Archief van
Tag: Indonesië

Petjil, groente salade met pindasaus

Petjil, groente salade met pindasaus

Je hebt pindasaus en je hebt pindasaus. En je hebt pindasaus voor gado-gado, een mix van geblancheerde groenten die koud of lauwwarm worden geserveerd. En je hebt pindasaus voor petjil, een andere groentesalade. En je hebt …. We kunnen nog wel even doorgaan natuurlijk. Maar laten we voorop stellen dat we het niet hebben over de bruine derrie uit een emmertje in de supermarkt. Je kunt pindasaus zelf maken, maar er zijn ook in de toko kwalitatief goede zakjes pindamengsels te koop die je alleen nog maar met een beetje water hoeft aan te lengen. En allemaal zonder additieven die je niet nodig hebt.

Gado gado en petjil (of pecel) is de manier om echte vleeseters die groenten laten staan bij een maaltijd groenten te laten eten. Succes gegarandeerd. Pindasaus is als chocolade voor veel mensen. Ze blijven ervan eten.

Pindasaus wordt in grote delen van Zuidoost-Azië in allerlei varianten gegeten. En geen lijkt er eigenlijk echt op de vernederlandste versie die we kennen van de lokale Chinees of van de patatboer. Echte pindasaus is veel smakelijker en aromatischer. En heus niet te moeilijk om te maken.

Petjil is oorspronkelijk afkomstig van Oost-Java, een eiland dat veel meer salades kent. Gado gado is er één van, afkomstig van West-Java. Lotek is een andere minder bekende variant.

De samenstelling van een petjil kan verschillen, maar bestaat meestal uit een combinatie van bladgroenten, taugé, sperziebonen en kool. Vaak ook geserveerd met gefrituurde tahoe en lontong, blokjes geperste rijst. De saus is gemaakt van geroosterde pinda’s met tamarinde, palmsuiker en kentjoer, knoflook en trassi. En niet onbelangrijk, pepers. De saus voor petjil is pittig, in tegstelling tot dexsaus voor gado-gado. De saus is over het algemeen heel dik, want met het vocht van de groenten verdunt die vanzelf een beetje.

Javaanse contractarbeiders hebben petjil in Suriname geïntroduceerd. In elke warung kun je petjil bestellen, in verschillende varianten, met waterspinazie bijvoorbeeld, maar bijna altijd met kousenband als belangrijkste groente. Vaak nog bestrooid met wat gefrituurde sjalotjes. Petjel is een geweldige lunchmaaltijd.

Eerlijk gezegd ken ik alleen de Surinaamse versie, maar zoveel verschil als tussen soto en saoto zal er niet zijn met de Indonesische versies van de saus.

Lees Meer Lees Meer

Gado gado, een feestmaal

Gado gado, een feestmaal

In de familie doen we over het algemeen niet meer aan kadootjes met verjaardagen. Het idee daarachter is dat we alles al hebben en als we iets nodig hebben, dan kopen we het. We realiseren ons dat dit een luxe is, maar weigeren om elkaar onzin kadootjes te geven. Dat betekent echter niet dat er geen kadootjes gegeven worden. Ik vul verjaardagen bijvoorbeeld op een andere manier in: ik kook. De jarige heeft enige invloed, maar in hoofdlijnen bepaal ik wat er gegeten wordt. Noem het wijsheid door ervaring. Daarbij probeer ik uiteraard wel rekening te houden met persoonlijke voorkeuren, met name die van de jarige. Maar ik mag soms graag verrassen. Zo aten we vorig jaar een keer ajam smoor van kippenmaagjes. Iedereen vond het lekker, ook nadat ze hoorden wat het was. Verjaardagen zijn bovendien een goede reden om eens flink uit te pakken met gerechten voor veel, of heel hongerige eters.

Onlangs was mijn schoonzus jarig en je kunt haar niet bijzonder blij maken met een vleesmaaltijd, dit in tegenstelling tot de rest van het gezin. Hoeveel je ook maakt, het gaat eigenlijk altijd op. Hoewel er soms een klein beetje overblijft, ik vermoed een soort van beleefdheidshapje. Dat vervolgens de volgende dag keurig wordt verdeeld weet ik uit de overlevering. Want ik neem natuurlijk niks mee terug, het is immers een kadootje.

