Archief van
Tag: Frankrijk

De oneindigheid van zelfgemaakte finuchjetti

De oneindigheid van zelfgemaakte finuchjetti

Finuchjetti zijn heerlijke, knapperige en rustieke snacks gemaakt van bloem, gist, water en anijszaden. Het is een specialiteit van Corsica, en dan speciaal in en rond Ajaccio, de grootste stad op het Franse eiland. Daar zien ze er mooier uit dan de versies die ik maak. Meer oefening baart betere kunst, zeker weten.

In een finuchjetti is het wiskundige symbool voor oneindig te herkennen: ∞. Dat symbool is in 1665 bedacht door de Engelsman John Wallis. Het begrip oneindig is zonder meer lastig, ook (of juist ook) voor wiskundigen. Paradoxen liggen op de loer.

‘Delen door nul is flauwekul’ zeggen we in de klas, maar we bedoelen, delen door 0 is niet gedefinieerd in middelbare school wiskunde. Er zijn intussen wel manieren bedacht waarop delen door 0 wel kan, door de introductie van het begrip unsigned infinity [1], een oneindig zonder positief of negatief teken, een nieuw iets in de wiskunde. Maar dat is voor een foodblog misschien net te ver weg.

Want oneindig is nog veel lastiger dan nul. Wat is bijvoorbeeld ∞ + ∞? De jonge jeugd op bezoek wist er wel raad mee: die lezen het als 2 platliggende 8-en door het papier een kwart slag te draaien en opgeteld leveren die een platliggende 16 als antwoord! Simpel.

Wiskundigen hebben daar wat meer moeite mee. En met reden. Een mooi voorbeeld, uit 1924, komt van de beroemde Duitse wiskundige David Hilbert en heet officieel ‘Hilbert’s paradox van het Grand Hotel’. Dat vond iedereen wat lang en daarom is het nu bekend als ‘Hilberts hotel’. Het is ook geen echte paradox.

Stel je een hotel voor met oneindig veel kamers, waarbij elke kamer een uniek nummer heeft. Bijvoorbeeld 1, 2, 3, 4 en zo verder, het houdt niet op. Stel nu dat in alle kamers een gast zit: het hotel zit vol. Als er nu een nieuwe gast komt, dan vraag je eerst aan alle gasten om 1 kamer op te schuiven. De gast in kamer 1 gaat naar kamer 2, de gast in kamer 2 gaat naar kamer 3, et cetera. Kamer 1 is nu helemaal vrij, daar kan de nieuwe gast in.

Dus ook al is het hotel vol, er kan altijd nog iemand bij. En dat kun je heel vaak herhalen! Zo vaak als je wilt, oneindig vaak zelfs. Maar het kan ook anders, zonder herhalen, in 1 keer zelfs.

Vraag alle gasten hun kamernummer met 2 te vermenigvuldigen en naar de kamer te verhuizen met dat nieuwe nummer. Er zitten nu nog steeds oneindig veel mensen in het hotel, allemaal in kamers met een even nummer. Alle kamers met oneven nummers zijn nu vrij en dat zijn er ook oneindig veel. Daar kan een oneindige hoeveelheid nieuwe gasten in 1 keer in.

Met dat verplaatsen om iets uit te leggen over het begrip oneindig, daar zullen de gasten niet blij van worden. Hadden ze maar niet moeten inchecken in een Hilberts hotel. En ze worden vast nog minder blij als wiskundigen gaan spelen met kamernummers die machten van alle oneven priemgetallen zijn. Zodat we oneindig veel verzamelingen die elk oneindig veel elementen bevatten in 1 keer kunnen huisvesten in het hotel dat toch echt vol was.

De Duitse wiskundige Cantor liet al eerder, aan het eind van de 19e eeuw, ook nog eens zien dat niet alle verzamelingen met oneindig veel elementen even groot zijn. Het duurde even voordat wiskundigen die schok te boven waren gekomen. Vol is niet vol en het ene oneindig is het andere oneindig niet. Je intuïtie staat onder druk. To Infinity and Beyond meldt Buzz Lightyear niet voor niets in de Toy Story films.

