Corn fritters uit de koekenpan

Corn fritters uit de koekenpan

Mais, ik heb er altijd een beetje een haat-liefde-verhouding mee gehad. Geen echte haat, maar ook zeker geen liefde. Ik wist lang niet wat ik met die ‘grote gele korrels’ moest doen. Soms wat verdwaald in de sla. Eigenlijk meestal verdwaald, bedenk ik mij. Als ik ergens een uitsmijter eet als lunch, liggen er aan de rand van het bord vaak wat blaadjes sla met daartussen een schijfje tomaat, een radijsje en enkele maïskorrels. En soms nog een bolletje rundvlees- of huzarensalade. Ze mogen het van mij weglaten, de spiegelende eidooiers zijn immers de sterren van de lunch. Terug naar de mais.

De maissoep, corn chowder, was eerlijk gezegd een experiment en een verrassing. Lekker voor in de winter.

In de West-Europese keuken is er traditioneel maar weinig plek voor mais. Tegenwoordig kennen we polenta, hoewel dat oorspronkelijk van tarwe werd gemaakt. Aan de andere kant van de oceaan, daar waar mais vandaan komt, is mais veel meer onderdeel van het dagelijks eten. Al eind negentiende eeuw verschenen er kookboeken die geheel gewijd waren aan mais. Van soep tot brood. En uiteraard cornfritters. Tegenwoordig wordt het meer als snack gegeten, maar oorspronkelijk was het een snelle bron van broodnodige calorieën.

Lekker als snack, maar lekker ook bij de maaltijd.

Lees Meer Lees Meer

Mezzi rigatoni pie: rechtop en zonder deeg

Mezzi rigatoni pie: rechtop en zonder deeg

Buisjes pasta rechtop neerzetten in een ovenschaal of bakblik, vullen met een elke keer een (iets) andere saus, toppen met elke keer een andere kaas en afbakken in de oven. Levert heerlijke maaltijden op.

Met die grote brede cannelloni buizen ben je zo klaar, maar dat levert relatief gezien vooral vulling op en weinig pasta. Een betere verhouding tussen pasta en vulling krijg je als je rigatoni buisjes gebruikt. Voor een hoge pie neem je de tradizionali, voor een lage pie met de helft van de vulling, de mezzi (de halve). Met penne kan het ook, maar de schuine uiteinden laten de pasta makkelijk omvallen. (Op te lossen door het bakblik rechtop te zetten zodat de penne buisjes plat liggen tijdens het neerleggen.) Dat probleem heeft rigatoni niet, met zijn rechte uiteinden. Rigatoni it is.

Maar eerst zien uit te vogelen hoeveel pasta ik nodig heb. Als alle pasta in het bakblik zit, dan lijkt het van boven gezien net op allemaal kleine cirkeltjes in een grote cirkel. Als de diameter van 1 gekookte rigatoni en de diameter van het bakblik bekend zijn, dan moet dat makkelijk van te voren uit te rekenen zijn, toch. Nou, dat valt behoorlijk tegen. Het is wiskundig gezien een pittig probleem. De plek van elk cirkeltje in de grote cirkel kan van invloed zijn op alle andere cirkeltjes, en daarmee op het maximum aantal cirkeltjes dat je erin kan leggen. Dat maximum aantal cirkeltjes in een cirkel kan je vinden door het te formuleren als oplossing van een optimalisatie probleem, dat wiskundig bekend staat als ‘cirkels inpakken in een cirkel’. Het internet rekende uit dat bij een bakblik met een binnen diameter van 22,86 centimeter en rigatoni’s (gekookt) met een buiten diameter van 2,2 centimeter een taart met 81 rigatoni’s op.

Als we de vulling in de buisjes willen hebben, dan dekken die 81 buisjes wel slechts driekwart van het bakblik af. Wiskundige cirkels kan je niet indrukken; vorm dicteert de formule en vice versa. Bij pasta werkt het anders. In het extreemste geval kan je het bakblik helemaal vullen met buisjes die plat tegen elkaar zitten; er kan geen vulling in. Er is een tussenweg: de buisjes in een ellips vorm drukken, dat vult een bakblik met meer rigatoni. 129 dit keer. Ruim meer dan 81 door ietwat vals spelen en de pasta te laten vervormen.

