Geroosterde kip

Geroosterde kip

Een hele kip koop ik niet vaak, eigenlijk zelden. Jaren geleden maakte ik af en toe soja-kip, waarbij je de kip pocheert in een sojasaus en vervolgens roostert in de oven. Erg lekker. De sojasaus laat je afkoelen en vries je in voor een volgende keer. Maar dat ging ik niet doen. Ik kocht de kip omdat het mij leuk leek om wat met een hele kip te doen. Maar wat dan wel? Bij veel Chinese recepten in mijn boekenkast gaat het in het geval van een hele vogel meestal om eend. Wat als ik nou eens de kip een paar dagen zou marineren en vervolgens een enkele uren zou drogen, zodat de kip een knapperig velletje in de oven krijgt, net zoals bij de pekingeend? Het knapperig vel is immers één van de traktaties van een ovengeroosterde kip. Ik kan je gelijk al verklappen dat het werkt! Weinig werk en met als resultaat botermalse kip, ook de filets, die bovendien bijzonder smakelijk is. Een ventilator op de kip richten tijdens het droogproces wil helpen het vel knapperig te krijgen. Voor herhaling vatbaar dus.

Maarrrr… een hele kip is leuk, maar met meer dan twee eters niet altijd even praktisch. Ik kwam tot een variant, die ik intussen regelmatig maak. In plaats van een hele kip nam ik kippendijen met vel. Je krijgt het vel weliswaar wat minder knapperig, mogelijk omdat het vel niet zo gespannen staat als bij een hele kip, maar qua smaken blijft het heerlijk. Een succes dus. Mals, smakelijk en gelijk handig geproportioneerd en geen gevechten wie welk deel van de kip krijgt. Alles is eender en even lekker. Net zoals ik gebakken rijst in combinatie met kip ook altijd lekker vind.

Lees Meer Lees Meer

Kaas-ei-spek kommetje met walnoten tarator

Kaas-ei-spek kommetje met walnoten tarator

Kaas-ei-spek kommetjes uit de bakjes van een muffinblik. Uit de oven, met een variatie van een walnoten tarator. Hierboven de katenspek versie.

De mooiste exemplaren van dit gerechtje krijg je met bakbacon, of ook katenspek. Spek als rand en al dan niet met (getoast) brood als bodem. Door de wat dikkere spek blijven ze mooi staan buiten het muffinblik. Toen we een keer geen bacon of katenspek in huis hadden, maar wel gerookte en gerijpte hele dunne Coburger ham, dat toch maar eens geprobeerd en zie, dat werkte ook.

Meestal is de vulling een simpel eitje met wat kruiden en specerijen. Dat levert wel een wat uniforme smaak op. Daarom ook nog Cheddar kaas en kleine mozzarella bolletjes toegevoegd, zonder mengen. De mini bolletjes mozzarella blijven heel maar smelten wel. Dat voegt vooral een ander mondgevoel toe. Als laatste de lekker scherpe Buffalo Wings Sauce toegevoegd. Oorspronkelijk gemaakt voor op kippenvleugeltjes of drumsticks, maar inmiddels breed inzetbaar in onze keuken.

Zo’n kommetje is al heel lekker maar is nog geen maaltijd. Daarom een salade erbij van rucola en een op tarator gebaseerd mengsel. Tarator is een bekend smeersel uit Zuidoost-Europa en het Midden-Oosten. Hier een tarator variatie gebruikt, met geroosterde walnoten maar zonder tahini of yoghurt dit keer.

Lees Meer Lees Meer

Loco moco

Loco moco

Soms word ik getriggerd door een foto van eten, maar soms ook alleen door een naam. Vooral als die niets zegt over de ingrediënten, zoals het geval is bij Loco Moco. Een opvallende naam in ieder geval. Dat hoeft voor mij persoonlijk overigens geen garantie te zijn voor een smakelijk eten. Neem een zogeheten kapsalon. Ik heb sowieso dan al een associatie met een zoemende haardroger in de keuken, dus dat gaat ‘m gewoon niet worden. Geen kapsalon voor mij.

