Archief van
Tag: Vietnam

Krokante kippenvleugels uit de oven met Vietnamese sticky saus

Krokante kippenvleugels uit de oven met Vietnamese sticky saus

Terwijl de medeblogger de ene na de andere uitgebreide en doorwrochte blog uit zijn hoge hoed tovert (hoe hoog is die hoed wel niet?), is deze blogger niet altijd even geïnspireerd. Wel in eten, maar niet in verhaaltjes schrijven. Vandaag was daar een duidelijke oorzaak voor aan te wijzen.

Er was iets te vieren en daar moest op gegeten worden. Al een paar dagen liep ik mij erop te verheugen en was ik druk doende te bepalen wat er gegeten zou kunnen worden. Een restaurant was de eerste keuze, maar ja, maandag. Dan zijn veel restaurants gesloten. En ik heb een bescheiden aantal principes, waaronder dat ik geen eten aan huis laat bezorgen. Of ik kook zelf, of ik eet elders. De enige uitzondering was de afhaalmaaltijd (dus niet de bezorgmaaltijd) van de Chinees. Was, want ‘mijn’  Chinees is al driekwart jaar geleden gesloten. Waar haal ik nu mijn loempia vandaan? Mijn noodscenario dat toch een paar keer per jaar dankbaar werd toegepast na een hele lange werkdag en bijbehorende autorit. Driekwart jaar later weet ik het nog steeds niet en blijf ik verstoken van een fatsoenlijke loempia.

Mijn noodscenario is intussen overigens gyoza uit de vriezer. Maar om die te bereiden is er geen nood meer nodig… En om iets te vieren dan ook te gewoon. Ik besloot in Utrecht naar de toko te gaan. De gedachte aan vers gemaakte char siu deed mij al watertanden. Net zoals de gedachte aan een bara. Een bara gevuld met char siu, een likje Surinaamse chutney of sambal en wellicht wat taugé en een beetje lenteui.

Na wat online overleggen in de ochtend nam ik de middag vrij en toog de grote stad in. De provinciaal is nooit helemaal uit mij verdwenen. Ik was amper de eerste wegwerkzaamheden gepasseerd of ik stond voor de tweede keer stil. Dit keer in een lange file voor een kruispunt, net achter een brug. Ik kom er al tientallen jaren langsgereden en nog nooit heb ik hier in een file gestaan. Een stief kwartiertje later bleek waarom. De doorgaande weg richting toko werd verbouwd, ingericht als ‘boulevard’, wat niet per se iets positiefs op gaat leveren, zeker niet gezien het verkeerspleinachtige karakter van het geheel. Geen paniek. Naar rechts, richting Amsterdamsestraatweg. Die zou nu toch wel een keer klaar zijn. Nauwelijks was ik het station gepasseerd of de rood-witte blokken stapelden zich op. Nog steeds was ik niet uit het veld geslagen, want als voormalige fietser in de stad Utrecht wist ik een kwartier later een parkeerplek te vinden in een zijstraat van de Straatweg, net om de hoek bij de toko. Vol goede moed stapte ik de toko binnen. En daar stapelden de teleurstellingen zich op. Blijkbaar zorgden de wegwerkzaamheden ervoor dat de toko enige bevoorradingsproblemen had. Geen char siu en ook geen bara’s. Geen eend ook, iets wat ik ter plekke bedacht. Teleurgesteld verliet ik even later de toko met een zakje taugé. En nog wat andere zaken die in de voorraadkast aangevuld moest worden.

Gelukkig had ik nog enige tijd om na te denken over wat ik nu uiteindelijk zou gaan eten, ik had immers nog een paar wegwerkzaamheden te gaan. Kruip door, sluip door op de fiets gaat met de auto niet altijd op, dus nadat ik een rondje had gereden was ik eindelijk op weg. En bedacht ik mij dat er gelukkig altijd nog altijd mijn vertrouwde Turkse supermarktje is.

Een broodjesmaaltijd zou het worden met een Koreaans komkommersalade en als extraatje kippenvleugels, op z’n Vietnamees, sticky, spicy en salty. Ik at ze voor het eerst een aantal jaren geleden als voorafje in voormalig Oost-Berlijn, waar tal van voormalige Vietnamese gastarbeiders restaurantjes zijn begonnen. Ik schreef er al eerder over met Vietnamese kip op een stokje. Maar een aanrader dus, voor een ieder die Berlijn aandoet.

Hoe een teleurstellende middag toch nog in een feestelijke maaltijd eindigde.

