Archief van
Tag: China

Bang-bang kip (met pindakaas)

Bang-bang kip (met pindakaas)

Een klassieker uit de keuken van Sichuan, maar tegenwoordig in veel versies te verkrijgen die soms nauwelijks meer op het origineel lijken. Waarom bang-bang? Wel, omdat de bereide kip traditioneel met een hakmes of stok een beetje wordt platgeslagen, waardoor de kip makkelijker te scheuren of te plukken is.

Het wordt traditioneel dus gemaakt met kip en geserveerd als voorgerecht. De kip wordt in dunne reepjes gescheurd. Of geplukt. Maar alternatieve versies bevatten soms hele stukken kip of zelfs garnaal, gefrituurd of zoals dat tegenwoordig gaat, uit de airfryer. Ik blijf graag wat liever dichter bij het origineel. Gewoon, omdat het zo lekker is.

Een belangrijk ingrediënt voor bang-bang chicken is sesampasta. En dan niet tahin, dat tegenwoordig in de meeste supermarkten te koop is. Er is een belangrijk verschil tussen Chinese sesampasta en Arabische tahin. Chinese sesampasta wordt gemaakt van (gemalen) ongepelde en ongeroosterde sesamzaadjes. De Arabische tahin wordt daarentegen gemaakt van gepelde en geroosterde sesamzaadjes. Chinese sesampasta smaakt wat stroever en eerlijk gezegd dacht ik de eerste keer dat ik bang-bang chicken in een restaurant at, het gerecht was bereid met pindakaas. Later kocht ik zelf een potje sesampasta en snapte ik mijn vergissing. Waarschijnlijk omdat voor Chinese sesampasta ongeroosterde sesamzaadjes worden gebruikt, ligt de smaak niet ver af van pinda’s. Wel is de smaak heel wrang, veel meer dan van ongezoete pindakaas.

Dus eigenlijk hoor je bang-bang chicken met sesampasta te maken. Maar bovenstaande gebeurtenis zat in mijn achterhoofd toen ik eens bang-bang chicken wilde maken, maar uiteindelijk nog maar een restje sesampasta in het potje vond. Ik besloot het te proberen met pindakaas van 100% pinda’s, dus zonder suiker, zout en andere toegevoegde stoffen. 100% pindakaas lijkt qua structuur behoorlijk op sesampasta. Net zoals bij sesampasta moet je voor gebruik eerst de bovenliggende olie goed door de pasta roeren voor een homogeen geheel. Gebruik geen gewone pindakaas, dat geeft echt een heel andere smaak.

Lees Meer Lees Meer

Babi Pangang, is het nou Nederlands of toch Chinees? Of Indisch?

Babi Pangang, is het nou Nederlands of toch Chinees? Of Indisch?

Lang vroeg ik mij af waar de Babi Pangang van de Chinees toch van gemaakt was. Tot ik ooit procureur kocht, overigens voor een heel ander gerecht. De structuur van die procureur verklaart de malsheid van Babi Pangang. Maar daarmee was ik er nog niet achter hoe het bereid wordt.

Babi Pangang zou een typisch gerecht zijn uit de Nederlandse Chinees-Indische keuken, ontstaan na de naoorlogse komst van vele Indische Nederlanders en Indonesiërs naar Nederland. Maar is dat wel zo? Culinair journalist Marcel Maassen schreef er in 2017 al eens over, maar je kan zelf ook even neuzen in Delpher, de prachtige kranten zoeksite van de KB, met mogelijke uitstapjes naar tijdschriften en boeken. Ik schreef zelf ook al eerder over de Chinese oorsprong, toen ter introductie op zoet-zuur varkensvlees uit Sichuan in vergelijking met koe-loe-yuk. Een wereld van verschil, maar wel is duidelijk wat de herkomst is van die deegballetjes bij ‘onze’ Chinees. Wie bovendien bedenkt dat het grootste deel van Indonesië moslim is en dus geen varkensvlees eet, zal ook bedenken dat een gerecht als babi pangang niet zozeer een Indonesische oorsprong heeft als wel een Chinese. De eerste grote groep Chinezen vestigden zich in de zestiende eeuw in de Indonesische archipel. Tijdens het bewind van de VOC kwamen namelijk veel Chinezen op de plantages werken en zo kwam ook de Indonesische keuken onder invloed van de Chinese keuken. En de Chinezen eten wel varkensvlees.