Terug naar de ‘Loco Moco’, dat bleek een soort van Hawaïaans fastfood. En ook hier was ik in eerste instantie niet overtuigd. Het oorspronkelijke gerecht bestaat uit rijst met daarop een hamburger en een spiegelei, waarna er ruimschoots jus overheen gegoten wordt. Voor mij persoonlijk niet de meest aantrekkelijke combinatie. Vooral de jus staat mij tegen, zeker de typische dikke Amerikaanse jus die je vaak tegenkomt bij comfortfood. Reden om eens goed in het onderwerp te duiken en dan blijkt al snel dat er veel aantal interessante varianten bestaan.

In de naoorlogse tijd is het ook niet gek dat er een variant met spam ontstond. Spam, dat door het Amerikaanse leger werd geïntroduceerd op Hawaii, maar ook op andere legerplaatsen in het Oceanisch gebied en Azië, was een goedkoop en dankbaar alternatief voor de hamburger. Spam en met name de Nederlandse variant Smac kwam vanaf de jaren zestig ook hier in zwang, niet zelden in de combinatie met macaroni. In de westerse Japanse keuken yoshoku werd Loco Moco ook populair, in eerste instantie met ‘hambagu’ en in plaats van jus een tonkatsu-saus. En al snel ook in een variant met Spam.

Nog even, die naam ‘Loco Moco’, hoe zit dat? Het verhaal begint in 1949 in het Lincoln Grill Restaurant in Hilo, Hawaii. De plaatselijke jongeren, met name die van de Lincoln Wreckers Athletic Club, hadden niet veel geld te besteden, maar hadden wel behoefte aan een goeie hap, maar wilden iets anders dan de standaard broodjes. Dus vroegen ze het restaurant om een kom rijst met daarop een hamburger en de jus. De toevoeging van het ei zou pas later komen. De jongeren noemden het gerecht Loco Moco naar een van hun leden, George Okimoto, wiens bijnaam “Crazy” was. George Takahashi, die Spaans studeerde aan de Hilo High School, stelde voor om Loco te gebruiken, wat Spaans is voor gekken. Moco kozen ze omdat het rijmde op loco en goed klonk.

Ik koos voor de Japanse variant van Loco Moco en voegde nog een gezond element toe: Shanghai paksoi. Je kunt het eten met gestoomde rijst, maar een restje rijst opbakken met grof gehakte paksoi is ook heel smakelijk. En wie Spam of Smac over heeft van het hamsteren uit de coronacrises kan er een smakelijke hap mee op tafel zetten.

Lees Meer Lees Meer

Wat aten wij vroeger in Nederland: SPAM!

Wat aten wij vroeger in Nederland: SPAM!

In ieder geval vanaf WO2 tot eind jaren 70. We hadden natuurlijk al de Indische keuken, zeker na 1945. Maar verder was het toch vooral aardappels, lang gekookte groenten en vlees wat de klok sloeg. Dat veranderde. Begin jaren 60 kwamen de gastarbeiders. Rond die tijd begon ook het massatoerisme in onder andere Spanje. En in januari 1977 startte Tip: Vakblad voor Thuis. En dat leidde allemaal tot een welkome verrijking van onze keuken met vreemde, lekkere ingrediënten en gerechten, die eerst nog wel met argwaan werden bekeken.

Voor de grote instroom van culinaire ideeën kwam er slechts af en toe een noviteit op tafel. En 1 daarvan was Spam, met varkensvlees. Meegenomen door het Amerikaanse leger aan het eind van WO2, en zo geïntroduceerd in Europa en Rusland(!). Verpakt in een blikje met een metalen sleutel bevestigd aan de onderkant, net als bij de Nederlandse concurrent Smac. (Tegenwoordig is er ook het nog luncheon meat, dat bevat net als Smac, varken en kip.) In de sleutel zat een gleufje en aan de zijkant van het blik, bijna onderaan, zat een uitstekend stukje metaal. Daar beginnen en dan al draaiend met de sleutel rondom het blik een smal strookje metaal moeizaam oprollen op de sleutel. De bijna losse onderkant van het blik halen, het blikje daarna rechtop houden en de homp Spam langzaam met een zuigend geluid uit het blik laten glijden. Langzaam omdat het blik zichzelf vacuüm zoog in de omgekeerde onderkant.

