Mujaddara: linzen, rijst en gebakken uitjes

Mujaddara: linzen, rijst en gebakken uitjes

1 van de culinaire dingen waar wij een zwak voor hebben is gebakken uitjes uit de winkel, verpakt en kant-en-klaar.

Pure gebakken uitjes. Nou ja, de ingrediëntenlijst meldt naast ui ook nog palmolie, tarwebloem of -meel, en zout. Of het zout echt nodig is? De palmolie daar worden ze in gefrituurd. Die tarwebloem komt van het beslag waar de gesneden uien eerst nog doorheen worden gehaald. Lijkt me meer een Nederlandse toevoeging. Als je ze zelf maakt zijn uitjes en goede frituurolie voldoende.

Als de hoeveelheden van de ingrediënten worden vermeld op de verpakking is het vaak 75% of 76% ui (een afrondingsverschilletje per merknaam?) en 1% zout. Het zou me daarom niet verbazen als ze allemaal worden gemaakt door dat ene bedrijf uit Kapelle, voorheen uit Sint-Maartensdijk, dat zelf meldt aan meer dan 50 landen te leveren (in 2021). Op hun website melden ze ook dat ze naast een eigen merk gebakken uitjes ook voor diverse private labels produceren. Oftewel, het wordt verkocht onder meerdere merknamen. Dat betekent dat je de goedkoopste gebakken uitjes per volume-eenheid uit de schappen kunt pakken. De inhoud is waarschijnlijk toch hetzelfde.

Mujaddara is een oud gerecht. De combinatie rijst, linzen en vlees staat al in een Iraaks kookboek uit 1126, Kitab al-Tabikh, te vertalen als een boek met gerechten. Een imposant kookboek overigens. Zo bevat het bijvoorbeeld een ingenieus recept om vis te garen, zodanig dat de kop is geroosterd, het midden is gebakken zonder olie of vet en de staart is gebakken in olie. En dat terwijl de vis nog 1 geheel is. Zo maar 1 van de meer dan 600 culinaire en medische recepten. Daar kom ik vast nog wel een keer op terug.

Mujaddara maak je met uien die al dan niet knapperig worden gebakken, gekaramelliseerd of gefrituurd in olie. Karamelliseren kost een uurtje. Bakken gaat sneller. Maar met kant-en-klare gebakken uitjes is de maaltijd ineens nog veel eerder klaar.

Linzen bevatten net als vlees ijzer, eiwit en B-vitamines en staan in hetzelfde vak in de Schijf van Vijf als vlees. Linzen zijn vleesvervangers. Zonder vlees was en is het een stukje goedkoper. Zo werd het gemeengoed in de Arabische wereld, waar dan nog wel kruiderij aan werd toegevoegd. Er bestaan compleet gepureerde versies, minder gepureerde versies en versies waar de rijst en linzen heel blijven, afhankelijk van het land of de regio. Het is lekker en daardoor nu nog veel breder verspreid over de globe.

Snelle, eenvoudige en goedkope maaltijd. Mujaddara met gebakken uitjes. Die uitjes komen zeer waarschijnlijk uit Nederland.

Lees Meer Lees Meer

Pasulj, Servische bonensoep

Pasulj, Servische bonensoep

In Engeland zegt met easy as pie om aan te geven hoe makkelijk een recept (of iets anders) is. Het Nederlandse equivalent is ‘dat is een eitje’. Onduidelijk is wat precies de herkomst is van die uitdrukking, maar het lijkt niet te maken te hebben met de makkelijke bereidingswijze van het koken of het bakken van een ei. In Servië zegt men prosto kao pasulj, zo makkelijk als pasulj. Pasulj is een bonensoep die in verschillende varianten op de Balkan wordt gegeten. Meestal worden witte bonen gebruikt of kievitsbonen. Als vlees wordt gerookt spek en worst toegevoegd, soms varkenspoot. En zoals de meeste typische wintersoepen gaan er wortels en uien in.

