Archief van
Tag: Duitsland

Caprese met Harzer Käze, zonder karwijzaden

Caprese met Harzer Käze, zonder karwijzaden

Toen we jaren terug niet door de Härz reden, maar er een aantal dagen verbleven, kwam de ontdekking van Harzer Käse. Een geelgetinte en vetarme zure melkkaas met een hoog proteïne gehalte. Niet alleen heel lekker, zowel met als zonder karwijzaden; je kunt het ook nog eens zelf rijpen in je eigen huis. Hoe bijzonder is dat. Want rijp zijn ze op hun allerlekkerst. En nog een stinkkaasje ook.

Tijdens die allereerste keer in de Harz, bij het ontbijt in een pensionnetje, die Harzer Käse ontdekt. De Harz ligt in voormalig Oost-Duitsland, waar ze dat kaasje, bewust of niet, lang verborgen hebben weten te houden. Het kaasje lag op een apart schaaltje met daarnaast stukjes tomaat en takjes verse peterselie. Volgens de vriendelijke kokkin was het zo neergezet zodat je de 3 ingrediënten op een ontbijtbordje kon combineren.

Maar aangezien het de eerste keer was dat we Harzer Käse konden proeven, en haar dat ook zo hadden uitgelegd, snapte ze wel waarom we alleen 1 schijfje kaas pakten, zonder tomaat en peterselie. En ook dat toen dat ene schijfje op was, we nog een schijfje Harzer Käse ophaalden. Breed lachend om die Nederlanders vulde ze het schoteltje weer aan met nieuwe Harzer Käse schijfjes.

Toen al besloten er thuis een caprese variant mee te maken. Niet met die Duitse peterselieblaadjes, maar de klassieke basilicumblaadjes. Niet met de klassieke mozzarella maar met Harzer Käse. Daarna zijn we een tijdje niet in het oosten van Duitsland geweest. Dat idee daardoor ook weer vergeten, want niet opgeschreven. Bovendien moet je voor dit gerechtje de versie zonder karwijzaden hebben, anders proef je het kaasje veel minder.

De typische verschijningsvorm van Harzer Käse is een schijfje van ruim 2 centimeter hoog en ongeveer 5 centimeter breed, met een gewicht van 50 gram. Ze kunnen aan de buitenkant glad of rimpelig zijn.

Gelukkig hebben ze nu, in ieder geval in Noord-Duitsland, Harzer Käse meestal gewoon in de grote supers op voorraad. Een rolletje van 4 schijfjes – een Harzer roller – kunnen scoren, bijna zonder karwijzaden. Ergens in mijn hoofd ging een lang gesloten deurtje weer open en meteen kwam de herinnering aan het Caprese idee weer terug. En zo is het gekomen.

Pastatoeristen die Duitse kaas kopen. Dat Caprese idee kan eindelijk worden gerealiseerd.

Lees Meer Lees Meer

Dé koekjes met noten, naar Duits recept

Dé koekjes met noten, naar Duits recept

Duitse notenkoekjes. Oftewel Nussecken, notenhoeken. Hoewel het ook wel als gebak wordt geclassificeerd bij onze buren.

Het recept opgestuurd gekregen van Duitse vrienden. Ze zeiden dat het een klassiek Duits koekje is. We gaan ze op hun woord geloven. Opgestuurd omdat zij de koekjes meenemen op wat langere wandelingen in de kou, wat wij ook regelmatig doen.

Nussecken dus. Je kunt ze veelal in de Duitse konditoreien vinden. Ze vallen ook op. Ze zijn meestal driehoekig van vorm, met 1 rechte hoek, van 90° dus. Dat verraad hoe ze worden gemaakt.

Deeg met noten in een bakblik draperen. Bakken in de oven. Dan heb je een grote Nussecke. Maar niet het record, bij lange na niet.