Dat oneindig symbool is ook terug te vinden in etenswaar. Met enige goede wil kan je het al herkennen in pretzels en krakelingen, maar er is een Corsicaanse lekkernij die echt de ∞ vorm heeft. Het is onder verschillende namen bekend: finuchjetti en finucchetti lijken de meest voorkomende namen te zijn. Vooral in en rond de stad Ajaccio is het een lokale specialiteit, al lijkt het nu in heel Corsica populair.

Finuchjetti zit een beetje tussen brood en koekjes in. Het bevat geen suiker, maar wel anijs. En anijskoekjes zijn populair bij ons: Fryske dúmkes! Finuchjetti zijn typisch iets als 16 centimeter lang en 6 centimeter breed. Maar ze worden met de hand gemaakt, dus er zijn veel variaties. Naar verluidt bestaan ze al in de ∞ vorm sinds de 19e eeuw.

Het productieproces is ook interessant. Eerst mag het deeg rijzen. Dan wordt het in ∞ vormen gevouwen. Dan mag het nog een keer rijzen om vervolgens eerst kort te worden gekookt en dan pas afgebakken in de oven. We gaan lekker een tijdje bezig zijn in de keuken. Leuk.

Lees Meer Lees Meer

Lasagnettes pâtes d’Alsace: pasta uit de Elzas

Lasagnettes pâtes d’Alsace: pasta uit de Elzas

Dit keer viel de keuze voor de ingrediënten van de avondmaaltijd op eierpasta uit de Elzas, aangevuld met kleine tomaten uit blik, tuinerwten, kleine mozzarella bolletjes, Grana Padano, mager rundergehakt en uitgebakken hamblokjes. En ricotta, daar wordt het geheel wat romiger van. En inclusief het ondoorzichtige water waarmee de mozzarella werd aangeleverd.

Pasta uit de Elzas, apart, toch? Of toch niet? De meeste pastasoorten in de Elzas, maar misschien wel alle pastasoorten in de Elzas, worden gemaakt met 7 eieren per kilo pasta. Valfleuri produceert bijvoorbeeld pâtes d’Alsace lasagnettes, een eierpasta die door die 7 eieren, 320 gram ei per kilo pasta bevat, oftewel, 32%. Is dat nu veel of weinig eieren? Hoe zit dat?

De meeste eierpasta die je in Nederland kan kopen is gelinkt aan Italië. Eierpasta wordt typisch gemaakt door per 100 gram bloem, 1 middelgroot ei toe te voegen, en soms een scheut olijfolie, zeg 10 milliliter. Een andere manier is om een ei, zonder schaal, te wegen en er dan qua gewicht 2 keer zo veel bloem bij te doen. Beide manieren komen op hetzelfde neer.

De gewichtsgrens tussen een medium en groot ei is 63 gram. Wij betrekken onze eieren via de kaasboer van een lokale kippenboer. Laten die eieren nu tussen de 62 en 63 gram wegen. Voor het rekengemak nemen we 62 gram.

Van die 62 gram is tussen de 9% en 12% het gewicht van de schaal. Dat maakt dat er per ei afgerond 56 gram bij de 100 gram bloem gaat. 100 gram bloem met 1 ei levert dan een eierpercentage op van afgerond 36%. De andere manier, verdubbelen van de bloem per ei, levert een eierpercentage op van afgerond 33%. Pâtes d’Alsace lasagnettes zit daar qua percentage ei nog iets onder zelfs. Niets bijzonders dus. Reclame gemaakt om iets te duiden wat bij andere eierpasta soorten ook zo is. Op Bauernspätzle in Duitsland na, die bevat regelmatig 2 eieren per 100 gram bloem.

Op de verpakking van 250 gram lasagnettes pâtes staat dat er 7 vrije-uitloop eieren in een kilo pasta zitten. De eieren wegen dus gemiddeld 320:7=45,7 gram. Een onontkomelijke conclusie is dat de eieren, inclusief schaal, gemiddeld net iets meer dan 50 gram zwaar zijn. Dat zijn daarmee kleine eieren, maar door er 7 te gebruiken telt het toch op tot een hoog aantal grammen.