Volgende vraag: hoeveel mezzi rigatoni’s zitten er eigenlijk in 1 pak van 500 gram. Is 1 pak voldoende of moeten er 2 pakken worden gehaald? 20 mezzi rigatoni’s gewogen, om de invloed van kleine variaties per pasta buisje te elimineren. Dat leverde een gewicht op van 48 gram. 2,4 gram per mezzi rigatoni. Oftewel, er zitten 500:2,4=208 pastabuisjes in 1 zakje. Meer dan genoeg voor de pie.

Lees Meer Lees Meer

Rode curry-soep met rijst en taugé

Rode curry-soep met rijst en taugé

Restjesdag. Een blik in de koelkast leert al snel dat er veel kleine beetjes zijn: wortel, tomaat, bouillon, taugé en rijst. En een verse kipfilet. Restjes lenen zich over het algemeen goed voor gebakken rijst of een soepje. In een tijd waarin veel thuis wordt gewerkt, vieren hier de toch al populaire soepjes hoogtij, niet in de laatste plaats omdat ze over het algemeen minder zwaar zijn en vaak uitpuilen van de groente. Meestal, niet altijd.

Thaise rode currypasta wordt vooral gebruikt om een curry van te maken, maar ook soep. De rode kleur komt uiteraard van pepers, gedroogde in dit geval. En flink veel. En andere typische ingrediënten zijn laos, limoengras, koriander, komijn, garnalenpasta en knoflook. Je kunt natuurlijk ook de currypasta zelf maken en in porties invriezen in de ijsblokjeshouder. Wellicht doe ik daar in de toekomst nog eens een poging toe, het is namelijk makkelijk te bewaren in de ijsblokjeshouder in de vriezer. Daar istie dus voor…

Voor nu dus currypasta uit een potje. Eventueel kun je nog wat smaakmakers toevoegen om het geheel op smaak te brengen, zoals fijngesneden kaffir limoen blaadjes en vers limoensap.

Lees Meer Lees Meer

Baskische cheesecake: La Viña’s Tarta de Queso

Baskische cheesecake: La Viña’s Tarta de Queso

Baskenland. Een eigen taal, cultuur en keuken, en toch niet onafhankelijk. Baskenland ligt gedeeltelijk in Spanje en gedeeltelijk in Frankrijk. Donostia, San Sebastián, ligt in een prachtig deel van Baskenland, aan de kust, aan een schitterende baai. Met een schuin treintje, een funicular, kan je de berg Monte Igeldo op en daarna genieten van het uitzicht op bergen, stad, strand en zee. Er is daar hoog boven de stad ook een restaurant, maar de eetgelegenheden in de stad zijn veel authentieker.

Je kon in San Sebastián onder begeleiding een culinaire wandeling maken door de binnenstad zodat je maar niets hoeft te missen van al dat lekkers. In een paar uur tijd werden restaurants en pintxos bars bezocht. Daarna uitbuiken. De Baskische keuken is namelijk terecht wereldberoemd.

De wandelingen leiden ook naar bar restaurante La Viña. Op de buitenmuur hing een foto van een groot stuk cheesecake, gewoon rechtop, als een taartpunt. Als je binnenkwam en richting keuken keek, viel je blik ook meteen op de vele Tarta de Queso in grote bakblikken met het erbovenuit stekende bakpapier. Zoals met alle cheesecakes is er geen standaard Baskisch recept. De cheesecake van La Viña is zo beroemd dat die versie domineert. Bestelde je een portie dan leek het niet meer op de foto aan de buitenkant: de stukken cheesecake werden gekanteld geserveerd.