Spam heeft tegenwoordig een slechte naam. Het is een soort van goedkope boterhamworst, maar dan heel lang houdbaar. De oorsprong van het woord Spam is onduidelijk. Shoulders of pork and ham klink logisch. Het is voor ongeveer 90% gemaakt van vlees van de schouders en de hammen van varkens, en daar is niets mis mee. Spam bevat ruim 25% vet, inderdaad niet weinig. Maar ja, mayonaise mag pas mayonaise heten als het 70% vet bevat. Toegegeven, dat is dan wel voornamelijk plantaardig vet. Het vet van Spam kan je eruit bakken, dat kan je van mayonaise niet zeggen.

De truc van Spam is dat je al vrij snel de dagelijks aanbevolen hoeveelheid van bepaalde stoffen binnenkrijgt. Eet je Spam, dan die dag verder normaal doen. Zo bevat Spam naar verluidt ook een heel klein beetje van de dagelijkse behoeften aan vitamine C en ijzer. Normaal doen is dan die behoefte niet verder aanvullen door nog meer Spam te eten. En eigenlijk is dat best lastig. Want de smaak van gebakken Spam maakt dat we nog meer gebakken Spam willen. Spam bevat precies die smaakelementen waar onze hersens van denken dat ons lichaam die nodig hebben. Knap gedaan vanaf 1937 door de firma Hormel Foods Corporation.

Uit de oude doos, een klassieker uit de jaren 60 van de vorige eeuw: Spam met macaroni en kaas.

Lees Meer Lees Meer

Tuinbonen met Serranoham

Tuinbonen met Serranoham

Tuinbonen, we aten ze vroeger als ze bij opa van het land kwamen. Ik was er niet dol op, voornamelijk vanwege de geur tijdens het koken van de bonen, maar ook het stugge, ietwat bittere vliesje stond mij tegen. Typisch zo’n groente die je dan links laat liggen als je op jezelf gaat wonen en gaat koken. Veel later kwam ik er weer mee in aanraking via de Chinese keuken en wel door de chilibonensaus uit Sichuan, de toban jiang. Deze saus bestaat uit gefermenteerde chilipepers én… ‘broad beans’ oftewel tuinbonen. Dat was vervolgens reden om de tuinbonen toch maar weer eens te proberen.

Tuinbonen zijn vers maar beperkt verkrijgbaar, zo rond juli en augustus. Uit potjes en vriezer het hele jaar uiteraard, maar ik ga doorgaans graag voor de verse ervaring en het liefst volgens de seizoenen. Vers betekent dus ook flink aan de bak, want het doppen van tuinbonen is wel een klusje. Per persoon heb je ongeveer 8 ons tot een kilo nodig. Het resultaat is dan zo’n 250 gram tuinbonen per persoon. Als je nog andere groentegerechten hebt, dan volstaat 1 kilo tuinbonen. Wil je jezelf echt verwennen, dan dop je de bonen na het koken nog een keer, het zogenaamde dubbeldoppen. Je haalt het vliesje van de boon en houdt een prachtig groene boon over. Dubbeldoppen werkt overigens niet goed bij heel jonge bonen.

Een heel eenvoudig, maar erg lekker recept voor tuinbonen heb ik gepikt van Fuchsia Dunlop. Het recept komt uit Hangzhou, de hoofdstad van de oostelijke provincie Zhejiang.

Lees Meer Lees Meer

Mizu shingen mochi: Japanse water-cake

Mizu shingen mochi: Japanse water-cake

Digitaal opruimen. Jarenlang foto’s maken en op je laptop zetten en er dan niets mee doen. En zo kwam ik oude foto’s tegen van het experiment om zelf Japanse water-cake te maken: mizu shingen mochi. Mizu is Japans voor water and shingen mochi is een zoete rijst cake, van de Japanse firma Kinseiken. En daar, rond 2014, is die water-cake bedacht. Geniaal.

