
Kun je geen biologische sinaasappels kopen, boen dan de sinaasappels eerst goed schoon om de waslaag te verwijderen. Alleen het oranje deel van de schil raspen; i.e. de zest.
Neem een koekenpannetje en giet er het water en strooi er de suiker in. Even doorroeren. Voeg de rasp van 1 sinaasappel en het kaneelstokje toe. Breng het suikermengsel aan de kook en laat het dan nog 10 minuten sudderen op zo laag mogelijk vuur. Af en toe roeren en het kaneelstokje omkeren. Van het vuur af het sap van 1 sinaasappel er doorroeren. De siroop veilig wegzetten. Die gaat er pas bij als de taart uit de oven komt.
Na een half uur zijn de linten filodeeg krokant en vormen ze een klein stevig bergje.

Laat ze op de bakplaat afkoelen.
Verhoog de oventemperatuur tot 175°C. In de voorverwarm tijd maken we het beslag voor de taart.
Zet alles klaar met uitzondering van de Griekse yoghurt. Die blijft nog even in de koelkast.
Rasp 1 van de sinaasappelen en pers de sinaasappelen uit tot je 200 milliliter sap hebt.
Pak een grote kom. De linten filodeeg zorgen namelijk straks in het begin voor volume.
Doe de eieren in de kom (zonder schaal meldde een jonge toeschouwer) en voeg de suiker toe. Met een grote garde kloppen tot het een mooi geheel is.
Spatel de Griekse yoghurt erdoorheen tot er geen klontjes meer zijn. Voeg dan de arachideolie, bakpoeder, vanille-extract, kaneelpoeder en sinaasappelsap en -rasp toe. Spatel alles rustig door elkaar.
Je hebt nu een heel vloeibaar beslag waarvan je kan denken ‘dit wordt nooit wat in de oven’.
Zet de bakplaat met filodeeg naast de kom. Je vraagt je meteen af hoe dat ooit in de kom gaat passen.
Pak een volle hand linten en voeg dit toe aan de kom. Met een pollepel omroeren en de linten wat kapot drukken. Dit herhalen tot alle linten in het beslag liggen. Dan linten kapot duwen en omroeren tot alles net aan in de vloeistof zit. Nu kan je denken ‘dit wordt het niet, veel te weinig vloeistof’.
Vet de bakvorm in en span bakpapier op de bodem. Duw het beslag rustig uit de kom in de bakvorm. Met een spatel de kom schoonmaken en het beslag egaliseren in de bakvorm.
Bakken in de oven voor 50 minuten. De eerste 25 minuten onderin de oven, daarna 25 minuten in het midden van de oven. Een satéprikker moet er droog uit komen en de bovenkant moet mooi goudbruin zijn. Checken na 40 minuten zodat de taart niet te bruin wordt.

Zodra de taart uit de oven is er met een satéprikker gaten inprikken en daarna de siroop langzaam over de taart verdelen. Het zal een 10 tot 15 minuten duren voordat de siroop helemaal in de taart is getrokken.
De taart 2 uur laten afkoelen. Dan met een dunne metalen spatel de taart losmaken van de wand. Daarna voorzichtig de wand van het bakblik verwijderen.
De taart vervolgens rustig op een presenteerbord laten glijden.
Resultaat
Alle huisgenoten bijeengeroepen en de helft van de taart in 8 stukken gesneden. De bedoeling was om 75% van de taart te bewaren, maar iedereen vond het zo lekker dat die 8 stukken met gemak opgingen. Waarna een tijdje later iedereen begon te klagen dat ze zo vol zaten. Omdat we nog maar 50% van de taart overhadden!
De smaak was superlekker én niet mierzoet. Doel bereikt. Er werd met alsjeblieft gevraagd of ik het vaker wilde maken. Vooral de stukken met de hardere randen waren favoriet. Volgende keer meer rand maken door 2 kleinere bakblikken in de oven te zetten.
Bij 1 van die 8 stukken zat een klodder Griekse yoghurt, omdat dat lekker zou zijn. Dat moet dan altijd even getest worden. Misschien wel bij die mierzoete versies met 800 gram suiker, maar bij deze versie van portokalópita smaakte het niet lekker: te zuur voor bij de minder zoetere taart. Wil je er nog iets bij dan lijkt vanille-ijs er beter bij te passen.
Voor de volgende dag de helft van de taart in 4 en niet in 8 stukken gesneden en in bakjes in de koelkast gelegd.

Het leek wel of de bakjes ervoor waren gemaakt. Als lunch geserveerd de volgende dag, dus de portokalópita toen eerst op kamertemperatuur laten komen.

De dag na het maken werd de portokalópita nog steeds superlekker én niet mierzoet gevonden.
Maar is het lekkerder dan op de maak-dag? 2 huisgenoten vonden van wel. Voor hun kwam de sinaasappelsmaak beter naar voren evenals een licht bittertje van de rasp. 1 huisgenoot vond ze op de maakdag lekkerder. Ik vond ze op beide dagen lekker, iets anders, dat wel, maar gewoonweg lekker.
En heel aparte taart, die portokalópita. Niet zozeer omdat het een sinaasappeltaart is, maar vooral door de textuur van de linten filodeeg.
Portokalópita, eet het op de maak-dag zelf én de dag erna!
2 gedachten over “Mierzoete Griekse portokalópita, of toch niet?”
Hoi BroeR, wat een goed idee van die jongelui om jou op vaderdag aan het werk te zetten! Ik heb nooit iets meer gegeven dan een zelf gekleide asbak. Volgens mij rookte mijn vader toen al niet eens meer.
Het recept heb ik met veel interesse gelezen. Ik ben een enorme zoetekauw en dit lijkt me heerlijk, zelfs met minder suiker zoals jij het maakte. Ik had er ook nog nooit van gehoord maar vind het leuk genoeg om zelf ook eens te maken. Ga ik deze zomervakantie doe.
Deze week eten wij chili con chorizo, pasta met broccoli en champignons in roomsaus, maaltijdsalade met zelfgemaakte patat, boerenomelet met brood en een Thaise groene curry. Fijne eetweek!
Bij ons ging het er goed in. Dus als zoetekauw ga je het vast heel lekker vinden.