De Chinese keuken kent bijvoorbeeld Char siu, geroosterde varkensvlees, ook bij elk Chinees restaurant te verkrijgen. Als je het afhaalt dan met saus in een beker apart. En kant-en-klaar bij elke toko in de diepvries in handzame porties. Zonder saus! Ik maakte het al eens met varkenshaas. De versie met procureur moet ik nog plaatsen, die maak ik eerlijk gezegd vaker.

Babi Pangang wordt juist geserveerd mét saus. Het vlees is gegaard en wordt daarna kort gefrituurd om vervolgens in dunne repen te worden gesneden. Maar pangang betekent ‘geroosterd’ en niet gefrituurd. Dus dat frituren lijkt uit de boze. Meestal wordt procureur gebruikt, maar wie er het boek Indische keukengeheimen van Jeff Keasbery er op na slaat, ziet dat zijn familie buikspek gebruikt. En een saus met als basis Indonesische taotjo. Bijzonder smakelijk. Ik maak hier een paar keer per jaar een variant op, elke keer tot groot plezier van de gasten, want ik maak het alleen bij speciale gelegenheden.

Maar er blijkt dus duidelijk sprake te zijn van verschillende versies Babi Pangangs. De oorspronkelijke versie werd door Chinese koks in het toenmalige Nederlands-Indië geïntroduceerd en werd gemaakt van buikspek. De bronnen over de samenstelling van de bijbehorende saus zijn het niet helemaal met elkaar eens, maar de tomaten-gembersaus die wij vandaag de dag eten is waarschijnlijk van de oorspronkelijke saus afgeleid en mogelijk bedacht voor de Europeanen in het toenmalige Nederlands-Indië. De saus is al zeker bijna 100 jaar in gebruik en is dus geen nieuwe bedenksel. Het buikspek is in de meeste restaurants hier in Nederland echter vervangen door procureur. Waarschijnlijk omdat het een stuk goedkoper is.

Lees Meer Lees Meer

Sichuan eendenborst met pruimensaus

Sichuan eendenborst met pruimensaus

Elke keer als ik dit heb gegeten, denk ik: ik ga alleen nog maar eend eten! Het is elke keer weer te lang geleden dat ik het gemaakt heb, of zelfs gegeten in een restaurant. Het is een van mijn favoriete bereidingswijzen van eendenborst. Wat mij betreft kan er weinig tippen aan een perfect bereide eendenborst op Chinese wijze. Je kunt mij er spreekwoordelijk voor wakker maken. Een lijstje dat overigens langzamerhand wel wat lang aan het worden is…

Nee, voor mij geen sausje gebaseerd op rode wijn. Neem bijvoorbeeld de verrassend hartige pruimensaus. Soms zie je dit gerecht gemaakt met een saus van verse pruimen, maar dan mis je echt wat. Chinese pruimensaus wordt gemaakt van gezouten pruimen en bevat ook nog enkele andere smaakmakers, zoals gember en knoflook.

Eendenborst bereiden is een kwestie van geduld. Ga niet met het vlees lopen schuiven in de pan. Laat het rustig bakken en kijk toe. Eendenborst bakken is niet moeilijk, maar de meeste mensen gaan het vlees om en om keren. Niet doen. En heel belangrijk: laat het vlees nadat je het uit de pan gehaald hebt, nog een paar minuten rusten. Dat voorkomt dat het vlees ‘leegloopt’, net als bij biefstuk dat te snel wordt aangesneden.

Lees Meer Lees Meer

15 minuten maaltijd: Choy sum met garnalen

15 minuten maaltijd: Choy sum met garnalen

Choy sum is een smakelijke groente die veelvuldig in de Chinese keuken wordt gebruikt. Familie van de paksoi en net zo snel te bereiden. Allebei lekker ook in combinatie met garnalen. Bij mij in de keuken in ieder geval een veel gemaakte combi. Ideaal voor een gezonde maaltijd als je rijst overhebt van de vorige dag.

Choy sum is verkrijgbaar met korte of lange stelen. Waarbij de lange stelen wat meer aan paksoi doen dingen en de korte vaak wat steviger zijn. Qua smaak verschillen ze eigenlijk niet. En net zoals bij paksoi roerbak je de stelen eerst om daarna razendsnel de bladen te laten slinken. Spinazie is er niets bij.