Ik weet nog goed waarom ik het wilde maken. In Japan wordt het geserveerd met kuromitsu, een donkere suikersiroop, en kinado, geroosterde sojameel. Maar daar ging het niet om. Water-cake wordt meteen vloeibaar in je mond, heel apart en een toch wel sensationeel mondgevoel. De 3 doelen waren om de water-cake doorzichtig te maken, om het mondgevoel te ervaren en om het na maximaal 30 minuten vanzelf uiteen te zien vallen, alledrie net als het Japanse origineel. En het werd een experiment. Want nu kan je gewoon recepten van de water-cake vinden, toen nog niet.

Maar wat is het? Mizu shingen mochi bestaat uit 2 ingrediënten: het mild zoete water van de berg Kaikoma, 1 van de 100 zogeheten beroemde bergen van Japan, en agar, een bindmiddel gemaakt van roodwieren. Dat Japanse water had ik niet. Om te bewijzen dat er met Nederlands kraanwater niets mis is, dat kraanwater gebruikt in mijn experimenten. Agar was ook niet in huis, wel gelatine. Daar dus mee begonnen vanuit de gedachte dat gelatine en agar beiden bindmiddelen zijn, ondanks dat gelatine en ik geen vrienden zijn. En weer bleek die gelatine een slechte keuze, zie daarvoor onder.

Na het mislukte experiment met gelatine, me tot de medeblogger gewend voor het lenen van agar. Hij weet een beetje veel meer van de Oosterse keuken, niet waar. Ik kreeg een zak strings te leen. Nou ja, lenen. Op is op na de experimenten. Agar werkte wel veel beter.

Mijn succesvolste experiment tot de agar op was. Klein beetje beschadigd boven op de bol bij het uit de kom halen. Maar voor de rest, best al goed doorzichtig en een hap werd in de mond meteen vloeibaar. De water-cake viel uit elkaar na 25 minuten. Doelen gehaald. Als je er dagelijks meerdere maakt met water van een berg kan het nog veel beter. Zoals de chefs in Japan aantonen. Die water-cakes zijn helemaal doorzichtig, zonder luchtbellen. Kudo’s.

Lees Meer Lees Meer

Katsudon

Katsudon

Zo af en toe werpen BroeR en ik elkaar digitaal recepten toe. Recepten die meer bij de ander passen dan bij onszelf. Zaken waarin gebakken moeten worden in een oven gaan doorgaans richting BroeR, Aziatische borden en kommen met eten richting mij. Hoewel ik momenteel in een Indiase fase zit, schuw ik de rest niet.

In mijn studententijd heb ik enige tijd een Japanse fase gehad. Die begon uiteraard met sushi, maar gaandeweg maakte ik meer Japanse zaken zoals gyoza en ramen. Dat viel toen overigens nog helemaal niet mee, want toko’s hadden nog maar weinig Japanse spulletjes. De zeewier haalde ik bijvoorbeeld bij de natuurvoedingswinkel tegenover mijn studentenhuis. Daar kocht ik ook mijn eerste bamboematje voor de sushi. Via een Chinese groothandel voor keukenspullen wist ik een langwerpig koekenpannetje (met hoeken) te bemachtigen voor het maken van tamagoyaki, de opgerolde omelet. Ik zie je denken, dat kan toch ook in een ronde koekenpan. Dat klopt, maar de garing van een vierkant omelet is toch anders dan van een rond omelet. Nog los van de afsnijdsels die je hebt bij een ronde versie.

Een deel van de Japanse keuken is heel traditioneel, maar er is ook een keuken die sterk beïnvloedt is door het Westen, yoshoku genaamd. Het zijn veelal westerse gerechten op Japanse wijze bereidt. In de traditionele Japanse keuken, washoku, gaat het niet alleen om het gerecht zelf, maar ook om de juiste ingrediënten, de bereidingswijze en hoe het eten wordt gepresenteerd. Dat wil nog wel eens voor hoofdbrekens zorgen, omdat je niet aan het goede ingrediënt kan komen of niet het juiste kommetje om te presenteren. In dat soort zaken wil ik nog wel eens heel puriteins zijn en als ik niet het juiste ingrediënt kan vinden, dan maak ik het maar niet. Of dat altijd even zinnig is, laat ik in het midden. De westers georiënteerde Japanse keuken biedt gelukkig wat meer ruimte voor vrije interpretatie. Dat doen ze zelf ook met misschien wel het meest typische Amerikaanse streetfood, de Hambagu. Maar meestal is niet direct uit de naam af te lezen wat het gerecht inhoudt, tenzij je het Japans machtig bent.