Zo’n beetje iedereen schrijft dat het wereldrecord staat op een 450 kilo wegende Nussecke. Bijna een rechthoek want de lengte was 9 meter, maar de korte zijden respectievelijk 5,57 meter en 5,67 meter. Die enorm grote lap koek liep blijkbaar iets taps toe. Naar verluidt was de hoogte 3,5 centimeter. De foto’s van die gebeurtenis. laten ook een hele grote, maar lage koek zien. Wat zeker is, is dat de Nussecke werd gemaakt bij de Deutschen Eck in Koblenz, in 2010. Die grootte past niet in een etalage. Ze hebben er heel veel kleine Nussecken van gesneden en vervolgens verkocht, voor een goed doel.

Hier doen we het wat bescheidener. Met hulp van een brownieblik met binnenmaten van ongeveer 17 x 26 centimeter.

Onze Nussecke, hier toch wat kleiner dan het wereldrecord, wordt na het bakken ook eerst in stroken gesneden. Waarna die stroken in rechthoeken of vierkanten worden gesneden. Elke rechthoek of vierkant diagonaal doormidden snijden levert elke keer 2 Nussecken op, met elk 2 scherpe en 1 rechte hoek. Je maakt dus altijd een even aantal koekjes.

In de winkels worden ze vaak versierd met vloeibare chocolade. Streepjes chocolade over het hele koekje en/of de 2 scherpe punten in chocolade gedipt. Of ook wel alleen de drie randen voorzien van een laagje chocolade. Voor dat gebruik van chocolade bij Nussecken, daar is in Duitsland geen harde afspraak over gemaakt.

Ook vrij standaard is dat je onder de notenlaag een laagje jam aantreft; standaard is abrikozenjam. Of de jam wordt er los bij geserveerd. Gaan we hier niet doen.

Geen chocolade, geen jam en minder suiker. Ik volg het gekregen recept daarmee niet helemaal op. Entschuldigung, meine Freunde.

Lees Meer Lees Meer

Dürüm met falafel

Dürüm met falafel

Het was tijdens een trip naar Berlijn dat ik voor het eerst dürüm at, een opgerold rond platbrood (vergelijkbaar met een tarwetortilla) in dit geval gevuld met onder andere een salade van rode kool en köfte. Meestal wordt de dürüm echter gegeten met döner, dun gesneden gekruid vlees van het spit. Echt straatvoedsel dus.

Op het oog is de dürüm het neefje van de lahcum en het verre achterneefje van de burrito. Ze lijken op elkaar, maar zijn toch heel verschillend. De overeenkomsten tussen dürüm en een burrito zitten vooral in de verpakking (een plat deegbrood van tarwemeel) en de wijze van verpakken (opgerold). Bonen bijvoorbeeld ontbreken dan weer volledig in de dürüm, dus qua inhoud gaat de vergelijking snel mank. De lahmacun en dürüm, beiden uit Turkije, verschillen qua smaak en inhoud net zoveel van elkaar als de dürüm en de burrito. De lahmacun bevat een laag pikant gekruid gehakt in een dunne tomatensaus, een soort van opgerolde pizza oneerbiedig gezegd. Dit wordt vaak bereid in een oven. Het wordt meestal ook opgerold, maar daar houdt de vergelijking wel zo’n beetje op.

Berlijnse durum
Berlijnse dürüm

Terug in Nederland besloot ik al snel zelf dürüm te maken. Het was duidelijk goed bevallen. De grote dürümvellen had ik al eens zien liggen bij de Marokkaanse super, maar ik besloot praktisch te beginnen met tortilla’s van 25 cm. De dürüm in Berlijn was enorm, een kleine versie leek bij een goed alternatief. En in plaats van köfte (of döner) koos ik voor falafel. Falafel, je weet wel, een niet door de commercie bedacht alternatief voor vlees. Lekker ook in een pitabroodje met saus.

