Ik had weer eens iets gekregen. Dit keer iets wat ik nog nooit gegeten had, behalve als vleeswaren en dat kon me nooit echt overtuigen: casselerrib.
Over wat de oorsprong is van de naam, in het Duits Kasseler of Kassler, verschillen de meningen. Sommigen zeggen dat het bedacht is door een negentiende-eeuwse Berlijnse slager genaamd Cassel. Anderen zeggen dat in het Berlijn van de negentiende eeuw al werd gesuggereerd dat het woord Kasseler afkomstig is uit Kassel in Hessen.
Een derde theorie zegt dat Kassel er is afgeleid van het Franse casserole, een gerecht dat met de Hugenoten naar Berlijn zou zijn gekomen in de achttiende eeuw. Destijds stamde zo’n 20% van de Berlijners van Hugenoten, Franse geloofsvluchtelingen die vanaf 1685 in groten getale richting Pruisen waren gevlucht. Maar deze theorie lijkt mij niet waarschijnlijk, aangezien casselerrib en casserole nauwelijks op elkaar lijken.
Casselerrib is een gezouten en licht gerookt varkensvlees en vooral populair in Duitsland. Ik kreeg het dan ook van iemand die met regelmaat in Duitsland boodschappen doet en er zelf verzot op is. En vooral verbaasd was dat ik het niet kende. Ja, als ribkarbonade. Liever eet ik schouderkarbonades, minder droog door het met vet geaderde vlees.
Wanneer de rib van het vlees wordt gehaald, wordt het casselerrib door het vlees te kruiden en te pekelen. Daarna is het klaar voor verdere bereiding: langzaam roken of koken. Hierdoor wordt het vlees malser en langer houdbaar. Het wordt vooral gegeten in stoofgerechten of bij stamppotten. Al met al is het wel hetzelfde vlees als de ribkarbonade, maar toch iets heel anders.
Interessant allemaal, maar wat ging ik er mee doen? Stoofpotje? 0f bakken? Aangezien ik nog geen idee had hoe het gekruide en gerookte vlees zou smaken, besloot ik het stoofpotje voor een andere keer te bewaren. Nee, het werd weer eens tijd voor een nieuw broodje, een broodje Casseler. Een soort van blind eten: geen idee hebben hoe het gaat smaken wat je gaat eten.
Een eenvoudig broodje. Met wat frisse piccalilly om het gepekelde vlees te compenseren. Wat komkommer voor een bite. En een beetje geraspte oude kaas met wat rucola om het iets pit te geven.
Wat hebben een vreemde Duitse krimi-serie, de beroemde keizerin Sissi, een landelijk gelegen rotonde en volkse maaltijden met elkaar te maken? Wel … .
Volgens de TheaterEncyclopedie is een klucht een kort toneelstuk met een volks karakter, een subgenre van komedie. In een klucht komen zowel fysieke grappen als woordgrappen voor. De verhaallijnen zijn vaak ietwat vergezocht met elementen als vermommingen, persoonsverwisselingen, overspel en achtervolgingen. Entree de Duitse Kriminalkomödie Eberhoferkrimi [1], oorspronkelijk verschenen als filmserie in de bioscoop, en pas later op TV.
In Duitsland is alles original Deutsch op TV, of nagesynchroniseerd, en daarmee alsnog Duits. Dus we wisten dat we iets in het Duits gingen kijken, ’s avonds al wat later op een hotelkamer tijdens een paar dagen weg, in 2024.
Wij zagen bij toeval aflevering 1 van de Eberhoferkrimi op de Duitse TV. 13 jaar nadat die aflevering voor het eerst was vertoond in de bioscoop. We kenden de serie totaal niet, ook niet van naam. Maar het bleek een grappige krimi te zijn, met ook een beetje zwarte humor, vol met relatieproblemen ook. Het deed ons inderdaad meteen denken aan de ooit zo populaire kluchten, toneelstukken die ook met enige regelmaat op TV verschenen in Nederland, in de vorige eeuw.
Sinds onze terugkomst in Nederland nog wat andere afleveringen gezien op de Duitse TV. Ze zenden ze echter nu door elkaar uit, niet in chronologische volgorde. Hierdoor zijn de door elkaar lopende verhaallijnen soms echt niet te volgen, wat het klucht gevoel alleen maar versterkt. Aan het eind van elke aflevering hadden wij een soort van wereldvreemd gevoel. En dat is toch apart, en zeldzaam.