Gebruik dus kleine eieren als je adverteert! Want 7 klinkt reclame-technisch als heel veel eieren!  Zeker als je de ‘7’ groot afdrukt op de verpakking van 250 gram pasta en ‘per kilo’ veel kleiner. Industrieel ontwerp stuurt mede onze door reclame aangestuurde aankoopbeslissingen! Ze doen het in de Elzas vast om op te boksen tegen die Italiaanse pasta’s die op grote schaal in de winkels liggen.

Lasagnettes. Kleine stukjes pasta; net kleine lasagne velletjes met golvende randjes.

Lees Meer Lees Meer

Quiche met Munster kaas en Serranoham

Quiche met Munster kaas en Serranoham

Munster in de Vogezen, niet te verwarren met Münster, Duitsland, wat Google maps bij ons wel deed. Scheelt hemelsbreed toch 437 kilometer, en nog meer over de weg.

Munster is gelegen in het zuidelijke deel van de Elzas. Even afslaan in westelijke richting bij Colmar en op zoek naar het kaasje van koeienmelk, ook Munster geheten. Tenzij je in de Vogezen bent, dan wordt de kaas ook wel Géromé of Munster-Géromé genoemd. In 1969 kreeg de Munster een AOC-keurmerk; het moet lokaal geproduceerd worden. In 1996 kreeg Munster een Europese Oorsprongsbenaming (BOB).

De melk is van het Vosgiennes runderras. De lekkerste kaasjes worden daarom geproduceerd in de zomer en vroege herfst, als de koeien vers gras en verse kruiden eten op de bergweiden. En de allerlekkerste heet dan Munster Fermier, die op boerderijen wordt gemaakt onder speciale voorwaarden. De productie daarvan is echter heel klein. In Nederland moeten we het stellen met gewone Munster kaas. Nog steeds een aparte kaas, dat wel.

Munster is een sterk ruikende kaas, een stinkkaas. Persoonlijk vind ik stinkkaasjes erg lekker. De ontdekking van stinkkaasje Harzer in de Harz was onverwacht (door het vroegere IJzeren Gordijn). De ontdekking van Munster kaas in Munster zelf niet. In het Westen was meer informatie beschikbaar over culinaire specialiteiten: Munster is gewoon hier te koop, Harzer (nog steeds) niet.

Anders dan andere kazen wordt Munster gerijpt in hele vochtige ruimtes, minimaal 5 weken. Waarbij de kazen regelmatig worden omgedraaid en gewassen met een mengsel van pekelwater en rijpingsfermenten. Al die zorg levert een gladde kaas op met een baksteenkleurige of licht-oranje korst. De kaas is van binnen zacht en ivoorkleurig, met een sterke smaak en ook die sterke geur. De korst is gelukkig gewoon eetbaar.

Als je de geur niet zo waardeert, dan is die meteen ook erg penetrant. De kaasjes worden dan ergens achteraf opgegeten, buiten het geurbereik van anderen.

Dat maakt dat een quiche in een ovenschaal met een doorsnede van 22 centimeter a priori niet werkt in ons huis. Daarom een kleine quiche gemaakt in een bakblik met een doorsnede van 15 centimeter, en een grotere quiche met een andere kaas in een bakblik met een doorsnede van 18 centimeter.

Lees Meer Lees Meer

Aligot – Franse aardappelpuree met kaas

Aligot – Franse aardappelpuree met kaas

De vraag is of aligot een aardappel- of een kaasgerecht is? De verhouding tussen beide is namelijk 2:1. Dat betekent op 600 gram aardappelen dus 300 gram kaas. Dat is niet weinig.

