Archief van
Tag: Indisch

Ajam smoor met kippenmaagjes

Ajam smoor met kippenmaagjes

Eens per jaar ga ik mij te buiten aan een flink diner en bijbehorende lunch. Dat wil zeggen het bereiden, niet het eten. Elk jaar is er bij mijn sportclub een toernooi met tientallen deelnemers, vaak komend van ver. Aanvankelijk verzamelden na afloop van alle wedstrijden de liefhebbers zich bij de plaatselijke Chinees, tot ik het idee lanceerde om zelf iets te organiseren.

Bij gebrek aan een keuken werd dat het eerste jaar een barbecue, met naast de standaard vleeskeuzes (van de eigenaar van de barbecue mocht er geen vis of garnalen op bereid worden) verschillende salades. Ik kan mij niet veel herinneren van die eerste keer, behalve uiteraard dat diverse mannen zich deskundig naast de barbecue hadden opgesteld om te bespreken op welk moment die hamburger nou wel of niet omgedraaid mocht worden. De ‘wetenschap’ van het barbecuen is aan mij niet besteed. Wat ik mij wel herinner is dat de komkommersalade helemaal op ging. De tijgersalade met vooral veel koriander vond ook gretig aftrek.

Die barbecue was leuk, maar in mijn ogen wat saai en weinig uitdagend. Zo organiseerde ik de jaren daarna onder andere een buffet met verschillende Indiase curries, een Mexicaans buffet met veel verschillende bonen- en kipgerechten en ondermeer een lekkere frisse uiensalade en een buffet met allerlei Sichuan gerechten. Het eten wordt dusdanig op prijs gesteld dat sommigen zich al niet meer inschrijven voor het toernooi, maar enkel voor de maaltijd. En dat pleziert de kok uiteraard.

Dit jaar was het thema Suriname, met onder andere geroosterd varkensvlees, vijfkruidenkip, petjil, tjap tjoy en Tjauw Min. Voor de lunch waren er diverse Surinaamse puntjes: bakkeljauw, tonijnsalade, massala-eieren en ajam smoor. Allemaal met de optionele peper en zuur uiteraard.

Voor de ajam smoor koos ik dit keer niet voor de standaard kippendijen, maar voor kippenmaagjes. Hoewel het ingewanden zijn, zijn kippenmaagjes niets anders dan spiervlees. Dat betekent dat je ze lekker lang moet stoven om ze boterzacht te krijgen. Dat ik kippenmaagjes heb gebruikt, vertelde ik er niet bij, want wat een boer niet kent, dat vreettie niet. Zo heb ik de gemiddelde eter intussen wel leren kennen. Vertel je niet wat ze gaan eten, dan vinden ze het bijna allemaal lekker is mijn ervaring. Vertel je wat ze gaan eten en kennen ze het niet, dan haken ze echter vaak af en kiezen voor iets anders. Zo was de bakkeljauw vooral populair bij de kenners en een paar durfallen, maar vloog de gesmoorde kip de deur uit. Het was zelfs als eerste op. Ik moest meerdere mensen teleurstellen, maar die schakelden vervolgens over op de masala-eieren, toen ze erachter kwamen dat dit gewoon kerrie-eieren waren. Wat een boer niet kent in de praktijk gebracht én gelogenstraft!

Al met al zijn de gesmoorde kippenmaagjes heel makkelijk te maken. Maak ook gewoon een flinke pan en vries een aantal porties in. Lekker ook als je een keer een rijsttafel wilt maken.

Intussen broed ik al op het thema voor volgend jaar. Wordt het Indisch, Koreaans of misschien wel Japans? Ik heb nog 11 maanden voorpret …

Lees Meer Lees Meer

Daging smoor – gestoofd rundvlees in ketjapsaus

Daging smoor – gestoofd rundvlees in ketjapsaus

In mijn studententijd begon het koken met nasi maken en daging smoor. De nasi was het meest exotische wat we in mijn jeugd aten, afgezien van de afhaalchinees, en door iedereen in het huis gewaardeerd. Vaak in combinatie met een gegrilde kippenpoot. Die nasi maakte onze moeder niet zelf, maar kwam van de slager. Nu hadden wij twee slagers in de buurt, maar eentje daarvan maakte echt lekkere nasi. Gebakken rijst is voor een student ook goed te behappen, dus uitermate geschikt om mee te experimenteren. Stoofvlees is een ander verhaal.

Stoofvlees werd door onze moeder vooral gemaakt in de vorm van hachee en sucadelapjes. Veel malser kon het vlees niet worden, het viel bijna uit elkaar. Ik heb dan ook nooit begrepen van vriendjes dat ze een hekel hadden aan draadjesvlees. Waarschijnlijk kon hun moeder het vlees niet zo lekker bereiden als de onze.

Het heeft jaren geduurd voordat ik de sucadelapjes zo mals kreeg als ik ze vroeger kreeg. Zal wel een oude koe geweest zijn, zei mijn moeder als ik weer eens klaagde dat het niet gelukt was. Gek genoeg lukte het me wel als ik het daging smoor maakte. Een van de eerste Indonesische gerechten die ik ooit maakte en al die jaren ben blijven maken. Het doet het goed bij ouderen (stoofvlees) en bij kinderen (ketjap). Succes gegarandeerd. Makkelijk ook van tevoren te maken en handig om in kleine porties in te vriezen voor een rijsttafel.