Lees Meer Lees Meer

Vietnamese kip op een stokje

Vietnamese kip op een stokje

De eerste keer dat ik Vietnamees eten at, was ergens in het Ruhrgebied. Ik weet niet meer precies waar, maar het viel me tegen. Het deed vooral aan onze Indonesisch-Chinese restaurants denken, de smaak vooral aangepast aan de West-Europese smaak. Pas later begreep ik dat er een groot verschil is tussen de Vietnamese restaurants in het voormalige West-Duitsland en die in het voormalige Oost-Duitsland. In het westen woonden vooral de vluchtelingen en in het oosten de arbeiders die in de communistische tijd als gastarbeiders werkten. De Vietnamezen in het oosten vormden hechte gemeenschappen die in hun keuken behielden. Dat kon ik uitgebreid testen tijdens een bezoek aan Berlijn vorig jaar, waar ik ook nog eens verbleef in het voormalige Oost-Berlijn, waar ik tientallen Vietnamese restaurants telde. Enkele daarvan ook daadwerkelijk bezocht. Tja, als foodblogger is research natuurlijk onvermijdelijk …

Zo kreeg ik, zonder zelf in Vietnam te zijn geweest, tenminste een aardig beeld van de Vietnamese keuken.

Zo heb ik intussen een aardig idee hoe Pho ga hoort te smaken. Niet dat het mij al goed lukt om dat te reproduceren, maar dat is een andere verhaallijn. Tijdens een van de lunches at ik een saté van kip. Zo ontzettend mals.

Die saté schoot door mijn hoofd toen ik onlangs stond te staren naar een kipfilet bij de slager. Nu rooster je saté traditioneel op kooltjes. Daar doe ik niet aan, vooral om praktische redenen. Al eerder roosterde ik een saté in de oven. Met een heel aardig resultaat, al zeg ik het zelf. Het was echter 30+ buiten en binnen niet veel lager. De oven ging dus niet aan. Kun je saté benaderen in de koekenpan? Strikt genomen heet het dan geen saté meer, immers saté betekent geroosterd vlees. Kip op een stokje dan. Niet geroosterd, maar door de wijze van bereiden heel mals. Het ziet er bovendien net zo smakelijk uit als de geroosterde variant. Experiment geslaagd en voor herhaling vatbaar. Het geeft de maaltijd een feestelijke tintje.

Lees Meer Lees Meer

Phở gà – Vietnamese noedelsoep met kip

Phở gà – Vietnamese noedelsoep met kip

Ik ben verzot op met name Indiaas en Chinees eten. Je kunt mij er spreekwoordelijk ’s nachts voor wakker maken. In andere Aziatische landen ben ik minder goed thuis. Uit ervaring weet ik dat ik Koreaans eten vaak ook erg lekker vind, maar bijvoorbeeld eigenlijk te lui ben om kimchi te maken. Ik heb het overigens wel een paar keer gemaakt, prima gelukt ook, maar mijn voorkeur gaat doorgaans uit naar eten dat ik direct van kan genieten. Misschien ben ik niet lui, maar gewoon ongeduldig. Uiteindelijk doe ik met die andere keukens vaak aan cherry-picking, ik pik dat eruit wat mij lekker lijkt. Met Indiaas en Chinees heb ik dat probleem helemaal niet. Ik kan voor mijn gevoel elk willekeurig recept klaarmaken en ik vind het lekker. Noem het een straf.

De Indonesische keuken is ook zo’n keuken waar ik aan cherry-picking doen, maar dan wel heel ruim. Het was voor mij de kennismaking met de Aziatische keuken. De rode kip heeft zich hier intussen in het familierepertoire genesteld. Populair bij klein (intussen niet meer zo klein) en groot (intussen het nieuwe klein). Andere klassiekers zijn geroosterd buikspek en hete makreel. De Indonesische of beter de Indische keuken is ook niet meer weg te denken in Nederland. In Duitsland is deze keuken minder bekend, logisch ook, maar daar kennen ze dan weer vooral de Vietnamese keuken. Ten tijde van de DDR waren daar veel (Noord-)Vietnamese contractarbeiders aanwezig en die hielden vast aan hun eigen eetgewoonten. In West-Duitsland schijnen van oorsprong met name Zuid-Vietnamese restaurants te vinden zijn, wat mogelijk te verklaren is door de vele vluchtelingen in het verleden uit Vietnam. Intussen vinden we in heel Duitsland beiden.