Mijn vraag ten spijt, oorspronkelijk was aligot een soep bereid met bouillon, stukjes brood en verse kaas. Volgens overlevering werd het door de monniken van Aubrac in het Centraal Massief aangeboden aan de pelgrims die over de Via Podiensis de bergen doorkruisten om naar Santiago de Compostela te gaan. Het klooster verdween tijdens de Franse Revolutie, maar de boeren die de gronden van de abdij overnamen, zetten de traditie voort. In de negentiende eeuw werd na een slechte tarweoogst het brood vervangen door aardappelen. En zo is het gebleven.

Traditioneel wordt de aligot gemaakt met Tome Laguiole of Tome d’Auvergne en geserveerd met worst of geroosterd varkensvlees uit Toulouse. Soms wordt ook Cantal als kaas gebruikt. Laat ik nu net tegen een stukje Petit Cantal zijn aan gelopen.

Petit Cantal of Cantalette is een kleine versie van de grote Cantal die komt in wielen van bijna 40 kilo. De kaassoort zou al meer dan 2000 jaar oud zijn, ouder dan Roquefort, die andere Franse oerkaas, en aan de basis liggen van Engelse cheddar. Qua smaak en structuur doet de Petit Cantal daar ook wel een beetje aan denken eerlijk gezegd.

Cantal was geen bekende kaas voor mij, dus wat ik niet ken, wordt gekocht. Na een beetje proeven vond ik het niet zo geschikt als een borrelkaasje en zo kwam ik na een uitgebreide zoektocht dus terecht bij aligot.

De kaaskeuze voor aligot is belangrijk, het bepaalt de structuur van het gerecht. De kaas moet zacht van smaak zijn, met niet te veel zout, en bovenal gemakkelijk smelten. Gruyère of zelfs Mozzarella zou een goed alternatief zijn, maar voor dit recept houden we het dus bij een Franse kaas.

Het is een eenvoudig recept, maar vraagt wel wat spierballen. Met als resultaat een puree waarmee je draden kunt trekken als het ware. In sommige recepten wordt een deel van de kaas (tot wel de helft) vervangen door roomboter of in combinatie met crème frache. Het mag duidelijk zijn dat dit de smeuïgheid van het gerecht vergroot, maar dat de typische structuur verloren gaat. Het wordt dan meer een ordinaire puree met wat kaas en kun je dus geen aligot meer noemen. We moeten streng zijn!

Lees Meer Lees Meer

Rode-uien taartje van (on)bekende oorsprong

Rode-uien taartje van (on)bekende oorsprong

Wat maakt een uientaart nu precies Frans (tarte à l’oignon), Duits of Zwitsers (Zwiebelkuchen), Engels (onion tart), uit de Elzas of toch gewoon Nederlands?

Grote kans dat je in andere landen Nederlandse uien koopt. We exporteren over de hele wereld: 15 tot 20% van de werelduien zijn in Nederland opgegroeid. De uien maken het verschil dus niet altijd. Wat dan wel? De boter, bloem of eieren zullen het ook niet zijn. De basisingrediënten maken de uientaart nog niet landafhankelijk. Het deeg dan. Gegist of niet, alle soorten deeg komen voor per land. Het deeg is ook het verschil niet.

In tarte à l’oignon gaat vaak crème fraîche, gewone room, melk of Franse kwark. In Zwiebelkuchen gaat Duitse kwark, zure of zoete room, of melk. En in onion tart gaat vaak double cream en soms gewone room, of melk. De Engelsen houden misschien van wat meer vet in hun uientaart, maar voor de rest gebruiken alle nationale recepten allerlei zuivelvarianten. In echte uientaart zit geen kaas, dan wordt het meer een quiche. En allerlei speksoorten gaan in de taarten, dat maakt ze ook niet uniek.

Er zijn wel wat verschillen in de hoogte van de taart. Ik zie veel hoge Duitse taarten en veel lage Engelse en Franse taarten. Duitse uientaarten bevatten vaak nog witte uien. Franse uientaarten zien er donkerder uit. Nederlandse uientaarten lijken zich bij de Duitse aan te sluiten qua kleur. In de Elzas nemen ze er de tijd voor: gekaramelliseerde uien voor in een laag blijvende taart. Toch al een eigenschap van de Elzas, lage taarten, zie ook de quiche lorraine. Engelse uientaarten zijn vaak licht van kleur en als ze gekaramelliseerde uien gebruiken dan komt dat meteen terug in de titel, als zijnde speciaal.