Maar de voorkeur van de schoonzus gaat uit naar groenten. Dus ik stelde dit keer Surinaamse Tjap Tjoi voor, dat je prima zonder kip kunt eten, of gado gado. Zonder blikken blikken of blozen werd voor gado gado gekozen. Wat maar bewijst dat bijna niemand de kans om pindasaus te eten zomaar voorbij laat gaan. En met veel groenten dus ook nog eens verantwoord…

Gado gado is een van oorsprong Indonesisch gerecht en kennen we in Nederland vooral van de Chinees-Indische restaurants. Vaak met wat verkruimeld kroepoek over de saus. Maar gado-gado van de Chinees is een beetje als een hamburger van McDonalds. Waar je ook komt, het smaakt eigenlijk altijd hetzelfde. En in het geval van gado gado vind ik dat niet per se een compliment (van die hamburger trouwens ook niet, maar dat terzijde). Dat komt vooral ook door de pindasaus, die ik persoonlijk niet zo bijzonder vind. Maar smaken verschillen, want de gado gado van de Chinees en ook de sate met saus is mateloos populair.

Maar ik mag dus graag mijn eigen pindasaus maken voor gado gado. Die strikt genomen niet hetzelfde is als een standaard pindasaus. Een pindasaus voor gado gado is gemaakt van gemalen geroosterde pinda, palmsuiker, knoflook, rode peper, zout, tamarinde en limoensap. Ik geef daar een beetje een eigen draai aan. Naast knoflook voeg ik geraspte gember toe en naast palmsuiker voeg ik een flinke scheut ketjap op basis van palmsuiker toe. Zout laat ik achterwege en in plaats van tamarinde (wat ik meestal niet in huis heb) en limoensap gebruik ik een lekkere rijstazijn. Oh ja, en ik gebruik 100% pindakaas met stukjes. Dat scheelt gedoe. In plaats van rode pepers gebruik overigens meestal sambal, bij voorkeur niet te pittig. Wel de smaak, maar niet de hitte.

Vaak wordt er nog gekookt ei, al dan niet in plakjes, bij de gado gado geserveerd, maar aangezien er ook vlees werd geserveerd (Ajam Merah, oftewel Rode kip) liet ik de eieren dit keer achterwege.

Lees Meer Lees Meer

Martabak telor

Martabak telor

Je kunt jaren eten uit de Aziatische keuken en dan nog verrast worden door wat een enorm populaire snack blijkt te zijn. Dit keer, het gebeurt vaker, was het martabak telor uit Indonesië. Toegegeven, ik ben nog lang niet klaar met het proeven van gerechten uit de Indonesische en Indische keuken, zeker zolang ik er nog niet geweest ben, maar dit gerechtje was al die jaren aan mij voorbij gegaan. Ik at het enkele jaren geleden voor het eerst ergens in Limburg, daar waar de Surinaamse eettentjes op één hand te tellen zijn. Surinaams? Het was toch Indonesisch? Klopt, maar dit kleine eethuisje met slechts een enkel tafeltje serveerde verschillende gerechtjes als lunch. En de Surinaamse en Indonesische keuken hebben natuurlijk wel wat overeenkomsten, al heb ik in Suriname nog geen martabak telor gegeten.

Martabak telor is een ‘interessant dingetje’, zoals de medeblogger het noemde nadat ik mijn foto van het avondeten appte. Zeg maar onze 1-op-1 Instagram. In Indonesië verwijst martabak over het algemeen naar de zoete versie, martabak manis, en martabak telor, een versie met rund of kip, ei en lenteui. Maar er is op Sumatra een variant zonder vlees, martabak kentang. In plaats van vlees worden aardappel en specerijen gebruikt. Die versie staat op het lijstje om ook eens te maken. Het doet misschien wat denken aan pasteitjes uit India, maar daar gaan we vanzelf achter komen. En er is nog martabak tonijn, martabak rendang en… Mogelijkheden te over dus!

Varianten op martabak zijn te vinden in vele landen, waarbij zowel de inhoud als het deeg verschilt. De oorsprong zou liggen in Yemen, waar het murtabak heet of mutabbaq, wat in het Arabisch ‘gevouwen’ betekent. De versie uit Yemen is een gevulde pannenkoek of een in de pan gebakken brood. Er is echter ook een winkel in Jeruzalem die mutabbaq claimt te hebben uitgevonden in 1860. Die versie bestaat uit gevouwen filodeeg gevuld met witte kaas. Dat doet mij dan weer denken aan börek met witte kaas, afkomstig uit Turkije, maar waarvan de herkomst veel verder teruggaat dan de Turken, namelijk de Perzische keuken of de Byzantijnse keuken. En tenslotte zijn de Turken ook weer afkomstig uit Centraal Azië. Wie zich even verdiept in de oorsprong van martabak reist van Yemen door allerlei landen tot Indonesië en Maleisië aan toe. Met name in de keuken van de moslims is de murtabak of martabak bijzonder populair, in Zuidoost-Azië verkrijgbaar in mamak-kraampjes.