Er zijn tal van recepten voor dürüm te vinden, maar ik probeerde vooral de versie in Berlijn te benaderen. Als saus was er een dunne scherpe saus, maar ik bedacht in plaats daarvan aci biber salçasi te gebruiken. In een dunne laag uitgesmeerd in een enkele baan in het midden van de tortilla. Aci biber salçasi lijkt weliswaar op tomatenpuree, maar is dat niet. Je kunt het dus ook prima onverhit eten. Sterker nog, bij sterk verhitten verliest het smaak.

Lees Meer Lees Meer

Voedselsouvenirs, pastatoeristen en Spätzle

Voedselsouvenirs, pastatoeristen en Spätzle

In het geval van een zakenreis naar Noordwest-Duitsland, België, Noord-Frankrijk of Luxemburg, dan werkt(e) de auto steeds het snelste. Geen uren wachten op vliegvelden, niet van te voren en ook niet later tot de koffers eindelijk arriveren, geen reistijden naar en van het start station, geen overstaptijden van de ene naar de andere trein en geen lange taxiritten tussen stations en afgelegen industriële terreinen.

Na al die tijd weten daardoor collega’s inmiddels wel wat ze kunnen verwachten voordat we na 2 of 3 vergaderdagen weer huiswaarts kunnen gaan. Na de laatste vergadering wordt er actief naar een grote supermarkt gezocht en worden er boodschappen gedaan: speurend naar ingrediënten die niet of niet gemakkelijk (in onze omgeving) in Nederland kunnen worden gekocht. De opgevouwen koeltas uit de zakenkoffer gehaald en de lokale lekkernijen (kaasjes!) blijven keurig koel. Tenminste in de herfst en winter.

In de lente en zeker in de zomer, op vakantie, dan gaat het anders. Kaasjes kunnen niet zo goed tegen warmte en zeker niet tegen tropische temperaturen. De nadruk ligt dan meer op andere producten. In Engeland bijvoorbeeld potjes mint sauce. In Frankrijk meestal cider en uit de Elzas wijnen die direct bij de wijnboeren worden gekocht. Uit Italië vroeger wel eens verse pasta’s meegenomen uit hele kleine winkeltjes aan huis, waar je geholpen wordt door al wat oudere mama’s. Verse pasta verpakt in papieren zakken, ook tortellini soorten. Maar dat vond de douane op Schiphol niet zo geweldig. Sindsdien ligt de nadruk op gedroogde pasta, vooral als we in Duitsland zijn.

Pasta in vormen die je in eigen land heel soms in een delicatessenwinkel of Italiaanse specialiteitenzaak ziet liggen. Want in onze supers vind je vooral veel zakken met penne, al uovo, met spelt of een volkoren variant. Idem voor spaghetti. Tuurlijk zijn er nog wat soorten, maar hoewel de merken verschillen per super en groothandel, het blijven de usual suspects: lasagne, fusilli, linguine, rigatoni, pipe rigate, tagliatelle, orzo en tortellini. En dan zijn de schappen die bestemd zijn voor de pasta al bijna vol. Keuzes, zeker, maar al jarenlang dezelfde keuzes met minimale variaties. Nog wat kleine hoeveelheden van andere soorten, bijvoorbeeld 3-kleuren pasta voor in de koude salade. Dat is het wel zo’n beetje en dat terwijl er zo ontzettend veel meer lekkere soorten zijn.

In Duitsland recent weer mogen genieten van veel meer plankruimte voor pasta. Met veel minder penne en spaghetti en veel meer plek voor vele andere soorten. Minder pasta per soort en meer soorten per schap. Dat zouden ze in Nederland ook moeten doen. Je grijpt inderdaad wel eens mis in Duitsland als een soort tijdelijk is uitverkocht of nog niet is aangevuld, maar de variatie is veel groter. Die variatie aan pastasoorten slaan we dan ook massaal in. Gedroogde pasta is lang houdbaar en een koeltas is niet nodig tijdens de thuisrit. Grote boodschappentassen liggen tijdens de vakanties opgevouwen in de kofferbak te wachten op die thuisreisdag.