In La Viña gaat men voor de smaak maar werkt men zeer pragmatisch. Alles om tijd te winnen. De taart wordt geheel gebakken in bakpapier. De bakblikken kunnen meteen weer worden gebruikt voor de volgende batch. Een bodem van crackers of koekjes(deeg) ontbreekt. De eieren worden zo te zien ook niet gesplitst; de eiwitten worden niet apart opgeklopt. Ook dat scheelt weer tijd. Op youtube filmpjes is nu ook thuis te zien hoe wiebelig de cheesecake is als deze uit de oven komt. Niet alles is stevig. Een deel is zelfs nog vloeibaar.

Imitaties van de cheesecake van La Viña hebben veelal een geheel donkere bovenkant, zo ook de mijne. Hoewel die donkere kleur past echt opkomt bij het afkoelen, komt de cheesecake niet zo uit de oven. In La Viña zijn de bovenkanten slechts gedeeltelijk donkerbruin of soms zwart aan de rand, en er zijn afwisselende bruine en goudgele plekken op de bovenkant te zien, waarbij het donkerbruin opvalt maar het goudgeel meestal overheerst. In La Viña zelf zeggen ze dat elke cheesecake anders is: geen twee zijn hetzelfde. Hoe krijgen ze dat voor elkaar? Waarschijnlijk door, nadat er lokaal voldoende donkere plekken zijn verschenen, de bovenkant af te dekken met aluminiumfolie of bakpapier.

De cheesecake is in 1990 bedacht door La Viña’s chef Santiago Rivera. Met de kenmerkende donkere bovenkant. Zijdezacht en romig van binnen met een knapperige gekaramelliseerde korst. Geen bittere smaak, de korst is niet verbrand.

Lees Meer Lees Meer

Broodje ‘Indisch’ geplukte kip

Broodje ‘Indisch’ geplukte kip

Barbecueën, ik blijf het een eigenaardig fenomeen vinden. Hoe lekker het soms ook is. Het bereiden van een stukje vlees wordt bijna beschouwd als het vinden van de Heilige Graal. Door vooral mannen die uitgebreid bediscussiëren onder welke temperaturen ze het vlees garen. Bijna tot op de graad wordt gevolgd hoe de temperatuur zich ontwikkelt. Uiteraard niet met een ouderwetse vleesthermometer, maar digitaal met hun mobiel. Kruiden kennen ze vaak niet, wel rubs uit een potje. Altijd hebben ze net die bijzondere rub die ze met moeite hebben kunnen vinden.

Het is zeker niet zo dat ik een goed barbecue-gerecht (het hoeft immers niet per se vlees te zijn) niet waardeer. De rokerige smaak kan een mooie toevoeging zijn. Kant-en-klare rubs vind ik over het algemeen wat minder, ze zijn namelijk vaak nogal zout. Ik snap ook nooit zo goed dat iemand letterlijk uren in de weer kan zijn met een stukje vlees, maar niet de moeite neemt om wat specerijen fijn te malen.

Qua malsheid heb je de barbecue natuurlijk helemaal niet nodig. Met een goede gietijzeren stoofpan en een stoofplaatje kun je al geweldige resultaten bereiken. En zonder rub uiteraard, maar met versgemalen specerijen. Hele generaties voor ons gebruikten voor een vergelijkbaar resultaat daarnaast gewoon de oven. Dat ding in de keuken dat waarschijnlijk door diezelfde barbecue-mannen waarschijnlijk alleen maar gebruikt wordt om hun diepvriespizza op te warmen.

Vind ik een barbecue dan helemaal niks? Zeker niet, getuige ook mijn overzicht van barbecue-essentials.

Een voordeel van een barbecue is wel het gezellige karakter in de zomermaanden. Met een aantal mensen rond de barbecue, waarbij de kinderen hun eigen stokje saté of hamburger garen. Wel zelfgemaakt natuurlijk!

Een typisch barbecue-gerecht is pulled pork of pulled chicken. De laatste kun je ook snel en makkelijk op je fornuis maken. Lekker op een stormachtige voorjaarsdag als je geen zin hebt om te koken.