Al in aflevering 1 werd regelmatig over een grote rotonde gereden, een aandachttrekkende eigenaardigheid, een echte gimmick in de serie. Een rotonde in het groene land. In de krimiserie ligt het vlakbij het fictieve dorp Niederkaltenkirchen, de woonplaats van politie-inspecteur Franz Eberhofer. In werkelijkheid ligt het vlakbij het dorpje Frontenhausen, in Oost-Beieren, Zuid-Duitsland. De volle grotere boom uit aflevering 1 is jammer genoeg van de rotonde verdwenen; vandalisme. Er is een nieuwe kleine jonge boom aangeplant.
Franz-Eberhofer-Kreisel: zelf 6 rondjes achterelkaar op gereden in 2025!
Sinds 2018 heet de rotonde zelfs Franz-Eberhofer-Kreisel, naar de hoofdpersoon. Een andere hoofdpersoon is Rudi Birkenberger. Samen staan ze tegenwoordig op een meer dan manshoge display midden op de rotonde [2]. Men is trots op de krimi, dat is wel duidelijk. Aan de andere kant van de platte display staan ze nog een keer, maar dan gespiegeld. Inmiddels wordt de rotonde wel de beroemdste rotonde van Duitsland genoemd.
Toen wij er waren, in de zomer van 2025, waren er nog veel meer mensen die op de foto wilden met de display. Er werd keurig op elkaar gewacht zodat iedereen zonder onbekenden op de foto kon. Er is zelfs een parkeerplaats aangelegd, vlak naast de rotonde, voor een kleine 10 auto’s (en motoren). En die parkeerplaats werd goed benut. Er zijn duidelijk nog meer fans. Iedereen ging in ieder geval met een brede lach op de foto.
Allemaal leuk en aardig natuurlijk, maar wanneer gaan we het hebben over de beroemde keizerin Sissi? Geduld is een schone zaak.
Wat ook meteen de aandacht trok op TV, was dat elke aflevering de naam van een gerecht in de titel heeft. En dat geldt voor alle afleveringen. Ze aten in alle afleveringen die wij gezien hebben de gerechten die in de titel genoemd worden. Nu nog de andere afleveringen bekijken. Maar we hebben een vermoeden.
Want het is te leuk om de afleveringen, en daarmee de gerechten, niet op te noemen. Het complete lijstje tot nu toe is als volgt:
Steckerlfischfiasko (met op een stok gegrilde vis – gepland voor 2026).
En daarmee zitten ze op een nog lagere frequentie dan Tatort Münster!
Welke van het bovenstaande lijstje zullen we eens gaan maken? Even afpellen.
In de Leberkäsjunkie aflevering moet de hoofdpersoon Eberhofer afslanken, terwijl hij zo dol is op bier en leverkaas. Met als detail dat Beierse leverkaas geen lever bevat! Na een lange dag en avond geeft hij het op en krijgt midden in de nacht toegang tot een slagerij.
Eberhofer mocht zelf na een woedeaanval van de slager een vierkante plak leverkaas afsnijden. Dat werd een enorm dik stuk Leberkäs dat tussen 2 helften van 1 Kaiserbrötchen beland [3]. Van die dingen. Waarom de slager hem midden in de nacht toeliet werd niet verteld, maar zal waarschijnlijk uit vriendschap zijn geweest.
Leberkäs zelf maken is veel werk. Doen we een andere keer, in de winter.
Met een brede lach ging iedereen ook bij een beeld van die Leberkässemmel op de foto. Die was een beetje verborgen achter de huizen van de hoofdstraat.
Op een klein bordje, waar de onthulling wordt gememoreerd, staat ook dat je er niet op mag klimmen.
Een korte vakantietrip naar Münsterland, een soort van mini-break, dat geeft ook mogelijkheden voor nieuw en nog onbekend eet-plezier. Kleine dingen, dat een bezoek juist zo interessant maakt.
Münsterland, een relatief klein gebied dat grenst aan Nederland, is ook bekend om de vele (water)burchten, kastelen en versterkte landhuizen. Zo is er een fietstocht die de 100 Kastelenroute heet. Cultureel erfgoed ontstaan doordat ze daar al eeuwen geleden zijn begonnen om elkaar de tent uit te vechten. Dat trekt nu toeristen uit alle windstreken. En die moeten ergens overnachten. Entree hotels.