Voor pasulj wordt vaak een pittige worst gebruikt, maar je kunt ook gewoon verse worst gebruiken of zelfs rookworst. Ik koos voor sucuk, een droge gefermenteerde Turkse worst die veel op de Balkan wordt gegeten. Doorgaans wordt sucuk van rundvlees gemaakt, maar in sommige regio’s wordt paardenvlees gebruikt. De meeste sucuk die je in Nederland kan kopen (en soms ook wordt gemaakt) bevat rundvlees. De worst wordt tijdens de bereiding meerdere malen gemalen en krijgt hierdoor een typische structuur die niet vergelijkbaar is met de droge worsten zoals wij die in Nederland kennen, die bovendien meestal van varkensvlees zijn gemaakt. Sucuk wordt niet rauw gegeten, maar gebakken, bijvoorbeeld met ei als ontbijt. Eerder gebruikte ik als sucuk voor de bulgur pilavi. De worst is sterk van smaak, dus overdrijf niet.

Pasulj is een goed gevulde winterse soep, verwarmend en vol met groenten. Doet zelfs een beetje aan onze erwtensoep denken, ook zonder rookworst.

Lees Meer Lees Meer

Siciliaanse arancine met risotto en Gruyère

Siciliaanse arancine met risotto en Gruyère

Arancine, zo noemen ze op Sicilië balletjes of kegeltjes van risotto met een omhulsel van broodkruim, uit de frituur. Over die naam is op Sicilië veel te doen. De precieze verdeling over het eiland ken ik niet, maar in het oostelijk deel van Sicilië noemen ze naar verluidt 1 bol een arancina, in het westelijk deel een arancino. Over dat verschil zijn hele verhandelingen geschreven. Op het vaste land van Italië heten ze arancini.

Arancine is ontstaan toen Arabieren de baas van Sicilië waren en Sicilië een emiraat was, van 831 to 1091. Arabieren brachten rijst en saffraan mee, maar mogelijk was rijst al eerder op Sicilië bekend. Bolletjes rijst geel/oranje gekleurd door de saffraan. Dat lijkt op een sinaasappel, arancia in het Italiaans, arànciu in het Siciliaan dialect. Of beter, een kleine sinaasappel, leidend tot het verkleinwoord arancini in het Italiaans. Later kreeg de bol een krokant jasje van broodkruimels. De kleur werd verstopt, de naam bleef.

Van origine werd het gemaakt met gekookte rijst, verbouwd op Sicilië, dat in de 10e eeuw een rijst exporterend eiland was. Daarna liep de rijstbouw terug. Inmiddels werd sinds de 14e eeuw op grote schaal rijst verbouwd in Noord-Italië. Sicilië werd een rijst importerend eiland.

Risottorijst, dat hoort nu in arancine en arancini te zitten. Risottorijst plakt lekker aan elkaar, waardoor je mooie en stevige bolletjes of kegels kan vormen. Risotto gegaard in een goede bouillon is al heel erg lekker, ook zonder verdere toevoegingen. In dat krokante jasje wordt het nog lekkerder.

Arancini met risotto en Gruyère kaas gemaakt.

Lees Meer Lees Meer

Surinaamse BB met R

Surinaamse BB met R

Bruine bonen zou je misschien niet direct verwachten in Suriname. Toch is het niet vreemd gezien de lange relatie met Nederland. Gedroogde bonen gingen standaard als voedsel mee op de lange zeereizen van de WIC (het Atlantische broertje van de VOC), zo ook naar Suriname. Het grappige is dat de bruine boon een variëteit is van de gewone boon (Phaseolus vulgaris), die afkomstig is uit Midden-Amerika. Zo vreemd is het dus eigenlijk niet om in Suriname bonen te eten. Naast bonen ging ook gepekeld vlees mee op de zeereizen. Door het vlees te zouten werd de bacteriegroei gestopt en bleef het vlees in tonnen lang houdbaar op de schepen. Gepekeld vlees en bruine bonen vinden elkaar in BB met R, bruine bonen met rijst.

Het zoutvlees, zoals gepekeld vlees in Suriname heet, is mogelijk een combinatie van het pekelvlees uit de Joodse keuken en gepekelde vlees zoals de zeelieden dat meenamen op hun reizen.  Al is de Joodse link niet vanzelfsprekend. Het bekendste Joodse gepekelde vlees is pastrami, populair in New York, waar het in de negentiende eeuw door Roemeense immigranten werd geïntroduceerd. De Roemenen pekelen het vlees niet alleen, ze kruiden het ook. Het zoutvlees in Suriname is doorgaans echter alleen gezouten en niet gekruid. Dat is ook niet logisch, want om het zoutvlees te gebruiken, moet het eerst ontzout worden. Toch is er mogelijk wel een Joodse link: de eerste Surinaamse Joden waren gevluchte Sefardische Joden uit het zuiden van Europa, maar niet lang daarna kwamen ook armere Asjkenazische Joden hun geluk beproeven in Suriname en deze Asjkenazische Joden kwamen oorspronkelijk uit Oost-Europa. Het gebruik van gepekeld vlees zal hen niet vreemd zijn geweest.

