Archief van
Tag: China

San Bei Ji, Three Cup Chicken

San Bei Ji, Three Cup Chicken

Sanbeiji (ook geschreven als San Bei Ji) komt oorspronkelijk uit China en wel uit de provincie Jiangxi. Het betekent ‘Drie kopjes kip’, oftewel ‘Three Cup Chicken’ zoals het vooral bekend is in de westerse wereld. Het slaat op de verhouding sesamolie, sojasaus en rijstwijn, nl. 1:1:1. Dat er sprake is van een kopje, geeft al aan dat in principe gaat om een grote hoeveelheid vlees, waarschijnlijk een hele flinke kip.

Echter geen van de recepten die je zult tegenkomen op het internet laat je echter zulke grote hoeveelheden gebruiken. De meeste recepten hebben zelfs andere verhoudingen dan de genoemde 1:1:1. Het staat ieder dus vrij om het gerecht naar smaak aan te passen.

Het gerecht werd door de Hakka, een van de etnische bevolkingsgroepen in China, geïntroduceerd in Taiwan, waar het heel populair werd. Het verschil tussen de Chinese en Taiwanese versie is het gebruik van Thaise basilicum in Taiwan in plaats van lenteui. Zo maak ik tenminste op uit de wirwar van recepten op het internet. En ja, weer zo’n recept waar elk huishouden zijn eigen draai aangeeft. De grote overeenkomst is het gebruik van een aardewerken pot. Maar als goede tweede is daar de vertrouwde wok.

Thaise basilicum heb ik nooit in huis als ik het nodig heb. Heb je wel Thaise basilicum in huis, dan voeg je de blaadjes aan het eind toe, niet eerder.

In tegenstelling tot de meeste kipgerechten die ik maak, gebruik ik voor Sanbeiji kipfilet, waar kippendijen gebruikelijker zijn of zelfs kippenvleugels gebruikt worden. Ik doe dat vooral om een wat minder vet gerecht te krijgen.

Aziatische sesamolie is geroosterd en niet geschikt om te bakken. Het verbrandt snel. Europese sesamolie is niet geroosterd en kan daardoor beter tegen hogere temperaturen. Gebruik je toch Aziatische sesamolie, zoals ik, hou de temperatuur dan laag. In een wok bereik je makkelijk en snel hoge temperaturen, hou daar rekening mee. Gebruik eventueel een kleine koekenpan.

Lees Meer Lees Meer

Beef Chow Fun

Beef Chow Fun

Beef Chow Mein, ik at het jaren geleden regelmatig, met biefstuk of met bieflappen. Een Kantonees gerecht dat in een handomdraai op tafel staat, zoals veel Chinese gerechten. Ideaal als je na een dag werken thuiskomt en geen zin hebt om nog heel lang in de keuken te staan. Op een gegeven moment raakten mijn wokken (ja, ik heb onder andere van die handzame kleine wokken, passen er precies vier op een gasfornuis, ideaal) ook wat op de achtergrond en verschoof mijn aandacht weer lichtjes naar de Indiase keuken. Zo wisselen de Aziatische keukens hier zich periodiek vanzelf af.

Je begrijpt, ik heb mijn woks weer opnieuw ingebrand en maak weer een cross-over naar de Chinese keuken. Dat begon eigenlijk met de Pad Thai, het nationale gerecht van Thailand dat eigenlijk helemaal niet Thais is. Dat gerecht herinnerde mij aan Beef Chow Mein, een soort van Chinese bami zeg maar. Naast Chow Mein (炒面 – ‘gebakken noedels’) bestaat ook Lo Mein (捞面 – ‘geroerde noedels’). Beiden worden met (egg) noedels gemaakt, maar dan van tarwe. Het verschil tussen Lo Mein en Chow Mein zit in de bereidingswijze van de noedels. Voor Lo Mein worden verse noedels gebruikt, die kort worden gekookt. En bij Chow Mein worden meestal gedroogde noedels gebruikt, die uiteraard een wat langere kooktijd hebben. Bovendien vormt bij Lo Mein de saus de basis van het gerecht, terwijl bij Chow Mein de noedels geroerbakt worden. Traditioneel is Lo Mein een droge variant van noedelsoep, waarbij de soep wordt gescheiden van de noedels en apart geserveerd. Naast de variant met tarwenoedels bestaat ook Beef Chow Fun (干炒牛河), met brede rijstnoedels ‘hor fun’.