1 van die leukere dingen tijdens vakanties is het de eerste keer ontbijten in een nog niet eerder bezocht hotel. De eerste keer is alles nieuw. De volgende dag weet je al precies uit welke buitenlandse lokale lekkernijen je kunt kiezen. Niets nieuws meer. Weg verrassing. Dus eigenlijk zou je maar 1 nacht in een hotel moeten blijven. Maar elke dag verkassen is ook zo wat en zit bovendien de toeristische trips en boswandelingen ietwat in de weg. Oplossing: 2 en maximaal 3 nachten per hotel. Dat werkt voor ons.
Een verrassing kan ook van bekende dingen komen. Soms ken je de combinatie van ingrediënten wel, maar wordt het in een nieuwe vorm gepresenteerd. Dat je dan denkt, waarom heb ik daar niet aan gedacht?
Ontbijt ’s ochtends in het restaurant van een landelijk hotel op het platteland. Omgeven door licht glooiende bossen en weilanden. Zo’n restaurant waar ze je alle aandacht geven die je wilt. Geen haast. Tijd zat.
Zo’n restaurant ook waar bij het buffet geen enkel ei te zien is. Niet gekookt, niet gebakken, niet geroerbakt. Dat komt omdat ze alleen een ei klaarmaken als jij dat wilt. Die manier heeft ook onze sterke voorkeur. Hotels zouden er op hun website mee moeten adverteren; eieren alleen op verzoek klaargemaakt.
We zaten net, de koffie was besteld en we kregen meteen de vraag of we gekookt ei, gebakken ei of roerei wilden, maar dan in het Duits natuurlijk. Vers gemaakte nog vochtige roerei in plaats van al een tijdje warm gehouden en daardoor droog en rubberachtig geworden roerei. Waarom ze dat toch in hotels blijven serveren bij het ontbijtbuffet? Omdat gasten dat eten. Wij niet dus. Rubber.
Vers gemaakt roerei? Natuurlijk wilde ik die. Niet lang daarna stond er een flinke hoeveelheid roerei op tafel. Minimaal van 4 eieren gemaakt dachten we. Dat is niet weinig.
De volgende dag naar het ontbijt gelopen met de gedachte deze ochtend maar eens geen ei te nemen, hoe lekker ook. Enige matiging moet kunnen, zelfs op vakantie. We mochten dezelfde vraag ontvangen. En inderdaad, mijn antwoord was een vriendelijk ‘vandaag maar niet’. Standvastig!
Werd daarna de vraag gesteld of we wel een spiegelei op een bedje van uien wilden. Daar word je nieuwsgierig van. Tegen veel nieuwsgierigheid is het moeilijk stand te houden. Het antwoord werd ja. Niet zo standvastig.
We konden kiezen of we het op Bauernbrot wilden of zonder. Het werd zonder. De uien waren glazig en heel lichtbruin van kleur door het snelle bakken; binnen 5 minuten werd het al op tafel gezet.
Spiegelei op een bedje van uien, nu thuis gemaakt. En dan niet als ontbijt, maar als lunch.
Nu er meer tijd is, brengen we het gerechtje nog een stapje verder, met gekaramelliseerde uien.
En dan ook meteen maar een voorraadje voor de rest van de week aangelegd: starten met 3 grotere zoete uien, 2 rode uien, en 4 kleinere gele uien.
Toen we jaren terug niet door de Härz reden, maar er een aantal dagen verbleven, kwam de ontdekking van Harzer Käse. Een geelgetinte en vetarme zure melkkaas met een hoog proteïne gehalte. Niet alleen heel lekker, zowel met als zonder karwijzaden; je kunt het ook nog eens zelf rijpen in je eigen huis. Hoe bijzonder is dat. Want rijp zijn ze op hun allerlekkerst. En nog een stinkkaasje ook.
Tijdens die allereerste keer in de Harz, bij het ontbijt in een pensionnetje, die Harzer Käse ontdekt. De Harz ligt in voormalig Oost-Duitsland, waar ze dat kaasje, bewust of niet, lang verborgen hebben weten te houden. Het kaasje lag op een apart schaaltje met daarnaast stukjes tomaat en takjes verse peterselie. Volgens de vriendelijke kokkin was het zo neergezet zodat je de 3 ingrediënten op een ontbijtbordje kon combineren.