Veel Surinaamse gerechten gebruiken meerdere bouillonblokjes en daarmee ook veel zout. Dat kan best wat minder. Gebruik eventueel een bouillonblokje of wat bouillonpoeder en breng het op smaak met zwarte peper en nootmuskaat. Eventueel voeg je een laurierblaadje toe. Je kunt het bouillonblokje ook weglaten. Eerlijk gezegd vond ik de toevoeging van extra zout niet nodig.

Zoutvlees moet je dus eerst ontzouten om het te kunnen bereiden. Snij het vlees in stukken en laat het een kwartiertje zachtjes koken in een bodempje water. Vervang het water en laat het nog eens een kwartiertje zachtjes koken. Vervolgens kun je het verder bereiden. Naast zoutvlees bevat BB met R vaak keukenham, een gepekelde ham die je ook eerst moet ontzouten, stukken kip of… een Hollandsche rookworst.

Lees Meer Lees Meer

Gevulde hamburger maken met een cadeautje

Gevulde hamburger maken met een cadeautje

Ik heb niets met verplichte cadeau-dagen. Gezellig langskomen op verjaardagen en feestdagen prima, neem dan vooral jezelf mee. Wat ik wel heel erg leuk vind is onaangekondigd heel af en toe – niet te vaak – een hebbedingetje krijgen, zonder dat de gever zijn portemonnee daarna bij inspectie helemaal leeg aantreft. Kook-hebbedingetjes, altijd leuk. En om wel te gebruiken.

Ik heb een metalen hamburgerpers, maar die is bedoeld voor het persen van vlees in een hamburgervorm, zonder dat er een vulling ingaat. Ooit een hebbedingetje, nu een kastenvuller want niet meer in gebruik. Hamburgers vormen met de handen gaat minstens net zo goed. Dat wordt anders als je hamburgers met een vulling wilt maken. Een stuk lastiger om die vulling altijd centraal te krijgen.

Van de medeblogger onverwacht een hamburgervulapparaat gekregen. Een apparaat uit de VS, een Stufz™. Het ziet er complex uit, maar komt met duidelijke instructies. En vooral ook met veel food-safety guidelines. Juridisch helemaal ingedekt. Zo ook de schriftelijke waarschuwing dat de vulling er niet rauw in mag. En dat is logisch hebben we gemerkt. Want het kost moeite om de warmte binnenin te krijgen zonder dat de burger aan de buitenkant zwart worden.

De aanbeveling van Stufz™ is om hiermee je eigen signature burger te creëren. Dat is nog niet gelukt. Maar lekker is gevulde hamburger wel.

Lees Meer Lees Meer

Kabeljauw met Creoolse saus en aardappelpuree

Kabeljauw met Creoolse saus en aardappelpuree

Vis. Ik eet het eigenlijk niet vaak genoeg. Misschien omdat ik er niet echt mee ben opgegroeid. Thuis aten we hooguit een gebakken vis van de visboer of een haring. Zout voor de rest van de familie, zuur voor mij. Het eten van vis was niet heel gewoon in Salland, al kan ik mij herinneren dat mijn vader het wel eens had over stokvis. Maar dat was een andere generatie. Als er kermis was, aten we paling. Een echte traditie. Garnalen aten we al helemaal niet thuis. Die leerde ik pas kennen in mijn studententijd, bij de lokale Chinees. Nog weer later zorgde mijn kennismaking met de traditionele Chinese keuken ook voor het eten anders dan alleen een lekkerbekje of een zure haring. Gestoomde dorade en vis in heet-zure saus (uit Sichuan) zijn hier klassiekers geworden. Hete makreel uit Indonesië mag ik overigens niet vergeten. Superlekker bij witte rijst en geweldig op een Surinaams broodje.

