Archief van
Tag: bakbanaan

Pindasoep met tomtom

Pindasoep met tomtom

Pindasoep heb je in allerlei varianten, uit verschillende landen bovendien. Het meest bekend in Nederland is de Surinaamse pindasoep. Ik maak het ongeveer eens per maand.

Een meer traditionele Surinaamse pindasoep bevat zoutvlees en soms ook nog varkensstaart. En je maakt het af door aan het eind een Madame Jeannette mee laten pruttelen. Toch is een pindasoep doorgaans niet bijzonder heet, want de peper geeft vooral smaak af en geen hitte. Dat is anders als je een sneetje in de peper maakt of de peper per ongeluk stuk kookt, dan smaakt de soep plots een heel stuk pittiger. Wie niet bekend is met een Madame Jeanette, doet er er verstandig aan er voorzichtig mee op te gaan. Het is niet wat een reisgenoot ooit zei: “oh kijk, wat grappig, een kleine paprika!” We hebben haar er maar voor gewaarschuwd.

Niet voor iedereen is zoutvlees en met name varkensstaart even makkelijk verkrijgbaar. Een Madame Jeannette is tegenwoordig niet moeilijk te vinden, hoewel in veel gevallen de adjuma-peper als madame Jeannette wordt verkocht. Qua smaak en hitte ontlopen ze elkaar echter niets (100.000 tot 400.000 op de Scoville-schaal voor de adjuma versus 125.000 tot 325.000 voor de madame Jeanette). Dat verschil proef je letterlijk niet meer. Een Madame Jeanette is wat smaller dan de adjuma-peper.

Je kunt zonder zoutvlees en varkensstaart een heel smakelijke versie van pindasoep maken met een kippenpoot en een beetje sambal. Een beetje heet is namelijk best lekker. Een typisch Surinaamse toevoeging is tomtom, oftewel balletjes bakbanaan. Veel supermarkten verkopen tegenwoordig ook bakbanaan. In ieder geval bij mij in de buurt. Neem een groen-gele bakbanaan voor een wat neutraler smaak en een zwarte bakbanaan voor heel zoete balletjes. Dat contrast tussen zoet en zout is wel heel erg lekker.

En laat je de kip weg, dan heb je een smakelijke vegetarische variant.

Freestyle SU-pindasoep.

Lees Meer Lees Meer

Feijoada – Braziliaanse zwarte bonen, een gerecht met perspectief

Feijoada – Braziliaanse zwarte bonen, een gerecht met perspectief

Feijoada wordt in verschillende Portugees-sprekende landen gegeten, maar is in het bijzonder in Brazilië populair. Het gerecht komt oorspronkelijk uit het noorden van Portugal, maar in Brazilië is het een eigen leven gaan leiden. De naam is afkomstig van het woord feijão, dat boon betekent in het Portugees.

De stoofpot van varkensvlees met bonen zou zijn oorsprong hebben als Romeinse soldatenmaaltijd, zoals bijvoorbeeld ook de Franse cassoulet. In Brazilië zegt men dat feijoada als slavenmaaltijd is ontstaan, door verschillende restjes vlees van de maaltijden van de rijken te combineren met bonen. In beide verhalen zal een grond van waarheid zitten.

In het grootste deel van Brazilië bestaat feijoada alleen uit bonen en vlees. Behalve in Bahia en Sergipe, waar bijvoorbeeld bakbananen, kool, aardappels, wortel en pompoen worden toegevoegd. Kijk, dan wordt het interessant. Een volwaardig eenpansgerecht, ideaal voor een koude Hollandsche winterdag.