Van BroeR kreeg ik een recept toegestuurd voor een Katsudon, een samentrekking van tonkatsu (gepaneerde en gebakken/gefrituurde varkensfilet) en donburi (een kom met rijst en groente en/of vlees/vis/ei).

Van katsudon zijn er verschillende varianten. En na lang puzzelen koos ik voor de sauce tonkatsu. De reguliere katsudon bevat meestal een laag dun gesneden kool op de rijst, terwijl de ui bereid wordt in een bouillon (dashi) met mirin, sojasaus en Japanse worcestershiresaus. De tonkatsu is echter een vleesgerecht op zich en daar hoort een tonkatsusaus bij. Denk ik. Bovendien heb ik geen flesje Japanse worchestershiresaus in huis. De gewone versie is geen optie, aangezien deze wezenlijk anders schijnt te smaken. De tonkatsusaus dus. En met ei. Je komt ook katsudon-versies zonder ei tegen, hoewel die wel spaarzaam zijn. Volgens tal van sites is het een typisch lunchgerecht, maar tenzij je een sumoworstelaar of puber in een groeispurt bent, zou ik het gerust als avondmaaltijd kiezen. Het vergt toch ook wel wat werk.

Lees Meer Lees Meer

Queen Elizabeth’s drop scones, voor 16 mensen

Queen Elizabeth’s drop scones, voor 16 mensen

In de bezittingen van de Amerikaanse President Dwight D. Eisenhower, nu in de U.S. National Archives, is een recept te vinden. Een recept van de Britse koningin Elizabeth II, voor drop scones, wat ze blijkbaar zelf maakte. Drop scones kennen we beter als Scottish pancakes of Scots pancakes. Kleine dikke pannenkoeken, typisch 9 centimeter breed.

Het recept is getypt op een menukaart, met onderaan de handgeschreven tekst ‘Enough for 16 people‘ en begeleid door een handgeschreven brief, op 4 velletjes Buckingham Palace briefpapier. De brief, van 24 januari 1960, is gericht aan Dear Mr. President. Gevolg van een informeel bezoek van het echtpaar Eisenhower aan Balmoral Castle, op vrijdag 28 augustus 1959, met overnachting. Dat kasteel is een vrij recent gebouw. Gebouwd voor Queen Victoria en Prince Albert, klaar in 1856, vlak naast het afgebroken, want te klein bevonden, oorspronkelijke kasteel. Zijn we natuurlijk in de buurt geweest. Niet alleen om de prachtige natuur, het Cairngorn-gebergte in de Schotse Highlands!

Whisky distilleerderij Royal Lochnagar was ook belangrijk in mijn herinnering. Toen rondleidingen en de afsluitende drams bij distilleerderijen bezoeken nog gratis waren. Royal Lochnagar ligt hemelsbreed op ruim 1,5 kilometer afstand van Balmoral Castle, slechts 16 minuten lopen. Amerikanen houden uiteraard lijsten bij met de favoriete drank van elke president. Eisenhower’s favoriete drank was naar verluidt Scotch (blends met soda). Hij zal vast Royal Lochnagar (een malt) hebben mogen proeven op Balmoral Castle. Er is ook Balmoral whisky, uit Campbeltown, hemelsbreed op ruim 230 kilometer afstand, met de auto nog veel verder gezien het ruige Schotse landschap. Wie van whisky houdt, is daar natuurlijk ook geweest. Ik vooral omdat Springbank de enige Schotse distilleerderij is die elke stap in het proces van het maken van whisky zelf uitvoert, van het mouten van de gerst tot het bottelen van de alcohol. Iedereen zijn/haar hobby’s.