Mijn directe kennismaking met de eclectische Surinaamse keuken zorgde ook voor een eerste kennismaking met de Creoolse keuken, een mengeling van Inheemse, Caraïbische, West-Afrikaanse en Europese (met name de Spaanse en Franse) invloeden. De Creoolse keuken is echter niet alleen in Suriname te vinden. Het komt voor in die regio’s waar de slavernij jarenlang een grote rol speelde: het zuiden van de Verenigde Staten, de Caraïbische eilanden en een aantal landen in het noorden van Zuid-Amerika, waaronder Suriname dus. Elke regio heeft zich op een eigen wijze ontwikkeld. Meest bekend is misschien wel de Creoolse keuken van Louisiana in de Verenigde Staten, bij uitstek te vinden in New Orleans. De invloed van de Franse keuken is daar het sterkste. De Creoolse keuken kenmerkt zich door rijke sauzen, het gebruik van lokale kruiden, tomaten en vis en schaal- en schelpdieren. Bekende Creoolse gerechten zijn gumbo, een stoofpot op basis van een roux met vaak zowel vlees als vis, en shrimp creole, garnalen in een rijke tomatensaus, ook wel bekend als Creoolse saus, ‘red gravy’ en sauce piquan.

Shrimp Creole
Shrimp Creole

De Creoolse keuken onderscheidt zich van de Cajunkeuken, onder meer door het veelvuldig gebruik van tomaten en tomatensauzen. De cajunkeuken bevat veel vleesgerechten, zoals het bekende jambalaya, een klassiek eenpansgerecht met rijst, worst en kip, en boudin, een kruidige worst met varkensvlees en rijst. Cajun is na 1755 ontstaan door de komst van de Fransen die door de Britten van Nova Scotia waren verjaagd.

De ‘Heilige Drie-eenheid’

De kern van de cajunkeuken en de Creoolse keuken van Louisiana bestaat uit ui, paprika en selderij in de verhouding 1:1:1.  Het is afgeleid van het Franse mirepoix, een mengsel van uien, wortel en bleekselderij, maar welke wel een andere verhouding heeft, nl. 2:1:1.  Het zou deels ook afgeleid zijn van het Spaanse sofrito, welke oorspronkelijk bestond uit ui en olijfolie, maar waar in de zestiende eeuw tomaat aan werd toegevoegd. De term ‘Heilige Drie-eenhuid’ kwam de vorige eeuw in het overwegend katholieke zuiden van de staat in zwang door de populaire Amerikaanse chefkok Paul Prudhomme.

Aan de basis worden meestal tal van andere ingrediënten toegevoegd als knoflook en gedroogde kruiden als tijm. In de Creoolse keuken van Louisiana worden normaal gesproken geen hele pepers gebruikt, maar gedroogde cayennepeper en hot sauce om de gerechten pittig te maken. De bekendste hot sauce is Tabasco, waarvan de enige fabriek ter wereld in Louisiana staat.

Lees Meer Lees Meer

Baldo risotto met tuinerwtjes, speklap en ui

Baldo risotto met tuinerwtjes, speklap en ui

We eten inmiddels vaker risotto dan enig andere rijstvorm, mogelijk met uitzondering van gebakken rijst. Niet alle soorten risotto zijn echter even makkelijk in Nederland te verkrijgen. De belangrijkste soorten in Italië zijn Carnaroli, ook wel de koning van de risotto rijsten genoemd, Arborio, Vialone Nano, Baldo, Maratelli, Roma, Rosa Marchetti en Sant Andrea. De rijstsoorten Carnaroli, Maratelli en Vialone Nano worden als de besten beschouwd en zijn wat duurder. Carnaroli geeft veel zetmeel af, wat resulteert in een romig geheel. Arborio is goedkoper en daardoor veel aanwezig in supers, het geeft wel wat minder zetmeel af, maar nog steeds ruim genoeg. Je moet wel oppassen dat deze rijstsoort niet te lang kookt. Als je risotto bereidt door er telkens weer wat nieuwe bouillon bij te doen, zodat je erbij moet blijven, is de kans daarop kleiner.

Bij ons is Baldo risotto echter net zo geliefd als de vermeende top 3. Baldo eten we vaak met groentebouillon. Carnaroli en Arborio met vleesbouillon. Wat het lekkerste is met Vialone Nano, daar zijn we nog niet over eens. We hebben ze nog niet allemaal geproefd en tegenwoordig worden er ook nieuwe soorten verkregen door kruisingen, niet alleen in Italië. Carnaloni, Arborio en Baldo staan inmiddels wel standaard in onze voorraadkast. De bedoeling is dat Vialone Nano daar ook bij komt te staan.