In Nederland is de Vietnamese keuken minder bekend, dan reken ik gemakshalve het Vietnamese loempiastandje niet mee, als je het niet erg vindt. Want de echte Vietnamese loempia is natuurlijk iets veelzijdiger dan alleen een krokant omhulsel met wat rijstnoedels, ei, wortel en taugé als vulling. Bekend zijn wel de verse loempia’s (goi cuon), met een omhulsel van rijstvellen en een vulling van verse kruiden, groente en vlees of garnalen. Erg lekker, maar het vergt enige behendigheid om ze fatsoenlijk te maken. Mij in ieder geval. De smaak is niets mis mee, maar ze zijn meestal niet even presentabel. Overigens ben ik ook geïntrigeerd door de Vietnamese Banh Mi, oftewel een baquette met groenten en vlees. Daar wil ik nog eens een studie van maken. De invloed van de Fransen. En als liefhebber van soep kan ik natuurlijk niet heen om phở (uit te spreken als: fuh).

De oorsprong van phở is niet goed gedocumenteerd, maar lijkt in het noorden van Vietnam te zijn ontstaan. Er zijn twee belangrijke theorieën over het ontstaan. De eerste noemt Franse kolonisten bepalend voor het ontstaan van phở, maar die theorie lijkt vooral aangehangen te worden door Westerse bronnen. Waarschijnlijker lijkt het dat het gerecht zijn herkomst heeft in de Kantonese keuken; het woord phở is etymologisch te herleiden tot de Chinese koks die in het begin van de twintigste eeuw hun gerechten aan de Fransen aanprezen.

De versies binnen Vietnam verschillen uiteraard. De noordelijke Hanoi-variant (phở Bac) verschilt van de zuidelijke Saigon-variant (phở Sài Gòn) in de breedte van de noedels, de zoetheid van de bouillon en de keuze aan kruiden. In het zuiden van Vietnam werd phở pas populair nadat het land in 1954 opgedeeld werd en veel Noord-Vietnamezen vluchtten naar het zuiden. Het bekendste is de variant met rundvlees, dat voornamelijk gegeten werd door Fransen, terwijl de Vietnamezen van oorsprong vooral kip en varken eten. Ik koos voor de kipvariant: phở gà. Gebruik je kippendijen dan heet het phở gà đùi, gebruik je kipfilet dan heet het phở gà lườn. Ben je een liefhebber van bevruchte kippeneieren, dan kan dat ook (phở Trứng non), maar die laat ik vooralsnog aan mij voorbij gaan.

Lees Meer Lees Meer

Bánh Tráng Nướng – ‘Vietnamese pizza’

Bánh Tráng Nướng – ‘Vietnamese pizza’

Heel erg bekend ben ik eerlijk gezegd niet met de Vietnamese keuken. Ik at ooit in Duitsland in een Vietnamees restaurant, maar dat had net zo goed een Chinees restaurant om de hoek kunnen zijn. Heel af en toe maak ik verse loempia’s (Goi cuon). Je kent ze wel, met een transparant rijstvel. Niet moeilijk om te maken, maar wel lastig om ze er goed uit te laten zien. Ze zijn overigens erg lekker. Wel hoop ik nog eens een Vietnamese broodjesverkoper tegen het lijf te lopen, want de Banh Mi lijkt mij goddelijk.

Een tijdje geleden kwam ik de term ‘Vietnamese pizza’ tegen, het was echter vooral de foto die mij overtuigde: dat moest ik een keertje maken. De ‘Vietnamese pizza’ heet in het echt Bánh Tráng Nướng en heeft eigenlijk niks gemeen met een pizza of met Italië. Het had ook een Vietnamese pannenkoek kunnen heten, het slaat dus nergens op. Je neemt een rijstvel als basis en ‘belegt’ dat met geklutst ei en lenteui. Daarop doe je een topping en je kliedert er wat sriracha en Japanse mayonaise (kewpie) overheen. En klaar!

Op het plaatje zag het er geweldig uit, maar toen ik het zelf aan het maken was bekroop mij toch enige twijfel. Het was zo simpel en de combi met kewpie leek mij plots minder aantrekkelijk. Na een paar minuten schoof ik de Bánh Tráng Nướng op mijn bord en met de pizzasnijder (het leek mij praktischer dan de vaak bij Bánh Tráng Nướng afgebeelde schaar) sneed ik het in punten (verdraaid, zou dan daar de benaming Vietnamese pizza vandaan komen?) En daarna was het stil in huis…

Lees Meer Lees Meer