Maar aangezien het de eerste keer was dat we Harzer Käse konden proeven, en haar dat ook zo hadden uitgelegd, snapte ze wel waarom we alleen 1 schijfje kaas pakten, zonder tomaat en peterselie. En ook dat toen dat ene schijfje op was, we nog een schijfje Harzer Käse ophaalden. Breed lachend om die Nederlanders vulde ze het schoteltje weer aan met nieuwe Harzer Käse schijfjes.
Toen al besloten er thuis een caprese variant mee te maken. Niet met die Duitse peterselieblaadjes, maar de klassieke basilicumblaadjes. Niet met de klassieke mozzarella maar met Harzer Käse. Daarna zijn we een tijdje niet in het oosten van Duitsland geweest. Dat idee daardoor ook weer vergeten, want niet opgeschreven. Bovendien moet je voor dit gerechtje de versie zonder karwijzaden hebben, anders proef je het kaasje veel minder.
De typische verschijningsvorm van Harzer Käse is een schijfje van ruim 2 centimeter hoog en ongeveer 5 centimeter breed, met een gewicht van 50 gram. Ze kunnen aan de buitenkant glad of rimpelig zijn.
Gelukkig hebben ze nu, in ieder geval in Noord-Duitsland, Harzer Käse meestal gewoon in de grote supers op voorraad. Een rolletje van 4 schijfjes – een Harzer roller – kunnen scoren, bijna zonder karwijzaden. Ergens in mijn hoofd ging een lang gesloten deurtje weer open en meteen kwam de herinnering aan het Caprese idee weer terug. En zo is het gekomen.
Pastatoeristen die Duitse kaas kopen. Dat Caprese idee kan eindelijk worden gerealiseerd.
Duitse notenkoekjes. Oftewel Nussecken, notenhoeken. Hoewel het ook wel als gebak wordt geclassificeerd bij onze buren.
Het recept opgestuurd gekregen van Duitse vrienden. Ze zeiden dat het een klassiek Duits koekje is. We gaan ze op hun woord geloven. Opgestuurd omdat zij de koekjes meenemen op wat langere wandelingen in de kou, wat wij ook regelmatig doen.
Nussecken dus. Je kunt ze veelal in de Duitse konditoreien vinden. Ze vallen ook op. Ze zijn meestal driehoekig van vorm, met 1 rechte hoek, van 90° dus. Dat verraad hoe ze worden gemaakt.
Deeg met noten in een bakblik draperen. Bakken in de oven. Dan heb je een grote Nussecke. Maar niet het record, bij lange na niet.
Zo’n beetje iedereen schrijft dat het wereldrecord staat op een 450 kilo wegende Nussecke. Bijna een rechthoek want de lengte was 9 meter, maar de korte zijden respectievelijk 5,57 meter en 5,67 meter. Die enorm grote lap koek liep blijkbaar iets taps toe. Naar verluidt was de hoogte 3,5 centimeter. De foto’s van die gebeurtenis. laten ook een hele grote, maar lage koek zien. Wat zeker is, is dat de Nussecke werd gemaakt bij de Deutschen Eck in Koblenz, in 2010. Die grootte past niet in een etalage. Ze hebben er heel veel kleine Nussecken van gesneden en vervolgens verkocht, voor een goed doel.
Hier doen we het wat bescheidener. Met hulp van een brownieblik met binnenmaten van ongeveer 17 x 26 centimeter.
Onze Nussecke, hier toch wat kleiner dan het wereldrecord, wordt na het bakken ook eerst in stroken gesneden. Waarna die stroken in rechthoeken of vierkanten worden gesneden. Elke rechthoek of vierkant diagonaal doormidden snijden levert elke keer 2 Nussecken op, met elk 2 scherpe en 1 rechte hoek. Je maakt dus altijd een even aantal koekjes.
In de winkels worden ze vaak versierd met vloeibare chocolade. Streepjes chocolade over het hele koekje en/of de 2 scherpe punten in chocolade gedipt. Of ook wel alleen de drie randen voorzien van een laagje chocolade. Voor dat gebruik van chocolade bij Nussecken, daar is in Duitsland geen harde afspraak over gemaakt.
Ook vrij standaard is dat je onder de notenlaag een laagje jam aantreft; standaard is abrikozenjam. Of de jam wordt er los bij geserveerd. Gaan we hier niet doen.
Geen chocolade, geen jam en minder suiker. Ik volg het gekregen recept daarmee niet helemaal op. Entschuldigung, meine Freunde.