Lees Meer Lees Meer

Telor kecap – Indonesische eieren in ketjap

Telor kecap – Indonesische eieren in ketjap

Vorige week schreef ik al over het effect van tandartsbezoek op maaltijden. Dat geldt in het bijzonder als er een onfortuinlijke kies getrokken moet worden. Het kan verkeren. Gemiddeld genomen eet ik best gekruid en als ik veel mee-eters moet geloven ook pittig, al vind ik dat laatste zelf nogal meevallen. Hoe dan ook, afgelopen week deed ik wat voorzichtiger dan anders met het eten, dat wil zeggen niet te hard qua structuur en niet te kruidig. De pastasalade met tonijn was met het warme weer een prettig alternatief. Intussen mis ik wel harde broodjes, misschien dat ik daar komende week een voorzichtige poging ga wagen.

Eigenlijk had ik zin in piendang telor, maar dat was misschien nog wat gewaagd. Beter nog een paar dagen wachten voordat de pepers weer de maaltijd gaan versterken, bedacht ik mij. Dan gewoon de ketjap-variant. Ik maak het vaker, in verschillende varianten. Zoals er in Indonesië ook ontelbare varianten zijn. Ketjap-eieren doen het ook vaak goed bij kinderen in een maaltijd, lekker zoet.

Lees Meer Lees Meer

Ayam kecap pedis – Kip in zoet pittige saus

Ayam kecap pedis – Kip in zoet pittige saus

In mijn studententijd woonde ik in een dorp bij Utrecht. Dat vond ik prettiger wonen dan in de grote stad. Het enige restaurant buiten de typische dorpse etablissementen was de Chinees, met als specialiteit de Kantonese keuken. Daar maakte ik kennis met fo-nam, vaak gepresenteerd als babi pangang spek. Het lijkt echter van geen kanten op babi pangang.

Fo-nam is buikspek dat eerst gekookt is, vervolgens gekruid en daarna krokant gebakken. Ik ken mensen die je hier spreekwoordelijk wakker voor kunt maken. Terwijl babi pangang een bedenksel is van Chinezen in Indonesië, is fo-nam meer Chinees dan Indonesisch. Maar dat is een andere discussie, misschien voor later. Wellicht als ik het eens probeer zelf te maken bedenk ik nu. Hmm …

De Chinees in het dorp presenteerde zich overigens als Chinees restaurant en niet als Chinees-Indisch restaurant zoals veel andere restaurants. Desalniettemin had de Chinees een fantastische babi ketjap op het menu staan, een gerecht dat je nergens in China zult aantreffen. Het bijzondere van deze babi ketjap was dat de saus gitzwart was en bijna stroperig dik. Ongetwijfeld een combinatie van veel melasse, een goeie ketjap en mogelijk een verdikkingsmiddel.

Terwijl ik van thuis bij de stadse Chinees eigenlijk alleen babi pangang, gado-gado (waar ook niks Chinees aan is overigens) en foe-yong-hai kende, had de dorpse Chinees char-siu en dus die fameuze babi ketjap. Het maakte het kiezen er destijds niet makkelijker op.

Maar in plaats van varkensvlees kun je natuurlijk ook kip nemen: ayam kecap. Je kunt daarvoor kipfilet gebruiken of dijen.

Lees Meer Lees Meer

Kipsaté uit de oven

Kipsaté uit de oven

Een goeie saté is niks mis mee. Saté, dus kleine stukjes vlees op een (bamboe)stokje, is alleen het vlees, niet de saus. Maar als je geen barbecue hebt (zoals ik), op een flat woont of als het hartje winter is en het vriest dat het kraakt, dan heb je doorgaans een probleem. Saté op de barbecue maken is overigens erg leuk en smakelijk. Ik vertelde dat al eens eerder. Net zoals dat het zonde is om pindasaus over je saté te doen. Vooral als je je best hebt gedaan om deze lekker te marineren (zelf doen uiteraard, niet van de slager…). Gebruik dan eventueel een andere saus die meer passend is, zoals bijvoorbeeld een ketjapsaus. Of, gewoon helemaal geen saus! Ja, dat kan gewoon!

Nog een keertje voor de nieuwelingen: satésaus heet pas zo als het bij saté gegeten wordt. Satésaus kan elke saus zijn die gegeten wordt bij saté, maar hier in Nederland wordt daar toch al snel pindasaus mee bedoeld. Nu vind ik (zelfgemaakte) pindasaus erg lekker, maar dus niet over mijn saté.