1 van de hobby’s van Queen Elizabeth is dus drop scones maken. Het is niet helemaal duidelijk of zij ze zelf maakte tijdens Eisenhower’s bezoek en of de drop scones werden gemaakt tijdens theetijd of een barbecue. Verschillende bronnen melden verschillende verhalen. Waar ze het wel over eens zijn, is dat Eisenhower en zijn vrouw ze heel lekker vonden, mogelijk omdat ze zo op hun eigen American pancakes leken. Of het echtpaar om het recept heeft gevraagd is onduidelijk, maar uit de brief blijkt dat de koningin wel had beloofd om het op te sturen. Bijna 5 maanden later deed ze dat pas, vergeten? Ze meldt zelf dat een foto van Eisenhower in een krant bij een barbecue, waar een (vogel ter grootte van een) kwartel werd gegrild, haar herinnerde aan haar belofte. In Schotland worden pancakes meestal geserveerd rond theetijd. Elizabeth meldt dat ze Eisenhower’s reizen heeft gevolgd, maar toch heeft ze het recept niet eerder verstuurd. Toch die barbecue herinnering? En omdat het een informeel bezoek was, toch gemaakt door de koningin?

Drop scones, gemaakt volgens een koninklijk recept en volgens koninklijke instructies.

Lees Meer Lees Meer

Keema Matar met Palak (gehakt met doperwten en spinazie)

Keema Matar met Palak (gehakt met doperwten en spinazie)

Tegenwoordig associëren we India vooral met vleesloos eten. En de langdurige Britse overheersing van het land. Beiden geven een vertekend beeld. De zogeheten British Raj duurde slechts van 1858 tot 1947. Daarvoor had de Britse East India Company weliswaar al grote delen van het subcontinent in haar macht, onder andere doordat ze in 1764 het leger van de toenmalige heerser over het Mogolrijk versloeg. Maar op dat moment zaten de Nederlanders en andere handeldrijvende naties ook nog in India, al was de macht van de VOC tanende. In 1795, toen Nederland onder invloed kwam van Frankrijk, werden de laatste posten overgenomen door de Britten. De Fransen zouden overigens in India blijven, tot 1954. De invloed van de Europese landen op de Indiase keuken is heel verschillend. Zo vindt de beroemde of beruchte vindaloo haar oorsprong in de Portugese keuken en is het in voormalige Franse gebieden zoals Pondicherry heel normaal om met brood te ontbijten, terwijl dat elders in het land, buiten de continentale hotels, niet gewoon is. De invloed van de Britse en Nederlandse keuken, voor zover er in vroege tijden sprake was van een eigen keuken, is beduidend minder. De Indiase keuken is echter veel meer beïnvloed door de keuken van de Mogols, die twee eeuwen lang de belangrijkste heersers waren geweest in India.

Het Mogolrijk werd in de zestiende eeuw gesticht door islamitische krijgsheren en had een keizerlijke structuur die duurde tot 1720. Het Perzisch was de taal van de cultuur en dus ook van de keuken. Het rijk werd in de achttiende eeuw kleiner door de opkomst van de Britse East India Company en formeel ontbonden door de Britse Raj na de Indiase opstand van 1857. In die opstand verzette het Indiase volk zich tegen de Britse overheersing, maar zonder succes. De invloed van de Britse keuken is dus beperkt, maar die invloed van de Mogols laat zich vandaag de dag nog gelden in de Indiase keuken. De Mogolkeuken is feitelijk een mengeling van de Perzische en Centraal Aziatische keuken en kenmerkt zich door het gebruik van veel kruiden en specerijen.

Een typisch gerecht uit de Mogolkeuken is Keema Matar (gehakt met doperwten). Het gehakt zal oorspronkelijk geit of lam zijn geweest, maar het wordt ook gegeten met rund. Geitenvlees is wat lastiger te verkrijgen en lamsvlees is doorgaans vrij vet. Ik kies dus voor rundergehakt. Varkensgehakt zou natuurlijk ook kunnen, maar is geen logische keuze voor een van oorsprong islamitisch gerecht. Bij het vleesgerecht is het lekker om palak te eten. Ik maakte al eens eerder palak, maar noemde die saag. Intussen weet ik dat saag de algemene naam is voor een groentepuree op basis van een groene bladgroente zoals mosterdblad of spinazie, maar dat palak de specifieke benaming is voor de variant met gepureerde spinazie. Doorgaans gegeten met paneer, dus palak paneer, een Indiase kaas. Omdat ik het eet naast een vleesgerecht, laat ik de paneer in dit geval achterwege. Hoewel de eerdere versie ook lekker is, maak ik de laatste tijd vooral onderstaande versie.