Die gewoonte om veel soorten pasta uit het buitenland mee te nemen heeft ons van de mede-blogger de geuzennaam pastatoeristen opgeleverd. Die dragen we uiteraard met trots. Thuis is dan alleen door de overdaad aan verschillende pasta’s een maaltijd wel eens lastig te kiezen. Hoezo luxeprobleem? Keuze, leuk!

Lees Meer Lees Meer

Currywurst, waarbij eigenlijk alles draait om de saus

Currywurst, waarbij eigenlijk alles draait om de saus

In Duitsland is de Currywurst wat in Nederland de kroket is. Voor de goede verstaander: Currywurst is worst mét saus. Het is Duitslands eigen streetfood. Hoewel het ook in menig bedrijfsrestaurant geserveerd wordt. En na zelf met de saus aan de slag te zijn gegaan, snap ik dat.

Onlangs ontstond er nog grote onrust toen bleek dat Volkswagen de Currywurst van het menu ging halen. De Volkswagen Currywurst wordt gemaakt in een eigen slagerij en heeft zelfs een eigen onderdeelnummer: 199 398 500 A. De laatste jaren werden er dagelijks zo’n 20.000 (!) geproduceerd. 40% daarvan werd verkocht in de zeventien kantines van Volkswagen in Wolfsburg, waar het meestal in combinatie met friet gegeten wordt (of werd). Dat is dus 8.000 worsten per dag. De overige 60% worden verkocht in Volkswagenshops, supermarkten en voetbalstadions. Overigens maakt Volkswagen ook z’n eigen saus (199 398 500 B). Een vegetarische versie van de worst werd ook al gemaakt, wellicht zal daarvan de productie nu omhoog gaan…

[Aanvulling maart 2024] In 2021 werd de worst uit een VW-kantine in Wolfsburg verbannen. In augustus 2023 werd het verbod opgeheven. In de overige ruim 30 kantines en kiosken van de fabriek was de curryworst gewoon op het menu blijven staan. In 2023 zorgde overigens een in 2021 gelanceerde hotdogvariant voor een verkooprecord met bijna twee miljoen exemplaren. Van de klassieke curryworst werden in 2023 6,4 miljoen stuks verkocht. [/]

Er bestaan talloze versies van Currywurst, waarbij zowel de worst als de saus kunnen verschillen. De (vaak al gegaarde) worst wordt gegrild, daarna meestal in stukken gesneden en voorzien van saus en kerriepoeder. Wie in Duitsland is geweest, zal op zijn minst in de verleiding zijn gekomen om een portie worst met saus te eten.

Currywurst is niet te verwarren met Bratwurst, hoewel de worst in Currywurst wel een braadworst kan zijn. Snap je het nog? In het geval van streetfood is het verschil dat Currywurst niet op een broodje gegeten wordt, maar in stukjes gesneden geserveerd op een kartonnen bakje en overgoten met currysaus. Wel wordt er soms een broodje bij geserveerd om de saus op te deppen. De dikte van de saus wil overigens verschillen, zo schijnt de saus van Volkswagen dunner te zijn dan de meeste sauzen.

Beleving is een belangrijk onderdeel van de eet-ervaring. Wie in de supermarkt goed oplet, ziet dat de plastic bakjes Currywurst dezelfde vorm als de papieren bakjes op straat hebben. Net zoals patat eten uit een puntzak ook iets nostalgisch heeft. De vieze vingers neem je graag voor lief, een houten vorkje ten spijt. Currywurst eet je overigens met een houten vorkje, zelfs de supermarktversie wordt meestal met een vorkje (en een zakje kerrie) geleverd.