De Elzas blijft een interessant culinair gebied. We kwamen er graag. De keuze is makkelijk: uientaart van bekende oorsprong, uit de Elzas, met Nederlandse uien. Maar uien, je moet er van houden. Een grote uientaart werkt daarom niet in ons huis. Net zoveel kleine hartige taartjes gemaakt als er personen aanwezig zijn die wel uien lusten. Dat werkt veel beter.

Lees Meer Lees Meer

De (originele) appel tarte van de zusters Tatin

De (originele) appel tarte van de zusters Tatin

Niet de kalender bepaalt wanneer de lente echt is begonnen in onze tuin. Wij weten het zeker als aan de bijna kale appelboom bloesems verschijnen. Niet heel lang goed zichtbaar want meteen daarna komen al de nieuwe bladeren. Het wachten op de eigen appeloogst is weer begonnen. Met de bloesems komt ook altijd de neiging om appeltaart te maken. Pavlov.

Een speciale taart met appels komt uit Frankrijk, oorspronkelijk uit het dorpje Lamotte-Beuvron in het Loiredal. Volgens de overlevering in 1889 bij toeval ontstaan in het restaurant van de Tatin zusters, Caroline and Stephanie. Het bijzondere, zoals altijd wordt gemeld, is dat het een omgekeerde taart was en is; het deeg ligt in de oven bovenop in plaats van onderop. Dat is geen uitvinding van de Tatin zusters. De streek waar Lamotte-Beuvron ligt, Sologne, was al ruim daarvoor bekend op zijn omgekeerde fruittaarten. Naar verluidt noemden de zusters hun taart ook Tarte Solognote.

De taart werd buiten Solognote in 2 stappen beroemd. In een 1e stap werd hij aangeprezen door de beroemde Parijse restaurantrecensent Curnonsky, die in de jaren 20 van de vorige eeuw in zijn reisgids de beroemde appel- of peertaart aanprees. In een 2e stap werd de taart als La Tarte des Demoiselles Tatin op het menu gezet van het fameuze restaurant Maxim’s de Paris. Slechts 2 stappen hebben ervoor gezorgd dat elk omgekeerd taartje nu met tatin wordt aangeduid. De originele tarte tatin is nu wel een van de beroemdste Franse desserts.

Welke appels de Tatin zuster gebruikten is onbekend. Het Loiredal geldt wel als de Tuin van Frankrijk en telt vele boomgaarden met vele appelsoorten. Ze zullen hebben gebruikt wat voorhanden was. Na ruim 130 jaar zijn er nu ontelbare varianten van de taart. Een standaard recept kent slechts 4 ingrediënten. Appels uiteraard, suiker en boter voor de karamelsaus, en deeg. Soms wordt er nog bloem toegevoegd.

Over het deeg bestaat onenigheid. 1 school houdt vast aan bladerdeeg, de andere school aan korstdeeg. Wij behoren tot beide scholen. Als je de taart slechts gedeeltelijk opeet en nog voor een deel tot de volgende dag wil bewaren, dan trekt er vocht in het deeg. Daar kan bladerdeeg niet zo goed tegen als korstdeeg. Direct alles opeten: bladerdeeg. De taart deels later opeten: korstdeeg.

Hier 2 soorten appels gebruikt, een zoete appel en een zure appel. Dat zorgt voor wisselende smaken.

Lees Meer Lees Meer

Omelette de la Mère Poulard
in Mont Saint-Michel

Omelette de la Mère Poulard
in Mont Saint-Michel

Voordat we op vakantie (of excursie) gingen hielpen vroeger boeken en folders, nu internet, om zeker te weten dat je ter plekke alle bijzonderheden bezoekt. Dat ligt er dan wel aan naar welke dingen je op zoek bent. Toeristische trekpleisters, cultuur-historische zaken en/of natuurschoon bijvoorbeeld. Wij gingen en gaan vooral naar plekken met zo min mogelijk andere mensen. Soms gold een uitzondering op de regel.