Pad Thai was het eerste gerecht sinds tijden dat ik weer eens maakte met rijstnoedels. Rijstnoedels en ik waren lange tijd geen vrienden. Waarschijnlijk deed ik iets verkeerd, maar die keren dat ik het gebruikte, bleven de noedels vastgeplakt aan elkaar zitten. Roerbakken, sausjes e.d. ten spijt. Een klont rijstnoedels in het midden en daarom heen de overige ingrediënten was het resultaat. Ik liet ze daarna maar staan. Een tijdje geleden wilde ik toch maar weer eens Pad Thai maken. Met rijstnoedels dus. Het werd een kleine culinaire triomf in Huize Damten.  Dat opende de weg naar meer gerechten met rijstnoedels, zoals phở gà. Ik was vrienden met rijstnoedels geworden.

En zo kwam ik bij Beef Chow Fun. Dit gerecht kent twee belangrijke elementen: ‘wok hei’ en ‘pow wok’. ‘Wok hei’ wil zeggen dat je roerbakt op hoge temperatuur, waardoor de smaken het beste tot hun recht komen, in het bijzonder umami. Daarnaast is het van belang het gerecht in de wok te schudden, in plaats van met een spatel alles telkens om te scheppen. De gedachte hiervan is de kwetsbare rijstnoedels niet aanbakken. Bovendien breken de rijstnoedels makkelijk in vergelijking tot de tarwenoedels. Met een grote wok is dit tossen of schudden best lastig en bovendien kost het flink wat kracht. Uiteindelijk kun je het gerecht prima omscheppen, maar doe dat met een beetje beleid. Ik gebruik de noedels die ik ook voor phở gà gebruikte, die zijn er in verschillende breedtes. Ik zou geen noedels kopen bij de supermarkt, maar neem een kijkje bij de toko, die hebben een ruim assortiment aan rijstnoedels. En zolang je noedels neemt waar phở gà op de verpakking staat, zit je helemaal goed.

Lees Meer Lees Meer

Gestoomde dorade met gember en lenteui

Gestoomde dorade met gember en lenteui

Eigenlijk eet ik te weinig vis voor hoe lekker ik het vind. Af en toe maak ik vis in heet-zure saus, een waar genot. Restjes zijn de volgende dag ook nog heerlijk. Of hete makreel, ook zo lekker, maar wel een klusje. Lekker bij de rijst, maar vooral ook op een witte broodje. Het meest feestelijke en tegelijk het meest makkelijke visgerecht hier in huis is gestoomde dorade met gember en lenteui. Ik kwam het tegen tussen mijn oude foto’s, op zoek naar inspiratie voor het weekend. Het was de eerste keer dat ik een vis als geheel bereidde en serveerde. Daarna maakte ik het met enige regelmaat, maar het recept is intussen wat verstoft. Het staat zelfs in mijn kookschriftje, maar ik kijk tegenwoordig vaker op Reutel dan in het schriftje. Tijd dus om het recept aan de online verzameling toe te voegen en de visboer op te zoeken.

Een grote dorade van 500-600 gram is doorgaans genoeg voor twee personen. Heb je kleine dorades, ga dan uit van 1 per persoon. Vind je een hele vis te eng op je bord, neem dan twee filets per persoon. Maar ik zeg je, een hele vis is veel leuker eten en bovendien zit er meer vlees aan een vis dan alleen de filets. In China schijn je de wangetjes van de vis aan te bieden aan je gast. Je eet de vis het beste met stokjes, wat het eetplezier alleen maar vergroot.

Lees Meer Lees Meer

Broodje ‘hong you ji kuai’

Broodje ‘hong you ji kuai’

Als je mij nu vraagt wat ik graag eet, is de kans groot dat mijn eerste reactie ‘een lekker broodje’ is. En dan bedoel ik geen bolletje met kaas (hoewel ook erg lekker), of een broodje ‘gezond’ met kaas, ham, ei en rucola, of echte leverworst met augurk en honingmosterd of… Nee, ik bedoel dan een vers zacht bolletje met de restjes van de avond ervoor. Of het nu kipkerrieragout is (van die hele hele dikke), roodgestoofd rundvlees, heet-zure vis of hete makreel dat maakt mij eigenlijk niet uit. Ik vind bijna alles op een wit bolletje lekker. En heel erg lekker is toch ook wel de ‘hong you ji kuai’, kip in een dressing van chili-olie met lenteui.