Geplukte kip is hier in huis sowieso een gewaardeerde maaltijd. In de zomer staat regelmatig een broodje met Hong you ji kuai op het menu of geheel in Amerikaanse stijl een broodje geplukte kip met coleslaw en barbecuesaus. Allemaal gewoon met wat pannen op het fornuis. Net zoals deze versie geplukte kip in Indische stijl.

In mijn spontane maaltijden neig ik meestal naar de smaken uit Aziatische keuken. Keuze genoeg in ieder geval. Dit keer werd het Indonesië, met voor nu als belangrijkste smaakmakers ketjap en sambal. Ik koos voor een huisgemaakte sambal ketjap uit een van de toko’s in de omgeving (wist ik nog maar welke, het potje is bijna op…).

Lees Meer Lees Meer

Fusion: cha siu in een verder Nederlandse maaltijd

Fusion: cha siu in een verder Nederlandse maaltijd

Sausjes en smeersels kunnen een enorm verschil maken bij een maaltijd. Zonder saus gewoontjes, met saus werelds. Vaak letterlijk omdat de bij ons meest geconsumeerde sausjes geen Nederlandse oorsprong hebben.

Vlees in saus dus. Het kan ook anders, saus in vlees. Dat gebeurt door vlees te marineren, de medeblogger is er fan van. Hij marineerde onlangs zelf vlees om char siu te maken. Dat zette me aan het denken. Waarom doen wij dat niet?

Een zuurtje in een marinade maakt vlees niet alleen lekkerder maar ook zachter en malser. Het heeft alleen maar voordelen. En toch marineren wij vlees eigenlijk alleen bij rode kip, a.k.a. kip René. Want bij rode kip is de marinade tijd kort en bovendien is met aandacht gegaarde kip al mals van zichzelf. Waarom marineren wij zelf niet meer vlees?

Wil je dat een marinade in bijvoorbeeld varkensvlees trekt dan dat kost je minstens 1 dag en soms meerdere dagen, als je het goed wilt doen tenminste. Wij hebben echter maar 1 koelkast. Willen we daar bijvoorbeeld 3 of 4 strengen spareribs tegelijkertijd in laten marineren – spareribs is toch een beetje bulk eten – dan kost dit teveel ruimte. Gemarineerde spareribs halen wij daarom bij onze favoriete slager.

Dat eten door anderen is klaar gemaakt hebben we geen moeite mee. Anders kan je niet in een restaurant eten. Hoewel we een keer tot onze verrassing in een hotel-restaurant in de Eifel rauwe kip kregen voorgeschoteld, met daarbij een hete steen. Zelf stukjes haanfilet garen, zonder dat deze actie op het menu vermeld stond. Verrassend, maar best leuk. Toen we om een extra vork vroegen, om rauw vlees met een andere vork te behandelen dan gaar vlees, keken ze gek op. Dat deden ze zelf niet. Ze gebruikten 1 en dezelfde vork. Maar goed, de 2e vork werd wel geleverd.

Een andere favoriet in ons huis op het gebied van gemarineerd vlees is cha(r) siu. Al jaren geleden besloten dat we die voortaan bij de Chinees weg te halen. De medeblogger maakt het met liefde en enthousiasme zelf klaar. Wij niet. De ingrediënten voor de marinade waren vroeger ook niet zo makkelijk te krijgen. Nu wel, maar zelf maken is inmiddels te veel moeite. Zelfs de snelle versie van de medeblogger kost toch nog ruim 6 uur.

In het verleden een aantal Chinese restaurants in de omgeving geprobeerd en kritisch beoordeeld. Van het restaurant met de lekkerste cha siu, waar het vlees volgens hen meer dan een dag in de marinade ligt, halen we nu in 1 keer een hele grote portie. Ze kijken er inmiddels niet gek meer van op. Een relatief klein deel wordt gebruikt voor de eerstvolgende avondmaaltijd en de rest, opgedeeld in maaltijd porties, wordt in de diepvries gelegd.

En zo kun je altijd cha siu klaar hebben liggen, ook voor in een verder geheel Nederlandse maaltijd.