Lees Meer Lees Meer

Duits kaiserbroodje met schnitzel en gribiche saus

Duits kaiserbroodje met schnitzel en gribiche saus

Vroeger passeerden we op de snelweg elke keer hetzelfde truckersrestaurant, uiteraard. En daar stond dan een bord met de tekst ‘Schnitzels zo groot als deurmatten’ of ‘Schnitzels als deurmatten’, welke van de 2 is me even ontschoten. En die tekst intrigeerde. Tegenwoordig zijn er heel veel restaurants die met deze kreten klanten naar binnen lokken. En de teleurstelling is altijd even groot: de schnitzels passen keurig op een bord. Een groot bord weliswaar, maar nog steeds geen deurmat grootte.

Schnitzel is misschien wel het populairste stukje vlees in een Duitse maaltijd, met mogelijk als concurrent Duitse worsten. Te vinden in Duits sprekende landen (o.a. Duitsland, Oostenrijk, Liechtenstein), in voormalige koloniën (o.a. Namibië) en op plekken waar veel Duitsers heen zijn geëmigreerd (o.a. Pennsylvania). Duitse restaurants hebben ook vaak een menu met pagina’s vol met schnitzel varianten. En met schnitzels bedoelen we kalfsschnitzels, natuurlijk.

Schnitzels uit de Nederlandse supermarkt, daar werd ik niet zo vrolijk van. Een keer voor het bakken de gepaneerde buitenkant eraf gehaald en toen begreep ik meteen waarom. Het was niet bepaald het beste vlees dat er inzat. Het hoeft geen biefstuk kwaliteit te zijn natuurlijk, maar toch.

Het is niet bekend waar schnitzels het eerste werden gemaakt: platgeslagen vlees in een jasje van bloem, ei en broodkruimels. Sommigen zweren bij Italië, anderen bij Oostenrijk. Dat laatste komt waarschijnlijk door de Wiener Schnitzel, een officieel beschermde geografische aanduiding in Oostenrijk (en Duitsland). En dat betekent dat een Wiener Schnitzel alleen gemaakt mag worden van mager kalfsvlees. Kalfsvlees is niet goedkoop, vandaar die mindere kwaliteit supermarktschnitzel die ik een keer kocht. Wil je goed vlees moet je niet bezuinigen.

Populair in Duitsland is schnitzel op een hard broodje. Een soort van Duitse hamburger. Ook wel Schnitzelsemmel genoemd. Vooral als het op een kaiserbrötchen ligt, die ook wel Kaisersemmel of Handsemmel wordt genoemd. Er zijn Duitse versies waar de schnitzel zo ver uit het broodje steekt dat je de combinatie niet fatsoenlijk kunt oppakken. Kaiserbroodje met een servet grote ambachtelijke schnitzel past beter. En dat betekent dat we de schnitzel niet superplat gaan slaan.

Lees Meer Lees Meer

Flammkuchen met schimmelkaas, peer en walnoot

Flammkuchen met schimmelkaas, peer en walnoot

Vorige week op de rand van de Eifel, in Duitsland, flammkuchen gegeten. Niet in zo’n modern restaurant, maar in een Duitser dan Duits aandoend café-restaurant. Er stonden traditioneel Duitse gerechten op de kaart, waaronder dus verschillende soorten flammkuchen. En daar sprong er 1 van uit, namelijk een flammkuchen zonder de traditioneel verplichte crème fraiche. Apart. En daarmee was de keuze gemaakt.

Flammkuchen met blauwschimmelkaas, peer en walnoot. Die besteld, maar toen bleek dat er wat mis was gegaan met de levering van de blauwschimmelkaas. Of we camembert als alternatief wilden proberen? Geen blauwschimmelkaas, maar witschimmelkaas. Totaal andere smaak, maar toch geprobeerd.