Standvastige barbecuers zullen waarschijnlijk anders betogen, maar saté kun je ook prima bereiden in de oven. Het smaakt wellicht iets anders dan saté dat boven houtskool is geroosterd, maar het is nog steeds erg lekker. Ik maak saté uit de oven eigenlijk altijd met kip, maar varkensvlees zou natuurlijk ook kunnen. Ik denk dat het ook prima kan met varkenshaas of kophaas. Misschien dan iets korter in de oven, om te voorkomen dat het uitdroogt. Maar dat is een kwestie van proberen…

Lees Meer Lees Meer

Pittige babi ketjap met toemis paksoi

Pittige babi ketjap met toemis paksoi

Jaja, babi ketjap moet zoet zijn. Maar soms is een pittige variant ook lekker. Zoet én pittig.

Babi ketjap is een van de bekendste gerechten in Nederland uit Indonesië. Dat andere is babi pangang. Dat is op zich best grappig aangezien er nergens in de wereld zoveel moslims wonen als in Indonesië. Dat uitgerekend dan een tweetal gerechten met varkensvlees in Nederland typerend zijn geworden voor de Indische (niet de Indonesische) keuken mag opmerkelijk genoemd worden. Het zal dan ook niemand verbazen dat beide gerechten eigenlijk helemaal niet oorspronkelijk zijn voor Indonesië, maar door Chinese arbeiders in Indonesië zijn geïntroduceerd. Babi ketjap is door het gebruik van de typische zoete Indonesische ketjap wel een mooi voorbeeld van hoe keukens elkaar beïnvloeden, fusion noemt men dat in hippe restaurants.

Paksoi gebruik ik vooral als ik Chinese maaltijden maak, maar deze lekkere groente wordt natuurlijk ook elders gegeten. In Indonesië bijvoorbeeld en waarschijnlijk onder invloed van de Chinesen daar geïntroduceerd. Toemis (roergebakken) paksoi wordt zelfs op Chinese wijze bereid met sojasaus.

Lees Meer Lees Meer

Seroendeng

Seroendeng

Seroendeng kent iedereen die wel eens bij een Indonesisch restaurant komt of zelf Indonesisch of Indisch kookt. Je kunt het kopen in een potje in de supermarkt (ik zeg: niet doen) of bij een goeie toko. Leuker is het om het zelf te maken. Je kunt het dan bovendien aanpassen aan je eigen smaak en voorkeur. Seroendeng strooi je over je witte rijst, maar kan ook over je soto. Een seroendeng is ietwat zoet door de toevoeging van palmsuiker, maar echt lekker wordt het naar mijn smaak door de toevoeging van gedroogde rode pepers of een sambal.

Het belangrijkste ingrediënt van seroendeng is kokos. Het lekkerste schijnt het gebruik van vers geraspte kokos te zijn, maar ik neem eerlijk gezegd altijd gedroogde kokos. Aan de kokos kun je allerlei ingrediënten toevoegen, vaak zijn dat gedroogde specerijen als ketoembar (gemalen korianderzaad), djinten (gemalen komijnzaad) en laospoeder. Zelf vind ik het lekker om ui aan het mengsel toe te voegen. Deze seroendeng blijft dan ook iets vochtig en is minder lang houdbaar dan een seroendeng die alleen maar uit gedroogde ingrediënten bestaat. In geval van seroendeng lost dat probleem overigens meestal zichzelf op, aangezien de voorraad hier binnen een paar dagen vaak wel op is. Zeker als er hongerige eters aanschuiven.

Lees Meer Lees Meer

Babi ketjap

Babi ketjap

De lekkerste babi ketjap at ik zo’n 25 jaar geleden bij de Chinees in Bunnik. Met enige regelmaat werd er toen Chinees gehaald. De babi ketjap was zoals ik hem niet eerder had gehad, met een dikke, stroperige, zoete en pikzwarte saus. Zo moest babi ketjap smaken! Dat gerecht bleef favoriet totdat het restaurant een nieuwe eigenaar kreeg en de keuken een nieuwe kok. In het vervolg kende de babi ketjap een slappe, dunne saus dat niet in de buurt kwam van dat goddelijke gerecht bij de voorgangers. Het duurde vervolgens even voordat het mij lukte een babi ketjap te maken die in de buurt kwam. Volgens mij zit het geheim in de ketjap. Dat wil zeggen met de ketjap van ABC of Bango heb je de perfecte zoet-zout verhouding. De meeste andere merken zijn of te vlak van smaak of vragen voor dit gerecht de toevoeging van wel heel veel gula djawa. Tenminste, dat is mijn mening. En 25 jaar geleden gebruikte ik nog regelmatig djahé of gemberpoeder, aangezien verse gember nog niet overal verkrijgbaar was en de toko wel helemaal in Zeist of Utrecht was…

Je kunt het gerecht maken met varkenshaas, wat lekker mals is, of met hamlappen (iets steviger bite) of met speklappen. Of een combinatie van hamlappen en speklappen. Ik gebruik of hamlappen of varkenshaas. Hangt een beetje af van de hoeveelheid die ik maak. Varkenshaas heeft daarnaast iets minder suddertijd nodig dan hamlappen. Dat kan ook een rol spelen.

Babi ketjap is overigens helemaal niet moeilijk om te maken, zoals zoveel gerechten. Gewoon een kwestie van de juiste ingrediënten.

Lees Meer Lees Meer