Deze keer Baldo risotto gepakt, met tuinerwtjes uit de diepvries, speklappen en ui. Zelf speklappen in stukken snijden als ze gaar zijn, veel lekkerder dan al in stukken gesneden spekblokjes kopen en die garen.

En om het af te maken, wat Aceto Balsamico Traditionale di Modena DOP op de risotto gedruppeld. Ooit begonnen met de goedkope en zure balsamico azijn, via de iets duurdere Aceto Balsamico di Modena IGP uiteindelijk beland bij de Aceto Balsamico Tradizionale di Modena DOP, in het bolle flesje. Inderdaad niet goedkoop, maar omdat 1 druppel zo ontzettend veel geconcentreerde smaak bevat doe je heel lang met 1 flesje.

Lees Meer Lees Meer

Bulgur pilavi met sucuk

Bulgur pilavi met sucuk

Bulgur is een van die dingen die in eerste instantie populair werd door de opkomst van de zogeheten groene winkels en andere natuurvoedingswinkels. Net zoals je de eerste bamboematjes en velletjes geroosterd zeewier daar aantrof en pas later gemeengoed werden in de toko’s. Ik was in mijn studententijd en enige jaren daarna vegetarisch. Mijn geluk was dat in het kleine dorp waar ik woonde – tegenover het enige studentenhuis dat het dorp kende – een natuurvoedingswinkel te vinden was. Ik kwam er graag, want ze hadden het vegetarisch alternatief voor saucijzenbroodjes: saitanbroodjes. Veel zogeheten natuurvoeding gebruikte ik overigens niet, ik ontdekte er wel de magie van het maken van sushi, maar een keer waagde ik mij aan bulgur. Niet wetende wat het was en zonder fatsoenlijk recept werd dat geen succes. Maar smaken ontwikkelen als je ouder wordt, net zoals je culinaire bagage. En jaren later, toen ik de ruime schappen met bulgur bij de Marokkaanse super niet meer kon negeren, werd het tijd voor een hernieuwde kennismaking.

Bulgur is een graanprodukt en wordt meestal gemaakt van durum (harde tarwe). Het wordt vooral gegeten in Turkije en de Levant, de oostelijke regio van de Middellandse Zee en is daarmee veel ouder dan de golf van gezondsheidsgoeroe’s die ons sinds de jaren zeventig proberen te overtuigen.  De tarwekorrels worden eerst voorgekookt of gestoomd en daarna vaak gebroken. Grove korrels worden vooral gebruikt voor bulgur pilavi, oftewel rijst van bulgur. In principe hoef je bulgur niet nog eens te koken, weken in heet water is voldoende. Toch kun je het gerust in een gerecht meekoken, zoals hier.

Bulgur pilavi is een heel makkelijk rechttoe-rechtaan recept. Je zet je spullen klaar en alles gaat in één pan. Nog net niet tegelijk.

Lees Meer Lees Meer

Omelette de la Mère Poulard
in Mont Saint-Michel

Omelette de la Mère Poulard
in Mont Saint-Michel

Voordat we op vakantie (of excursie) gingen hielpen vroeger boeken en folders, nu internet, om zeker te weten dat je ter plekke alle bijzonderheden bezoekt. Dat ligt er dan wel aan naar welke dingen je op zoek bent. Toeristische trekpleisters, cultuur-historische zaken en/of natuurschoon bijvoorbeeld. Wij gingen en gaan vooral naar plekken met zo min mogelijk andere mensen. Soms gold een uitzondering op de regel.

Mont Saint-Michel voor de kust van Normandië in Frankrijk en St Michael’s Mount voor de kust van Cornwall in Engeland waren zulke uitzonderingen. Tweelingen, hemelsbreed ruim 331 kilometer van elkaar. Mont Saint-Michel is wel commerciëler dan het meer pittoreske St Michael’s Mount. Beide tweelingen zijn onderhevig aan eb en vloed. De helft van de dag alleen met de boot bereikbaar, goed om te weten als je de auto parkeerde langs de toegangsweg. De tweelingen kunnen elkaar niet zien. Afgezien van de kromming van de aarde, ligt Engelands zuidelijkste puntje in de weg, Lizard Point. Bekend onder geologen voor de serpentijnsteen, een uniek metamorf en prachtig donkergroen gesteente met rode en witte aders.