Lees Meer Lees Meer

Aligot – Franse aardappelpuree met kaas

Aligot – Franse aardappelpuree met kaas

De vraag is of aligot een aardappel- of een kaasgerecht is? De verhouding tussen beide is namelijk 2:1. Dat betekent op 600 gram aardappelen dus 300 gram kaas. Dat is niet weinig.

Mijn vraag ten spijt, oorspronkelijk was aligot een soep bereid met bouillon, stukjes brood en verse kaas. Volgens overlevering werd het door de monniken van Aubrac in het Centraal Massief aangeboden aan de pelgrims die over de Via Podiensis de bergen doorkruisten om naar Santiago de Compostela te gaan. Het klooster verdween tijdens de Franse Revolutie, maar de boeren die de gronden van de abdij overnamen, zetten de traditie voort. In de negentiende eeuw werd na een slechte tarweoogst het brood vervangen door aardappelen. En zo is het gebleven.

Traditioneel wordt de aligot gemaakt met Tome Laguiole of Tome d’Auvergne en geserveerd met worst of geroosterd varkensvlees uit Toulouse. Soms wordt ook Cantal als kaas gebruikt. Laat ik nu net tegen een stukje Petit Cantal zijn aan gelopen.

Petit Cantal of Cantalette is een kleine versie van de grote Cantal die komt in wielen van bijna 40 kilo. De kaassoort zou al meer dan 2000 jaar oud zijn, ouder dan Roquefort, die andere Franse oerkaas, en aan de basis liggen van Engelse cheddar. Qua smaak en structuur doet de Petit Cantal daar ook wel een beetje aan denken eerlijk gezegd.

Cantal was geen bekende kaas voor mij, dus wat ik niet ken, wordt gekocht. Na een beetje proeven vond ik het niet zo geschikt als een borrelkaasje en zo kwam ik na een uitgebreide zoektocht dus terecht bij aligot.

De kaaskeuze voor aligot is belangrijk, het bepaalt de structuur van het gerecht. De kaas moet zacht van smaak zijn, met niet te veel zout, en bovenal gemakkelijk smelten. Gruyère of zelfs Mozzarella zou een goed alternatief zijn, maar voor dit recept houden we het dus bij een Franse kaas.

Het is een eenvoudig recept, maar vraagt wel wat spierballen. Met als resultaat een puree waarmee je draden kunt trekken als het ware. In sommige recepten wordt een deel van de kaas (tot wel de helft) vervangen door roomboter of in combinatie met crème frache. Het mag duidelijk zijn dat dit de smeuïgheid van het gerecht vergroot, maar dat de typische structuur verloren gaat. Het wordt dan meer een ordinaire puree met wat kaas en kun je dus geen aligot meer noemen. We moeten streng zijn!

Lees Meer Lees Meer

Ovenschotel: broccolirijst, spaghetti, spek en kaas

Ovenschotel: broccolirijst, spaghetti, spek en kaas

Veel mensen schrijven over de combinatie van de oude Romeinen en broccoli, maar ik kan het in het werk van Cato, in het kookboek Apicius, in het landbouwboek van Columella en in de historische teksten van Plinius niet vinden. De oude Romeinen maakten op schrift niet vaak onderscheid, meestal heeft men het over kool. Net zoals het onbekend is of de oude Romeinen pastinaak of witte wortels aten, of beiden. Er wordt helaas flink wat geïnterpreteerd op het internet zonder bronvermelding.

Cato de Oudere was dol op kool. Kool was beter dan elke andere groente. Zijn advies, naast dat het goed is voor de spijsvertering: eet ze met azijn, ook ruim van te voren, dan kan je veel (alcohol) gaan drinken. Columella beschreef koolsoorten, maar broccoli herken ik daarin niet. Plinius de Oudere noemt wel het gebruik van cyma, de jonge spruit of scheut van kool. Maar of dat van een broccoli soort was zoals we nu kennen? Plinius schrijft in zijn Naturalis Historia: Ex omnibus brassicae generibus suavissima est cyma, van alle soorten kool is de cyma de zoetste. Cyma is een jonge spruit van een kool, en misschien maakt de koolsoort niet eens wat uit. Het kan zo zijn dat in Plinius zijn tijd men groene koolsoorten at, en dan vooral de jonge stelen en niet de veel kleinere bloemknoppen.

