Char Siu – Krabbetjes
Het recept voor gestoofde krabbetjes was maanden het meest gelezen recept op Reutel, ook in de zomer. Opvallend voor iets wat nauwelijks in de supermarkt te vinden is. Dat het veel gelezen wordt is niet op zich niet zo heel gek, want zo heel veel verschillende recepten voor krabbetjes zijn er niet te vinden op het Nederlandse deel van het internet, de meeste betreffen de toevoeging voor erwtensoep. Of gewoon bij de zuurkool. Het zou mij niet verbazen als mensen een passend recept zoeken voor op de barbecue, als alternatief voor de duurdere spareribs. Helaas, er zijn hier weinig specifieke recepten voor de barbecue te vinden, al hebben we natuurlijk wel een geweldige saté op de site staan.
Spareribs kun je stomen, maar met de vaak dikkere krabbetjes zie ik mijzelf dat niet zo snel doen. Je kunt ze echter prima in de oven bereiden. De oven, dat apparaat onder het fornuis waar sommige mensen het liefst koekjes in bakken. Maar soms krijg ik het idee dat de oven wordt gezien als een soort van ouderwetse magnetron. Hip is de oven in ieder geval niet, daarvoor moet je blijkbaar een barbecue hebben of een groen ei. Nee, hier in huis worden gerechten nog ouderwets bereid in een stoofpan of in de oven. Slow-cooken avant la lettre. De geur die je huis vult gedurende de bereiding is niet alleen nostalgisch, maar zorgt bij iedereen geheid voor lekkere trek.
Char Siu is bijzonder populair in de familie. De ene helft slaat het liefst een voorraad in bij de lokale Chinees en deze helft bereidt het met enige regelmaat zelf met procureur of varkenshaas. Grappig genoeg staat het recept voor procureur nog niet op Reutel, wel een versie met varkenshaas. Moeilijk is het in ieder geval niet, je hebt vooral wat geduld nodig. De smaak van Char Siu is namelijk vrij aardig te benaderen, maar de keuze voor het soort vlees bepaalt uiteindelijk het resultaat. Juist de textuur van de procureur, met de knapperige kantjes en het malse vlees, maakt het zo’n geliefd gerecht. Maar ook de varianten met varkenshaas of kippenvleugels zijn aanraders. En ik bedacht me dat je met krabbetjes vast ook een lekkere variant kon maken. En zo geschiedde. Intussen goedgekeurd door verschillende liefhebbers van zowel geroosterd vlees als krabbetjes.
Uiteindelijk draait het natuurlijk om de marinade en de marinadeduur. Bij een marinade geldt over het algemeen dat je er de tijd voor moet nemen, zeker bij dikker vlees. Krabbetjes laat ik zo’n 18 tot 24 uur marineren. Haal het vlees bovendien een uur voor bereiden uit de koelkast, zodat het vlees op temperatuur kan komen voordat het de oven in gaat.