Je eet de keema matar en palak met chapatis of naan, maar met rijst kan natuurlijk ook.

Lees Meer Lees Meer

Volkoren spelt spaghetti
met ui en ansjovis

Volkoren spelt spaghetti
met ui en ansjovis

Ik had eigenlijk een variant van bigoli in salsa willen maken, een klassiek gerecht uit Venetië, gemaakt met bigoli, ui en ansjovis. Bigoli is een ruwe volkoren pasta, een soort dikke spaghetti, die je volgens mij alleen in Venetië zelf kan krijgen. Ik kan het aanraden als je al dan niet toevallig in Venetië bent. Maar dan niet in de toeristische hoofdstraat gaan eten, maar in de kleine restaurantjes, in de smalle steegjes waar dagtoeristen niet komen. En daar dan ook verse pasta kopen, in superkleine winkeltjes, een toonbank met daarachter wat planken met verschillende pasta soorten, meer is het niet, gerund door echt Italiaanse mama’s. Zo, dat is lekker!

In Nederland hebben alle hamsteraars alweer de pasta-schappen leeggehaald. Geen dikke volkoren spaghetti meer te krijgen. Ook de default variant, spaghettoni, lag al in andermans huizen. Alleen de volkoren spelt spaghetti lag er nog, die was niet gehamsterd. Beetje raar gezien de voorliefde in vele food-blogs voor alternatieve graansoorten. Die blogs, inclusief Reutel, acteren misschien wel een beetje als de Amsterdamse grachtengordel. Relatief weinig mensen, in een klein gebied, weten wat goed is voor heel Nederland, en krijgen daar ook de ruimte voor in de publiciteit. Maar toch, de voorliefde wordt blijkbaar, en helaas, niet gedeeld door de rest van de mensheid die winkelt in mijn woonplaats. Want dan waren er veel meer pasta varianten in plaats van (in normale tijden) al die schappen vol met penne soorten. In plaats van bigoli, daarom toch volkoren spelt spaghetti gebruikt. Geeft niets, spelt was al bekend bij de oud-Romeinen. Past daarmee goed op Reutel.

Bigoli in salsa werd oorspronkelijk gemaakt met sardientjes, tegenwoordig dus vaak met ansjovis. En ansjovis, daar kun je me midden in de nacht voor wakker maken. Reutel bevat echter nog maar weinig voorbeelden van ansjovis maaltijden, realiseer ik me nu ineens. Het wordt wel af en toe genoemd, maar tot nu toe zit het alleen in spaghetti puttanesca met ansjovis. Magertjes voor zo een lekker ingrediënt. Komt vast omdat niet iedereen in ons huishouden de smaak en geur van dit kleine visje kan waarderen. Even wachten tot dat deel andere afspraken heeft, en dan koken maar.

Ansjovis is erg lekker, maar ben wel een beetje kieskeurig. Ik zie de ansjovis filets graag voor ik ze koop, zodat ik weet dat ze goed in het vlees zitten en mooi van kleur zijn. Zelf vis schoonmaken doen we niet. De beste optie is daarmee ansjovis filets in hersluitbare glazen potten. Hoef je ook niet alles in 1 dag op te eten. Daarna komen verpakkingen die een venstertje hebben. Geheel in blik, dat koop ik eigenlijk zelden. Ook al omdat bewaren, door de geur, bij ons lastig is.

Volkoren spelt variant van bigoli in salsa, met het authentieke salsa recept, en ansjovis uit een glazen pot. Met bovenop, als een smaakbommetje, een deel van het ansjovis/ui smeersel.

Lees Meer Lees Meer