Resultaat: een superdunne flammkuchen met camembert, peer en walnoot, maar zonder crème fraiche. Goedgekeurd. Zonder crème fraiche zijn de onbedekte delen op de bovenkant van de flammkuchen krokant. Mooie variant van een flammkuchen met crème fraiche, die aan de onderkant krokant is en aan de bovenkant zacht.

Maar camembert is nog steeds geen blauwschimmelkaas. Daarom alsnog thuis gemaakt wat ik aan de rand van de Eifel had willen eten. Een 28 centimeter lange Flammkuchen op een pizzabord.

Lees Meer Lees Meer

Schwarzwälder Spätzle met Schwarzwalderham

Schwarzwälder Spätzle met Schwarzwalderham

Heb je het in Duitsland over Spätzle dan denken ze aan een gebied in het zuidwesten van Duitsland: Zwaben. Vroeger een eigen regio met een eigen cultuur. Nu verdeeld over 2 deelstaten: een deel van Baden-Württemberg en een deel van Beieren.

Het Zwarte Woud was onderdeel van Zwaben en daar hebben we traditionele Spätzle gegeten in het restaurant van een gemoedelijk landelijk hotel dat helemaal in de stijl van het Zwarte Woud was aangekleed, binnen en buiten. Het hotel was ook populair bij schansspringers die al meteen na het ontbijt massaal buiten hun rek- en strekoefeningen deden. Ze als lenig bestempelen doet deze sporters te kort.

In het Zwarte Woud spreken ze het speciale dialect van Zwaben, dat absoluut onverstaanbaar is voor een Nederlander opgegroeid met het Duits van de TV en de lessen op de middelbare school. Maar als je om spetzel vroeg dan kreeg je keurig Spätzle als bijgerecht geserveerd, zonder verdere toevoegingen. Maar dan wel per persoon in een hoeveelheid die voor 2 personen genoeg was voor een volledige maaltijd. Op andere tafels stond net zoveel Spätzle dus het was blijkbaar een normale hoeveelheid om op te dienen.

Aan onze tafel waren er mixed feelings over de Spätzle. Van smakeloos en een rare textuur tot lekker, lijkt op gekookte kale pasta of eiernoedels.

Daarom thuis zelf gemaakt in een veel kleinere hoeveelheid en wat extra smaak toegevoegd. Spätzle als bijgerecht.

Lees Meer Lees Meer

Hefeklößen met warme pruimenmoes

Hefeklößen met warme pruimenmoes

Het is een tik, ik geef het toe, maar als we ergens op vakantie zijn dan moeten we naar het hoogste punt. Bij een tussenstop in de Härz was het dus noodzakelijk dat we onszelf terugvonden bovenop de 1142 meter hoge berg Brocken. Prachtige wandelmogelijkheden naar de top van de Brocken. Op 10 december 1777 maakte Johann Wolfgang von Goethe de winterse tocht naar die top. Naar verluidt raakte hij hierdoor zo geïnspireerd dat hij het nu beroemde treurspel Faust bedacht. In deel 1 van Faust speelt de berg Brocken een belangrijke rol. En op de berg Brocken speelt Faust een belangrijke rol onder andere via de uitvoering van de rockopera met dezelfde naam.

Maar toen wij er waren was het 34 graden Celsius in het dal beneden, dat was zelfs voor ons teveel van het goede, dat lange stuk wandelen door te benauwde bossen want alleen bovenop de berg is het kaal, dat ligt boven de boomgrens. Gelukkig gaat er ook een treintje naar de top. Een smalspoor stoomtreintje van de Harzer Schmalspurbahnen. De eerste kilometer toch nog door de bossen omhoog gelopen naar het stationnetje Schierke. Er zijn meerdere opstartpunten en voor de prijs maakt het niet uit waar je instapt. Daarom kosten de kaartjes zelfs voor de kortste treinreis naar Brocken een rib uit je lijf, maar “u draagt bij aan de instandhouding van de Schmalspurbahn” moest alles goed maken.