Toen in het midden van de 18e eeuw broccoli in England werd geïntroduceerd, werd het Italiaanse asperge genoemd. Nu ziet een broccoli er tegenwoordig alleen aspergeachtig uit als je alle bloemknoppen verwijderd, of als toendertijd de bloemknoppen nog niet zo dicht op elkaar zaten. Bovendien zullen de stengels langer zijn geweest dan tegenwoordig, anders deden ze toendertijd de waarheid wel een beetje geweld aan. Het is indirect bewijs, maar het lijkt mij aannemelijk dat de broccoli zoals wij die kennen pas daarna is ontstaan. Inmiddels hebben we ook weer broccolini (ook bekend als aspergebroccoli – terug naar af – en stengelbroccoli) met veel kleinere en minder compacte roosjes en lange dunne stengels.

In Nederland is broccoli vanaf 1979 begonnen aan een echte introductie als groente. Vanaf ongeveer de eeuwwisseling werd het daarna een veel gegeten groente. En zo hebben wij het ook vele jaren gegeten, veelal losse roosjes en de stamdelen in kleine stukjes meegekookt.

In 2017 verscheen ineens broccolirijst in de schappen, ik vermoed kort nadat je in de koeling zakken met broccoliroosjes kon vinden, zonder de broccolistam. En daarmee is het een mooi voorbeeld van succesvolle marketing. Eerst halen ze een stuk groente weg, maken daar een andere product van, broccolirijst, en melden dat ze succes hebben behaald op het gebied van voorkoming van verspilling. Het zijn toch echt de supers die groenten over hadden gehouden, wij niet.

Nederland koopt het nu in de winkel en AH won er een Jaarprijs Goede Voeding 2017 mee. Misschien zitten er nu ook roosjes in, maar ik vermoed van niet; de zakken met alleen broccoliroosjes zijn ook nog steeds te koop, en de stammen aan de stronk blijven nog steeds over. Kan niet anders. Marketing prijst het ook aan als alternatief voor rijst of pasta. Maar die zitten toch echt in een andere schijf van de schijf van 5. Marketing werkt, want weer trappen we er in!

Wij maken ook wel eens broccolirijst, maar dan van de hele broccoli, ook geen verspilling van groenten. Zouden de supers ook kunnen doen.

Lees Meer Lees Meer

Char siu – de makkelijke en snelle versie (van ruim zes uur)

Char siu – de makkelijke en snelle versie (van ruim zes uur)

Char siu, het wordt altijd enthousiast ontvangen met het familiekerstdiner, pre-covid voor de goede verstaander. Vraag van te voren wat ze willen eten en men roept in koor ‘rode kip‘ en ‘char siu’. En vervolgens wordt benadrukt dat het veel moet zijn. Als ik vervolgens vraag welke groente, word ik verbaasd aangekeken. Groente? Dat is niet nodig, er is namelijk rode kip en char siu. Wees gerust, wij eten groenten met kerst.

De allermakkelijkste versie van char siu komt uit de diepvries van de toko. Gegaard en al. Lekker en gemakkelijk. Leuker is het natuurlijk om het zelf te maken. En dat is nog steeds gemakkelijk trouwens. Geen excuus om het niet te maken. Ik heb twee versies. De eerste is voor grote hoeveelheden, want die maak ik van een flinke procureur. Genoeg voor de familie en nog wat om in te vriezen. De tweede versie is heel bescheiden met varkenshaas. Twee stukken vlees met een heel verschillende structuur, maar beiden heel lekker.

Char siu is echt niet moeilijk om te maken. Het is een kwestie van een goede marinade. Je hoeft dus nauwelijks iets te doen, alleen een beetje geduldig zijn.