Hoewel garnalen van zichzelf al lekker zijn, doen ze het goed met knoflook. Ook vind ik het lekker om ze een licht pitje mee te geven. Dat levert namelijk een mooi contrast op met de zoet-ziltige smaak van de garnalen; vooral als je grote garnalen gebruikt, die voor een lekkere bite zorgen. Vaak bak ik de garnalen met wat gember, knoflook en een sambal. Die laatste varieer ik regelmatig, beetje afhankelijk van mijn bui. Kies de sambal die je lekker vindt. En als je je sambal altijd bij de supermarkt koopt, loop dan eens een toko binnen. Je zult versteld staan van de keuze.

Lees Meer Lees Meer

Mie, oestersaus, ketjap manis, prei en cha siu

Mie, oestersaus, ketjap manis, prei en cha siu

Verschillen tagliatelle-nestjes en mie-nestjes? Het hoort wel zo te zijn. Tagliatelle is iets dikker en breder dan mie, maar niet veel. Mie en tagliatelle, in ieder geval lid van dezelfde familie. Het hoort wel verre familie te zijn. Echte mie wordt dubbelgewalst waardoor er meer lucht in zou zitten. Holtes waar smaak in kan trekken. Echte mie wordt gemaakt van harde tarwe en tagliatelle van de nog hardere durumtarwe.

In de supers zijn mie-nestjes te vinden van dat bekende Nederlandse merk. Nadeel is wel dat het in een kartonnen doos komt, niet de beste manier om pasta te verpakken. Maar als je de ik-lijk-al-20-jaar-op-pasta mie-nestjes lekker vindt, dan neem je die toch gewoon. Je kookt dan wel nestjes van in Italië gemaakte tagliolini, een extra dunne soort tagliatelle. Geen echte mie, toch lekker. Alleen een beetje flauw dat ze het wel mie blijven noemen. Uitgezocht door De Keuringsdienst van Waarde, wie anders.

Echte mie vindt je zeker in toko’s, veel keuze ook daar. In de supers moet je dus opletten of mie wel mie is, ook al staat het zo op de verpakking. Staat er alleen tarwe(meel) op die verpakking, dan weet je al bijna zeker dat je niet de echte mie in je handen hebt. Staat er harde tarwe op, dan kan je de goede te pakken hebben. Staat er ook nog op dat het dubbelgewalst is, dan kun je vrij zeker zijn dat een echte mie soort is. Niet altijd uit Azië.

Van het Nederlandse merk De Miefabriek bijvoorbeeld. Gemaakt van harde tarwe en dubbel gewalst. Ze noemen hun eigen miesoort, met de naam ‘wok-noedels’, hun icoon. Beetje rare naam overigens. Je moet de noedels namelijk niet wokken maar koken in water. Daarna kan je ze gebruiken in een wok-maaltijd. Dan kan je alles wel ‘wok-iets’ noemen. Maar goed, hun wok-noedels smaken wel prima.

Verwarrend, mie en Nederland.

In China kan je bamie eten, een samenvoeging van ba, vlees en mie, de noedelsoort. Waarschijnlijk via het Indonesische woord bakmi naar Nederland gekomen en tot bami ingekort. Met bami duiden we nu ook wel de noedelsoort; platte mie reepjes, met daardoorheen heel weinig prei en ham. Hoewel we met bami goreng weer een complete maaltijd impliceren, terwijl het alleen maar gebakken bami betekent.

Verwarrend woord, bami. Maar dat maakt etymologie direct zo interessant.

Lees Meer Lees Meer

Fusion: cha siu in een verder Nederlandse maaltijd

Fusion: cha siu in een verder Nederlandse maaltijd

Sausjes en smeersels kunnen een enorm verschil maken bij een maaltijd. Zonder saus gewoontjes, met saus werelds. Vaak letterlijk omdat de bij ons meest geconsumeerde sausjes geen Nederlandse oorsprong hebben.

Vlees in saus dus. Het kan ook anders, saus in vlees. Dat gebeurt door vlees te marineren, de medeblogger is er fan van. Hij marineerde onlangs zelf vlees om char siu te maken. Dat zette me aan het denken. Waarom doen wij dat niet?

Een zuurtje in een marinade maakt vlees niet alleen lekkerder maar ook zachter en malser. Het heeft alleen maar voordelen. En toch marineren wij vlees eigenlijk alleen bij rode kip, a.k.a. kip René. Want bij rode kip is de marinade tijd kort en bovendien is met aandacht gegaarde kip al mals van zichzelf. Waarom marineren wij zelf niet meer vlees?