Toen we jaren geleden naar Mont Saint-Michel gingen stonden lokale voedselspecialiteiten nog niet op ons vizier. Onderweg met een tent ben je al blij als je ’s avonds ergens een fatsoenlijke maaltijd kunt krijgen zonder elke keer in een auberge te belanden. Hoewel we op de laatste dag wel appelcider (van een boer), Calvados en de kazen Camembert en Pont l’Evêque (van een kaasmakerij) mee naar huis namen. We gingen voor natuurschoon en geschiedenis. En daarom op Mont Saint-Michel wel een bezoek gebracht aan een boekhandel, waar je geschiedenis kunt kopen, maar niet aan het ernaast gelegen hotelrestaurant La Mère Poulard, bestaand vanaf 1888. Kan ook aan de prijzen en de drukte binnen hebben gelegen. Poulard kreeg de eretitel Mère, moeder, voor haar kookkunst.

Die speciale Omelette de la Mère Poulard wordt gemaakt in een koperen pan met extra lange steel, op een open haardvuur. Hierdoor buigt warme lucht zich ook over de bovenkant van de pan, wat helpt om de omelet versneld gaar te laten worden. Al die authentieke dingen, daar betaal je voor. Want de omelet is niet bepaald goedkoop daar op Mont Saint-Michel. Of eigenlijk, heel erg duur voor wat alleen maar een luchtige soufflé omelet is.

Inmiddels zoeken we wel op speciale lokale gerechten. We hebben 2 jaar geleden, na het zien van een documentaire over de geschiedenis van het eiland, overwogen om toch nog een keer naar het toch wel zeer toeristische Mont Saint-Michel te gaan. De enorme drukte hield ons tegen. Een uitzondering op de uitzondering van de regel. Bovendien is lang wachten op een plekje in een druk restaurant, als je niet van te voren reserveert, aan ons niet besteed.

Omelette de la Mère Poulard zelf gemaakt, zonder koperen pan (veel te duur in aanschaf en te veel onderhoud nodig, jammer genoeg) en zonder open haardvuur (mag ik niet in onze keuken).

Lees Meer Lees Meer

Krabbetjes, toen we nog geen spareribs kenden

Krabbetjes, toen we nog geen spareribs kenden

Veel mensen kennen krabbetjes niet, of zijn ze waarschijnlijk vergeten. Het wordt tegenwoordig soms nog aan erwtensoep toegevoegd, maar wij aten het vroeger bij de zuurkool. Gebakken of beter, langzaam gesudderd. Ik at het liever dan rookworst (maar het liefst natuurlijk allebei). In de supermarkt zie je tegenwoordig nauwelijks nog krabbetjes liggen, hooguit als onderdeel van een erwtensoeppakket. Daarom haal ik in de winter bij de groothandel altijd een aantal porties. Uiteraard kun je het ook in de zomer eten, maar net als rookworst horen krabbetjes voor mijn gevoel toch echt bij de winter.

Spareribs en krabbetjes zijn eigenlijk hetzelfde, maar toch niet helemaal. Wanneer de ribbetjes van de lende van het varken worden gesneden, noemen we ze spareribs. Het vlees is mager en mals. In de V.S. worden deze baby back ribs genoemd. De lager gelegen spareribs, ter hoogte van de buik, zijn al wat vetter. Als je nog dichter bij het borstbeen komt, worden de kleine ribbetjes echte ribben, ‘krabbetjes’ genaamd. Er zit meer vlees aan de ribben, wat bovendien stugger is, maar ook wat meer vet. Echte krabbetjes hebben nog een stukje kraakbeen aan het uiteinde, ‘knars’ noemden wij het thuis. Iets wat vroeger gewoon werd opgegeten. Het is gek dat deze varkensribben tegenwoordig niet meer veel gegeten worden, terwijl de variant van de koe, de ‘short rib’, ontzettend populair is, met name bij de liefhebbers van de barbecue. Wonderlijk bovendien, want krabbetjes zijn spotgoedkoop. En dat terwijl je voor short ribs vaak de spreekwoordelijke rib uit je lijf betaalt.

Krabbetjes hebben een langere bereidingstijd nodig dan spareribs en worden gekookt of gestoofd gegeten. Onze moeder stoofde ze vroeger, moddergaar, totdat het vlees bijna van het bot viel. Oh, zo lekker. Maar je kunt ze natuurlijk ook behandelen als het grote broertje van spareribs. Meestal stoom ik mijn spareribs, maar ik twijfel of dat met het dikke vlees van krabbetjes handig is. In de braadplan dus. Wel gemarineerd.

Lees Meer Lees Meer