Archief van
Tag: Arborio

Guanciale stagionato, bimi en risotto met Goudse

Guanciale stagionato, bimi en risotto met Goudse

Weinig ingrediënten, maar wel heel veel smaak op je bord. Deze maaltijd heeft beide karakteristieken. De combinatie van ingrediënten is wel door toeval ontstaan, zoals bij wel meer van onze gerechten.

Snelle maaltijd bedacht tijdens het boodschappen doen. Tegen het eind van de middag. Het leek slim. Guanciale 4 minuten bakken. Bimi 4 à 5 minuten koken. En bijna direct gare noedels. Want we wisten zeker dat er noedels thuis in de voorraadkast lagen. Supersnelle maaltijd in het vooruitzicht.

Weer thuisgekomen werd het toch 25 minuten later eten dan gepland. Noedels nergens te bekennen. Wordt nog uitgezocht als iedereen weer aanwezig is.

Mezelf opgeofferd om dan toch langer in de keuken te staan. Dat werd door de anderen met opvallend gemak geaccepteerd. Dan ook meteen 1 van mijn eigen voorkeuren uitgekozen om de noedels te vervangen: risotto!

Vlees dat veel heeft bewogen is lekker. En wat beweegt er meer dan de wangen van grazers en wroeters? Guanciale stagionato is een aan de buitenkant gezouten en gepeperde kinnebak, i.e. een stuk varkenswang, soms ook met nog wat extra kruiden. Dat levert een lekkere gekruide korst op. Guanciale stagionato wordt ook nog eens een tijdlang gedroogd. 3 tot 5 maanden drogen is geen uitzondering.

Italiaanse guanciale aan een stuk, dat is tegenwoordig gewoon te koop bij supers. Geweldig. Geen verre reis meer naar een speciaalzaak. Origineel, voor het snijden, is een wanggewicht van 1,8 kilogram geen uitzondering. Daar kan je wel 9 stukken van 200 gram uitsnijden, het gewicht aan guanciale dat je in supers kunt kopen. Deze versie heeft 1% peper.

De medeblogger kocht vrijwel gelijktijdig ook guanciale aan een stuk. Hij meldde een taai stuk, wat na inspectie kwam door het stuk zwoerd. Bij ons was de zwoerd niet taai. Afsnijden en afzonderlijk bakken? In ieder geval gaf de medeblogger het advies om het dun te snijden. Guanciale maken in Italië, het blijft handwerk. Verschillen zullen er altijd wel zijn.

De standaard aangeraden oplossing als je geen guanciale kunt krijgen is pancetta. Italiaans spek van de buik van een varken. Maar guanciale wordt niet gerookt en pancetta wel. Het zijn echt totaal andere smaken.

Guanciale. Soms helemaal rondom gekruid, soms de onderkant niet of minder gekruid, zoals hierboven te zien.

1 persoon in ons huishouden eet het liefst geen peper in deze hoeveelheden. Geen probleem. Gewoon van een deel van de guanciale het dunne randje met peper en zout verwijderen en dat stuk guanciale in een ander klein koekenpannetje bakken. Iedereen tevreden.

Voor het smaakcontrast straks op de borden, geen extra kruiderij of sausjes toegevoegd aan de bimi. Altijd blijven denken aan de smaak en de textuur van de totale maaltijd.

Lees Meer Lees Meer

Italiaanse risotto, vlees, kaas en wijn, met salade

Italiaanse risotto, vlees, kaas en wijn, met salade

Is de Italiaanse keuken gevarieerd? Het antwoord kan ja luiden. De Italiaanse keuken is namelijk eigenlijk de som van de vele regionale keukens. Italië kent nogal wat regio’s, ook al door de geschiedenis van het land. En al die keukens zijn mede daardoor allemaal net iets anders, door gebruik van de lokale producten en verse ingrediënten.

Bovendien is die Italiaanse keuken een thuis-kook keuken, ook wel ietwat denigrerend de arme-mensen-keuken genoemd. In Italië is de mama nog steeds de bewaarster van de klassieke gerechten.

Niet voor niets is het kookboek La Scienza in cucina e l’Arte di mangiar bene (de wetenschap in de keuken en de kunst van goed eten), uit 1891 van de hand van Pellegrino Artusi, naar verluidt nog steeds het meest gelezen kookboek. Omdat het de nadruk legt op het gebruik van verse producten door gewone mensen, voor die arme-mensen-keuken.