Het gerecht op zich is al ideaal voor warm weer, je hoeft er immers niet lang voor in de keuken te staan en je kunt het van te voren maken. Als restje is het ook fijn, want je hoeft niks op te warmen. En het opent bovendien je flink poriën. Het serveert daarnaast ook nog eens vrolijk met de rode en groene kleuren van de olie en de lenteui.

Ik at het voor het eerst tijdens de proefdraaiperiode van restaurant Sansan in Rotterdam. Had ik daar al eens over verteld? Ja? Dan slaan we dat dit keer over. Ik bestelde het in ieder geval als één van de voorgerechten. Niet lang daarna vond ik een vergelijkbaar recept in Sichuan cookery van Fuchsia Dunlop. Even een kipfilet pocheren, afkoelen en plukken maar. En van de bouillon, want dat is het, maak je eenvoudig een soepje. Tadaa!

Lees Meer Lees Meer

Geroosterde kip

Geroosterde kip

Een hele kip koop ik niet vaak, eigenlijk zelden. Jaren geleden maakte ik af en toe soja-kip, waarbij je de kip pocheert in een sojasaus en vervolgens roostert in de oven. Erg lekker. De sojasaus laat je afkoelen en vries je in voor een volgende keer. Maar dat ging ik niet doen. Ik kocht de kip omdat het mij leuk leek om wat met een hele kip te doen. Maar wat dan wel? Bij veel Chinese recepten in mijn boekenkast gaat het in het geval van een hele vogel meestal om eend. Wat als ik nou eens de kip een paar dagen zou marineren en vervolgens een enkele uren zou drogen, zodat de kip een knapperig velletje in de oven krijgt, net zoals bij de pekingeend? Het knapperig vel is immers één van de traktaties van een ovengeroosterde kip. Ik kan je gelijk al verklappen dat het werkt! Weinig werk en met als resultaat botermalse kip, ook de filets, die bovendien bijzonder smakelijk is. Een ventilator op de kip richten tijdens het droogproces wil helpen het vel knapperig te krijgen. Voor herhaling vatbaar dus.

Maarrrr… een hele kip is leuk, maar met meer dan twee eters niet altijd even praktisch. Ik kwam tot een variant, die ik intussen regelmatig maak. In plaats van een hele kip nam ik kippendijen met vel. Je krijgt het vel weliswaar wat minder knapperig, mogelijk omdat het vel niet zo gespannen staat als bij een hele kip, maar qua smaken blijft het heerlijk. Een succes dus. Mals, smakelijk en gelijk handig geproportioneerd en geen gevechten wie welk deel van de kip krijgt. Alles is eender en even lekker. Net zoals ik gebakken rijst in combinatie met kip ook altijd lekker vind.

Lees Meer Lees Meer

Tuinbonen met Serranoham

Tuinbonen met Serranoham

Tuinbonen, we aten ze vroeger als ze bij opa van het land kwamen. Ik was er niet dol op, voornamelijk vanwege de geur tijdens het koken van de bonen, maar ook het stugge, ietwat bittere vliesje stond mij tegen. Typisch zo’n groente die je dan links laat liggen als je op jezelf gaat wonen en gaat koken. Veel later kwam ik er weer mee in aanraking via de Chinese keuken en wel door de chilibonensaus uit Sichuan, de toban jiang. Deze saus bestaat uit gefermenteerde chilipepers én… ‘broad beans’ oftewel tuinbonen. Dat was vervolgens reden om de tuinbonen toch maar weer eens te proberen.

