Balkenbrij, met rode paprika en groen/witte prei
Na het blogje van de medeblogger over kip ‘saté-salade’, dat ook over guilty plaesures ging, meldden huisgenoten dat balkenbrij absoluut mijn guilty pleasure is. Dat hebben ze dan helemaal fout. Balkenbrij eten is gewoonweg absoluut noodzakelijk. Geen ontkomen aan.
Mijn grootste guilty pleasure betreft waarschijnlijk blokjes speciale kaasjes. Als in, 1 stukje kaas is lekker en eigenlijk ook wel genoeg, maar 2 stukjes kaas is nog lekkerder. Daarna pas komt balkenbrij. Afspreken dat je je beperkt tot 150 gram balkenbrij per keer. En dan een stuk van 180 gram kopen. Dat is ook een guilty pleasure, zeker.
Want onze lokale balkenbrij-verkopende slagerij had het voor het eerst in handzame plakken in de vitrine liggen. Vorige winters kochten we nog grote rechthoekige blokken van circa 500 gram. Nu plakken van ongeveer 1,5 x 8 x 14 centimeter groot, vacuum verpakt. Innovatie. Dat scheelt ons snijwerk. Wel iets dikker dan dat we het zelf meestal snijden, van een blok balkenbrij. Dat wordt iets langer bakken en/of op iets hoger vuur dan anders. Ontdekkingsreis.

Elke plak woog rond de 180 gram, iets meer dan het onszelf opgelegde maximum van 150 gram per persoon per keer. 4 plakken betekent 4 porties, dus 2 maaltijden deze week met balkenbrij voor de 2 bewoners van ons huis die het wel lusten.
Handig voor ons die individuele plakken, want we hoeven de 3e en 4e portie niet in te vriezen voor later. Op de koudste plek in de koelkast leggen is voldoende. Maar is het ook handig voor het milieu? Nou nee. Er was al 4 keer ruim plastic over, want daar zat geen balkenbrij in verpakt. En zelfs als het er strak omheen had gezeten, kosten 4 individueel verpakte plakken zo’n 1160 cm2 aan plastic, en 1 blok van 720 gram 422 cm2 aan plastic. Liefst 738 cm2 meer aan plastic. Verklaring? Kleinere volumes hebben relatief echt meer oppervlakte. Wij vermoeden dat het merendeel van de klanten echt maar 1 pak van 180 gram koopt. Wij zijn meer van het atypische grootverbruik, blijkbaar.
Die plakken balkenbrij lagen in de vitrine zonder naambordjes, net als alle andere vleessoorten. Blijkbaar is de aanname dat klanten al weten hoe stukken vlees eruit zien en hoe alles heet.
Op de kassabon stond naast dat aankoopbedrag ook wat we hadden gekocht: balkebrei. Een nieuw woord. Balkenbrij heet in dialect ook wel balkebrie. Ongevraagd meldde de medeblogger waarschijnlijk daardoor meteen “typefout”. Of is het woord balkebrei toch een eigen mix van de woorden balkenbrij en balkebrie.
Het is een slager met een eigen boerderij met dieren. Tijdens het wachten, want populaire en toch ook kleine slagerij, kan je op een TV-scherm bewegende beelden zien, uit het verleden, van de geslachte dieren die eerder gewoon in de wei en in de modder liepen en rolden. Mijn wederhelft heeft daar wat moeite mee. Ik niet. Je eet vlees. Dat komt ergens vandaan. Simpel. Hoop altijd wel dat de koeien en varkens een heel goed leven hebben gehad tot ze geslacht werden. Want dat gebeurt voordat vlees op je bord beland. De simpele waarheid.