Wil je dat een marinade in bijvoorbeeld varkensvlees trekt dan dat kost je minstens 1 dag en soms meerdere dagen, als je het goed wilt doen tenminste. Wij hebben echter maar 1 koelkast. Willen we daar bijvoorbeeld 3 of 4 strengen spareribs tegelijkertijd in laten marineren – spareribs is toch een beetje bulk eten – dan kost dit teveel ruimte. Gemarineerde spareribs halen wij daarom bij onze favoriete slager.

Dat eten door anderen is klaar gemaakt hebben we geen moeite mee. Anders kan je niet in een restaurant eten. Hoewel we een keer tot onze verrassing in een hotel-restaurant in de Eifel rauwe kip kregen voorgeschoteld, met daarbij een hete steen. Zelf stukjes haanfilet garen, zonder dat deze actie op het menu vermeld stond. Verrassend, maar best leuk. Toen we om een extra vork vroegen, om rauw vlees met een andere vork te behandelen dan gaar vlees, keken ze gek op. Dat deden ze zelf niet. Ze gebruikten 1 en dezelfde vork. Maar goed, de 2e vork werd wel geleverd.

Een andere favoriet in ons huis op het gebied van gemarineerd vlees is cha(r) siu. Al jaren geleden besloten dat we die voortaan bij de Chinees weg te halen. De medeblogger maakt het met liefde en enthousiasme zelf klaar. Wij niet. De ingrediënten voor de marinade waren vroeger ook niet zo makkelijk te krijgen. Nu wel, maar zelf maken is inmiddels te veel moeite. Zelfs de snelle versie van de medeblogger kost toch nog ruim 6 uur.

In het verleden een aantal Chinese restaurants in de omgeving geprobeerd en kritisch beoordeeld. Van het restaurant met de lekkerste cha siu, waar het vlees volgens hen meer dan een dag in de marinade ligt, halen we nu in 1 keer een hele grote portie. Ze kijken er inmiddels niet gek meer van op. Een relatief klein deel wordt gebruikt voor de eerstvolgende avondmaaltijd en de rest, opgedeeld in maaltijd porties, wordt in de diepvries gelegd.

En zo kun je altijd cha siu klaar hebben liggen, ook voor in een verder geheel Nederlandse maaltijd.

Lees Meer Lees Meer

Char siu – de makkelijke en snelle versie (van ruim zes uur)

Char siu – de makkelijke en snelle versie (van ruim zes uur)

Char siu, het wordt altijd enthousiast ontvangen met het familiekerstdiner, pre-covid voor de goede verstaander. Vraag van te voren wat ze willen eten en men roept in koor ‘rode kip‘ en ‘char siu’. En vervolgens wordt benadrukt dat het veel moet zijn. Als ik vervolgens vraag welke groente, word ik verbaasd aangekeken. Groente? Dat is niet nodig, er is namelijk rode kip en char siu. Wees gerust, wij eten groenten met kerst.

De allermakkelijkste versie van char siu komt uit de diepvries van de toko. Gegaard en al. Lekker en gemakkelijk. Leuker is het natuurlijk om het zelf te maken. En dat is nog steeds gemakkelijk trouwens. Geen excuus om het niet te maken. Ik heb twee versies. De eerste is voor grote hoeveelheden, want die maak ik van een flinke procureur. Genoeg voor de familie en nog wat om in te vriezen. De tweede versie is heel bescheiden met varkenshaas. Twee stukken vlees met een heel verschillende structuur, maar beiden heel lekker.

Char siu is echt niet moeilijk om te maken. Het is een kwestie van een goede marinade. Je hoeft dus nauwelijks iets te doen, alleen een beetje geduldig zijn.

Lees Meer Lees Meer

Vijfkruiden-kip uit de oven

Vijfkruiden-kip uit de oven

Vijfkruidenpoeder is een Chinees mengsel van specerijen. Meestal vijf, maar soms ook zes of zeven. Het heet dan typisch genoeg nog steeds vijfkruidenpoeder. De meest gebruikelijke combinatie bestaat uit kruidnagel, Sichuanpeper, venkel, steranijs en cassia (ook wel Chinese kaneel genoemd). Het kan worden gebruikt voor allerlei gerechten, bijvoorbeeld het marineren van varkensvlees of kip, hoewel je natuurlijk ook gewoon de losse specerijen kunt gebruiken. Het is een soort van gemakscombinatie van de smaken zoet, zout, bitter, zuur en umami. Gebruik met mate, want de smaken zijn sterk.