Lees Meer Lees Meer

Pasta en rode paprikasaus met zonder ‘Nduja

Pasta en rode paprikasaus met zonder ‘Nduja

Oftewel, onderzoek naar een paprikasaus.

Na het verschijnen van ‘Door ‘nduja geïnspireerde pasta maaltijd‘ melde Nicolet, die ons blog al jarenlang trouw leest, op 30 januari 2022 dat er op een ander blog dat ze volgt, ook een gerecht met ‘nduja verschenen was. Het gerechtje werd gepubliceerd op 29 januari 2022 en heette ‘Schelpjes met rode paprikasaus en ‘Nduja‘. Het blog was ‘koken en hoge hakken’ van de Belgische Cathy Van de Moortele. Zo te zien elke dag van het jaar een nieuw recept. Imponerend is dat.

Dat tempo halen wij bij lange na niet. Ook al omdat wij het verhaal achter een recept minstens zo belangrijk vinden als het recept zelf. En een verhaal vergt regelmatig onderzoekstijd en altijd schrijftijd. Bovendien moet overdag ook nog de kost worden verdiend en moet er ’s avonds een maaltijd worden gekookt. Hobbytijd is kostbaar goed.

In reactie op de comment van Nicolette schreef ik dat vooral het gebrek aan zowel rode kleur als ook structuur in de paprikasaus mij opviel.

Met 150 gram schelpjes pasta leek mij het recept van Van de Moortele een tweepersoons gerecht, met daardoor 1 rode paprika per persoon. De nadruk ligt meer op de 2 rode paprika’s en niet zozeer op de ‘nduja. 2 eetlepels ‘nduja is ook niet zoveel natuurlijk, en je mag het van haar ook nog eens vervangen door iets anders.

Op de begeleidende foto zag en zie ik eigenlijk nauwelijks iets roods, ondanks het gebruik van ‘nduja, tomatenpuree en paprika. Intrigerend. Het ziet er ook uit als vloeistof op de pasta, zonder enige structuur, ook na het vergroten van de begeleidende foto. Zo ziet bij ons pasta met alleen passata en room eruit. Je zou wel structuur verwachten bij gebruik van paprika’s, ‘nduja en knoflook, ondanks dat die geblend zijn tot het “fluweelzacht” is. Ook de later toegevoegde kaas is niet te zien. Apart. Per persoon 150 gram saus zou je toch terug moeten zien? Het mysterie wordt groter.

Zoals zo vaak, intrigerende dingen blijven hangen in mijn gedachten. Vragend om aandacht en een oplossing. Intrigerend genoeg om het zelf eens een keer na te maken, maar dan vooral om te ontdekken waarom die rode kleur en die structuur verdwijnt.

Die ‘nduja was wel een probleem dit keer qua verkrijgbaarheid. En om altijd maar te leunen op het bezoek van de medeblogger aan 1 specifieke groothandel is ook zo wat. Toen kwam de realisatie dat ‘nduja niet nodig was voor dit onderzoekje. Wel als je het gerecht, inclusief de smaak, wil namaken. Maar wij hebben al een lekker pasta met ‘nduja gerecht. Gelukkig geeft Van de Moortele zelf een alternatief in haar recept: 2 eetlepels tomatenpuree en wat chilivlokken toevoegen aan de gefruite uien.

Anders geformuleerd: wat heeft dat vervangen voor een effect op de kleur en structuur? Op de kleur waarschijnlijk weinig tot niets. Zowel ‘nduja als tomatenpuree is prachtig dieprood van kleur. De structuur van de ‘nduja is wel weg en maar een heel klein beetje vervangen door chilivlokken. Oftewel, mijn saus zonder ‘nduja zou nog minder structuur moeten hebben dan de saus met ‘nduja die op de foto van Van de Moortele te zien is. En die had geen structuur. We zullen het zien.

Niet langer gedraald. ‘Nduja is dan maar voor een andere keer en een ander gerecht. Het onderzoek naar een rode paprikasaus die niet rood is moet af. Schelpjes met rode paprikasaus met zonder ‘nduja.

Lees Meer Lees Meer