Is de Italiaanse keuken gevarieerd? Het antwoord kan ook nee luiden. Er zijn dan wel veel verschillende gerechten, maar o wee als je daar iets aan veranderd. Zeker als die gerechten een eigen naam hebben, kan je in Italië zelf beter geen risico nemen. De kookkunsten van de mama’s, daar kun je uit respect natuurlijk ook niets meer aan veranderen of verbeteren. Onze Italiaanse vrienden bevestigden; iets nieuws verzinnen, dat kan en dan wordt er meteen over gediscussieerd, iets bestaands veranderen, nee. En als een kookboek uit 1891 nog steeds het meest gelezen kookboek is, dan zegt dat ook wat over vernieuwingen in de keuken.

De naar Amerika geëmigreerde Italianen, die bedachten wel nieuwe variaties op bestaande recepten. Mogelijk omdat de mama’s in Italië bleven? Het gevolg is dat veel recepten die in populaire tijdschriften staan en Italiaans genoemd worden, feitelijk recepten zijn die in de V.S. zijn ontstaan, wel vaak in keukens waar Italiaans werd gesproken. Een voorbeeld is de Amerikaans-Italiaanse stromboli, de opgerolde pizza zonder tomaat.

Heb je De Zilveren Lepel in je boekenkast staan, net zoals wij, uit de tijd dat we nog wel kookboeken kochten, dan heb je meteen een groot deel van de Italiaanse keuken in bezit. De Zilveren Lepel wordt wel de klassieker onder de klassieke kookboeken genoemd. De oorspronkelijk Italiaanse titel is Il Cucchiao d′Argento. De Zilveren Lepel is opgedeeld in gangen, en per gang zijn er hoofdstukken. Bij de gerechten staat duidelijke uitleg en de foto’s zijn prachtig.

Toch is het een uitermate onhandig boek. Zwaar, groot en lijvig: in onze boekenkast ligt een exemplaar met 1503 bladzijden. Zoiets leg je niet op een aanrecht of neem je mee als je ergens anders gaat/moet koken. Gelukkig kan je tegenwoordig met je mobieltjes foto’s maken van de recepten, voor later gebruik in een keuken. De Zilveren Lepel, eigenlijk is het geen kookboek, maar veel meer een naslagwerk, een encyclopedie. Als je 1 recept per dag zou maken, dan eet je ongeveer 5,5 jaar lang elke dag iets anders.

Onderstaande recept is niet uit De Zilveren Lepel gehaald. De inspiratie wel, door de keuze van de ingrediënten. Italiaanse ingrediënten, makkelijk te krijgen in Nederland, aangevuld met Nederlandse roomboter en groentebouillon.

De keuze van de wijn, daar ging mijn wederhelft over. Er zijn veel te veel wijnen om uit te kiezen. Dat laat ik daarom graag over aan de expert in ons huishouden. Ik hoef alleen maar te vertellen welke smaak en nasmaak ik wil beleven. En ik krijg een wijnnaam terug.

Lees Meer Lees Meer

Saffraan en speciale rijst geeft smeuïge risotto

Saffraan en speciale rijst geeft smeuïge risotto

Tussen de Alpen en de rivier de Po wordt in Italië al eeuwenlang speciale rijst verbouwd, risottorijst. Risottorijst kan veel vocht en daarmee smaakstoffen opnemen. Ideaal dus voor koken in bouillon met saffraan.

Welke soort risottorijst er in Italië wordt gebruikt, hangt een beetje van de streek af. Daar hebben we hier geen last van. Wel van pakken voorgekookte risottorijst in de schappen van supermarkten waar niet op staat welke rijstsoort er in zit. Want er is wel degelijk verschil.

Er zijn namelijk veel soorten risottorijst, maar drie daarvan domineren: arborio, carnaroli en vialone nano. Arborio is de meest gebruikte rijstsoort. Die rijstkorrels kunnen vele malen hun gewicht aan vocht opnemen. Carnaroli heeft een grote korrel en vialone nano de kleinste korrel.

Risotto met saffraan is bekend onder vele namen, afhankelijk van de andere ingrediënten en waar je het eet, Risotto alla Milanese, Risotto Giallo (gele risotto), of gewoon, risotto met saffraan. Maar voeg je sterke bouillon toe – voor nog meer smaak – dan wordt de gele kleur verdrongen en krijgt de risotto een meer bruinige tint.

Risoto en saffraan, ze verdienen allebei aandacht bij het kiezen.

Lees Meer Lees Meer