Als vijfkruidenpoeder uit meer dan vijf specerijen bestaat, dan zijn de toevoegingen bijvoorbeeld anijszaad, nootmuskaat of gemberwortel. In het zuiden van China bestaat vijfkruidenpoeder uit een andere combinatie van specerijen en wordt kruidnagel vervangen door de gedroogde schil van de mandarijn.

Cassia of kaneel?

De meeste mensen zullen de naam cassia niet herkennen, hoewel ze het misschien gewoon thuis hebben staan. Cassia wordt namelijk vaak verkocht als kaneel, terwijl dat het niet is. Sterker nog, de smaak van cassia en kaneel verschillen van elkaar. Cassia smaakt scherper en meer bitter. Dat wordt veroorzaakt door de stof coumarine. Bovenal is cassia minder aromatisch. Kaneel daarentegen is subtieler van smaak en warmer.

Kaneel en cassia zien er ook verschillend uit. Kaneel komt van de Cinnamomum Verum en cassia van de  Cinnamomum Cassia. Zowel kaneel als cassia wordt gemaakt van de bast van de desbetreffende boom. De Cinnamomum Verum groeit alleen in Sri-Lanka, wat vroeger Ceylon was, en de daarvan afkomstige kaneel staat ook wel bekend als Ceylonkaneel. De Cinnamonum Cassia groeit onder andere in China en de gedroogde bast staat daarom ook wel bekend als Chinese kaneel. De bast van de kaneelboom is echter veel dunner dan de bast van de cassiaboom.

Repen van de bast van de kaneelboom worden bij het drogen op elkaar gelegd, waarna de repen krullen. Een gedroogd kaneelstokje bestaat dus uit meerdere lagen van bast. De bast van de cassiaboom is een flink stuk dikker en het cassiastokje bestaat dan ook uit één laag bast, die ook veel harder is na het drogen.

Dus, omdat cassia uit China komt, gebruik je voor vijfkruidenpoeder cassia en geen kaneel. Koop je een kant-en-klaar potje, dan zal er ook ongetwijfeld cassia inzitten, aangezien deze veel goedkoper is dan het enkel op Sri Lanka geteelde kaneel. Net zoals veel gemalen kaneel waarschijnlijk gewoon cassia is. Niemand ziet het immers het verschil…

Lees Meer Lees Meer

San Bei Ji, Three Cup Chicken

San Bei Ji, Three Cup Chicken

Sanbeiji (ook geschreven als San Bei Ji) komt oorspronkelijk uit China en wel uit de provincie Jiangxi. Het betekent ‘Drie kopjes kip’, oftewel ‘Three Cup Chicken’ zoals het vooral bekend is in de westerse wereld. Het slaat op de verhouding sesamolie, sojasaus en rijstwijn, nl. 1:1:1. Dat er sprake is van een kopje, geeft al aan dat in principe gaat om een grote hoeveelheid vlees, waarschijnlijk een hele flinke kip.

Echter geen van de recepten die je zult tegenkomen op het internet laat je echter zulke grote hoeveelheden gebruiken. De meeste recepten hebben zelfs andere verhoudingen dan de genoemde 1:1:1. Het staat ieder dus vrij om het gerecht naar smaak aan te passen.

Het gerecht werd door de Hakka, een van de etnische bevolkingsgroepen in China, geïntroduceerd in Taiwan, waar het heel populair werd. Het verschil tussen de Chinese en Taiwanese versie is het gebruik van Thaise basilicum in Taiwan in plaats van lenteui. Zo maak ik tenminste op uit de wirwar van recepten op het internet. En ja, weer zo’n recept waar elk huishouden zijn eigen draai aangeeft. De grote overeenkomst is het gebruik van een aardewerken pot. Maar als goede tweede is daar de vertrouwde wok.

Thaise basilicum heb ik nooit in huis als ik het nodig heb. Heb je wel Thaise basilicum in huis, dan voeg je de blaadjes aan het eind toe, niet eerder.

In tegenstelling tot de meeste kipgerechten die ik maak, gebruik ik voor Sanbeiji kipfilet, waar kippendijen gebruikelijker zijn of zelfs kippenvleugels gebruikt worden. Ik doe dat vooral om een wat minder vet gerecht te krijgen.