Tuinbonen zijn vers maar beperkt verkrijgbaar, zo rond juli en augustus. Uit potjes en vriezer het hele jaar uiteraard, maar ik ga doorgaans graag voor de verse ervaring en het liefst volgens de seizoenen. Vers betekent dus ook flink aan de bak, want het doppen van tuinbonen is wel een klusje. Per persoon heb je ongeveer 8 ons tot een kilo nodig. Het resultaat is dan zo’n 250 gram tuinbonen per persoon. Als je nog andere groentegerechten hebt, dan volstaat 1 kilo tuinbonen. Wil je jezelf echt verwennen, dan dop je de bonen na het koken nog een keer, het zogenaamde dubbeldoppen. Je haalt het vliesje van de boon en houdt een prachtig groene boon over. Dubbeldoppen werkt overigens niet goed bij heel jonge bonen.

Een heel eenvoudig, maar erg lekker recept voor tuinbonen heb ik gepikt van Fuchsia Dunlop. Het recept komt uit Hangzhou, de hoofdstad van de oostelijke provincie Zhejiang.

Lees Meer Lees Meer

Roergebakken varkenshaas met broccoli

Roergebakken varkenshaas met broccoli

Ik had wortels en broccoli in de koelkast. En omdat ik maar niks kon bedenken voor de broccoli, bedacht ik dat ik dan maar een Indiaas wortelsoepje ging maken. De afgelopen week was ik door drukte met werk wat minder geïnspireerd met eten. Meestal als ik bedacht dat ik nog wat moest eten, was het al na de klok van zeven. Veel broodmaaltijden deze week, met omelet, hamburgers of kaas. Weinig groente, anders dan rode paprika’s. Wel veel fruit, dat dan weer wel. Al was de laatste banaan door het warme weer bijna vloeibaar geworden, dus die heb ik maar laten gaan. Maar dat terzijde. Terug naar de broccoli. Vanmiddag om vijf over half vijf bedacht ik mij eindelijk wat ik met de broccoli ging doen: roerbakken met varkenshaas en eten met rijst. Soms kan het zo simpel zijn. De varkenshaas gemarineerd in oestersaus, sojasaus en shaoxing rijstwijn. En nog met een eenvoudig sausje. Kiddy-proof.

 

Broccoli met varkenshaas
Broccoli met varkenshaas

Lees Meer Lees Meer

Dan Dan noodles

Dan Dan noodles

Dan dan noodles is van oorsprong een gerecht uit de Chinese provincie Sichuan en wordt vooral als streetfood gegeten. Tegenwoordig is dan dan noodles over de hele wereld verkrijgbaar. Het is namelijk snel en makkelijk te maken en als hartig gerecht niet meer weg te denken uit het nachtleven. Dat stadium ben ik echter ruimschoots gepasseerd, dus het wordt hier vooral gegeten als snelle maaltijd. Er bestaan verschillende varianten, maar de grote gemene deler is dat het vooral hartig en spicy moet zijn. Sesampasta is optioneel, maar bij gebrek aan is pindakaas een redelijk alternatief. Gebruik wel de Aziatische variant van de sesampasta en niet de tahini uit de keuken van het Midden-Oosten. In tegenstelling tot de Aziatische sesampasta zijn de sesamzaadjes voor de tahini niet eerst geroosterd, wat een heel andere smaak geeft. Als alternatief voor Aziatische sesampasta is pindakaas echt beter. Traditioneel wordt dan dan noodles gemaakt met varkensgehakt, maar zelf geef ik de voorkeur aan rundergehakt. Vaak wordt het gegeten met Yacai, ingemaakte mosterdkool uit Sichuan, maar hou er dan rekening mee dat dit behoorlijk zout is en gebruik dan wat minder sojasaus. Zelf laat ik het achterwege, afgezien van het feit dat het lastig te verkrijgen is.

Dan Dan Noodles
Dan Dan Noodles

Lees Meer Lees Meer

Zoet-zuur varkensvlees (Sichuan)

Zoet-zuur varkensvlees (Sichuan)