De zoete versies en met eigen gemaakt deeg laat ik graag over aan de medeblogger. Dat lijkt toch meer zijn stijl, ik hou het op de versie met dun loempiadeeg of wellicht eens een uitstapje naar filodeeg, zoals in de landen in het oosten van de Middellandse Zee en daar omheen.

Een frituur heb je overigens niet nodig, want een martabak telor bak je eenvoudig in de olie in een koekenpan.

Lees Meer Lees Meer

Surinaams gesmoorde ketjapkip met kousenband en noedels

Surinaams gesmoorde ketjapkip met kousenband en noedels

Vandaag was ik in Surinaamse sferen, in ieder geval wat eten betreft. Lunchen met een broodje bakkeljauw en in de koelkast lag een bundel kousenband te wachten voor het avondeten. Boodschappen gedaan zonder plan te trekken, gewoon kopen wat lekker is. Naast de kousenband kocht ik taugé en kipfilet.

Taugé is een ontkiemde mungboon. Bekend van loempia’s, maar ook lekker met noedels. Tenminste, dat doe ik regelmatig. Ook handig als er kinderen mee-eten. Doorgaans niet de makkelijkste groente-eters, dus het enigszins verhullen in de maaltijd werkt vaak goed. De ietwat zoetige smaak van roergebakken taugé smaakt ze sowieso wel en vaak is het een feest van herkenning als ze bedenken dat het ook in een loempia zit. Soms moet ik dan wel beloven een volgende keer loempia’s te maken. Daar heeft over het algemeen niemand een probleem mee, dus dat komt dan vanzelf goed. Maar dat terzijde.

De Surinaamse keuken blijft een wonderlijke keuken, een mengeling van de Afrikaanse, Indiase, Javaanse, Chinese, Europese en niet te vergeten inheemse keuken. En wanneer in Suriname, dan vooral met lokale ingrediënten, zoals cassave en wat wij kennen als bakbanaan, beiden in plaats van ‘onze’ aardappel. Dat maakt gerechten vaak net even anders. Zo is telo, gebakken cassave, de Surinaamse versie van onze patat. Geen laffe Franse frietjes van aardappel, maar lange stevige frieten van de cassavewortel. Lekker hoor. Ik krijg gelijk heimwee.

Terug naar het avondeten. Freestylen in de keuken, koken met wat je hebt. Ik besloot de kip te smoren en een eenvoudige Surinaamse geïnspireerde bami te maken. De kousenband maakt het helemaal af.

Lees Meer Lees Meer

Ajam smoor met kippenmaagjes

Ajam smoor met kippenmaagjes

Eens per jaar ga ik mij te buiten aan een flink diner en bijbehorende lunch. Dat wil zeggen het bereiden, niet het eten. Elk jaar is er bij mijn sportclub een toernooi met tientallen deelnemers, vaak komend van ver. Aanvankelijk verzamelden na afloop van alle wedstrijden de liefhebbers zich bij de plaatselijke Chinees, tot ik het idee lanceerde om zelf iets te organiseren.

Bij gebrek aan een keuken werd dat het eerste jaar een barbecue, met naast de standaard vleeskeuzes (van de eigenaar van de barbecue mocht er geen vis of garnalen op bereid worden) verschillende salades. Ik kan mij niet veel herinneren van die eerste keer, behalve uiteraard dat diverse mannen zich deskundig naast de barbecue hadden opgesteld om te bespreken op welk moment die hamburger nou wel of niet omgedraaid mocht worden. De ‘wetenschap’ van het barbecuen is aan mij niet besteed. Wat ik mij wel herinner is dat de komkommersalade helemaal op ging. De tijgersalade met vooral veel koriander vond ook gretig aftrek.