Lees Meer Lees Meer

Pisang Kofta

Pisang Kofta

Kofta bestaat in vele landen. Van de Europese Balkan (ćufte, kjofte) en de verschillende Arabische landen in het Midden-Oosten (kefta, kafta) tot Zuid- en Midden-Azië (kofta, kopta). De herkomst van het woord komt mogelijk uit het oude Griekenland, waar de term ‘sarkoftes’ voor gehakt vlees werd gebruikt en dat later werd afgekort tot ‘koftes’ en ‘keftes’. Doorgaans is het een bal gemalen vlees met kruiden of uien, terwijl in Arabische landen vaak een sigaarvorm overheerst. Afhankelijke van de regio gebruikt men rund, lam of schaap, varken of kip en soms een mengeling van meerdere soorten vlees. Ook kan een kofta gemaakt zijn van garnalen of vis. In India bestaan er bovendien vegetarische varianten, waarin aardappel, pompoen, paneer of banaan worden gebruikt.  Een kofta kan naast de kruiden ook rijst, bulgur, groenten of eieren bevatten. Ze kunnen worden gebakken, gestoomd, gekookt, gefrituurd of gepocheerd. De variaties zijn oneindig. De genoemde Indiase varianten zijn niet alleen geschikt voor vegetariërs, ook verstokte vleeseters zullen ze prima smaken. Over de verschillen tussen gewone banaan en bakbanaan (plantaan) lees het recept over rauwe bananencurry.

Lees Meer Lees Meer

Rauwe bananencurry

Rauwe bananencurry

Het zal wellicht mijn onnozele blik zijn als ik in een winkeltje met buitenlandse etenswaren rondloop, maar afgelopen week werd ik twee keer aangesproken door de bediening. De eerste keer was bij een Indiaas winkeltje. Ik had zojuist twee pakken gedroogde pepers in mijn mandje gestopt, toen iemand langs liep en een blik in mijn mandje wierp. ‘Oh meneer, die pepers moet u niet hebben hoor, die zijn heel heet’. Waarop ik gevat antwoordde: ‘Dat hoop ik wel’. Ze lachte en liep verder.  De tweede keer was toen ik groene bananen in een toko kocht en ze wilde wegen. ‘Oh meneer, u heeft de verkeerde hoor. U moet de bakbananen hebben.’ Waarop ik de dame verbaasd aankeek en zei: ‘Uh, nee hoor. Ik wil graag deze groene hebben.’ ‘Waar heeft u ze voor nodig dan?’ Omdat ze behulpzaam wilde zijn, gaf ik beleefd antwoord: ‘Ik ga een bananen-curry maken’. ‘Ah, dan heeft u inderdaad de goeie. Ik dacht dat u bananen met deeg wilde bakken.’ … Maar ik word niet altijd aangezien als onwetende blanke man. Zo hebben ze in één van mijn favoriete toko’s jaren gedacht dat ik met een Chinese was getrouwd ‘omdat ik altijd van die Chinese dingen kocht’. Het kan gebeuren.

Maar bananen-curry dus. En niet van de bekende banaan, soms dessertbanaan, fruitbanaan of Cavendish genoemd (hoewel het niet per se een Cavendish hoeft te zijn). De eerste benamingen geven al aan dat deze banaan zoet is, als deze tenminste rijp is. Wereldwijd zijn er meer dan duizend (onder)soorten bananen, maar de meeste bananen worden alleen lokaal gebruikt. Overigens is het grappig dat de tweede grootste bananen-producerende landen, India en Brazilië, nauwelijks bananen exporteren. De meeste bananen komen uit Ecuador, Costa Rica, Panama en Columbia. En dat terwijl de banaan oorspronkelijk uit Zuidoost-Azië komt, waar ze al duizenden jaren geteeld wordt. Pas in de zestiende eeuw brachten de Portugezen de banaan vanuit Afrika naar het Caribisch gebied. De naam banaan komt van het Arabisch banan, vinger. Dat heeft natuurlijk te maken hoe ze aan een tros groeien. De vruchten groeien eerst omlaag, maar draaien daarna naar het licht, waardoor ze vervolgens naar buiten groeien en daarna omhoog.

Lees Meer Lees Meer