De Chinees-Indische restaurants zoals we die kennen, staan onder druk, evenals de meer traditionele Indische restaurants. Met name de Indische restaurants vertegenwoordigen een bijzondere keuken, die van Nederlanders in het toenmalig Nederlands-Indië. Niet dat de Nederlanders zelf kookten, maar in ieder geval is de keuken echt een mengeling van culturen. Dat zijn ook de Chinese restaurants zoals we kennen vanaf met name de oorlog. Er is al veel geschreven over de herkomst van babi pangang en ook over de schrijfwijze (met één of twee g’s). Zo zou babi pangang een uitvinding zijn van Chinese koks in Nederland. Het gerecht komt echter heus via de Chinezen vanuit Indonesië naar Nederland. Geroosterd varkensvlees is geen onbekende in de traditionele Chinese keuken. Het meest bekende is wellicht ‘char siu’, roodgeroosterd varkensvlees en is afkomstig uit de Kantonese keuken. Denk je de rode gember-knoflooksaus bij ‘onze’ babi pangang weg, dan ligt een vergelijking voor de hand. Een ander gerecht dat populair is bij Chinees-Indische restaurants is zoet-zuur varkensvlees in deeg: koe-lo-yuk. Vooral populair bij kinderen vanwege het ruime jasje van deeg waarin een klein stukje varkensvlees ligt verborgen. Meestal is de verhouding deeg-vlees volledig zoek. Ook dit gerecht is afkomstig uit de Kantonese keuken, al betwijfel ik ten zeerste of ze daar ook zo veel deeg gebruiken. De stukjes ananas zijn mogelijk een typisch westerse toevoeging.

Nu kent de Chinese keuken vele keukens, die onderling net zoveel kunnen verschillen als de Nederlandse en de Italiaanse keuken. Zoals op Reutel wel duidelijk is, heb ik een voorkeur voor de keuken van Sichuan, een boerenkeuken. Geen liflafjes, maar vaak stevige en goedgevulde gerechten, waarbij niet zelden veel pepers worden gebruikt. Ook de keuken van Sichuan kent zoet-zuur varkensvlees (tang cu li ji) en dat is toch wel heel anders dan de versie die wij vaak kennen. Hier gebaseerd op een recept van Fuchsia Dunlop.

Zoet-zuur varkensvlees (Sichuan)
Zoet-zuur varkensvlees (Sichuan) met smacked cucumbers

Lees Meer Lees Meer

Taugé, ook lekker zonder loempia

Taugé, ook lekker zonder loempia

Ik denk dat taugé zijn intrede deed op de Nederlandse borden via de Chinees-Indische restaurants die vanaf de jaren twintig van de vorige eeuw langzaam Nederland veroverden. Met name na de Tweede Wereldoorlog kwamen Indonesische restaurants en ‘de Chinees’ in opkomst. Want wie heeft er tenslotte nog nooit een loempia gegeten? Als kind vond ik vooral het knapperige, gefrituurde vel erg lekker, maar tegenwoordig gaat het mij toch echt om de taugé. De loempia bestaat wereldwijd in vele varianten, maar die wij kennen komt uit de Indonesische keuken, die hem weer heeft overgenomen uit de Chinese keuken. Tegenwoordig zijn vooral ook de kleinere varianten, als de Thaise loempia’s en de lenterollen in zwang. Deze bevatten vaak verschillende groenten, maar meestal geen taugé. Maar een loempia eet ik eigenlijk (helaas) nog maar zelden, wel eet ik af en toe taugé. Het is snel klaar te maken en smaakt geweldig bij opgebakken rijst. Ik heb twee verschillende recepten waar ik uit kies, beiden afkomstig uit de Chinese keuken.

Taugé kun je overigens rauw eten, maar dit wordt afgeraden vanwege de mogelijke aanwezigheid van allerlei vervelende bacteriën zoals dat bij kiemgroenten het geval kan zijn. Per abuis is mij ooit eens rauwe taugé voorgezet. De smaak is sterker en het heeft vanzelfsprekend meer bite, maar mijn voorkeur gaat toch uit naar de bereide variant. Taugé is niets anders dan een ontkiemde mungboon, die je gewoon kan kopen in de toko en thuis kan laten ontkiemen. Koop je verse taugé, eet het dan het liefst nog dezelfde dag. Als de taugé snotterig is (of aanvoelt), eet het dan niet meer. Ook te veel bruine puntjes en verkleurde vliesjes zijn geen goed teken. Taugé moet er fris, stevig en wit uitzien. Taugé is gaar als het licht transparant wordt.

Geroerbakte taugé met rode peper en lenteui
Geroerbakte taugé met rode peper en lenteui

Lees Meer Lees Meer