Die barbecue was leuk, maar in mijn ogen wat saai en weinig uitdagend. Zo organiseerde ik de jaren daarna onder andere een buffet met verschillende Indiase curries, een Mexicaans buffet met veel verschillende bonen- en kipgerechten en ondermeer een lekkere frisse uiensalade en een buffet met allerlei Sichuan gerechten. Het eten wordt dusdanig op prijs gesteld dat sommigen zich al niet meer inschrijven voor het toernooi, maar enkel voor de maaltijd. En dat pleziert de kok uiteraard.

Dit jaar was het thema Suriname, met onder andere geroosterd varkensvlees, vijfkruidenkip, petjil, tjap tjoy en Tjauw Min. Voor de lunch waren er diverse Surinaamse puntjes: bakkeljauw, tonijnsalade, massala-eieren en ajam smoor. Allemaal met de optionele peper en zuur uiteraard.

Voor de ajam smoor koos ik dit keer niet voor de standaard kippendijen, maar voor kippenmaagjes. Hoewel het ingewanden zijn, zijn kippenmaagjes niets anders dan spiervlees. Dat betekent dat je ze lekker lang moet stoven om ze boterzacht te krijgen. Dat ik kippenmaagjes heb gebruikt, vertelde ik er niet bij, want wat een boer niet kent, dat vreettie niet. Zo heb ik de gemiddelde eter intussen wel leren kennen. Vertel je niet wat ze gaan eten, dan vinden ze het bijna allemaal lekker is mijn ervaring. Vertel je wat ze gaan eten en kennen ze het niet, dan haken ze echter vaak af en kiezen voor iets anders. Zo was de bakkeljauw vooral populair bij de kenners en een paar durfallen, maar vloog de gesmoorde kip de deur uit. Het was zelfs als eerste op. Ik moest meerdere mensen teleurstellen, maar die schakelden vervolgens over op de masala-eieren, toen ze erachter kwamen dat dit gewoon kerrie-eieren waren. Wat een boer niet kent in de praktijk gebracht én gelogenstraft!

Al met al zijn de gesmoorde kippenmaagjes heel makkelijk te maken. Maak ook gewoon een flinke pan en vries een aantal porties in. Lekker ook als je een keer een rijsttafel wilt maken.

Intussen broed ik al op het thema voor volgend jaar. Wordt het Indisch, Koreaans of misschien wel Japans? Ik heb nog 11 maanden voorpret …

Lees Meer Lees Meer

Broodje kabeljauw in ketjapsaus

Broodje kabeljauw in ketjapsaus

‘De vis wordt duur betaald’ hoorde ik laatst een licht mopperende mevrouw zeggen bij de visboer. Vis is inderdaad niet goedkoop, de prijs voor vis is de afgelopen jaren snel opgelopen. Toch slaat de uitdrukking niet op de prijs van vis, maar op de prijs die voor de vis soms wordt betaald. De uitdrukking komt uit het toneelstuk ‘Op hoop van zegen’ van Herman Heijermans. Het stuk uit 1900 kreeg eind vorige eeuw opnieuw bekendheid dankzij de verfilming uit 1986 met Kitty Courbois. De eerste verfilming was overigens al in 1918 en er zouden er meerdere volgen. En in 2008 gevolgd door de onvermijdelijke musicalversie. Ik weet niet wat Heijermans daarvan gevonden zou hebben. Zijn stuk is een hoogtepunt van het Realisme, iets wat van musicals natuurlijk niet gezegd kan worden.

De titel Op hoop van zegen verwijst naar de vissersboot met die naam waarop de vissersweduwe Kniertje, die ook twee zoons aan de zee verloren heeft, haar beide nog levende zonen aan laat monsteren. De boot vergaat echter. Hele generaties verloren hun leven op zee.

Je kan ’t je eerst niet voorstelle – maar na zoveel jare weet je d’r gezichte niegoed meer – en daar dánk je God voor. Want hoe erreg zou ’t niet zijn as je de herinnering hield. Nou heb ‘k óok me vertelsel gedaan – elleke zeemansvrouw het zo ies in d’r femilie – ’t is geen nieuwigheid – Truus het gelijk: de vis wordt duur betaald.”

De term ‘op hoop van zegen’ verwijst overigens ook naar de overeenkomst dat de bemanning alleen betaald kreeg als de vangst voldoende was.

Minder bekend is het hitje (hier te luisteren) dat de legendarische Dolf Brouwers had samen met Manke Nelis. Hun versie was eigenlijk een cover van Au fond du temple uit de opera De Parelvissers uit 1863 van de Franse componist Georges Bizet. Het duo lifte mee op het succes van de film van twee jaar eerder. De toon van het lied is uiteraard wat luchtiger, maar met een tragische noot.