Het was tijdens een trip naar Berlijn dat ik voor het eerst dürüm at, een opgerold rond platbrood (vergelijkbaar met een tarwetortilla) in dit geval gevuld met onder andere een salade van rode kool en köfte. Meestal wordt de dürüm echter gegeten met döner, dun gesneden gekruid vlees van het spit. Echt straatvoedsel dus.
Op het oog is de dürüm het neefje van de lahcum en het verre achterneefje van de burrito. Ze lijken op elkaar, maar zijn toch heel verschillend. De overeenkomsten tussen dürüm en een burrito zitten vooral in de verpakking (een plat deegbrood van tarwemeel) en de wijze van verpakken (opgerold). Bonen bijvoorbeeld ontbreken dan weer volledig in de dürüm, dus qua inhoud gaat de vergelijking snel mank. De lahmacun en dürüm, beiden uit Turkije, verschillen qua smaak en inhoud net zoveel van elkaar als de dürüm en de burrito. De lahmacun bevat een laag pikant gekruid gehakt in een dunne tomatensaus, een soort van opgerolde pizza oneerbiedig gezegd. Dit wordt vaak bereid in een oven. Het wordt meestal ook opgerold, maar daar houdt de vergelijking wel zo’n beetje op.
Berlijnse dürüm
Terug in Nederland besloot ik al snel zelf dürüm te maken. Het was duidelijk goed bevallen. De grote dürümvellen had ik al eens zien liggen bij de Marokkaanse super, maar ik besloot praktisch te beginnen met tortilla’s van 25 cm. De dürüm in Berlijn was enorm, een kleine versie leek bij een goed alternatief. En in plaats van köfte (of döner) koos ik voor falafel. Falafel, je weet wel, een niet door de commercie bedacht alternatief voor vlees. Lekker ook in een pitabroodje met saus.
Er zijn tal van recepten voor dürüm te vinden, maar ik probeerde vooral de versie in Berlijn te benaderen. Als saus was er een dunne scherpe saus, maar ik bedacht in plaats daarvan aci biber salçasi te gebruiken. In een dunne laag uitgesmeerd in een enkele baan in het midden van de tortilla. Aci biber salçasi lijkt weliswaar op tomatenpuree, maar is dat niet. Je kunt het dus ook prima onverhit eten. Sterker nog, bij sterk verhitten verliest het smaak. …
In het geval van een zakenreis naar Noordwest-Duitsland, België, Noord-Frankrijk of Luxemburg, dan werkt(e) de auto steeds het snelste. Geen uren wachten op vliegvelden, niet van te voren en ook niet later tot de koffers eindelijk arriveren, geen reistijden naar en van het start station, geen overstaptijden van de ene naar de andere trein en geen lange taxiritten tussen stations en afgelegen industriële terreinen.
Na al die tijd weten daardoor collega’s inmiddels wel wat ze kunnen verwachten voordat we na 2 of 3 vergaderdagen weer huiswaarts kunnen gaan. Na de laatste vergadering wordt er actief naar een grote supermarkt gezocht en worden er boodschappen gedaan: speurend naar ingrediënten die niet of niet gemakkelijk (in onze omgeving) in Nederland kunnen worden gekocht. De opgevouwen koeltas uit de zakenkoffer gehaald en de lokale lekkernijen (kaasjes!) blijven keurig koel. Tenminste in de herfst en winter.
In de lente en zeker in de zomer, op vakantie, dan gaat het anders. Kaasjes kunnen niet zo goed tegen warmte en zeker niet tegen tropische temperaturen. De nadruk ligt dan meer op andere producten. In Engeland bijvoorbeeld potjes mint sauce. In Frankrijk meestal cider en uit de Elzas wijnen die direct bij de wijnboeren worden gekocht. Uit Italië vroeger wel eens verse pasta’s meegenomen uit hele kleine winkeltjes aan huis, waar je geholpen wordt door al wat oudere mama’s. Verse pasta verpakt in papieren zakken, ook tortellini soorten. Maar dat vond de douane op Schiphol niet zo geweldig. Sindsdien ligt de nadruk op gedroogde pasta, vooral als we in Duitsland zijn.