Aziatische sesamolie is geroosterd en niet geschikt om te bakken. Het verbrandt snel. Europese sesamolie is niet geroosterd en kan daardoor beter tegen hogere temperaturen. Gebruik je toch Aziatische sesamolie, zoals ik, hou de temperatuur dan laag. In een wok bereik je makkelijk en snel hoge temperaturen, hou daar rekening mee. Gebruik eventueel een kleine koekenpan.

Lees Meer Lees Meer

Beef Chow Fun

Beef Chow Fun

Beef Chow Mein, ik at het jaren geleden regelmatig, met biefstuk of met bieflappen. Een Kantonees gerecht dat in een handomdraai op tafel staat, zoals veel Chinese gerechten. Ideaal als je na een dag werken thuiskomt en geen zin hebt om nog heel lang in de keuken te staan. Op een gegeven moment raakten mijn wokken (ja, ik heb onder andere van die handzame kleine wokken, passen er precies vier op een gasfornuis, ideaal) ook wat op de achtergrond en verschoof mijn aandacht weer lichtjes naar de Indiase keuken. Zo wisselen de Aziatische keukens hier zich periodiek vanzelf af.

Je begrijpt, ik heb mijn woks weer opnieuw ingebrand en maak weer een cross-over naar de Chinese keuken. Dat begon eigenlijk met de Pad Thai, het nationale gerecht van Thailand dat eigenlijk helemaal niet Thais is. Dat gerecht herinnerde mij aan Beef Chow Mein, een soort van Chinese bami zeg maar. Naast Chow Mein (炒面 – ‘gebakken noedels’) bestaat ook Lo Mein (捞面 – ‘geroerde noedels’). Beiden worden met (egg) noedels gemaakt, maar dan van tarwe. Het verschil tussen Lo Mein en Chow Mein zit in de bereidingswijze van de noedels. Voor Lo Mein worden verse noedels gebruikt, die kort worden gekookt. En bij Chow Mein worden meestal gedroogde noedels gebruikt, die uiteraard een wat langere kooktijd hebben. Bovendien vormt bij Lo Mein de saus de basis van het gerecht, terwijl bij Chow Mein de noedels geroerbakt worden. Traditioneel is Lo Mein een droge variant van noedelsoep, waarbij de soep wordt gescheiden van de noedels en apart geserveerd. Naast de variant met tarwenoedels bestaat ook Beef Chow Fun (干炒牛河), met brede rijstnoedels ‘hor fun’.

Pad Thai was het eerste gerecht sinds tijden dat ik weer eens maakte met rijstnoedels. Rijstnoedels en ik waren lange tijd geen vrienden. Waarschijnlijk deed ik iets verkeerd, maar die keren dat ik het gebruikte, bleven de noedels vastgeplakt aan elkaar zitten. Roerbakken, sausjes e.d. ten spijt. Een klont rijstnoedels in het midden en daarom heen de overige ingrediënten was het resultaat. Ik liet ze daarna maar staan. Een tijdje geleden wilde ik toch maar weer eens Pad Thai maken. Met rijstnoedels dus. Het werd een kleine culinaire triomf in Huize Damten.  Dat opende de weg naar meer gerechten met rijstnoedels, zoals phở gà. Ik was vrienden met rijstnoedels geworden.

En zo kwam ik bij Beef Chow Fun. Dit gerecht kent twee belangrijke elementen: ‘wok hei’ en ‘pow wok’. ‘Wok hei’ wil zeggen dat je roerbakt op hoge temperatuur, waardoor de smaken het beste tot hun recht komen, in het bijzonder umami. Daarnaast is het van belang het gerecht in de wok te schudden, in plaats van met een spatel alles telkens om te scheppen. De gedachte hiervan is de kwetsbare rijstnoedels niet aanbakken. Bovendien breken de rijstnoedels makkelijk in vergelijking tot de tarwenoedels. Met een grote wok is dit tossen of schudden best lastig en bovendien kost het flink wat kracht. Uiteindelijk kun je het gerecht prima omscheppen, maar doe dat met een beetje beleid. Ik gebruik de noedels die ik ook voor phở gà gebruikte, die zijn er in verschillende breedtes. Ik zou geen noedels kopen bij de supermarkt, maar neem een kijkje bij de toko, die hebben een ruim assortiment aan rijstnoedels. En zolang je noedels neemt waar phở gà op de verpakking staat, zit je helemaal goed.

Lees Meer Lees Meer