Scheepjes varen af en aan
En op de kade pinkt een vrouw een traan
Want de vis wordt duur betaald
Als hij uit de zee wordt opgehaald

Terug naar de vis. Kabeljauw wordt over het algemeen gewaardeerd door zijn zachte en subtiele smaak. In ieder geval door mij. De stevige moten lenen zich goed voor verschillende gerechten, waaronder op een broodje. Dit keer gebaseerd op de Indonesische keuken.

Lees Meer Lees Meer

Daging smoor – gestoofd rundvlees in ketjapsaus

Daging smoor – gestoofd rundvlees in ketjapsaus

In mijn studententijd begon het koken met nasi maken en daging smoor. De nasi was het meest exotische wat we in mijn jeugd aten, afgezien van de afhaalchinees, en door iedereen in het huis gewaardeerd. Vaak in combinatie met een gegrilde kippenpoot. Die nasi maakte onze moeder niet zelf, maar kwam van de slager. Nu hadden wij twee slagers in de buurt, maar eentje daarvan maakte echt lekkere nasi. Gebakken rijst is voor een student ook goed te behappen, dus uitermate geschikt om mee te experimenteren. Stoofvlees is een ander verhaal.

Stoofvlees werd door onze moeder vooral gemaakt in de vorm van hachee en sucadelapjes. Veel malser kon het vlees niet worden, het viel bijna uit elkaar. Ik heb dan ook nooit begrepen van vriendjes dat ze een hekel hadden aan draadjesvlees. Waarschijnlijk kon hun moeder het vlees niet zo lekker bereiden als de onze.

Het heeft jaren geduurd voordat ik de sucadelapjes zo mals kreeg als ik ze vroeger kreeg. Zal wel een oude koe geweest zijn, zei mijn moeder als ik weer eens klaagde dat het niet gelukt was. Gek genoeg lukte het me wel als ik het daging smoor maakte. Een van de eerste Indonesische gerechten die ik ooit maakte en al die jaren ben blijven maken. Het doet het goed bij ouderen (stoofvlees) en bij kinderen (ketjap). Succes gegarandeerd. Makkelijk ook van tevoren te maken en handig om in kleine porties in te vriezen voor een rijsttafel.

Lees Meer Lees Meer

Telor kecap – Indonesische eieren in ketjap

Telor kecap – Indonesische eieren in ketjap

Vorige week schreef ik al over het effect van tandartsbezoek op maaltijden. Dat geldt in het bijzonder als er een onfortuinlijke kies getrokken moet worden. Het kan verkeren. Gemiddeld genomen eet ik best gekruid en als ik veel mee-eters moet geloven ook pittig, al vind ik dat laatste zelf nogal meevallen. Hoe dan ook, afgelopen week deed ik wat voorzichtiger dan anders met het eten, dat wil zeggen niet te hard qua structuur en niet te kruidig. De pastasalade met tonijn was met het warme weer een prettig alternatief. Intussen mis ik wel harde broodjes, misschien dat ik daar komende week een voorzichtige poging ga wagen.

Eigenlijk had ik zin in piendang telor, maar dat was misschien nog wat gewaagd. Beter nog een paar dagen wachten voordat de pepers weer de maaltijd gaan versterken, bedacht ik mij. Dan gewoon de ketjap-variant. Ik maak het vaker, in verschillende varianten. Zoals er in Indonesië ook ontelbare varianten zijn. Ketjap-eieren doen het ook vaak goed bij kinderen in een maaltijd, lekker zoet.

Lees Meer Lees Meer

Ei in ketjapsaus

Ei in ketjapsaus

Afgelopen zaterdag moest ik in Barneveld zijn en gelijk wist ik wat ik ’s avonds zou gaan eten: eieren. Barneveld geldt in Nederland als het centrum van de pluimvee-industrie. Zelf zien ze zich ook graag als de bakermat daarvan met een geschiedenis die terug zou gaan tot de veertiende eeuw. Persoonlijk lijkt mij dat ietwat een broodje aap.