Pasta in vormen die je in eigen land heel soms in een delicatessenwinkel of Italiaanse specialiteitenzaak ziet liggen. Want in onze supers vind je vooral veel zakken met penne, al uovo, met spelt of een volkoren variant. Idem voor spaghetti. Tuurlijk zijn er nog wat soorten, maar hoewel de merken verschillen per super en groothandel, het blijven de usual suspects: lasagne, fusilli, linguine, rigatoni, pipe rigate, tagliatelle, orzo en tortellini. En dan zijn de schappen die bestemd zijn voor de pasta al bijna vol. Keuzes, zeker, maar al jarenlang dezelfde keuzes met minimale variaties. Nog wat kleine hoeveelheden van andere soorten, bijvoorbeeld 3-kleuren pasta voor in de koude salade. Dat is het wel zo’n beetje en dat terwijl er zo ontzettend veel meer lekkere soorten zijn.
In Duitsland recent weer mogen genieten van veel meer plankruimte voor pasta. Met veel minder penne en spaghetti en veel meer plek voor vele andere soorten. Minder pasta per soort en meer soorten per schap. Dat zouden ze in Nederland ook moeten doen. Je grijpt inderdaad wel eens mis in Duitsland als een soort tijdelijk is uitverkocht of nog niet is aangevuld, maar de variatie is veel groter. Die variatie aan pastasoorten slaan we dan ook massaal in. Gedroogde pasta is lang houdbaar en een koeltas is niet nodig tijdens de thuisrit. Grote boodschappentassen liggen tijdens de vakanties opgevouwen in de kofferbak te wachten op die thuisreisdag.
Die gewoonte om veel soorten pasta uit het buitenland mee te nemen heeft ons van de mede-blogger de geuzennaam pastatoeristen opgeleverd. Die dragen we uiteraard met trots. Thuis is dan alleen door de overdaad aan verschillende pasta’s een maaltijd wel eens lastig te kiezen. Hoezo luxeprobleem? Keuze, leuk!
In Duitsland is de Currywurst wat in Nederland de kroket is. Voor de goede verstaander: Currywurst is worst mét saus. Het is Duitslands eigen streetfood. Hoewel het ook in menig bedrijfsrestaurant geserveerd wordt. En na zelf met de saus aan de slag te zijn gegaan, snap ik dat.
Onlangs ontstond er nog grote onrust toen bleek dat Volkswagen de Currywurst van het menu ging halen. De Volkswagen Currywurst wordt gemaakt in een eigen slagerij en heeft zelfs een eigen onderdeelnummer: 199 398 500 A. De laatste jaren werden er dagelijks zo’n 20.000 (!) geproduceerd. 40% daarvan werd verkocht in de zeventien kantines van Volkswagen in Wolfsburg, waar het meestal in combinatie met friet gegeten wordt (of werd). Dat is dus 8.000 worsten per dag. De overige 60% worden verkocht in Volkswagenshops, supermarkten en voetbalstadions. Overigens maakt Volkswagen ook z’n eigen saus (199 398 500 B). Een vegetarische versie van de worst werd ook al gemaakt, wellicht zal daarvan de productie nu omhoog gaan…
[Aanvulling maart 2024] In 2021 werd de worst uit een VW-kantine in Wolfsburg verbannen. In augustus 2023 werd het verbod opgeheven. In de overige ruim 30 kantines en kiosken van de fabriek was de curryworst gewoon op het menu blijven staan. In 2023 zorgde overigens een in 2021 gelanceerde hotdogvariant voor een verkooprecord met bijna twee miljoen exemplaren. Van de klassieke curryworst werden in 2023 6,4 miljoen stuks verkocht. [/]
Er bestaan talloze versies van Currywurst, waarbij zowel de worst als de saus kunnen verschillen. De (vaak al gegaarde) worst wordt gegrild, daarna meestal in stukken gesneden en voorzien van saus en kerriepoeder. Wie in Duitsland is geweest, zal op zijn minst in de verleiding zijn gekomen om een portie worst met saus te eten.
Currywurst is niet te verwarren met Bratwurst, hoewel de worst in Currywurst wel een braadworst kan zijn. Snap je het nog? In het geval van streetfood is het verschil dat Currywurst niet op een broodje gegeten wordt, maar in stukjes gesneden geserveerd op een kartonnen bakje en overgoten met currysaus. Wel wordt er soms een broodje bij geserveerd om de saus op te deppen. De dikte van de saus wil overigens verschillen, zo schijnt de saus van Volkswagen dunner te zijn dan de meeste sauzen.