Eenmaal boven op de Brocken hadden we ondanks de liters water die we hadden meegenomen toch vooral behoefte aan nog meer water. Ook op de top was het warm. Dus in 1 van de eetgelegenheden (op de top heerst het toerisme) water gekocht in de als een militaire kantine aanvoelende Touristensaal van het hotel, het Brockenhotel. Overblijfsel van de militaire zone die Brocken was in de voormalige DDR?

Daar zag ik boven de balies in grote letters onder elkaar op het menu staan Hefekloß mit heißen Pflaumen en Hefeklöße mit heißen Pflaumen. Hefe is gist en Pflaumen zijn pruimen. Maar zijn Kloß en Klöße hetzelfde ding? Blijkbaar wel want je kan Kloß en Klöße beiden vertalen met dumpling. Gelukkig kwamen er al snel mensen die een bleke bol op hun bord hadden liggen met daaromheen warme pruimenmoes. Die bleke bol, dat was dus een Klöße want de rest van het menu had alleen maar dingen die we kenden.

Al naar gelang in welke streek van Duitsland en Oostenrijk je het eet is Hefeklöße ook bekend in de variaties Hefeknödel, Dampfnudel en Germknödel. Gestoomde broodjes.

Lees Meer Lees Meer

Dresdner Eierschecke
voor de rest van de Globe

Dresdner Eierschecke
voor de rest van de Globe

De in Duitsland bekende auteur Erich Kästner schijnt in de vorige eeuw te hebben gezegd “Die Eierschecke ist eine Kuchensorte, die zum Schaden der Menschheit auf dem Rest des Globus unbekannt geblieben ist“. Oftewel. Eierschecke is een soort cake die tot schade van de mensheid op de rest van de globe onbekend is gebleven. De rest is dan alles buiten de deelstaten Saksen, met daarin de steden Leipzig en Dresden, en Thüringen, met daarin de steden Erfurt en Weimar. Beide deelstaten zijn ruim 40 jaar onderdeel geweest van de voormalige DDR. En misschien ligt daar de oorzaak van de huidige onbekendheid elders in de wereld, want aan de smaak kan het niet liggen.

De naam duidt op een lange historie van de cake. In de 14e eeuw droegen mannen een kledingstuk dat in de Duitse regionen Schecke werd genoemd. Het bestond uit een tuniek en werd gewoonlijk gedragen met een riem rond de taille. Zo ontstond een drievoudige aanblik: bovenkant, riem, onderkant. Naar verluidt is de Eierschecke hiernaar vernoemd. De cake heeft een gele toplaag van custard, de eierlaag verantwoordelijk voor het eerste gedeelte van de Eierschecke naam. Onder de custard ligt een met vanille op smaak gebrachte witte kwarklaag. En dat alles op een bodem van gistdeeg.

Vanille werd rond 1520 in Europa geïntroduceerd. Een prijzig goedje, maar daarmee niet onmogelijk dat vanille al vroeg in de cake werd opgenomen. Na het midden van de 19e eeuw lijkt echter logischer, toen ontdekt werd hoe de vanillebloem met de hand bestoven kon worden. De vanilleplant werd daarna door de mens verder verspreid over de wereld. Recent zelfs tot in het Nederlandse Bleiswijk, waar een experiment loopt om te kijken of vanillestokjes in kassen is te oogsten.

Dresdner Eierschecke. Voor het eerst zelf gegeten in het Alte Meister Café & Restaurant in het prachtige Der Zwinger in Dresden. Met naar keuze – als er stoelen vrij zijn – uitzicht op de grote binnenplaats van Der Zwinger of het kleinere Nymphenbad.

Oorspronkelijk in een vierkante of rechthoekige vorm gebakken en dan in rechthoeken geserveerd. Maar in het restaurant in Der Zwinger werd het in een grote ronde vorm gemaakt. Die dus nagemaakt.

Lees Meer Lees Meer