Wereldberoemd is in ieder geval de Barnevelder, een productief kippenras dat ruim 100 jaar geleden geïntroduceerd werd. De gemiddelde Barnevelder legt maar liefst 175 tot 200 eieren per jaar. Het gewicht van de eieren ligt gemiddeld tussen de 60 en 65 gram, middelgrote eieren dus. Het ras is overigens weinig Nederlands van oorsprong, aangezien de Barnevelder is gefokt uit verschillende Aziatische rassen. Tegenwoordig zijn er andere kippenrassen die nóg meer eieren produceren.

Nog een interessant weetje over eieren. Enkele jaren gelden werden zogenaamde kooieieren verboden omdat de bewuste kippen hutje-mutje in kooien werden gehouden, zonder ooit ook maar een straaltje daglicht te zien. In plaats daarvan worden nu massaal scharreleieren geproduceerd. De grap, maar serieus geen grap, is dat scharrelkippen in tegenstelling tot wat je van de naam zou verwachten, alleen maar binnen scharrelen. Voor het dierenwelzijn kun je dus het beste vrije-uitloopeieren of biologische eieren eten. Die beestjes kunnen tenminste buiten rennen. Gek genoeg is de milieubelasting van de verboden kooieieren lager dan die van biologische eieren, simpelweg omdat er voor biologische kippen meer ruimte nodig is. Maar laat dat je niet tegenhouden om kipvriendelijke eieren te kopen.

De kwaliteit van eieren heeft overigens nog een belangrijke factor: het voer. Maiseieren bijvoorbeeld komen van kippen die vooral … mais eten. Maiseieren zijn te herkennen aan een knalgele dooier. Voor de productie schijnt het echter ook goed te zijn om kippen vismeel te voeren. Het is bovendien goedkoop. Nadeel is alleen dat je het soms proeft. Smaakt je ei vissig, dan weet je waarom. Dan is het tijd om op een andere type ei over te schakelen.

Veel mensen eten een gekookt ei alleen bij het ontbijt en een meervoud daarvan met Pasen. Eerlijk is eerlijk dat laatste deden we vroeger thuis ook. En bij een ontbijt buiten de deur sla ik een gekookt ei ook niet af. Gekookte eieren zijn ook lekker bij het avondeten.

Veel landen kennen gerechten met gebakken of geklutste eieren. Met name de Aziatische keuken kent ook verschillende gerechten met gekookte eieren, zoals bijvoorbeeld Kerala masala eieren of Thaise eieren in tamarindesaus. De Indonesische keuken kent verschillende varianten met eieren, bijvoorbeeld in kecap.

Lees Meer Lees Meer

Ayam kecap pedis – Kip in zoet pittige saus

Ayam kecap pedis – Kip in zoet pittige saus

In mijn studententijd woonde ik in een dorp bij Utrecht. Dat vond ik prettiger wonen dan in de grote stad. Het enige restaurant buiten de typische dorpse etablissementen was de Chinees, met als specialiteit de Kantonese keuken. Daar maakte ik kennis met fo-nam, vaak gepresenteerd als babi pangang spek. Het lijkt echter van geen kanten op babi pangang.

Fo-nam is buikspek dat eerst gekookt is, vervolgens gekruid en daarna krokant gebakken. Ik ken mensen die je hier spreekwoordelijk wakker voor kunt maken. Terwijl babi pangang een bedenksel is van Chinezen in Indonesië, is fo-nam meer Chinees dan Indonesisch. Maar dat is een andere discussie, misschien voor later. Wellicht als ik het eens probeer zelf te maken bedenk ik nu. Hmm …

De Chinees in het dorp presenteerde zich overigens als Chinees restaurant en niet als Chinees-Indisch restaurant zoals veel andere restaurants. Desalniettemin had de Chinees een fantastische babi ketjap op het menu staan, een gerecht dat je nergens in China zult aantreffen. Het bijzondere van deze babi ketjap was dat de saus gitzwart was en bijna stroperig dik. Ongetwijfeld een combinatie van veel melasse, een goeie ketjap en mogelijk een verdikkingsmiddel.

Terwijl ik van thuis bij de stadse Chinees eigenlijk alleen babi pangang, gado-gado (waar ook niks Chinees aan is overigens) en foe-yong-hai kende, had de dorpse Chinees char-siu en dus die fameuze babi ketjap. Het maakte het kiezen er destijds niet makkelijker op.

Maar in plaats van varkensvlees kun je natuurlijk ook kip nemen: ayam kecap. Je kunt daarvoor kipfilet gebruiken of dijen.

Lees Meer Lees Meer