Risotto met furikake, asperges en emmentaler
In ons huis zijn er 2 soorten maaltijden: geen-tijd en wel-tijd maaltijden. We hebben een A4-tje met daarop de geen-tijd maaltijden. Niet hoeven na te denken, snel te maken gerechten. Wel-tijd, in het huis van de medeblogger een soort van luiheid genoemd, nodigt uit tot experimenteren. Altijd leuk, nadenken over eten.
De medeblogger stuurde een foto van een maaltijd met furikake. Ons 1-op-1 Instagram noemt hij dat. En zo is het ook wel een beetje.
Furikake stond al een tijdje op mijn lijstje. Maar commerciële potjes bevatten veelal veel meer geroosterde sesamzaadjes dan zeewier. Het zijn gewoon lichtgekleurde potjes met nootjes. Niet het echte ding. Dat meldde ik al klagend terug naar de medeblogger. Die meldde dat hij nog een echt Japans furikake-potje over had, met meer zeewier dan sesamzaadjes. Zou hij de volgende keer wel meenemen.
Hij kwam onlangs weer eens op bezoek om voor ons te koken, en ik kreeg meteen een potje in mijn handen gedrukt; alsjeblieft. Helaas zaten er geen bonitovlokken in, werd gemeld, zijnde schaafsels van een gedroogde, gefermenteerde en gerookte tonijnsoort. Maar ook zonder bonitovlokken is furikake al erg lekker. Een duidelijke zeesmaak met geroosterde noten.
Erg lekker over Aziatische rijstsoorten, werd gemeld. Risotto zei ik terug. En werd vervolgens wat meewarig aangekeken. Onze voorliefde voor risotto wordt duidelijk niet door hem gedeeld. Hoofdschuddend begon hij in onze keuken aan het bereiden van zijn Aziatische maaltijd.
Maar ondanks dat bleef de combinatie van risotto en furikake in mijn hoofd hangen. Want furikake met udon-noedels, daar had de medeblogger al een recept over gepubliceerd, en met rijst al vaker gegeten. Aziatische rijstsoorten met furikake laten we daarom aan de medeblogger voor Reutel.
Risotto met furikake, dus. Wat erbij te verzinnen?
Als groente voor groene asperges gekozen. En als vlees guanciale. Nu smaakt dat laatste sterk en zoutig, dus dat moet gescheiden blijven van de furikake, anders proef je die laatste niet meer.
Tot slot als kaas Emmentaler gekozen. Die moet je wel met enige zorg uitkiezen. Want oorspronkelijk mag Emmentaler dan wel uit Zwitserland komen, tegenwoordig wordt in heel veel landen emmentaler onder die naam geproduceerd.
Die zijn bijvoorbeeld in supers te koop. Vaak vierkante dunne blokken met weinig gaten in de kaas. Vrij smakeloos vinden wij, vergeleken met de iets grotere en aan 1 kant rondere blokken. Verschil tussen fabrieksproductie en een meer klassieke productiemethode? Of laten ze bij de vierkante blokken bepaalde bacteriën weg? Die in de laatste rijpingsfase zorgen voor de CO2 productie die de gaten veroorzaken.
Zoek Zwitserse Emmentaler met een AOP merking. Dat zit je zeker goed qua smaak. Echte Emmentaler smaakt nootachtig en een beetje zoet. Past prima bij furikake.
Als je een potje furikake hebt, dan zullen door de gladheid van de kleine nootjes én de zwaartekracht, de meeste nootjes een plekje hebben gevonden in de onderste helft. Potje omdraaien en even flink schudden zorgt weer voor een betere verdeling.
Dan is alleen nog de vraag, hoeveel furikake gebruiken? Voor ons is deze maaltijd namelijk de start van een furikake-experiment.
Op het internet staan foto’s van gerechten die er meteen maar een heel potje overheen lijken te hebben gestrooid. Ook wel foto’s met een minimalistische aanpak. Even checken bij de medeblogger. En die leek ook per oppervlakte eenheid een bescheiden hoeveelheid furikake te gebruiken. Besluit: we beginnen aan de voorzichtige kant.