Beleving is een belangrijk onderdeel van de eet-ervaring. Wie in de supermarkt goed oplet, ziet dat de plastic bakjes Currywurst dezelfde vorm als de papieren bakjes op straat hebben. Net zoals patat eten uit een puntzak ook iets nostalgisch heeft. De vieze vingers neem je graag voor lief, een houten vorkje ten spijt. Currywurst eet je overigens met een houten vorkje, zelfs de supermarktversie wordt meestal met een vorkje (en een zakje kerrie) geleverd. …
Vroeger passeerden we op de snelweg elke keer hetzelfde truckersrestaurant, uiteraard. En daar stond dan een bord met de tekst ‘Schnitzels zo groot als deurmatten’ of ‘Schnitzels als deurmatten’, welke van de 2 is me even ontschoten. En die tekst intrigeerde. Tegenwoordig zijn er heel veel restaurants die met deze kreten klanten naar binnen lokken. En de teleurstelling is altijd even groot: de schnitzels passen keurig op een bord. Een groot bord weliswaar, maar nog steeds geen deurmat grootte.
Schnitzel is misschien wel het populairste stukje vlees in een Duitse maaltijd, met mogelijk als concurrent Duitse worsten. Te vinden in Duits sprekende landen (o.a. Duitsland, Oostenrijk, Liechtenstein), in voormalige koloniën (o.a. Namibië) en op plekken waar veel Duitsers heen zijn geëmigreerd (o.a. Pennsylvania). Duitse restaurants hebben ook vaak een menu met pagina’s vol met schnitzel varianten. En met schnitzels bedoelen we kalfsschnitzels, natuurlijk.
Schnitzels uit de Nederlandse supermarkt, daar werd ik niet zo vrolijk van. Een keer voor het bakken de gepaneerde buitenkant eraf gehaald en toen begreep ik meteen waarom. Het was niet bepaald het beste vlees dat er inzat. Het hoeft geen biefstuk kwaliteit te zijn natuurlijk, maar toch.
Het is niet bekend waar schnitzels het eerste werden gemaakt: platgeslagen vlees in een jasje van bloem, ei en broodkruimels. Sommigen zweren bij Italië, anderen bij Oostenrijk. Dat laatste komt waarschijnlijk door de Wiener Schnitzel, een officieel beschermde geografische aanduiding in Oostenrijk (en Duitsland). En dat betekent dat een Wiener Schnitzel alleen gemaakt mag worden van mager kalfsvlees. Kalfsvlees is niet goedkoop, vandaar die mindere kwaliteit supermarktschnitzel die ik een keer kocht. Wil je goed vlees moet je niet bezuinigen.
Populair in Duitsland is schnitzel op een hard broodje. Een soort van Duitse hamburger. Ook wel Schnitzelsemmel genoemd. Vooral als het op een kaiserbrötchen ligt, die ook wel Kaisersemmel of Handsemmel wordt genoemd. Er zijn Duitse versies waar de schnitzel zo ver uit het broodje steekt dat je de combinatie niet fatsoenlijk kunt oppakken. Kaiserbroodje met een servet grote ambachtelijke schnitzel past beter. En dat betekent dat we de schnitzel niet superplat gaan slaan.
Vorige week op de rand van de Eifel, in Duitsland, flammkuchen gegeten. Niet in zo’n modern restaurant, maar in een Duitser dan Duits aandoend café-restaurant. Er stonden traditioneel Duitse gerechten op de kaart, waaronder dus verschillende soorten flammkuchen. En daar sprong er 1 van uit, namelijk een flammkuchen zonder de traditioneel verplichte crème fraiche. Apart. En daarmee was de keuze gemaakt.
Flammkuchen met blauwschimmelkaas, peer en walnoot. Die besteld, maar toen bleek dat er wat mis was gegaan met de levering van de blauwschimmelkaas. Of we camembert als alternatief wilden proberen? Geen blauwschimmelkaas, maar witschimmelkaas. Totaal andere smaak, maar toch geprobeerd.
Resultaat: een superdunne flammkuchen met camembert, peer en walnoot, maar zonder crème fraiche. Goedgekeurd. Zonder crème fraiche zijn de onbedekte delen op de bovenkant van de flammkuchen krokant. Mooie variant van een flammkuchen met crème fraiche, die aan de onderkant krokant is en aan de bovenkant zacht.
Maar camembert is nog steeds geen blauwschimmelkaas. Daarom alsnog thuis gemaakt wat ik aan de rand van de Eifel had willen eten. Een 28 centimeter lange Flammkuchen op een pizzabord.