Mont Saint-Michel voor de kust van Normandië in Frankrijk en St Michael’s Mount voor de kust van Cornwall in Engeland waren zulke uitzonderingen. Tweelingen, hemelsbreed ruim 331 kilometer van elkaar. Mont Saint-Michel is wel commerciëler dan het meer pittoreske St Michael’s Mount. Beide tweelingen zijn onderhevig aan eb en vloed. De helft van de dag alleen met de boot bereikbaar, goed om te weten als je de auto parkeerde langs de toegangsweg. De tweelingen kunnen elkaar niet zien. Afgezien van de kromming van de aarde, ligt Engelands zuidelijkste puntje in de weg, Lizard Point. Bekend onder geologen voor de serpentijnsteen, een uniek metamorf en prachtig donkergroen gesteente met rode en witte aders.

Toen we jaren geleden naar Mont Saint-Michel gingen stonden lokale voedselspecialiteiten nog niet op ons vizier. Onderweg met een tent ben je al blij als je ’s avonds ergens een fatsoenlijke maaltijd kunt krijgen zonder elke keer in een auberge te belanden. Hoewel we op de laatste dag wel appelcider (van een boer), Calvados en de kazen Camembert en Pont l’Evêque (van een kaasmakerij) mee naar huis namen. We gingen voor natuurschoon en geschiedenis. En daarom op Mont Saint-Michel wel een bezoek gebracht aan een boekhandel, waar je geschiedenis kunt kopen, maar niet aan het ernaast gelegen hotelrestaurant La Mère Poulard, bestaand vanaf 1888. Kan ook aan de prijzen en de drukte binnen hebben gelegen. Poulard kreeg de eretitel Mère, moeder, voor haar kookkunst.

Die speciale Omelette de la Mère Poulard wordt gemaakt in een koperen pan met extra lange steel, op een open haardvuur. Hierdoor buigt warme lucht zich ook over de bovenkant van de pan, wat helpt om de omelet versneld gaar te laten worden. Al die authentieke dingen, daar betaal je voor. Want de omelet is niet bepaald goedkoop daar op Mont Saint-Michel. Of eigenlijk, heel erg duur voor wat alleen maar een luchtige soufflé omelet is.

Inmiddels zoeken we wel op speciale lokale gerechten. We hebben 2 jaar geleden, na het zien van een documentaire over de geschiedenis van het eiland, overwogen om toch nog een keer naar het toch wel zeer toeristische Mont Saint-Michel te gaan. De enorme drukte hield ons tegen. Een uitzondering op de uitzondering van de regel. Bovendien is lang wachten op een plekje in een druk restaurant, als je niet van te voren reserveert, aan ons niet besteed.

Omelette de la Mère Poulard zelf gemaakt, zonder koperen pan (veel te duur in aanschaf en te veel onderhoud nodig, jammer genoeg) en zonder open haardvuur (mag ik niet in onze keuken).

Lees Meer Lees Meer

Gerookte knoflooksoep
op de Arleux manier

Gerookte knoflooksoep
op de Arleux manier

Er zijn heel wat plaatsen in de wereld waar knoflook in grote volumes wordt geteeld. Zo worden vanuit China enorme hoeveelheden knoflook geëxporteerd naar de rest van de wereld. In Jingxiang vieren ze een internationaal knoflookfestival, maar niet altijd in dezelfde maand zo te zien. En het stadje Gilroy in Californië wordt door Amerikanen ook wel de Garlic Capital of the World genoemd. Ze vieren daar eind juli een groots knoflookfeest.

In Europa zijn ook een paar gebieden die beroemd zijn door knoflook. In Almachar in Zuid-Spanje vieren ze in september het Fiesta del Ajoblanco – het Witte Knoflookfeest. In Lautrec, in Zuid-Frankrijk, is er een jaarlijks Fête de l’Ail Rose – Roze Knoflook Festival – in augustus. Een ander gebied, gemakkelijk(er) te bezoeken vanuit Nederland, is Arleux in Noord-Frankrijk, niet zo ver van de grens met België. In Arleux vindt elk jaar in september een knoflookfeest plaats, la Foire à l’ail fumé, een feest in het teken van gerookte knoflook.

De in grote strengen opgebonden knoflook wordt dagenlang boven een smeulend mengsel van turf en zaagsel gerookt, op een temperatuur die niet hoger is dan 40°C. De rozige knoflook van Arleux wordt bruin en neemt de rookgeur op. Elke keer als ik dat deel van de voorraadkast open komt die prettige geur me tegemoet. Alleen daarom al in huis halen. En een groot voordeel van gerookte knoflook, naast geur en smaak, is dat gerookte bollen tot wel een jaar houdbaar zijn.

Knoflooksoep geïnspireerd door de Soupe à l’ail d’Arleux, hutspotsoep met knoflook, veel knoflook. En daardoor toch ook weer geen hutspotsoep.

Lees Meer Lees Meer

Flammkuchen

Flammkuchen

Lang heb ik niet geweten wat het is. Op de één of andere manier kreeg ik associaties met skihut-taferelen. En eigenlijk weet ik nog steeds niet of dat terecht is… Het heet ook wel tarte flambée, waarbij ik dan weer denk aan een geflambeerd taartje. In ieder geval heb ik het vandaag voor het eerst gegeten. En gemaakt. Dus ik heb geen enkel vergelijkingsmateriaal. Geen idee hoe het hoort te smaken, maar daar kan ik met een eenvoudig recept en slechts enkele ingrediënten nooit veel naast zitten.

Blijkbaar is het in de Elzas ontstaan toen bakkers met een dun lapje deeg hun oven testen. Het is als een pizza, maar dan zonder tomatensaus. Volgens mij kan je er alles op mikken, zoals dat bij een pizza ook gebeurt. Maar zoals een shoarma-pizza weinig traditioneel is, zal een flammkuchen met gyros dat ook niet zijn. Dus dat maken we dan ook niet. Uiteindelijk wil ik toch het idee hebben dat ik iets maak van ver weg.

Lees Meer Lees Meer

Hoe klassiek is mijn
Quiche Lorraine?

Hoe klassiek is mijn
Quiche Lorraine?

Het eerste wat mij jaren geleden opviel in Elzas-Lotharingen, oké niet als eerste, maar toch, was dat een Quiche Lorraine in de dorpjes als een lage hartige taart wordt opgediend. Een opvallend verschil met de hoge versies die ik in Nederland at. Die lage quiches waren lekker. En om te checken dat het niet aan de Elzas wijn lag die we rechtstreeks van de wijnboeren betrokken heb ik de lage variant ook thuis gemaakt. En ik ben hem blijven maken, met kaas.

Maar hoe zit het met die kaas? De eerste melding van Quiche Lorraine dateert van rond 1586 in Nance in Lotharingen. Het had een vulling van eieren, melk, en room of crème fraîche (een zogeheten migaine), met een bodem van waarschijnlijk brood of gerezen deeg. Tegenwoordig schrijft het “Syndicat National de Défense et de Promotion de l’Authentique Quiche Lorraine” voor dat een authentieke Quiche Lorraine alleen mag bestaan uit pâte brisée deeg, ei, bacon, verse room, peper en nootmuskaat. Misschien niet helemaal historisch correct want spek werd waarschijnlijk pas aan het eind van de 19-de eeuw gebruikt en bacon nog weer later. En de kaas? Die is inderdaad in oude recepten in geen velden of wegen te zien.

Het antwoord op de vraag ‘hoe klassiek is mijn Quiche Lorraine’ is daarmee: niet zo erg klassiek. Ik heb blijkbaar altijd een variant van de Quiche Vosgienne gegeten en gemaakt: Quiche Vosgienne = Quiche Lorraine + Gruyère. ‘Quiche Lorraine’ in de wereld van recepten refereert tegenwoordig aan een grote verzameling van verschillende hartige taarten. Het is niet anders.

Lees Meer Lees Meer